27 april 2007

Geert van Istendael is een verduldig man

.
Na lectuur van de vele, en ik vind mooie boeken die van Istendael al geschreven heeft, is “verduldig” misschien niet het eerste adjectief dat bij zijn lezer zal opkomen om de auteur te karakteriseren, maar dat oordeel kunnen wij nu bijstellen.
Morgenjournalist Jeroen De Preter had zaterdag een interview met van Istendael, naar aanleiding van diens boek over Duitsland. Ik weet niets af van die wellicht nog jonge reporter, maar Jeroen stelde zijn vragen nogal raar, en ik meen dat van Istendael enkele keren op zijn tanden heeft moeten bijten. Hij deed dat met voorbeeldige gelijk-moedigheid. Gelassenheit had ik bijna geschreven, maar ik wil geen Heideggerianen in het harnas jagen.
Wat vroeg in zijn onschuld die jongeman De Preter zo aan van Istendael? en waarop gaf deze laatste antwoord, met een waar fiat voluntas tua? Twee voorbeelden:
Tot mijn grote verbazing las ik in uw boek dat de fractuur, het typisch Duitse of gotische schrift, hoegenaamd niets te maken heeft met de nazi’s.
en iets verder: Kunt u verklaren waarom zoveel grote componisten – Schubert, Bach, Beethoven, Wagner – uit Duitsland komen?
Tot grote opluchting van zijn uitgever Atlas, zo vermoed ik, sprong Geert van Istendael hier niet uit zijn vel, nee, hij antwoordde gewoon. Hij liet met kalmte na om onze Jeroen er op te wijzen dat de Fraktur al in de vijftiende eeuw voorkwam, en dat Schubert een Oostenrijker is – tot voor de Anschluss nog geen deel van Duitsland.
Misschien heeft van Istendael iets van mededogen, of van een pedagogische eros gevoeld in het bijzijn van zoveel jeugdige argeloosheid?
Lovenswaardig is zijn houding in beide gevallen.

Dertig jaar geleden gaf Karel van het Reve, die schitterende man, al blijk van eenzelfde gelatenheid als die ons van Istendael liet zien. In zijn radiopraatjes voor de Nederlandse Wereldomroep (gebundeld in Luisteraars! en uitgegeven bij van Oorschot in 1995) vertelt hij aan de landgenoten in de Overzeese Gebiedsdelen hoe het gesteld is met de feitenkennis van de jeugd in het thuisland:

Als een universitair docent vroeger op college zei: Byron of Goethe of Marx, dan trok iedereen een gezicht van: ja natuurlijk, hoe was het alweer, Byron hè, George lord Byron, Engelse dichter 1788-1824, auteur van Don Juan, Childe Harold, manke poot had hij, groot vrouwenjager, een tijdje in Venetië gewoond, erg rijk, hield van zwemmen, gestorven in Griekenland, had Grieken geholpen in de oorlog tegen de Turken. Dat wísten de studenten van twintig jaar geleden natuurlijk niet allemaal, maar ze wisten wel, dat ze het behoorden te weten, dat ze geacht werden dat te weten. En als ze het niet wisten dan zochten ze het thuis stiekem op of ze vroegen het aan hun moeder, want ook in het gezelschap van hun medestudenten was het een beetje beschamend om openlijk te moeten bekennen dat je nooit van Byron had gehoord.

             27 december 1979.

14 opmerkingen:

koen fillet zei

Marc, ik wil hier de verdediging van mijn collega JdP op me nemen.
De onwetendheid waar jij je aan ergert kan een journalistieke keuze zijn. JdP heeft het boek van GvI gelezen, hij weet dus dat Hitler een hekel had aan de fractuur, maar beseft ook dat de doorsnee-lezer zich daarover zal verbazen. De interviewer probeert in dit geval de verbazing van de lezer tot de zijne te maken.
Dat hij in de ogen van een kleine groep lezers die dat allemaal al wisten dom zal lijken, neemt hij op de koop toe.
Denk ik hé. Ik doe dat zelf ook. In de overtuiging dat de bedoeling van een interview moet zijn dat de geïnterviewde zijn verhaal moet kunnen vertellen, en niet dat de interviewer een slimmerik moet lijken.

Over Schubert de Duitser wil ik het hier niet hebben, dat is inderdaad niet slim. Hoewel zelfs dat een journalistieke truuk kan zijn om Van Istendael met verve het verhaal van de Anschluss te laten vertellen zonder te moeten vragen "vertel eens met verve het verhaal van de Anschluss". Zo heeft cullinair journalist Johannes Van Dam ooit zijn mes naar mijn hoofd gegooid omdat ik beweerde dat je met puree niks verkeerd kan doen. Ik wist uit zijn boek dat hij daar héél anders over denkt, maar hield me bewust van den domme. Dat leverde heerlijke radio op.

koen fillet zei

Culinair.

Marc Vanfraechem zei

Dag Koen,
ik geloof niet dat één journalist het risico wil lopen om voor onwetend of zelfs dom door te gaan; dat is wel het laatste dat ze van zichzelf vinden. Om verder het effect te bereiken dat jij aangeeft, namelijk dat de lezer zijn eigen verbazing al in de vraag verwerkt ziet, zijn er wel hónderd wegen. Hij koos de slechtste. Op de radio is een dergelijk procédé wel acceptabel en geloofwaardig : daar hoor je intonaties, live-interacties &cet... en dan is de ironie direct duidelijk.
Mijn conclusie blijft dus: die jongen De Preter is niet met een overdreven bagage belast, he is travelling light ;-)

Anoniem zei

Van domme houden is een ding,dom zijn iets gans anders.

Luc van Balberghe zei

Als Filet dit 'een interviewtechniek' vindt, dan moet hij heel dringend de eerste les 'Hoe leer ik interviewen?' opnieuw doornemen. Of een ander vak kiezen. De manier waarop hij collega De Preter tracht uit de vuurlijn te slepen, is aandoenlijk. De blinde die de lamme leidt. Met dergelijke uitleg kan je àlles verklaren, zelfs dat de maan geen achterkant heeft.
Ik heb nog een andere uitleg: misschien, wie weet, het zoù kunnen, eventueel (ofwel ligt het aan mijn slecht karakter) heeft Jeroen zijn vragen zo klunzig opgesteld om in De Morgen niet uit de toon te vallen?

Luc van Balberghe zei

'Fillet' met dubbele L, bedoel ik natuurlijk. Maar na die culinaire correctie en vooral na de halfbakken uitleg kon ik niet anders dan aan een steak tartaar denken ;-)

koen fillet zei

@Luc van Ballberghe. Dat de maan geen achterkant heeft, daar is iets voor te zeggen.

Marc Vanfraechem zei

Zeker is dat de maan lange tijd geen achterkant heeft gehàd, dat weten wij bijvoorbeeld uit het getuigenis van Baron von Munchausen, die terplekke is gaan kijken.
Gezegd moet worden dat de moderne wetenschap, gebruik makend van raketten en sondes en radiosignalen, de baron lijkt tegen te spreken.
Ik meen dat zij een punt heeft: wij moeten erkennen dat onze edelman, om te beginnen, slechts een korte tijd op de aardsatelliet verbleef, en dat zijn gedachten zoals altijd overwegend, zoniet bij voortduring, uitgingen naar paarden, honden en de jacht.

hel decker zei

@Koen Fillet
"Ik wist uit zijn boek dat hij daar héél anders over denkt, maar hield me bewust van den domme. Dat leverde heerlijke radio op."
Dat bewust van den domme houden ligt er in uw programma zo dik boven op, dat iedereen die in dit radioprogramma wil optreden wel een tijdelijke zinsverbijstering moet doormaken. U vindt dit heerlijke radio, ik vind het door de belastingbetaler gesponsord VRT-amateurisme. Heerlijk voor u dat het uw salaris dekt, natuurlijk.
Heerlijk ook dat het binnen schooltijd valt. Zo is er tenminste één egotripprogramma waar onze 'jeugd' niet aan blootgesteld wordt. En weer heerlijk voor u, want als er iets is dat onecht en onoprecht is: dat houdt geen seconde stand in scholierenmiddens.
Maar met dit gegeven kunt u natuurlijk weer nieuwe heerlijke radio maken. Een tip misschien?
(Overigens, voor wanneer is het heerlijk programma Meisjes en Wetenschap?)

Anoniem zei

@Luc Van Balberge. In het heelal zijn de begrippen voor- en achterkant niet bruikbaar, tenzij je de aarde als referentiepunt neemt. Maar sinds Copernicus (+1483) weten wij dat dat onwetenschappelijk is.
We kunnen dus wel degelijk beweren dat de maan geen achterkant heeft.

raf zei

Zolang wij ons moeten behelpen met de aarde als woon- of ruimtebasis in het zwerk, is zij het referentiepunt. Vanaf het ogenblik waarop een kolonie zich op Mars settelt, moet voor- en achterkant van de Maan anders gedefinieerd worden. En dichter bij huis, wat met de begrippen links en rechts? Is er een duidelijk referentiepunt?

Leo Norekens zei

Met dit alles weten we nu nóg niet of Jeroen De Preter al ooit het woord Fraktur gehoord had vóór hij het boek van Van Istendael ter hand nam. Als het vooruitzicht op een eerlijk antwoord niet onbestaande was, konden we nu de weddenschappen openen.

Marc Vanfraechem zei

@leo norekens: dat weten wij geloof ik juist wél. Ik vond het van Jeroen ontwapenend eerlijk (echt waar) om te vertellen dat hij van die hele kwestie niks afwist.
En dat terwijl bij de Slegte de mooiste uitgaven, soms voor geen geld, te koop zijn net vanwege die Fraktur.
De volledige Heine, en de grote Brockhaus-encyclopaedie van 1904, of 1906, kocht ik ooit ...met niet méér dan zakcenten.

hel decker zei

Even een update bij mijn vorige reactie. Het hardnekkige misverstand dat Koen Fillets Radio1-programma 'Jongens en Wetenschap' iets te maken zou hebben gehad met jongeren en wetenschap blijft voortduren, uiteraard in De Standaard (vandaag, 23/8/07). Daar schrijft een Janwillem Ravyst op blz. 10 o.a.: Het gebrek aan basiskennis wil niet zeggen dat jongeren niet in wetenschap en technologie geïnteresseerd zijn. Dat blijkt onder meer uit de populariteit van programma's als Jongens & wetenschap. Weet Ravyst niet dat dit uitgezonden werd tussen 10 en 12 uur 's morgens en dat de kindjes dan in de klas zitten? En ik vraag me af wat een echte wetenschapper van dit infantiele radioformat vond. En of die zo blij was met het weer maar eens alleen jongens in verband brengen met wetenschap.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html