24 augustus 2011

Onder Hakkelaars

.
Verkiezingen organiseren levert zelden of nooit iets nuttigs op. Integendeel, het kan kwaad aanrichten, lazen we woensdag in De Morgen, in een stuk van Marc Hooghe.
.
Lezers van kwaliteitskranten zullen de man zeker kennen want hij schrijft om de drie dagen een stuk. Velen houden hem wellicht voor een journalist van hun blad. Dat klopt niet, maar helemaal ongelijk hebben die lezers ook niet: Hooghe is inderdaad even journalist geweest. Maar nu is hij docent aan de Katholieke Universiteit Leuven. Docent weliswaar in de politicologie, en niet bijvoorbeeld in de filologie, de geneeskunde, natuurkunde, rechten, ingenieurswetenschappen of zo – maar universiteiten zijn daar niet kinderachtig in, en wie lesgeeft aan toekomstige politicologen mag zich ook docent noemen. Geen discriminatie.
.
Wat leert Hooghe zoal aan zijn studenten? Samengevat: hoe de democratie echt werkt in de echte wereld, en hoe zij zou moeten werken in de betere wereld. Bijvoorbeeld leert hij hen dat naar de stembus gaan hetzelfde is als een blanco cheque ondertekenen met een looptijd van vier jaar. Partijprogramma’s worden immers pas na de verkiezingen geschreven, als alles al beslist is. Dat weet Hooghe, maar burgers niet en dus tekenen zij die cheque. Zoiets is onwenselijk en het is tijd, zegt hij, voor een ander soort democratie: de Burgerdemocratie van David Van Reybrouck.
.
Zoals gezegd is Hooghe geen filoloog, en daardoor misschien zal het hem ontgaan zijn dat in het woord democratie ‘demos’ op zich al ‘volk’ betekent, of zelfs ‘burgers’, want dat waren in Athene de enigen met stemrecht. ‘Burgerdemocratie’ betekent dus ‘demodemocratie’, het woord van een hakkelaar.
.
En die filologie nog daargelaten, ook de logica –tak van de wijsbegeerte– kreunt soms onder zijn pen: “De verwachting dat de N-VA zal uitgroeien tot een nieuwe volkspartij is ongegrond. De belangrijkste reden hiervoor is dat de tijd van de massapartijen definitief voorbij is.
Zo'n apodictische uitspraak zou meen ik passender zijn in de faculteit theologie. In de teksten die ze daar bestuderen, wordt geregeld een nieuwe tijd verkondigd.
.
Toen de Harvardprofessor Michael Ignatieff in 2007 met emeritaat ging , zei hij het volgende in The New York Times:
Al heb ikzelf politieke wetenschap gedoceerd, ik moet bekennen dat deze discipline meer belooft dan zij kan leveren. In de praktische politiek bestaat er geen wetenschap van de besluitvorming. Voor een goed oordeel in zulke kwesties, en een gedegen realiteitszin, zul je moeten afgaan op enkele zeer onwetenschappelijke intuïtieve indrukken over mensen.
Hij was niet de eerste met zijn bekentenis. Charles Coulston Gillispie, emeritus van Princeton, had in 2005 in The New York Review of Books al laten weten:
Al zijn de universitaire instituten voor politicologie sinds lang gevestigd, eigenlijk zou het toch beter zijn als wij erkenden dat het concept absurd is.
En Karel van het Reve, die grote man, zei over politicologie, maatschappijkunde en dergelijke: ‘Die vakken hebben niet veel om de hakken’.

Stukje verschenen in de Knack vandaag

.

6 opmerkingen:

Petrus zei

Geachte Mr. Vanfraechem,

Bij deze wou ik op uw opiniestuk reageren dat u afgelopen woensdag publiceerde. Gezien politicologie volgens u van weinig waarde is en ikzelf dit ooit studeerde, voel ik mij verplicht om op een aantal zwakheden in uw betoog te wijzen.

Hiertoe ging ik eerst op zoek naar uw argumenten die uw stelling onderbouwen. Tot mijn verbazing kon ik echter geen correcte argumenten terugvinden en dus deze kan ik deze ook niet beoordelen. Wel citeert u drie gezaghebbende auteurs die hetzelfde beweren als u (een Harvardprofessor, een emeritus en ‘die grote man’), maar hiermee heeft u nog altijd uw stelling niet onderbouwd (het is ook niet omdat Michael Ignatieff zelf politicoloog is dat uw stelling sterker wordt, dat lijkt alleen maar zo).

Daarnaast heeft Ignatieff het verkeerd voor als hij beweert dat politicologie ‘meer belooft dan ze kan leveren’. Mij werd als student nooit meer beloofd dan het ‘kunnen verklaren’ (wat perfect wetenschappelijk kan zijn). Politicologie is bovendien geen ‘wetenschap van de besluitvorming’ voor de ‘praktische politiek’ - zoals Ignatieff beweert - die ooit moet resulteren in een methodologie die uitlegt welke stappen een politicus dient te nemen om tot een goede beslissing te komen (democratie is volgens mij wel een methodologie om tot de minst slechte beslissing te komen, maar dit geheel terzijde). Managementwetenschap probeert dit soms wel, maar de resultaten zijn volgens mij betwijfelbaar.

Dus rest er enkel nog uw kritiek op Hooghe als enige reden om de politicologie als geheel te verwerpen. Ik veronderstel dat de redeneerfout u duidelijk is, want men mag niet zomaar eigenschappen van het individu (mogelijke onkunde van Hooghe) overplaatsen naar ‘de groep’ (politicologie). Omdat u echter toch van mening bent dat dit op basis van Hooghe’s opinie mogelijk is, ga ik dieper op uw kritiek op Hooghe:

- Uw opmerking over die cirkelredenering is 100% juist (de NVA zal nooit een volkspartij worden, want...)

- Dat van ‘demodemocratie’: iedereen begrijpt wat Hooghe met de term ‘burgerdemocratie’ bedoelt gezien hij de benaming gebruikt in de context van de G1000 en als kritiek op onze representatieve democratie. Persoonlijk zou ik Hooghe pas gehakkel verwijten als er communicatieproblemen kunnen ontstaan. Hiermee laat u helaas een kans ontglippen om echte kritiek te geven op het concept van burgerdemocratie (en dat is m.i. dat niets verhinderd dat de G1000 zelf ooit terug uitmond in een particratie).

- Verder wilt u de lezer uitleggen wat Hooghe zoal aan zijn studenten leert: over wat democratie ‘is’ en ‘zou moeten zijn’. Vooreerst is het mij onduidelijk of u dit perspectief al dan niet deelt (maar gezien u politicologie in zijn geheel verwerpt, lijkt dit niet zo te zijn). Zelf denk ik dat het debat over de vraag van wat ‘is’ en ‘zou moeten zijn’ cruciaal is voor het (over)leven van een democratie.
Daarnaast ben ik eerder geneigd om Hooghe’s stelling te verdedigen dat ‘naar de stembus gaan hetzelfde is als een blanco cheque ondertekenen’ dan het tegenovergestelde (bvb. de stelling ‘het door burgers verkozen parlement controleert de regering’). Volgens mij stellen te veel politicologen de huidige toestand, dat wat ‘is’ – een particratie – gelijk aan wat er ‘zou moeten zijn’. Immers, het ‘is’ er, dus het was ‘onvermijdelijk’, dus er moet wel iets van ‘waarheid’ in zitten. Hooghe maakt hier deze fout niet, dus heeft hij voor mij toch een ‘stapje voor’.

Als conclusie acht ik daarom, hoewel ik met Hooghe weinig uitstaans heb en ondanks alle de zwakheden in zijn betoog, zijn stuk toch sterker dan het uwe (maar u schrijft beter). U, die Hooghe verwijt redeneerfouten te maken en een ‘taal van hakkelaars’ te hanteren, maakt zelf twee redeneerfouten (gebruik van gezagsargumenten en het ‘geagregeerde niveau’ iets verwijten op basis van één lid). Kortom, een gemiste kans om grondige kritiek te geven op politicologie, de G1000 of eender wat, maar desalniettemin kijk ik uit naar uw volgende stuk.

Hoogachtend,
Lieven De Raedt

Marc Vanfraechem zei

Beste lezer Lieven De Raedt,
ik dank u voor uw uitvoerige reactie, die zelfs flink wat langer is dan het besproken stuk, maar zij bevat dan ook enkele mooie complimenten aan mijn adres. Zo kijkt u uit naar mijn volgende tekst. Meer kan een stukjesschrijver niet verlangen.
De zwakheden die u in mijn betoog meent te zien, die zie ik dan weer niet.
Dat het stuk van Hooghe heel zwakke plekken bevat, beaamt u gelukkig, en wat u wellicht ook zult erkennen is dat Ignatieff en Shattuck binnen hun vakgebied autoriteiten zijn. Zoals Karel van het Reve dat was op zijn gebied, al had dat weinig met politicologie maar veel met politiek te maken.
En Ignatieff mag het misschien “verkeerd voorhebben” wat de politicologie betreft: zijn faam bij collega’s lijdt daar vooralsnog niet merkbaar onder.
Of overigens het aanhalen van meningen van grote mannen uit iemands eigen vakgebied, het uwe en dat van Hooghe dus, een “gezagsargument” is, weet ik niet. Dan is om het even welke voetnoot al een gezagsargument.
Ik ga ervan uit dat die grote namen weten wat zij vertellen, en veel meer is meen ik niet mogelijk binnen een discipline als de politicologie, waar controleerbaarheid onbestaand, en onbestaanbaar is. Even onbestaanbaar als in de “managementswetenschap” overigens, een discipline die blijkbaar ook uw wantrouwen heeft. Daar, zegt u, levert de “methodologie” weinig betrouwbaars op (u bedoelt de “methode” neem ik aan, al is ook dat een te groot woord: echte wetenschappen gebruiken het weinig of niet, en houden zich met controleerbaar onderzoek bezig). Maar, levert in de politicologie deze methode dan wél veel op?
Wat ik –behalve het citeren van enkele oordelen van grote politicologen– volgens u ook niet mag doen, is “het ‘geaggregeerde niveau’ iets verwijten op basis van één lid”. Maar, al zou inductie misschien mogelijk zijn: dat doé ik ook niet.
Ik val de politicologie zélf aan en Hooghe is daarbij enkel een actueel voorbeeld.
Met dit alles wil ik overigens niet gezegd hebben dat politicologen dwazen zijn: neen, zij kunnen zoals ieder mens wel eens iets verstandigs vertellen, maar de politicologie kan niet iets wetenschappelijks vertellen.
Dat laatste beaamt u, lees ik, want u noemt de Sein-Sollen-kwestie cruciaal, en vindt dat politicologen zich daar vaker onledig mee moeten houden.
Dat is echter een morele kwestie, een filosofische, een ideologische ook, maar geen onderwerp voor de wetenschap.
Volgende woensdag krijgt u weer een stukje in dezelfde trant!

janien zei

@Marc Vanfraechem

Mag het, even kort(er) reageren op uw reactie op de reactie op uw 'kritiek van de demodemocratie'? Al moet ik u eerlijk en vertrouwelijk bekennen dat ik enkel op uw laatste zin wil reageren, over volgende woensdag, m.a.w. morgen.(Ik heb me moeten vermannen, haast durfde ik hier niet te schrijven, zomaar los van enige methode, argumentatie, enig onderzoek of enige ideologie.)

Ter zake. Ik kijk verlangend uit naar uw "larmoyante" (ik citeer u uit een tweet) stuk van morgen woensdag in Knack! Zal het over de school gaan? Over onderwijs en opvoeding? Het is immers de tijd van het jaar, en ik zou u daarover eens dolgraag lezen.

Daarstraks hoorde ik de radiostem opklinken van een van de machtigste vrouwen in Vlaanderen over "de uitdagingen waar het onderwijs op dit moment voor staat" : over directeurs met leraren die het niet zien zi..., moedelo..., over medeverantwoordel... , het evenwicht kennis - vaard..., de vlo... onderwijsmini..., kwali ..., evangeli... waard... Samengevat: het was àl herkauwen, ouwe koek. Maar het zal wel aan de ontvanger hebben gelegen: mijn verwachtingen waren te hoog gespannen. Ik had nochtans beter moeten weten. Telkens opnieuw blijf ik me aan diezelfde steen stoten. Soit.

Om dringend terug te komen op uw stuk van morgen. Of gaat het over iets helemaal anders? Scoor ik écht slecht in voorspellend lezen?

Marc Vanfraechem zei

@janien: nog even geduld, als ik vragen mag, tot middernacht en dan verschijnt het stukje hier, en morgen staat het in Knack.

Petrus zei

Geachte Mr. Vanfraechem,

Veel dank voor uw snelle reactie. Staat u mij toe nog één maal te reageren, en dan houd ik op.

Ik laat de vragen over wat ‘gezagsargumenten’ en andere hier achterwege omdat we bij de kern zijn aangekomen. En eigenlijk ben ik ook niet zo geïnteresseerd in de discussie of ‘politieke wetenschappen’ ‘wetenschappelijk’: u heeft volledig gelijk dat controleerbaarheid ‘onbestaand, en onbestaanbaar is’. Politicologie kan niet wetenschappelijker worden dan de ‘interpretaties’ waar Popper over spreekt (Interpretaties die weliswaar getoetst kunnen worden aan feiten en verbeterd kunnen worden, maar niet herhaald in experimenten). Maar politieke wetenschappen kan m.i. een reeks gebeurtenissen dus wel op een wetenschappelijk verantwoorde manier analyseren. Een beetje zoals historici doen bvb., of down-to-earth economen die zich niet teveel laten verblinden door allerhande modelletjes.

En of je daarom de naam ‘politieke wetenschappen’ moet aanpassen of niet, zelf lig ik hier niet echt van wakker (‘politieke studies’ ofzo is mij evengoed). Als dit ons het goedkope argument zou besparen dat het ‘niet wetenschappelijk’ is omdat het ‘niet natuurwetenschappelijk’ is, ben ik al content.

Interessanter lijkt mij de vraag wat politieke wetenschappen moeten onderzoeken (of beter: de verzameling van politiek filosofen en politieke studies), en wat ze beter niet doen (en mij lijkt deze niet uitgeklaard, maar dit impliceert niet dat de hele zwik plots waardeloos wordt):

NIET:

- het Sein met het Sollen gaan verwarren, of het Sollen als wetenschap voorstellen. Doordat politicologen hun ‘wetenschap’ soms voorstellen als de ‘wetenschap van de macht’, krijg je al snel iets als machtsverheerlijking (waar Sein = Sollen). Maar verder hebben politicologen volgens mij alle recht om zich met het Sollen bezig te houden.

- hiermee samenhangend: wat ik noem ‘marxistische wetenschappen’ bedrijven, zijnde zelf bepalen wat ‘goed’ is voor jan met de basebalpet, omdat ze hem zelf te dom achten. Een visie waarbij politicologen als samenlevingsexperts ‘wetenschappelijk’ over de wenselijkheid van maatschappelijke kwesties kunnen spreken, terwijl het kiesvee slechts een ‘mening’ heeft.

- of, m.b.t. wat Ignatieff veronderstelde in uw citaat: een zoektocht ondernemen naar de eisen waaraan een politicus moet voldoen - of wat deze moet doen om ‘de beste’ te zijn. En dit is net wat managementwetenschappen betrachten (cf. Titels als: ‘Succes in 7 stappen’ , ...), maar helaas – volgens mij - onbepaalbaar (maar dit hebben politieke wetenschappen, zoals ik ze studeerde, nooit gepoogd).

WEL:

Voor mij moet politieke wetenschappen niet de macht onderzoeken, maar nagaan hoe de rede het tegenover de macht aflegt, hierbij wetende dat zij zelf niet kunnen decreteren wat ‘redelijk’ is, en men bijgevolg enkel kan nagaan of rede een ‘redelijke kans’ heeft gekregen. Dit houdt bvb. in nadenken over vragen zoals: heeft de kiezer altijd gelijk, of is het per definitie maar kiesvee, of zijn er misschien omstandigheden waarin de kans dat hij gelijk heeft, groter/kleiner wordt (en wat zijn die omstandigheden?),…? Soit, alle begrip als u vindt dat ik mij vaag uitdruk, er is nog werk aan de winkel.

Vriendelijke groeten,
Lieven

Marc Vanfraechem zei

Beste Lieven: we laten het hierbij dan maar (ik moet ook denken over wat ik volgende week weer zal schrijven). Maar nogmaals bedankt voor je onderbouwde kritiek, en de niet minder onderbouwde appreciatie!

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html