28 december 2007

In the red light district

.
De dag voor Kerstmis heeft zekere Tine Peeters van De Morgen honteuze gevoelens in mij wakker gemaakt. Tot 24 december wist ik van het bestaan van Tine niet af, en eigenlijk weet ik nog niets van haar, behalve dan dat zij die dag een artikeltje begon met een argeloze, alreine, angelieke aanhef: “Het zijn niet altijd de beste vrienden, de pers en de politiek, maar gisteren verbroederden ze samen in het parlement […]”.

Na lectuur van deze kerstgedachte meende ik in een eerste opwelling mijn boertige poot op Tines blanke boezem te moeten leggen. Ik weet het, niemand wil er getuige van zijn als kinderlijke onschuld geschonden wordt, maar om met van Ostaijen te spreken, vooruit dan maar zonder supporters!

Of laten wij misschien de beschreven gemoedstoestand eerst in een breder kader plaatsen.
Er is hier al meermaals gesproken over marskramers zoals de bekroonde Vandermeersch van De Standaard, en dan niet omdat die jongen niet kan schrijven – dat weet iedereen – maar wel omdat die man in zijn driekleurig kraam zich te vaak laat bewonderen met te weinig ondergoed aan.
Begrijp mij goed: ik ben voorstander van de legalisering van zijn handel. Het is misschien niet altijd makkelijk om in kwesties als deze rechtlijnig te blijven, maar het blijft mijn vaste overtuiging dat ook iemand als Vandermeersch zijn stiel in treffelijke omstandigheden moet kunnen bedrijven.
Zulke zaken zijn ook niet tegen te houden. Zonder markt zouden er geen marketeers zijn. En wie zijn wij om te oordelen? Wat weten wij hoe zo’n jongen zo ver is gekomen? Voor hetzelfde geld stonden wij op zijn plekje, denk daar eens aan.*

Met Tine ligt het anders. Jong en naïef vertoont ze nog een zekere gêne bij het uitoefenen van het beroep. Sunt denique fines, en zij heeft nog besef van zekere grenzen, ook al zou zij heel zeker een pak meer kunnen verdienen, bijvoorbeeld met het ontvangen van gehandicapten zoals die spraakgebrekkige Landuyt, die met het vettige voorstel op haar afkwam om het eens al rechtstaande te doen:

[…] rond de kerstboodschap van Kamervoorzitter Herman Van Rompuy. Die vroeg een daverend applaus voor "de eveneens vermoeide pers", wat ervoor zorgde dat de het hele halfrond zich klappend naar de perstribunes richtte. Uittredend minister Renaat Landuyt (sp.a) probeerde zelfs even om de journalisten het applaus al staand in ontvangst te doen nemen, maar dat vonden we toch net iets te ver gaan.

Ik trek mijn smerige poot terug, en verwijs Tine naar Payoke.
________________

* Il s'en fallait de peu, mon cher,
Que cett' putain ne fût ta mère,
met de woorden van de onsterfelijke Brassens.

18 december 2007

De dood van al onze handelsreizigers

.
Vandaag, net als gisteren en eergisteren, en trouwens de voorbije weken en maanden, stond in het blaadje van marketeer Vandermeersch alweer dat bepaalde zinnetje dat mijn bijzondere wrevel opwekt. Deze keer zette Sturtewagen zijn handtekening als commis-voyageur van dienst, maar dat is niet meer dan een detail, want de koopwaar is bij alle kranten dezelfde.

Aangezien hun kiezers al lang niet meer kunnen volgen waarover het politieke debat de jongste weken nog ging, durven de christendemocraten de risico's aan.

Waar Sturtewagen het precies over had doet er even niet toe, laat mij vertalen: van stemrecht stellen wij oudgediende handelsreizigers van de firma Paars ons niet veel voor. Een goed werkende democratie is eenmaal de vrucht van publieke amnesie en wijd verbreide dwaasheid. Politieke beloften zijn kraaltjes en zilverpapier. Volwassen journalisten gooien die de dag na de verkiezingen meteen weer weg.
Dat geen enkele journalist vóór de verkiezingen heeft gezien wat het belangrijkste thema zou worden ...dat is het publiek helaas nog niet vergeten. De publieke amnesie is selectiever dan onze Desmetten&Vandermeerschen wellicht hadden gehoopt.

Arthur Miller, maar die man is alweer twee jaar dood, dacht nog anders over de taak van een deftige krant: “A good newspaper, I suppose, is a nation talking to itself.
En onze journalisten beseffen geeneens waar de natie over denkt! Bij ons praten kwaliteitskranten dus niet met, maar denigrerend over de natie.
Spijtig trouwens dat ze zoveel stukken moeten leveren, want wat onze koelies nog het liefste doen is werken aan hun verstandhouding onderling én met de machthebbers. Zo mogen zij bijwijlen iets oplikken van de kruimkens die van deze laatsten hun tafelen vallen.

Een mens moet elke dag eten inderdaad, en ik begrijp Sturtewagen zijn collega’s Verschelden en Samyn dan ook als zij in het flutrubriekje “Kreten&Gefluister” hun beklag doen over, in bedekte termen, Leterme natuurlijk.
Want er viel niet genoeg te rapen toentertijd in Hertoginnedal. Maar nu is Verhofstadt er weer!


Bij een van de laatste oranje-blauwe stuiptrekkingen in november was de chauffeur van minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Open VLD) nog zo vriendelijk een thermos koffie te halen voor de half bevroren journalisten op de stoep van de Wetstraat. Het was een zeldzaam moment van oranje-blauwe gastvrijheid. Toen premier Guy Verhofstadt twee weken geleden door de koning in de ring werd gestuurd, gaf hij prompt te kennen dat de journalisten niet langer onbeschut, onverwarmd en dorstig zouden moeten wachten.
En kijk. Terwijl Verhofstadt zondagavond in zijn ambtswoning aan de Lambermontstraat vergaderde met CD&V/N-VA, Open VLD, MR en PS en buiten het kwik tot -3° daalde, hield de premier woord. De wachtende journalisten konden om de hoek in een lokaaltje van het kabinet van staatssecretaris Gisèle Mandaila terecht om even op te warmen. Er stonden koffie, soep en frisdrank voor de dorstigen en wafeltjes voor de hongerigen. 'Want ik had honger en gij hebt mij te eten gegeven, ik had dorst en gij hebt mij te drinken gegeven, ik was vreemdeling en gij hebt mij opgenomen', klinkt het in het evangelie naar Mattheus. Verhofstadt is misschien geen christendemocraat, maar hij kent duidelijk zijn klassiekers.

Wat ik wilde zeggen, Wouter of Steven, is dat er verderop in de evangeliën nog interessante zaken staan. Bij Lukas lezen wij over zekere Lazarus (niet de Lazarus die uit de doden is opgewekt, een andere, misschien wel een journalist in volle doen?).

Lukas 16; En er was een zeker rijk mens, en was gekleed met purper [toen al] en zeer fijn lijnwaad, levende allen dag vrolijk en prachtig. En er was een zeker bedelaar, met name Lazarus, welke lag voor zijn poort vol zweren; en begeerde verzadigd te worden van de kruimkens, die van de tafel des rijken vielen; maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren.

Laat de kruimels, voor de tijd dat het nog duurt, jullie goed smaken jongens! En verder maar hopen op het hiernamaals?


.

14 december 2007

Een vodje papier van 10 kilo


Theobald Theodor Friedrich Alfred von Bethmann Hollweg
, die van 1909 tot 1917 kanselier was onder de Kaiser, is beroemd geworden met zijn oordeel over de Belgische “neutraliteitsverklaring” toen. De man ging ervan uit dat je verklaringen van een Belgische regering niet ernstig diende te nemen.
Voor een vodje papier, für einen Fetzen Papier, zei hij onder tranen aan de Engelse gezant, kon toch niet de Engelse natie aan Duitsland de oorlog verklaren? Duitsland wilde de Engelsen geen kwaad, dat was een broedervolk.
Bethmann Hollweg sprak hier, toegegeven nogal herablassend, over een verklaring waarbij de staat België, bij monde van een echte regering, zich tot strikte neutraliteit had verbonden. Dat terwijl ons koninkrijk zijn grenzen ook echt liet bewaken, naar beste vermogen aan Duitse kant, en enigszins zelfs aan Franse kant.
Maar blijkbaar ging iedereen ervan uit dat die Belgische staat niks voorstelde, eigenlijk geen staat was: meer een diplomatieke creatie ten gerieve van enkele grootmachten.
(Tindemans nam het woord van dat vodje papier later nog over – of hij vond het zelf uit, in elk geval ik geloof niet dat één journalist toen op de parallel heeft gewezen.)
Geschiedenis dient ergens toe, en die ongeloofwaardigheid van Belgische teksten en handtekeningen werd vandaag tot mijn grote voldoening alweer bewezen door Verhofstadt en De Gucht, toen die twee in Lissabon een vod van wel tien kilo ondertekenden.
Dat deze mensen helemaal geen mandaat op zak hadden, kon niemand van de aanwezigen storen. Het duo werd niet de deur gewezen. Terecht: ook als Guy&Karel wel een mandaat hadden gehad, was hun handtekening quantité négligeable.

Maar de belachelijkheid van de "Belgische Staat" en zijn verbintenissen is niet eens mijn punt. Geen enkele handtekenaar daar in Lissabon had een geldig mandaat op zak. Ze hadden dus allemaal alle recht om hun bek te houden. Wat kon het hen uitmaken of er ook twee nog minder gemandateerde clowns hun poot kwamen zetten?
Als Belgen mogen wij zelfs met enige patriottische fierheid besluiten: onze staat heeft daar in Lissabon op exemplarische manier de ware geest van de EU laten zien.

Maar, Arm Europa, bakermat van de democratie.
.

10 december 2007

Oscar van den Boogaard zoekt zijn weg nog

.
Als ik iets zou willen vertellen over Geert Wilders, dan zou ik, in de veronderstelling dat mijn lezers geen ezels zijn, die man gewoon Geert Wilders noemen.
Oscar van den Boogaard pakt het in De Standaard anders aan, en hij spreekt van de “Nederlandse rechts-populistische politicus Geert Wilders”.
Daar valt misschien iets voor te zeggen. Homerus reeds maakte ons vertrouwd met het stijlmiddel der epitheta ornantia en niemand, behalve misschien Bart De Wever, zal ontkennen dat Helena een deel van haar charme te danken had aan de blinde zanger die haar onvermoeibaar “de blankarmige” is blijven noemen.
Komt nog bij, dat voor een aankomende auteur het nooit kwaad kan om zich te spiegelen aan klassieke voorbeelden. Een goede stijl ontstaat vaak door aanvankelijke nabootsing.

Maar om ter zake te komen: de opvattingen van de Nederlandse rechts-populistische politicus Geert Wilders vallen slecht in de smaak bij de jonge Nederlandse auteur en columnist Oscar van den Boogaard – zo kan Wilders bijvoorbeeld slecht relativeren, en dat komt weer doordat Wilders zich van de maatschappij heeft afgezonderd.

"Hij heeft zichzelf zo geïsoleerd – hij laat zich door zware bewaking isoleren – en in zijn eigen angst opgesloten dat relativeren niet meer lukt.

Een sierlijke zin is het niet, maar wij begrijpen: dan waren Fortuyn en van Gogh toch van een ander slag! die lieten zich eenvoudig niet beschermen.
Daarin moet je sportief zijn! zei toen van Gogh nog aan Fortuyn. Een woord dat, geloof ik, getuigt van een groot vertrouwen in de overlevingskansen van onze beschaafde samenleving.

Oscar van den Boogaard zelf zal nooit sportief hoeven zijn. Deze lieverd geeft nooit aanleiding tot wat dan ook. Bijvoorbeeld relativeren kan hij beter dan de beste. Zelfs de waarheid in haar tegendeel verdraaien lukt hem aardig, als het voor de lieve vrede is.
Zo is het niet Wilders, wat iedereen nochtans denkt, die noodgedwongen afgeschermd moest worden – bijvoorbeeld omdat er niets minder dan een verzwegen burgeroorlog heerst – nee, het is natuurlijk Wilders zélf die in zijn bekrompenheid zich wil afsluiten voor de buitenwereld. En natuurlijk dat er bij hem dan mallotige ideeën opkomen.

Verderop in zijn column heeft Oscar het over een Haagse tentoonstelling, het project Adam en Ewald van zekere fotografe Sooreh Hera. Twee homoseksuelen zouden daar te zien moeten zijn, dragende maskers van Mohammed en Ali.
Misschien interesseert mijn verdere verhaal u nu niet meer lezer, en ik zou daar begrip voor hebben, maar dat die tentoonstelling commotie geeft zal u toch nauwelijks verwonderen.
Ik zal kort zijn; met Georges Brassens ben ik het als altijd eens : "Les amoureux qui se bécottent sur les bancs publics [...] ont des petites gueules bien sympathiques".
Iets anders is het om in naam van de Kunst twee middelbareleeftijd-jeannetten in latexpakjes te aanschouwen. Daar pas ik voor. Het mogen "kunstfoto's en een video" zijn, zoals Oscar zegt, maar onder deze omstandigheden hoop ik eenvoudig dat er geen belastinggeld mee gemoeid is, en dat het zaakje verder zelfbedruipend is. En dan mag alles wat mij betreft.
Als vrienden en sympathisanten de kosten dragen, komt de vrije meningsuiting niet in het gedrang, hoogstens de smaak.
Zowel ceux qui obstinément prennent Cupidon à l'envers (de Meester alweer), en daarbij nog vinden dat zij dat ostentatief moeten doen, als die anderen die geloven dat wij Westerlingen hun koran helemaal niet zouden mogen omdraaien ...hebben er geloof ik alles bij te winnen, als ze hun ding thuis uitoefenen, in de intimiteit. Niemand zal hen daar storen, en het laat iedereen koud hoe zij zich daarbij wensen uit te dossen.
In de openbare ruimte gelden andere normen.

Maar Oscar was nog niet helemaal klaar met zijn kolommetje (die dingen moeten een bepaald aantal woorden hebben), en en passant noemde hij Jezus (ttz. de Tweede Goddelijke Persoon in onze cultuur): ...één of andere heilige”. .Ja, een stouterd is hij soms toch!
En dan kwam zijn filosofische slotsom: “Heilige geschriften zijn niet gevaarlijk an sich, alleen interpretaties kunnen dat zijn.
Zo’n zinnetje alleen bewijst hoe hard het vak van columnist wel kan zijn. Het publiek onderschat dat vaak. Wát een banaliteit! roepen ze dan.
Maar ik zou van den Boogaard hier willen bijspringen, wat zeg ik, zijn uitspraak nog kracht bijzetten. Ik zou willen stellen dat zelfs interpretaties niet gevaarlijk zijn.
Enkel het concrete plannen, en de tenuitvoerlegging van wreedheden, bijvoorbeeld van rituele slachtingen van tegenstanders, homo’s, kaffers enzovoort, kun je als gevaarlijk beschouwen.

't Is toch waar hé, Oscar?
.
__________________________

P.S. (11december)
Dat citaat hierboven kwam uit mijn geheugen. Wat Brassens letterlijk zingt is:
Y a tant d'homm's aujourd'hui qui ont un penchant pervers
À prendre obstinément Cupidon à l'envers
(Le Mécréant)

.

2 december 2007

Gebed voor het herenigd Vaderland

.
Op de RTBf, ik weet niet meer welk programma, hoorde ik gisteren de Litanie van Leterme zingen. In tegenstelling echter met de bekende Litanie van Maria, bevatte dit lied geen opsomming van kwaliteiten. Omschrijvingen als Zetel van Wijsheid, Oorzaak onzer Blijdschap, Geestelijk Vat of Spiegel van Gerechtigheid ontbraken. Zelfs Ivoren Toren, of Ark des Verbonds werden Yvo onthouden.

Ze waren nochtans positief begonnen met Issu de Père Wallon, Parfait Bilingue, Supportère du Standard, enzovoort, maar al snel ging het bergafwaarts.
Om kort te gaan: er kon geen goed woord meer vanaf voor de man qui au départ avait tout pour plaire aux Wallons.
Want Leterme, hoorde ik tot mijn verrassing, was onder een buitengewoon goed gesternte van start gegaan. Er heerste bezuiden de taalgrens een algehele welwillendheid vertelden de RTBf-jongens, tot aan de éénentwintigste juli, daarna was het uit.
Die Brabançonnekwestie is ginds zwaarder gevallen dan wij algemeen aannemen. In elk geval, deze vaderlandse verontwaardiging wil men ons aannaaien.
Christophe Deborsu, alweer hij, stelde enige dagen later aan Leterme de vraag welk lied zijn voorkeur wegdroeg, en het ging niet meer over de Marseillaise want hij vroeg nu welk van twee, Vlaamse Leeuw of Brave Zoon, Leterme het liefst hoorde. Eenvoudige vraag, maar het antwoord was slecht.
“Leterme choque les francophones en répondant qu’il trouve le Vlaamse Leeuw plus beau que la Brabançonne.”

Nu weet ik wel – overigens samen met Владимир Ильич Ульянов, bijgenaamd Lenin – dat elke esthetica ook een ethica is, maar toch: verplicht iets mooi vinden, blijft mij zwaar vallen. Politieke gevolgtrekkingen maken bij een kwestie die binnen het domein van de persoonlijke smaak ligt, riekt naar totalitarisme, naar pensée unique of naar politiek-correctheid zo u wil. Wie zou er bijvoorbeeld willen leven in een interieur zoals dat van de nochtans perfecte democraat Dehaene? Ik heb daar eens foto’s van gezien.

Hetzelfde met liedjes. De officiële hymne van Wallonië, Li Tchant dès Walons, is misschien heel mooi maar ik ken hem niet. Ook de Brave Zoon wil ik zedig buiten beschouwing laten, maar de Vlaamse Leeuw kan ik …eigenlijk niet horen.

Met de melodie gaat het nog. Robert Schumann zijn "Sontags am Rhein" maakt die verteerbaar. Maar de tekst vraagt te veel van een mens. Die is zoals iedereen weet afkomstig van de dichter Nikolaus Becker (1809-1845) en begint met „Sie sollen ihn nicht haben, den freien Deutschen Rhein“.
De dichter Georg Herwegh had Becker al onmiddellijk van antwoord gediend:

Was geht mich all das Wasser an,
Vom Rheine bus zum Ozean?
Sind keine freien Männer dran,
So will ich protestieren.

En Heine liet in zijn Wintermärchen de oude Vader Rijn zijn beklag doen over de vele zware stenen die hij te verteren kreeg:

Zu Biberich hab ich Steine verschluckt,
Wahrhaftig, sie schmeckten nicht lecker!
Doch schwerer liegen im Magen mir
Die Verse von Niklas Becker.

Esthetica als ethica? ... akkoord, maar enkel als het moet want ik hoor alle omliggende hymnen eigenlijk liever... God save the Queen, het Deutschlandlied, de Marseillaise, de Internationale .(al kun je die niet goed onder omliggend rekenen), en het Wilhelmus natuurlijk.
.
____________

PS: die tweede vraag kwam niet van Deborsu hoor ik: false memory syndrome.

28 november 2007

Niet alles geloven dat in de gazet staat, Van De Looverbosch!

.
Zoals u wellicht, lezer, heb ook ik erg te doen met onze Vlaamse journalisten. Het moet geen pretje zijn als er werkelijk niéts wil verlopen zoals je het van lang voor de verkiezingen jezelf had verbeeld. Onze voltallige corporatie van journalisten –of losse groep, want er horen ook politicologen en dergelijken bij– had simpelweg geen idee over de inzet van de laatste verkiezingen. Debatten mét inhoud opzetten, over dingen die er echt toe doen, was hun devies en fierheid. Niks geen schijnproblemen.
Nu kronkelen onze experten van de pijn. In hun commentaren hebben ze zich intussen al wat aangepast, met de nodige scheuten en krampen.
En al blijft het lelijk, wie zou er geen begrip voor hebben als deze jongens nu hun eigen kronkelingen willen projecteren op de Vlaamse onderhandelaars? Want die onderhandelaars zijn weliswaar bereid om heel veel, maar blijkbaar niet om álles weg te gooien wat ze aan de kiezer hadden beloofd. Ook niet op herhaald commando van Vandermeersch, Van der Kelen, Desmet of Van De Looverbosch.

Laatstgenoemde was vanavond weer bijzonder meelijwekkend. Zoals wij allemaal weten, Van De Looverbosch besluit zijn dagelijkse praatjes graag met een temerige spitsvondigheid. Daarmee stelt hij te hoge eisen, niet enkel aan ons, maar ook aan zichzelf. Zodanig hoog dat zijn bijna aangeboren zin voor journalistieke kritiek er soms onder lijdt.

Voici une histoire qui doit intéresser tout lecteur de bonne humeur.
De grap draaide om een commentaartje in de Soir, waarin “de laatste stelling van Fermat”, de beroemde Franse advocaat en wiskundige, ter sprake kwam. Marc Van De Looverbosch moet dat gelezen hebben.

Niks marcheert er nog in de vaderlandse politiek, meent Van De Looverbosch, en diegenen die beweren dat zij een oplossing hebben, zijn al even gek als Fermat die ook beweerde dat hij een oplossing had voor de vergelijking X tot de derde, plus Y tot de derde, is gelijk aan Z tot de derde, terwijl niemand anders die oplossing ooit heeft gezien.

Helaas voor onze journalist: Fermat heeft natuurlijk nooit iets dergelijks beweerd, zoals hier al eerder te lezen stond.
Fermat had, als wel meer geniale wiskundigen, de gewoonte om zijn bewijzen niet helemaal uit te schrijven, en enkel de hoofdlijnen aan te geven. Al zijn stellingen werden naderhand wel bewezen, op zijn aanwijzingen. Behalve één. Die bleef een raadsel.
Van De Looverbosch babbelt de Soir na, en meent dat die stelling over derde machten handelt, maar ze ging over n-de machten. Een algemene oplossing voor derdegraadsvergelijkingen was trouwens al geleverd door Cardano. Maar Fermat beweerde daarbij nog eens het omgekeerde van wat Van De Looverbosch had menen te mogen verstaan. Fermat zei dat er in gehele getallen géén oplossing voor de vergelijking bestond, zodra de macht "n" groter is dan twee. Nu vermoedden alle wiskundigen van zijn tijd dat ook al, maar Fermat zei een bewijs te hebben. Alleen was de marge op zijn blad te klein om het uit te schrijven.

En ter inlichting, beste Van De Looverbosch: met oneindig ingewikkelde computer*berekeningen werd de "laatste stelling van Fermat" recent wel degelijk bewezen, na meer dan driehonderd jaar.
Zo lang zal de laatste stelling van België ons niet laten wachten.
____________

P.S. In De Standaard van 3 december
– dezelfde dus waarin Tony Mary (de beroemde manager op rust) aankondigde dat hij (volgend jaar) een
Belgische Beweging zou oprichten, en daarbij in één adem zichzelf belachelijk maakte met zijn zinnetje: "Ik heb al tientallen mensen opgebeld, die me de raad geven dat ik het moet doen." ...zélf mensen bellen, die je dan de raad geven dat je iets moét doen? Allei ket, bel mij dan, en ik zeg je natuurlijk evengoed dat je het moét doen –
in die Standaard dus maakte de journalist Tom Ysebaert een opmerking over de CD&V: "Ze voelen zich sterk omdat de Vlaamse publieke opinie radicaliseert." Tom Lanoye, uitmuntend commentator (hij lijkt wel een politieke GPS te bezitten), antwoordde hierop:
"Dat is wishful thinking en propaganda. De verkiezingsdebatten van juni draaiden niet om de staatshervorming."
Nee, inderdaad TomTom, die debatten gingen daar niet over, maar die gingen dan ook enkel over thema's die de journalisten, spin-doctoren en politicologen tevergeefs op de agenda wilden krijgen...

_____________
* zie de commentaar hieronder.
.

22 november 2007

Een verheven standpunt

.
Vroeger was er in Gent jaarlijks een bloemencorso, ik meen de eerste zondag van september. Een beetje zoals in San Remo, maar dat wisten toen enkel diegenen die een televisiepost in huis hadden. Dat het woord corso zelf Italiaans was, wist niemand. Ik dacht dat het gewoon Gents was en vond die stoet iets enigs en ging altijd kijken. Dat deden tot mijn droefenis ook alle andere Gentenaars, Ledebergenaars, St.Amandsbergenaars, Zwijnaardenaars enzovoort, en zo kwam het dat ik nooit veel te zien kreeg. Altijd stond er wel een grote mens in de weg, en mijn standpunt was te laag.
Maar die praalwagens bleven nog een paar dagen opgesteld staan langs het Zuidpark en op het Zuid zelf, en zo konden wij schooljongens onze schade inhalen – meisjes kwamen daar nog niet aan te pas, want die gingen altijd recht naar school en daarna recht naar huis. Wij konden er dus op ons gemak naar kijken en zelfs opkruipen, al hadden wij het gevoel dat dat laatste wellicht verboden was.
Het dient wel gezegd: bij rustige beschouwing vielen die praalwagens enigszins tegen. De helft kleiner dan gedacht, en de meeste van die duizenden azalea's hadden een rossige schijn en verspreidden een weeë geur.

De Belgische betoging van zondag was natuurlijk heel iets anders dan de corso’s waar wij het hier over hebben, maar de cameramensen die er de televisiebeelden van schoten, moeten toch ook klein van stuk zijn geweest. Zij kregen nooit eens een goed uitzicht op die indrukwekkende stoet. Een mensenzee van wel vijftigduizend volgens de politie van Schaarbeek. Cijfer dat door de journalisten van dienst onmiddellijk werd verspreid, want in hun kringen is de slogan de politie, uw vriend buitengewoon levendig.

Spijtig dan dat bij haar eerste bieding de politie zich manifest had miskakt. Ook voor journalisten heeft de belachelijkheid haar grenzen, en twee keer nadenken volstond voor hen om hun eergevoel terug te vinden. De situatie schreeuwde om een Belgisch compromis, want ook de flikken zijn mannen van hun woord.
Na enig overleg kwam men tot het cijfer van vijfendertigduizend. Tout le monde content. Weinig betogingen of optochten waarbij het aantal deelnemers zo eendrachtig is vastgesteld.

Door mijn jeugdige ervaringen echter met die enorme bloemenwagens, ben ik geneigd om dat cijfer vijfendertig te zien als een compromis tussen die vijftig, en het getal X dat enkele schuchtere journalisten misschien meenden te hebben gezien.
Zo kom ik op (2x35)-50 = twintigduizend deelnemers. Een cijfer dat trouwens eerder was genoemd, ook op de RTBf. Al spraken in hun onschuld sommigen eerst zelfs van achttien- à twintigduizend. En nog bij wijze van geste was mijn indruk.

Duffe luchtjes kun je op televisie niet laten zien, niemand die dat zou wensen trouwens, en ook de blik van de arend is te veel gevraagd besef ik, maar bij volgende gelegenheden moet het mogelijk zijn om toch één camera een ietsje hoger op te stellen, op een volwassen standpunt?

.

16 november 2007

Bij een prijsuitreiking

.
.
.
Wat een journalist moet kunnen
En op school nooit heeft geleerd
Is de waarheid zo verdunnen
Dat zij niemand nog geneert




Hartelijk aan Peter opgedragen
bij zijn heuglijke verkiezing als Marketeer van het Jaar

AD MULTOS ANNOS
.
.
.

14 november 2007

Mooie liedjes duren niet lang

.
Normaal gesproken is Minister van Buitenlandse Zaken zijn van een land gelijk België een pretje. Je moet een beetje van reizen houden natuurlijk, en dat kan soms vermoeiend zijn maar echt lastig is het niet. Tenslotte weten al je collega’s dat jouw mening er toch niet toe doet. Maar zoals met vele dingen: of je iets plezierig vindt of niet hangt voor een groot stuk van de omstandigheden af.
Op de radio hoor ik dat Karel De Gucht de laatste tijd gedurig grapjes van collega’s moet aanhoren over ons koninkrijk, .zoals vandaag weer in Engeland. En zijn collega’s mogen dan misschien vinden dat ze origineel uit de hoek komen, voor Karel zijn het altijd dezelfde grapjes.
Toch is hij nog te benijden als je hem vergelijkt met bijvoorbeeld zijn Duitse collega Frank-Walter Steinmeier, of zelfs met Bernard Kouchner van Frankrijk.

Die twee wilden zich deze week na een moeilijke Frans-Duitse ministerraad even laten gaan, en doken een opnamestudio in om samen met een Duits-Turkse rapper, zekere Muhabbet, een plaatje in te zingen. Het Lied had als thema de Integratie.

Deze Muhabbet is geen onbekende en zo kreeg hij voor kort in Berlijn nog de Prix Europa. De toenadering tussen Turkije en Duitsland gaat hem namelijk zeer ter harte, en dat maakt hem tot een toonbeeld van integratie zegt Steinmeier. Sociologen spreken van een rolmodel. Muhabbet mag bijgevolg al eens met de minister mee op reis, naar Turkije bijvoorbeeld, want dat bevordert de toenadering.

Alles goed en wel, maar nu kwam de journaliste Esther Schapira – cineaste ook, met een geruchtmakende film over de dood van Theo Van Gogh – met een vervelend verhaal. In een uitzending van de ARD verklaarde Schapira dat Muhabbet aan haar had gezegd dat wat hem betrof die Van Gogh nog van geluk mocht spreken dat hij zo snel was doodgegaan, want hij, Muhabbet zou hem in een kelder hebben opgesloten en gemarteld. Ook Ayaan Hirsi Ali wachtte een onaangenaam einde.

Steinmeier dreigt nu in nauwe schoentjes te komen, en instinctief volgt hij dezelfde tactiek als De Gucht destijds, met zijn Potter-interview: stark denial.
Muhabbet heeft dat niet gezegd, probeert Steinmeier, en de ARD mocht wat terughoudender en zorgvuldiger zijn voor ze iets op antenne brengen. Er hat sich immer gegen Gewalt ausgesprochen und für Integration, für deutsch-türkische Zusammenarbeit“, sagte der Außenminister, zo schrijft de Frankfurter Allgemeine.
Muhabbet kan dat dus onmogelijk gezegd hebben (en anders dan bij De Gucht is er geen bandopname).

Maar vervelender nog is dat Schapira een collega-getuige heeft, zekere Kamil Taylan, én dat zij desgewenst haar verklaring ook onder ede wil bevestigen. Steinmeiers intimidatiepogingen bestempelt zij als een onbeschaamdheid, “eine Unverschämtheit”.

Eens kijken wanneer onze met marketeers bevolkte pers deze spannende ontwikkelingen bij de oosterburen zal ontdekken.
.

11 november 2007

Mee zijne vlieger, hij ging omhuuge!

.
En het was vooral het ziene weerd hoe hij is neergedaald vannacht.
Want commandant Jacques Wilmart is weer onder ons, terug van Tchad. Met zijn ziek hart zal hij geen kleine negertjes meer kunnen rondvliegen, alvast een positief punt.
Dat hij werd teruggevlogen met Air-Flahaut, op kosten van de Vlaamse belastingbetaler dus, lijkt mij misschien minder positief.

Voor onze simpele Vlaamse journalisten is die oude Wilmart enkel een brave ex-Sabenapiloot die zich inzet voor de Derde Wereld, maar op Franstalige sites lees je wel iets over banden met huurlingen, en zelfs met de ons onlangs ontvallen “colonel” Bob Denard, de Franse huurling (Gilbert Bourgeaud was zijn echte naam) die in dienst van De Gaulle en Mitterrand smerige zaakjes oploste in Noord-Afrika en vervolgens, in dienst van Boudewijn, Tsjombé en de CIA, onder meer in Katanga.

Mij lijkt Wilmart nog wat jong voor de genoemde klussen, maar het is vanzelfsprekend moeilijk te beoordelen of hij niet inderdaad in soortgelijke latere circuits zijn neus heeft laten zien.
Verdacht vond ik het in elk geval dat hij op slag, bij de eerste noot die wij van die Arche de Zoé hoorden, door de Franstalige en Belgicistische milieus werd bewierookt als hadden wij hier een nieuwe apostel der armen voor ons. Dat leek sterk op een ordewoord. Misschien vond men in die kringen dat het gerecht van een andere staat best niet te diep ging graven?

Ook aan de verklaring van Jacques Wilmart, onmiddellijk na zijn landing in Melsbroek zat een luchtje.
We beseffen niet in wat voor gelukkig landje wij leven, aldus onze hartpatiënt, en het zou dom zijn om daar iets aan te veranderen.

Wilmart zal over dat soort problemen, hoop ik, niet zitten piekeren hebben terwijl hij met zijn kostbare vracht het Afrikaanse luchtruim doorkliefde.
Maar misschien kreeg hij dat mooie BHV-toespraakje, dat op de RTBf de gepaste aandacht kreeg, wel in de hand geduwd door Anne-Marie Lizin, onze ex-Senaatsvoorzitster die begrijpelijkerwijs ook in Vlaanderen graag enige stemmen ronselt, en die in Melsbroek op het appèl was?

Donnant donnant quoi!

.
.

9 november 2007

Het moet niet altijd ernst zijn

.
Carl Devos, onze politieke weerman met zijn zonnige kijk op de vaderlandse hemel, vindt “dat bochtenwerk van Yves Leterme” onbegrijpelijk. Hij had het gheel zekers niet voorzien, dat kunnen alle luisteraars getuigen. Nu, voor de media zal Devos wel een expert blijven denk ik. Wat dat betreft hebben zijn loze praatjes van de voorbije weken weinig bedorven – maar die innemende jonge kerel dacht meteen ook aan ons, gewone burgers: “Ik word daar nog voor betaald, maar voor hen moet dat vreselijk moeilijk zijn om het allemaal te volgen” (Radio1, iets voor zevenen).
Dat, terwijl Leterme juist enige rechtlijnigheid laat zien, wat – grif toegegeven – voor diens partij een novum is. Reyndérs parafraserend zou ik zelfs zeggen: een rechtlijnige CVP, dat op zich is al een staatshervorming.
En nuchter bekeken is er in de voorbije paarse acht jaren inderdaad maar één ding gebeurd: het Belgische establishment heeft zijn invloed op de CVP veronachtzaamd, en verloren.
Dat domme francofone Belgische establishment moet op een ogenblik Verhofstadt echt geloofd hebben ...dat die een Volkspartij ging bijeenkrijgen, en dat de rest voortaan niet meer meetelde. Wat zij niet zagen is dat onder de democratische druk van het Belang, die CD&V van koers wel moést veranderen. Het Belang ondervindt daar, in de peilingen toch, nu al de eerste weerslag van. Zo werkt de democratie Devos, dat leren ze niet op school hé?
Want Devos betreurt de recente ontwikkelingen, die een federale regering inderdaad zo goed als onmogelijk maken. Ja, tenslotte supportert Carl voor die ploeg, al mogen de rennertjes wat hem betreft hun paarse truitjes nu wel uittrekken, en zich in een orangebleu tenuetje steken. Zo onafhankelijk is onze wetenschapper wel.

Politicologen staan enigszins boven de politiek kun je zeggen, en daarom ging ik gisteren bij deBuren, naast de Munt in Brussel, luisteren naar Chantal Mouffe.

Mouffe (Charleroi, 1943) is onder politicologen een grosse légume. Na haar studies in Leuven, Parijs en Essex ging zij wetenschappelijke arbeid verrichten in Harvard, Cornell, University of California, Princeton en het Centre National de la Recherche Scientifique in Parijs. Ze doceert nu aan de University of Westminster.
Was me dat een afknapper, die spreekbeurt! We hoorden een lange Engelse tekst aflezen, goed en foutloos geschreven, dat wel, maar volslagen inhoudloos. Mouffe had het over democratie en multiculturalisme, maar scheen er nog niet uit te zijn wat onder die begrippen verstaan moet worden. Antagonisme, agonisme, er vielen nog meer woorden met Griekse stammen, maar wijzer ben ik niet geworden.
Dat kan nog aan mij liggen, maar het publiek ondervond ook andere problemen: Mouffe, hoe lang zij ook in de Angelsaksische wereld vertoefd mag hebben, had kennelijk een Franse tekst opgesteld, en zij zag hem nu voor het eerst in allemaal Engelse woorden!
Door deze omstandigheid kon ik, op bescheiden schaal, mij als Vlaming dienstbaar maken in dit internationale gezelschap.
Er deed zich een eigenaardig fenomeen voor: naast mij zat een volbloed Engelse, die voor de EU werkte vertelde ze mij, en af en toe begreep zij iets niet.
Nu zijn er een hoop woorden zoals aintérnasjonál, ainstitusjónne, convansjón, neesjónne, multíe-culturalíesme &cet, die helemaal in de twee genoemde talen te begrijpen zijn, en daar lag mijn buurvrouw haar probleem niet – want al was het licht vermoeiend, af en toe was het ook heel grappig om naar Mouffe te luisteren op die manier.
Voor andere termen echter raadde ik mijn buurvrouw aan om vooral aan mogelijke Engelse schrijfwijzen van Mouffes woorden te denken, en dat gereconstrueerde letterbeeld dan (inwendig natuurlijk!) op zijn Frans uit te spreken. Woorden als alien bv, die geen direct equivalent in het Frans hebben, vielen heel goed te begrijpen met deze methode.
Ik kan mij inbeelden dat Chantal Mouffe een cultfiguur moet zijn bij haar Engelse studenten.
Maar inhoudelijk, zoals gezegd, was haar boodschap helaas volslagen zinledig (zou Wittgenstein denkelijk oordelen, één van haar auteurs): theoretisch getoeter en gezwaai met termen, geen inzicht in problemen die zich werkelijk stellen, ontkenning ook, gebrek aan historisch besef, en zelfs gebrek aan kennis van basisteksten (wel citeerde zij af en toe een autoriteit die niemand in de zaal leek te kennen, al zat die vol met ijverig notitie nemende studenten).
In andere culturen is er ook respect voor personen, vat ik samen wat ik begreep, maar dat valt niet noodzakelijk samen met wat wij Human Rights noemen. Soms slaat het meer op de groep dan op het individu. Er moet dan een soort gemeenschappelijke grond gevonden worden om het gesprek tussen culturen mogelijk te maken. Wie, of welke instantie er kan beslissen of die gemeenschappelijke grond er ook is, moest Mouffe in het midden laten.
De vragen uit het publiek waren te moeilijk voor haar om in het Engels te beantwoorden. Als een drenkelinge greep ze soms naar haar papieren en herhaalde letterlijk wat ze net had afgelezen.
Over onze Belgische toestand kon Mouffe, op zo'n publieksvraag, niet veel zeggen, behalve dat het nogal schandalig was dat een minderheid gemaltraiteerd werd door een brutale meerderheid. Een democratie vraagt respect. Zij had "ze Belzjan pepérs" gelezen zei ze (al zat ze natuurlijk in gedachten meer in Londen, maar dat gaf haar juist enige afstand: politicologie is wetenschap niet te vergeten), maar die kranten van haar bleken per slot enkel Le Soir te zijn. Dat flapte zij er in haar naïviteit uit. Voor wie zou Le Soir niet volstaan tenslotte?
Enfin, ik zou haar graag eens horen interviewen, in het Frans natuurlijk, over concrete dingen die volgen uit haar theoretische multíe-culturalíesm. Vooral toegespitst op Belgische toestanden, omdat wij die zo goed kennen.
Alors! qui veut une fois interviewer cette meuf ? après tout: le proef of ze keekke is ín die ietíng!
__________________

P.S. Zoals dat bij deBuren altijd is, kregen wij na afloop een goed glas wijn aangeboden. Mijn buurvrouw vertelde mij dat ze was gekomen omdat Mouffe haar in een mail was aangekondigd als "the foremost philosopher of Belgium". Ik heb haar gezegd dat ik tegen deze kwalificatie niets in te brengen had, gezien die laatste toevoeging.
.

3 november 2007

‘t Ès de modeernen tijd, ‘t en ès gien tegenhèwen an


In menig Gents café heb ik na een geanimeerd gesprek deze nuchtere en berustende conclusie horen vallen. Gewoonlijk tegen sluitingsuur. En goed dat de zaak daarna dichtgaat, want eenmaal het stadium van de platitudes voorbij wil een avond nog wel slecht eindigen.
Maar verlaten wij snel deze ongelukkige scène, lezer. In selecter gezelschap willen wij vertoeven!

Helaas, de gedachte der fataliteit, der historische noodwendigheid komt ook in de beste gezelschappen voor. Zij wordt daar wel beter verwoord:
Ik heb begrip voor mensen die vinden dat hun wereld te snel verandert. Maar veranderingen willen tegenhouden, is gevaarlijk en bij voorbaat hopeloos.
Nooit heb ik défaitisme en immobilisme in gebaldere termen horen uitspreken, al blijven die "veranderingen" wat in het vage. Wat precies is er zo gevaarlijk en hopeloos?
Aan het woord is Tom Lanoye, auteur van zovele meesterwerken die u allemaal kent.
Is overigens het bevorderen van veranderingen misschien al even hopeloos als proberen ze tegen te houden?

Ja, het gesproken woord van deze man, zijn tongval mag dan klinken als rotte eieren, zoals een dichter het oneerbiedig zei over het Keulse dialect, maar hier hebben wij enkel met Lanoyes proper afgedrukte gedachten te maken.

Wat Lanoye vertelt is filosofisch onhoudbaar zult u met mij opmerken. De geschiedenis alleen bewijst inderdaad dat soms zelfs één individu, neem nu Hitler, de doorslag kan geven. Mannen maken plannen! En geschoren schapen in de grote wei van de geschiedenis zijn wij toch niet?

Een normale tooghanger, als het goed met hem gaat, beseft al bij zijn eerste pijnscheut 's ochtends dat hij gisteren heeft staan raaskallen, en anders herinnert zijn vrouw hem dat, want zij is al een tijd wakker.

In dit geval zou je verwachten dat de Standaardjournalist(e) deze vrouwelijke rol had overgenomen – goedmenenden worden daar gewoonlijk in bescherming genomen, en de anderen eventueel een beetje scheef weergegeven – maar niets daarvan.
Integendeel, Tom mag onbeschermd doorgaan:
De islamreeks van Jan Leyers is schitterend, maar in een interview zegt Leyers dat een moslimpartij nooit moderniserend kan zijn. Wil dat dan zeggen dat priester Daens, op een moment dat de katholieke kerk de samenleving in haar greep had, niet bevrijdend kon zijn voor de arbeiders, én voor Vlamingen? Dat mensen als Martin Luther King, Desmond Tutu of Gandhi geen bevrijdingsbeweging konden starten vanuit de godsdienst?
Als die reeks zo schitterend is, Tom Lanoye, kan de maker dan plots onzin verkopen? .Neen: .Leyers zijn ogen zijn opengegaan onderweg, zoals de ogen van iedereen zullen opengaan, want de weg is aangevat, nolens volens.

En je vertelt ook nog dat je Theo van Gogh wel tien keer hebt ontmoet? .Hem ergens gezien bedoel je wellicht. Heeft hij jou bij die tien gelegenheden ook opgemerkt?.Waar in jouw geschriften verwees jij toen naar die tien ontmoetingen, Lanoye?
Ik heb van Gogh nooit ontmoet maar was, heel lang voor de rituele moord, geabonneerd op de nieuwsbrief "De Gezonde Roker" die hij schreef. Jij ook?

Verder: er is toch voor geen denkend mens énige vergelijking tussen Daens, King, Tutu, Gandhi – en de islam. Lees eerst iets over die "godsdienst", voor je je volkomen belachelijk maakt man. Of geef tenminste het eerste voorbeeld dat je voor de geest komt, van de moderniserende invloed van dat stelsel. In welke tijd was dat, Tom Lanoye, of in welk land verwacht jij zulke gunstige ontwikkelingen?
Een intellectueel antwoordt op vragen die precies gesteld worden.

Dat de islam inhoudelijk, en bijgevolg ook historisch, misschien onvergelijkbaar is met het verfoeide christendom is wellicht onvoorstelbaar voor mensen zonder verbeelding. Ik zie jouw woorden gedrukt staan:
Het verschil met de islamofoben is dat ik vanuit mijn kritiek op het Vaticaan niet zal besluiten dat er geen democratische christenen zijn. Of dat een christen nooit kan functioneren binnen de democratie.
Kritiek op het Vaticaan! Vandaag nog? .jazeker, ook een achterhoedegevecht kan de uiterste moed van iemand vergen. Wel goed ondertussen dat er ook strijders in de voorhoede hebben gevochten, lange twee en drie eeuwen terug.

En, beste auteur van het Waasland, nog afgezien van jouw gebrekkige begrip van een term als "fobie": .wáár, buiten de invloedssfeer van het christendom, heb jij een democratie kunnen ontwaren?

De Standaard heeft jou voorwaar geen dienst bewezen met dat interview, maar misschien werd je verkeerd geciteerd ?
.

27 oktober 2007

Bemande ruimtevaart mag futiel zijn, het is wel kunst

.
Over Kunst zullen hier nog niet veel woorden gevallen zijn. Dat komt omdat het tijdperk van de kunst eenmaal voorbij is, en een blog houdt zich bezig met dingen die er nog toe doen. En die kunstperiode heeft heus niet op deze generatie gewacht om het hoekje om te gaan. Zij eindigde ergens in de XIXde E.
Natuurlijk zijn er fantasieloze reactionairen die geloven dat alles kan blijven bestaan. Maar wat zij tegenwoordig kunst noemen, werd in rationelere tijden gemoraliseer genoemd, of weldenkendheid, of zelfs deftigheid, en die hebben het altijd zonder de categorie der schoonheid of der kwetsbaarheid kunnen stellen.
Neem nu dat spinnenweb aan het Gravensteen in Gent. Jan Hoet wist dat aan die muur te laten vastschroeven. Straatschender. Een afzichtelijk ding waarmee die man de welgemutste voorbijganger probeert te dwingen tot een relativerende glimlach. Tot de oude grijns van Hoet zelf, zinnebeeld van de irrelevantie.
Misschien woont u in Antwerpen lezer, of in Brussel, en dan maakt die spin voor u niet veel uit, maar probeer u misschien in te leven in de gewone Gentenaar die daar dagelijks op zijn tram wacht.

Worden er dan helemaal geen kunstwerken meer gemaakt? Unzeitgemäße dingen misschien, die een mens vervullen van schoonheid en huiver? Tremendum et fascinans om zo te zeggen? Jawel, maar die dingen zijn niet langer van steen of brons of verf.
Verlaat de oude vormen en gedachten! en kijk eens naar de beelden op de site van de NASA. Er is weer een shuttlevlucht bezig. En dat is televisie als je wil, maar dan toch zonder die plaasteren koppen die hun eigen baksels komen voorstellen alledag, en dat Nieuws noemen.
Aan het eerste kenmerk van kunst voldoen de beelden van NASA al: pure onwezenlijkheid. Mensen die rondzweven in balletten die op aarde niet mogelijk zijn.
Vandaag moest een ruimteballerino een log toestel bevestigen aan een stel bouten die daar ergens gereed uitstaken, misschien al jaren.
Met de hand schroefde hij enkele moeren aan, maar één wilde niet mee. “It ...takes ...considerable force” meldde hij cool aan Houston. Misschien was de schroefdraad beschadigd, was zijn gedachte. Met moeite een aantal kwartslagen, hooguit twee volledige omwentelingen, en verder ging niet meer.
Elke loodgieter zal dat probleem herkennen. Het is ook altijd op moeilijk bereikbare plaatsen dat iets vastgezet moet worden. Houston ging onderzoeken of het ding misschien niet al voldoende vastzat zoals het was. Onze man zweefde verder in een snel wisselende dag en nacht.
Ander voorbeeld: eergisteren waren ze nog onderweg naar het ruimtelaboratorium, en in hun vliegtuig Discovery hadden de astronauten een probleempje met hun laptops. Aan boord was er, zoals overal tegenwoordig, een draadloos netwerkje en dat werkte perfect. Ze hadden ook een printer en die was ook in orde. Er was al een proefbladzijde afgedrukt in WORD. Maar wat ze nodig hadden was een PDF-document, en dat wilde er niet uitkomen. Houston haalde er de print-manager bij, want zo’n man bestaat daar.
Die dacht lang na, stelde een aantal ingrepen voor die niet werkten, en tenslotte kwam hij op een verlossende gedachte, die ik eerlijk gezegd zelf al had willen doorbellen: shut down and reboot the system.
Het werkte allemaal als een fluitje van een cent.
Hallelujah, toch nog eigentijdse kunst.
.

21 oktober 2007

Zwammen, Apen, Varkens, Zwarten, en hun IQ-cijfer


Er vielen deze week uit de mond van vooraanstaanden enkele uitspraken die gewoonlijk als racistisch worden beschouwd.
Ik viseer natuurlijk niet Laurette Onkelinx – niet dat zij geen vooraanstaande zou zijn, maar die mérules van haar sloegen niet op een ras. Laurette verkocht gewoon wat beschimmelde praat uit de Haatstraat, omdat zij daar toevallig woont.
Ook de uitspraak van zekere Nordin Taouil –een gematigde Antwerpse imam, en sieraad van de Partij van Patrick– reken ik niet mee. Die man verklaarde dat sommige mensen apen en varkens zijn. Wij moeten daar niet veel achter zoeken: deze geestelijke bedoelt niets kwetsends of persoonlijks, maar verwijst enkel letterlijk naar drie plaatsen in Sein Koran [2:65, 5:60, 7:166]. Zijn Allah bestraft met die status namelijk de joden, omdat die zich niet weten te gedragen. Terecht werd er in de media geen gewag gemaakt van een puur literaire verwijzing zonder maatschappelijke implicaties.

Nee, waar wij het moeten over hebben is de uitspraak van de Amerikaanse Nobelprijswinnaar James Watson, medeontdekker van de dubbele helix – al was Francis Crick toen het genie van het tweetal, zoals Watson zelf schreef.
Deze Watson kreeg dan ook de bijnaam Honest Jim, omdat hij altijd zegt wat vooraan op zijn tong ligt. En deze week verklaarde hij dat Afrika als continent er belabberd voorstaat, omdat zwarten eenmaal minder intelligent zijn dan witten.
Wellicht bedoelde Watson dat onze IQ-tests gemiddeld slechter uitvallen op dat continent dan in Europa of Amerika. Zo gezien is dat geen racistische uitspraak, en ik meen eerder gelezen te hebben dat ze klopt. Een feit vermelden kan moeilijk als racistisch bestempeld worden, al moet ik dat nog eens navragen bij Jozef De Witte.

De vraag is echter wél: wat is de betekenis van een IQ-test?
Moeilijke vraag voor iedereen, en voor een journalist als Mark Eeckhaut van De Standaard is het zelfs een mysterie. Die man schreef laatst nog:
Maar hoogbegaafd is Van Themsche niet, zo blijkt uit het psychiatrisch onderzoek. Hij heeft een gemiddeld IQ van 125.
Nu is het gemiddelde van gelijk welke IQ-test per definitie honderd, en een cijfer als 125 ligt bij de tweede standaarddeviatie. Ik neem aan dat Eeckhaut hier al zal afhaken, maar op het grafiekje kan hij toch zien dat ongeveer 95 mensen op 100 lager scoren dan zijn gemiddelde Van Themsche. 125 valt bij de “highly gifted”.

De IQ-test werd ontworpen met een specifiek doel: de Fransman Alfred Binet stelde begin 20ste E. een vragen-lijst op die snel indicatie moest geven over de geschiktheid van leerlingen voor het voortgezet onderwijs, of van rekruten voor het leger. De test bleek handig. Hij had inderdaad voorspellende waarde. Dat kwam evident omdat hij niét waardenvrij was: zijn test was geijkt op een schaal van Westerse weetjes en bekwaamheden. Hij test of je geschikt bent om in een Westers model mee te draaien.

Hoe gevaarlijk het is om daarmee de boer dan op te gaan en andere continenten erbij te betrekken, heeft wijlen de paleontoloog Stephen Jay Gould uitstekend aangetoond in zijn “The Mismeasurement of Man” van 1981. Dat boek is zeer toegankelijk, ook al bevat het soms moeilijke termen als variantie. (kwadraat van de standaarddeviatie, Eeckhaut !).

Honest Jim heeft intussen zijn verontschuldigingen aangeboden, terecht denk ik, maar dat is altijd mosterd na de maaltijd. Blijft dat Afrikanen slecht scoren op onze IQ-tests, maar Chinezen scoren dan weer béter dan wijzelf.

Kleine excursus: de Leuvense professor Cassiman meent dat dit laatste detail altijd verzwegen wordt. Dit bewijst dat ook de slimsten onder ons slachtoffer van politieke correctheid kunnen worden, zoniet van Selbsthass. Ik heb meen ik nog nooit een artikel gezien waarin deze voor ons hachelijke omstandigheid niét werd vermeld. Soms waren de Chinezen Japanners, maar dat maakt niet uit.

Wie echter behalve Watson óók verontschuldigingen zou mogen aanbieden, is zekere Joanna Rowe. Of wat denkt u lezer, van dit oudere artikeltje uit De Standaard der Wetenschap ?

Blauwe ogen zijn een blijk van intelligentie

Mensen met blauwe ogen mogen al niet klagen over de manier waarop ze door Moeder Natuur zijn bedeeld, vooral als ze nog blond haar hebben ook. En nu heeft de Mail on Sunday een nieuw pluspunt ontdekt: blauwe ogen zijn volgens Amerikaans onderzoek ook een blijk van intelligentie.
Joanna Rowe, professor emeritus aan de universiteit van Louisville, in de staat Kentucky, heeft namelijk aan de hand van proeven vastgesteld dat mensen met blauwe ogen in het bijzonder, en lichtere ogen in het algemeen, een groter talent hebben voor 'strategisch denken'. Dat geldt zowel voor mannen als vrouwen, want in alle gevallen bleken de 'blauw-ogigen' beter te zijn in activiteiten die een plan(ning) vereisen, dat ze hun tijdsgebruik beter structureren en dat ze (mede daardoor) betere examenresultaten boeken.
Maar mensen met bruine ogen moeten niet wanhopen. Zij blijken namelijk een veel betere reactietijd te hebben en zijn daardoor beter geschikt voor fysieke activiteiten, met name voor sport.
Toch is dit onderzoek nog lang niet afgerond, want professor Rowe geeft toe dat ze wel meent te weten dat mensen met blauwe ogen intellectueel sterk staan, maar het antwoord op de vraag hoe dat dan wel komt, die moet ze schuldig blijven.

Ik stel voor lezer, dat wij die laatste "die" onbesproken laten.
.

13 oktober 2007

Aan Marc Hooghe, doctor in de sociologie

.
From: Marc Vanfraechem
Date: 13 Oct 2007 15:47
Subject: flauwekul verkopen is geen aparte tak van de sociologie,
To: Marc Hooghe
mailed-by: gmail.com

het is de hoofdmoot van die wetenschap !Ik lees even wat je daar in De Morgen laat optekenen Marc:

Marc Hooghe: "Het is de eerste veroordeling waarbij racisme wordt weerhouden als verzwarende omstandigheid. Zestig jaar geleden zou het nog een verzachtende omstandigheid zijn geweest: 'Het was mààr een neger, edelachtbare.' Maar om nu te zeggen dat dit proces een einde zal maken aan het tolereren van racisme? Nee, daarvoor zou het beter geweest zijn indien hier een 'normale' mens had gestaan, iemand die je kon aanspreken. Voor een dergelijk effect heb je identificatie nodig, een negatief rolmodel, en dat is er niet. Ik denk niet dat Van Aelst gelijk had toen hij zei dat dit geen racistische moord was, maar door het totaal ongrijpbare van de persoonlijkheid van de dader is het racisme een beetje ondergesneeuwd. [...]"
Kun jij Marc, één proces aanhalen "van zestig jaar geleden" waar jouw schandelijke uitspraak zou gevallen zijn, of gevallen zou kúnnen zijn? Of waar zij zelfs toelaatbaar zou zijn geacht? Maar misschien heb je net Tintin au Congo achter je wetenschappelijke kiezen?
Ernstig blijven asjeblief, niet álle Morgenlezers zijn stripliefhebbers of achterlijke schapen.
Verder kun je ook niet alles naar je hand zetten: Van Aelst heeft nooit gezegd dat "dit geen racistische moord was". Hij zei integendeel dat racisme een rol heeft gespeeld, weze het niet de hoofdrol.
Probeer toch even (als ethisch principe misschien?) de waarheid van iemands woorden te respecteren, zeker als ze jou nog goed uitkomen ook! ...want iets verder vertel je weer dat Van Themsche geen "normale" mens is (en dan dis je nog enkele zaken op over rolmodellen &cet. : zaken waar een ernstige, zij het onwetenschappelijke mens mee lacht ;-) ... met andere woorden jij, Marc Hooghe, was tégen een gevangenisstraf en voor internering? Voyons Tintin, un peu de suite dans les idées!
Ach man, je bent vér weg, zowel bij wat je hier vertelt over het proces, als wat jouw opvattingen over de binnenlandse politiek betreft.
Ik hoop dat je je geen illusies maakt over de impact van jouw bijdragen als bijna-vaste columnist van DS en DM.
Veel geluk,
M.

Maar ik was te kwaad om het daar bij te laten, en daarom dit:

From: Marc Vanfraechem
Date: 13 Oct 2007 18:23
Subject: meelijwekkend pseudowetenschappertje
To: Marc Hooghe

Ik vraag mij af of u wel goed beseft wat u daar allemaal hebt uitgekraamd, Marc Hooghe.
Mij, dat kan ik wel zeggen, hebt u doen walgen van uw persoontje.
"Die man staat buiten ons. Van Marc Dutroux kan iedereen perfect begrijpen dat hij een slechte mens was, maar Hans Van Themsche kun je in zekere zin niet eens haten omdat hij bijna geen mens is. Dit gaat naar de kern van de definitie die Aristoteles van 'de mens' geeft. Een mens heeft de gave tot empathie, hij of zij kan emoties delen met een ander. Van Themsche beseft zelf dat hij dat niet kan. Hij kan niet met ons communiceren, en wij kunnen hem ook niet begrijpen."
U schuwt al om te beginnen de belachelijkheid niet met dat zinnetje over Dutroux: "slechte mens"!
Bent u nu al moraaltheoloog ook ? Het gaat snel daar in Leuven. Weet echter dat ook het haten van Dutroux niet goedgekeurd mag worden volgens het christelijke adagium: odi peccatum, amare peccatorem (de vertaling zoekt u maar op).
En wat een armoedige wetenschap gaat er schuil achter de rest van uw infantiele kreetjes. Ook een halfverteerde Aristoteles zal dat gestamel over "buiten ons" of "bijna geen mens" niet goedkeuren vrees ik. Een socioloog gebruikt hier probleemloos "ons". Om je te bescheuren.
Entmenschlichung is een kenmerk van alle totalitaire regimes. Stalinisten hadden hun kapitalisten en joden, Nazi's hun joden en kommunisten, en Mohammedanen hebben hun joden, kaffers en afvalligen.
U bent in goed gezelschap Hooghe, maar niet meer in het mijne.
.

12 oktober 2007

Assisenjury ongeschikt


Hoe het juist in zijn werk is gegaan met de Luikse assisenjury die eergisteren naar huis werd gestuurd door de voorzitter, is moeilijk te achterhalen. Het is ook een kiese zaak, want het betreft een Turkse eremoord, een marginaal multicultureel bijverschijnsel als u wil, waar alle Europese landen mee leren leven hebben. Sommige landen houden zelfs statistieken bij van deze eigenaardigheid.
Bij ons is men discreter. Op de site van RTLtv stond eerst een interview, onder de titel Le procès de Murat Seven arrêté car les jurés ont fait preuve de partialité, maar helaas is het videoverslag verdwenen. Je leest enkel nog: Programme non défini. Ce programme n'existe pas, est expiré ou a été supprimé.

Afgaand op de berichtgeving van De Standaard zijn de feiten waar Murat Seven zich schuldig aan maakte nog het beste als volgt te omschrijven.
De beschuldigde bracht op 21 januari 2005 zijn 25-jarige zus om het leven in Luik, omdat hij haar levensstijl afkeurde. Die deed volgens hem afbreuk aan de Turkse levensstijl. De jonge vrouw had beslist alleen te leven, ze prostitueerde zich en zou drugs gebruikt hebben.

De Standaard beschouwt de overleden vrouw dus zonder veel omhaal als een hoer. Een verzachtende omstandigheid voor Murat zou je bijna denken, want zoals Chahdortt Djavann het al zei: […] l’honneur des hommes musulmans se lave avec le sang des filles!

De Libre Belgique is, zoals vaker, superieur aan de holbewoners van De Standaard, die weinig fatsoen kennen, laat staan journalistieke deontologie (al zit Vandermeersch soms in panels waar hij over dat onderwerp heel dik doet).

De Libre zegt het zo:

[Murat] désapprouvait son [de sa sœur] style de vie. Il le jugeait déshonorant par rapport à sa culture d'origine et, pendant les débats avortés, on l'a entendu dire qu'elle était traitée de "pute" par certains. Vrai ou faux ? On ne le sait pas déjà mais, au-delà de l'assassinat, certains avaient perçu la mise à mort de Melle Seven comme une application du "crime d'honneur" en vigueur dans certains États, loin du modèle européen.

Iets beschaafder en objectiever dan De Standaard, nietwaar? Ook al doet die kwestie van pute of geen pute er niet wezenlijk toe. Maar bijvoorbeeld een simpele vaststelling als: “ver van het Europese model verwijderd”, hoe evident ook, zul je in geen Vlaamse krant gauw lezen. En vooral vernemen wij van de Libre dat de benaming “pute” een verklaring is van de beklaagde: “…men hoorde hem zeggen dat sommigen haar een hoer noemden.” Dus niet het onomstotelijke feit dat De Standaard meent te kunnen rapporteren. En ja, hoe zwaar weegt zo’n kreet uit de mond van een allochtoon? Iedereen herinnert zich het incident vorig jaar waarbij jongeren in Antwerpen een meisje molesteerden en haar uitkreten voor hoer …omdat ze geen hoofddoekje droeg. Nochtans maar een stukje textiel, zou Simple Steve zeggen.
Voor argwanende Europeanen komt dan altijd weer de vraag: dat molesteren of zelfs afmaken van vrouwen, is dat een religieus fenomeen – de hadith spreekt graag over steniging – of heeft het toch meer met de algemene cultuur te maken?
Eigenaardig is dat de Luikse jury ontslagen werd omdat zij daaromtrent precieze vragen stelde. Te precieze vragen. Ik zou die bewoordingen graag kennen. Dat kon niet door de beugel vond de voorzitter, want zulke vragen hadden niets met de feiten te maken.
Nochtans wordt de omgeving waarin een verdachte is opgegroeid vaak relevant geacht om inzicht te krijgen in een bepaalde daad. Cultuur wordt trouwens een weinig zeggend begrip, als zij van geen invloed is op het gedrag van individuen.
Al merk je het vaak, het blijft merkwaardig dat mensen die hun best doen om iets over andere culturen en godsdiensten te vernemen, alweer worden voorgesteld als een stelletje vooringenomenen, en waarom niet, racisten.
____________________________

-- Proces van Murat Seven stilgelegd omdat de juryleden gaven blijk van partijdigheid.

-- [...] de eer van muzelmannen wordt schoongewassen met het bloed van meisjes!

-- [Murat] keurde haar [van zijn zus] levensstijl af. In het licht van zijn cultuur van oorsprong beoordeelde hij die als onterend, en tijdens de afgebroken debatten hoorde men hem zeggen dat zij door sommigen voor “hoer” werd gescholden. Waar of vals? Men is er niet uitgekomen maar, de moord overstijgend hadden sommigen in de terechtstelling van Mej. Seven een toepassing gezien van de “eremoord”, in zwang in sommige staten die ver van het Europese model staan.

.

11 oktober 2007

Uit de oude doos

.
Als Vlamingen twintig jaar geleden in Frankrijk met vakantie gingen, dan kwam het nog wel voor dat zij bij de boulanger van het dorp naar een pain français vroegen, waarop de goede man antwoordde: Mais monsieur, tous nos pains sont français!
Tegenwoordig vragen Vlamingen en Hollanders braaf naar een baguette (parisienne).
Ik moest hieraan denken omdat Peeters&Pichal op Radio1 op zoek gingen naar grappige, verkeerde vertalingen.
Wat vindt u van deze, lezer? (klik om te vergroten)

9 oktober 2007

Een oude fiche is zó handig als het snel moet gaan


De beruchte uitspraak van Maxima over de onvindbare Nederlandse identiteit is amper veertien dagen oud, en De Standaard komt in zijn rubriek Analyse al met een artikeltje. Weliswaar nemen de bijhorende foto’s meer plaats in dan de tekst, maar dat is normaal in een kwaliteitskrant. Zaterdag hád DS trouwens al een niemendalletje dat melding maakte van deze kwestie, maar nu wilden ze er een redacteur op zetten.

Wie gaat dat hier schrijven? zal de kreet op de redactie geweest zijn. En iemand moet geweten hebben dat Corry Hancké een bakje met steekkaarten bezat, waarvan eentje getiteld "Nederland". Haar naam klinkt ook wat Hollands. Zij dus!
Corry gaat aan het werk en het eerste trefwoord op haar fiche is spruitjes. Ze heeft meteen een titel: “Maxima stoot op spruitjeslucht”. En Hancké is gelanceerd:
Ze doen going Dutch, ze zijn blond en groot, en ze hebben een grote mond. Dat kunnen –volgens buitenlandse clichés– alleen maar Nederlanders zijn. Maar ondertussen is in Nederland de sambal ingeburgerd en kennen de Nederlanders ook keet in de toko.

Ik begreep haar tijdsbepaling “ondertussen” niet goed. Op welke periode slaat die fiche van Corry wel? Sambal en toko zijn begrippen uit de Indische tijd, en bij mijn weten is er niemand die twijfelt of die Indische tijd maakt inderdaad deel uit van de Nederlandse identiteit. Multatuli schreef zijn Havelaar tenslotte al anderhalve eeuw geleden.
Toegegeven, in die dagen moeten de termen toko en sambal nog niet helemaal gangbaar zijn geweest, want Douwes Dekker geeft een verklaring als hij ze gebruikt:
Tegenover ons woont een juffrouw, wier neef een toko doet in de Oost, zooals ze daar een winkel noemen.

Het begrip sambal krijgt zelfs een voetnoot.
Tine zou haar zoo goed mogelyk gezelschap gehouden, en veel met haar gesproken hebben over keukenzaken, over sambal-sambal*, over 't inmaken van ketimon zonder Liebig, o goden! [...]
______________
*Sambal-sambal: allerlei toespys, 'n keukenvak waarin Indiën uitmunt. De beschryving van de sambals die daar in gebruik zyn, zou boekdeelen vullen. In welvarende familien vordert dit onderdeel van 't dagelyksch menu de uitsluitende zorg van 'n bediende, en by ryken is één persoon daartoe zelfs niet voldoende. Als grondstof dient al wat eetbaar is, zooveel mogelyk onkenbaar gemaakt, en ook veel dat oningewyden niet eetbaar voorkomt, byv. onrype vruchten en bedorven vischkuit. Het bereiden van al die gerechten volgens de regelen der kunst, vereischt 'n ware studie. Ook is er voor baren (nieuwelingen) soms eenige oefening noodig om ze smakelyk te vinden, maar ingewyden geven aan de indische keuken de voorkeur boven de velerlei soorten van europesche tafels.

Hancké doet denken aan die generaals die altijd de vorige oorlog voorbereiden. Dat is comfortabeler dan zich een voorstelling maken van de oorlog die op komst is. Termen als tajim, couscous of harissa mogen dan al goed bekend zijn, dat zou een deftige journalist niet mogen beletten om de problemen van de multiculturaliteit te beschrijven in termen die er vandaag toe doen, en die komen niet altijd uit de keuken. Met een beroep op "de wetenschap" probeert Corry alles nog netjes te houden:
Prinses Maxima, die zeven jaar geleden Argentinië verliet om in Brussel te werken en later in Nederland met prins Willem-Alexander te trouwen [gallicisme, maar dat is DeStandaardtaal; het tweede lid kan niet onder dat "om" vallen, of het moest zijn dat Maxima haar huwelijk ingecalculeerd had toen ze naar Brussel kwam], vindt dat Nederland te veelzijdig is om in één cliché te vatten. Ze heeft dé Nederlandse identiteit niet leren kennen, maar ze heeft geleerd dat er verschillende mensen wonen die zich op de één of andere manier met Nederland identificeren.
Dat zei de prinses toen ze op 24 september in Den Haag het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WWR) ["WRR" wordt bedoeld; misschien is er verwarring ontstaan met het WWF?] 'Identificatie met Nederland' voorstelde. Het rapport is het resultaat van wetenschappelijk onderzoek.
Pathetisch laatste zinnetje. Het zou pas verwonderlijk zijn als een Raad met zo'n naam een onwetenschappelijke tekst zou produceren.
In haar conclusie zegt de Raad dat er eigenlijk niet één soort Nederlander is, maar dat de Nederlandse identiteit gelaagd, voor verschillende interpretaties vatbaar en continu in verandering is.
Dat is wetenschap mogen wij inderdaad zeggen: volslagen irrelevant en voorspelbaar. Maar alvast mensen die in "gated communities" leven, om even Lubbers aan te halen, zullen het graag lezen. Journalisten mogen wij daar gerust bij rekenen, en dat is onze pennenknechten gegund, maar wat ik graag zou zien is dat er in de beslotenheid van hun gemeenschapje af en toe lessen Nederlands waren. Hancké zou daar misschien leren dat "de Raad" mannelijk is ? Of bestaat er eigenlijk ook al geen Nederlandse Taal meer ?
Wie de tekst van Maxima zelf wil lezen, vindt die hier, en hij is in zijn lieflijke banaliteit nog beter dan de pseudo-Analyse van De Standaard.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html