23 september 2004

Het lot van zovele Premiers...

.

Uittreksel uit de Englische Fragmente (1828), van Heinrich Heine
vertaald en geannoteerd

Vroeger zaten in de wereld de dingen simpeler in elkaar, en fijngevoe­lige dichters vergeleken de staat toen met een schip, en de eerste minister met zijn stuurman.[1] Maar nu is alles veel gecompliceerder en ingewik­kel­der geworden; het gewone schip van staat is nu een stoomboot en de minis­ter moet niet meer aan een eenvoudig roer staan, maar moet als verant­woorde­lijke ingenieur naar onderen afdalen, tussen het kolossale machine­werk; hij on­der­zoekt angstvallig elk ijzeren stangetje, elk radertje waardoor er een ha­pe­ring zou kunnen optreden, dag en nacht staart hij in de laaiende vuur­haard, en hij zweet daarbij van de hitte en de zorgen — dat alles in de volle wetenschap[2] dat bij het geringste abuis van zijn kant, de grote ketel zou kunnen springen, en bij die gelegenheid zou het schip met man en muis ver­gaan. De kapitein en passagiers ondertussen, kuieren rustig op het bovendek; rustig fladdert de vlag aan de zijmast, en wie de boot zo rustig ziet lopen, die heeft er geen benul van wat voor gevaarlijke machinerie, en wat voor grote zorg en nood er in haar romp verborgen zitten.[3]

Ontijdig weggemaaid zinken zij neer, de arme verantwoordelijke inge­nieurs van het Engelse staatsschip. Roerend is de vroege dood van de grote Pitt,[4] roerender nog de dood van de nog grotere Fox.[5] — Ook Perceval[6] zou mee aan de normale ministerziekte zijn gestorven, als er geen dolksteek was geweest die hem nog sneller liet verscheiden. Het was ook diezelfde ministerziekte die Lord Castlereagh[7] zó tot vertwij­feling bracht, dat hij zich in North-Gray, in het graafschap Kent, de keel oversneed. Ook Lord Liverpool[8] zeeg neder in dood en verdwazing. Can­ning, de goddelijke Canning, hadden we al zien neerzinken,[9] vergif­tigd door aartsconservatieve lasterpraat terwijl hij als een zieke Atlas het ge­wicht van de aardbol torste.
De één na de ander worden zij in West­min­ster onder de grond gestopt, die arme ministers. Dag en nacht nadenken moeten zij, in dienst van de koningen van Engeland, terwijl diezelfden zon­der gedachten en goed in het vlees er maar op los leven en stokoud worden.


Wat mag toch deze grote zorg zijn, die de Engelse ministers dag en nacht door het hoofd spookt en hen doodt? Haar naam luidt: the debt, de schuld.


Schulden, juist zoals vaderlandsliefde, religie, eer enzovoort, behoren weliswaar tot de menselijke prerogatieven — dieren hebben geen schul­den — maar tegelijk zijn ze uitgerekend een kwaal voor de mens­heid; en zoals zij de enkeling te gronde kunnen richten, zo bewerken zij ook de ondergang van hele geslachten, en in onze tijden schijnen zij in de nationale tragediën wel de plaats in te nemen van het oude Fatum. En­ge­land kan dat Noodlot niet ontlopen, haar ministers zien de verschrik­kin­gen naderbij komen, en ze sterven in de vertwijfeling der onmacht.
_________

[1] Horatius, 14e Ode uit het eerste boek.
O navis, referent in mare te novi fluctus? &c.
O schip, zullen verse golven u de zee weer indrijven? &c.
[2] H. gebruikt hier het redengevend voegwoord sintemalen, wat ook in zijn tijd alleen nog in ironische betekenis voorkwam; bij ons gebruikte Gezelle later sintemaal nog wel, maar hij stond wat alleen; "in de volle wetenschap dat", leek mij acceptabel en ironisch.
[3] Rudyard Kipling dichtte bijna zeventig jaar later het prachtige McAndrew’s Hymn, wat een gelijk¬aar¬di¬ge scène in het ruim van een schip beschrijft, en getuigt van dezelfde weberiaans-protestantse ar¬beids¬moraal; het is een soort aanroeping, van een Schotse scheepsingenieurrr en het begint zo:
Lord, Thou hast made this world below the shadow of a dream,
An’, taught by time, I tak’ it so——exceptin’ always Steam.
From coupler-flange to spindle-guide I see Thy Hand, O God—
Predestination in the stride o’ yon connectin’-rod.
John Calvin might ha’ forged the same —enorrmous, certain, slow—
Ay, wrought it in the furnace-flame——my “Institutio.” […]
[4] William Pitt, de jongere, (1759-1806); conservatief eerste minister, 1783–1801 en 1804–1806; wist “het Britse vertrouwen” te herstellen na de Amerikaanse revolutie, en stelde zich daarna teweer tegen de ideeën van de Franse Revolutie. "Oh, my country! How I leave my country", waren zijn laatste woorden, want zelfs na Trafalgar was Napoleon te land nog iedereen de baas.
[5] Charles James Fox (1749-1806), de rivaal van Pitt, stierf een paar maand later; op zijn negentiende al parlementslid, groot redenaar; democratisch gezind; steunde de Amerikaanse kolonisten; vond dat de eerste minister niet door de koning maar door het parlement moest worden gekozen, wat na hem ook de regel werd; zijn laatste daad was een wetsvoorstel om de slavenhandel te verbieden.
[6] Spencer Perceval (1762-1812), Tory van de Pitt-school; eerste minister in 1809; economische depressie en sociale onrust; vooral de Luddieten, die de nieuwe mechanische weefgetouwen vernietigden, werden aangepakt — met tientallen doodstraffen — waartegen Byron, in the House of Lords, heel aangrijpend protesteerde; werd door een wisselagent, zekere John Bellingham neerge¬scho¬ten, niet gestoken zoals H. zegt.
[7] Robert Stewart (1769-1822) Viscount Castlereagh; vanaf 1821, dood van zijn vader, 2nd Marquess of Londonderry; eerst Whig dan Tory; schitterende diplomaat; populair ook op het continent, wegens zijn strakke houding tegenover Napoleon; vertegenwoordigde Engeland op het Congres van Wenen (1814-15) waar hij het concept van the concert of Nations verdedigde, wat nogal eens aan Metternich wordt toegeschreven; pleegde zelfmoord toen hij vreesde (terecht of onterecht) dat zijn homoseksualiteit in de openbaarheid zou worden gebracht.
[8] Robert Banks Jenkinson (1770-1828), 2nd Earl of Liverpool, Baron Hawkesbury of Hawkesbury; werd kleurloos genoemd, maar bleef toch vijftien jaar eerste minister (zulke dingen komen voor!); vond dat bekwaamheid ook in aanmerking moest worden genomen bij benoemingen, niet alleen afstamming en invloed, en wilde dus dat de scherp¬zinnige Canning hem zou opvolgen, waarbij de koning en de aristocratie dwars lagen; moest ontslag nemen na een hersenbloeding, vandaar die verdwazing, Blödsinn, van de tekst.
[9] In een eerder fragment, niet vertaald.



21 september 2004

Chahdortt Djavann kort geëxcerpeerd

.
On a beaucoup dit, écrit à propos du voile islamique. Les islamistes bon teint ou camouflés, les prédicateurs, les mollahs déturbanés, bien sûr.
Mais aussi les exégètes, les islamologues, les sociologues du monde arabo-musulman, les commentateurs de tous genres dont certains se sont empressés, avec la courte vue qui caractérise parfois les spécialistes, d’évoquer la spécificité de la situation française, l’étonnement qu’elle susciterait dans les autres pays européens ou plus lointains. Ils on tenté d’imputer le “rejet du voile islamique en France” au passé colonial et à la guerre d’Algérie qui pèseraient encore en France sur les relations entre musulmans et non-musulmans. Ils se sont entêtés à considérer le rejet du voile comme relevant du racisme anti-arabe des Français et de l’ ”islamophobie”.
Il faudrait leur remarquer que:
1) la critique d’une religion quelque sévère qu’elle soit n’a rien d’un acte raciste;
2) la France est un pays de droit et le racisme est considéré comme un crime par la loi; l’État français ne reconnaît pas de Français de première, deuxième ou troisième classe. Il n’existe pas de sous-nationalité, il n’y a de citoyen français qu’à part entière.



Chahdortt Djavann
Que pense Allah de l’Europe ?
Gallimard 2004, pp.6-7

hoe verschillend is toch de Franse staat van de ooit bestaan hebbende “Verdraag­zame Islamrijken” waar Lucas Cathérine en cs. het graag over hebben en die, geheel volgens de heilige koran, loodzware belastingen, jizya eisten van hun polytheïstische, of christen of joodse onderdanen! in die Rijken waren er wel degelijk tweede­rangs­burgers, en die konden rustig uitgezogen worden, vaak in afwachting van hun uitroeiing – in het geval dat zij, eens arm geworden, toch in hun boos geloof bleven volharden; échte ongelovigen, of erger nog afvalligen waren van deze belasting ontheven: die werden meteen om zeep geholpen, zodat hun goederen zonder verdere poespas aan de ware gelovigen toekwamen :-)
Ja, ik hoor het graag vertellen hoor, over de “traditie van verdraagzaamheid” die in de islam bestond…maar waar en wanneer, als ik vragen mag, was dat juist?

o-o-o-o-o-o-o-o

À l’origine de l’islamisme il y a l’islam.

p.14
o-o-o-o-o-o-o-o

Il n’y a jamais eu de voile innocent, sans signification particulière. Le voile a toujours signifié la soumission de la femme à l’homme, son non-droit juridique dans les pays musulmans, sa réduction à l’état d’objet sexuel appropriable. N’idéalisons pas le passé: quel était le code de la famille dans les pays musulmans, il y a cent ans? Quelle était la liberté des femmes? Les filles étaient mariables à l’âge de neuf ans, la polygamie était la règle et les épouses répudiables à volonté.
[…] Fondamentalement, le voile signifiait hier ce qu’il signifie aujourd’hui. Il n’y a que trois façons de se situer par rapport au passé: vouloir le dépasser, vouloir le con­server ou vouloir y revenir. Les progressistes, les conservateurs et les réaction­naires sont trois familles d’esprits inconciliables. Les réactionnaires fondamentalistes et intégristes ont beau mélanger les langages et se donner des allures de révolution­naires, ils seront toujours l’incarnation des conceptions les plus rétrogrades et les plus inégalitaires de la société humaine.

pp.14-5

o-o-o-o-o-o-o-o

over journalisten en 'sociologen' die graag eens enkele gesluierde jonge scholieren opvoeren, in de overtuiging dat ze ernstig bezig zijn aan de goede zaak:

En s’appuyant sur le témoignage […] de quelques jeunes filles soucieuses d’expliquer le caractère personnel de leur ”choix” du voile, ils manquent complètement au pre­mier devoir de toute sociologie des phénomènes de société (la représentativité de l’échantillon). Ces sociologues manquent aussi au plus élémentaire bon sens lors­qu’ils prennent pour argent comptant, au premier degré, les déclarations stéréotypées de gamines en pleine crise d’adolescence et leur donnent un statut de témoignage représentatif, sans prendre en considération leur âge et leur situation de famille. Et à partir de ces quelques “témoignages”, ils se croient autorisés à expliquer “scientifi­que­ment” un phénomène de société, un phénomène européen, plus exactement. Faute professionnelle? Certainement. Naïveté? Pourquoi pas, probablement. Complicité? Oui aussi, dans certains cas, sans aucun doute. Sans compter que la naïveté et la complicité peuvent se mêler en proportions variables.

pp.17-8

o-o-o-o-o-o-o-o

Parler d’islamophobie, à propos de ceux qui critiquent les dogmes de l’islam, c’est évidemment entrer dans le jeu des islamistes.

p. 49

o-o-o-o-o-o-o-o

Ainsi, certaines banlieues françaises, allemandes, anglaises sont-elles plus islamisées que certaines villes des pays musulmans.

p. 47

o-o-o-o-o-o-o-o

[…] les islamistes comptent bien peser sur les décisions politiques en Europe.
Pour stopper le progrès des islamistes en Europe, il est temps que toute discussion sur l’islam se cantonne au cadre religieux, historique ou philosophique. Le social doit être préservé de l’intrusion de l’islam. Il est temps qu’on distingue précisément ce qui relève des lois démocratiques et républicaines, des droits de l’homme, de l’égalité des sexes, de la protection des mineurs, du politique, du culturel, du social et de l’économie, de ce qui relève de la religion.

p. 50

o-o-o-o-o-o-o-o


Le monde musulman n’admet pas la pluralité philosophique. La pensée non-religieuse n’a pas sa place dans le monde musulman. C’est là tout le problème. On entend dire parfois, notamment par des penseurs contempo­rains de l’islam, qu’il peut se réformer de lui-même, qu’on peut en faire une lecture compatible avec la moder­nité et la démocratie. Mais cette capacité d’évolution n’appartient intrinsèquement à aucun monothéisme. Elle ne se manifeste que sous la pression de l’histoire et au contact des traditions différentes: « profanes », « hérétiques » et « blasphématoires ». L’évolution du christianisme, dès la Renaissance, est due entre autres au fait que les auteurs qui se disaient chrétiens et n’avaient d’ailleurs pas le choix de ne pas se dire chrétiens dialoguaient néanmoins surtout avec les auteurs et les philosophes les plus brillants des traditions grecque et latine, étrangères au christianisme. Au XVIIe, XVIIIe et XIXe siècles, les libertins, les philosophes, les révolution­naires et les socialistes athées pèsent sur l’évolution du christianisme qui se confronte à des modèles de pensée qu’il n’est plus en situation de condamner et de réduire au silence. Tant que dans le monde musulman toute philosophie sera confisquée par l’islam et que la civilisation et l’héritage préislamiques seront reniés et dénigrés, l’islam n’évoluera pas. Tant que ses philosophes se définiront unanimement comme philosophes de la pensée islamique, accoucheurs des virtualités de l’islam, les intégristes auront beau jeu de leur dire qu’on ne joue pas avec la parole de Dieu, c’est-à-dire avec le Coran. Tant qu’il ne sera pas possible à un supposé musulman d’émettre des pensées « blasphématoires » en soutenant par exemple que le Coran n’est pas la parole de Dieu, qu’il n’est pas le Livre sacré, le Livre unique et que ce livre fait par des hommes est discutable par d’autres hommes, l’islam n’évoluera pas. C’est pourquoi il est dans une situation déséquilibrée en Europe. Des musulmans ou d’autres peuvent toujours prétendre, de bonne ou de mauvaise foi, qu’il peut y accomplir le pas décisif vers la démocratie: le fait que l’islam ne soit pas coupé de ses sources orientales, que ses représentants les plus attitrés et ses forces vives se situent dans des pays et des régimes où la pluralité est impensable met en question la réalité de son évolution. Celle-ci demanderait des attitudes franches et décidées que l’on note bien peu chez ceux qui se disent les élites intellectuelles de l’islam en Europe, des déclarations courageuses et radicales que l’on n’entend pas. Elles seraient pourtant le préalable nécessaire à toute évolution. Que l’on me comprenne bien. Je ne demande pas que l’on proclame que les uns ont raison et les autres tort. À chacun ses raisons et ses torts. Mais il est primordial que puissent naître dans le monde musulman des pensées et des philosophies, issues de ce même monde musulman, mettant en cause la sacralité du Coran et la légitimité de l’islam, qu’on puisse les y admettre et en débattre démocratiquement. Sans quoi ni l’islam ni les musulmans n’évolueront jamais.

pp. 50-52
zie ook

4 september 2004

Loquendi Libertatem Custodiamus

----- Original Message -----
From: Marc Vanfraechem
To: Peter Vandermeersch
Sent: Saturday, September 04, 2004 5:14 PM
Subject: loquendi libertatem custodiamus

De Standaard van 4 september heeft een berichtje, één kolommetje van 15 regeltjes op p.18, over voor de islamterreur tegen Ayaan Hirsi Ali die is ondergedoken na bedreigingen. Dit is een journalistieke en morele schande, waarover ik het volgende kwijtwil:
Dat Ayaan Hirsi Ali nu al moet onderduiken voor haar opinies -- en dat in een land dat wij graag bij de beschaafde wereld willen blijven rekenen -- is mede de schuld van onze "media": een onderkruipsel als de "gematigde islamiet" Cavdarli bv. mag in Terzake rustig zeggen dat Ayaan erger is dan zijn eigen 9/11-broeders ...en hij wordt als moreel hoogstaander voorgesteld dan pakweg Filip Dewinter.

Dat zulke islamieten op de TV de mond niet wordt gesnoerd in een weersprekelijk debat is fataal: men laat het voorkomen alsof zulke netjes geïntegreerde kerels een bijdrage leveren aan de westerse wereld waar zij, ook de zogenaamde "gematigden" noch min noch meer het tegendeel van zijn, sinds 622 anno domini.
Vrije meningsuiting is voor hen een lachertje, en wij hebben daar op onze manier vlijtig aan meegewerkt met allerlei wetten en arresten... wat kunnen we intellectueel nog inbrengen?
(geen koranvers: dit staat te lezen op een buste van Fortuyn)

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html