29 augustus 2007

Kijk eens in welke stijl!

.
Tom Lanoye vanavond na elven gehoord op de Nederlandse Radio 1.
Ze hebben daar een schitterend live-programma ‘s avonds, en je kunt er vaak – zoals ook op de RTBf – iets vernemen over de Belgische politiek.
Lanoye vertelde zowel zinnige als minder zinnige dingen. Zo voorspelde hij dat de Nederlanders onafwendbaar een cordon sanitaire zullen maken rond Wilders. Dat zou best kunnen natuurlijk, voor zover dat cordon al niet bestaat, had ik in zijn plaats erbij gezegd. Hij leek dit overigens een normale gedachte te vinden, die verder geen democratische kanttekening behoeft.

Nu moet ik vooraf zeggen dat ik tijdens de uitzending enkel trefwoorden heb kunnen opschrijven, en ik kan dus geen letterlijkheid garanderen, wel correctheid meen ik.
Zinniger dan over Wilders was hij toen hij aan de interviewster vertelde dat België gedoemd is te verdwijnen. Van die verdwijning was hij trouwens al lang overtuigd. Iemand als Lanoye wordt door de gebeurtenissen niet plots overvallen.
Ik vrees dat de romantische sentimenten om eindelijk die Vlaamse Republiek te hebben het zullen winnen, voegde hij nog toe. We zijn dan met zes miljoen, laat ons zeggen een wijk van Mexico-city, om van Osaka nog maar te zwijgen.
Nu wist ik niet dat Osaka zo groot was (al te weinig bereisd ben ik daarvoor), maar ik onthoud het in dankbaarheid.
Die onafwendbare verdwijning van België wenst Lanoye niettemin te bestrijden. En het zal u niet verwonderen lezer, maar een verloren zaak verdedigen vind ik sympathiek.
Trouwens: enkel hieraan al kunnen wij zien dat Lanoye absoluut geen Hegeliaan of godbetert Marxist kan zijn, zoals hem wel eens in de schoenen wordt geschoven door kwaadwilligen en slecht ingelichten. Verzet tegen historische onafwendbaarheden grenst voor deze filosofen aan de pure gekte.
Maar we zullen Brussel verliezen! zei Lanoye verder, en dan gaan al die mooie instellingen van de EU naar Straatsburg wellicht. En nog een calamiteit: ook de NAVO (bedoeld werd de SHAPE denk ik) zal ons verlaten.
Mijn excuses Tom Lanoye, maar als ik mag kiezen ...dan hoor ik de zegeningen van deze instellingen – urbanistische zegeningen vaak – liever door een grootstedeling als Van Istendael bespreken. En of wij Brussel zouden "verliezen" is nog maar de vraag.

Maar hoe moet het verder met ons België?
Lanoye, niet bijster origineel maar als goed Belgisch trekpaard, kwam op de proppen met de idee van een federale kieskring.
Verhofstadt zou met vlag en wimpel herverkozen zijn, als dit land tenminste een goed kiessysteem had. Want weinigen willen dat België verdwijnt, en noch het Vlaams Belang, noch NV-A durven een referendum daarover aan, verklapt hij aan de Nederlandse luisteraar.

Kunnen wij noteren dat Lanoye voorstander is van het referendum? Ik weet anders enkele onderwerpen waarbij Tom Lanoye dat instrument misschien zou afwijzen.
Wat ik hem vooral zou willen zeggen is: de klassieke literatuur over democratie koestert groot wantrouwen tegenover mensen die aan het kiessysteem willen morrelen zodra de uitslagen van het oude systeem minder bevallen. Men beschouwt zulke ingrepen vaak als een teken van zwakte, soms zelfs als ronduit verdacht.

Lanoye had tot slot ook een mening over het eventuele samengaan van Nederland en Vlaanderen, maar ik vrees dat hij hier in zijn oude rol van cabaretier is vervallen: Oostenrijk en Duitsland zijn ook al eens bijeengevoegd, maar kijk in welke stijl.

_________________________

P.S. van 29 augustus: men maakt mij de terechte opmerking dat NATO Headquarters in Evere (Leuven) ligt en de SHAPE in Casteau (Bergen). Ik had de Shape niet mogen vernoemen misschien, al deed Lanoye dat wel, zoals ik nu hoor op het MP3-bestandje dat Luc Van Braekel op zijn site zette.
Verder hééft het Belang al voorgesteld om een referendum te houden, maar misschien was Lanoye daar niet van op de hoogte? Prematuur voorstel trouwens vind ik: laat de toestand nog maar wat verder uitzieken. Het gaat net zo goed, op een paar maanden komt het niet aan, en zoals elke schaakspeler weet: de dreiging is vaak sterker dan de uitvoering.
.
.

27 augustus 2007

Bis repetita non placet...

.
De NOS-Radio gaf vanavond het bericht dat de Iraanse overheden de Zweedse zaakgelastigde hebben ontboden, omdat er na Denemarken nu alweer in Zweden een beledigende cartoon is gepubliceerd.
De profeet (V.z.m.H.) wordt deze keer niet afgebeeld als terrorist of messentrekker, of in het gezelschap van een geit of kameel, maar als hond die in het moderne verkeer verloren is gelopen.
Uit voorzorg, om de mohammedanen niet weer kwaad te maken dus, hebben enkele Zweedse galerieën alvast besloten om het werk van deze tekenaar niet meer ten toon te stellen.
Afwachten of deze kwestie nog enkele martelaren oplevert, maar onder ons gezegd vind ik BHV een stuk vermakelijker.
.

25 augustus 2007

Dubieus analogiedenken

.
Het is heel goed dat onze Vlaamse kwaliteitskranten geregeld van die rubriekjes hebben waarin moeilijke zaken uit de actualiteit van de week nog eens apart op een rijtje gezet worden. De Standaard doet dat, en De Morgen ook.
Voor de krantenlezer, die vaak niet veel aan zijn hoofd heeft, is zo’n recapitulerend rubriekje misschien niet direct nodig maar voor de auteur zelf en zijn collega-redacteurs is het ongetwijfeld een onschat-baar instrument. Die mensen zitten elke dag tot over hun oren in een wirwar van politieke communiqués, verklaringen, tegenverklaringen, ontkenningen, persconferenties en wat nog.
Ik kan mij heel goed voorstellen dat als ‘s ochtends zo'n redacteur wakker schiet zijn eerste gedachte is: hoe zat dat gisteren weer met BHV ?
In die gemoedsgesteltenis schrijft dan bijvoorbeeld Fabian Lefevere zijn artikeltje in De Morgen vandaag, op p.2:

Waarover oranje-blauw
het maar niet eens kan worden.


[...] Brussel-Halle-Vilvoorde.
Niet pakweg de regionalisering van de kinderbijslag, maar dít is uiteraard het meest geladen dossier. Voor de Vlamingen draait alles om een tegengif tegen de verfransing van de Brusselse rand: als Halle-Vilvoorde opgaat in het grotere kiesarrondissement van Vlaams-Brabant kunnen de Franstaligen er enkel nog voor Vlaamse partijen stemmen. Vooral de MR vreest daardoor stemmen te verliezen: bij de Franstalige bourgeoisie in de rand halen Reynders' liberalen en het FDF twee Kamerzetels. Voor MR is de enige oplossing een inschrijvingsrecht, dat de Franstaligen uit de rand het recht geeft om in Brussel te gaan stemmen.

Hier volg ik Fabian niet goed. Kunnen Franstaligen, après le splitsíng, dan helemaal niet meer stemmen op Franstaligen? ook niet als zij een eigen lijst indienen?
Een Vlaamse FDF-lijst daar is toch niks tegen? Mais non, doe ès niks teige. Dad ès dikkement in order! Allei seg, wemme toch zjenerale constitutionnelle preinciepe of zuu iet hein!

Hoe kwam onze Morgenman dan op zijn gedachte?
De hoger genoemde stressfactoren zullen een rol hebben gespeeld, of ook gewone vermoeidheid. Simplificaties worden in die omstandigheden aantrekkelijk, en zeker ook simpel analogiedenken.
Maar dan nog zie ik niet direct welke analogie zich aan Fabians geest moet hebben opgedrongen.
Zó erg zal het met hem toch niet gesteld zijn, dat hij in de war is geraakt door de toestanden in Nederland, waar inderdaad de dieren niet kunnen stemmen op de Partij voor de Dieren ?
.
.

23 augustus 2007

Een mooiere hommage kan ik mij niet voorstellen


.

Niets aan toe te voegen...
of toch: dit is straffer dan het Zwart Vierkant
van Казимир Северинович Малевич
.
.
.
.

20 augustus 2007

Hij laat zich niet onder de mat vegen

.
Ehsan Jami, gemeenteraadslid in Leidschendam-Voorburg, wordt hieronder geïnterviewd door een partijgenoot, het Haarlemse PvdA-gemeenteraadslid Moussa Aynan. Ehsan Jami, ex-moslim, werd met de dood bedreigd en fysiek aangepakt. Hij krijgt nu zware politiebescherming.
Recent werd zijn naam besmeurd door de pre-seniele socioloog prof.dr. J.A.A. van Doorn, eerst in de NRC, en daarna in de kolommetjes van De Standaard. Gelukkig heeft op die laatste plek Etienne Vermeersch de man van antwoord gediend.
Want op steun van bijvoorbeeld Wouter Bos (afgestudeerd politicoloog van de Vrije Universiteit Amsterdam, en Royal Dutch/Shell-manager vóór hij kaviaarsocialist werd) zal Ehsan Jami niet hoeven rekenen, zoals helemaal onderaan te zien is.


18 augustus 2007

Een bloedernstige mededeling van De Standaard

.
Tijd voor ironie! zegt De Standaard vandaag bloedernstig op haar p.2, in een artikeltje dat ondertekend is met fvg.
Professor doctor Kris Deschouwer van de VUB had namelijk een briefje op hun p.15. en dat moeten ze op de redactie zó kostelijk gevonden hebben dat zij hun lezers er apart nog eens op wilden wijzen. In geen geval overslaan domoren! was de boodschap.
Misschien kan iemand mij bij gelegenheid eens zeggen welke naam achter fvg schuilt, al hoeft dat niet echt, en zelf opzoeken is mij te veel gevraagd.
Uit de politicologische mededelingen van Deschouwer citeer ik de aanhef van één zinnetje: “En als BHV toch gesplitst moet worden omdat de Vlaamse partijen daar al zo lang om vragen, […]”
Kijk professor, BHV moet gesplitst worden omdat, in een federale logica, de Belgische Wet dat vereist.
Wat is uw stiel eigenlijk mijnheer? zou ik bijna vragen, want tenslotte wordt uw vakgroep met publiek geld in stand gehouden.

Beste Kris Deschouwer, ik begrijp dat u niet zult antwoorden, maar twee oudere collega’s van u zeggen vervelende dingen over de politicologie, lees ik, en misschien kan u hén van antwoord dienen? Zodra zij met emeritaat waren zegden zij dat, dus u heeft nog ruim de tijd om iets op papier te zetten. Wat die twee oude ratten zeggen kan ik zo samenvatten: politicologie is geen wetenschap maar enkel ideologie, of preciezer gezegd stemmingmakerij en agenda-setting.

Vóór enkele dagen legde in de NY Times de befaamde Harvardprof Michael Ignatieff volgende bekentenis af:

Having taught political science myself, I have to say the discipline promises more than it can deliver. In practical politics, there is no science of decision-making. The vital judgments a politician makes every day are about people: whom to trust, whom to believe and whom to avoid. The question of loyalty arises daily: Who will betray and who will stay true? Having good judgment in these matters, having a sound sense of reality, requires trusting some very unscientific intuitions about people.

En Ignatieff staat niet alleen, zoals ik op dit blog al herhaaldelijk schreef, maar in navolging van De Standaard beveel ik mijn eigen artikelen ook eens aan. Ook Charles Coulston Gillispie, u allicht niet onbekend want professor emeritus van Princeton University, zegt:

It would really be better, though university departments of "political science" are long established, to admit that the concept is absurd. It is noticeable that in the middle of the last century, when "political science" was much in the air, its spokesmen, such as the American scholars Charles Merriam and David Easton, did not claim that it existed but only that it ought to exist, that the day for it had come, that the world was in desperate need of it.

The NYreview of Books, Volume 52, Number 9 • May 26, 2005.

En om te besluiten, Karel van het Reve, die grote man, zei over politicologie, sociologie, maatschappijkunde en dergelijke: die vakken hebben niet veel om de hakken.

Laat ons misschien niet wachten tot uw emeritaat professor? dat duurt nog zo lang.
___________________________

Noot van 20 augustus: In Elsevier pakt Leon De Winter een andere maatschappij-deskundige twee keer goed aan, zekere Van Doorn, wiens misdadige opvattingen ook in De Standaard ruimte hebben gekregen. Er is geen vergelijking tussen Deschouwer en Van Doorn, gelukkig, maar politicologie en sociologie zijn natuurlijk wel halfzusjes...
___________________________

Ignatieff: Al heb ikzelf politicologie gedoceerd, ik moet bekennen dat deze discipline meer belooft dan zij kan leveren. In de praktische politiek bestaat er geen wetenschap van de besluitvorming. Beoordelingen van wezenlijk belang, die een politicus dagelijks moet maken, draaien om mensen: wie is te vertrouwen, wie kun je geloven en wie moet je uit de weg gaan? De vraag naar loyaliteit is dagelijkse kost: wie zal verraad plegen, en wie zal standvastig blijven? Voor een goed oordeel in zulke kwesties, en een gedegen realiteitszin, zul je moeten afgaan op enkele zeer onwetenschappelijke intuïties omtrent mensen.

Coulston: Al zijn de universitaire instituten voor “politicologie” sinds lang gevestigd, eigenlijk zou het toch beter zijn als wij erkenden dat het concept absurd is. Opmerkenswaard is dat in het midden van de vorige eeuw, toen “politicologie” opgang maakte, haar woordvoerders zoals de Amerikaanse geleerden Charles Merriam en David Easton niet beweerden dat zij bestond, enkel dat zij zou moeten bestaan, dat de tijd er rijp voor was, dat de wereld er verschrikkelijk behoefte aan had.

.

PS staat voor "Pompéien Socialiste" ?

.
Het moet niet altijd de slappe thee van Desmet of Vandermeersch zijn lezer, die hier besproken wordt. Die twee pastoors mogen even rusten met hun zoutloze preekjes, en wij spreken over ernstiger zaken:

In verreweg de meeste pissijnen die ik al bezocht heb – of om de zaak ook naar het andere geslacht open te trekken: de meeste publieke toiletten – zijn de muren van opschriften voorzien. Deze constatering zal hier of daar iemand storen, maar voor de verslaafde lezer is het een gelukkige omstandigheid. Hij heeft intussen iets omhanden. Ik meen zelfs dat elke gebruiker dezer gemakken, hij moge nog zo afkerig zijn van de Letteren, zijn gading hier kan vinden.
Natuurlijk, vaak zijn de teksten ontgoochelend. Zelden een rijm of een goed metrum. Wel veel na-aap-Engels, al moet ik toegeven dat het lang geleden is dat ik Kilroy was here nog heb zien staan.

In Pompeii schreef iemand op een muur van een bordeel: SABINUS HIC. In twee woorden: Sabinus was hier. Een andere klant was minder kort van stof: .HIC PHOEBUS UNGUENTARIUS OPTIME FUTUET [Corpus Inscriptionum Latinarum IV, n° 2184]. Gave neukpartij hier gehad, schrijft ons deze parfumier Phoebus.

Staat u mij toe dat ik even verder vertaal, uit een boek dat in de Britse pers omschreven werd als “hard-hitting and beautifully written”: The Fall of Rome and the End of Civilization, van Bryan Ward-Perkins, 2005, Oxford University Press.

De muren van de hoofdstraten van Pompeii zijn vaak getooid met geschilderde boodschappen, en de regelmatigheid van tekst en lay-out verraden de hand van professionele reclameschilders. Er staan aankondigingen tussen voor zulke zaken als sportwedstrijden in het amfitheater; andere zijn steunbetuigingen voor kandidaten voor een openbaar ambt, uitgaande van individuen of groeperingen uit de stad. Deze steunbetuigingen zijn zeer gestandaardiseerd en meestal uitgesproken saai [excuus voor mijn ongelukkige woordgebruik hier, Peter, maar ik vind niet direct iets beters]: eerzame Pompeiianen verklaren dat zij kandidaat zus of zo steunen. Er is echter ook een fascinerend groepje van drie dat uit dit stramien breekt. Alle steunen zij eenzelfde ambtskandidaat, zekere Marcus Cerrinius Vatia. De ene boodschap zegt te zijn aangebracht op last van “al de slaapkoppen” van de stad [universi dormientes], een andere voor rekening van de “tweederangsdiefjes” [furunculi], en nog een voor de “late zuipschuiten” [seri bibi].
Óf die Marcus beschikte over een uitstekende zin voor humor, óf hij had politieke tegenstanders die bereid waren hem een loer te draaien
. Maar hoe dan ook spruiten zulke teksten voort uit een samenleving die niet enkel zo geraffineerd was dat zij professionelen haar politieke plakkaten liet schilderen, maar ook dat ze de spot kon drijven met het genre.

Na de verse ontwikkelingen in Charleroi, waar stilaan het voltallige schepencollege, nu ook inclusief de vervangende schepenen in verdenking zijn gesteld, zouden de overblijvende P.S.-furunculi misschien de elementaire dankbaarheid mogen opbrengen om ergens een pleintje of een straat te noemen naar hun patroonheilige: Place, of Rue Vatia.
.
_____________________

[p.153] .Walls on the main streets of Pompeii are often decorated with painted messages, whose regular script and layout reveal the work of professional sign-writers. Some are advertisements for events such as games in the amphitheatre; others are endorsements of candidates for civic office, by individuals and groups within the city. These endorsements are highly formulaic, and for the most part decidedly staid: worthy Pompeians declare their support for one candidate or another. However, a fascinating group of three breaks the mould. All support the same candidate for office, a certain Marcus Cerrinius Vatia. One claims to have been painted on behalf of 'all the sleepers' of the city, one by the 'petty thieves', and one by the 'late drinkers'. Either Marcus had a very good sense of humour, or he had political opponents prepared to deploy tricks against him. But either way these texts are from a society sophisticated enough, not only to have professionally painted political posters, but also to mock the genre.
.

6 augustus 2007

De regels van fatsoen

.
De avond van éénentwintig mei negentienhonderd negentig mankeerde ik op Gatwick Airport mijn retourvlucht naar Antwerpen. Dat kwam omdat ik mij, ruim op tijd nochtans, had opgesteld in gate 9, en daar direct beginnen lezen was in een boekje dat ik 's middags bij Foyle’s gekocht had: On Difficulty and Other Essays, van George Steiner.
Het titel-essay behandelde de volgende vraag: wanneer zeggen wij dat een tekst moeilijk is? Waren er bepaalde criteria? Steiner dacht van wel, en achtte het daarom wenselijk dat er een typologie zou worden opgesteld van de soorten van moeilijkheden die de lezer ontmoet. Hijzelf wenste daar niet meer aan te beginnen, maar misschien heeft intussen één van zijn studenten aan deze behoefte voldaan.
Ik vond de tekst zelf van Steiner al behoorlijk moeilijk –al wist ik vanzelfsprekend nog niet waarom ik dat vond– en, wat ik evenmin wist: op mijn boarding pass stond duidelijk gate ninety en niet nine.
Ineens hoorde ik: “passenger venfreesjem, last call!”. Ik deed bliksemsnel de vouw uit mijn pass, en zag nu pas de nul achter de negen staan.
Op Gatwick, zoals elders wellicht, ligt er een enorme afstand tussen de gates 9 en 90 ...toch voor iemand die broze plasticzakken vol met boeken moet transporteren.
Had ik inline skates bezeten was het misschien nog haalbaar geweest. Of als het four en forty was geweest. Maar ik werd bij gate 90 tegengehouden door twee stoere wachters die mij hoffelijk maar beslist mijn vliegtuig aanwezen, dat net wegtaxiede. Mijn valies zag ik beneden op de tarmac op een eenzaam karretje liggen, want dat hadden ze er weer uitgegooid.
Op luchthavens is men tegenwoordig voorzichtig, maar toen ook al. Ik werd gefouilleerd. Het valies werd van het karretje gehaald en in mijn bijzijn doorgelicht. Openmaken? zo ver ging men niet. Er zaten wel, op hun foto te zien, verdachte buisjes in. Maar toen ik uitlegde dat het verftubetjes waren –toen nog van lood gemaakt en gekocht in China Town– bleek het ijs gebroken en stelde men mij vrijblijvend voor om een latere vlucht te nemen, weliswaar met dezelfde maatschappij, maar naar Brussel in plaats van naar Antwerpen. Ik vond dat niet een te groot ongemak.
Het blijft oppassen met lectuur. Vandaag op de trein tussen Gent en Brussel overviel mij een nare flashback. Weer een moeilijke tekst, deze keer van Oscar van den Boogaard met zijn maandagcolumn in De Standaard. Ik besefte meteen dat ik aandachtig moest blijven voor alle signalen uit de buitenwereld, en zéker afstappen in Brussel-Centraal.
Maar om terug te komen op Steiner: die maakte verschillende onderscheiden in de moeilijkheidsgraad van teksten. Een echte typologie was het misschien niet, maar hij onderscheidde toch contingent, modal, tactical, ontological en nog een paar categorieën denk ik, want het was een volwassen essay van twintig of dertig bladzijden. Hij begon met te zeggen dat je, om een tekst te snappen, allereerst de taal moest begrijpen waarin die tekst gesteld was. Het vocabularium bijvoorbeeld mocht geen problemen geven, en dat viel nog onder contingent als ik mij goed herinner.
Dit is een voorwaarde lezer, die zowel u als ik hadden kunnen bedenken ook zonder de hulp van Steiner. Trouwens, lang vóór hem had Heine al vastgesteld dat het ondoenlijk was om bv. .Kants “Kritik der reinen Vernunft” te lezen zonder eerst Duits te kennen: “Man muß Deutsch verstehen, um dieses Buch lesen zu können.
Steiner wees in een tweede fase echter ook op grammaticale moeilijkheden. En verder op inhoudelijke, dan symbolische enzovoort.
Wat mij deed aarzelen bij het artikeltje van Oscar van den Boogaard was de veelheid en de verwardheid van zijn onderwerpen: België, vlaggen, separatisme, Balkenende IV, Frank Vanhecke, Europa, Blut und Boden, Ayaan Hirsi Ali, Beatrix, Suriname, aardappelen met jus, strafwetboek, Sarkozy, Napoleon. Dat in een kort en klein kolommetje, getiteld "De Regels van Fatsoen".
Een deel van mijn problemen zal bij Steiner zeker onder de hogere vormen van onverstaanbaarheid vallen, maar mijn haperende lectuur was toch vooral op een lager niveau te situeren: niet de onderwerpen, maar de taalbeheersing van auteur Oscar.
Vooral aan het eind van zijn onvolwassen columnpje werd ik door een hevige vermoeidheid overvallen toen ik zag: .[het Paleis heeft vandaag] .de moeilijke taak om Walen en Vlamingen zich Belgen te laten voelen”. Het is Belg te laten voelen, Beste!
Et lui de conclure: ..Liever dan dat Koningshuis te beledigen waarderen echte Belgen haar als symbool van eenheid in bange dagen.
Het is het en niet haar, Oscar!
______________________________

Noot van 13 augustus:
Nooit
en jamais zeggen dat negertjes aardslui zijn, Oscar!
(dat is niet enkel aartsdom, maar met Jozef Dewitte in de buurt ook nog aartsgevaarlijk).
Een schrijver, ik mag hier ouderwets klinken, doet er zijn voordeel mee als hij ook de etymologie kent van zijn woorden. Die etymologie levert hem enkele automatismen op ...en moeiteloos vermijdt hij enige valkuilen, die het Nederlands voor ons allen bewaart.
.

1 augustus 2007

Hij kent zijn Frans misschien, maar zijn Nederlands ocharme

.
Dit zal een kort stukje worden.
Walter Pauli gebruikt in zijn commentaartje vandaag in De Morgen twee Franse uitdrukkingen. Eerst plus est en vous, en vervolgens honi soit qui mal y pense.
Geen probleem want ik ben dol op Franse uitdrukkingen ...ook al kwamen zij in dit geval niets doen. Misschien wilde Pauli eens laten zien dat hij niet van de straat komt? dat hij niet elke dag vulgariteiten uitslaat?
Niemand die zulke ontwikkeling zou afkeuren. Maar Walter had zijn uitdrukkingen ook vertaald, en dat ging mis.
Zijn eerste vertaling viel verhoudingsgewijs nog mee, “plus est en vous” werd meer is in u.
Pauli had ongetwijfeld een job kunnen krijgen bij Lernout&Hauspie, maar wij weten allemaal hoe dat bedrijf geëindigd is.
Zijn tweede fiorituur bekwam hem slechter. “Honi soit qui mal y pense” – honi met één n, jazeker! het oude Frans schreef dat zo, en de Queen doet dat nog – maar onze Walter zijn vertaling “wee hij, die er slecht over denkt” gaat mij te ver.
Honni soit moet beter vertaald worden, soit, maar dan bínnen die slechte vertaling gaat het nog eens mis.
Waar heeft die man zijn humaniteiten gedaan? .zonder dat ze hem ooit hebben lastiggevallen met Nederlandse naamvallen? .Heeft Walter dan nooit een leraar gehad die hem vriendelijk zei:

Het is wee hém, Oen.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html