27 januari 2011

Aan de baardige Koen Fillet


Met mijn mes van Thiers-Issard
Sierlijk gevat in zijn heft van hoorn
En snel op de leed’ren riem gewet
Heb ik me netjes geschoren.
Nu vlug wat aluin,
Een vleugje Chanel
(Pour le feu du rasoir).
Wat laat de radio horen?
Het is toch niet waar,
Verstond ik dat wel?
Wat zegt net Fillet?
Ons landje ligt in puin!
Ik voel me als herboren.
.

16 januari 2011

Édition spéciale

.
 Deftige tijdschriften of periodieken die gelanceerd worden, hebben altijd eerst een zogenaamd nulnummer, een nummer dat niet op de markt komt maar dat wel helemaal eruitziet zoals in het vervolg het er zal uitzien. Maar, omnis comparatio claudicat zou Bart De Wever zeggen want bij het radioprogramma Rondas is dat niet zo gegaan. Van een nulnummer Rondas heeft niemand ooit weet gehad.
Ter compensatie staat hieronder wel een Extra-nummer,
in twee afleveringen omdat het te dik was voor één bestand, en ik dank Jean-Pierre voor de bijzondere eer om zijn
n+1-nummer hier te mogen publiceren.


 Want gisteren, in het Paleis voor Schone Kunsten, vulgo of boosaardig soms BOZAR geheten, had ter gelegenheid van de Klara-dag Jean-Pierre Rondas een gesprek met Bart De Wever. In een kleine zaal, in een te kleine zaal. De technici van Klara hebben gelukkig een paar ingrepen kunnen doen, extra-luidsprekers geplaatst &c. ...voor al het volk dat nog buiten stond. Daardoor zijn bij hun opname de allereerste woorden van Jean-Pierre weggevallen. Geen nood, want na zijn eerste woorden volgen er naar gewoonte nog veel woorden, en wat u zult horen is ook geen journalistiek interview, maar een gesprek tussen twee mensen die ...het ergens over hebben:




Omdat MacOS blijkbaar moeite heeft met bovenstaande spelers, hierbij een alternatief: deel één, deel twee.
.

15 januari 2011

He dares not speak his name


Ter verantwoording: dit is het enige blog dat ik ooit weer verwijderd heb op victacausa, nà publicatie. Er was de overweging, die ik vaak moest horen (ook van mensen die daarna van mening veranderd zijn), dat je een collega niet kunt aanvallen op de manier dat ik het deed, en er was, dat wil ik toch zeggen, niet eens zware hiërarchische druk op mij om het te doen.
Wél was er toen veel te doen om de gevaren waar ik onze jonge anonieme journalist aan blootstelde, die immers eigenhandig en zonder enige vrees het verfoeilijke fascisme te lijf was gegaan (tenzij dan, dat wél de identiteit van zijn slachtoffer gewoon op het scherm te lezen was, maar hijzelf intussen anoniem bleef, een anonimiteit die hij ook schandelijk volhield in een brief aan De Standaard, waarin hij schreef: Mijn naam vind ik in het hele verhaal niet relevant. ...ook voor de Kwaliteitstabloid geen probleem om zich te lenen voor zulke zaakjes.)
Maar nu, na het tweede avontuur van onze Robin, geloof ik dat mijn waarschuwing van 2009 ...misschien toch niet geheel onterecht was? Alleen de laatste zin was, zoals men zegt, er wat óver.
Wat hieronder staat is de onveranderde tekst van 2009, inclusief de reacties.
Inderdaad, een blogger heeft geen andere mogelijkheid dan de Waarheid. Ook al bezat hijzelf geen enkel persoonlijk eergevoel: een blogger kan geen kogelgeluidjes, laat staan komma's toevoegen, want in cache blijft alles toch immer en voor altijd zichtbaar.
o-o-o-o-o
.
Ik vertel niets nieuws, als ik zeg dat in de nabijheid van luidsprekers of tv-toestellen, een magnetisch kompas geen betrouwbare indicaties laat lezen. Het ding raakt als het ware in de war. Minder bekend is dat ook het morele kompas (waar Immanuel Kant zo enthousiast over was) soms eenzelfde gevoeligheid kan vertonen.

Vorige week, lees ik in de krant, was er op tv een reportage die veel stof heeft doen opwaaien. Er moet zich daarbij een deontologisch vraagstuk hebben voorgedaan. Het werkstuk zelf heb ik niet gezien, want ik kijk al lang geen tv meer, omdat het leven te kort is.

Maar de reportage werd blijkbaar gedraaid met gebruikmaking van valse voorwendsels, met een verborgen camera, en wél in de huiskamer van een privépersoon. .Zoiets kan, heel soms, onder bepaalde en zeer strikte voorwaarden gerechtvaardigd zijn. Maar als ik de berichten daarover lees in de krant, dan waren die voorwaarden in dit geval niet aanwezig.
Ook op blogs wordt misprijzend gereageerd. Bij Frank Albers lees ik bijvoorbeeld:

[…] er zal toch een man voor je deur staan die zegt dat hij een kinderdagverblijf zoekt voor zijn dochter, en die later een reporter blijkt te zijn. Filmt stiekem je lelijke woonkamer, neemt je achterlijke praatjes op en toont dat de volgende dag allemaal op de televisie aan de bevolking. Je bent belazerd, in een val gelokt, in een hinderlaag gelopen. Zo zien wij dat niet natuurlijk. Wij noemen dit undercoverjournalistiek. Niet netjes, maar soms onvermijdelijk.
Mag alleen, zei de Raad voor de Journalistiek twee jaar geleden, als “de informatie, die de journalist op die manier hoopt te verkrijgen, een grote maatschappelijke relevantie heeft, zoals het geval is bij ernstige misstanden of schending van mensenrechten.” (Er zijn nog drie andere voorwaarden.)
Toonde de reportage “ernstige misstanden of schending van mensenrechten” aan? No way. Uit niets bleek dat de bruine ideeën van het kieken haar werk als onthaalmoeder beïnvloeden.
[…]

Sterker nog vind ik, dat de dappere undercover man vandaag een anonieme verantwoording mag geven in de Kwaliteitstabloid. Ja, met naam en toenaam een briefje ondertekenen doen niet àlle journalisten.

En wat Robin Ramaekers, want zo heet die jongen, in zijn briefje presteert, grenst aan het ongelooflijke. Hijzelf wil anoniem blijven, heeft daar goede redenen voor, ach, ach …en hij heeft ook de anonimiteit van zijn slachtoffer gerespecteerd, beweert Robin in ernst.
Terwijl zelfs ik, die zijn laffe reportage niet heb gezien, nu weet waar ik de betreffende vrouw kan vinden.

Zoiets heet, in een gezonde journalistieke omgeving: ontslag!
.

11 januari 2011

In plaats van dat doorzichtige gedaas over "onrustige financiële markten".



Regeringscrisis in Brussel


Een land dat niet meer bestaat heeft ook geen regering meer nodig. Wordt op die manier het stuk politiek theater tussen Walen en Vlamingen een voorbeeld waar Europa voor de toekomst uit kan leren?

Van Dirk Schümer, Wenen, 10 januari.

Al meer dan tweehonderd dagen zijn de Belgische politici vergeefs naar een nieuwe regering op zoek. Kan het land ook zonder centrale regering? Is een machtsvacuüm, midden in de financiële en eurocrisis, uitgerekend in Brussel, zomaar losjes verteerbaar? Of springt misschien de monarchie kordaat in de bres? Niets daarvan.
De vervelende situatie dat men in onderling overleg tot een gezamenlijk standpunt moest komen, over de bevoegdheden van de federale staat en de Vlaamse of Waalse landshelften, is ook door de gewiekste compromissenmakers vandaag niet meer te op te lossen. De totale blokkade, die al vaker dreigde, is er nu. Niet enkel grondwetsspecialisten, ook gestaalde Belgische burgers stellen openlijk de vraag waarom een maatschappij nog een stembusgang organiseert, als de gekozenen daar geen werkbare regering mee kunnen vormen.


Tijd voor een democratisch partijtje worstelen
Op de webpagina’s van Belgische kranten zijn bij wijze van uitzondering de Vlaamse en Waalse briefschrijvers het eens: men weet helemaal niet meer waarover men het heeft. “Altijd dezelfde tekst in een eindeloze lus” klaagt een vlijtige, politiek geïnteresseerde lezer van de Franstalige “Le Soir”. In het ter plaatse trappelend ballet van wisselende en toch weer gelijke “informateurs”, “formateurs”, “bemiddelaars”, “verduidelijkers”, die in opdracht van een machteloze koning hun werk doen, wordt de politiek een nachtmerrie vol déjà vu’s.
Het brute kiessysteem uit “Asterix in Corsica” lijkt intussen wel een gegeerde utopie voor vele Belgen. Op het stripeiland in de Middellandse Zee gooit men de stembriefjes in een urne, vervolgens breekt er een knokpartij uit, en de sterkste wordt stamhoofd. Zo’n democratische knokpartij zal er wel nodig zijn, wil de hartenwens van laatste vrijdag, van het Verbond van Vlaamse Ondernemers nog in vervulling gaan: een sterke regering, met een staatshervorming als opdracht, om zo economische slagkracht te garanderen, een begroting in evenwicht te maken, en federale oplossingen te bieden voor de toekomst van de arbeidsmarkt, de werkloosheidsuitkeringen en rentelasten.
Deze vrome wens zal bij veel Belgen enkel op cynisch gelach onthaald worden wellicht. Want de innerlijk verdeelde politieke elite van het land is van dat alles zo ver verwijderd, dat er al sedert lang openlijk wordt beraadslaagd over een definitieve scheiding van de twee landsgedeelten. Bart De Wever –met zijn conservatief-gematigde “Nieuwe-Vlaamse Alliantie” (N VA) triomfantelijke winnaar van de verkiezingen van de eindeloos lang geleden 13de juni 2010– gaf in interviews de leus ten beste: “Laten we dit België rustig verdampen”. Precies wat aan de gang is.
Een omhulsel, opgesmukt met koninklijke franje
Terwijl de buren zich de ogen uitwrijven bevalt het vooruitzicht op twee nieuwe naties midden in Europa steeds meer vergramde burgers. Maar heeft de historicus De Wever geen gelijk, als hij de Belgische staat, honderd tachtig jaar na zijn stichting voor mislukt verklaart, omdat de kleine helft der van huis uit Franstaligen zich mordicus niet wil afgeven met de Vlaamse meerderheid? Heeft een staat, waarin het Franstalige bevolkingsdeel zich een reusachtig alimentatiegeld laat welgevallen van de Nederlandstaligen, maar intussen wel hun cultuur en geschiedenis ostentatief negeert, niet zijn voortbestaan verspeeld? En, afgezien van zijn symbolen, bestaat dit België nog wel echt?
Wel bekeken draait heel deze touwtrekkerij van de politici sinds de juniverkiezingen om een scheiding in goed overleg: welke bevoegdheden over arbeidsmarkt, justitie, sociale voorzorg, et cetera kunnen van het federale aan de beide landsdelen overgedragen worden? Na decennia van alsmaar in elkaar geknutselde supercompromissen, komt aan het licht dat van de Belgische staat nog enkel een koninklijk opgesmukt omhulsel overschiet, en de zwaar betoelaagde tweetalige hoofdstad Brussel.
Hoe men er überhaupt moet in slagen om de hoofdstad van Europa –geklemd tussen Wallonië en Vlaanderen, historisch Nederlandstalig en tegenwoordig in hoge mate Franssprekend– nog te besturen, verkeerstechnisch, wat het onderwijs betreft, planologisch – daarover gaan de ingewikkeldste passages van de diverse compromisteksten, die allemaal samen gestrand zijn op de privilegies van Franssprekende gemeenten in Vlaams-Brabant.
Kafkaiaans proza voor een zwak compromis
Hier een uittreksel uit een dergelijk falend compromis, met betrekking op de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde: “Om tegemoet te komen aan de Franstalige wens, die voor de bewoners van de zes randgemeenten het recht wil behouden om bij verkiezingen voor Kamer, Senaat en Europarlement hun stem te kunnen uitbrengen op tweetalige Brusselse lijsten, kan in deze gemeenten, bij zulke verkiezingen, de kiezers de mogelijkheid geboden worden te stemmen, ofwel voor de lijsten van de kieskring Vlaams-Brabant, ofwel voor de Brusselse lijsten. In dit laatste district wordt de mogelijkheid geschapen, om in elke taalgroep lijstverbindingen aan te gaan.”
Bij dit kafkaiaanse proza klinkt het als een grap dat de vitale metropool van een meertalige, multiculturele economische ruimte, die van Lapland tot de Kanarische Eilanden gaat, van Ierland tot de Donaudelta, door zulke prullaria op de klippen zou lopen. Hoe moeten we Europa als systeem van meertaligheid en culturele openheid begrijpen, als aan de grens van zijn hoofdstad een militante francofonie een ideologisch aureool krijgt? En hoe moeten dan Cyprioten en Turken, Ieren en Britten, Catalanen en Castilianen, Zuid-Tirolers en Italianen, Hongaren en Slowaken, Letten en Russen het ooit eens raken, als de Belgen na bijna tweehonderd jaar het project van de diversiteit in alle stilte begraven?
En toch kun je de politici, de Vlaamse nationalisten noch de Waalse socialisten enig verwijt maken. Zij brengen enkel consequent in de praktijk wat zij hun kiezers hebben beloofd, en dat ligt veel te ver uiteen, door versteende aanspraken die langs de taalgrens lopen. Het is klaarblijkelijk de volkswil die van dit land genoeg heeft. De zaakwaarnemende premier van België, Yves Leterme, is in het voorjaar van 2010 al gestrand op een grote staatshervorming, en zonder mandaat van de kiezer hij blijft hij nu vermoeid maar taai zijn ambt verder vervullen.
Wiebelende gebouwen blijven op de een of andere manier overeind
België heeft tenslotte ook zonder werkelijk democratisch mandaat het voorzitterschap van de EU geroutineerd afgewerkt; en per slot van rekening zit met EU-voorzitter Herman van Rompuy nog een Belg in een sleutelpositie. Niet toevallig. Want met zijn ondoorgrondelijke taal- en bevoegdheidsafspraken heeft het land een gewiekste, oneindig geduldige soort van bestuurders voortgebracht, die in de gigantische machinekamers van de EU-compromisfabriek uitstekend hun weg vinden. Op de een of andere manier gelijkt de EU frappant op dit België.
Zo te zien bestaat de Europese Unie niet uit sterke nationale staten, maar alles bijeen uit bijzonder wankele gebouwen, zoals we het nu in real time kunnen zien aan bliksemsnel eroderende landen zoals Griekenland of Ierland, die de facto door EU-toezichtscommissies geregeerd worden. Leren wij daaruit dat een zwak land, in dit tijdvak van spontaan bestuur, geen regering maar enkel nog geldtransfers nodig heeft? Dienen politici enkel nog als podiumbeesten in de showwereld van verkiezingen en persconferenties?
Na het mislukken van de zo-en-zoveelste formatiepoging schijnt zelfs de belgisch-anarchistische gelatenheid ontredderd, terwijl zij, in vergelijking met trappistenbier en sterrenrestaurants, de eigen regering nochtans niet bijzonder hoog inschat. De Vlaamse krant “De Morgen” publiceerde foto’s van vertwijfelde burgers met de zwartgeelrode driekleur en de slogan: “Alle alarmklokken luiden”. Waarom? Niet het functioneren van de al lang opgedeelde federale bevoegdheden is door de formatieblokkade in gevaar, maar de economie. Van de bezitters van Belgisch staatspapier zou de buitenlandse meerderheid, zo waarschuwen economisten met naam, wel eens afgeschrikt kunnen worden door een lange en dure Rozenoorlog tussen Vlamingen en Walen, en zich terugtrekken.
Toch liever een streep eronder, ook met schrik
Het ziet er dus naar uit dat het uiteenvallen van deze Europese modelstaat enkel nog afhangt van de kosten op middellange termijn. Want emotioneel laat niemand nog een traan voor dit België. Het is zoals bij een huwelijk: ook daar blijven twee strijdende partijen soms nog een pijnlijke poos bijeen, omdat een scheiding eenvoudig te duur uitvalt. Terwijl de Walen, met de sociale uitkeringen die zij incasseren, begrijpelijkerwijze geen haast hebben om een grote staatshervorming door te voeren, lijken de Vlamingen aan te sturen op een einde met verschrikkingen (en hoge kosten), liever dan op de verschrikkingen zonder einde namens België.
Ook dat is een les voor de EU, die met IJsland en Kroatië net nog nieuwe kandidaten aan het uittesten is, en waarvan de gemeenschappelijke munt al na luttele jaren overduidelijk afbrokkelt: alles is op drift op dit beweeglijke continent. Naties zijn niet voor eeuwig, terwijl taal en tradities aantoonbaar een buitengewoon taai leven hebben. In een globaal verstrengelde economie kan een staat zichzelf eenmaal overbodig maken, door bevoegdheden af te staan aan een supranationaal instituut, en verder de gewesten en gemeenten het werk te laten doen.
De historicus Bart De Wever had al vaker lucht gegeven aan zijn verveling bij de eindeloze nacht- en weekendzittingen vol nutteloos gepalaver, en hij feliciteerde nu de Waalse tegenhangers, met hun flamboyante socialist Elio di Rupo, vanwege hun “prachtige theaterstuk” waarmee zij zes maanden iedereen aan het lijntje wisten te houden. In België lijkt de politiek zich vandaag werkelijk te beperken tot coulissen, symboliek en toneelspel.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html