10 mei 2008

Vlaanderen of de Sahara, wat maakt het uit?


Het brinckmannetje van De Standaard kan niet goed meer volgen. De BHV-kwestie wordt hem te ingewikkeld, en daarbij, het is altijd weer dezelfde kost en hij lust die bonen niet.
Met zijn gevoelens van afkeer staat Bartje niet alleen, noch trouwens met zijn analytisch onvermogen. Beide deelt hij met alle paarse journalisten, maar gedeelde smart is halve smart. Minder sympathiek vind ik het, als de paarse pennenknechten in een soort Freudiaanse projectie proberen om hun eigen overbodigheid in de schoenen van hun lezers te schuiven.
Als zelfs wij
, hoor je hen voortdurend vertellen, verstandig en vakkundig als wij zijn, het niet meer aankunnen …wat moet de arme gewone man er dan wel mee ?
Brinckman zelf – dat is hoopvol – lijkt nog over enig ziekte-inzicht te beschikken, want hij wijt zijn eigen tijdelijke onvermogen aan horendolheid.
Met de beste wensen voor een spoedig herstel, maar in afwachting zullen wij Bart zijn geschriften geredelijk een poosje laten voor wat ze zijn.
De Soir vandaag geeft een dialoog tussen Frie Leysen en Bernard Foccroulle (twee pagina’s in de rubriek Forum: Culture&Démocratie). De toon van de dialoog is vriendschappelijk en verzoenend. Frie Leysen verklaart bijvoorbeeld:

Toute personne normalement constituée reconnaît aujourd’hui que les communes à facilités sont majoritairement francophones, la loi n’a qu’à s’adapter à cette situation. Je le pense vraiment.
Iedere mens die normaal ineensteekt, erkent vandaag dat de faciliteitengemeenten overwegend francofoon zijn, en de wet moet zich naar deze toestand maar schikken. Dat meen ik echt.

Bernard Foccroulle nu, een uiterst charmante en waarachtig tweetalige man – die ik voorlopig toch liever Buxtehude hoor spelen dan politieke gesprekken voeren – kan hierbij natuurlijk niet achterblijven:
Il y a cinquante ans, la génération précédente à opté pour des régions mono-linguistiques, et pour un Bruxelles bilingue. Ne faudrait-il pas développer cette dimension? Personnellement je souhaiterais que Bruxelles puisse renforcer son rôle de capitale multiple, offrir aux Flamands un vrai “chez eux”, et simultanément développer sa dimension européenne et multilinguistique, qui risque de devenir un de ses atouts majeurs à moyen terme. Dans ce cas, pourquoi la Région bruxelloise ne pourrait-elle pas s’élargir utilement, sans que ce ne soit interprété comme une défaite flamande?

Vijftig jaar terug heeft de vorige generatie gekozen voor ééntalige gewesten, en voor een tweetalig Brussel. Zou het niet goed zijn om deze dimensie verder te ontwikkelen? Zelf zou ik graag zien dat Brussel zijn rol van veellagige hoofdstad zou gaan versterken, aan de Vlamingen een echte “thuis” zou bieden, en simultaan zijn Europese en veeltalige dimensie zou ontwikkelen, want het ziet er sterk naar uit dat op middellange termijn dit één van zijn hoofdtroeven wordt. Waarom zou niet in dat geval de regio Brussel met nut zich kunnen uitbreiden, zonder dat dit als een Vlaamse nederlaag zou worden gezien?
Ik wil aannemen dat Foccroulle dit heel goed bedoelt, ik ga daar zelfs van uit, maar wat hij voorstelt is natuurlijk onaanvaardbaar voor wie de geschiedenis van de verfransing kent. Natuurlijk heeft Brussel Vlaanderen nodig, maar dan moet het eerst inzien dat de stad Brussel dringend haar eigen geschiedenis moet leren kennen, en dat, ten tweede, Vlaanderen niet langer met vogels in de lucht kan worden gepaaid. Van die Brusselse inzichten is vooralsnog geen teken.

Le Soir
is trouwens op de pagina daarvóór, op p.19 heel illustratief in dit verband.
Een wetenschappelijk artikeltje, naar aanleiding van een publicatie in Science, behandelt een nieuwe hypothese, gesteund op de resultaten van kernboringen in de bodem van een uitgedroogd meer in de Sahara.
De Standaard had dat nieuws ook, en daar luidde het:
[…] Die acht meter [er werd een boorstaal van acht meter onderzocht] geven een beeld van het klimaat de voorbije zesduizend jaar, zegt Dirk Verschuren van de vakgroep biologie van de UGent. Met de hulp van geologen, archeologen en biologen uit Frankrijk en Duitsland onderzochten de Gentenaars de grondstalen op sporen van waterplanten, waterdieren en stof en berekenden ze ook het zoutgehalte van het water over deze periode van zesduizend jaar. [getekend] Hilde Van den Eynde.
Naast de door de journaliste genoemde Dirk Verschuren, ondertekenden namelijk ook twee andere Gentse onderzoekers, Hilde Eggermont en Christine Cocquyt.

Bij de Soir had hun journalist Frédéric Soumois de kiesheid om géén namen te noemen.
Climat/Les révélations du lac Yoa
Le sable a envahi lentement le Sahara
Le Sahara est devenu le plus grand désert chaud de la planète il y a environ 2.700 ans après un très lent changement selon des travaux parus vendredi dans Science. Jusqu’à présent, l’on pensait que sa désertification avait été brutale. Il y a 6.000 ans le Sahara était très vert, couvert d’arbres, de savanes et comptait de nombreux lacs. Cette vaste région plus grande que l’Australie était aussi habitée. La plus grande partie des indices physiques témoignant de l’évolution de la géographie du Sahara a été perdue. Mais ces scientifiques ont reconstitué ses 6000 dernières années en étudiant […].
Klimaat/Wat het Yoa-meer aan het licht brengt
De verzanding van de Sahara verliep geleidelijk
Ongeveer 2700 jaar geleden is de Sahara de grootste warme woestijn van de planeet geworden, na een geleidelijke verandering, aldus onderzoekingen die vrijdag in Science verschenen. Tot hier toe dacht men dat de verwoestijning plots was gegaan. Zesduizend jaar geleden was de Sahara heel groen, met bebossing, grasland en talrijke meren. Deze uitgestrekte regio, groter dan Australië, was ook bewoond.
Voor het merendeel zijn de fysische aanwijzingen, die zouden getuigen van de geografische evolutie van de Sahara, verloren gegaan. Maar deze wetenschappers hebben de laatste zesduizend jaar gereconstrueerd door de studie van
[...].
Het merkwaardige is dat Frédéric Soumois hier het aanwijzend voornaamwoord (l’adjectif démonstratif “ces”) gebruikt, voor mensen die niet eerder vernoemd werden.
Dit is een onbeleefdheid van Soumois zou ik zeggen – ware het niet dat ik hem, nog vóór dat verwijt, eerst de naam van het wetenschappelijke tijdschrift “Science” zou willen horen uitspreken.
En verderop heeft onze journalist nóg enkele occasies gerateerd om die Vlaamse namen te mentioneren. Hij blijft consequent kiezen voor zijn adjectif démonstratif “ces”, of, ter afwisseling wellicht, ook voor de pronom personnel non-prédicatif de la troisième personne, “ils”.

Ils ont effectué des test géochimiques…
Ils ont également procédé à…
Les résultats de ces travaux vont à l’encontre de la théorie…
Om hem toch een beetje te helpen, in zijn eigen taal, wil ik Frédéric Soumois wijzen op het prachtige online woordenboek, dat bij zijn “ils” geeft:


Il(s) est un représentant servant à rappeler un substantif masculin (ou son équivalent: pronom, groupe nominal, pronom démonstratif + relative déterminative, etc.) qui vient d'être exprimé. (dans une phrase ou une proposition précédente); [...]

Misschien kan de geniale organist Bernard Foccroulle mij nu beter begrijpen, en zal hij zelfs toegeven dat Le Soir altijd en voor alles – een chauvinistische krant is: repliés sur eux-mêmes ...clochemerleux.
.

3 opmerkingen:

Els zei

Langzaam gelezen (wegens veel info en verwijzingen), maar erg interessant!

Marc Vanfraechem zei

Merci Els!

raf zei

Ik bewonder met groot genoegen de gentleman terwijl hij druppelsgewijze zijn vitriool uitstort.
Dame Frie Leysen, ach, hoe komt het toch dat sommige Vlamingen het collaboreren niet kunnen laten...

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html