29 januari 2009

Bijna vergeten: Gedichtendag!

.
De apendrek van Draulans
Die lees je in de Knack.
Brinckman, dat stuk braaksel,
Is dan weer zenuwzwak.
Doet hij een vitusdans,
De Standaard drukt zijn maaksel.
Dan heb je nog De Morgen,
Maar Camps zijn kak doet worgen.
Een kwaliteitsgazet
Te lezen is geen pret.


28 januari 2009

Een bekend Andalusisch lied

.


Als professor Swyngedouw van Leuven één ding heeft aangetoond, is het wel dat de Vlamingen de islam goed hebben leren kennen de laatste decennia. Ze weten er nu noodgedwongen meer over dan een paar jaar terug, toen de cijfers nog, zoals dat heet, beter waren. De praatjes van goedmenende journalisten-politici willen er blijkbaar toch niet zo vlot in bij het lees- en kiesvee.

Verwonderlijk is dat niet, als je bijvoorbeeld het niveau bekijkt van wat de Leuvense schepen Mohamed Ridouani in De Standaard dinsdag allemaal mocht vertellen in zijn stukje Aristoteles kwam uit Damascus. Over geschiedenis maakt deze Ridouani zich weinig zorgen, of liever, hij maakt die zelf. Zo komt hij nog maar eens met het bakerpraatje dat Europa ongeveer alles aan de islam te danken heeft, meer bepaald aan de eeuwenlange bezetting van Andalusië. Het leek wel of deze Leuvense Mohamed had zijn schaarse wijsheden bij de fantast Lucas Catherine betrokken.

Al in 732 versloeg de Frankische hofmeier Karel Martel het islamitische leger nabij de Franse stad Poitiers, in 1492 was er de bloedige herovering van Granada en Cordoba en in 1683 was er het beleg van Wenen. De inzet was altijd duidelijk: hou de islam buiten Europa. De historische argwaan van Europa tegenover de islam verdrukt in grote mate de positieve bijdragen van de islam op vlak van onder meer wiskunde, filosofie en kunst. Zonder overdrijven mag je stellen dat de islamcultuur de schakel is tussen de Romeinse beschaving en de Verlichting. Eén sprekend voorbeeld: de geschriften van Aristoteles zijn via een Arabische vertaling tot in het christelijke Europa geraakt.

De culturele kloof tussen Europeanen en moslims is op die manier historisch gegroeid en vandaag nog lang niet weggewerkt. Nochtans, wie de basiswaarden van de islam en het christendom naast elkaar legt, kan niet anders dan vaststellen dat er filosofisch heel wat overeenkomsten zijn. Waarom is er dan zoveel wantrouwen en onbegrip in de Vlaamse dorpsstraat? 9/11 ongetwijfeld, en de daaruit volgende internationale gelijkschakeling van terreur met islam.


Merk vooreerst op dat de oorspronkelijke verovering van Granada en Córdoba in de VIIIste E. hier niet ter sprake komt: wellicht is die zonder bloedvergieten verlopen.
Merk verder op dat naast de herovering van Granada en Córdoba, ook de slag bij Poitiers en het verzet bij het Beleg van Wenen op onwil van onze Westerse kant lijken te duiden. Mohamed Ridouani stelt vast dat de inzet “altijd duidelijk” was: hou de islam buiten Europa.
Dat hier veroveringsoorlogen op grond van een oorlogsideologie plaatshadden, en dat Europadie benaming bestond amper, en de grote Belgische geschiedkundige Pirenne definieerde Europa dan ook als ...l'anti-Mahomet – zich op zijn eigen grondgebied enkel verdedigde komt niet bij hem op, of vindt onze gast zelfs verwerpelijk.
Dat is een appreciatie, en zijn goed recht, maar zijn feitenkennis vertoont nog grote lacunes: in 1492 was er de bloedige herovering van Granada en Cordoba.
Beste Mohamed: Córdoba was tweehonderd vijftig jaar daarvóór, op 29 juni 1236 al heroverd door Ferdinand III. Het was daar al lang geen Dar al-Islam meer.
Ridouani Mohamed zal in de geschiedenisles niet goed opgelet hebben, of misschien heeft hij er wel geen gehad? Dat zou wijzen op grote tact van zijn school: geschiedenislessen zijn een vorm van belediging voor islamieten. Vanzelfsprekend was er geen enkele Standaardjournalist die zijn stommiteit opmerkte, en deze jongen tegen zijn eigen onwetendheid beschermde.
De historische argwaan van Europa tegenover de islam verdrukt in grote mate de positieve bijdragen van de islam op vlak van onder meer wiskunde, filosofie en kunst. Zonder overdrijven mag je stellen dat de islamcultuur de schakel is tussen de Romeinse beschaving en de Verlichting. Eén sprekend voorbeeld: de geschriften van Aristoteles zijn via een Arabische vertaling tot in het christelijke Europa geraakt.
De gebruikelijke hypocriete verwarring tussen de termen “Arabisch” en “islamitisch” wordt hier zorgvuldig in stand gehouden. Hij zal dat trucje bij Tariq Ramadan geleerd hebben.
Er zijn inderdaad Arabische vertalingen van klassieke Grieken, echter niét door mohammedanen gemaakt maar door Arabische christenen en joden. Arabieren dus wél, maar islamieten hadden geen enkele belangstelling voor deze heidense geschriften, en er is ook geen spoor van overgebleven in hun cultuur. Als zij de namen van hun eigen filosofen nu weer kennen, dan komt dat omdat zij die recent opgepikt hebben in Westerse geschiedenisboeken.
Dat Europa die Arabische vertalingen nódig had om de Griekse teksten te herontdekken, en al wordt dat vaak herhaald, is voor wie even nadenkt uiterst onwaarschijnlijk. Om te beginnen was er in het Oost-Romeinse Rijk nooit een breuk geweest, de taal wás daar Grieks (nog geen Turks toen, Mohamed!), en anderzijds waren er in het Westen al vóór de Arabische veroveringen vertalingen naar het Latijn gemaakt, bv in de abdij van Mont-Saint-Michel.
Aristoteles kwam dus uit Damascus, ongeveer zoals Sinterklaas uit Turkije. De bijdrage van de islam bestond er welbeschouwd vooral in, de ontwikkeling van de filosofie te beletten en de schaarse filosofen onder de eigen geloofsgenoten te vervolgen, zodra zij de macht daartoe hadden.
Ook moet iemand aan Ridouani eens vertellen dat Aristoteles niets te maken heeft met de Romeinse geschiedenis, hij lijkt te denken van wel, maar vergist zich alweer van enkele eeuwen.
De Standaard, die veel ingezonden stukken weigert om ideologische redenen, lijkt gretig onzin te publiceren als die van een allochtoon afkomstig is. Positieve discriminatie is mooi, maar wijst geloof ik ten diepste op verachting.

Hoe moet het nu verder met die kloof waar Ridouani het over heeft?
Nochtans, wie de basiswaarden van de islam en het christendom naast elkaar legt, kan niet anders dan vaststellen dat er filosofisch heel wat overeenkomsten zijn.


Es gibt [...] nicht so etwas wie eine christliche Philosophie, das ist ein »hölzernes Eisen« schlechthin, zegt Heidegger in zijn Phänomenologie und Theologie (1927), met dat grappige beeld van het houten ijzer, dat hij bij Schopenhauer vandaan had.
A fortiori
, zou ik bijna zeggen, bestaat er geen islamitische filosofie, en zijn er dus ook geen filosofische overeenkomsten. In die doctrine, met haar radicaal transcendente god, is niet eens het wetenschappelijke denken mogelijk, aangezien hun god de wereld niet enkel geschapen heeft, maar hem op elk ondeelbaar ogenblik ook hérschept, natuurwetten incluis. Het bestuderen van die wetten, noodzakelijkerwijs op één moment of op enkele momenten, is dus futiel. De islam erkent het begrip natuurwet niet, want dat zou een inperking van hun almachtige god zijn. Het christendom heeft hier een pragmatischer opvatting die, toegegeven, minder consequent is en een stuk hypocrieter dan de islamitische. Wel een stuk verstandiger.

Het antwoord van onze politici, rechters en journalisten is nu, zo valt te vrezen (en ook al te constateren, cf. Wilders), dat de vrije meningsuiting aan banden moet worden gelegd, tenminste voor christenen en atheïsten.

Een moderne Gustave Flaubert zal niet meer hoeven aankomen met uitspraken als:  Cette prétention de défendre l'Islamisme (qui est en soi une monstruosité) m'exaspère. Je demande, au nom de l'humanité, à ce qu'on broie la Pierre-Noire, pour en jeter les cendres au vent, à ce qu'on détruise La Mecque, et que l'on souille la tombe de Mahomet. Ce serait le moyen de démoraliser le Fanatisme.
Lettre à Madame Roger des Genettes
12 ou 19 janvier 1878
Een vertaling vindt u hier.

Was deze Flaubert toen, net als de Vlamingen nu, islamofoob? Ik denk het niet. Hij kende zijn onderwerp goed, en vrees spreekt er meen ik niet uit zijn woorden, wel verwerping van de islam.
Flaubert was een islamospreet zou ik willen voorstellen, hij vertoonde islamospernie ...van het Latijnse werkwoord spernere (sprevi, spretum), voor versmaden, afwijzen, verwerpen, geringschatten.

22 januari 2009

Ook de journalistiek ontsnapt niet aan automatisering

.
Weinigen zullen het de moderne vrouw misgunnen dat haar leven een stuk comfortabeler is geworden door de uitvinding van allerlei machines, meer bepaald de automatische was- en vaatwasmachine. Of de droogkast. Eerder al had zij de naaimachine gekregen, waar toen van Ostaijen de lof van heeft gezongen.

Maar hoe delicaat was en vaatwas soms kunnen zijn, het blijven relatief eenvoudige mechanische taakjes. Al een stuk ingewikkelder is aardappelen schillen, of wortelen, schorseneren, rammenassen, asperges en dergelijke. Hier voldoen geen volautomatische machines, omdat zij vooralsnog niet precisie en grondigheid met de gewenste zuinigheid weten te verenigen. De verwarrende veelheid der te verwerken vormen speelt hier een rol.
Wel zijn er, zoals hiernaast te zien, al sinds geruime tijd halfautomatische toestelletjes van Zwitserse makelij op de markt, die grote voldoening schenken. Hun goede werking vereist geen noemenswaardige kracht, wel nog een scherp oog alsook fijne vingers en een tere motoriek. Node, en slechts ten koste van grote verspillingen kunnen wij deze laatste missen.

Een machine bedenken die zelfstandig nog moeilijkere taken aankan, lukt voorlopig niet, al zijn er uitzonderingen. Schaken bijvoorbeeld is voor de automaat nauwelijks nog een probleem. Ook de sterkste man wordt met gemak verslagen. En laat dit spel schier eindeloos veelzijdig zijn –a sea in which a gnat can drink and an elephant can bathe– door zijn wiskundige eindigheid is het de mindere van de aardappel en de wortel.

Marc Reynebeau, de gevierde publicist, historicus, columnist en moderator, heeft laatst een daad van zelfverloochening gesteld en een vermetele poging ondernomen om zijn eigen vak te automatiseren, de journalistiek, en specifiek de duiding die algemeen als de belangrijkste tak wordt beschouwd.
Reynebeau heeft vier politieke speeches laten bespreken door een grafisch programmaatje, Wordle, een leerrijk speeltje van de informatica zoals hij het zo mooi noemt – en Wordle is u, lezer, niet onbekend want hiernaast in de linkerkolom is bij wijze van grap al enkele maanden een voorbeeld te zien.
De toespraken komen van Martin Luther King, William Jefferson Bill Clinton, George Dubya Bush en natuurlijk van Barack Hussein Obama, en Wordle kan niet enkel hun woorden tellen en van volgorde laten veranderen, maar het zet de talrijkst voorkomende woorden ook groter, of vetter, of in een andere kleur, wat vaak een fraai resultaat geeft.
Op die manier laat Reynebeau ons ontdekken dat Clinton dikwijls het woord “moeten” gebruikte, en dat Bush gedurig over vrijheid sprak, en King overigens ook, maar bij hem betekende dat woord iets anders meldt Reynebeau. We zien hier onmiddellijk dat het menselijke oog, net zoals bij het Zwitserse aardappelschilscalpelletje, een onmisbare rol blijft spelen. In zoverre moeten wij Reynebeau’s poging tot automatisering voorlopig als ontoereikend beschouwen.

Obama gebruikt meer genuanceerde woorden, is een stuk menselijker dan de drie overigen, en hij is niet eens zwart voegt Reynebeau scherpzinnig toe, maar half-wit: ...zijn moeder was tenslotte een blanke vrouw uit Kansas 'witter' kan haast niet. Obama is niet zozeer 'zwart' (een term die elke rasvermenging als niet-blank, onzuiver en dus zwart aanziet), maar, laat ons zeggen, 'bicultureel'.
De begrippen “ras” en “cultuur” lijken voor hem wel inwisselbaar, een fout die meen ik Wordle niet zou maken. Ook is zijn poging om Obama wél zwart van buiten te laten, maar hem wit van binnen* te maken, nogal stuntelig en volslagen overbodig, en ook dat ligt niet aan zijn speeltje van de informatica.

Verderop laat Reynebeau Obama een dwaasheid zeggen die ik in de toespraak zelf niet had gehoord: …want zie, daar stond hijzelf toch maar mooi 'de heiligste aller eden' af te leggen, die als nieuwe president.
Marc, die zijn speeltje wellicht pas 's morgens had begroet, heeft zich in zijn enthousiasme voor Wordle laten meeslepen. Feit is dat lidwoorden, bepaald of onbepaald, in Wordle worden weggelaten. Ze zijn te frequent en zouden anders altijd winnen en vet afgedrukt worden.
Obama zei heel iets anders, en formeel wél, maar naar betekenis gebruikte hij geen superlatief. Wat hij zei was: ...a most sacred oath.**

Om te besluiten: aangezien de redacties veel moeten besparen is een mate van automatisering wellicht niet te vermijden, maar goed interpretatiewerk blijft voorlopig noodzakelijk. En wat nog minder kan gemist worden is accuratesse bij het citeren ...maar dat behoort tot de verslaggeving, traditioneel het zwakke punt van kwaliteitsjournalistiek.


* . . De Laatste Zoen

De zoen van negers en van negerinnen
Is hier zo zwart gemaakt dat naar het schijnt
De negerzoen uit Nederland verdwijnt
Al is zo’n zoen wel lekker wit van binnen.

Dus moet ik maar iets anders lekkers zoeken.
Gelukkig viel mijn oog op jodenkoeken.

Driek van Wissen
Dichter des Vaderlands


____________


** Godfried Bomans heeft ooit een mooi essay geschreven over de verschillen tussen het Engels, Duits en Nederlands, wat betreft het gebruik van superlatieven en verkleinwoorden. Alleen weet ik niet meer in welk boek. Als ik mij goed herinner noemde hij het Engels de taal van het understatement, Duits die van het overstatement, en Nederlands was de nuchterheid zelve.
.

.

17 januari 2009

Zat van onrust

.
De laatste tijd merk je het op ongeveer elke bladzijde van onze kwaliteitskranten: onder de kwaliteitsjournalisten is onrust gevaren. Je voelt dat er soms rillingen lopen over de kwaliteitsruggen.
Nu, journalisten zijn mensen als iedereen, en de mens, van een vrouw geboren, is kort van dagen, en zat van onrust, wist Job al. Ook is het begrijpelijk dat die onrust in de eerste plaats hun eigen positie betreft, hun inkomen, aanzien en status. Maar zulke overwegingen zijn gelukkig enkel een vertrekpunt, wellicht een gevolg van de verhoging van hun klassebewustzijn, zoals die bij elke economische crisis plaatsheeft. Geheel volgens de leer.
Hun diepere bekommernissen evenwel zijn van elke baatzucht vrij, en wat je integendeel opmerkt is een waarachtige morele verontwaardiging. Als Vierde Macht heb je verantwoordelijkheden namelijk, en niemand mag beletten dat deze macht naar behoren haar werk doet. Als een journalist iets geconstateerd heeft, dan moet hij daar ongehinderd verslag van kunnen doen. Als een Yves Desmet bijvoorbeeld ziet dat laatst in Brussel een vredesbetoging enigszins ontsierd werd –tegen het eind toch– door kat-en-muis-spelletjes met de politie, dan moet hij dat feit zonder meer kunnen melden. Dat is gelukkig ook gebeurd.

De overheid moet zelfs gedogen, en dat is gelukkig ook gebeurd, dat minder gekwalificeerde reporters hun verslag doen – bv die van die andere Kobbegemse krant, die volhielden dat er méér aan de hand was dan hun kwaliteitscollega had menen te zien, en dat er grote vernielingen waren, en ongeveer honderd aanhoudingen.
Maar ergens moet wel een grens worden getrokken. Bloggers bijvoorbeeld, of sites zoals GeenStijl: dat gaat velen te ver. Sunt denique fines. Al was het maar omdat die kereltjes hun taal vaak slecht beheersen, wat toch weer een soort vervuiling meebrengt.
Steven De Foer wijdt een paar minipaginaatjes van De Standaard aan deze kwestie. Hij bespreekt de neologismen van GeenStijl, en ten behoeve van de eenvoudigen onder ons verklaart hij er ook enkele.
Bashen, zegt Steven, is agressief aanpakken, beledigen. Hakbar is een extremistische moslim, een verbastering van Allah Akbar. Lutser is iets tussen loser en prutser. Fappen is een onomatopee voor masturberen.
Dat laatste vond ik eigenaardig. Onomatopee is een moeilijke term – Grieks woord natuurlijk, όνοματο-ποία, dat als ik het goed heb wijzelf pas in de XVIde E. uit het Frans hebben overgenomen. Het betekent dus woordvorming. Meer bepaald is een onomatopee een geluidnabootsend woord zegt Van Dale, die het verder bij onschuldige voorbeelden als tiktak en koekoek houdt.
Het voorbeeld dat De Foer geeft lijkt mij gewaagder. Ik ken de lichamelijke functies van de man onvoldoende om hier te kunnen oordelen, maar mijn vermoeden is dat hij het woord onomatopee niet goed heeft begrepen.
Bij bloggers zou zulke onwetendheid zelfs voorspelbaar zijn, maar ook bij kwaliteitsjournalisten is ze vergeeflijk. Griekse termen komen niet zo vaak voor, en de term dysfemisme gebruikte De Foer overigens wél correct, zij het zonder verklaring deze keer (ruwe term, δύς-φήμη, cf. het bekendere eufemisme, dat ook Yves Desmet ongetwijfeld zal begrijpen), en tenslotte kennen zijn oudere collega’s, ik denk aan een Bernard Bulcke, die de EU zo genegen is, niet eens de Nederlandse woorden.
In een reclameartikeltje voor het nieuwste pamflet van Verhofstadt had die het over irritant lang gerokken discussies op menig Europese raden. Ik heb het natuurlijk niet over die drukfout (menige en ook Europese Raad in het enkelvoud was beter), maar over het verleden deelwoord van onze kwaliteitsjournalist.

.

16 januari 2009

Nu is het eens ".Anders" ...en het is weer niet goed

.
De eenvoudigste dingen snappen wordt tegenwoordig een probleem. Vroeger was dat minder. Om een voorbeeld te geven: als vroeger iemand in zijn gazet of op zijn kiesbrief de letters BSP .zag staan, dan wist hij dat het hier de socialisten betrof. Hij moest daar op stemmen dan, of om godeswil juist niet op stemmen.
En wat hij heel zeker wist, was dat die letters daar enkel stonden om plaats te winnen. Dat was niet de echte naam van zijn, of van hun partij. De echte naam was socialisten, eventueel sossen, en achter die benaming ging weer een programma schuil.
Voor Caroline Gennez leek deze gedachtegang te ingewikkeld. Drie letters en een puntje kunnen niet enkel als programma volstaan, maar zelfs als naam vond ze. Zo kon zij gisteren, vermoedelijk met een bang hartje, volhouden dat er volstrekt niets was veranderd, aangezien het acroniem ongewijzigd bleef. Of een vaantje boven een modderschuit wappert of boven een fiere pakketboot, wat telt is het vaantje.

Die arme Caroline wordt daar nu zwaar voor aangepakt. Journalisten en politicologen beginnen ineens te zeggen dat zij communicatiefouten heeft gemaakt, en dat er voortdurend crisiscommunicatie was – maar wat die nietszeggende, semireligieuze termen betekenen wordt nooit uitgelegd. Analyse in deugdelijke, begrijpelijke termen gaat Vlaamse journalisten soms te boven, hoe hulpvaardig zij ook willen zijn.
En partijbonzen roeren zich plots.
Natuurlijk, dat Caroline een figuur als Bert A. inhaalde was meer dan ongelukkig. Electoraal vertoeft die jongen al lang in Pierenland, en verstandelijk gesproken [...], heu, sta mij toe lezer dat ik even Heidegger erbij roep, want ik had, zoals u weet, mij voorgenomen om met geen woord nog over Bert A. te schrijven. De termen ontbreken mij.
Heidegger beschikt over meer termen en weet: das Nichts selbst nichtet. Toegegeven, hij drukt zich duister uit –in: Was ist Metaphysik?– maar toch, zegt hij, moet het ons mogelijk zijn om enige voorstelling te hebben, immers: im Sein des Seienden geschieht das Nichten des Nichts.
Ik verplicht u tot niets, maar die mogelijkheid kan niet uitgesloten worden inderdaad. Verder wil ik in de medemenselijkheid niet gaan.

Maar wat die oude partijbonzen hadden mogen opmerken, lang geleden, en wat hen nu tot stilzwijgen had mogen brengen, is dat die toevoeging .a een kaperbrief was die zijzelf hebben verleend ...en die hen door reclamejongens is aangepraat, terwijl zij verondersteld waren voor zichzelf te kunnen denken. In die zin verschillen zij in niets van managers of bankbeheerders.
En als die jonge Caroline dan één stap verder gaat, en denkt dat een onschuldig acroniem op zich een bestaan kan gaan leiden, dan is dat de schuld van diezelfde oude zakken.
__________________

Melkchocola, die tegenwoordig ‘overheerlijke volle-melkchocolade’ genoemd wordt, en bittere chocola die ‘chocolade-puur’ heet: het zoveelste bewijs dat onze samenleving geleidelijk aan onleefbaar wordt door een teveel aan reclamejongens.

J.H.Donner
Slecht nieuws voor iedereen
Bert Bakker 1987

13 januari 2009

Kerstmis in Casablanca

.

.

27 december 2008


Heel wat burgers bekeren zich tot het christendom,
maar zij mogen hun nieuwe geloof niet tonen.


Rabat – Het Kerstfeest is geheim: een huis in Casablanca, waarvan het adres niet wordt prijsgegeven.
Een paar dozijn mensen verwacht men, er zullen arabisch-christelijke liederen gezongen worden, de Bijbel zal gelezen worden en men zal bidden. Zo stil als maar kan. Want de buren zouden nauwelijks kunnen bevatten dat iemand tegelijk Marokkaan en christen kan zijn.
“Wij leven zoals de vroege Christenen”, zegt Ahmed F., die vaker zulke vergaderingen organiseert. Deze keer wil hij het wagen om journalisten mee te brengen, al wil niemand van de gelovigen zijn naam gedrukt zien. Zelfs telefonische contacten botsten op groot wantrouwen. Op de valreep is Ahmed zelf verhinderd. Wie niet eerder erbij was en het adres al weet, moet Kerstmis alleen vieren.

“Het is zoals onder de Romeinen: de eredienst heeft altijd plaats in de huiskring”, zegt Abdelhalim B., een Marokkaan van zowat veertig die in de loop van zijn studies in Europa tot het protestantisme overging. Abdelhalim zijn woonkamer in de kuststad Kenitra dient de kleine plaatselijke gemeente als kerk. Enkel een klein geborduurd kruisbeeld aan de wand, en een paar kerstengelen duiden daarop. “Uiterlijkheden kunnen wij missen, belangrijker is de leer”, zegt Abdelhalim.

Zo goed als geen enkele Marokkaanse christen zal een van de officiële kerken betreden die er in bijna elke stad zijn: niemand wil herkend worden. De vrije beoefening van het geloof mag in de grondwet verankerd staan, maar op de kerkbanken zie je bijna uitsluitend Europeanen en inwijkelingen uit Afrikaanse staten.

Het gebeurt wel dat Marokkanen bij de kerkdeur door de politie worden tegengehouden, zegt Jean-Luc Blanc, evangelisch dominee in Casablanca, zelfs al kwamen zij enkel voor de begrafenis van een christelijke vriend.
Daarbij, christen zijn is niet verboden, enkel missioneren is dat: wie “een moslim in zijn geloof zou doen weifelen, of pogen hem te bekeren tot een andere religie”, stelt zich bloot aan een veroordeling van zes maanden gevangenis.
Deze wet wordt zelden toegepast, laatst tegen Sadek Noshi Yassa, een Duits-Egyptenaar, die in 2006 in Agadir werd gearresteerd, terwijl hij aan jongeren Bijbels en cd’s uitdeelde.
Vanzelfsprekend, verzekert Abdelhalim, is het aan de politie bekend wie christen is. “Maar zolang wij ons niet zichtbaar opstellen, ondervinden wij geen problemen.” Hier speelt de angst voor de islamitische fundamentalistische bewegingen: mochten de christenen officieel erkend worden, dan zou de islamitische pers storm lopen tegen de “ketterse” regering.
De sharia, die in Marokko niet wordt toegepast, voorziet eigenlijk de doodstraf bij geloofsafval. Daarom poogt de staat eenvoudigweg het debat te omzeilen.

Nochtans is het duidelijk waar de sympathieën liggen, merkt Abdelhalim op: “In tegenstelling met de islamisten zijn wij geen gevaar voor de staat: wij zij koningsgezind en voelen ons volkomen Marokkaan.” Achter de schermen zouden er wel vele contacten zijn. “Nog voor kort organiseerden wij voor onze gemeente een seminarie over aidspreventie, en de politie belde mij daarop, om te zeggen dat wij zulk een seminarie toch ook eens voor moslims moesten opzetten” zegt Abdelhalim. “Daarvoor laten wij experten uit Egypte overkomen, protestantse kopten. Daarbuiten verrichten wij sociaal werk onder de armen, doen workshops voor gehandicapten, gezondheidswerk, altijd in samenwerking met de regering.”

Hoe word je christen, als er nauwelijks missionarissen zijn? Een grote rol spelen de christelijke televisiezenders, die Arabische programma’s brengen, zoals al-Hayat, Sat7 of Miracles en vele radiozenders, bijna altijd gefinancierd door Noord-Amerikaanse protestantse kerken. Al-Hayat zendt vanuit Cyprus, grotendeels met Egyptisch-Koptisch* personeel. “In het programma geeft men een telefoonnummer, en als je dat belt wordt nagegaan of je werkelijk een diepgaande interesse voor Christus betoont, en later kun je dan contact maken met andere christenen.”
Zo verging het Ahmed F. “Ik kende het christendom van de radio, en omdat ik zeer veel las. In 1982 bekeerde ik mij, maar jarenlang dacht ik dat ik de enige Marokkaanse christen was. Later hielp de radiozender mij om contact te maken met andere geloofsbroeders.”
Een duidelijke hiërarchie bestaat er niet in deze protestantse kerken. “Zeker, vaak laten wij beslagen theologen uit andere landen overkomen, om ons te onderrichten”, zegt Abdelhalim. Bijbels en gezangboeken kun je in sommige boekhandels kopen of via de erkende kerken betrekken. En de kinderen leren al snel hun geloof te verbergen voor hun schoolkameraadjes.

Precieze cijfers over het aantal Marokkaanse christenen zijn er niet. Volgens Abdelhalim behoren er zowat 1500 tot het netwerk dat geregeld bijeenkomt, maar er kunnen ook meer families zijn die zich uit angst niet laten zien. “In Casablanca zijn er zeven huiskerken, in Marrakesh acht en minstens één in elke Marokkaanse stad, van Tanger tot aan de rand van de woestijn” zegt hij. Bepaalde Amerikaanse websites becijferen het jaarlijkse aantal bekeringen op 3000 tot 3500. Voor Jean-Luc Blanc, predikant van de protestantse gemeente in Casablanca, is dat overdreven. “Mogelijk maken vele duizenden inderdaad de overstap, maar de meesten geven het na enkele maanden weer op. Realistischer lijkt de half-officiële schatting van regering, die het in totaal op 800 à 1000 bekeringen houdt”, zegt Jean-Luc.
“Wij willen geen missionering, maar wat wij willen is dat de vrijheid van geloof erkend wordt”, zegt de predikant. Want het blijft zo, dat je veroordeeld kunt worden als je een slechte rechter treft: “Het hangt helemaal af van de interpretatie van de wet, en vele juristen zijn van oordeel dat het al volstaat om zich als christelijke Marokkaan te bekennen, om het geloof van de burgers te choqueren.”

Joden hebben meer rechten

Met een zekere afgunst kijken de christelijke Marokkanen naar hun joodse medeburgers: die zijn als minderheid officieel erkend, hoeven hun geloof niet te verbergen en mogen zelfs tijdens de ramadan in het openbaar eten.** Een gelijkaardige regeling staat vele christenen voor ogen. Ahmed F. droomt ervan, een “Nationale Kerk” op te richten. “Vóór de komst van de islam was Marokko christelijk, maar er was helaas geen georganiseerde kerk en zo ging het geloof verloren. Dat willen wij nu vermijden”, zegt de Berber uit het diepe Zuiden.
Helemáál is de herinnering niet verloren gegaan: in vele Berberse dorpen leeft nog het besef dat ze eeuwenlang christelijk waren, vele volksliederen gaan over op Opstanding van Jezus, en in enkele Koranscholen hebben de kinderen niet op vrijdag, maar op donderdag vrij, “want zo heeft Jezus het geleerd”. Bekering is voor vele Berbers dus een terugkeer naar hun eigen wortels.

Wat brengt de toekomst? Abdelhalim hoopt, dat de economische ontwikkeling van Marokko de vrijheid van geloof ten goede zal komen. De kleine gemeenten zijn druk in de weer: er zijn voor de christelijke families vormingscursussen, theologische seminaries, en zelfs bijeenkomsten waar christelijke vrijgezellen met elkaar kennis kunnen maken. Hoe zou men anders kunnen huwen? Gemengde huwelijken zijn wel mogelijk, maar worden door de regering niet erkend: wie een Marokkaanse wil huwen moet moslim zijn of het worden. Ook als die Marokkaanse zich tot het christendom bekent. Voor christenen is onzichtbaarheid de opperste burgerplicht.
.

____________

* als ik even pedant mag tussenkomen, en op een soort van pleonasme wijzen: het woord Kopt is een verbastering van Egypte.
.
** een voorrecht dat door hun burgemeester niet wordt vergund aan de politieagenten ...van Sint-Jans-Molenbeek.
.

10 januari 2009

De geborneerde Soir

.
Het moet in stilte gebeurd zijn, maar België is alvast wat het strafrecht betreft gesplitst. Misschien dat u daarvan al op de hoogte was, maar ik niet. Ik leid het af uit de krant Le Soir van eergisteren. Of liever uit de vergelijking tussen de Soir en de Vlaamse kranten.
Alle Vlaamse kranten die dag spraken schande van de gebeurtenissen in Gent, die tot de vrijlating hadden geleid van enkele ongure figuren met merkwaardige namen.
De ene krant had al verstandiger redactioneel commentaar dan de andere (procedurefouten las je vaak, terwijl het om slechte wetten ging), de ene columnist of briefschrijver was al beter dan de andere (gaande van de sentimentele praatjes van Quirynen, tot de glasheldere verantwoording van Rieder) maar aandacht was er overal.
In de Soir donderdag, geen woord over dit alles, en ik heb nochtans ook hun buitenlandrubriek zorgvuldig nagekeken.
Dat ze bij die krant de makers van die ontoepasbare wetten, hun geliefde paarse regeringen in bescherming wilden nemen mag ik niet suggereren.
Mijn conclusie is een stuk eenvoudiger: ça c'est passé au Nord? rien à foutre des Ménapiens!

.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html