21 juni 2006

Een sukkel minder

.
Misschien lezer, zegt de naam Walter Pauli u iets, of anders niets maar dan is het nu te laat om hem te leren kennen. Tot eergisteren was die man journalist bij De Morgen. Hij heeft zijn ontslagbrief daar ingediend is mijn indruk. De man geeft op.
Ontmoedigd geraakt. Ik denk een burn-out. Wellicht bestaan er accuratere medische termen maar laten wij dan in wielertaal zeggen, de pedalen kwijt. Of in WK-termen, geen balcontrole. Of in pianistieke termen, de pedalen kwijt. Of in violistieke termen, problemen met de intonatie. Wat dat laatste betreft: als toehoorder stap je daar glimlachend over. Het is altijd een beetje erg als het gebeurt natuurlijk, maar het maakt niet uit als je iets anders in de plaats krijgt. Het moet vanzelfsprekend niet te bont worden.
Ik geef een wat cru voorbeeld: beeldt u zich in dat een gerespecteerde krant een hoofdartikel te lezen geeft waarin termen als strontvinger, tussen de benen schoppen, of poepen, neuken e.d. worden aangewend als instrumenten van politieke analyse. Ondenkbaar zult u zeggen, degraderend voor de schrijver en beledigend voor de lezer. Een normale mens verwacht beschouwingen over oorzaken, gevolgen &cet., uitgaand eerst van een nuchtere erkenning van feiten. Stilzwijgend verwacht hij ook een terminologie die in beschaafd gezelschap citeerbaar blijft.
Bijvoorbeeld Yves Desmet noch Peter Vandermeersch zouden de genoemde scheldtermen in hun blad willen veronderstel ik. Metro al zeker niet. Het Laatste Nieuws ook niet – een vervalste foto van een betoging tot daar aan toe, maar verder zullen ook zij niet gaan.
Pauli in zijn moedeloosheid wél. In zijn artikel (misschien was het vakantie voor Desmet?) zag hij als vanouds af van elke poging tot feitenweergave (geen persoonlijk verwijt aan Pauli, meer een slepende ziekte van het huis), en van elke analyse. In stede daarvan begon hij de nietsvermoedende lezer de huid vol te schelden.
Hij was anders redelijk goed begonnen, met een mooie lofzang op de VLD, omdat dat goed staat bij de jonge kaderleden die hij graag wil aanspreken. Verder had Pauli, die het Engels blijkbaar machtig is [*], zijn termen eerst vertaald. Je las bij hem dus geen Derde-Rijk-invectieven als mestkevers of zo, enkel het nette Amerikaanse fuck you. [**]
Niettemin, voor wie zijn yankeetaal terugvertaalt, is Pauli gewoon een vulgair ventje. Je vraagt je af, hoe raakt iemand zo ver?
De harde realiteit is mijn enige verklaring. Hoe het moést heeft Walter immers altijd al geweten, maar nu zag hij plots hoe het was. Als journalist was zijn model geloof ik de bioloog die de flora beschrijft, maar dan zonder de giftige planten, en de fauna zonder de bijtende beesten.
Adjunct-hoofdredacteur Pauli stelt ook in zijn laatste stukje nog voor om die beesten buiten beschouwing te laten. Hij herhaalt dat nog één keer voor zichzelf, als betrof het een nieuwe, nog onbeproefde tactiek, maar van zoveel zelfbedrog brandt een mens op. Burn-out, het moet hem plotseling zijn gedaagd dat een krantje als het zijne nauwelijks enige invloed heeft. Geen invloed. Niet geloofwaardig.
En nu verwijnt hij als journalist achter de bocht, hij abdiceert en bang achteruit kijkend steekt hij zijn middelvinger nog even op.
Bon débarras! Als de realiteit te straf wordt, dan blijkt ogenblikkelijk wat zulke analistjes als Pauli waard zijn: helden als het op lopen aankomt.

[*] Of toch enige notie heeft. De Engelse speler Gary Lineker zei ooit grappig: “Football is a game played by 22 people for 90 minutes and in the end the Germans win.” Zo staat het op de site van de FIFA. Bij Pauli wordt dat – feiten tellen natuurlijk niet echt – “Football is a simple game: 22 people chase a ball for 90 minutes and in the end the Germans always win.” Al een stuk minder grappig, door Pauli's nadrukkelijkheid, vooral dat “simple”, en het on-Engelse “always” dat alles finaal naar de bliksem helpt.
[**] Er is een reusachtig verschil tussen de term "mestkever", gebruikt tegen één persoon (moet kunnen denk ik, al kan elk geval door de rechter beoordeeld worden), en diezelfde term, gebruikt als aanduiding van een groep. Zelfs de aanduiding ermee van een welbepaalde groep kan nog acceptabel zijn meen ik. Echter, een heterogene groep zoals de kiezers van een grote partij ermee aanduiden lijkt mij roekeloos. Zulke groep bestaat uit kevers met vele verschillende kenmerken, zelfs tegenstrijdige. Ik neem aan dat zulke onderscheiden (eenvoudige klassenlogica nochtans, extentioneel, intentioneel) ook aan De Gucht voorbijgaan.

17 juni 2006

Over Thesissen en Tijdschriften

.
Dit artikel gaat wel degelijk over Freya en haar thesis, en over onverkwikkelijkheden als Knack en Meulenaere en Van Cauwelaert, maar eerst hebt u recht op een grappig stukje uit een vervloden tijd.

De opbrengsten van de edele wetenschap, uit de diepten van de menselijke geest door moeizaam vorsingswerk opgedolven, blijven vaak lange tijd in verborgen vertrekken onberoerd liggen; voor de bezitter zijn zij tot nut noch tot lust, en voor diegene die hen ontbeert blijven zij onbekend of ontoegankelijk. Zo kan het voorkomen dat menigeen, in duidelijke of in duistere nood verkerend, te midden van zijn schatten verhongert. Alle wetenschap is niets meer dan het metaal waarmee men in het leven betaalt; op zich is het ongenietbaar en geeft het enkel een trekkingsrecht op genot; pas door het uit te geven verkrijg je de tegenwaarde. Maar de goudstaven der waarheid, door rijken van geest in dikke boeken neergelegd, zijn niet dienstig om in de kleine dagelijkse behoeften van de onbemiddelden te voorzien. Die bruikbaarheid bezit enkel het aangemunte weten.
De tijdschriften zijn het die deze muntstukken aanmaken; geslagen uit de opbrengst der inzichten, onderhouden zij het wisselverkeer tussen leer en toepassing. Enkel zij brengen de wetenschap tot leven en voeren het leven tot de wetenschap terug.
Ook hun laakbare zijde mag niet onaangeroerd blijven. Welmenenden zullen graag en gewillig, en om kwaadwillige spot de pas af te snijden, toegeven dat – der houdbaarheid terwille – tijdschriften net zo min als munten het kunnen stellen zonder de toevoeging van onedele metalen; niets echter kan een zaak ontwaarden als het de bruikbaarheid ervan vergroot. Waarlijk, het koper dat door de dagbladen onder het volk wordt gebracht is meer waard dan al het goud in de boeken.
Laat het zo zijn dat vele waarheden enkel in omloop raken als zij eerst gemengd werden met dwaling, en dat vaak een correct oordeel pas ingang vindt als het vastgeknoopt zit aan een vooroordeel, toch zullen na verloop de zaken die niet deugen op de bodem neerslaan, en zal enkel het goede overeind blijven.

Ludwig Börne, 1818

De Duitse banneling Ludwig Börne – protestantse naam van Juda Löw Baruch (Frankfort 1786 - Parijs 1837) – had in 1818 een tijdschrift gelanceerd, De Weegschaal, en het uittreksel komt uit zijn programmaverklaring. Zijn tijdschrift moest een soort logboek van de samenleving worden, en het zou bespreken: de civiele maatschappij, de wetenschap en de kunst; maar vooral: „...die heilige Einheit jener drei.“

Nu over Freya en Meulenaere en Van Cauwelaert, en over dat blad Knack waar zoveel om te doen is. Eerst zeggen: ik lees het zo goed als nooit. Ook De Morgen sla ik altijd over (op een recent proefabonnement van één maand na, maar ze hadden toen pech met die schietpartij in Antwerpen: hun berichtgeving was pure stemmingmakerij, en een overschrijving kunnen zij dus vergeten). Humo is mij al jaren onbekend. Misschien ben ik te oud geworden voor die bladen, want vroeger las ik ze nog wel.
Over die laatste twee, De Morgen en Humo: hun puberale, sentimentele, maar vooral verzonnen en immorele berichtgeving over de zaak van Notaris X, vervolgens over Dutroux en Regina Louf heeft voor mij de deur dichtgedaan. Hun redacteurs leken niet de eerste begrippen van een democratische rechtsstaat te kennen. Minstens één verzonnen interview verscheen er bijvoorbeeld in De Morgen. Een compleet verzonnen interview gedrukt à la une, en op de volle breedte.
Er is geen weg terug voor deze kwaliteitsjournalisten, ook niet als achteraf hier of daar halfslachtig schuld werd bekend. Als lezer kun je, en moet je veel vergeven, maar three strikes and you're out.
Knack was iets minder slecht dacht ik vaak, en af en toe wijst iemand mij op een bepaald artikel, en dan lees ik dat plichtsbewust. Maar wat hun wonderknaap Meulenaere nu presteert hadden ze aan die andere twee bladen moeten overlaten.
Ik heb even die thesis van Freya bekeken, vijf minuten, haar wetenschappelijke goudstaaf, en toen vroeg ik mij af wat Koen Meulenaere heeft bezield om dat ding in ernst te lezen. Aan De Morgen wordt onzorgvuldigheid en sensatiezucht verweten begreep ik in vogelvlucht. Tja, wie dat nog niet wist.
Het lijkt mij een thesis als een andere, very forgettable.
Wat ik weer niet begrijp is dat Freya klacht neerlegt. Zij moest onze brave Koen juist dankbaar zijn, want tenslotte is de aandacht nu helemaal verschoven naar een onnozelheid, en worden haar leugens over de mazout, afgelegd voor de Kamer, naar de achtergrond gedrongen. Dat is pas politiek dienstbetoon zou ik denken, want bij die verklaringen was de democratie zelf in het geding, en de ministeriële verantwoordelijkheid. Akkoord, het was niet aan haar om ontslag te nemen als eerst Onkelinx en Dewael, en Reynders en De Gucht, en Lizin enzovoort dat ook niet deden toen zij aan de beurt waren. En er is tenslotte Guy Verhofstadt die alles netjes afdekt, altijd, want binnenkort valt voor hem het doek en hij wil nog even genieten. Wat betekent in dat perspectief een leugen voor het Parlement?
Niets zeggen de democratische partijen én de media, hun media. Tenslotte mogen zulke zaken in Amerika en Engeland ook zullen we maar denken. Wat echter niet mag, is (onbewezen) fouten maken in je studententijd.
Ik zal een voorspelling wagen: Freya trekt die klacht in, maar daar zal eerst nog wat tijd over gaan. Meulenaere heeft zijn staart tenslotte al ingetrokken, en gelijk heeft hij, want de bewijslast ligt bij hem en …of zij die thesis nu geschreven heeft ofwel een ander, ik weet het niet maar alvast het voorwoord zou wel eens van haar hand kunnen zijn. Meulenaere zal moeilijk kunnen volhouden, en dat zal Freya's advocaat ook niet ontgaan zijn, dat de zin waarin zij haar gynæcoloog bedankt: ."die mij op onnavolgbare wijze doorheen [sic] mijn zwangerschap heeft geloodsd [sic]" ...uit de pen van een stielman komt.

Hoe denkt Van Cauwelaert hierover? Als hoofdredacteur is hij verantwoordelijk voor wat zijn hofnar vertelt, en het siert hem wellicht dat hij die verantwoordelijkheid niet bij het eerste briesje laat varen. Maar zijn motieven zijn natuurlijk gekleurd.
Ik geloof dat hij paars haat (om de verkeerde, puur partizane redenen) en dat zijn haat hem op een slecht spoor heeft gezet. Zijn magazine, maar dat wisten wij al, bevat geen edele metalen, enkel koper en nikkel, en dat is niet wat Börne onder een deftig blad verstond.
.

12 juni 2006

Cyprus "jent" weer volgens Bernard Bulcke

.
Op zijn pagina's Opinie & Analyse legt de kwaliteitskrant vandaag uit hoe het komt dat Justine Henin tennistoernooien wint. Geweldig, maar misschien koop ik in het vervolg toch het Laatste Nieuws als ik van die dingen op de hoogte wil blijven.
Er staan gelukkig ook politieke artikels in de Standaard. Zo zien wij op p. 18 de kop : "Cyprus jent Turkije opnieuw met de eis tot erkenning". Aan dat werkwoord alleen zal de aandachtige lezer de journalist al herkend hebben: Bernard Bulcke inderdaad.
Dat jennen alweer! Ik had hem eerder nochtans al gewezen op het tendentieuze in zijn woordkeuze, en op de infantiliteit ervan. Het heeft onze man niet geholpen. Hij zal een beperkt register hebben wellicht, of misschien van herhaling houden. Daarin verschilt hij niet van andere journalisten die hun quotum aan woorden moeten halen en tegelijk ernstige analyses moeten schuwen.
Want ik onderschat zijn taak niet: versluierend spreken, of liever nog helemaal zwijgen over zowat elk belangrijk aspect van die Turkse toetreding is niet eenvoudig als je een artikel moet vullen. Maar het moet van hogerhand. Bulcke zal dan ook niet gauw feitelijke geografische, historische, taalkundige, culturele of brrr... religieuze onderwerpen aanraken. Bulcke mag wél praten over de inspanningen die het kandidaatlid nog moet leveren, over de flinke vorderingen die het hier maakt, over enkele kleine retouches die er nog nodig zijn, en passant zelfs over de moeilijkheden die niet-islamitische minderheden ondervinden in de lekenstaat Turkije, over mensenrechten &cet. Immers, ook al zijn zijn mededelingen hieromtrent volslagen ongeloofwaardig[*], er moet toch iéts verteld worden aan de bevolking ...die sowieso vierkant tegen is, dat weet elke democraat. Blijven doorlullen is de boodschap, tot iedereen hopelijk in slaap valt.
Over de eenvoudige waarheid, namelijk dat het EU-land Cyprus het recht heeft om van de EU te eisen dat het au sérieux wordt genomen[**], daar mag het dus niet over gaan. Zulke eis moet omschreven worden als "jennen".
Proficiat Bulcke, journalist ben je misschien niet, maar wel een trouwe spreekbuis van de regering en de EU-commissie. Dat zal zeker nog zijn vruchten afwerpen.

[*] De kwaliteitsmedia zijn daarin realistisch geworden: feitelijke geloofwaardigheid is al lang geen haalbare kaart meer. De décalage is te groot en er zijn te veel ugly little facts om over te zwijgen. Het gaat enkel nog om propaganda en duiding.
[**] Ik zou Bulcke graag eens lezen als, laten wij zeggen grote buur Frankrijk het over onze gewesten opnieuw zou hebben als over Le Département de l'Escaut.

P.S. (toegevoegd 13 juni)
Karel De Gucht vond vandaag, ik hoorde het vluchtig op de radio, dat het onzin was dat "op termijn" twee landen lid van de EU zouden kunnen zijn, terwijl één ervan het andere niet eens erkent als souverein.
Dat is een verdienstelijk inzicht van onze buitenlandminister: kennelijk groeit hij in zijn functie. Ik put hieruit de hoop dat hijzelf – misschien nog net voor zijn partij uit de regering verdwijnt – of dat anders zijn opvolger ook zal inzien dat die erkenning aan elk ernstig gesprek moet voorafgaan, en bijvoorbeeld niet als een wenselijk gevolg van lopende toetredingsgesprekken kan worden opgevat.
Ook zou het misschien een nuttige oefening zijn voor een beginnende minister op Buitenlandse Zaken om eens de naïeve vraag te stellen: in welke toestand bevindt zich Turkije op dit moment, ten opzichte van Cyprus ...en dus van de EU?
Onderhandelen wij hier niet met een buitenlandse bezetter ? Met een land dat zich in dat geval, zou ik denken, bevindt in een toestand van onverklaarde en wederrechtelijke oorlog met het bezette gebied ?
Verbeter mij Karel De Gucht, maar voorafgaand aan élk gesprek, weze het zelfs over onnozelheden als wetenschapsbeleid, moet er in dat geval een militair gesprek komen, a parley : om de elementaire vrede te herstellen.
En, diplomatiek gesproken kan dat laatste enkel en alleen uitlopen op een onvoorwaardelijke terugtrekking van het aanvals- en bezettingsleger.
.

2 juni 2006

Hoe een beschaafde Europeër al enkele eeuwen over ongelovigen denkt

.
Het is de laatste weken verschrikkelijk vermoeiend om kranten, tijdschriften, radio en televisie mee te maken. Niet dat er geen nieuws was natuurlijk, maar de elucubraties van de verzamelde redacties waren mij te saai en te moraliserend. Voorspelbaar vanaf de eerste lettergreep.
Tegen zulke verveling is niet op te bloggen. Liever lees ik dan wat verstandige mensen uit vroegere eeuwen vertelden, en bijvoorbeeld de geschriften van de Napolitaan Ferdinando Galiani neem ik graag ter hand.
In onderstaand brieffragmentje (dat ik heb vertaald, maar het Frans is natuurlijk veruit te verkiezen) vertelt de beroemde econoom en diplomaat abbé Galiani aan een vriendin in Parijs hoe hij denkt over ongelovigen. Het lijkt mij een typisch, maar helaas exclusief Europees standpunt. Serieus onderwerp, maar Galiani is altijd grappig. [cursief is van mij]


Napels vandaag 21 september 1776
Ongeloof is de grootste inspanning die de menselijke geest kan leveren, tegen eigen instinct en voorkeur in. Het komt er op neer dat men zich eens en voor goed alle geneugten van de verbeelding ontzegt, en elke smaak in het wonderbaarlijke; het komt er op neer dat men de zak der kennis leegschudt, terwijl de mens naar kennis zucht. Dat men loochent en voortdurend twijfelt, aan alles, en achterblijft in verarmde denkbeelden over de kennis, de hogere wetenschappen etc. Wat een afschuwelijke leegte! wat een nietigheid! wat voor inspanning! Het is bijgevolg bewezen dat het overgrote deel van de mensen (en vooral van de vrouwen wier verbeelding dubbel is, aangezien zij de verbeelding van het hoofd bezitten, en de verbeelding van de baarmoeder) nooit ongelovig zou kunnen zijn, en diegenen die het wel kunnen, zullen de inspanning slechts volhouden zolang zij in de volheid van hun kracht verkeren en een jeugdig gemoed bezitten. Van zodra het gemoed wat ouder wordt, duikt het een of andere geloof weer op. Juist daarom ook zou men de ware ongelovigen nooit mogen vervolgen: en laat mij hieraan toevoegen dat zij inderdaad nooit vervolgd werden. Vervolgen doet men enkel de fanatieke stichters van sekten die misschien volgelingen kunnen krijgen. De fanaticus is iemand die midden in een menigte het op een lopen zet, en aanvankelijk volgt iedereen hem. De ongelovige doet heel wat meer. Hij is een koorddanser die in de lucht de meest ongelooflijke toeren uithaalt en voltigeert op zijn koord. Hij vervult alle toeschouwers met huiver en verbazing, en geen mens die de neiging voelt om hem te volgen of te imiteren.
o-o-o-o-o-o
Naples ce 21 7mbre 1776
L’incrédulité est le plus grand effort, que l’esprit de l’homme puisse faire contre son propre instinct, et son goût. Il s’agit de se priver à jamais de tous les plaisirs de l’imagination, de tout le goût du merveilleux; il s’agit de vider tout le sac du savoir, et l’homme voudrait savoir. De nier ou de douter toujours, et de tout, et rester dans l’appauvrissement de toutes les idées, des connaissances, des sciences sublimes etc. Quel vide affreux ! quel rien ! quel effort ! Il est donc démontré, que la très grande partie des hommes (et surtout des femmes dont l’imagination est double, attendu qu’elles ont l’imagination dans la tête, et l’imagination de la matrice) ne saurait être incrédule, et celle qui peut l’être n ‘en saurait soutenir l’effort que dans la plus grande force, et jeunesse de son âme. Si l’âme vieillit, quelque croyance reparaît. Voilà aussi pourquoi il ne faudrait jamais persécuter les vrais incrédules: et je vous ajouterais qu’en effet ils n’ont jamais été persécutés. On ne persécute que les fanatiques fondateurs de sectes qui pourraient être suivis. Le fanatique est un homme qui se met à courir au milieu d’une foule, et d’abord tout le monde suit. L’incrédule fait bien plus. C’est un danseur de corde, qui fait les tours les plus incroyables en l’air voltigeant autour de sa corde. Il remplit de frayeur, et d’étonnement tous les spectateurs, et personne n’est tenté de le suivre, ou de l’imiter.
Ferdinando Galiani - Louise d’Épinay
Correspondance V, juin 1775 - juillet 1782
Les Éditions Desjonquères, 1997, pp.102-3

o-o-o-o-o-o


P.S. Voor zijn eigen geloofsgenoten (bv. van de orde der jezuïeten) is Galiani trouwens even kritisch als voor ongelovigen:

Elke jezuïet [op zich] was aardig, welopgevoed, nuttig, en de sociëteit als geheel, die nochtans niets meer was dan de verzameling van al deze individuen, was hatelijk, moreel corrupt, verderfelijk. Laat anderen dit zonderlinge fenomeen verklaren; ikzelf kom er niet uit.

Chaque jésuite était aimable, morigéné, utile, et toute la société, qui n’était pourtant que la masse de tous les individus, était odieuse, corrompue dans la morale, pernicieuse. Que d’autres expliquent cet étrange phénomène; pour moi je m’y perds.

id. p.32

.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html