17 september 2008

Dewael als kruier

.
Met alles wat wij de laatste maanden in de Belgische politiek hebben meegemaakt, beste lezer, heb ik er begrip voor als u even geen zin meer hebt in nog een stukje daar bovenop, bijvoorbeeld over die drie enge wijven die wij allemaal pas leerden kennen.
En ook niet in een stukje over de fake overlegcommissie waar Bourgeois nu in mag zitten.
Ik zal het dus enkel hebben over Patrick Dewael, en over mannelijk eergevoel.
In geen geval over moraal, want dat is een vervelend begrip dat in de politiek trouwens niet speelt. L’honneur est plus exigeant que la morale, zei een Fransman en hij had gelijk.

Eergevoel is een teer begrip. Ik ben toevallig de autobiografie aan het lezen van de stierenvechter Juan Belmonte (1892-1962), volgens kenners de grootste die er ooit is geweest. Hemingway wijdde twee boeken aan hem, Death in the Afternoon, en The Sun also rises.
Zijn eigen boek dicteerde Belmonte in 1936 aan de journalist Manuel Chaves Nogales, en de Franse vertaling daarvan verscheen in 1990 bij Verdier : .Juan Belmonte, matador de taureaux.

Belmonte was een straatarme zigeunerjongen die, zoals hijzelf zegt, zijn volledige academische opleiding genoot tussen zijn zesde en zijn achtste. Hij kende veel honger, en had enkel zijn grote eergevoel en zijn doodsverachting.
Toen hij als kleine jongen ooit betrapt werd op het 'stelen' van een sloep (die hij nodig had om over te steken naar een domein waar stieren stonden) en plots op zijn borst het pistool zag van een bewaker die hem toeriep: “Tu fais partie de ces salauds qui me volent la barque”, antwoordde de kleine Juan, met een kalmte die hijzelf niet begreep: “Et vous, qui êtes-vous pour me tutoyer?” De bewaker liet hem gaan.

Belmonte wordt later beroemd in heel Spanje en ver daarbuiten, en zo wordt hij gevraagd voor vetbetaalde corrida’s in Mexico. Hij beschrijft zijn overtocht per stoomboot (we zijn nog vóór 1914) en zijn aankomst, eerst in Cuba.

Mon premier contact avec les habitants de l’île fut surprenant. Au port, j’avais confié ma valise à un grand porteur noir. Je ne sais quelle maladresse il commit, qui m’irrita. Je l’engueulai sévèrement. À ma grande surprise, ce type imposant, avec des pommettes saillantes qui lui donnaient l’air féroce, se mit à pleurer comme un faible bambin. Il voulait me baiser les mains, comme un chien lèche son maître pour calmer sa colère. Une fois de plus, je restai perplexe. Il existait donc des hommes qui acceptaient de s’humilier de la sorte !

Mijn eerste contact met de eilandbewoners was vreemd. In de haven had ik mijn valies aan een grote zwarte kruier toevertrouwd. Ik weet niet welke stommiteit hij uithaalde die mij ergerde. Ik kafferde hem behoorlijk uit. Die kerel kwam er imposant voor, en met zijn uitspringende jukbeenderen zag hij er woest uit, maar tot mijn grote verbazing begon hij als een slap ventje te schreien. Hij probeerde mijn handen te kussen, zoals een hond zijn meester likt, om die tot bedaren te brengen. Dat bracht mij nog meer van mijn stuk. Er bestonden dus mannen die bereid waren om op zo'n manier door het stof te gaan!


Maar goed, na dit romantische intermezzo denken wij zoals beloofd aan de iets minder prominente jukbeenderen van Dewael.

Belmonte, die zijn weggelopen kameraadjes in bescherming had genomen tegen die bewaker, omdat hijzelf het beneden zijn waardigheid oordeelde om zijn pas te versnellen, steekt naar mijn oordeel toch wat schril af bij onze Patrick, die al snotterend zijn trouwe kabinetskameraadjes verraadt.

Welke handen wil deze brave jongen allemaal wel kussen?
Die van Marie Arena, dat kan ik aannemen, maar mij geeft hij de indruk dat hij nog bereid is om de hele P.S.-top af te likken.
.
.

Geen opmerkingen:

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html