31 juli 2007

Stelling 177: over de staat België valt geen serieus woord meer te zeggen

.
Nu deze stelling op het bord staat, voelt iedereen wellicht aan dat ze correct is. Een beetje zoals in de klas: tot zelfs de stomste leerling op de laatste bank ziet het voor zijn ogen als twee bepaalde hoeken gelijk zijn, of twee lijnstukken even lang. Maar een gevoel is nog geen bewijs, en onze zintuigen kunnen bedriegen.
Hoe eenvoudiger de stelling, des te ingewikkelder vaak het bewijs! En de meester stond niet toe dat wij ons er van af maakten met: "ik heb een echt merkwaardig bewijs gevonden, maar mijn blad is te klein en het kan er niet op" ...terwijl dat de beroemdste zin was nochtans, van de grote wiskundige Pierre de Fermat: .“j'ai découvert une preuve réellement remarquable, que cette marge trop étroite ne me permet pas de détailler”.[*]
Wij mochten zulke dingen niet. Terecht, want het heeft nog ruim drie eeuwen geduurd voor die stelling van Fermat ook echt bewezen was.
Zo lang wachten kan niemand nog, besef ik, maar helaas is een blog te smal voor een sluitend bewijs, en trouwens: het zal een bewijs uit het ongerijmde moeten worden. Wij zullen dus alle mogelijkheden van het tegendeel zorgvuldig moeten uitvlooien, en pas als die allemaal tot tegenstrijdigheden leiden, kunnen wij besluiten tot de geldigheid van onze oorspronkelijke stelling.
.
Dat is een moeizaam proces, maar gelukkig heeft Benno Barnard al een deel van de voorbereidende werken voor zijn rekening genomen. In het prachtige Nederlandse weekblad Opinio, dat verder niets dan goede artikelen heeft, gaat onze man een twistgesprek aan met Derk Jan Eppink. Oordeelt u zelf of u de poging van Barnard goed rekent, want de man probeert iets zinnigs te zeggen over België:

België biedt alle voordelen van een meervolkerenstaat. Wij, inwoners van dit land op de grens van de Germaanse en Romaanse wereld, zijn door zijn ligging, cultuur en geschiedenis ware Europeanen. Ons land is zo groot als zijn talen, waartoe ook het Duits behoort – het strekt zich dus in zekere zin uit van de Waddenzee tot de Pyreneeën, en van de Noordzee tot Polen. Wrijvingen zijn vervelend, maar ze scherpen onze zin voor democratie, wat van de Belgen de beste diplomaten ter wereld maakt. Tegen elkaar aanwrijven is niet altijd onprettig: België heeft ook wel iets van een vrijpartij, met licht sadomasochistische trekken misschien. In elk geval heeft een en ander gemaakt dat de Belgische literatuur en kunst zowel expressionistisch als surrealistisch zijn, en bovenal uitzonderlijk vitaal.

De vereniging B-plus druipt van de ernst, maar ze hebben toch ook een nar in dienst.
__________________________

P.S. .Maar om iets dieper in te gaan op dat laatste, die typisch “Belgische” kwaliteiten van onze kunst: als ik daarover iets wil vernemen dan lees ik, met mijn excuses, nog altijd liever de grote August Vermeylen dan Benno Barnard.

Hier twee uittreksels uit lezingen die die man gaf, niet toevallig in ...1930. Die speeches zijn, behalve bij De Slegte, ook te vinden bij de Bibliotheek der Nederlandse Letteren.

August Vermeylen riskeert aan Benno B-plus wel een schokje te geven vrees ik:

Geachte Toehoorders, - Het is zeker een zonderling feit, dat, terwijl wij de gebeurtenissen van 1830, met het oog op de algemene kultuur, als een ramp mogen beschouwen, de Vlaamse letterkunde toch ongeveer van dat onzalige jaar 1830 dagtekent. Dat verklaar ik aldus: niet aan de Belgische onafhankelijkheid hebben wij onze letterkunde te danken, maar ondanks de Belgische onafhankelijkheid is zij ontstaan. […]

Vermeylen, als altijd bijzonder erudiet en genuanceerd, heeft het niet over "Belgische kunst" of, hieronder, over "littérature belge", maar over "une littérature de Belgique…":

Ce sont celles [ttz. de kwaliteiten die gemeenschappelijk zijn aan meerdere «Belgische» schrijvers, zowel benoorden als bezuiden de taalgrens] que je signalais plus haut comme ‘flamandes’, et spécialement le goût de la couleur (tradition de la peinture!), l'attachement sensuel aux matérialités, qui se combine de surprenante façon au sens du mystère qu'on devine derrière ces matérialités. Si dissemblables qu'ils soient, c'est ce qui unit pourtant Verhaeren, van de Woestijne, Gezelle, Maeterlinck (ces trois derniers nourris d'ailleurs du mysticisme de Ruusbroec). Certains poèmes de van de Woestijne ont exactement la même splendeur de tons et la même concentration torturée que certains poèmes de Verhaeren, comme certains contes de Demolder procèdent de la même vision que certains récits de Timmermans, comme Baekelmans n'est parfois pas loin d'Eekhoud. Les rapports de mentalité sont suffisants pour qu'on puisse parler d'une littérature de Belgique. Mais pour qui voit toutes les nuances de la réalité, le danger serait ici de donner à cette littérature ‘belge’ un caractère national trop strictement délimité.
________________________

[*]
cuius rei demonstrationem mirabilem sane detexi hanc marginis exiguitas non caperet.

.

27 juli 2007

Leuk idee voor Le Standaard: een vaste column elke week!


Ik ken zijn naam nog maar pas, maar Oscar van den Boogaard is iemand die columns schrijft in De Standaard. Beroepsjournalist is hij niet denk ik, maar hij heeft naam en faam als romancier, en kranten gaan graag op jacht naar romanciers, voor columns.
Dat komt enerzijds omdat de meeste hoofdredacteuren nog niet doorhebben dat het genre tot op de draad versleten is, en anderzijds omdat, zoals iedereen weet, in romans om het even wát kan voorvallen. Schrijvers worden bijgevolg geacht over gelijk welk onderwerp een valabele mening te hebben. Om eens een term uit de biologie te gebruiken: romanciers zijn generalisten.
Aan gewone columnschrijvers, bijvoorbeeld pastoors, komieken, spindokters, rockzangers, professors, schoonheidskoninginnen, assistent-professors, acteurs, tot politici toe, wordt die eigenschap niet toegeschreven. Dat zijn altijd in enige mate specialisten.

Ik weet niet wat voor onderwerpen er in de romans van Oscar van den Boogaard al gepasseerd zijn, maar ik hoop dat hij ooit het onderwerp censuur aanraakt. Hij is daar, tot mijn verwondering en vreugde voorstander van. Maar het begrip lijkt voor hem iets anders te betekenen dan voor mij, en dus ben ik nieuwsgierig naar zijn interpretatie.

16 juli jongstleden had hij een column getiteld Klimaatsceptici, ons waarschuwend voor een film die Channel4 in de maand maart al had uitgezonden: The Great Global Warming Swindle. Het zijn oude koeien ik weet het, maar de teneur van die film was naar het schijnt kritisch voor de eerdere film van Al Gore, die zoveel indruk had gemaakt op onze Premier en op Margareta Guidone, de huishoudster van Bruno Tobback. Dienstencheques mogen ergens voor dienen.

Ikzelf weet weinig over het klimaat, omdat ik geen romans schrijf, maar van den Boogaard treedt meteen streng op, want: ."The Swindle circuleerde vrijwel direct daarna vrijelijk op internet."
Ik vermoed dat Oscar vdB het www bedoelt met zijn term internet, en ja, dat verfoeilijke www is moeilijk te controleren, dat zal elke Chinees hem bevestigen. Vrijelijk, begot! Maar laten wij onze man niet onderbreken (en het cursief is van mij):

"Vorige week zond de Nederlandse KRO de film uit als tegenstem in het klimaatdebat. De vraag is of je klimaatsceptici wel een platform moet geven.
Zou iemand het in zijn hoofd halen een documentaire te maken over het overschatte gevaar van aids? Vertellen dat onveilig vrijen niet altijd onveilig is. Misschien zijn er wetenschappers te vinden die dit verhaal voor een camera zouden willen doen. De documentairemaker zou natuurlijk alleen die stukken uit hun betoog gebruiken die zijn stelling zouden onderschrijven. Misschien zouden het geen echte wetenschappers zijn, maar oplichters in een witte jas. Veel kijkers zouden dolgraag de geruststellende woorden van de aidssceptici willen horen. Mensen zoeken nu eenmaal altijd argumenten om hun dierbaarste gewoontes niet op te hoeven geven. Toch zou geen enkel televisiestations zo'n documentaire durven uitzenden. Mocht achteraf de inhoud onwaar blijken te zijn, dan zouden ze medeverantwoordelijk zijn voor het verspreiden van een dodelijke ziekte..."

Als wij deze alinea goed lezen, en ook goedmoedig voorbijgaan aan Oscars talrijke zouden's, en aan de vele wijsheden die ons met de houten lepel gedebiteerd worden, dan is van den Boogaard zijn stelling dat er weer een officiële censuur moet komen. De gewone autocensuur van redacties voldoet niet langer.

Dat is niet zo verwonderlijk als het lijkt. Er zijn nog auteurs die daar om vragen. Ons Kristien Hemmerechts bijvoorbeeld deed dat hier eerder.
Aan mijn lezers hoef ik het niet te herinneren, maar in de geschiedenis waren er talloze auteurs die de lof van de officiële censuur hebben gezongen, en zelfs van hun persoonlijke censoren die zij bij naam kenden. .Heine en Poesjkin[*] deden dat, maar er zijn er zoveel meer.

Hoe flauw en kronkelig, hoe ondoordacht en onbewust, en vooral hoe naïef-moreel heel de gedachtegang van onze wat mij betreft aankomende auteur ook is, achter zijn kerngedachte kan ik staan: leve de officiële censuur!
En als dat niet meer met onze moderne gevoeligheden te verenigen is: geef ons dan tenminste weer een blad als Film en Televisie.
____________

[*] Bij diens vertaler Boland las ik dat de Tsaar persoonlijk het woord "pispot" (dat Poesjkin in een moment van verstrooidheid had gebruikt) nog heeft weten te vervangen door "wekker".
Er was in het Russisch geen probleem wat metrum of rijm betrof, en de dichter zelf vond dat de betekenis van zijn vers behouden bleef. Hij tekende dus geen bezwaar aan, en bedankte integendeel de Tsaar voor de correctie op zijn wansmaak.

.

23 juli 2007

Vandermeersch zijn eigen Belgische "gaffe"

.
De hoofdredacteur van Le Standaard is blij vandaag met het schouderklopje dat de Vorst gaf aan de redacties “die zoveel energie gestopt hebben in dat uitzonderlijke en opwindende project”. Wat ik over deze dankbaarheid denk weet u al.
Verder relativeert hij (in zijn eikenhouten stijl) de “gaffe” van Leterme:
[…] een enige, prachtige, vettige Belgische klucht […] op de trappen van de kathedraal waar prinsen huwen en koningen worden begraven.

Dat van die prinsen is juist Peter, en ik voel de neiging om je hier een schouderklopje te geven, maar koningen worden begraven, of bijgezet in de crypte van Laken.

Dat zal ook met de Laatste het geval zijn vermoed ik, als daar ten-minste nog plaats is. En anders moeten de ouderen maar wat aanschuiven, ook al vindt mijn geliefde Georges Brassens dat niet helemaal gepast:

Mon caveau de famille, hélas ! n'est pas tout neuf,
Vulgairement parlant, il est plein comme un œuf,
Et d'ici que quelqu'un n'en sorte,
Il risque de se faire tard et je ne peux,
Dire à ces braves gens : poussez-vous donc un peu,
Place aux jeunes en quelque sorte.





Voor Belgische journalisten blijven FEITEN gevaarlijke vijanden.
.

.

21 juli 2007

Even Apeldoorn bellen


Het RTBf-televisiejournaal viel vandaag enkele Belgische toppolitici lastig terwijl die mensen gehaast uit hun auto’s stapten, op weg naar een Te Deum links of rechts. De journalist moet een mensenkenner zijn geweest, of toch goede kenner van het Belgische politiek dier, want hij stelde aan Verhofstadt, Demotte, Leterme &cet. een elementaire, bijna illusieloze vraag:

"Waarom valt de Nationale Feestdag op 21 juli?"

Geen van hen wist iets zinnigs te vertellen… al dient gezegd dat Guy naderhand wel met het juiste antwoord kwam – wellicht na een rustig moment van reflectie, of misschien na een telefoontje? Hij lachte nogal schuldig vond ik, als een schooljongen die betrapt is met een spiekbriefje, en zijn eerste antwoord (als er een was?) bij het binnengaan werd ons helaas onthouden. Maar laten wij niet vooruit lopen op de gebeurtenissen.

Nog niet tevreden met zijn misplaatste anti-Belgische gestook, had de RTBf-man aan Yves ook gevraagd of hij dan toch een strofe van de Brabançonne kon zingen? En jawel, dat kon onze man: “Allons enfants de la patrie-ie-e, le jour de gloire est arrivé…

Bij het buitenkomen van de personaliteiten wilde diezelfde schaamteloze persluis nóg een vraag stellen aan de toekomstige Belgische premier, maar deze liep hem haastig voorbij.

Misschien dat het bij u beter ging, lezer, maar mijn eigen Nationale Feestdag had tot half-achten, moment van het RTBf-nieuws, een enigszins mat verloop gekend.
Rond 19u37 of iets later verdween, even onverklaarbaar als plots, mijn Gentse-Feesten-kater zonder enig medicament.
___________________

Noot van 22 juli: nu ik het filmpje op Youtube herbekeken heb, zie ik dat de eerste reactie van Verhofstadt wel degelijk volledig is uitgezonden, maar wellicht schrapte ik die uit mijn geheugen omdat ze totaal nietszeggend was... Schitterend werk alweer van de RTBf ! Misschien nog het vermelden waard is dat Leterme bij de start van de Tourrit in Duinkerken een vraag kreeg van een Franstalige journalist: wat was zijn lievelingsmuziek? Leterme antwoordde: de Brabançonne…

.

20 juli 2007

De lakeien worden beloond

.
Nu het hoofd van de Uitvoerende Macht, in een ware paniek-toespraak, Le Standaard en De Soir heeft gefeliciteerd, hebben vele burgers het koninklijke alarmbelletje horen rinkelen. Maar ik geloof niet dat ze op de genoemde redacties iets gehoord zullen hebben.

Nochtans zou het voor journalisten beneden hun waardigheid moeten zijn om loftuitingen uit die hoek te aanvaarden. Zij moeten die hautain afwijzen. Maar in België is het de hoogste betrachting van vele journalisten om de macht te dienen, en wellicht ooit nog baron te worden.

Wat een verschil met journalisten als . ik noem er enkelen die ik waardeer .Heine, Börne, Poesjkin, Herzen, of zelfs Gezelle in bepaalde opzichten, die nooit goede maatjes werden met de machthebbers van hun tijd, en integendeel verbanningen of vernederingen met waardigheid in ontvangst namen.

Een journalist die geprezen wordt door de Macht is geen journalist, Vandermeersch, maar een zolenlikker.

Daar is een Belgische koning
Veel Belgische vertoning
Een Belgische vlag, een Belgisch lied
Maar Belgen, neen Belgen zijn er niet

René De Clercq

.

9 juli 2007

Cultural History

.
In de Standaard der Letteren verschijnen vaak recensies waar ik de redactie dankbaar voor ben. Al bij het zien van hun koppen weet ik dat bepaalde boeken niet voor mij bestemd zijn.
Vorige week besprak Marijke Arijs onder de kop “Parijs is een oude hoer” een soort stadsgids, geschreven door een assistent-professor in cultural history, zekere Andrew Hussey, afkomstig van Liverpool. Dat laatste zal nu velen doen denken aan voetbal en hooligans, en ook het begeleidend portret van Hussey helpt niet, maar de man leeft meestentijds in Parijs en geeft er les aan een afdeling van de University of London. Ze hebben daar Engelse lessen voor Fransen, en lessen Frans voor Engelsen.
Zopas verscheen bij de Arbeiderspers de vertaling van zijn boek: .Paris. The Secret History –– Parijs. De verborgen geschiedenis.
Hussey’s belangstelling gaat opvallend vaak uit naar prostitutie en pornografie, zegt Marijke Arijs, en ik zou dat geen bezwaar vinden, ware het niet dat Hussey meent dat hij ook over serieuze onderwerpen zijn licht mag laten schijnen. Bijvoorbeeld over de Franse (hij zegt Parijse) rellen van november 2005 – die zoals wij weten tot een eind in 2006 aanhielden.
Tegenwoordig wordt de burgeroorlog uitgevochten tussen de politie en de jongeren uit de banlieue, vertelt ons Hussey, en hij weet ook hoe dat komt: [...] eigenlijk maken die rellen deel uit van de aloude Parijse traditie van rebellie en contestatie.
Dit is een interessante visie. Die rellen duidden dus op een vorm van integratie, ik zou willen zeggen, zelfs op een bijna verwerpelijk traditionalisme bij de relschoppers!
Parijs heeft nooit bekendgestaan om zijn tolerantie, maar de verhouding met de islam is nog nooit zo gespannen geweest, pikt Arijs in, en de assistent-professor antwoordt:
Historisch gezien valt die slechte reputatie te verklaren vanuit de achttiende eeuw. Toen kwamen massa's mensen uit het Midden-Oosten naar Parijs, de hoofdstad van de vrijheid, maar paradoxaal genoeg kwamen ze in de hoofdstad van het absolutisme terecht [tiens? ...kleine mensenmassa's wellicht]. Tegenwoordig komen mensen uit de Maghreb en van elders naar Parijs in de naam van waarden als vrijheid, gelijkheid en broederschap, maar ze worden geconfronteerd met racisme en werkloosheid. Die mensen zijn natuurlijk verbitterd.
Alweer een verrassend inzicht, want ik wist helemaal niet dat vrijheid, gelijkheid en broederschap de grote motor waren achter de massale immigratie. Velen onzer medeburgers denken wellicht nog dat de modale mohammedaan verondersteld wordt het Westen te verachten, vanwege de valse waarden die hier gemeengoed zijn.
Nog verrassender is echter dat onze gasten zich collectief vergissen, want zoals Hussey wél weet en zij niet: juist in het Westen zijn die waarden niet voorradig. Wij doen daar niet aan. "Wij-en-volge-me dienen artikel nie", zeiden vroeger Gentse winkeldochters als je hen vroeg naar iets dat ze niet in huis hadden.
In de oude tijden hadden immigranten veel platvloerser redenen om een streek in te palmen.
In The Fall of Rome, and the End of Civilization, van Bryan Ward-Perkins (Oxford University Press 2005) lezen wij bijvoorbeeld:
Fortunately for the Romans, invading Germanic peoples did not despize them, and had entered the empire in the hope of enjoying the fruits of Roman material comfort – but, equally, the invaders were not angels who have simply been badly maligned (or 'problematized', to use modern jargon) by prejudiced Roman observers. (alles wordt onderaan vertaald)
Bryan Ward-Perkins, een Oxford-archeoloog die in Rome geboren werd en er ook woont (zijn vader was al archeoloog), heeft een merkwaardig boek geschreven dat nogal tegen de gangbare opvattingen indruist, omdat het weinig politiek-correcte ideologie bevat maar des te meer feiten (de man is een autoriteit wat potscherven betreft).
Het heeft eeuwen geduurd zegt hij, voor de beschaafde wereld deze catastrofe te boven kwam: [...] the long-term effects of the dissolution of the empire were dramatic [...]. Weinigen van zijn collega's durven dat op die manier nog neer te schrijven, en zij gebruiken liever neutrale termen zoals "overgangsfaze", "transformatie", "evolutie" en dergelijke. Die correcte collega's moeten zichzelf dan soms enig geweld aandoen. Zo bijvoorbeeld de Yale-professor Walter Goffart: ‘what we call the Fall of the Western Roman empire was an imaginative experiment that got a little out of hand’. {W. Goffart, Barbarians and Romans AD 418-584: The Techniques of Accommodation (Princeton, 1980). Ik lees dat bij Ward-Perkins, maar Goffart verdient deze accolade.}
Ward-Perkins maakt zich graag vrolijk over dit soort inspanningen van zijn collegæ, en in zijn onderkoelde Engels schrijft hij voornamelijk over waterleidingen en riolen, over dakpannen en bruggen en wegen, grafitti en munten en vazen. Dat levert zinnetjes op als: [het leven van de heilige Severinus] makes it clear that the process of invasion was highly unpleasant for the people who had to live through it, although it is difficult to specify quite how unpleasant – partly because intervening periods of peace are not recorded, and partly because it is always impossible to quantify horror, however vividly described.
Hij besluit zijn boek met: I also think there is a real danger for the present day in a vision of the end [of Rome] that explicitly sets out to eliminate all crisis and decline. The end of the Roman West witnessed horrors and dislocation of a kind I sincerely hope never to have to live through; and it destroyed a complex civilization, throwing the inhabitants of the West back to a standard of living typical of prehistoric times. Romans before the fall were as certain as we are today that their world would continue for ever substantially unchanged. They were wrong. We would be wise not to repeat their complacency.

The Fall of Rome is een prachtboek, gericht tot de geïnformeerde leek, en Oxford University Press bewijst hier ten overvloede wat een schitterende uitgever al niet vermag.
Helaas heeft OUP laatst het eigen blazoen ernstig bezoedeld met de uitgave van
"In the Footsteps of the Prophet", van de bekende oplichter Tariq Ramadan. Deze "biografie" van de Profeet – en geprezen zij zijn naam, maar wetenschappelijk gesproken weten wij eigenlijk niets over hem, zelfs niet of de goedheilig man ooit wel bestaan heeft – ontlokte in de Neue Zürcher Zeitung van 12 juni volgende bedenking aan de bekende Arabist Tilman Nagel: "...de tot voor kort als wetenschappelijk bekend staande Oxford University Press."
___________________

Gelukkig voor de Romeinen koesterden de invallende Germaanse volkeren geen verachting voor hen, en waren zij enkel binnengevallen in de hoop de vruchten te plukken van het Romeinse materiële comfort – maar, net zo goed waren die invallers geen engeltjes, die eenvoudigweg zwartgemaakt werden (of ‘geproblematiseerd’ om het modern jargon te gebruiken) door bevooroordeelde Romeinse waarnemers.

[…] op lange termijn waren de effecten van de verdamping (oplossing, verdwijning) van het keizerrijk dramatisch.

{‘wat wij de Val van het West-Romeinse Keizerrijk noemen, was een geïnspireerd experiment dat lichtjes uit de hand liep.’}

[het leven van de heilige Severinus] laat duidelijk zien dat het verloop van de invasie hoogst onplezierig was voor de mensen die het moesten meemaken, al blijft het moeilijk om precies te zeggen hoe onplezierig wel – deels omdat tussenliggende periodes van vrede niet geboekstaafd werden, en deels omdat het altijd moeilijk is om gruwelijkheden te quantificeren, hoe levendig de beschrijving ook mag zijn.

Ook denk ik dat een visie omtrent het einde [van Rome], die er uitdrukkelijk werk van maakt om elk begrip van crisis en verval uit de weg te gaan, een reëel gevaar vormt voor de dag van vandaag. De eindtijd van het Romeinse Westen was getuige van afschuwelijkheden en ontwrichtingen die ik in alle eerlijkheid hoop zelf nooit te hoeven meemaken; en hij vernietigde een complexe samenleving, en sloeg de Westerse inwoners terug naar een levensstandaard die overeenkomt met de prehistorie. De Romeinen van vóór de Val waren net zo overtuigd als wij vandaag, dat hun wereld voor altijd en zonder noemenswaardige veranderingen verder zou gaan. Zij vergistten zich. Wij zouden er verstandig aan doen, hun meegaandheid niet te herhalen.

3 juli 2007

The doldrums

.
Wat de politieke toestand in België betreft word ik met de dag optimistischer. Vorige weken in het Nieuws hoorden wij nog van uur tot uur de luchthartige woordjes die Reynders kwam placeren, maar aangezien hij nooit iets te vertellen had, schiet daar weinig van over dat een mens zich kan herinneren.

Er lijkt simpelweg geen federale dynamiek meer te bestaan. De wind is uit de zeilen. Het schip van staat bevindt zich in de zogenaamde stiltegordel. In the doldrums zeggen de Engelsen, en bij Melville en anderen kun je nalezen hoe een lange poos van volmaakte windstilte scheepsbemanningen onrustig kan maken – maar aangezien onze tijdelijke schipper Didier goedgemutst blijft, om niet te zeggen dolgelukkig, hoeven wij ons niet nodeloos zorgen te maken of onze slaap te laten. Het schip zelf komt niet meteen in het ongerede, en aan die algemene stilte kan bijgevolg geen been gebroken zijn.
Ik zou zelfs zeggen dat de windstilte onze schipper zeer te stade komt, want zo krijgt de bemanning de tijd om te vergeten wat voor een ongelukkige koers hijzelf de laatste jaren heeft gevaren. Stilliggen is voor hem nog het minste kwaad, aangezien hij de excuses van de jeugd of de argeloosheid niet kon inroepen toen, noch vanzelfsprekend die der schoonheid.
Ook onze respectvolle journalisten gedragen zich gepast. Hun kalmte en waardigheid, hier en daar gepaard gaand met een vorm van blijmoedigheid zelfs, dwingt algemeen bewondering af. Pogingen om de stilte te doorbreken zullen er van hun kant alvast niet komen. Zo heeft vandaag Le Standaard zijn eerste 9 paginaatjes bijna heroïsch volgekregen met foto's en human interest stories, en pas op de pp.10-11 laten zij zich met min of meer politieke praatjes in.

Geen nieuws, goed nieuws dus wat ons eigen landje betreft, maar: .denk ik Europa in de nacht, dan is er niets dat mijn slaap verzacht.
Bernard Bulcke schreef zaterdag een artikel onder de spannende titel “Socrates moet ook Sarkozy bedwingen” (DS p.17). Betreft dit een bokswedstrijd tussen twee kampioenen? Nee, het artikel gaat over het EU-voorzitterschap van Portugal en over de grenzen van de Unie.
Zoals alle democraten weten, hebben de Franse kiezers aan citoyen Nicolas Sarkozy een overweldigend mandaat gegeven om deze kwestie aan de orde te stellen, en met een eenvoudigere term heet de hele kwestie trouwens gewoon Turkije.
Bulcke heeft als ancien régime-mens – de man is bijna baron – vanzelfsprekend het volste recht om de wil van een natie te reduceren tot één man, en net te doen alsof die op eigen houtje regeert, maar dat is een vergissing.
Tel est mon plaisir is niet wat Sarkozy zegde, Bulcke: ..Sarkozy vertegenwoordigt een land dat massaal is gaan stemmen, en hij is nu voor een tijd hún stem.
Aan sommige journalisten moet je alles uitleggen, bijvoorbeeld dat Parlementsverkiezingen geen Kanseliersverkiezingen zijn, of ook dat de Europese bevolking als geheel niet anders zou oordelen dan de Franse …als zij de gelegenheid ooit nog zou krijgen.
Noch Socrates, noch Sarkozy als personen met hun eigenaardigheden horen thuis in de analyse van een journalist die zich in zijn onschuld democraat zal noemen.
Overigens is het een uitgemaakte zaak dat de EU helemaal niet van plan is om enige vorm van democratie nog te dulden: je kunt dat zien aan de stijl van Socrates bijvoorbeeld, maar niet enkel van hem want die stijl is algemeen aanvaard. Bulcke schrijft:
Premier José Socrates wilde het zeer informeel houden. Jeans, hemdsmouwen, geen lang exposé en een wandeling in de tuin zodra de vragen wat moeilijker werden. […] Tegen de informele top van de staatshoofden en regeringsleiders in Lissabon op 18 oktober […].
Voor mij mag een samenkomst van democratisch verkozen leiders best wat formeler zijn, met zelfs bindende kledijvoorschriften, met notulen ook, én klare afspraken waar een mandaat voor bestaat. Liever niet dat sfeertje van stoere jongens in hemdsmouwen .…maar áls je wil, is Bulcke hier nog enigszins kritisch. Als je wil, want verder lezen wij:
Maar voor de verdragskwestie aan bod komt, zal Portugal sneller dan gewild met een ander probleem zitten: Nicolas Sarkozy. ...[…] ...In de tuin van Socrates’ residentie werd er al geklaagd dat Sarkozy de Unie niet de hele tijd kan meeslepen in zijn ‘permanente staat van opwinding’.
Personalizeren waar het kan, maar op tijd ook de passieve vorm gebruiken zonder namen te noemen.

Spreek over politiek Bulcke! of over inhoud zoals journalisten dat tegenwoordig fier zeggen, en doe niet zo denigrerend over een ernstige verkozene des volks, en laat uw stripverhaalfiguren uit de riddertijd thuis liggen.
En lees op uw gemak thuis ook nog iets anders: lees over democratie en haar beginselen misschien. Er zijn over dat onderwerp al geschriften ter beschikking van tweehonderd vijftig jaar oud, en zelfs van twee-en-een-half duizend jaar oud.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html