17 augustus 2011

De earl van Ieper

.
De Moiren waren drie dochters van Zeus en Themis en omdat zij de levensdraad sponnen, beschikten zij over het lot van landen en mensen, soms zelfs van dieren. Deze schikgodinnen hielden zich bezig met alle aspecten van het leven, de liefde, gezondheid, talenten, voorspoed. Clotho hield het spinrokken vast en zette de draad op, Lachesis spon hem verder en Atropos, onafwendbaar zoals haar naam zegt, knipte hem af.

Homerus kende deze godinnen nog niet, en sprak enkel over het Lot, het Fatum. De duidelijke taakverdeling tussen de drie zusters hebben we van Hesiodos, in zijn Theogonie, regel 217 en volgende. Bij Reclam, Stuttgart, kostte dat tweetalige Grieks-Duitse boekje in 1999 amper 8 mark, 4 euro dus, en binnenkort misschien weer 8 mark, inflatie niet meegerekend.
De Romeinen spraken niet meer van de Moiren of Moerae. Zij hadden de drie Parcen. Andere naam maar de functies bleven dezelfde.

Vandaag hebben we weer andere namen, en ook is de rationele taakverdeling die we bij Grieken en Romeinen vonden verloren gegaan. Van samenwerking is geen sprake meer. Onze schikgodinnen lopen elkaar voor de voeten en doen dubbel of driedubbel werk. Bunzing, Kregelig en Arm-maar-Proper heten ze nu, maar omdat het Engels de plaats van het Latijn en vaak zelfs die van het Nederlands heeft ingenomen zullen de namen Fitch, Moody’s en Standard&Poors u misschien bekender in de oren klinken.
Zoals bij de Grieken, zijn ook deze namen niet toevallig gekozen, en bijvoorbeeld de bunzing kan een geweldige stank afgeven als hij in het nauw gedreven wordt.
Onze schikgodinnen vandaag hebben een core business, zij doen niet aan diversificatie. Liefde en gezondheid laten ze aan anderen over, om zich beter te kunnen concentreren op geld. Meer bepaald op geld dat verschuldigd is.
Maar wat heet schulden? En betekent dat woord hetzelfde als het om individuen gaat of om staten, banken et cetera?
Voor een antwoord op zulke moeilijke vragen kunnen we op economen niet altijd vertrouwen, maar iemand als de dichter Heinrich Heine (1797-1856) wist dat nog ongeveer.
“Schulden,” zei hij “juist zoals vaderlandsliefde, religie, eer enzovoort, behoren weliswaar tot de menselijke prerogatieven –de dieren hebben geen schulden– maar ze zijn ook een geprivilegieerde kwaal voor de mensheid;  en zoals ze de enkeling te gronde kunnen richten, zo bewerken ze ook de ondergang van hele geslachten, en in onze tijden schijnen ze in de nationale tragediën de plaats van het oude Fatum wel in te nemen.”
Bij zijn bezoek aan Engeland zag hij hoe diep dat land in de schuld stak, onder meer door de oorlogen tegen Napoleon. Hij beschreef het treurige lot van de Engelse premiers die als gevolg van “The Debt” ten onder gingen. William Pitt the Younger noemt hij, Charles James Fox, Spencer Perceval, Robert Banks Jenkinson (ook bekend als earl of Liverpool, baron Hawkesbury of Hawkesbury), George Canning. Allemaal gingen zij binnen de kortste keren het hoekje om, of werden gek.
Zover wenst Yves Leterme het niet te laten komen.


Stukje verschenen in de Knack vandaag


Geen opmerkingen:

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html