21 december 2003

Castar Danneels

Ten geleide:

Overbodige mediaprijzen horen niet in een volwassen, democratische maatschappij. Die prijzen zijn enkel een eindeloze nageboorte van de TIME-Man-of-the-Year-Awards en de jaarlijkse Hollywood-Oscar-Onderlinge-Masturbatiescenes.

Maar nu ter zake:

Dat een onbenul als Danneels de castar-prijs wint stoort me niet, integendeel het lijkt me juist gepast. Die Danneels heb ik nog nooit iets met stelligheid weten formuleren – misschien is hij intellectueel daar niet toe in staat, in elk geval: ik heb het nog nooit meegemaakt dat die purperrode platitudepauw na een serieuze vraag verder kwam dan wat gestamel van: azo, abeetje. Dat maakt hem tot een waardige winnaar. Ghèt et of ghèt et nie, zoals hijzelf het in alle nederigheid uitdrukte.
Danneels is in zijn onschuld echter ook gevaarlijk: "de doodstraf mag worden uitgesproken maar niet uitgevoerd" slaat hij gisteren uit zijn dikke voeten. Waarschijnlijk een ingeving ter plekke.

Dat deze uitspraak ten eerste nogal hermafrodiet aandoet, tot daar aan toe, dat wisten we al. Om zich toch een airtje van stelligheid aan te meten voegt hij toe: "...je ontneemt iemand zijn betekenis in het leven. Hij is uit het land van de levenden gebannen."

Zulk een uitspraak is ook fundamenteel onchristelijk, maar dat zal hem niet meteen zijn opgevallen... voor mij geen bezwaar: .ik hanteer die denkcategorie niet, maar je zou het anders verwachten van een verstándige vertegenwoordiger van het eeuwenoude christendom. Danneels kent weinig van christendom, tant pis, er zijn ook dokters die de geneeskunde mismeesteren, en er zijn groentenboeren die bedorven aardappelen aan de man proberen te brengen. Ik zou Danneels aanraden om dagelijks zijn evangelie te lezen: begrijpend lezen dan.

Maar het blijft een schande: deze Godfried wil graag de burgerlijke dood weer invoeren. Iemand niet terechtstellen, maar wél hem "uit het land van de levenden bannen". Precies die straf hééft bestaan, stuk ignoramus!* In de middeleeuwen kon een mens vogelvrij worden verklaard, zijn goederen werden dan verbeurd, en gelijk wie mocht –als hem dat inviel– zo iemand om zeep helpen of gewoon azo abeetje mishandelen: hij was toch al uit het land van de levenden gebannen.

De Code Civil kent die straf niet meer, Godfried. De West-Europese beschaving is een stapje verder, en al een tijdje. Leer eens je dikke kop houden in de mediaklas !


...en lees ook eens goed wat er onderaan op je eigen wapenschild staat, die spreuk uit de kerstliturgie:. APPARUIT HUMANITAS DEI NOSTRI – Verschenen is de menslievendheid van onze God.

Titus 3,4: CUM AUTEM BENIGNITAS ET HUMANITAS APPARUIT SALVATORIS NOSTRI DEI, uit de Vulgaat, hetgeen in de Statenvertaling luidt : "Maar wanneer de goedertierenheid van God, onzen Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is".
______
*


19 december 2003

Chahdortt Djavann uiterst kort geëxcerpeerd

.

J’ai porté dix ans le voile. C’était le voile ou la mort. Je sais de quoi je parle.
Chahdortt Djavann
Bas les Voiles!
Gallimard 2003, p.7

[…] l’honneur des hommes musulmans se lave avec le sang des filles! Qui n’a pas entendu des femmes hurler leur désespoir dans la salle d’accouchement où elles viennent de mettre une fille au monde au lieu du fils désiré, qui n’a pas entendu certaines d’entre elles supplier, appeler la mort sur leur fille ou sur elles-mêmes, qui n’a pas vu la détresse d’une mère qui vient de mettre au monde sa semblable, celle qui va lui jeter à la figure ses propres souffrances, qui n’a pas entendu des mères dire «Jetez-la dans la poubelle, étouffez-la si c’est une fille!», par peur d’être tabassées ou répudiées, ne peut pas comprendre l’humiliation d’être une femme dans les pays musulmans.
p.10
Une religion existe historiquement, elle est ce qu’on en fait, mais elle est aussi ce qu’elle a fait. Et elle est telle qu’elle existe dans les sociétés à travers les siècles. On ne peut pas la réduire aux idées qu’élaborent à son propos quelques beaux esprits ou quelques bonnes consciences.
[ik vermoed dat ze het hier onder meer heeft over half-intellectuelen, genre Bernard-Henri Lévy]
p.18
À quand un protectorat sur les banlieues ?
[zij spreekt over het gezag dat door de burgerlijke overheid de facto wordt toegekend aan imams en dergelijken, omdat de brave burger denkt dat er via de islam misschien kan worden bekomen dat de zg. “jongeren” hun gedrag enigszins temperen; de burger verkeert in de waan dat de islam op zich goed is… terwijl in de koran duidelijk geschreven staat wat er met niet-islamieten dient te gebeuren, altijd en overal, en op gelijk welke manier, tja...]
p.29
[...] dans l’islam, l’âge de la majorité pour les filles est de neuf ans.

p.31
_____________

–Tien jaar heb ik de hoofddoek gedragen. Het was de hoofddoek of de dood. Ik weet waarover ik spreek.
–[ …] de eer van de muzelman wordt schoongewassen met het bloed van meisjes! Wie nooit vrouwen in de kraamzaal hun wanhoop heeft horen uitschreeuwen, waar ze een meisje op de wereld hadden gezet in plaats van de gewenste zoon, wie sommigen van hen nooit heeft horen smeken, de dood heeft horen afroepen over hun dochter of over henzelf, wie nooit de ontreddering heeft gezien van een moeder die haar gelijke op de wereld had gezet, zij die haar later haar eigen lijden in het gezicht zal werpen, wie nooit moeders heeft horen zeggen “Gooi haar in de vuilnisbak, verstik haar, het is een meisje!”, uit schrik voor de slagen die zij zou krijgen of voor verstoting, die kan de vernedering niet begrijpen die erin bestaat een vrouw te zijn in de muzelmaanse landen.
–Een religie heeft haar bestaan in de geschiedenis, zij is wat men ervan maakt, maar zij is ook datgene wat zij heeft gedaan. Zij is, zoals zij door de eeuwen heen bestaat in de samenlevingen. Men kan haar niet terugbrengen tot de ideeën die enkele goedmenenden of deugdzamen over haar uitwerken.
–Wanneer komt er een protectoraat in [hun] wijken?
–[…] in de islam is een meisje meerderjarig op haar negende.

.

12 december 2003

Albanese Roverhoofdman

.
Dat Coveliers zijn politiek leven bij de Volksunie begon, zoals het RadioNieuws net zei, is niet helemaal correct. Hij had aan de Gentse Univ, bij verkiezingen voor het toenmalige Politiek Convent, al een tweede plaats  –of was het derde plaats?–  bekleed op de SVB-lijst (StudentenVakBeweging – maoïstisch van strekking). Ook toen moest hij anderen laten voorgaan…

Zou Coveliers bij zijn term Albanese bendeleider hebben gedacht aan de beroemde Ali Pascha Tepelenë, bijgenaamd de Leeuw van Janina (1744–1822) ?
Door moord en intrige werd deze Albanese roverhoofdman pascha van Janina; hij ontsnapte aan talloze aanslagen, wat hem legendarisch maakte; zijn rijk strekte zich uit over Albanië, Makedonië, Epirus, Thessalië en Morea; hij gedroeg zich als een onafhankelijke heerser, en werd door de Fransen en Engelsen als dusdanig behan­deld,  al was hij eigenlijk slechts onder­ko­ning van de Ottomaanse sultan Mahmud II;  deze laatste gaf in 1819 dan ook bevel om Ali Pascha te vermoorden. Maar het had nog heel wat voeten in de aarde voor dat ook lukte.
Karel De Gucht heeft nog een lang leven tegoed!

cf. Voyage dans la Grèce &c., par F.C.H.L. Pouqueville, 5 vol. Paris 1820.
(Landreis door Griekenland: Met name Den Peloponnesus, naar Konstantinopel, Albanien, en andere gedeelten des Turkschen rijks... Den Hage, 1806)

(Maar toch eigenaardig dat de Gucht vindt dat er door politici niet mag worden gescholden, zelfs niet op de oppositie ?! Zijn eigen "mestkevers" was anders ook niet direct een technische omschrijving van de politieke tegenstander.)

11 december 2003

Amerika is gewoon té vulgair voor de rest van de wereld

54 gekwetsten (en dooien?) bij de Amerikaanse bezetter vandaag.
A whole deck of cards! jokers included, and all this at one go (well... two maybe).

(als rechtgeaarde schaakspeler, blijf ik 64 natuurlijk een gaver getal vinden dan 54, maar dat is niet het punt)

Niémand op een europese antenne heeft ooit de opmerking gemaakt: die Amerikanen, die over hun (zelfverklaarde) tegenstanders spreken als over speelkaarten, zijn moreel even verwerpelijk als de nazi's.

Onze media hebben hun versie van de yankee-vulgariteit gebracht als: "een handig geheugensteuntje met die kaarten! ...je moet er maar op komen! ... mnemotechnisch middeltje op maat van de G.I. ...ach die Amerikanen toch! ...een verkoops-truukje, zo typisch!" : nergens heeft iemand zijn walg uitgesproken voor een cultuur die dat soort zaken produceert en normaal vindt.

Op antenne, en in het dagelijkse leven ben ik bang, nous sommes tous des Américains, zoals le Monde kopte na, ochHeere 11sept.


Mijn idee: de amerikaanse vulgariteit is het meest schokkende dat de westereuropese mens ooit heeft leren slikken.

25 oktober 2003

De eerste en tweede afgeleide

.
Zoals we allemaal weten, het nieuws gaat heel vaak over zaken die niet écht zijn gebeurd, maar over afgeleide producten van gebeurtenissen, zoals enquêtes en straatonderzoekjes allerhande. "Denkt u volgend jaar méér te gaan verdienen?" en dergelijke. In rustige tijden is dat een welkome vorm van vermaak, en hij verschaft bovendien werk, werk en nog eens werk aan tal van sociologen. Een simpel soort van eerste afgeleide. We zijn dat gewend geraakt, en meer en meer mensen geloven langzamerhand ook dat het echte nieuws uit zulke producten bestaat.

Er zijn helaas ook minder onschuldige vormen van de eerste afgeleide. De BBC bv. blinkt uit in een bepaald soort: een werkelijke oorlog verslaan doen we niet, maar we besteden wel veel aandacht aan enkele morele vraagjes rond …pakweg de affaire Kelly. "Heeft hier iemand gelekt of gelogen ?" "Blair zelf?" "Hoe denkt u hierover?"
Heel interessant, en zoiets houdt het journalistiek eergevoel op peil. Het onderwerp kan op gelijk welk moment ook weer worden gedropt: nog een voordeel als je zelf je nieuws maakt.

Tot hier de eerste afgeleiden. Ze geven de richting aan van een bepaalde reële ontwikkeling, zijn niet zo pijnlijk als de feiten zelf, maar houden er toch een zeker verband mee. Alleen, het is niet vol te houden: vroeg of laat dient zich de noodzaak aan om toch weer echte tellingen te doen, van body-bags bv. of van andere niet-afgeleide producten.
Zo'n terugkeer naar de echte dingen is heel vervelend, maar hij hoeft niet! Er is namelijk een uitweg: de tweede afgeleide.


Op Kanaal Z heeft een onschuldige economische expert, zekere Piet Penneman, ons de weg gewezen. Aanleiding was een rondvraag over het consumentenvertrouwen in Frankrijk en, ik meen, de States. Dit consumentenvertrouwen bleek beide malen gunstig te zitten: nu nog enkel wachten op de uitslagen van eenzelfde onderzoek in Duitsland, want hiervan hangen allerhande beslissingen af. Wat heeft de heer Penneman nu voor ons in petto?

"We kunnen erop vertrouwen,
dat het vertrouwen gestegen is."

.

20 oktober 2003

Beata Teresa

.
Advocatus Diaboli,
advocaat van de Duivel, is de volksnaam voor een belangrijke functie bij de Heilige Congregatie van de Riten, in 1587 gesticht door paus Sixtus de Vijfde..Sixtus wilde zalig- en heiligverklaringen in een geordende, juridische vorm gieten.
De officiële titel van de Advocatus Diaboli is Promotor Fidei, geloofsbevorderaar. Hij wordt verondersteld alle mogelijke argumenten, die in voorkomend geval ook tégen een verheffing tot de Eer der Altaren zouden spreken, aan te kaarten zelfs al zouden zijn tegenargumenten op het eerste gezicht, in de perceptie pietluttig lijken. Een pleiter à charge dus, zoiets als onze openbare aanklager min of meer.
(Informeel was de functie van Promotor bekend ook vóór Sixtus’ tijd, aangezien er onder Leo X (1513-21), bij de heiligverklaring van St.Laurens Justinianus al een Promotor aan te pas kwam.)
Het ambt van Promotor moet veeleisend zijn geweest, want in 1631 heeft Urbanus VIII het wijze besluit genomen dat deze man zich desgevallend door een substituut kon laten vertegenwoordigen. Er dreigde op zeker moment een gerechtelijke achterstand.


Prospero Lambertini (1675­-1758), de latere Benedictus XIV, zette de hele procedure van heiligverklaring definitief op poten. In zijn werk De Servorum Dei Beatificatione et Beatorum Canonizatione liet de geleerde man, die de achting van Voltaire wegdroeg, zich aan zaken als perceptie niet veel gelegen liggen – tenslotte was er vóór hem al eens een Benedictus XIV geweest (een Franse anti-tegen-paus, genaamde Bernard Garnier: even was de kerkleiding drievuldig toen).
Onze ware Benedictus XIV was een “man van het veld”. Twintig jaar promotorschap vóór hij paus werd. Hij vond het in het belang van de Kerk, en tegelijk haar eer dat er voortaan streng juridisch werd aangetoond of iemand daadwerkelijk “welgevallig in het aanschijn van God” was geweest, vooraleer hem of haar tot de genoemde Eer der Altaren te verheffen. Het probleem was namelijk dat er meer dan eens sujetten waren zalig- of heiligverklaard om redenen die nogal aards leken, vaak zelfs van pecuniaire aard waren. Eén van Benedictus’ regels was, dat geen enkele zalig- of heiligverklaring nog kon doorgaan zonder het uitdrukkelijke advies van de Promotor. Ook was het diens plicht om zalig- of heiligverklaringen te verhinderen, zelfs als er in de procesgang enkel vormfouten waren gemaakt! De mensen mochten zoiets dan onrechtvaardig vinden: no matter vond hij.

Dit gezegd zijnde: wat moeten wij stervelingen denken van de zaligverklaring van Moeder Teresa?
De zaak is niet simpel. Ten eerste is er tussen de zaligverklaring van een doordeweekse gelovige, en de zaligverklaring van een maagd een procedureel onderscheid. Laten we deze kwestie terzijde: Johannes-Paulus de Tweede heeft Teresa goed gekend, en wij van onze kant hebben geen elementen die toelaten te beslissen welke procedure van toepassing diende te zijn. Ik stel voor, ook al blijven wij in het ongewisse over de gevolgde procesgang: laten we in goed vertrouwen afgaan op de pauselijke beslissing ter zake.
Anders is het gesteld met de formele vereiste dat er bijtijds een paar mirakels moeten plaatshebben vóór we tot een beatificatie overgaan. Mirakels zijn niet iets vaags. Het canoniek recht is hieromtrent heel precies: het Mirakel doet een beroep op onze kennis én op onze zintuigen; een pure indruk kan niet doen besluiten tot een Mirakel; het Mirakel is een materieel feit, dat plaatsheeft in de werkelijke, materiële wereld; het werpt zich op als een onloochenbaar getuigenis want het gaat in, zowel tegen onze zintuigen als tegen onze kennis. (Geïnteresseerden verwijs ik graag naar de geëigende teksten.)

Welnu, na dit alles: wij weten uit bronnen dat een Indische vrouw is genezen van een kwalijke tumor, nadat er een Teresa-foto (of -medaillon?) op haar zieke buik was gelegd. Mirakel! en wij verwonderen ons.
Post hoc non est propter hoc denken weer ongelovigen, en ik verkeerde onder hen.
Blijkt een plaatselijke dokter recent te hebben verklaard dat het gezwel helemaal niet cancereus was, maar tuberculeus van aard… er waren gepaste medicijnen gebruikt en het gezwel was verdwenen, geheel volgens best practice..Sedert de Tweede Wereldoorlog heeft men inderdaad de beschikking over antibiotica, en vooralsnog lijken die vaak een genezende, ja miraculeuze werking te hebben. Vanzelfsprekend, tegen kanker halen ze niets uit.
Nu had volgens getuigenissen die mevrouw kanker. Dan moet het mirakel erin hebben bestaan dat Moeder Teresa vanuit haar hoge positie heeft besloten om in dit speciale geval en door wonderwerking een kankergezwel om te zetten in een tuberculeuze wond, daarbij in haar oneindige goedheid beseffend dat TBC relatief goed te genezen is?
Wij kunnen dit niet uitsluiten..Toch meen ik dat het ambt van de Promotor Fidei, of zoals wij gemeenlijk zeggen Advocatus Diaboli, hier kansen heeft laten liggen.


.

15 september 2003

Keizerin Sisi en Anna Lindh stierven op dezelfde dag

.
.
Sisi was een intrigerende vrouw: tragisch natuurlijk, uitgehuwelijkt op haar vijftiende, moeder van drie op haar achttiende (met nog een vierde, doodgeboren kindje). Daarna was ze "haar figuur kwijt" en begon zij zichzelf uit te hongeren, lange uitputtende bergtochten te maken. Anorexie zeggen we nu. Ze kreeg œdeemvlekken, en haar tanden werden slecht.
Altijd droeg ze een zwarte sluier, of ze hield een waaiertje voor haar gelaat (ook het standbeeld bij het meer van Genève toont aan de argeloze voorbijganger dat kokette waaiertje).

Ze dweepte met de dichter Heine, en zelf schreef Sisi ook grappige, soms erotische gedichten zoals het onderstaande, waar ze een ontmoeting met haar neefje –de prins van Wales– beschrijft, en hem een erectie bezorgt; dit alles vóór haar vijftiende natuurlijk:

Wir saßen im Drawing room beisammen,
Er rückte sehr nahe und nahm meine Hand
Und lispelte: ,Dear cousin, wie wär’s’
Ich lachte von Herzen und drohte:

,There is somebody coming upstairs!’
Wir lauschten, es war aber nichts,
Und weiter ging das Spiel.
Ich wehrte mich nicht, es war interessant,

Ich lachte: ,Dear cousin, wie wär’s?’
Da ward er verlegen und flüsterte leis’
,There is somebody coming upstairs!’

En nu een gedichtje dat ze voor haar man schreef (ik heb er gauw een vertalinkje bijgeschreven, zodat niemand zijn geduld hoeft te verliezen) :


Du ahntest nichts von meinen Schwingen.
Was Schwingen hat, ist niemals treu.
Nie läßt sich in den Käfig zwingen,
Und wär er golden auch, was frei.
.
Drum staune nicht, wenn beim Verrichten
Nach altem Patriarchenbrauch
Der legitimen Ehepflichten
Dich streift ein eisigkalter Hauch.


Mijn vleugels heb jij nooit vermoed.
Wat vleugels heeft, weet van geen trouw.
Vrijheid gaat niet in een kooi
Al was die nog van goud.
.
Laat  het dus geen wonder zijn,
Dat er bij het patriarchenwerkje
Van de legitieme huwelijksplicht,
Een ijskoude adem over je strijkt.

Sisi stierf doordat een Italiaanse anarchist, Luigi Lucheni, haar in de vroege namiddag van de tiende september 1898 tegen het lijf liep bij het meer van Genève, en daarbij een driekantige ijzervijl in haar borst plantte. Ze dacht dat ze stomweg tegen hem aan was gelopen en wandelde verder naar een boot die klaarlag aan de kade (13u40' was dat). Ze wilde naar Caux varen, waar zij meen ik een kasteel bezat. Sisi was zich nergens van bewust en vroeg aan haar gezelschapsdame: "Wat moest die man toch?" "Geen idee, Majesteit". 

Op de boot verloor Sisi het bewustzijn en de bijgeroepen kapitein zag ter hoogte van het hart een klein gaatje in haar batisten hemdje, en een bloedvlekje. Hij liet de steven wenden en ze voeren terug naar de kade. Daar werd Sisi naar het dichtstbij gelegen hotel gedragen, waar ze vrijwel onmiddellijk stierf. De doodsakte vermeldt: "...morte à l'Hôtel Beau Rivage, le dix Septembre 1898, à 2h10' de l'après-midi."

Luigi Lucheni had onbedoeld haar grootste wens vervuld: sterven zonder pijn, en ver van haar familie.
Bij Beau Rivage kun je tegenwoordig voor 10 CHF, zijnde 270 belgische franken, een lauwe slechte pint drinken.

.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html