31 juli 2013

Wetenschap in het land van morgen


Dat de politicologie stilaan een echte wetenschap wordt, werd deze week opnieuw bewezen door zekere Tom Sauer die internationale politiek mag doceren aan de Universiteit van Antwerpen (even opletten: deze man niet verwarren met de echte Tom Sawyer).

Door zijn wetenschappelijke studiën weet Tom Sauer meer dan wij allemaal over landen als bv. Noord-Korea. En gelukkig voor ons: het is niet allemaal harde wetenschap bij hem, want wereldvreemd zal niemand Tom noemen.
Zo “voelt hij dingen aan” en heeft hij ook “verwachtingen”. Zoals iedereen dus, heel herkenbaar. Wetenschappelijk gesproken mogen die termen moeilijk definieerbaar zijn, ’s ochtends bij de bakker leveren ze nooit problemen op.

Een wat mindere noot: Tom zijn Nederlands is nog niet helemaal je dat, maar dan moet je rekenen dat grammatica ook een stuk moeilijker is dan politicologie.
Bijvoorbeeld een zin als: ”En zoals in veel landen is hij in eerste instantie niet belust op oorlog voeren…” zal niemand uit zijn pen krijgen die over enig taalgevoel beschikt. Natuurlijk, de lezer begrijpt wel wat Tom ongeveer bedoelt, maar hijzelf moet overweldigd zijn geweest door een werveling van politicologische gedachten, en heeft die werveling niet goed kunnen uitdrukken.
Tom vertrouwt in zulke gevallen op het verstand van zijn lezers. Een sympathieke trek van hem.

De auteur waagt zich ook buiten zijn eigen vakgebied (thinking out of the box, heet dat, hier), en hij kijkt dan diep in de ziel van zijn onderwerp, in dit geval Kim Jong-un die, zegt hij, zoals iedereen in Tomorrowland zou willen zijn.
De veronderstelling dat iemand in Tomorrowland zou willen zijn, is voor een gewone volwassene misschien bizar maar voor zulke inzichten ben je ook politicoloog. En Tom maakt zijn veronderstelling meteen daarop aannemelijk, met een Japanse analogie (een moeilijk woordje, maar net als Tom zelf vertrouw ik nu op zijn verstand als lezer).

Ja, wetenschap is er om dingen te verklaren! 

De jonge dertiger Kim wordt algemeen als menselijker aangevoeld dan zijn vader Kim Jong-Il. Al bij al doet hij het beter dan verwacht. En zoals in veel landen is hij in eerste instantie niet belust op oorlog voeren, maar op het consolideren van zijn macht met als hoofddoel het overleven van het regime. Geen baarlijke duivel of Oppergod, maar iemand van vlees en bloed, die als hij zou kunnen kiezen misschien vandaag ook liever in Tomorrowland zou zijn dan in eigen land. Tussen haakjes, zijn oudere broer werd ooit gespot in een pretpark in Japan.

Stukje eerder verschenen in Doorbraak

29 juli 2013

Eer is veeleisender dan moraal



Bij de MR krijgt een stupide gans
als Gaëlle Smet geen tweede kans
maar bij de VLD
viel voor Brusseel het nog wel mee

    . . . .. . .          


P.S. De jonge lezer zal met vrucht dit bericht lezen, en vervolgens dit. Het zal hem daarbij ongetwijfeld opvallen dat er een verschil moet bestaan tussen enerzijds eervolle liberalen, en anderzijds eerloze.

23 juli 2013

Ook in de zomer maken kranten graag lijstjes


Le Soir had voor kort een lijstje met honderd namen. Allemaal mensen die Philippe Coburg, met het oog op zijn algemene ontwikkeling bij zich zou moeten roepen voor een goed gesprek. Opvallend is hoe evenwichtig  de lijst oogt: de ene dag zal Philippe al wat harder op zijn tanden moeten bijten, maar de dag daarop kan er alweer gelachen worden.
Dat Béatrice Delvaux op een lijst van Le Soir voorkomt, zal niemand verbazen maar sommige namen waren wel verrassend en de grappigste heb ik cursief gezet. Toegegeven, een hoop van de namen ken ik helemaal niet, en misschien zitten daar enkele voetballers tussen, of anders schilders want de redacteur die de lijst opstelde lijkt me wel een liefhebber van deze beide takken van de menselijke bedrijvigheid.

Nog even vooraf: de oplettende lezer zal zien dat er maar negenennegentig namen staan en geen honderd, maar dat komt omdat de gebroeders Dardenne vanzelfsprekend voor twee tellen.

Marc Wilmots, Jacques Rogge, Serge Brammertz, Bernard Foccroulle, Bart Sturtewagen, Albert Frère, Bob Verbeeck, Karel De Gucht, François Englert, Jan Fabre, Sidi Larbi Cherkaoui, Les frères Dardenne, Michel Delbaere, Benoît Poelvoorde, Jef Colruyt, Amelie Nothomb, François Fornieri, Vincent Kompany, Luc Tuymans, Carl Devos, Jan Goossens, Sven Mary, Gilles de Kerchove, Vincent de Coorebyter, Tom Lanoye, Jean-François Héris, Raf Simons, Eric Emmanuel Schmitt, Cécile de France, Jean-Pierre Lutgen, Ivan De Vadder, Béatrice Delvaux, Herman Van Rompuy, Alexis Deswaef, Fabrice Murgia, Olivier De Schutter, Anne Teresa De Keersmaeker, Guy Verhofstadt, Bernard Delvaux, Eric Domb, Didier Bellens, Sophie Dutordoir, Jean-Pascal van Ypersele, Peter Praet, François Pirette, Bob Van Reeth, Michael Roskam, Martine Durez, Wim Delvoye, Pierre-Olivier Beckers, Gabriel Ringlet, Nathan Clumeck, François Schuiten, Jean-Paul Dessy, Jean-Paul Philippot, Wouter Vandenhaute, Bernard Marchant, Marc Coudron, Philippe Samyn, Jean-Luc Fafchamps, Tom Barman, Xavier Damman, Semsettin Ugurlu, Eden Hazard, Diane Hennebert, Marc Uyttendaele, Jean-Philippe Mayence, Paul Bulcke, Thierry Bodson, Eric Goemare, Stromae, Pierre Galand, Albert Guigui, Herman Schueremans, Chris Dercon, Christian Van Thillo, Isabelle Casiers, Julien Klener, Philippe Van Parijs, Firouzeh Nahavandi, André-Joseph Léonard, Jean-Marc Meilleur, François Farcy, Emeline De Bouver, Hakima Darhmouch, Michel Hofman, Brice de Ruyver, Cédric Blanpain, Paul De Grauwe, Peter de Caluwé, Paul Dujardin, Alain Grignard, Philippe Delusinne, Dominique Collinet, Francis Alÿs, Michel Draguet, Philippe Geluck, Jacques Borlée, Michèle Coninsx.

20 juli 2013

Elio doet Andries zijn tenen krullen, en Marlène geeft af op de media


Op de Nederlandse televisie, bij de EO mocht Marlène Laurence Nathalie Josette de Wouters d'Oplinter een pleidooi houden voor de Coburgs. Dat deed ze heel mooi, want op een gegeven moment maakte de presentator Andries Gerrit Knevel een voor de hand liggende opmerking over het "Nederlands" van di Rupo, en daar wist ze gelukkig ook iets op. "Dat is wat anders":


De week daarop in hetzelfde programma maar bij de onbetaalbare vervangpresentator Maarten van Rossem, had ze alweer een scherpe analyse klaar: de media spelen een perfide spel (De Standaard, De Morgen en de VRT bedoelde ze wellicht), want eigenlijk zijn die Coburgs heel populair.
Marlène verwees naar het vele volk dat in Luik was komen opdagen. "In de andere steden was er een iets mindere opkomst" voegde zij daar eerlijk aan toe, en misschien dacht zij aan de 200-koppige menigte in Gent, een stad met amper een goede honderdduizend inwoners.
Al kunnen we in dat laatste geval niet spreken van kwade wil bij de media, want van die tweehonderd kregen we enkel kikkerperspectieven te zien, zodat de opkomst toch nog iets leek. Enkel met behulp van foto's en beelden een dergelijke gunstige indruk wekken, was geen geringe opgave en de kritiek van Marlène op de media is dus unfair.


16 juli 2013

Over de Traagheid


Zoals iedereen heb ook ik in het Staatsblad gelezen dat de traagste onderzoeksrechter van het land, de Veurnse rechter Y.V. op eigen verzoek snel in ruste zal worden gesteld. Er is een koninklijk besluit en eind deze maand is het zover.
Nu wil het geval dat er tegen deze man ook een strafonderzoek lopende is, maar zoiets kan iedereen overkomen en een verband leggen met zijn pensionering is minstens voorbarig.

Volgens de gewone kranten, die natuurlijk geen aanspraak kunnen maken op de sérieux van het Staatsblad, zouden er aanwijzingen zijn dat Y.V. wel eens onder één hoedje durfde te spelen met fraudeurs, drugsdealers, erfenisdieven en zo meer. Bepaaldelijk zouden er als gevolg van de genoemde traagheid een aantal fraudezaken zijn verjaard, onder meer een grote immobiliënkwestie.

De aangeklaagde onderzoeksrechter ontkent echter dat hij zaken bewust heeft laten verjaren, en bewustheid is een noodzakelijk element. Zonder bewustzijn geen schuld. Wel moet zijn onbewustheid min of meer aannemelijk worden gemaakt, misschien al door elementen in het dossier zelf en anders door zijn advocaat.

Mocht nu deze advocaat om goede argumenten of jurisprudentie verlegen zitten, dan kan padre Manuel da Costa, de zeventiende eeuwse Portugese jezuïet die hier onlangs nog ter sprake kwam, hem een helpende hand reiken. Bij hem lezen we over een rechtvaardige rechter die een zaak volkomen onbewust had laten aanslepen, omdat hij zich in de luren had laten leggen door wat de padre noemt “trage klauwen”. 

Er zijn in deze sector onomkoopbare ambtenaren die hun plicht doen, en zelfs daar zijn trage klauwen actief. Ik zal dat uitleggen aan de hand van een opmerkelijk geval.
Een man die voor de rechter was gedaagd had er belang bij dat zijn zaak gedurende een jaar werd opgehouden. Nu was die rechter een Rhadamanthys in wiens huis nog nooit iets twee nachten was blijven liggen.
Op aanraden van zijn advocaat, een geslepen advocaat van kwade zaken, bracht hij de rechter samen met zijn eigen dossier ook een ander, van een banketbakker. Een enorm pak papier, het woog meer dan een arroba, en hij bond de paar vellen van zijn dossier daarop vast, alsof het één geheel was. Vervolgens toog hij naar het huis van de rechter, die, toen hij het pak zag, voor een keer zwak werd en opdracht gaf om het opzij te leggen voor de vakantie, met een bordje erop dat dat aangaf.
De opponent van de gedaagde stelde boud dat hun zaak niets met die andere te maken had en gemakkelijk in een kwartier afgehandeld kon worden. De rechter werd vertoornd om zoveel brutaliteit en dreigde de aanklager dat hij hem zou laten opsluiten in Limoeiro als hij nog een keer terugkwam op de zaak, die van dien aard was dat hij meer dan een maand studie vergde en dat hij hem daarom had gereserveerd voor de vakantie.
De vakantie vond een jaar later plaats, hij nam het dossier ter hand, de intrige kwam aan het licht en hij begreep het grote kwaad dat hij bij de klager had aangericht met de vertraging, die hij had kunnen vermijden als hij het dossier eerder had aangepakt.

De advocaat van Y.V. kan dit allemaal nalezen op pp.215-6 in “De Kunst van het Stelen”, uitgegeven bij Athenaeum–Polak&Van Gennep, Amsterdam 2010. Ik geef hem deze tip geheel gratis.


 Stukje eerder verschenen in Doorbraak

9 juli 2013

De juiste locatie van plek en plaats


Een kleine Kobbegemse krant schafte laatst een goed Nederlands woord af. Hun journalisten mogen nooit nog het woord allochtoon schrijven. En omdat deze krant, toen hij nog groot was niet in Kobbegem zat maar in Gent, hebben de Gentse vroede vaderen dat redactionele ordewoord ook tot het hunne gemaakt. Een gebaar van solidariteit.
Als vandaag Gentse bestuurders vanuit hun buik de genoemde term voelen opkomen, dan houden zij hun tanden stijf op elkaar en slikken hem snel weer in. In filosofische zin een vorm van terughoudendheid, al zullen medici misschien de term retentie prefereren.

Links en rechts werd er flink gelachen met die verordeningen, want in hoge nood komt er onvermijdelijk toch iets naar buiten omdat de realiteit zich niet stoort aan wat redacties en bestuurderen allemaal verbieden. Zij moeten dan telkens nieuwe termen en omschrijvingen verzinnen, die ze na de vervaldatum weer moeten ausradieren.
Ik lach daar niet mee, en zie er ook geen kwaad in als bestuurders of redacteurs zichzelf het gebruik van een bepaald woord ontzeggen. Zijzelf voelen zich daar ongetwijfeld goed bij en het gebaar kost ons bijna niets.

Een stuk erger dan woorden uitraderen of wegdenken, is het als een bestuur te veel woorden afscheidt, of zich overgeeft aan het gebruik van onnozele termen. Aan die ziekte lijden er veel, en helaas ook het Gentse Stadsbestuur. Bij hen kan men zelfs gewagen van een woordendiarree, een logorroe.
Beoefenden zij maar wat vaker de retentie, en hielden zij maar in stilte hun kak op”, zuchten beschaafde Gentenaars. Minder beschaafde Gentenaars gebruiken uitdrukkingen als: “Zoede gulder ulder muile ne kier nie hèwe?

Een goed voorbeeld van die stedelijke woordenkakkerij ziet u op de foto. Het is een plakkaat dat ze voor het Gravenkasteel hebben neergepoot ten gerieve van de toeristen.
De onderste twee teksten zijn nog acceptabel, in die zin dat ze in goed Frans en Engels gesteld zijn, en dat de grofste fouten van het origineel stilzwijgend zijn verbeterd.

De tekst bovenaan, in een Nederlands van eigen maaksel, toont ons helaas alles in zijn schamele naaktheid. Bekijken we de laatste twee zinnen:

Het werk van Garutti op het Sint-Veerleplein is een reflectie op de geschiedenis van het Gravensteen en het Sint-Veerleplein als locatie van terechtstellingen en dus van de dood. Nu is het de locatie van de geboorte, het nieuwe leven.

Deze beschamende uitscheiding, die ook door Nederlandse bezoekers gelezen wordt, vertelt hen om te beginnen twee keer op welk pleintje ze staan, en dat dat pleintje een heuse locatie is.
Nu ben ik altijd al geneigd om iemand die het woord “locatie” gebruikt als hij plek of plaats bedoelt als een intellectueel andersvalide te beschouwen, maar als datzelfde sujet ook nog eens uitlegt dat terechtstellingen tot de dood leiden en dat geboorten nieuw leven zijn, dan moet ik de geboorte van die auteur toch betreuren en kijk ik reikhalzend uit naar een mooie terechtstelling.

Nee, laat dit bestuur maar woorden afschaffen, dat kan helemaal geen kwaad en het gaat altijd goed.


Stukje eerst verschenen in Doorbraak.

Het eerste deel van deze ambtenarentekst staat hier
...en het is nog beschamender voor Gent die Fiere.
Een echte cultuurstad laat de steen met die tekst meteen vervangen.


P.S. men zal ook opmerken dat het kunstwerk oorspronkelijk op  de Vrijdagmarkt te zien was, toen wellicht als "reflectie op de geschiedenis van de Vrijdagmarkt".


5 juli 2013

Jos Van Eynde op de Zwitserse televisie


Interessant, wat  Jos Van Eynde in 1968 aan de Zwitsers te vertellen had (10'14"), in perfect Frans:


[Vous devriez] être belge, parce que vous comprendriez, parce que vous ne vous résigneriez pas à estimer que la capitale de votre pays, n’est-ce pas, n'est  pas une ville à l’image de ce pays. Et il y a beaucoup de choses qui changeraient si le climat, seulement le climat changeait.
Touchons un peu le climat.
Eh bien le climat, c’est le climat, n’est-ce pas, qui fait que dans beaucoup de cafés bruxellois, quand vous demandez un verre de bière en néerlandais on fait semblant de ne pas vous comprendre. Que le conducteur du tram, qui n’est peut-être pas un belge, n’est-ce pas,  fait semblant de ne pas comprendre, ou ne comprend pas.
Qu’est-ce qu’il est, s’il n’est pas…
Ah, il peut être marocain, n’est-ce pas, fait semblant ou ne comprend pas le type, bon belge, bon flamand, qui lui demande son billet en sa langue maternelle, qui est la langue de la majorité de la population du pays. Alors ça vexe les gens, qui pour gagner leur pain quotidien viennent à Bruxelles tous les jours par milliers, par dizaines de milliers, et qui retournent chez eux, n’est-ce pas, avec l’impression, vraie ou fausse, que là il y a une hostilité préconçue et préméditée contre eux, et parce que...
Volontaire, oui?
Volontaire.


Daar zou u Belg voor moeten zijn, en u zou het begrijpen, want u zou zich niet bij neerleggen bij de vaststelling dat de hoofdstad van uw land niet een weerspiegeling van dat land zou zijn. En veel zaken zouden er anders uitzien als het klimaat, enkel het klimaat al veranderde.
Wat is er met het klimaat?
Wel, ziet u, het is het klimaat dat ervoor zorgt dat als je in het Nederlands een glas bier bestelt, men in vele Brusselse cafés doet alsof ze je niet begrijpen. Dat de tramconducteur, die misschien geen Belg is, doet alsof hij je niet begrijpt, of het misschien echt niet begrijpt.
Wat is hij dan? als hij geen…
Ah, het kan een Marokkaan zijn nietwaar die een man, gewone Belg of Vlaming, echt of gespeeld niet begrijpt als die hem in zijn moedertaal om zijn kaartje vraagt, dus in de taal van de meerderheid van de bevolking van het land. En dat is grievend voor mensen die bij duizenden en tienduizenden elke dag naar Brussel komen om hun dagelijks brood te verdienen, en die weer naar huis gaan met het gevoel, terecht of onterecht, dat daar een vooringenomen en weloverwogen vijandschap tegen hen heerst.
Opzettelijk dan?
Opzettelijk.


3 juli 2013

Over atheïsten die niet in god geloven


Of het nu stukjesschrijvers zijn, romanciers, journalisten, predikanten of dichters, allemaal staan ze voor dezelfde vraag: met welke beginzin zal ik mijn slachtoffer meteen bij de keel grijpen?
Goede voorbeelden zijn er genoeg en in alle talen. “Call me Ishmael” is een goed voorbeeld. Melville had de rest van zijn verhaal daarna maar in te vullen. Hij schreef 135 hoofdstukken, nog een epiloog en het boek was klaar.
“Ein Gespenst geht um in Europa - das Gespenst des Kommunismus”, is ook een mooi voorbeeld en Marx en Engels hebben er veel succes mee gehad.
In dezelfde stijl, iets ouder: “L’homme est né libre, et partout il est dans les fers.” Rousseau wist al hoe het moest.

Ook bij ons zijn er goede voorbeelden. “Een nieuwe lente, en een nieuw geluid” is sterk. Of: “Ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht, No 37.”
Voor Karel van het Reve was die laatste zin niet te overtreffen. Hijzelf was ook sterk in eerste zinnen, en ik meen me te herinneren dat hij ergens vertelt over een stukje dat hij had geschreven, louter omdat hij een bepaalde openingszin niet kon laten liggen. Waar hij dat precies vertelt, weet ik niet meer maar in zijn Verzameld Werk staat het ergens.

Wat geldt voor een boek of een preek als geheel, kan natuurlijk geen kwaad voor de afzonderlijke delen. Een nieuw hoofdstuk, of zelfs een nieuwe alinea mag ook sterk beginnen.

In een boek dat ik net uit heb, van padre Manuel da Costa, een zeventiende eeuwse jezuïet, staan veel mooie aanhefzinnen. “Arte de Furtar” heet het boek, en het werd als “De Kunst van het Stelen” uit het Portugees vertaald door Harrie Lemmens. (Athenaeum–Polak & Van Gennep, Amsterdam 2010, 328blz.) 

Zoals de titel zegt, krijgen wij uitleg over alle trucs die dieven gebruiken. Het spreekt dat de padre niet de bedoeling heeft om zijn lezers het dievenpad op te sturen, stelen blijft immers zonde, maar hij legt ons hun trucs uit, zodat wij na lectuur gewapend zijn tegen struikrovers, bankiers, belastingontvangers en ministers.
Manuel da Costa begint een van zijn hoofdstukken aldus:

Ik ga ervan uit dat ik niet tegen hersenloze dieren praat, maar tegen denkende mensen, die dingen begrijpen, ook al zijn ze atheïst en geloven ze niet dat God bestaat en dat er een leven na de dood is. 

Wie zou na deze zin zijn boek snel weer een hoek ingooien?


Stukje eerder verschenen in Doorbraak

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html