19 juli 2008

Een slag van de molen gehad

.

In een interview met Knack (25 juni) trachtte Rudy Demotte (PS) onlangs het “minderwaardigheidscomplex” van de Vlamingen te verklaren. Demotte zegde dat Vlaanderen “veel meer openheid aan de dag moet leggen”, maar verklaarde toch geschokt te zijn door het verkeerde beeld dat veel Franstaligen van Vlaanderen hebben: “Onlangs werd ik door Richard Miller (MR) in het parlement van de Franse Gemeenschap geïnterpelleerd met de vraag of het Frans toch niet per definitie een open taal is, die haast spontaan leidt tot een tolerante levenshouding, terwijl het Nederlands - die gesloten Germaanse taal! - per definitie een bekrompen wereldbeeld zou opleveren.”

Het interview met Demotte in Knack was mij ontgaan, en ik las dit paragraafje pas gisteren op de site van het Belang, onder de titel: "Franse taal superieur?".

Het spreekt dat ik enthousiast ben over wat die Richard Miller daar vertelt, want de superioriteit van één taal over een andere mag dan geen nieuw onderwerp zijn – tenslotte keken ontwikkelde Romeinen al neer op mensen die geen Grieks spraken, en keken daarvoor de Grieken zelf al neer op wat barbaren brabbelden – het doet altijd plezier als een of andere simpele duif er weer zo fris mee uitpakt als hier Miller.

Wat ik me wel afvraag, is of die Miller niet het gevaar loopt extra in de gaten te worden gehouden door Jozef De Witte en zijn anti-racismebrigade? Al kan de arme Jozef in dit geval Richard niet veel maken, want die is als parlementslid onschendbaar, en zijn onschendbaarheid heeft hij zelfs niet nodig aangezien zelfingenomenheid al volstaat om iemand van de buitenwereld af te schermen.

Maar om onder verstandige mensen verder te gaan: over de Franse taal had in zijn tijd ook de elegante Casanova een klein theorietje. Casanova is een Venitiaan zoals wij weten, maar hier spreekt hij over de Toscanen, en daarna over de Fransen met hun “open taal”.
Voor de gesloten Germanen onder ons, laat ik een vertaling van eigen maaksel volgen (en ik erken in dit geval vanzelfsprekend de superioriteit van het Frans, maar de ongetwijfeld sierlijker vertaling van Theo Kars heb ik niet bij de hand).

Je crois qu'un Toscan peut plus facilement écrire en beau langage poétique qu'un Italien d'une autre province, puisqu'il possède dès sa naissance la belle langue, et celle qu'on parle à Sienne est mignarde, plus abondante, plus gracieuse et plus énergétique de la florentine malgré qu'elle prétende la préférence, et qu'elle la possède effectivement à cause de sa pureté, qu'elle doit à son académie comme elle lui doit sa richesse, d'où vient que nous traitons les matières beaucoup plus éloquemment que les Français, ayant à notre choix une quantité de synonymes; tandis que difficilement on en trouverait une douzaine dans la langue de Voltaire, qui riait de ceux entre ses compatriotes qui disaient qu'il n'était pas vrai que la langue française fût pauvre puisqu'elle avait tous les mots qui lui étaient nécessaires. Celui qui n'a que ce qui lui est nécessaire est pauvre; et l'obstination de l'Académie Française à ne point vouloir adopter des mots étrangers ne démontre autre chose, sinon que l'orgueil va avec la pauvreté. Nous poursuivons à prendre des langues étrangères tous les mots qui nous plaisent; nous aimons à devenir toujours plus riches; nous trouvons même du plaisir à voler le pauvre: c'est le caractère du riche.
Jacques Casanova de Seingalt
Histoire de ma vie
suivie de textes inédits
Volume 11 – Chapitre VII
Édition présentée et établie par Francis Lacassin
Éditions Robert Laffont, 1993, 2002, pp. 763-4


Ik geloof dat een Toscaan met meer gemak in een mooie poëtische taal kan schrijven dan een Italiaan van een andere provincie, omdat hij van bij zijn geboorte al beschikt over die sierlijke manier van spreken, en de taal die men in Siena spreekt is werkelijk schattig, en overvloediger, gracieuzer, energieker dan de Florentijnse, al eist deze de eerste plaats op, en bezit zij die wel degelijk, ook vanwege haar puurheid, die ze aan haar Academie te danken heeft, net als haar rijkdom. Zo komt het, dat wij om het even welk onderwerp veel welsprekender behandelen dan de Fransen, wij hebben immers een overvloed van synoniemen ter beschikking; terwijl je er met moeite een dozijn zult aantreffen in de taal van Voltaire, die spotte met diegenen onder zijn landgenoten die zegden dat het niet waar was dat de Franse taal arm was, want bezat zij tenslotte niet alle woorden waar zij nood aan had?
Hij die enkel bezit wat hij nodig heeft is arm. En de koppigheid van de Académie Française om geen vreemde woorden te willen adopteren, bewijst niets anders dan dat de armoede haar eigen trots bezit. Wij gaan door met het uit vreemde talen inpikken van alle woorden die ons bevallen; wij zien graag hoe wij voortdurend rijker worden; zelfs vinden wij er plezier in om de arme te bestelen: zo zit de rijkaard ineen.
.

3 opmerkingen:

raf zei

"of het Frans toch niet per definitie een open taal is, die haast spontaan leidt tot een tolerante levenshouding"

Aristoteles was ervan overtuigd dat het leven vanzelf kan ontstaan, een verschijnsel dat met de term abiogenese wordt aangeduid of ook wel generatio spontanea.
Hij zag vliegen spontaan uit kadavers opvliegen en palingen uit modder kruipen. Of, om het iets netter te houden, muizen kwamen volgens hem spontaan uit zakken graan getrippeld en uit hopen afval.
Ook de Franse taal blijkt spontaan te verschijnen, zelfs in dorpen die zichzelf hebben opgesloten in het carcan van een - o gruwel - Germaanse taal.
Bovendien is er in dat geval sprake van 'bijna' een dubbele generatio spontanea: plots verschijnt uit het niets, 'haast spontaan', een tolerante levenshouding. Wijst 'haast' op een extra duwtje van een deus ex machina?
Of zou ordinaire sociale druk de voor de hand liggende verklaring zijn? En voor wat betreft de tolerante levenshouding, die komt wellicht meteen aan het licht na de serene uitspraken van Franstalige politici en na de publicatie van minzame stukken in de Brusselse media?
Aristoteles werd pas in 1860 door Louis Pasteur in de gracht gereden. Richard Miller is de trappers kwijt en kent zijn (Franse) klassiekers niet. (die van die molen was leuker, toegegeven Marc)

Marc Vanfraechem zei

Zekere “AZNA” schreef mij op IFF volgende zeer terechte opmerking:
En zeggen dat diezelfde Richard Miller verscheidene werken van de Duitse romantische filosoof Schelling in het Frans vertaald heeft. Hij moet toch beter weten!

azna
___________

Marc Vanfraechem zei...
@azna: had dat ook gezien, maar behalve zijn licentiaatsthesis betreft het slechts één dun boekje, van 118 pagina's, en de waarde ervan kennen we niet. Behartigenswaardig in dit verband is wat Heine te vertellen had over de vertalingen die de Parijse professor Victor Cousin maakte van Kant. Ik zeg niet dat Heines spotternij ook op Miller van toepassing is, maar toch ;-)
(Heine kwam later trouwens terug op zijn kritiek)

Daß aber Herr Cousin dort, in seinen Mußestunden, Kants “Kritik der reinen Vernunft” studiert habe, ist, aus drei Gründen, zu bezweifeln. Erstens: dieses Buch ist auf deutsch geschrieben. Zweitens: man muß deutsch verstehen, um dieses Buch lesen zu können. Und drittens: Herr Cousin versteht kein deutsch.
[...] Kant scheint schon geahnt zu haben, daß einst ein solcher Mann erscheinen werde, der sogar seine “Kritik der reinen Vernunft”, durch bloße intuitive Anschauung, verstehen wird, ohne diskursiv analytisch deutsch gelernt zu haben.


in: Die romantische Schule, Paris 1835.
Sämtliche Werke, Meyers Klassiker-Ausgaben,Ernst Elster, 1893, fünfter Band, S.361.

Tjerri van 't Faubourg zei

Onze Rudy die geschokt is door zulke racistische praat ? Nou moe. Ligt het rode boekje van zijn grote voorganger dan niet meer op zijn nachtkastje ? Effe piepen op pagina 132 : "Notre identité première est donc française (...) dans le recours à un outil culturel unique, incomparablement supérieur à celui que constitue la langue néerlandaise". De schrijver in kwestie : Jean-Claude Van Cauwenberghe in zijn boek "Oser être Wallon!"
Onze Jozef gaf niet thuis. Toen niet en nu ook niet.
Wat mij het meest blijft verbazen is dat ze het nog menen ook ! Ieder welvoeglijk mens die verstand heeft gekregen bij zijn geboorte en de handleiding daarvan, gedurende zijn opvoeding, heeft gelezen, lacht met zo'n uitspraken. Zij niet ...
Ware het niet zo erg, ik zou het nog grappig vinden.

Uw Flamand de service,

Tjerri

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html