21 oktober 2011

De bekrompenheid van France Inter

.
De haatjournalistiek van Le Soir en cs. rond alles wat Vlaams is (de laatste tijd wat minder uitgesproken – om tactische redenen) blijft toch vruchten afwerpen. Zeker bij Franse media gaat hun propaganda erin als koek.
Helemaal verwonderlijk is dat niet, want bij gebrek aan talenkennis waren die Fransen altijd al sterk repliés sur eux-mêmes.
Gisteren introduceerde op France Inter zekere Marion de Belgische zanger Daan (enkelen onder u zullen die jongen misschien al gehoord hebben).
Deze Marion deed dat zo:

.
“Alors oui: Daan. Qui est Daan? Daan c’est d’abord un prénom, donc celui du chanteur Belge Daan Stuyven, et c’était le leader, c’est toujours le leader du groupe rock Dead Man Ray. C’est aussi un «look», celui d’un dandy, et toujours élégant [comme Niquet], oui, costard, cravate, pas mal. C’est une grande gueule. Il s’est fait remarquer cet été en Belgique parce qu’il a écrit une chanson assez, assez violente, assez remontée contre Bart De Wever.
Bart De Wever c’est le leader nationaliste de la N-VA. C’est un type à l'humour assez douteux qui milite pour l’indépendance de la Flandre, qui flirte un peu avec l'extrême droite en Belgique.
Et c’est surtout, Daan c’est surtout une voix, une très belle voix de basse, qui fait penser à Johnny Cash et à Leonard Cohen…”
.
.
“[Wie is Daan?] Hij heeft een grote mond. Deze zomer liet hij zich opmerken in België want hij heeft een liedje geschreven dat nogal, nogal hevig was, beetje pissig tegen Bart De Wever.
Bart De Wever is de nationalistische leider van de N-VA. Dat is een kerel die over een nogal bedenkelijk soort humor beschikt, voor de onafhankelijkheid van Vlaanderen ijvert en een beetje flirt met extreemrechts in België.
Maar toch vooral Daan is vooral een stem, een heel mooie basstem, die aan Johnny Cash doet denken en aan Leonard Cohen
.

19 oktober 2011

Wouter zet David een pad in de korf

.
Het gebeurt niet elke dag, maar soms hoor je over het stelsel van de democratie toch verstandige dingen vertellen. David van Reybrouck deed dat laatst bij de VPRO, in hun Buitenhof.
David hoeven we hier niet voor te stellen want hij kreeg de laatste tijd, terecht ongetwijfeld, ruimschoots media-aandacht en iedereen die ook maar de franjes van het politieke leven heeft gevolgd zal de voorbije weken vreselijk met hem te doen hebben gehad.
Je moet inderdaad al een beest zijn om geen medelijden te voelen met iemand die maandenlang zijn beste krachten wijdt aan een burgerinitiatief, in de redelijke veronderstelling dat er nooit of jamais nog un compromis à la Belge kan komen ...en dan loopt hem daar plots een Beke in de voeten, die blijkbaar uit gelijk welke sloot wil drinken en voor wie niets imbuvable is.
Onze jonge David laat zich gelukkig niet ontmoedigen, en op de Hollandse tv legt hij uit dat duizend man bijeenbrengen veel te veel is om goed werk te leveren. Misschien dat er in die duizend kokers wel een paar goede vragen opkomen, maar wat David zoekt zijn antwoorden. Pas na zo'n séance, en petit comité, en op hotel zoals David zegtkun je deftig werk aan het werk gaan.
.

.
Een aantal tientallen mensen gaan [=zal, of  zullen; nvdr] daarna verder werken, want op één zondag kan je een aantal brede contouren uittekenen; daarmee heb je nog geen concrete oplossingen bedacht, en dat is precies wat gaat [alweer...] gebeuren  door enkele tientallen burgers, na afloop van de G1000Die zullen van november tot april mekaar zien, enkele weekends op hotel, experten erbij, documentatie erbij halen…
.

12 oktober 2011

Een vetheffing op adjectieven

.
“Het adjectief zwakt het substantief vaak af, ook al stemt het ermee overeen in naamval, geslacht en getal.” schreef Voltaire in 1765 aan Jean d’Alembert. Dat is een regel die nogal wat schrijvers en anderen boven hun bed mogen hangen.
.
In 1822 schreef Alexandr Poesjkin aan zijn censor iets gelijkaardigs: “Uw brief is zo substantief dat hij geen adjectief nodig heeft om mij oprecht te verheugen.” Hij bedoelde dat ironisch, want de censor had in zijn gedicht De Krijgsgevangene van de Kaukasus een aantal verzen opgeschoond, maar hem tegelijk ook 500 roebel honorarium toegekend, als adjectief. Wel had hij een “lange kus” van de twee gelieven in het verhaal vervangen door een “bittere kus”, en een “hemelse vlam”, waar het over de aardse liefde ging, zelfs helemaal weggeknipt.
Poesjkin schreef nog in zijn brief: “U hebt mij vele beslommeringen bespaard door het lot van de Gevangene volledig veilig te stellen. Uw opmerkingen zijn volledig terecht en nog te clement; maar gedane zaken nemen geen keer.”
Hans Boland vertaalt voor de uitgeverij Papieren Tijger het verzameld werk van Poesjkin, en het zesde van negen delen is nu uit. Boland schrijft levend Nederlands, en vooral: hij vertaalt “mager”, zoals ik hem eens hoorde zeggen. Hij versiert niet. Zijn auteur blijft op de voorgrond, een grote verdienste.
.
Ik moest daaraan denken toen ik in de krant las dat de beschuldigde in Tongeren een “echte” psychopaat genoemd werd door de psychiaters. Ook “rasechte” zag ik gedrukt staan. Misschien hebben die psychiaters dat inderdaad zo gezegd, maar dan werkt hun adjectief wel ondermijnend. Je gaat je dan afvragen of het substantief op zich iets voorstelt, en wat het kan betekenen in een strafzaak.
.
Iemand die daaromtrent zijn twijfels had, was de Franse pleiter Tixier-Vignancour, die hier eerder aan bod kwam. In een zaak waarbij zijn cliënt de doodstraf riskeerde, pleitte hij in 1956 spottend:
“Het zal volgend jaar, mijne Heren, dertig jaar geleden zijn dat ik de eed heb afgelegd voor de Eerste Kamer van het Gerechtshof van Parijs. Ik kan u verzekeren dat de psychiaters in 1927 veel minder dan vandaag te maken hadden met delinquenten en misdadigers. Een beschuldigde toen moest al manifeste tekenen geven van een mentale stoornis, voor men iemand van Saint-Anne of Villejuif ging lastigvallen. Maar de dag van vandaag! Als de dag van vandaag, Heren, een kiekendief wordt voorgeleid bij de Procureur van de Republiek, die hem de dag daarop wil laten verschijnen wegens betrapping op heterdaad, dan lijkt het te zullen gebeuren, en wij zullen dat in een wellicht nabije toekomst meemaken, dat tussen zijn voorleiding bij de Procureur en zijn verschijning voor de rechtbank, er in het gerechtsgebouw een psychiater van dienst een vaste stek krijgt, om er met zijn rubberen hamertje op de knieën van de kiekendief te tikken. Mijne Heren, wij worden overstelpt door de psychiatrie, wij raken onder de psychiaters bedolven, wij zien het eind niet meer.”
.
Adjectieven weglaten zal alvast geen kwaad doen.

Stukje NIET verschenen in de Knack vandaag
.

5 oktober 2011

Brulapen

.
 “The Dutch are a very rude sort of people”, oordeelde Baron Munchausen. Rudolf Erich Raspe liet hem dat zeggen in zijn meesterwerk “The Travels and Surprising Adventures of Baron Munchausen” (1785).
Godfried Bomans vertaalde die zin heel mooi met: “Een grof volkje, die Hollanders!” (Kruseman, ’s Gravenhage, 1967; verlucht met etsen van Gustave Doré).
Je leest of hoort dat vaak, dat Hollanders onbehouwen zijn, grofgebekt, luidruchtig, brutaal. Ook Vlaamse kerktorenjournalisten schrijven graag over de ruwe zeden in Nederland. Dat is een fenomeen van de laatste jaren menen zij, en het is allemaal begonnen met Theo van Gogh, Pim Fortuyn en nu Geert Wilders. Het moet hier niet dezelfde kant opgaan! Maar zij hebben geen recht van spreken.
.
Hetzelfde kan niet gezegd worden van de Baron. Die had moeten ondervinden dat sommige van zijn avonturen op spottend ongeloof ontvangen werden in het zeevarende Holland. Zo was op een van zijn zeereizen zijn schip lekgeslagen: “Gelukkig was ik de eerste om het ongerief te ontdekken. Ik vond een gat van wel een paar voet in doorsnee en het stemt mij nu nog tot diepe voldoening, dat schip en bemanning hun behoud te danken hebben aan een schitterende gedachte, die mij plotseling te binnen schoot. Ik stopte het gat namelijk met mijn eigen gat en dit in een flits, zonder zelfs mijn broek uit te trekken. Zij, die menen dat dit met een dergelijk hol onmogelijk is, dienen te bedenken dat ik uit Hollandse ouders gesproten ben.” (Bomans)
Iets later schreef ook Heine ongunstig over de Hollanders, vooral over de ruige klanken van hun taal. In de grensstreken had dat Hollands zelfs een kwalijke invloed op het Duits aldaar: “Je kunt in de spraak van de Düsseldorfers al een overgang bemerken naar het kikvorsgekwaak van de Hollandse moerasgronden. Om de dooie dood wil ik hier de merkwaardige schoonheden van de Hollandse taal niet ontkennen, alleen moet ik toegeven dat mijn oren er niet naar staan.”
.
En over inhoud gesproken: een recente grofheid die ook in Vlaamse kranten uitgebreid aan bod kwam, was de zin: “Doe eens normaal man!”
Maar deze zin valt nog mee, toch? Zeker als je hem vergelijkt met wat laatst een Vlaamse journalist op de radio wist te vertellen. Die man had geconstateerd dat de economie in de VS slecht draaide en, vond hij, dat moest je als volgt uitdrukken: “Dat land gaat naar de kl...”  Of Nederlandse journalisten iets dergelijks de huiskamer in mogen slingeren betwijfel ik.
Natuurlijk, dit is puur Vlaamse taalonmacht, de noodgreep van een man die de uitdrukking “screwed up” ergens gehoord zal hebben.
.
Nog een stuk onmachtiger was op Radio1 de grapjas Patrick De Witte: “Ronald Janssen staat te veel in de schijnwerpers. Lag het aan mij dan was het vonnis nu al klaar. Ronald Janssen zal eerst door een vakkundige grimeur een koeienkut op het gezicht geschminkt krijgen, en daarna worden losgelaten in een weide vol bronstige stieren.
.
Geef mij de Hollandse grofheid maar, liever dan zo’n voorspelbaar vulgaire, humorloze brulaap.



Stukje verschenen in de Knack vandaag
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html