27 januari 2012

Zou het dan toch een illusie zijn?

.
In Tunesië, Algerije, Jordanië, Jemen en Egypte heeft de grootste democratiseringsgolf plaats, sinds de val van de Berlijnse Muur, meldde Tom Naegels al snel na de eerste berichten over de gebeurtenissen die later de sprookjesachtige naam Arabische Lente kregen. In zijn jeugdige zenuwachtigheid werd Naegels toen zelfs wat overmoedig, en stelde hij de vraag: "Waar zitten ze nu?" en met dat "ze" bedoelde hij de (doorslechte) mensen die meenden dat een islamitische staatsorde principieel niet samengaat met democratie, en dat die twee zelfs elkaars tegengestelden zijn.
Nu liet de NRC pas iemand aan het woord die nochtans precies dat laatste lijkt te beweren, althans met een paar praktische voorbeelden aankomt. 
(Wat, de hemel zij geprezen, in elk geval bewijst dat zelfs een Peter Vandermeersch een blad als de NRC niet één-twee-drie kapot kan maken.)


Die Arabische Lente is één grote illusie

Gaat het echt zo goed met Egypte, zoals Petra Stienen
onlangs nog beweerde in deze krant? 
Nee. Kijk naar foto’s van vrouwen in de jaren zestig
 – in korte rokken en zonder sluier, 
betoogt . Maarten Zeegers.



Demonstrerende vrouwen in Damascus in de jaren zestig.
Zulke kleding zou nu volstrekt ondenkbaar zijn.


In het Midden-Oosten lopen ze gewoon honderd jaar achter, beweerde laatst iemand op de televisie. „We moeten ze wel de tijd geven om zich te ontwikkelen. Wij hebben er per slot van rekening ook zo lang over gedaan.”
Het is geen nieuwe gedachtegang dat samenlevingen zich voortbewegen in een bepaalde richting. Georg Wilhelm Friedrich Hegel, Alexandre Kojève en Francis Fukuyama geloofden in een sociale evolutie. Laatstgenoemde zag de seculiere en liberale beschaving naar westers model als het logische eindpunt van historische ontwikkeling. Ook de Arabieren zouden uiteindelijk het licht zien. Burgers zouden zich ontdoen van het juk van de islam. Vrouwen zouden zich emanciperen. Dictaturen zouden democratiseren. Arabieren zouden, kortom, worden zoals wij.
Fout .
Het Midden-Oosten van nu is cultureel niet vergelijkbaar met het Nederland van honderd jaar geleden. In Nederland is er nooit sprake geweest van een strikte scheiding tussen mannen en vrouwen, zoals in de islamitische wereld. Mijn oma hoefde haar contacten met jongens niet verborgen te houden voor haar familie. Zij ging gewoon naar de kermis. Hier liepen mannen en vrouwen gemengd rond. Toen mijn oma al voor het huwelijk zwanger raakte, moest zij weliswaar meteen trouwen, maar zij hoefde niet bang te zijn dat haar familie haar zou ombrengen om de schande uit te wissen. Gearrangeerde huwelijken kwamen bijna niet voor.
Evenmin is het zo dat het Midden-Oosten op weg is om een vrijere maatschappij te worden. Arabische landen zijn de laatste veertig jaar juist verder geïslamiseerd. Straatkiekjes uit de jaren zestig van het centrum van Kairo tonen ongesluierde vrouwen in zomerse jurkjes en minirok. Televisieopnames tijdens optredens van de klassieke Egyptische zangeres Umm Kulthum laten een vrijwel ongesluierd publiek zien. In Egypte, maar ook in de meeste andere Arabische landen, kwamen na de onafhankelijkheid politieke partijen aan de macht met een overwegend seculier programma.
Het Egypte van nu is veel conservatiever dan toen. Negen op de tien Egyptische vrouwen draagt een sluier. (In Egypte is ongeveer 6 procent christen.) In openbare ruimtes duiken steeds vaker posters op die ongesluierde vrouwen bedreigen. De term ‘seculier’ is een scheldwoord. Verkiezingskandidaten die zichzelf zo profileren, plegen politieke zelfmoord. Een Syrische vriendin vertelde mij dat haar moeder in haar jeugd veel blotere kleding droeg dan zijzelf. „Dat kan nu echt niet meer”, wist de vrouw, die sinds enkele jaren – onder druk van haar vriendinnen – ook een hoofddoek was gaan dragen.

Deze ontwikkeling heeft een simpele verklaring. In de Arabische wereld krijgen conservatieve, islamitische gezinnen meer kinderen dan gematigde moslims of christenen. Hier komt bij dat de mensen die zich tegen een verdere islamisering van de maatschappij verzetten, al decennialang vluchtgedrag vertonen. Zij emigreren liever naar het Westen dan in het Midden-Oosten tevergeefs te strijden voor hun idealen. Toen ik een seculiere activiste vroeg wat zij na de revolutie in Syrië wilde doen, antwoordde zij niet ‘het land opbouwen’, maar „studeren in Europa”. Ik gaf haar geen ongelijk. In Syrië heeft zij, als vrijgevochten vrouw, geen toekomst.
Er is geen hoop dat er na de Arabische Lente maatschappelijk iets zal veranderen. In Tunesië, het meest seculiere land van de regio, behaalde de islamitische Nahdapartij een grote verkiezings-overwinning. In Egypte haalde het blok van de Moslimbroederschap en de ultraorthodoxe Salafipartijen 70 procent van de stemmen. Toen ordetroepen tijdens nieuwe demonstraties in Kairo het halfnaakte lichaam van een vrouw over straat sleurden, hadden televisiecommentatoren nauwelijks aandacht voor het gewelddadige optreden van de agenten. Zij vonden het wel schandelijk dat deze vrouw onder haar abaja niet meer aanhad dan een beha.
Tekenend was ook de controverse rond de Egyptische activiste Aliaa el-Mahdy. Zij zette in november naaktfoto’s van zichzelf op internet, uit protest tegen de seksuele onderdrukking van vrouwen in haar land. Boze burgers dienden hierop een aanklacht in en eisten de doodstraf. De Facebookpagina ‘het volk eist de executie van Aliaa el-Mahdy’ werd snel razend populair. Het pijnlijkste was dat de Egyptische protestbeweging zich onmiddellijk distantieerde van Aliaa. Zij was niet meer welkom op het Tahrirplein. De islamisering van Egypte zal ook de nationale economie, die voor een groot deel steunt op het toerisme, verder verzwakken. Toeristen houden van piramides en tempels, maar kiezen een andere vakantiebestemming als alcohol verboden wordt, vrouwen niet langer in T-shirts mogen lopen of verplicht worden een sluier te dragen.

Arabiste Petra Stienen schrijft dat veel liberalen op de Moslimbroederschap hebben gestemd omdat zij geloofden dat de ‘godvrezende’ broeders minder corrupt zouden zijn dan het progressieve blok (Opinie, 24 januari), maar corruptie is overal. In Syrië ken ik genoeg geestelijken die ook gewoon smeergeld betalen en aannemen.
Stienen geeft toe dat corruptie niet alleen van de regering is, „maar vooral van mensen, overal, in de gezondheidszorg, in het onderwijs, en in het zakendoen”. Er zijn volgens haar nog veel fases te gaan in de Egyptische revolutie, vooral ook in de mentaliteit van de Egyptenaren.
De idee dat Egypte vanzelf deze ontwikkeling zal doormaken, is volledig uit de lucht gegrepen. Samenlevingen veranderen, maar niet altijd in de gewenste richting.

Maarten Zeegers studeerde islamitisch recht in Damascus en deed verslag over de opstanden in Syrië voor NRC Handelsblad. Over zijn tijd in Syrië verschijnt in april zijn boek Wij zijn Arabieren.
.

23 januari 2012

2007 is al lang geleden

.
"Het wordt wel vaker gezegd: kijk afwisselend naar de journaals van VRT en RTBf, en je krijgt een totaal ander beeld van dit land."

.
Een waar woord van Lieven Verstraete deze week in Terzake maar, als u het mij vraagt dan was zijn bewering toch minder ter zake dan ze dat vijf jaar geleden nog was. Ik zal dit uitleggen.
.
Op 21 juli 2007 was er in de Sint Goedele in Brussel een Te Deum – dat is namelijk altijd zo op de nationale feestdag. Albert Coburg verschijnt daar dan, met zijn vrouw en zijn wettige kinderen, en alle grote namen van de Belgische politiek verschijnen daar ook, op een paar zonderlingen na die dit met hun geloof niet in overeenstemming kunnen brengen.
Mogelijk lezer, kunt u zich niet meer alle Te Deums van de voorbije vijf jaren levendig voor de geest halen, maar in 2007 gebeurde daarbij iets speciaals, alleszins toch volgens de lui van de RTBf.
Op de monumentale trappen van de Sint Goedele had die omroep een stelletje goddelozen neergezet –en waarom hun namen niet noemen? het waren Jean-Michel Moulin en de beruchte Christophe Deborsu– met als enige opdracht de binnentredende kerkgangers lastig te vallen.
Yves Leterme kwam nu aangestapt, en hem overvielen zij met de vraag waar die datum van 21 juli wel mocht op slaan? Dat wist Yves niet. Nog niet verzadigd, vroegen de nieuwswolven hem lacherig om dan misschien even de Brabançonne aan te heffen. Dat ging helaas ook mis, zoals intussen iedereen weet.
.
Ik zou deze pijnlijke herinneringen hier niet te berde brengen, als mij niet diezelfde avond twee dingen hadden getroffen.
Om te beginnen kijk ik ongaarne naar de televisie, omdat het leven te kort is, maar naar de radio luister ik continu en zeker naar het VRT-nieuws: een dag als een andere daar, verslag van het Te Deum in Brussel, applaus voor de Vorst, weerbericht, verkeersinformatie.
Tot goed zeven uur ’s avonds was ik mij nergens van bewust, maar dan zette ik het journaal van de RTBf-televisie aan, zoals ik dat toen bijna elke dag deed want ik wilde graag vernemen hoe het met de Belgische politiek werkelijk stond, en om de een of andere reden vond ik hun journaal soms een tikkeltje informatiever.
Dat journaal was die avond zo goed als uitsluitend gewijd aan de zangprestatie van de toekomstige premier. Voor alle zekerheid luisterde en keek ik nog even naar de VRT. Volslagen niéts over de vaderlandse geschiedenis, noch over de vocale kunsten.
.
In die dagen was Siegfried Bracke nog de grote baas bij het Nieuws, en omdat wij als Gentenaars elkaar kenden, en in de gangen oenderien altijd Geints klaptegen, stuurde ik hem een SMS-je met de vraag wat er miljaar aan de hand was. De RTBf geeft niets, schreef ik, behalve die Marseillaise van Leterme, en de VRT geeft alles, behalve juist dat.
Nu zat Siegfried –ik was vergeten dat de 21ste juli in de vakantie valt– toen in New York. Hij wist van toeten noch blazen, maar belde direct naar de RTBf-redactie en vervolgens naar zijn eigen redactie.
En daar, het is niet anders, wist men evengoed van niets. Men was zich van geen kwaad bewust, er was niet het minste kwaad opzet in het spel, en zeker geen beschermingsmaneuver rond Leterme (wat ik met mijn paranoïde geest eerst nog als mogelijke verklaring had geopperd): nee, geen enkele VRT-journalist keek toen, vijf jaar geleden naar de RTBf. Dat was niet de gewoonte.
Sindsdien is dat wel anders, maar toch: t
wee democratieën.
.

19 januari 2012

Rafistoleren, rafistolage, rafistoleur: drie nieuwe Nederlandse woorden

.
Die koninklijke dotaties, vervolgens de ministervergoedingen, de pensioen-regelingen voor 'parlementsleden', de schijnsplitsing van een gerechtelijk arrondissement op grond van vervalste cijfers en (als we een paar episodes mogen overslaan) vandaag weer die hypothecaire aftrekbaarheid –kortom al die zaken die Woeterbècq en de jonge Alexander niet duidelijk voor ogen stonden aan de onderhandelingstafel– welnu, bijna al die dingen kunnen alsnog gerafistoleerd worden.
Gerepareerd worden dus, of toch enigszins rechtgetrokken, geremedieerd, gecorrigeerd. Bijgestuurd lees je ook vaak, of geamendeerd. Synoniemen bestaan niet, maar een hoop namen voor hetzelfde ding zeker wel. Heel soms ontbreekt toch nog een term. Zo heb ik geperfectioneerd nergens gehoord of gelezen. Misschien speelt hier een zekere pudeur, ofwel is het een term die men voor de amendementen op de amendementen in gereedheid wil houden.
Nog een geluk dat het regeerakkoord niet punt voor punt geamendeerd hoeft te worden. Sommige afspraakjes ontsnappen daaraan en blijven gewoon wat ze zijn. Bij de regeling rond dat gerechtelijk arrondissement bijvoorbeeld, zijn aanpassingen zelfs uitgesloten. Die valse cijfers daar moeten vals blijven, om het akkoord niet te denatureren. In dat compromis zitten namelijk bepaalde evenwichten die om zulke cijfers vragen.
.
Maar politiek gesproken blijft de toestand verward genoeg en het zou dus geen kwaad kunnen, meen ik, om de genoemde veelheid van termen die tenslotte één en hetzelfde ding aanduiden, uit de wereld te helpen. Noch de journalist noch zijn lezer is bij verwarring gebaat, en één omvattende term zou hen zeer te stade komen.
Rafistoleren lijkt mij dan een uitstekende kandidaat.
In van Dale komt het woord nog niet voor, maar dat is juist een voordeel: de term krijgt als het ware vanzelf een specifieke, Belgische betekenis die overigens aardig overeenkomt met de etymologie van het woord.
Komt nog bij: wij hebben de term uit het Frans, dus aan de andere kant van de taalgrens zal hij moeiteloos begrepen worden, en in het Brusselse dialect is het werkwoord rafistoleire heel gewoon, net als rafistolaasj en nog een paar afgeleiden.
.
«Rafistoler: remettre en état, réparer grossièrement et avec des moyens de fortune.»
Wellicht, zegt mijn woordenboek nog, is het begrip afkomstig (XVde eeuw) van het Italiaanse fistola: .flûte, chalumeau, fluit of schalmei dus.* Er kwam een prefix a bij, en later nog een prefix r, want “afistoler” bestaat ook.in het Frans nu niet meer.
Het woordenboek duidt verder nog op la relation entre «flûte, chalumeau» et «tromperie». Denken we maar aan de rattenvangers die in alle landen gebruik maakten van de fistola.
In het middeleeuwse Frans zei men nog “flageoler” als men bedriegen bedoelde. “Piper”, eveneens met die Italiaanse fluit verwant, betekent ook vervalsen (van dobbelstenen dan).
.
Redenen genoeg dus om al dat amenderen, corrigeren, repareren, rectificeren enz. gewoon met een duidelijke technische term aan te duiden: rafistoleren.
.
_____________________

* zie evenwel de opmerkingen hieronder, van lezer bartvs.
.

1 januari 2012

Moby-Dick, 'Interne Keuken' (Radio1), met Koen Fillet en Sven Speybrouck

.
. . .
.

uitzending van 12 november
____________

Ik merk net dat dit het 500ste blog was hier. Santé lezers!
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html