5 februari 2010

Barnardje wil niet hangen

.
Te vaak lees je in de krant dat ons gerechtelijk apparaat log is, dat het te traag werkt, onderbemand is, onbekwaam, wereldvreemd en nog meer akeligheden. Vaak vergeet men daarbij te vermelden dat er ook uitzonderingen zijn, en dat er bijwijlen zelfs proactief wordt opgetreden. Onderstaande eenakter mag als bewijs gelden.


Johan Sanctorum versus Schrijver dezes (2)
Onuitgegeven Tooneelspel
Benno Barnard

Rechter: De beklaagde heeft zich dus in beledigende zin over uw gestalte uitgelaten?

Johan Sanctorum: Inderdaad, edelachtbare.

Rechter: Wat hebt u daarop te zeggen, verdachte?

Benno Barnard: Dat het me oprecht spijt. De heer Sanctorum is weliswaar een schijnheilige trol, maar zijn trolachtigheid als dusdanig is niet zijn schuld, en nu ik er zo over nadenk: zijn hypocrisie misschien ook niet, zomin als zijn antisemitisme. Allemaal een gevolg van de verkeerde opvoeding en onverteerde brokken wijsbegeerte. Maar als u mij toestaat een korte juridische overweging te maken: de gewraakte omschrijvingen stonden in een persoonlijke mail. Mijn geachte opponent heeft ze zelf openbaar gemaakt, Edelachtbare.

Johan Sanctorum: Maar daarna heeft hij mij nog eens beledigd!

Benno Barnard: Inderdaad. Opnieuw in een persoonlijke mail. De titel luidde ‘Lachen geblazen met onze dorpsgek.’ U moet weten dat we in naburige dorpen wonen. Wat denken betreft scheidt de halve aardomtrek ons, maar dat is een andere kwestie.

Rechter: En hoe ging die mail verder, verdachte?

Benno Barnard: Als volgt: ‘O, heerlijk! De grote democraat Sanctorum dreigt met het censureren van de mening die half intellectueel Vlaanderen sowieso al over hem heeft! Wat ben ik toch gemeen! Ja, meneer, ik ben veel gemener dan u!’

Rechter: U bent een grapjas.

Benno Barnard: Wat mij van de heer Sanctorum onderscheidt. Dat is het griezelige aan zo’n filosoof. Die meent alles, inclusief dreigementen met een proces.

Rechter: Hoe dan ook, het was een persoonlijke belediging, geen publieke, meneer Sanctorum.


Johan Sanctorum (mompelend): Ik begin uw intellectuele integriteit in twijfel te trekken, edelachtbare. U bent duidelijk een handlanger van de democratisch failliete Belgische Staat.

Rechter (tuurt op een papier): Klopt het, verdachte, dat ‘het draderige creatuur uit Tolkien’ nu een vaste aanduiding van de heer Sanctorum is geworden in uw vriendenkring?

Benno Barnard: Ik vrees van wel, edelachtbare.

Rechter: Dat is niet netjes van u.

Benno Barnard: Nee. Maar als ik me verstouten mag: ook niet strafbaar.

Rechter: Dan naderen we hier zo te zien de vrijspraak.

Benno Barnard: Ik heb nog een vraag, edelachtbare. Bestaat er zoiets als het democratische recht op het vergeten van een bepaalde persoon?

Rechter: Natuurlijk. U vergeet er maar op los.

Benno Barnard: Maar mag die persoon dat verhinderen?

Rechter: Hoe bedoelt u?

Benno Barnard: Ik las een paar dagen geleden nog een opmerking van een moderne artiest, die vond dat ‘inhoud toch altijd primeerde’, of zo iets. En stijl was maar een middel. Ik ben zijn naam, zijn vak, zijn onderwerp, zijn bestaan onmiddellijk vergeten. Maar hij herinnerde me aan mijn geachte tegenstander, die iets soortgelijks vindt. Want hij mist het orgaan voor poëzie, vorm, taalschoonheid, enfin, mijn vak, zoals hij ook geen gevoel voor humor heeft. Voordat hij zo verbolgen raakte op De Standaard omdat de huidige chef opinie zijn teksten niet lust, schreef hij weleens in die krant. En zo kwam het dat hij ooit Yeats en Pound ‘victoriaanse dichters’ noemde. U kunt daaruit afleiden dat hij die namen alleen maar gebruikte om niet als wijsgerige boerenlul door de mand te vallen

Rechter: Gelieve uw taalgebruik te matigen. Wat is uw punt?

Benno Barnard: Wel, zoals gezegd ben ik de hele existentie van die kunstenaar vergeten. En datzelfde zou ik met onze provinciale Heidegger hier ook willen doen, maar iedere keer als ik hem bijna vergeten ben, stuurt hij me weer een mail. Kunt u hem geen mailverbod opleggen, een soort restraining order, dat bepaalt dat hij niet dichter dan tien gigabyte bij mij in de buurt mag komen?
.

2 opmerkingen:

Erwin Vanmol zei

Prachtig! :)))

Marc Vanfraechem zei

Inderdaad prachtig, en merci Erwin, maar dit is, op de illustraties na (die weliswaar een sterk verduidelijkende, en bijna onmisbare rol hebben) niet mijn verdienste!
En ook al ben ik in het dagelijkse leven geen liefhebber van het toneelspel, deze eenakter leek mij bekoorlijk genoeg om, bij wijze van uitzondering, even een gastauteur toe te laten.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html