7 september 2011

Het Albertkanaal Vrij !


De procureur-generaal bij het Hof van Cassatie, Jean-François Leclercq, had donderdag op de plechtige openingszitting van het Hof een wijze zin voor ons klaar: ‘Maanden samenleven op een fregat kan tot spanningen leiden, net zoals het leven op vaste grond trouwens.’
Die spanningen, lazen we in een voetnoot, hadden aan boord van het fregat “Louise-Marie” en ook op de mijnenjager “Astra” tot openbare zedenschennis geleid. Het ging weliswaar om geïsoleerde feiten van een aantal jaren terug, maar naar het woord van Gerard van het Reve waren ze “niet onopgemerkt gebleven”, wellicht vanuit de commandotoren.

Ook over het Schip van Staat* gaf de procureur iets mee “aan diegenen die de ontmanteling van de Belgische Staat voorstaan”.
Wat de man vreesde was dat na een staats-hervorming de scheepvaart op het Albertkanaal zou worden lamgelegd.
Vermoedelijk had de procureur goed onthouden hoe in de RTBf-documentaire Bye Bye Belgium de tram naar Tervuren al werd geblokkeerd aan de grens van Brussel.
En een blokkade is een oorlogsdaad die de stad Luik niet over haar kant kon laten gaan, waarschuwde zeer terecht Leclercq: “De zucht naar zee van een ingesloten Staat of van een Staat met een uiterst enge toegang tot de zee mag niet worden onderschat.”

Hij geeft een Zuid-Amerikaans voorbeeld, maar hij had net zo goed Fjodor Michailovitsch Dostojefski kunnen citeren. In diens redevoering “Vroeg of laat moet Constantinopel ons toch toevallen”, gepubliceerd in maart 1877, waarschuwde hij al: “Ja, Byzantium moet van ons zijn, en niet enkel als beroemde haven, als ‘Poort’ als ‘Middelpunt der aarde’; niet enkel om de sinds lang erkende noodzaak voor zo’n reus als Rusland, om eindelijk uit zijn besloten kamer te treden, waar hij tot tegen het plafond is gegroeid, en de wijde wereld in te stappen, en de vrije lucht van zee en oceaan te kunnen ademen.”

Dichter bij huis is er natuurlijk de blokkade van de Schelde, die Willem van Oranje had ingesteld en die met korte onderbrekingen tot 1839 duurde, wat inderdaad soms tot vijandelijkheden heeft geleid.
Zo gaf onder het Oostenrijks bewind Jozef II het bevel aan twee van zijn schepen om de Schelde helemaal af te varen tot aan zee. Maar toen het eerste schip, de Louis, ter hoogte van Saaftinge kwam, sommeerden de Hollanders de kapitein om de steven te wenden. Deze gaf niet thuis, en daarop volgde één kanonschot. De kogel kwam ongelukkig terecht en doorboorde de grote soepketel in de kombuis. Begrijpelijkerwijs raakte de bemanning nu totaal gedemoraliseerd, en de Louis voer weer naar Antwerpen terug.

Het duurde nog tot 1863 voor de Schelde helemaal vrij was, want de Hollanders hadden een tolgeld ingesteld dat in dat jaar afgekocht werd voor 36.278.566 frank.
Nu pas kon Frans Willems zingen (niet Jan-Frans Willems: die was in 1846 al gestorven):

SCALDIS 
[…] 
Doch nu, nu is mijn boei geslaakt;
Zeilt aan, bevrachte schepen!
Mijn breede stroom is vrij gemaakt;
'k Mag weer uw schatten sleepen,
'k Word weder jong, schoon zat van dagen.
Snelt aan! 'k zal u ter haven dragen!
.
________________________
Horatius, 14e ode uit het eerste boek. O schip, zullen nieuwe golven u de zee weer indrijven? &c. O navis, referent in mare te novi fluctus? 

Stukje verschenen in de Knack vandaag

Geen opmerkingen:

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html