29 augustus 2010

Oratio pro Godefrido

*.
“Kardinaal, wat hield u tegen om op te komen voor ‘de minsten der mijnen'? Wat u deed, was te weinig, kardinaal. Veel en veel te weinig.”*
Ja, Bart Sturtewagen kan wel heel gewichtig en moreel doen vandaag in zijn Standaard. Heel edel. Maar, wat had hij te vertellen toen Danneels zeven jaar geleden de Castarprijs kreeg, onder meer van zijn krant?
Hij zal misschien antwoorden, in even Bijbelse termen: dat waren de zeven vette jaren (Genesis 41:17 e.v.). Inderdaad, een goed argument en Sturtewagen mag zich geruggensteund weten door de verzamelde Vlaamse pers, vandaag niet minder dan in die jaren. Desmet bv. is al even verontwaardigd als hij nu, en even gespeeld verwonderd.
God! waar is de tijd dat ze nog supporterden voor Godefridus, toen die paus moest worden?
Voor onze jongens was het toen zus, maar nu is het zo. Journalisten draaien met gemak honderd tachtig graden, en ze doen dat altijd netjes gelijk, hun bentgeest is verwonderlijk. Let bygones be bygones zal hun devies zijn.
En ik weet het lezer, het getuigt van slechte smaak om jezelf te citeren, maar tenslotte, wat ik zeven jaar geleden van Danneels dacht was voor u geen geheim.
Natuurlijk, zoiets is goedkoop: als onafhankelijke blogger kun je een oordeel uitspreken over de man die je voor je hebt, je hoort hoe hij zich uitdrukt, je ziet zijn fysieke verschijning, zijn mimiek, zijn fijne maniertjes, and you judge your man.
Dat kan een journalist niet, zelfs geen columnist, en allerminst nog wel de institutionele “bloggers”, die je overal hebt tegenwoordig met hun onafhankelijke stukken. Vaak beseffen zij dat zelf niet, maar allen zitten zij in de desk opinion gevangen.
En dat beoordelen van een man, op zijn verschijning, is natuurlijk een riskant spel waarbij de onafhankelijke blogger veel kan verliezen. Maar een figuur als Danneels, zo zichtbaar kronkelig en tam, en bovenal zo trouw als een hond aan het Belgisch regime (hij is er door benoemd tenslotte, en je bijt niet de hand die jou voedt ...wat ook voor de pers helaas geldt), zonder een teveel aan principes bovendien –geen verdomde Léonard! die soms zegt wat hij denkt, en dan ook unaniem veroordeeld wordt, of liever werd, want het is de laatste tijd wat minder– onze postmoderne Godfried dus, zo iemand moest natuurlijk in de smaak van de journalisten vallen.
Zelfs de Soir was over hem te spreken, en wie zou dát een christelijke krant noemen? Ze zullen hem daar insipide gevonden hebben. Al zullen er op hun redactievergaderingen zeker nog andere omschrijvingen gevallen zijn zoals, alfabetisch in volgorde: banal, bénin, fade, futile, sans gravité, indifférent, inoffensif, insignifiant, léger, petit, quelconque, véniel.
Maar zeker ook utile.**
_________________
* Mat 25:45 Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze minsten niet gedaan hebt, zo hebt gij het Mij ook niet gedaan.
** Ten behoeve van de goede Belg Wouter Van Besien, die volgens Het Laatste Nieuws niet goed Frans verstaat, en het zeker niet kan spreken, wil ik op aanvraag deze reeks termen vertalen. Het valt mij trouwens op dat de beste Belgen bijna altijd ééntaligen zijn, en dat aan beide zijden. Un parfait bilingue valt op dat punt wel eens tegen.
.

4 augustus 2010

Niet generaliseren over appelen en peren !

.
Misschien ligt dat voor u anders lezer, maar ik weet zo goed als zeker dat er mij geen bijzonder interessante gedachte voor de geest zou komen als ik, gezeten onder een appelboom, één of meerdere appels zou zien vallen.
Nochtans weten wij dat de bekende geleerde Isaac Newton (1643–1727) naar aanleiding van zulke gebeurtenis de zeer algemene formule van de zwaartekracht ontwikkelde (F=k.m.m’/r2). Die formule heeft ons later toegelaten om naar de maan te vliegen.

Dertien eeuwen vóór Newton vertelde Augustinus van Hippo (354–430) het volgende:
Daer stond by onzen wyngaert eenen peerenboom geladen met peeren, de welke nogte zeer aengenaem aen het gezigt, nogte zeer goed van smaek waeren. Als wy ons eens met eenen hoop van booze jongelingen tot diep in den nagt, volgens een vervloekelyke gewoonte, op de straeten verlust hadden met te spelen, liepen wy t'zamen derwaerds, om alle de peeren, die op den boom stonden, af-te-schudden en weg te nemen. Wy keerden terug gansch geladen met peeren, niet om de zelve te eten, maer enkelyk om ze te stelen, al hadden wy - ze aen de verkens moeten werpen, schoon wy 'er nogtans enige van aten: ons aldus vergenoegende met het vermaek dat wy vonden in te doen het gene ons ongeoorloft was. (Confessiones II,IV,9)
Ook Augustinus trok uit deze gebeurtenis een zeer algemene conclusie, over het Kwaad, als zijnde een bijna zelfstandige kracht in de mens:
En nogtans heb ik willen stelen, ó mynen God, en heb het metter daed bedreven, niet uyt nood of gebrek, maer uyt een afkeer van de rechtveerdigheyd en uyt een overtollige boosheyd.

In het jaar 387 zal nu, zoals wij eveneens weten, diezelfde Augustinus (hij was toen onder een vijgenboom gezeten) enkele kinderen een liedje horen zingen waarin hij meende te verstaan “tolle, lege”: neem op en lees. Terstond nam hij de Bijbel ter hand, las, en liet zich dopen.
Alweer een sterke veralgemening want die arme kinderen, die aren lazen op het veld, zongen volgens zekere interpretaties een work song, met als terugkerend vers: zoek en raap (de aren) op.

Veralgemeningen kunnen nuttig zijn, en zelfs noodzakelijk als wij enig begrip van de omringende wereld willen krijgen. Tenslotte komt datgene wat wij westerlingen wetenschap noemen altijd neer op vereenvoudiging en veralgemening. Toch zijn er ook denkers die ons waarschuwen.
Eén dezer is Tom Naegels (1975-).
Naegels wenst niet dat de gewone burger, zelfs niet als die bij dozijnen appels, peren en vijgen rond zich heeft zien vallen, tot enige veralgemening zou overgaan. Heel zeker mag die burger geen algemene Wet van de Zwaartekracht formuleren.
Bijgevolg, zo meent onze jonge wetenschapstheoreticus: ook als de meeste gemeenschapsproblemen in de wereld zichtbaar door islamieten zouden worden veroorzaakt, door islamitische migranten in het bijzonder, toch mag er over de islam zelf niéts gezegd worden. Feiten blijven voor hem altijd afzonderlijke fenomenen. Zij vertonen nooit patronen –producten van onze perverse verbeelding– en elke theorievorming is uit den boze.

Hoe het zindelijke denken wél dient te verlopen, weet Tom in vier punten samen te vatten:
1.Debatteer niet meer over de islam, maar over concrete misstanden.
2.Beperk het debat tot één probleem per keer.
3.Beperk het debat tot één context per keer.
4.Wees toch niet zo apocalyptisch!


Het wereldbeeld van een animist, die achter elke vallende steen een afzonderlijke duivel of engel aan het werk ziet.
Verder heeft Tom in zijn artikeltje het nog over scheten laten, over flatulentie dus, een onderwerp dat ook Augustinus niet uit de weg zou zijn gegaan, maar dat leest u misschien liever zelf.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html