29 augustus 2009

Een geïndoctrineerd duo: Shaju&Stijn

.
Een moslimman wel, maar een moslimvrouw kan nooit of jamais met een ongelovige trouwen. Maakt niet uit of haar kerel christelijk, boeddhistisch of azteeks is, laat staan gewoon atheïst: hij is geen volgeling van de profeet en daarmee is de kous af.
Eenvoudige regel, en onze eigen Wetgever zou aan deze eenvoud een voorbeeld kunnen nemen. Goede wetten zijn kort en weinig talrijk, en behoeven nauwelijks uitvoeringsbesluiten.
Natuurlijk gaat de mohammedaanse regel tegen elk beschaafd rechtsgevoel in, maar dat is een andere kwestie.

Daarom dat het mij zo verwonderde dat de Standaardjournalist Shaju Hendrikx –in een obligaat ramadanartikeltje, zoals je het in elke Vlaamse krant tegenwoordig moet hebben– kon schrijven over het Gentse gezin Lesage-Kaçar, en ons daarbij vertellen dat de man des huizes géén moslim was, maar zijn vrouw wél.


"Dries mag dan geen moslim zijn, hij heeft wel respect voor het geloof van zijn vrouw."

Ik vroeg Hendrikx per mail of hij wel zeker was van zijn mededeling, want zo’n vreemde gezinstoestand achtte ik op algemene gronden niet goed mogelijk. Mijn eerste gedachte was dat de reporter hier zijn wensen, misschien voortkomend uit een mooie multiculturele maatschappijvisie, voor werkelijkheid had genomen en deze begrijpelijkerwijs aan de lezer ook wilde presenteren als werkelijk waargenomen?
Shaju antwoordde mij het volgende:

[…] Ik heb het bij de betrokkenen nog eens nagevraagd en er is mij bevestigd dat ik geen fouten heb geschreven.
Met vriendelijke groeten
Shaju Hendrikx


Goed, maar als blogger heb ik andere journalistieke opvattingen dan een reguliere journalist, en dan mag bij De Standaard het volstaan om aan dezelfde persoon nogmaals dezelfde vraag te stellen …voor een deugdelijke journalistieke double-check is meer nodig.

Blijkt nu, uit een mail die ik aan Hendrikx (en carbon copy ook aan Vandermeersch) partieel heb laten ziendat noch de man des huizes, noch zijn vrouw, die vraag naar dat moslimzijn ooit hebben gekregen. Niet tijdens het oorspronkelijke interview, niet achteraf.
Komt nog bij dat Lesage nooit de bedoeling had, vernam ik, om zijn bekering tot Allah en de Profeet te loochenen, alleen: de vraag is hem nooit gesteld.

Dit betekent ten eerste, dat Hendrikx de mededeling in zijn artikel gewoon heeft VERZONNEN, en ten tweede dat hij koeltjes –zij het wellicht met toegeknepen billen– heeft GELOGEN bij zijn antwoord op de vraag in mijn mail. En subsidiair betekent het ook dat de Marketeer de kat uit de boom kijkt, natuurlijk zonder enige last van zijn journalistieke billen.

Ach, geloofwaardigheid! Journalistiek hier in Vlaanderen is knechtschap, dat weet het publiek. Maar dat die journalisten bij het verrichten van hun livreiwerkjes zodanig dom te werk gaan dat, gewoon met een laptopje voor je, je hen kunt zien voor wat ze zijn: dat is voor mij altijd weer een verrassing.

Maar een solidair gild vormen ze wel! Zo kwam op Facebook, naar aanleiding van mijn vorige blog, al na enkele minuten de reactie: “eikes! zoveel kromme redeneringen in één stukje!”

Die reactie kwam van zekere Stijn Aelbers, en dat is een eindredacteur van De Ochtend op Radio1 godbetert! Nu wist deze jongen van de eigenlijke kwestie niets af –heeft zo te zien ook niet al te veel lectuur over de islam achter zijn kiezen– maar dat belette Stijn niet om onmiddellijk in de houding te springen.
Hij vertelde honderduit, en kende véél van die gezinnen, “…absoluut 100 % vrijzinnige mannen die getrouwd zijn met een gelovige moslima. Mag dat van Allah? Nee. Gebeurt dat? Jazeker.”

Stijn is een jonge kerel, en zijn taalgebruik is soms nog wat onomatopeïsch, maar ongetwijfeld meent hij het goed –en dat hij in dit specifieke geval niet goed zag waar het stukje over ging, namelijk over een journalistieke kwestie, doet er niet eens toe– de echte vraag is: waarom springt zo’n jochie ongevraagd recht?

Omdat hem is geleerd dat in de multiculturele wereld Sein und Sollen mooi samenvallen?
Welja, Stijn&Shaju, zo ken ik er ook wel: “moslima's”, gehuwd of samenlevend met een ongelovige hond – maar jullie mogen dat niet verwarren met een opgaan van de islam in de Europese Beschaving.
Die vrouwen zien zich namelijk gedwongen om met hun eigen familie to-taal te breken, en om andere moslims zoveel als mogelijk uit de weg te blijven.
Dat is pijnlijk voor hen, gevaarlijk soms, en de rest van hun dagen zullen zij in onrust leven. Maar inderdaad, er zijn moedige uitzonderingen die kiezen voor ...een nieuw monoculturalisme, en zelfs voor een soort clandestiniteit.
Hen zou je asielzoeksters kunnen noemen.
.

25 augustus 2009

Ronduit liegen staat een Kwaliteitskrant niet

.
Nu de premier weer terug is in het land, en niet te ver van zijn deur veilig in Zaventem is neergestreken, mogen wij de vakantie als afgesloten beschouwen.
Bij wijze van herhalingsoefening zullen wij direct beginnen met een paar zinnetjes van Marc Reynebeau, en daarna onmiddellijk het ernstige werk aanpakken.
Reynebeau had vandaag een klein opstelletje in De Standaard en, hoe vergeeflijk ook, zijn stukje was niet geheel van fouten vrij. Na de grote vakantie komt zoiets vaker voor.
We zien onze Marc schrijven: “Maar de meeste van die pendelaars kennen Brussel zoals Yves Leterme hem kent.” In dit korte zinnetje staan twee fouten, die elk voor zich nu mag verbeteren, maar let u op zijn derde, en op zijn voorlaatste woord.
Inhoudelijk viel zijn stukje nog goed mee, zeker voor een eerste opstel. Wel begon Marc onbewust met een oude FDF-slogan over Vlamingen die naar hun dorp terug moeten. Maar aangezien Marc .–zoals iedereen weet– Geschiedenis heeft gestudeerd, zal die slogan (die pas van de jaren zestig dateert) hem onbekend zijn omdat die periode nog te vers is.
Enigmatisch was echter een andere zin van hem: “Vooral om historische redenen is een stedelijke mentaliteit vele Vlamingen nu eenmaal vreemd.”
Marc, wat je wel had mogen onthouden uit jouw studies, is dat de meeste geschiedkundigen (bv de befaamde Norman Davies in zijn “Europe, a History” van 1996) …het fenomeen van de verstedelijking juist typisch Noord-Italiaans én Vlaams noemen. Misschien ligt die geschiedenis voor jou weer te veraf.

Nu dus ernstiger werk.
Gisteren of eergisteren begon de ramadan, en omdat ze bij De Standaard beseffen dat de meeste Vlamingen dat woord nog nooit gehoord hebben, stuurden zij hun reporter Shaju Hendrikx op speurtocht naar een gezin waar deze gewoonte in ere wordt gehouden.
Hij kwam terecht bij de familie Lesage-Kaçar in Gent. Geen doorsneegezinnetje, want vader is prof politicologie aan de univ, een soort wetenschapper kun je zeggen, en moeder is gemeenteraadslid.
Het werd een mooi artikel, meer een culinair verslag eigenlijk, maar zonder taalfouten (Hendrikx is geen vaste redacteur). Het bevatte wel één zin die fel mijn aandacht trok: "Dries mag dan geen moslim zijn, hij heeft wel respect voor het geloof van zijn vrouw."
Professor Lesage, bevestigt ons de reporter, is dus zelf geen moslim, maar wel degelijk getrouwd met een moslimse!
Zoiets kan natuurlijk niet. Een moslim kan wel een ongelovige vrouw nemen, en de profeet zelf gaf hier het voorbeeld wil het verhaaltje, maar dat een mohammedaanse een ongelovige man zou kunnen huwen is uitgesloten. Dan moet zij zelfs worden omgebracht door haar mannelijke familieleden lees je in buitenlandse kwaliteitskranten, die wel eens verslag uitbrengen over zulke feiten.

Maar we mogen niets uitsluiten. Wellicht hebben wij te maken met een volslagen nieuw fenomeen, een totale omslag in de islam eigenlijk …en heeft deze ideologie hier –in de verstedelijkte Vlaamse omgeving– na eeuwen van achterlijkheid en brutaliteit, tenslotte een mate van rationaliteit geïncorporeerd? of zelfs een bepaalde verdraagzaamheid?

Of heeft onze reporter dat zinnetje gewoon verzonnen? De gedachte is ondraaglijk, maar de wens is de vader van de gedachte, en Hendrikx kan tenslotte de bedoeling hebben gehad om aan zijn simpele lezers te laten geloven, wat hijzelf zo graag zou willen? Zoiets heet duiding tenslotte. Het leven, zoals het leven zou moeten zijn.
Hij had natuurlijk aan de professor zélf kunnen vragen hoe de vork in de steel zat, en of hij dat zo mocht opschrijven, van die ongelovige die met een moslimse getrouwd was ...maar of Shaju dat ook heeft gedaan, weten wij lezers niet.
Moeten wij dan maar veronderstellen dat onze Standaardman Shaju Hendrikx bewust gelogen heeft?

Ik stelde hem deze vragen per mail, en ook aan de bekroonde Marketeer van De Standaard vroeg ik wàt er nu van aan was, maar helaas verkozen zij solidair hun mond te houden.

Dat is spijtig, want journalisten genieten al zo weinig vertrouwen bij het publiek.
Bij gebrek aan beter dus, mag ik stellen dat Hendrikx, en daarna Vandermeersch, bewust gelogen hebben, en het vertrouwen van hun lezers niet waard zijn.
.

8 augustus 2009

Kantiek voor de Krant

.

Alles en iedereen leest. De huurkoetsier op zijn bok haalt een boek uit zijn tas zodra zijn klant is uitgestapt; de fruitverkoopster laat zich de Constitutionnel voorlezen door haar buurvrouw, en de portier leest alle bladen die voor de vreemde gasten in het hotel worden afgegeven. De echte abonnee mag elke ochtend weer bellen dat zijn armen lam worden, de portier brengt hem zijn blad niet eerder dan dat hij het zelf gelezen heeft.
Voor een genreschilder is er geen rijker aanblik voorhanden dan de tuin van het Palais Royal in de voormiddag. Duizend mensen houden daar een krant in de hand en vertonen daarbij de meest ver-scheidene posities en bewegingen. De een zit, de andere staat, een derde stapt, nu eens langzaam, dan weer met versnelde pas. Plots trekt een bericht sterker zijn aandacht, hij vergeet zijn tweede voet neer te zetten, en voor de tijd van enkele seconden staat hij als een pilaarheilige op één been. Sommigen staan tegen een boom geleund, anderen tegen de balustrades die de bloemperken afzomen, nog anderen tegen de pijlers van de arcaden. De slagersknecht wist zijn bebloede handen schoon, om geen rode vlekken op de krant te laten, en de pasteiventer laat bij zijn lectuur de koeken koud worden.
Als op een dag Parijs op dezelfde manier ten onder zou gaan als Herculanum en Pompeii zijn ondergegaan, en men groef het Palais Royal en de mensen daar weer op, en men vond ze in dezelfde houding waarin zij door de dood waren verrast – de papieren in hun handen waren tot stof vergaan – dan zouden archeologen zich de kop breken over wat al die mensen daar precies aan het uitrichten waren toen de lava hen overdekte. Een markt was er niet, een theater evenmin, dat blijkt uit de plek. Geen bijzonder schouwspel had hun aandacht getrokken, want de koppen stonden in verschillende richtingen, en de blikken waren naar de aarde gebogen.
Wat waren die toch aan het doen?. zullen zij vragen, en geen van hen zal het antwoord geven:. zij waren de krant aan het lezen.



Ludwig Börne

Schilderungen aus Paris (1822 und 1823)
X. Die Lesekabinette


Gesammelte Schriften
Vollständige Ausgabe in sechs Bänden
nebst Anhang in zwei Bänden

Leipzig, Max Hesse Verlag, um 1900-1905

Zweiter Band, SS. 40-41
.

3 augustus 2009

Heel de Oosterse wijsheid gaat op één Westerse boekenplank, zei geloof ik Carlyle *


.

Eén keer verlichting staat op 49 euro, menselijkheid inbegrepen:
De Dalai Lama schenkt zijn vrolijkheid vier dagen aan Frankfort.

Jan Grossarth

Waar anders het doel staat, heeft nu Zijne Heiligheid plaatsgenomen. Op de bühne in het voetbalstadion van Frankfort zit, in kleermakerszit gehurkt in een fauteuil, de veertiende incarnatie van de Dalai Lama. Rondom hem op het podium, zitten drie professoren in tenue. Met de benen gekruist spreken zij over hun geliefkoosde thema’s: de klimaatvorser Mojib Latif over de klimaatmaatregelen, over de interest spreekt de ethicus-economist Karl-Heinz Brodbeck en over het gegarandeerde basisinkomen de ondernemer Götz Werner. De Dalai Lama geeuwt. Hij wiebelt met zijn bovenlijf heen en weer. Götz Werner onderbreekt de meditatie: “Het was misschien het moment, om aan Zijne Heiligheid eens te vragen, wat hij vond van de idee van een basisinkomen.”

Tot en met zondag heeft de Dalai Lama vier dagen zijn optreden gedaan in de Commerzbank-Arena van Frankfort. Per dag kwamen er zo’n tienduizend mensen – niet meer dus, dan kortgeleden nog voor de wedstrijden van de tweedeklasserploeg FSV Frankfurt. “Uitweg en Hoop” staat de zaterdag op het program. Dat past mooi in deze tijd, maar ook al is het crisis, en bijgevolg hoogconjunctuur voor de zoekers naar zingeving, toch zijn er wat minder bezoekers opgekomen dan twee jaar terug voor de masterclasses van de Dalai Lama in Hamburg. Nu waren de kaartjes ook niet echt goedkoop: negenenveertig euro voor één dag, honderd vijfentwintig voor de vier dagen samen.

Ja, en wat vindt Zijne Heiligheid van een onvoorwaardelijk basisinkomen, een idee waar de mensen in India en Tibet misschien minder vertrouwd mee zijn wij dan hier te lande? De Lama zegt: “Ik weet het niet. Ik ben nu meer in de war dan daarnet. Niets in het leven kan enkel positief zijn, want er zijn ook altijd negatieve bijwerkingen.” Plots schiet hij in een luide lach, en de mensen lachen met hem mee. Een toehoorster, die zojuist nog applaudisseerde voor het basisinkomen, slaakt een kort gilletje van vervoering bij deze heilige eerlijkheid. Zij perst haar handpalmen op elkaar, ten teken van boeddhistische zegening.

Overal in en rond het stadion ruikt het naar wierookstokjes, al is er nergens een te zien. Nadat in het eerste podiumgesprek de ontbossing, de interest en de overmatige vleesproductie gehekeld waren, werden er in de persruimte gehaktballetjes aangeboden op wegwerpbordjes, en cola in kartonnen bekertjes, waarbij te hopen valt dat de drie inrichtende boeddhistische verenigingen zich niet op de kapitaalmarkt in de schulden hebben gewerkt: zaterdag nog was de 1,6 miljoen euro kostende organisatie deficitair. Het hoge bezoek is nu eenmaal geen commerciële aangelegenheid en ook geen wereldjongerendag. De gemiddelde leeftijd ligt wellicht tien jaar onder die van een katholieke Zondagsmis. De deelnemers doen denken aan andere hoogmissen van de menselijkheid, zoals biologische kankercongressen of antroposofenbijeenkomsten, waar onzekere mensen naar voorbeelden op zoek gaan, die hen kunnen sterken in hun vermoeden dat er een spirituele werkelijkheid moet bestaan naast de materiële.

Elke morgen weer houdt de Dalai Lama een begroetingsrede. Zaterdag wil een presentator daarop nog de bezoekers welkom heten, maar als hij het leidmotto wil noemen overvalt hem een blackout. Hij kijkt op zijn spiekbriefje: “Ach ja: één wereld, één idee, één hart.” Kort daarop vergeet ook de Dalai Lama het thema en laat hij zich dit, door een monnik die schuin achter hem zit in het oor fluisteren. “One world? Yes. One heart, one mind - hm, I don't know.” Hij lacht om zijn eigen bescheidenheid: “Er zijn er die mij God-koning noemen, anderen noemen mij een demon. Maar ik ben tenslotte ook gewoon een mens.” Zijn stem schiet piepend de hoogte in en galmt lang na in de Arena. De toehoorders applaudisseren.

De Dalai Lama zegt dat het “fundamentele niveau” van de mens, voor hem dat van de menselijkheid is, en van de naastenliefde; dat niveau was het belangrijkste, belangrijker dan secundaire, of nog verdere niveaus waar bijvoorbeeld de religie haar plaats had. Op dit fundamentele niveau heerst er in de Arena de grootste harmonie, en de gnuivende Heilige is een prima projectiescherm voor humanisten, socialisten, sympathisanten van onderdrukte volkeren en christenen voor wie de Paus te intolerant en te veeleisend is. Over het secundaire niveau wordt niet gediscussieerd. Wellicht is dat allemaal één groot misverstand.

“Ik wil eindelijk daden zien”, roept de klimaatvorser – applaus. Zijne Heiligheid zegt over de klimaatpolitiek: “Misschien sterft straks de wereld, misschien brandt de zon binnenkort niet meer, en dan is dat gewoon de realiteit. Maar tot zolang moeten wij zo gelukkig zijn als mogelijk.” Applaus. De Lama wuift de menigte toe, wat de harmonie hernieuwd de hoogte injaagt. Hij zegt: “Geestelijk welzijn zal nooit met een machine geproduceerd kunnen worden.”

Aan het eind van de discussie legt de Dalai Lama de professoren witte sjaals om de hals, een paar honderd bezoekers lopen voor het podium en maken foto’s, een vrouw in een geel T-shirt prevelt: “Dit is de beste mens van heel de wereld.” De Dalai Lama neemt zich (op het fundamentele niveau) niet zo ernstig, neemt de politiek en de intellectuelen niet ernstig, hij lacht en predikt menselijkheid en weet de harten te raken.
De professoren kletsen, in hun midden geeuwt de lachende infantiele Godmens. Ja, God is misschien wel een clown?

F.A.Z., 03.08.2009, Nr. 177 / Seite 27
.
__________________________

* men merkt mij op dat het Thomas Babington Macaulay was die dat zei.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html