14 december 2011

Door het lint gaan

.
De Standaardjournalisten Mark Eeckhaut en Cedric Lagast hebben een heel eigen kijk op wat je onder geweld dient te verstaan.
.
Eerst schrijven zij (vandaag, p. 2): “Nordine Amrani heeft nooit bekendgestaan als een zware geweldenaar. Hij was wel een draaideurcrimineel, zoals er meer zijn.”
Tot voor kort viel het allemaal nog best mee met die Nordine, begrijpen we.
Maar verderop in het artikel vernemen we: “Nordine Amrani kwam als tiener in Brussel al verschillende keren in aanraking met de jeugdrechter. Zijn eerste veroordeling als meerderjarige was er één met uitstel, voor een verkrachting.”
Futiliteiten dus. Hoe zijn jongeren ook? Boys will be boys, en verkrachting is misschien wel geweld, maar geen zwaar geweld.
Als Eeckhaut en Lagast er zo over denken, dan moet een reclasseringsambtenaar deze heren een tijdlang flink in de gaten houden.
.
Maar zo denken zij natuurlijk niet. Het is allemaal onhandigheid en gestuntel. Dat zij bv. de moordaanslag in Luik ook nog omschrijven als “door het lint gaan”, zien we dus graag door de vingers. Geen gevoel voor stijl hebben, niet weten welk taalregister bij een bepaald onderwerp passend is, de betekenis van een uitdrukking niet kennen, dat zijn wellicht geen troeven voor een journalist, maar “zo zijn er meer”.
.

12 december 2011

Consequenties doorgedacht, President ?

.
Herman Van Rompuy zei lang geleden eens dat een Belgische regering zonder meerderheid in Vlaanderen staatsgevaarlijk was. Goed, dat was een verstandig woord. Maar nu heeft de Europese Herman de komst van juist zo'n Belgische regering recent verwelkomd, en de premier ervan ontvangen, ook al had die man nog niet het vertrouwen gekregen van de –toegegeven ongrondwettige– Kamer.
En in het Radionieuws vanmiddag zegt Van Rompuy alweer iets verstandigs, maar hier zal hij voor de Belgische consequenties van zijn woorden een exceptie moeten inroepen. Herman blijft een voorbeeldige katholiek.



Herman Van Rompuy: Ik ben daar zelf, persoonlijk voor gewonnen. Maar alleen op het einde van de rit. Ik geef u een voorbeeld: de jeugdwerkloosheid in Oostenrijk is 8%, de jeugdwerkloosheid in Spanje is er 48. Gaat men die twee economieën laten vertegenwoordigen door één euro-obligatie vandaag? Neen.
VRT: Dat is dan solidariteit, zeggen anderen.
Herman Van Rompuy: Neen, dat is, daar zijn grenzen aan dat soort van solidariteit. Eerst moet men de zaken op orde stellen.
.

4 december 2011

De Broeders en het Licht


Nu Egypte, net zoals buurland Libië trouwens, eindelijk een moderne democratie is geworden (na meer dan duizend jaar dictatuur), zien we dat de Moslimbroederschap daar ongeveer 40 procent van de stemmen haalt. Dat is dubbel zoveel als Al Noor, een Salafi-partij vernoemd naar de sura Het Licht.
Samen dus een stevige meerderheid, en het is vaak een waarborg voor een stabiele regering als niet al te veel partijen de koek moeten delen.
“A result reflecting a growing embrace of religious-oriented sentiment across turbulent North Africa”, zegt CNN mooi. Wanneer die groei en die omarming en dat sentiment precies zijn begonnen, vertelt de zender ons niet.

Nu, met die Moslimbroeders loopt het inderdaad niet zo’n vaart. Het is zelfs zo dat je in hun grote Geneefse boekhandel (die ik tien-twaalf jaar geleden wel eens bezocht: de broer van Tariq Ramadan dreef die zaak toen) prentenboeken kon aantreffen, kinderboekjes dus met afbeeldingen van mensen en dieren. Dat zou van de salafisten van Al Noor meen ik niet gemogen hebben, want die laten enkel arabesken toe, zij het met hier of daar een gestileerd bladermotief. Wel bleven die tekeningen van de Broeders altijd pedagogisch en stichtend: hoogstens zag je eens een terechtstelling, wellicht van een misdadiger of een ongelovige. Tenminste, dat neem ik aan, want de krullen en streepjes en stipjes in de tekstballonnen kon ik niet lezen.

Maar goed, het blijft vervelend dat die twitterende Egyptische studenten die we zo veel hebben gehoord ­­–in uitstekend Engels vaak– wel grote indruk hebben gemaakt op onze journalisten, maar minder in het Egyptische stemhokje. ‘s Lands wijs, ’s lands eer, zullen we zeggen. Laten we inderdaad maar eens kijken en afwachten hoe het daar verder afloopt met die “grootste democratiseringsgolf sinds de val van de Berlijnse Muur”, zoals Tom Naegels nog hoopvol schreef, de eerste februari dit jaar in De Standaard.
Naegels werd toen, in het begrijpelijke enthousiasme van zijn jeugd, zelfs een beetje uitdagend:
“Waar zijn ze nu? Al die intellectuelen die ons normaal iedere dag minstens één keer donderend voorhouden dat ‘de islam' nooit democratie zal aanvaarden. Omdat de ‘psychoculturele software van de islamiet' dat nu eenmaal afwijst. En dat het daarom normaal is dat al die Arabische landen dictaturen zijn. De Profeet zélf was immers een dictator!”



Genoeg over die verre landen: op de BBC hadden ze net een mooi interview over bepaalde toestanden in het Verenigd Koninkrijk, en dat ligt toch al wat dichter bij huis. Het ging over het verminken en vermoorden van vrouwen. Misschien vindt Tom hier nog iets over “psychoculturele software” dat hij herkent:

BBC: Hoe komt het, denkt u, dat wij, in zekere zin als gemeenschap moeite hebben om dit probleem onder ogen te zien?
Diana Nammi: Wel, het is zo dat wij dit moeten onderkennen, en geloven dat dit gebeurt, dat het echt is en niet zomaar een verzinsel. Dit cijfer toont aan dat minstens 3000 vrouwen officieel erkend zijn als slachtoffers van verschillende vormen van eer-gerelateerd geweld, en ik geloof dat het enkel een tipje van de ijsberg laat zien, en dat de realiteit een flink stuk donkerder is. Dus, wat kunnen we ondernemen om deze mensen te helpen, deze vrouwen te helpen, de slachtoffers, en aan de situatie iets te veranderen, hen kracht te geven om de denkwereld in de gemeenschap te veranderen? Het is inderdaad zo dat we veranderingen kunnen bewerkstelligen, maar om vooruitgang te maken hebben we steun nodig en een belangrijke inspanning van de regering, zodat we meer kunnen doen dan wat we de laatste tien jaar hebben gedaan. We hebben enkele zulke veranderingen teweeggebracht, maar onvoldoende. We staan aan het begin van deze ommezwaai.
BBC: De slachtoffers zijn onveranderlijk moslimvrouwen [later in het gesprek zal Nammi deze absolute bewering enigszins nuanceren, en erop wijzen dat er ook bij Hindoes, Sikhs enz. geweld voorkomt]. Denkt u dat er bij de politie, bij de autoriteiten een soort omzichtigheid speelde, een onwil om tegen deze bevolkingsgroepen in te gaan?
Diana Nammi: Wat ik kan zeggen is dat we in het VK een aanpak hebben die “politieke correctheid” heet, en dat die politiek soms slecht is. En dat kwam voor en bepaalde hoe men omging met zaken die zich in de moslimgemeenschap voordoen. Kwaad is kwaad, misdaad is misdaad, binnen om het even welke godsdienst of gemeenschap, en dus moeten wij handelen, een gelijke behandeling geven aan deze bevolkings-groep zoals aan een Britse bevolkingsgroep. Ik bedoel, er mag geen enkel verschil zijn wat betreft de aanpak van misdaden. Dat element speelt inderdaad. Plus de onwetendheid meen ik, want ik moet zeggen dat de meerderheid van de slachtoffers inderdaad uit de moslim-gemeenschap komt, een realiteit die wij nodig moeten erkennen, willen wij proberen om een strategie te vinden, een werkplan om hen te helpen.






BBC: Why do you think it is, that in a sense as a society we have struggled to confront this problem?
Diana Nammi: Ah, the thing is that we need to identify and believe that this is happening, is true, is not just an imagination. This figure shows that at least 3000 women have been recorded as a victim of different forms of honour based violence, and I believe it just shows a tip of the iceberg, and the reality is far more dark. So, what we can do to help those people, to help those women, the victims, and to change the situation, to empower them, change the mind-set of the community? It is something that we can make changes, but we need to have support and a great effort by the government to step forward and do something more than what we have done during the last ten years. We have done some such changes, but it’s not enough. We are at the beginning of this change.
BBC: The victims are invariably Muslim women. Do you think that there was an element of wariness from the police, from the authorities about wanting to confront these communities?
Diana Nammi: I can say that we have got a policy in the UK, it says, political correctness, which sometimes is politically wrong. And it’s happened within how to confirm, how to deal with issues that happen within the Muslim community. Wrong is wrong, crime is crime, within any religion or any communities, then we have to act, act equally, for the same community equal to a British community. I mean, it must be no any difference in terms of dealing with crime. So it has been an element. And ignorance I believe, but I am afraid the majority of the victims are from Muslim community, and we need to believe that reality, and try to have a strategy and work plan how to help them.
.
.

28 november 2011

Die regering di Rupo zal allereerst aan Koen Fillet een flinke duit kosten

.
Nu Koen zijn vaderlandse baard wil afscheren, terwijl hij zijn oud scheergerief misschien niet eens meer kan vinden, willen wij hem wijzen op enkele praktische en zelfs financiële gevolgen van deze beslissing.

Hoe gaat een scheerbeurt in zijn werk? .  .   .   .

Na een warme douche, die als neveneffect de baard zal verzachten, neme men het scheermes ter hand.


Hier lopen de prijzen meteen sterk uiteen; sommigen zullen zweren bij een Thiers-Issard (Frankrijk), gesmeed uit damascus steel (Engeland), met een breedte van 6/8 duim en gevat in hoorn of slangenhout; zij zullen bereid zijn om hier 800 € of meer voor neer te tellen; anderen stellen zich tevreden, ook met een Thiers-Issard 6/8 (eventueel maar ⅝), ook handgemaakt en dubbelhol geslepen (singing razor), maar uit een andere staalsoort, die weliswaar niet dezelfde hardheid bezit en bijgevolg vaker herslepen moet worden (niet te verwarren met het wetten, dat dagelijks moet gebeuren, cf. infra); zij zullen met 200 € volstaan.

en men hale het mes met enkele snelle bewegingen over de scheerriem. Eerst over de ‘ruwe’ katoenen achterkant, die met een passende crème (ongeveer 8 €) is ingevet, en vervolgens over de delicate lederen voorkant. Dit leder (Duitsland) hoort afkomstig te zijn van het veulen, liever dan van het rund, en zal liefst een flinke lengte hebben (reken met ongeveer 80 € want uit één veulen gaat maar een beperkt aantal riemen ‘feinstes Kern-Juchten’).


Men legge het mes nu even terzijde en grijpe de scheerkwast. Die is van dassenhaar vervaardigd; Plisson (Frankrijk) heeft er al goede vanaf 60-70 €, maar er zijn er ook duurdere, afhankelijk van het deel van de dassenvacht dat werd verwerkt.


Men dope de kwast in het scheerbekken (Engeland), in zeer heet water. De prijzen voor een shaving bowl lopen te sterk uiteen om een richtlijn te geven.
De scheerzeep zelf kan Frans zijn, of duurder Engels, maar ook een eenvoudige Italiaanse zeep voldoet (11 €). Deze moet wel zuurvrij zijn, ter bescherming van het mes dat makkelijk gaat roesten.


Men zepe de baard twee keer in, zodat de huid heet aanvoelt, de haren zacht worden en de poriën opengaan, zonder hetwelk glad scheren niet mogelijk is.


Na de scheerbeurt bevochtige men het aangezicht met heet water, en wrijve het in met een aluinsteentje (Frankrijk, 5 of 6 €), dit tegen het branderige gevoel, le feu du rasoir.


Het mes worde vervolgens grondig afgespoeld, gedroogd en opgeborgen. Het moet nu minstens 24u. rusten voor het opnieuw gewet mag worden.
Beter nog is het om twee scheermessen afwisselend te gebruiken, en er bestaan ook kistjes met zeven messen, met daarop de dagen van de week gegraveerd.




Na de aluin kan men vluchtig wat eau de toilette aanbrengen (Frankrijk, 60 €), sterker en beter dan zogenaamde after shave.

Wat apart nog vermeld moet worden, is dat een scheermes, ook al wordt het vóór elke scheerbeurt gewet, toch om de zoveel maanden geslepen dient te worden. Dit gebeurt op een zeldzame steen, coticule genaamd en afkomstig uit een groeve nabij Vielsalm (België) én nergens anders te vinden. De Romeinen gebruikten die steen al, en de groeve is bijgevolg bijna uitgeput.
De prijzen verschillen, al naar grootte en kwaliteit. De duurste exemplaren kunnen 400 € en meer kosten, maar met een kleiner exemplaar van 100 € gaat het ook. Een tweede, meestal driehoekig steentje, soms ook trapeziumvormig, wordt vaak gratis bijgeleverd, en daarmee kan de grote steen eerst ‘vlak’ worden gezet, voor het eigenlijke slijpwerk. De grote steen wordt natgehouden met enkele druppels klaar water.


Voor de totaalsom maakt het niet uit, maar nu vergat ik nog te zeggen, Koen: eventuele piccoli problemi della rasatura kunnen voor 0,60 € opgelost worden.

22 november 2011

Luc Huyse, een wijs man

.
En hier spreekt niet enkel de wijsheid, maar ook de wetenschap:






.

15 november 2011

Een zacht eitje

.
Als we het over karaktertrekken hebben, dan zijn bescheidenheid, openheid, hoffelijkheid, ernst en voorzichtigheid eigenschappen die een mens sieren. Respect betonen ook. Zelfs een bepaalde mate van naïviteit is een sieraad.
Nu bezitten veel mensen één, of soms twee van deze zeven eigenschappen –die trouwens enige verwantschap vertonen: zo zul je een hoffelijke mens vaak ook respect zien betonen– maar zeker moet je flink wat geluk hebben om ze alle zeven bij één en dezelfde persoon aan te treffen. En de kans dat je op één enkele dag meerdere zulke exemplaren opmerkt –dat je ze bij wijze van spreken bij bosjes vindt, dat je er bijna over struikelt– die kans is zo goed als onbestaande.


Nochtans is dat precies wat de Gentse acteur en stadsdichter Peter Verhelst vrijdag is overkomen in de grote familie van Thurn und Taxis, vertelt hij ons vandaag in De Standaard. Peter was daar uitgeloot bij de 704 waar u waarschijnlijk al van gehoord hebt als u een radio of tv bezit. Misschien dat Peter door het lot speciaal een handje werd geholpen omdat die genoemde zeven eigenschappen ook in zijn eigen persoon verenigd zijn – terwijl hij nochtans een gewoon mens is gebleven, zoals u en ik.


Dat van zijn zeven goede eigenschappen zegt hij natuurlijk niet zelf –zijn bescheidenheid belet hem dat– maar ik leid het toch af uit zijn ingezonden briefje. En je moet dan al goed lezen, want het is opmerkelijk dat Verhelst ons op het verkeerde been probeert te zetten door expres de wat grovere termen niet uit de weg te gaan. Zijn ernst zal hem daartoe verplicht hebben. Zo zijn zijn tegenstanders cynisch, plat, te kwader trouw. Ze blaffen en brullen.

Hijzelf houdt wel van tegengestelde meningen anderzijds, op voorwaarde dat die zachtjes tegen elkaar aanbotsen. Dus niet zoals biljartballen die in verwarde patronen onmiddellijk  weer wegketsen. Nee, we kunnen hier beter denken aan het oude ijskarretje van de Veneziana op het SintVeerleplein. Als je daar drie bollen vroeg, bijvoorbeeld vanille, chocolade en appelsien, dan liet de man die bollen inderdaad zachtjes tegen elkaar aanbotsen, en maakte hij er één mooi tricolor horentje van. Die bollen bleven wel gescheiden, dus niet zoals bij dat verfoeilijke soft ice waar alles één kliederboel wordt.

Nu is soft ice meen ik niet wat Peter Verhelst wil, want hij heeft het in zijn briefje over het duidelijke rode bolletje dat hijzelf vorig jaar in het stemhokje maakte. Niet naast zijn eigen naam vermoed ik, want dat zou in tegenspraak zijn met alle zeven zijn deugden, maar wellicht toch op zijn eigen lijst Groen!
Maar met dat rode bolletje van hem is naderhand geen rekening gehouden, zegt Peter. Er werd geen acht op geslagen, hij werd niet gehoord. Zijn voorzitter zat wel maanden aan tafel met di Rupo, maar dat maakt niet uit. Trouwens, die zevenhonderd en drie anderen bij Thurn und Taxis waren ook niet gehoord.

Alle 704 mochten ze daarom nu mooie ochtendpredikingen aanhoren van beroemde professoren en baronessen, kregen zij vervolgens spijzen die een milde hand hen gaf, en tot slot werd hen door alle parlementsvoorzitters die het land rijk is de biecht afgenomen.

Maar om nu van onze Peter niet helemaal een heilige te maken: een achtste eigenschap, die hem lijkt te ontbreken, is die van de durf. Geen vermetelheid bedoel ik, gewone durf.
Peter durfde wel schrijven: al wie de G1000 smalend afdoet als een ridicule, particuliere, systeembevestigende jamboree is te kwader trouw.” en nu is mijn vermoeden dat hij hier mijn Facebook-berichtje van 8 november citeerde: “ongelooflijk dat het radionieuws nog maar eens reclame maakt (hoofdpunt!) voor die ridicule, particuliere, systeembevestigende G1000, waar burgers zullen discussiëren over thema’s die hen nauw [bedoeld werd “na”] aan het hart liggen
En misschien ook dit berichtje van twee dagen later:  “En radio, televisie en alle kranten lopen zich uit de naad om reclame te maken voor die “Jamboree” (omschrijving van Van Cauwelaert).”
Die namen noemen durfde Peter echter niet. Zoals iemand zei: “audacieux, mais pas téméraire”. 

Doe dan toch maar soft ice voor deze knaap.
.

10 november 2011

Over kleine landen weet David Van Reybrouck minder dan over grote

.
David Van Reybrouck: Na de G1000 gaat een G32 aan de slag. Dat zijn opnieuw gewone burgers, en die gaan doen in België wat vijfentwintig burgers onlangs in IJsland hebben gedaan, op last van de overheid daar. Die hebben daar de Grondwet herschreven.
Volt: Maar u zegt
Rik van Cauwelaert: Daar wil ik toch even tussenkomen. Wat in IJsland is gebeurd, ik weet dat, dat voorbeeld wordt vaak gegeven, die hebben, die vijfentwintig hebben niet de Grondwet herschreven, die vijfentwintig hebben een aantal ideeën aangeleverd, waarna het IJslands Parlement al dan niet daarvan gebruik heeft gemaakt,
David Van Reybrouck: Welhm
Rik van Cauwelaert: ...en eerlijk gezegd: de invloed is niet overweldigend gebleken daar in IJsland. Bovendien zit je in IJsland met een land van 300.000 inwoners.
David Van Reybrouck: Precies, ja: het is een stad.

. . . .
.

4 november 2011

Joost Pollmann is een leugenaar, of een domoor

.
Dat stripdeskundigen niet noodzakelijk tot de verstandigsten onder ons gerekend mogen worden, bewijst alweer zekere Joost Pollmann, medewerker van de Volkskrant.
Naar aanleiding van de brand bij Charlie Hebdo roept deze Pollmann op tot zelfcensuur:

“In een land als Turkije, waar kerk en staat nog gescheiden zijn, mogen cartoonisten ongestraft harde grappen maken over de politiek, maar ze blijven met hun handen af van de geestelijkheid. Vanuit onze cultuur (die van de zogenaamde West-Europese Verlichting) is het misschien moeilijk om te beseffen dat er landen zijn waar “Heilig Huisje” nog altijd met hoofdletters wordt geschreven. Toch verdient het aanbeveling om het voorbeeld van de Turkse cartoonisten te volgen en onderscheid te maken tussen aards en hemels: pak de beleidsmakers aan, laat de heiligen met rust.”

Nu is het bekend dat in Turkije zekere Tayyip Erdoğan aan de macht is, en dat die kerel cartoonisten die hem durven afbeelden gewoon laat opsluiten, voor jaren soms, óf hij laat hen door een bevriende rechter torenhoge boetes opleggen. Dat kunt u hier nalezen.
Maar zulke dingen weet Pollmann natuurlijk niet. Dat komt ervan als je je tijd aan onnozelheden besteedt, en daar zelfs deskundige in wordt.

op de rafelrand van het menselijk verstand
zit Joost Pollmann, een misselijkmakende klant
.

2 november 2011

Het islamboek van Wim en Sam van Rooy gerecenseerd (en niet in De Standaard of De Morgen)

.
Oprechtheid, Leugenachtigheid – en de islam
31 oktober 2011

Een boek dat laatst in mijn brievenbus viel, met de titel “Islam: Critical Essays about a Political Religion” riep een aantal gedachten op. De redactie was van Sam en Wim van Rooy en vorig jaar kwam het uit. Een massief compendium, net geen 800 pagina’s dik en in het Nederlands geschreven (De echte titel is: “De Islam: Kritische Essays over een Politieke Religie”). En het is veelomvattend en rijk, met vierendertig essays over zulke onderwerpen als de islamisering van Europa, de islam in Indië, de term “islamofobie”, jihad in Afrika, al-taqiyya, de Islam en het Westen, de sharia-wet, de “fellow travellers” van de islam, joden onder de islam, christenen onder de islam, islam en vrouwen, islam en slavernij, islam en fascisme en islam tegenover de democratie.

De meeste auteurs zijn Nederlandse en Vlaamse schrijvers met een behoorlijke expertise in hun onderwerp, en daarbij komen nog enkele welbekende internationale figuren zoals Ibn Warraq en Bat Ye’or. Niet elk woord in het boek heb ik al gelezen – en met mijn gebrekkig Nederlands kom ik daar misschien niet eens toe – maar één ding staat wel vast: dit is wis en zeker geen propagandaproduct uit de fabriek van de “Islamic Studies”. Het is met andere woorden niet het soort boek waarin je makkelijk het werk van John Esposito zult aantreffen, deze koning van de islamstudies in de VS, die zo’n trouwe islamapologeet is en wiens “Center for Muslim-Christian Understanding” aan de universiteit van Georgetown feitelijk betaald wordt door (en genoemd is naar) zijn goede vriend en weldoener, prins Alwaleed Bin Talal van Saudi-Arabië. Wat het boek ook niet biedt, is dat wollige, fijne materiaal dat succesauteurs zoals Karen Armstrong opdissen, terwijl zij toch waarlijk (dat mag erkend worden) prachtig werk verricht, door de duistere kanten van de islam te temperen en de nadruk te leggen op de warme, meer spirituele aspecten, zodat je als je over die religie nadenkt niet telkens weer dat beeld krijgt van een jihadist die iemand de kop afslaat, maar eerder een mooie vrouw ziet in een suggestieve, losjes omgeslagen sluier die bij zonsondergang onder een olijfboom mediterend aan haar koffie slurpt en heerlijke vijgen opknabbelt.

Nee, propagandisten voor de islam zijn de auteurs van dit boek niet. Wat zij samengevat wel zijn: open geesten, journalisten, onafhankelijke wetenschappers of professoren in niet-islamitische vakken die een expertise hebben ontwikkeld in bepaalde aspecten van de islam. En daar vertellen ze de waarheid over. Neen, vrouwen hebben onder de islam geen gelijke rechten. Ja, op afvalligheid staat in de islam de doodstraf. Neen, joden en christenen leefden in het middeleeuwse Andalusië niet in perfecte harmonie met hun moslimse opperheren, maar werden systematisch als minderwaardigen behandeld, in hun rechten beperkt en aan een specifieke taks onderworpen. Zoals Sam van Rooy schrijft in zijn voorwoord: het omvattende doel van dit boek is om mythes onderuit te halen, om naïviteiten te laten verdwijnen, en om de geschiedkundige absurditeit van de islam als ‘godsdienst van de vrede’ aan te pakken. Kortweg, dit boek is onmisbaar – een solide inwijding in de bewezen feiten wat betreft de islam, geschreven door mensen die niet de institutionele of ideologische verplichtingen hebben die nogal wat erkende “experten” op dat gebied beletten om over de islam de waarheid te vertellen, de hele waarheid en niets dan de waarheid.

De eerste van twee belangrijke vaststellingen hier, is dat dit boek bijlange niet alleen staat. Terwijl professoren in de islamkunde rustig doorgingen met hun vergoelijking van de religie van de vrede, hebben in de jaren na 9/11 mensen met verantwoordelijkheidsbesef, mannen en vrouwen losstaand van de kringen rond de “Islam Studies”, het op zich genomen om de waarheid te zeggen, om een aantal omvangrijke en soms zelfs encyclopedische boeken over de islam te publiceren. Sommigen van deze auteurs komen uit opleidingen of uit beroepen die met de islam niets hebben uit te staan, maar zij voelden na de schok van 9/11 de neiging om spoorslags aan zelfscholing te gaan doen rond de waardenschaal die bin Laden en zijn handlangers zo had bezield. Je denkt dan bijvoorbeeld aan Andrew Bostom, een arts en professor aan de Brown Universiteit die de laatste jaren op de een of andere manier de tijd heeft gevonden om massieve, gezaghebbende boeken te schrijven over de geschiedenis van de jihad en over de traditie van het islamitisch antisemitisme.
De tweede van de twee belangrijke vaststellingen hier is dat, ook al bestaan er inderdaad boeken als die van de van Rooys of van Bostom –niet enkel in het Engels maar in een aantal grote Europese talen– de onwetendheid en volslagen dubbelhartigheid rond de eenvoudige feiten betreffende de islam toch moeiteloos de overhand houden in het Westen. Dat laffe cliché over de islam als een religie van de vrede blijft overeind. Een collectie onnozele beweringen over de koran –bijvoorbeeld dat hij moord zou verbieden, of dwang inzake geloofszaken– die beweringen blijven bestaan.

En waarom blijven zij bestaan? Omdat zij aangemoedigd en bevorderd worden door programma’s als “Islamic Studies”, door angsthazen van politici en door de grote media. Nooit vergeet ik een televisie-interview dat ik een paar jaar geleden in Noorwegen zag. Een moslimpolitica vertelde aan een vrouwelijke reporter dat onder de islam mannen en vrouwen volkomen gelijk waren. De reporter glimlachte en knikte en ging over naar de volgende vraag. Of denk aan die lezing van de aartsbisschop van Canterbury in 2008, waar hij pleitte voor de sharia als een onvermijdelijke en heilzame aanvulling op de Westerse jurisprudentie. En wie kan de fameuze toespraak van president Obama vergeten, in Caïro, juni 2009, waar hij de islamitische geschiedenis en cultuur prees en waarin nagenoeg elke zin of een grove overdrijving was, of een totale leugen?
Dat soort van flagrante onwaarheden over de islam, zoals president Obama die in Caïro opdiste, zijn mantra’s voor de culturele elite. Sommigen die deze leugens herhalen, zijn onwetend genoeg om ze voor waar te houden. Anderen weten beter. Maar als het over het onderwerp islam gaat, moet ideologie zwaarder wegen dan waarheid, zo hebben zij besloten. “Respect voor diversiteit” weegt zwaarder dan waarheid. Dat is het hele multiculturalisme. Niet de waarheid omarmen is de ware deugd voor een goede multiculturalist, maar juist daarvan wegkijken in naam van culturele gevoeligheden. Ontmoet je kwaad in enige niet-Westerse cultuur –speciaal de islam– dan hoor je daar blind voor te blijven. En dag hoor je nacht te noemen, en nacht dag: schaamteloze leugens en vergoelijkende clichés over de islam moet je gelijkstellen aan ernst, verstand en openheid van geest, en onbevangen, onverbloemde uitspraken over de islamitische theologie, geschiedenis of cultuur hoor je toe te schrijven aan onbegrip en onverdraagzaamheid.

Stel je voor hoe anders dit zou kunnen zijn! Stel je voor dat politici, academici en journalisten van grote kranten in een geest van objectiviteit en intellectuele verantwoordelijkheid de discussie over islam zouden aangaan. Stel je voor dat boeken als die van de van Rooy’s en van Bostom prominent en gunstig zouden worden gerecenseerd, dat zij aan de universiteit plichtlectuur zouden worden, en voor ons en onze nakomelingschap bronnen van algemeen aanvaarde kennis betreffende de islam. Helaas, wat er in werkelijkheid gebeurt –ook al zijn dergelijke stevige compendia met objectieve informatie moeiteloos beschikbaar– is dat veel te veel leden van de volgende generatie, voor zover zij al iets over de islam “leren”, zij dit van glibberige propagandisten zoals Esposito en Armstrong “leren”. Intellectueel gesproken is dat, om het zacht uit te drukken een karikatuur, een educatief schandaal en een culturele catastrofe. En hoeft het nog gezegd: dit voorspelt weinig goeds voor de toekomst van datgene wat sommigen onder ons nog altijd graag de Vrije Wereld willen noemen.
.

1 november 2011

Oh wow! (geen Steve Jobs-hagiografie)

.
.
Een boek verbranden is fascistisch, een iPad kapotslaan betekent vrijheid!

Wat? Charlie Hebdo is nog niet beschikbaar op iPad! En op iPhone evenmin! Maar morgen zit heel de pers op iPad! En op iPhone! Charlie moet met zijn tijd meegaan! Ja, ja, ja antwoordden wij dan gewoonlijk aan de vrienden en lezers die door hun passie voor de digitale vooruitgang in Apple-handelsreizigers veranderd waren. Ja, op een dag doen we dat wel, in principe hebben wij niets tegen kranten op iPad, maar nu zijn we even met andere dingen bezig.
Zodus, toen de venter aan onze deur kwam om Charlie op iPad te verkopen, hebben wij aandachtig naar die mijnheer geluisterd. Van de iPad weten we alles. Na dat onderhoud waren we overtuigd dat we Charlie integraal en voor dezelfde prijs als de gedrukte versie op iPad konden zetten, en de zaak was zo goed als rond. En dan zette een laatste vraag alles weer op de helling. Heeft Apple inkijkrecht op de inhoud van het blad dat het verdeelt? Ah, ja, dat spreekt! Geen seks. En andere zaken misschien ook niet. Apple kijkt toe.
Vaarwel iPad. Vaarwel iPhone.
Charlie Hebdo werd door Apple niet gecensureerd, en om te vermijden dat het ooit zover komt, zal Charlie Hebdo nooit op iPad zitten. De pot op, Steve Jobs.
De Amerikaanse karikaturist Mark Fiore, Pulitzerprijs 2010, werd door Apple gecensureerd. Zijn animatiefilmpjes waren op iPhone niet te zien. Dat schandaal kreeg voldoende ruchtbaarheid om Steve Jobs te doen terugkrabbelen. Moet iedereen dan maar zijn eigen strijd leveren om tegen de censuur van Apple te vechten? Moet dan ieder voor zich bij Steve Jobs maar gaan schooien om vrije meningsuiting?
In Frankrijk is het systeem zo dat krantenververdelers verplicht zijn om alle bladen te verkopen. De krantenverdeler Steve Jobs staat het evenwel vrij om de bladen die hij verkoopt te verminken.
Zeggen we meteen erbij dat de dagbladen die op iPad ter beschikking staan, in de praktijk de Applecensuur aanvaarden. En sommigen lopen er zelfs op vooruit, om veilig te stellen dat ze in de cataloog van Apple voorkomen.
Collaborateurskrantjes, snertpers! De perscensuur waar Sarkozy van droomt, die weet een Amerikaanse industrieel op te leggen, met medeplichtigheid van de pers. En niemand die daarover zeurt. Gelijk welk geschipper is goed om op de iPad te staan blinken. Wat betekent immers persvrijheid, naast het prestige dat je krijgt als je gelezen wordt op een stom plankje dat stukken van mensen kost? Niets toch? Verblind als ze zijn door de schoonheid van de technische vooruitgang, zien ze niet dat die geniale ingenieur in werkelijkheid een smerig smerisje is.
Wie garandeert de iPad-krantenlezer dat het exemplaar waartoe hij toegang heeft, ook de originele ongecensureerde versie is? En vooral, hoe kunnen kranten, zelfs al zijn zij nog niet het slachtoffer van censuur geworden, instemmen met het principe van een mógelijke censuur?
Heel de pers zou zich van iPad moeten terugtrekken, en wachten tot dat stuk fascistische mormoon dat aan het hoofd staat van dat handeltje ervan afziet om zijn eigen morele codes aan de rest van de wereld op te leggen.
Beeld je eens twee minuten in dat Gutenberg, de uitvinder van de boekdrukkunst in Europa, de wil en de mogelijkheid had gehad om de inhoud van alle druksels te controleren. Hoe zou het hem zijn vergaan? Met zijn ballen aan het plafond gehangen ja. Weet iemand of het bij Steve Jobs hoge plafonds zijn?
Charb
Article publié dans Charlie Hebdo n°951
Septembre 2010
.

21 oktober 2011

De bekrompenheid van France Inter

.
De haatjournalistiek van Le Soir en cs. rond alles wat Vlaams is (de laatste tijd wat minder uitgesproken – om tactische redenen) blijft toch vruchten afwerpen. Zeker bij Franse media gaat hun propaganda erin als koek.
Helemaal verwonderlijk is dat niet, want bij gebrek aan talenkennis waren die Fransen altijd al sterk repliés sur eux-mêmes.
Gisteren introduceerde op France Inter zekere Marion de Belgische zanger Daan (enkelen onder u zullen die jongen misschien al gehoord hebben).
Deze Marion deed dat zo:

.
“Alors oui: Daan. Qui est Daan? Daan c’est d’abord un prénom, donc celui du chanteur Belge Daan Stuyven, et c’était le leader, c’est toujours le leader du groupe rock Dead Man Ray. C’est aussi un «look», celui d’un dandy, et toujours élégant [comme Niquet], oui, costard, cravate, pas mal. C’est une grande gueule. Il s’est fait remarquer cet été en Belgique parce qu’il a écrit une chanson assez, assez violente, assez remontée contre Bart De Wever.
Bart De Wever c’est le leader nationaliste de la N-VA. C’est un type à l'humour assez douteux qui milite pour l’indépendance de la Flandre, qui flirte un peu avec l'extrême droite en Belgique.
Et c’est surtout, Daan c’est surtout une voix, une très belle voix de basse, qui fait penser à Johnny Cash et à Leonard Cohen…”
.
.
“[Wie is Daan?] Hij heeft een grote mond. Deze zomer liet hij zich opmerken in België want hij heeft een liedje geschreven dat nogal, nogal hevig was, beetje pissig tegen Bart De Wever.
Bart De Wever is de nationalistische leider van de N-VA. Dat is een kerel die over een nogal bedenkelijk soort humor beschikt, voor de onafhankelijkheid van Vlaanderen ijvert en een beetje flirt met extreemrechts in België.
Maar toch vooral Daan is vooral een stem, een heel mooie basstem, die aan Johnny Cash doet denken en aan Leonard Cohen
.

19 oktober 2011

Wouter zet David een pad in de korf

.
Het gebeurt niet elke dag, maar soms hoor je over het stelsel van de democratie toch verstandige dingen vertellen. David van Reybrouck deed dat laatst bij de VPRO, in hun Buitenhof.
David hoeven we hier niet voor te stellen want hij kreeg de laatste tijd, terecht ongetwijfeld, ruimschoots media-aandacht en iedereen die ook maar de franjes van het politieke leven heeft gevolgd zal de voorbije weken vreselijk met hem te doen hebben gehad.
Je moet inderdaad al een beest zijn om geen medelijden te voelen met iemand die maandenlang zijn beste krachten wijdt aan een burgerinitiatief, in de redelijke veronderstelling dat er nooit of jamais nog un compromis à la Belge kan komen ...en dan loopt hem daar plots een Beke in de voeten, die blijkbaar uit gelijk welke sloot wil drinken en voor wie niets imbuvable is.
Onze jonge David laat zich gelukkig niet ontmoedigen, en op de Hollandse tv legt hij uit dat duizend man bijeenbrengen veel te veel is om goed werk te leveren. Misschien dat er in die duizend kokers wel een paar goede vragen opkomen, maar wat David zoekt zijn antwoorden. Pas na zo'n séance, en petit comité, en op hotel zoals David zegtkun je deftig werk aan het werk gaan.
.

.
Een aantal tientallen mensen gaan [=zal, of  zullen; nvdr] daarna verder werken, want op één zondag kan je een aantal brede contouren uittekenen; daarmee heb je nog geen concrete oplossingen bedacht, en dat is precies wat gaat [alweer...] gebeuren  door enkele tientallen burgers, na afloop van de G1000Die zullen van november tot april mekaar zien, enkele weekends op hotel, experten erbij, documentatie erbij halen…
.

12 oktober 2011

Een vetheffing op adjectieven

.
“Het adjectief zwakt het substantief vaak af, ook al stemt het ermee overeen in naamval, geslacht en getal.” schreef Voltaire in 1765 aan Jean d’Alembert. Dat is een regel die nogal wat schrijvers en anderen boven hun bed mogen hangen.
.
In 1822 schreef Alexandr Poesjkin aan zijn censor iets gelijkaardigs: “Uw brief is zo substantief dat hij geen adjectief nodig heeft om mij oprecht te verheugen.” Hij bedoelde dat ironisch, want de censor had in zijn gedicht De Krijgsgevangene van de Kaukasus een aantal verzen opgeschoond, maar hem tegelijk ook 500 roebel honorarium toegekend, als adjectief. Wel had hij een “lange kus” van de twee gelieven in het verhaal vervangen door een “bittere kus”, en een “hemelse vlam”, waar het over de aardse liefde ging, zelfs helemaal weggeknipt.
Poesjkin schreef nog in zijn brief: “U hebt mij vele beslommeringen bespaard door het lot van de Gevangene volledig veilig te stellen. Uw opmerkingen zijn volledig terecht en nog te clement; maar gedane zaken nemen geen keer.”
Hans Boland vertaalt voor de uitgeverij Papieren Tijger het verzameld werk van Poesjkin, en het zesde van negen delen is nu uit. Boland schrijft levend Nederlands, en vooral: hij vertaalt “mager”, zoals ik hem eens hoorde zeggen. Hij versiert niet. Zijn auteur blijft op de voorgrond, een grote verdienste.
.
Ik moest daaraan denken toen ik in de krant las dat de beschuldigde in Tongeren een “echte” psychopaat genoemd werd door de psychiaters. Ook “rasechte” zag ik gedrukt staan. Misschien hebben die psychiaters dat inderdaad zo gezegd, maar dan werkt hun adjectief wel ondermijnend. Je gaat je dan afvragen of het substantief op zich iets voorstelt, en wat het kan betekenen in een strafzaak.
.
Iemand die daaromtrent zijn twijfels had, was de Franse pleiter Tixier-Vignancour, die hier eerder aan bod kwam. In een zaak waarbij zijn cliënt de doodstraf riskeerde, pleitte hij in 1956 spottend:
“Het zal volgend jaar, mijne Heren, dertig jaar geleden zijn dat ik de eed heb afgelegd voor de Eerste Kamer van het Gerechtshof van Parijs. Ik kan u verzekeren dat de psychiaters in 1927 veel minder dan vandaag te maken hadden met delinquenten en misdadigers. Een beschuldigde toen moest al manifeste tekenen geven van een mentale stoornis, voor men iemand van Saint-Anne of Villejuif ging lastigvallen. Maar de dag van vandaag! Als de dag van vandaag, Heren, een kiekendief wordt voorgeleid bij de Procureur van de Republiek, die hem de dag daarop wil laten verschijnen wegens betrapping op heterdaad, dan lijkt het te zullen gebeuren, en wij zullen dat in een wellicht nabije toekomst meemaken, dat tussen zijn voorleiding bij de Procureur en zijn verschijning voor de rechtbank, er in het gerechtsgebouw een psychiater van dienst een vaste stek krijgt, om er met zijn rubberen hamertje op de knieën van de kiekendief te tikken. Mijne Heren, wij worden overstelpt door de psychiatrie, wij raken onder de psychiaters bedolven, wij zien het eind niet meer.”
.
Adjectieven weglaten zal alvast geen kwaad doen.

Stukje NIET verschenen in de Knack vandaag
.

5 oktober 2011

Brulapen

.
 “The Dutch are a very rude sort of people”, oordeelde Baron von Münchhausen. Rudolph Erich Raspe liet hem dat zeggen in zijn meesterwerk “The Travels and Surprising Adventures of Baron Munchausen” (1785).
Godfried Bomans vertaalde die zin heel mooi met: “Een grof volkje, die Hollanders!” (Kruseman, ’s Gravenhage, 1967; verlucht met etsen van Gustave Doré).
Je leest of hoort dat vaak, dat Hollanders onbehouwen zijn, grofgebekt, luidruchtig, brutaal. Ook Vlaamse kerktorenjournalisten schrijven graag over de ruwe zeden in Nederland. Dat is een fenomeen van de laatste jaren menen zij, en het is allemaal begonnen met Theo van Gogh, Pim Fortuyn en nu Geert Wilders. Het moet hier niet dezelfde kant opgaan! Maar zij hebben geen recht van spreken.
.
Hetzelfde kan niet gezegd worden van de Baron. Die had moeten ondervinden dat sommige van zijn avonturen op spottend ongeloof ontvangen werden in het zeevarende Holland. Zo was op een van zijn zeereizen zijn schip lekgeslagen: “Gelukkig was ik de eerste om het ongerief te ontdekken. Ik vond een gat van wel een paar voet in doorsnee en het stemt mij nu nog tot diepe voldoening, dat schip en bemanning hun behoud te danken hebben aan een schitterende gedachte, die mij plotseling te binnen schoot. Ik stopte het gat namelijk met mijn eigen gat en dit in een flits, zonder zelfs mijn broek uit te trekken. Zij, die menen dat dit met een dergelijk hol onmogelijk is, dienen te bedenken dat ik uit Hollandse ouders gesproten ben.” (Bomans)
Iets later schreef ook Heine ongunstig over de Hollanders, vooral over de ruige klanken van hun taal. In de grensstreken had dat Hollands zelfs een kwalijke invloed op het Duits aldaar: “Je kunt in de spraak van de Düsseldorfers al een overgang bemerken naar het kikvorsgekwaak van de Hollandse moerasgronden. Om de dooie dood wil ik hier de merkwaardige schoonheden van de Hollandse taal niet ontkennen, alleen moet ik toegeven dat mijn oren er niet naar staan.”
.
En over inhoud gesproken: een recente grofheid die ook in Vlaamse kranten uitgebreid aan bod kwam, was de zin: “Doe eens normaal man!”
Maar deze zin valt nog mee, toch? Zeker als je hem vergelijkt met wat laatst een Vlaamse journalist op de radio wist te vertellen. Die man had geconstateerd dat de economie in de VS slecht draaide en, vond hij, dat moest je als volgt uitdrukken: “Dat land gaat naar de kl...”  Of Nederlandse journalisten iets dergelijks de huiskamer in mogen slingeren betwijfel ik.
Natuurlijk, dit is puur Vlaamse taalonmacht, de noodgreep van een man die de uitdrukking “screwed up” ergens gehoord zal hebben.
.
Nog een stuk onmachtiger was op Radio1 de grapjas Patrick De Witte: “Ronald Janssen staat te veel in de schijnwerpers. Lag het aan mij dan was het vonnis nu al klaar. Ronald Janssen zal eerst door een vakkundige grimeur een koeienkut op het gezicht geschminkt krijgen, en daarna worden losgelaten in een weide vol bronstige stieren.
.
Geef mij de Hollandse grofheid maar, liever dan zo’n voorspelbaar vulgaire, humorloze brulaap.



Stukje verschenen in de Knack vandaag
.

28 september 2011

Populistisch gedaas


De assisenzaak in Tongeren heeft al heel wat aan het licht gebracht. Dat deed zij zelfs al voor het proces goed en wel begonnen was. Als we de feiten zelf buiten beschouwing laten, en de zaak van een afstand beschouwen, dan komt in de eerste plaats aan het licht dat voor vele journalisten de principes van de rechtsstaat niet zwaar wegen. Ze hebben last van hun emoties. Hun oordeel overstijgt niet dat van de man in de straat. Populisme alom.
.
Laten we Het Laatste Nieuws en Dag Allemaal nog overslaan, dan kunnen we toch in De Morgen zien dat Camps er ver over de schreef mag gaan. De man is zo over zijn toeren dat hij de voorzitter van het proces, Michel Jordens, een andere titel geeft: “Juridisch zal ‘koning’ Jordens wel gelijk hebben”. Dat alleen omdat die verboden had om foto’s of tekeningen van de verdachte te maken. Het recht op informatie komt in het gedrang, zegt Camps. Maar kijk, al begrijpt iedereen dat een sportjournalist graag prentjes ziet, dat argument is ridicuul. Dat zei Tom Naegels ook al.
Ergerlijk wordt Camps als hij de “gemanipuleerde” voorzitter de les begint te lezen: “Deze lustmoordenaar heeft geen eisen te stellen. Niet de maatschappij, hij heeft zijn rechten verspeeld. Het formalisme van een nochtans warme éminence grise van assisen is treurig en stuitend. Dat hij de ouders […] nog onder ogen durft te komen…”
Typisch dat Camps, die altijd zwelgt in de adjectieven, een slag om de arm houdt met dat “warme”, maar we onthouden dat in zijn ideale staat een verdachte geen rechten meer heeft.
.
Helemaal alleen staat onze man hier zeker niet, en hij zal met plezier de gepensioneerde Godfried Danneels aan zijn zijde vinden. Burger Danneels is zelfs al een stapje verder. Toen die in 2003, in het post-Dutroux-tijdperk dus, op de televisie verscheen in een showprogramma waar hij de Castarprijs kreeg (een prijs die gelukkig niet meer wordt uitgereikt), verklaarde hij koudweg: "De doodstraf mag worden uitgesproken maar niet uitgevoerd […] Je ontneemt iemand zijn betekenis in het leven. Hij is uit het land van de levenden gebannen." Dat was volslagen onchristelijk van hem, maar de man zat in de ambiance van een tv-studio en hij glom daar van genoegen. Dan wordt het acceptabel om de burgerlijke dood te verdedigen, ook al is die straf al eeuwen afgeschaft in de beschaafde wereld.
.
Maar Camps heeft nog meer medestanders: de advocaat Modrikamen bijvoorbeeld. Die verklaarde in La Dernière Heure in januari nog dat “dans certains cas” niet de burgerlijke dood moest worden uitgesproken, maar de doodstraf tout court.
En natúúrlijk bedoelde Camps het allemaal niet zo erg –weet hij veel– maar het is eenmaal zo dat als een verdachte ipso facto “zijn rechten heeft verspeeld”, het dan moeilijk wordt om de grens te trekken.
.
Camps gaat snel uit de bocht en dat is, zegt Jean-François Lyotard (1924 -1998) in Le Postmoderne expliqué aux enfants, een teken van een beperkte geest, het tegengestelde van een intellectueel: [...] une hâte à conclure, un désir de penser court.

Stukje verschenen in de Knack vandaag

21 september 2011

Losbandigheid en stompzinnigheid

.
Dat tegenwoordig veel leerlingen de humaniora verlaten zonder nog een fatsoenlijke Nederlandse zin te kunnen schrijven, laat staan een Franse zin, is een klacht die je vaak hoort. Karel van het Reve wees daar jaren geleden al op. 
Enquêtes laten nu zien dat de helft van de leraren ontevreden is met de kwaliteit van het onderwijs, en je leest ook dat twee op de drie professoren vinden dat het niveau van de afgeleverde studenten zienderogen daalt. 
Terecht zei Guy Tegenbos zaterdag in zijn commentaar in De Standaard dat zulke klachten van alle tijden zijn, maar het gevoel blijft. Iedereen die wel eens de reacties op krantensites bekijkt, ziet hoe slecht het gesteld is met bijvoorbeeld de kennis van de grammatica of de spelling.
Over die grammatica zegt de heilige Augustinus (354-430) iets in zijn Confessiones 1,20. Als kleine jongen, bekent hij, stonden deze lessen hem danig tegen. Daarna ging het beter omdat ze dan avonturenverhalen mochten lezen, zoals de Aeneis. Maar, schrijft hij:
.
“In werkelijkheid waren die basislessen juist het nuttigst, omdat er strikte regels golden die mij vaardigheden bijbrachten die ik later behield, en waardoor ik nu gelijk welk boek kan lezen dat mijn pad kruist, en precies kan opschrijven wat ik wens te zeggen. Eigenlijk waren die lessen nuttiger dan de lectuur van Aeneas’ omzwervingen die ik van buiten moest leren, en zeker nuttiger dan de tranen die ik heb geweend om de dode Dido, die uit liefdesverdriet zichzelf ombracht.”
.
Later stond Augustinus zelf voor de klas, in Carthago. Dat viel flink tegen, want hij had tuchtproblemen. “Leerlingen stormen met een half verwilderde blik schaamteloos andere klassen in, en bederven daar het goede pedagogische klimaat dat de leraar er misschien had weten te scheppen.” (5,14). Met grammatica moest hij al helemaal niet aankomen.
Op den duur werden de licentia en de hebetudo, de losbandigheid en stompzinnigheid van zijn leerlingen hem te veel, en hij besloot zijn mutatie aan te vragen. In het jaar 383 trok hij met vrouw en kind naar Rome, want collega’s hadden hem verteld dat het klimaat in de klassen daar beter was, en de lonen hoger.
.
Dit alles is te vinden in de prachtige vierdelige vertaling van Garry Wills, uitgegeven bij Viking (Penguin), 2001 tot 2004.
.
Tegenbos stelde ook de netelige vraag of de leraren zélf niet beter waren vroeger. Moeilijk te beantwoorden. Een indicatie vinden we misschien in “Des Républiques, des Justices et des Hommes” (Albin Michel, 1976), van de Franse strafpleiter Jean-Louis Tixier-Vignancour (1907-1989).
Die had in het befaamde Louis-le-Grand humaniora gelopen, maar hij had liever in het Collège Tournon gezeten, waar in de negentiende eeuw de dichter Stéphane Mallarmé nog Engels had onderwezen.
Tixier vertelt dat op een dag hem een beoordeling van Mallarmé onder ogen was gekomen, van de hand van de toenmalige Revisor van dat college. Die opmerking was gunstig:
“In de twee jaren dat mijnheer Mallarmé hier Engels geeft, heeft hij vooruitgang gemaakt  in de kennis van die taal”.

Stukje verschenen in de Knack vandaag
.

19 september 2011

Zo gaat de stad Gent met haar patrimonium om !

.


Zolang de nieuwe Gentse stads-feestzaal nog niet helemaal is afgewerkt, blijft voor iemand die naast het Stadhuis staat de mogelijkheid bestaan om een glimp van Sint Niklaas op te vangen. Zelfs het schip van de kerk is nog heel goed zichtbaar.



En ook wie het Belfort graag vanuit de Donkersteeg bekijkt, heeft daar nog even de kans toe! Natuurlijk, door die grote betonblokken zijn de onderste lagen van het Belfort niet meer te zien, maar in de hoogte blijft nog heel wat over.
.
_____________

De geniale architecten, de fijnzinnige betonboeren en de snuggere staalbaronnen zullen aan hun brave en ongetwijfeld ook dankbare opdrachtgevers zeker een mooie receptie gunnen, te gelegener tijd. 


Ik hoop dat alle genoemden daar op post zullen zijn, en wie weet? ...misschien stort het hele kraam net op het goede moment in !


Nog een gezicht op het Stadhuis



...en nog een ander perspectief,
deze keer gezien vanaf de tekentafel van 
Robbrecht&Daem 
.
(een leugenachtig perspectief dat in de echte wereld niet bestaat natuurlijk, al mogen onze twee euclidische genieën mij altijd de plek tonen waar ik dit zo kan zien ...en in die verhoudingen: erg ver van het Belfort kan het niet zijn, want dan zou SintBaafs niet zo klein lijken ...of word ik nu wat moeilijk te volgen, beste architecten?)


Kom op Robbrecht&Daem !
toon ons die plek, dat is eens iets anders dan boompjes tekenen.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html