8 december 2008

Over eentonigheid en afwisseling

.
Een boek dat pas is verschenen, na de Boekenbeurs moeten wij dus vaststellen, is De Levenskunstenaar .(Il Discreto) van de XVIIde E.'se Spaanse jezuïet Baltasar Gracián.
Uitgeverij Papieren Tijger had vier vertalers aan het werk gezet, en die deden over het boekje van net geen 150 pagina’s toch enkele jaren. Gracián is een barokke auteur vol woordspelingen, de schrik van vertalers.
En al geniet Baltasar Gracián in managerskringen tegenwoordig enige bekendheid – tenslotte wil in die kringen ook eens een citaat van Machiavelli of Clausewitz vallen, of van Lao Tse, Sun Tsu of een andere Chinese Wijze – toch lijkt het me twijfelachtig of zijn boek in onze kranten op voet van gelijkheid zal besproken worden met bijvoorbeeld een nieuwe Verhulst of Lanoye.

Wat belooft ons De Levenskunstenaar ?
Een levenskunstenaar, zo vertelt de uitgever op de achterflap, slaagt er in alle middelen onder controle te krijgen en kan in overeenstemming met zijn psychische gesteldheid elk beroep uitoefenen, met profijt en voldoening zijn leven leiden en zich voorbereiden op het hiernamaals.

Dit laat weinig te wensen over, en ik laat Gracián dus zelf aan het woord:

Een stakker is het genie dat zweert bij één enkel onderwerp, ook al is dat iets unieks of zelfs het meest sublieme, en al helemaal als het slechts iets gewoons zou zijn. Die slechte gewoonte hebben veel vakmensen gemeen, zoals een soldaat die alleen maar over zijn veldtochten kan praten en een handelsman over zijn winsten.* Niemand wil luisteren naar zoiets eentonigs of zijn aandacht schenken aan een niet ter zake kundige, en als men zich soms al daartoe laat overhalen, dan gebeurt dat om er de draak mee te kunnen steken.
Afwisseling is altijd mooi en dus aangenaam en in dit geval zelfs aanlokkelijk. Bij de meeste mensen kan men maar voor één ding terecht, want zij hebben niet de capaciteit voor twee; bij sommigen moet je steeds hetzelfde punt aanroeren en maar over één onderwerp spreken, waar zij niet los van kunnen komen. Dat zijn de stokpaardberijders die van een conversatie een Sisyphuskwelling maken en je verpletteren onder de steen van hun eeuwige thema. Met reden beeft elke levenskunstenaar voor hen, want hij zal zijn verstand nog uitzweten als een van deze domoren zich op zijn geduld werpt. Uit angst voor zo’n pijnlijk risico geeft de wijze de voorkeur aan de dorre eenzaamheid en beleeft zijn Gouden Eeuw** innerlijk.
Het is een afschuwelijk kenmerk van sommigen, dit vervelen tot misselijkmakens toe wat ieder mens met goede smaak verfoeit onder de bede dat God ons behoede voor de man die altijd maar over één onderwerp kan praten en slechts op zoek is naar één ding. Daar tegen kunnen slechts enkele veelzijdige, talentvolle en verstandige vrienden, kortom mensen voor elk uur die altijd te pas en nooit ongelegen komen, ons genoegdoening schenken. Eén van hen telt al voor velen, terwijl van die anderen er duizend nog niet voor één tellen, en reken dan maar uit hoeveel uren je op ergerlijke wijze van hen afhankelijk moet zijn om op te wegen tegen één uur met een vriend.
_________________________

* Dit is een verwijzing naar Propertius 2,1,43 vg: "Navita de ventis, de tauris narrat arator, enumerat miles vulnera, pastor oves". De zeeman spreekt over de stormen, de ploeger over zijn ossen, de soldaat telt zijn wonden, de herder zijn schapen.
** Volgens Ovidius, in Metamorphoseon I, 89 e.v. brak er na de Schepping een gelukzalige periode aan onder Saturnus, de Gouden Eeuw, gevolgd door een Zilveren, een Bronzen en een IJzeren Tijd. Aansluitend bij Plato's theorie over de cyclische tijd kon de Renaissance er op bogen een terugkeer te zijn naar die Gouden eeuw.


De levenskunstenaar
(Il Discreto, 1646)
Uit het Spaans vertaald door
Jan Bakker, Kees van Dooren, Tineke Groot en Bep van Wees
2008, Papieren Tijger, pp. 52-3
.

.

5 opmerkingen:

Pol De Trooster zei

Sorry, maar op mijn scherm is de tekst van Gracián niet leesbaar wegens onvoldoende contrast met de achtergrond. Kan U dit verhelpen aub?

Marc Vanfraechem zei

Ik hoop u nu geholpen te hebben beste Pol de Trooster, excuus: het was een beetje haastwerk en ik vergat een html-code te sluiten.

figaretto zei

Wijze woorden van de heer Graciàn. Niettemin kan het uitgebreid relaas van een door hem vriendelijk gehekelde stakker, misschien hier of daar iets interessants inhouden waarbij het slachtoffer toch nog wat opsteekt over het voor hem nog onontgonnen terrein.
Na het aanhoren van de schipper bijvoorbeeld zal hij weten wat "knopen" zijn, de herder zal hem diets gemaakt hebben wat "Woolmark" betekent en de soldaat zou hem hebben verteld dat het woord "peloton" niet uitsluitend een wielerwedstrijdterm is.

Maar er zijn, met veel respect voor die goede 17de-eeuwse Jezuïet, sedert zijn tijd ergere fenomenen opgedoken. Waar hij het had over vakidioten die maar niet over hun onderwerp kunnen zwijgen en erover doorbomen tot de beleefde glimlach van de toehoorder verschrompelt tot de grijns van een goedkoop mombakkes,worden deze laatsten geconfronteerd met het geleuter van mensen die men niet eens vakidioten kan noemen want ze hebben het over dingen waar ze hoegenaamd geen kaas van gegeten hebben.

Of wat moeten we ons voorstellen wanneer Yves Leterme het om de haverklap heeft over Goed Bestuur ? Of Jan Hoet die het dag in dag uit alleen maar over Kunst heeft ? Bert Anciaux over Cultuur, Didier Reynders over Financiën of Flahaut over het Kaliber van Legerwapens ?

Neen, dan nog liever de schipper, de herder en de soldaat...

Anoniem zei

Tegelijk verscheen ook de vertaling van Gracians "De criticon, of de kunst van het leven".

Marc Vanfraechem zei

@ anoniem: tiens, ik wist dat die op komst was, maar dacht dat hij nog niet in de boekhandel lag.
Ik zal de nodige fondsen onmiddellijk vrijmaken, om eens met de managers te spreken.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html