31 december 2013




Alle lezers speciaal ook een gelukkige 25ste mei gewenst !


30 december 2013

Economie is transcendentaal


Eind jaren vijftig verscheen in Amerika “When Prophecy Fails”, een boek met een lange ondertitel: “A Social and Psychological Study of a Modern Group that Predicted the Destruction.” Auteurs waren Leon Festinger, Henry Riecken en Stanley Schachter en het ging inderdaad over een groep gelovigen die het einde van de wereld hadden voorspeld. 

De 21ste december van 1954 zou het zover zijn. Een huisvrouw uit Chicago (Dorothy Martin; 1900-1992) had via écriture automatique hierover berichten ontvangen, afkomstig van de planeet Clarion. Gelukkig echter: net voor de wereld in een vloedgolf zou verzuipen, zou haar groepje gelovigen door een ruimteschip worden opgepikt.
Wat onze huisvrouw niet wist, was dat zich tussen haar volgelingen ook een paar ongelovige observators hadden genesteld.

Toen nu de grote dag was aangebroken, en er zich na middernacht geen ruimteschip leek aan te melden, kreeg zij in de vroege ochtend, alweer via écriture automatique het verlossende bericht dat God had besloten om de planeet Aarde alsnog te sparen.

In besloten gemeenschappen komen zulke non-events wel meer voor, en vaak leggen zulke groepen dan uit, dat juist door hun actie, door hun gebed of wat dan ook, het onheil op het nippertje werd afgewend. Festinger schreef later nog een boek: “A Theory of Cognitive Dissonance”, waarin hij dit coping mechanism helemaal uit de doeken deed.

Nu moest ik gisterenmiddag aan dit laatste boek denken (wijlen prof. Hugo Van den Enden had het me nog doen lezen) toen ik Herman Van Rompuy bezig hoorde op VTM. Ik zag het gesprek op de pc, en de naam van de uitstekende journaliste ken ik helaas niet, waarvoor mijn excuus.
Ook Herman Van Rompuy had het over een reëel evenement, dat evenwel niet had plaatsgehad. Vermoedelijk kwam dat, zoals bij Dorothy Martin, door de werking van de gebeden van hemzelf en zijn groepje gelovigen: 

VTM: U zegt: 2013 is het jaar dat Europa de crisis heeft overwonnen. Hoe gaan we dat merken?
President Herman: Wel, u gaat dat ook merken vanaf volgend jaar. De economie is aan het hernemen, eigenlijk al in de loop van 2013, en hoop ik, nog sterker volgens alle vooruitzichten in 2015. We gaan dat niet onmiddellijk merken op het vlak van de werkgelegenheid, daar is altijd een soort van tijdsafstand tussen herneming van de economie en het aanwerven van mensen.  Maar, waar men het nog best aan zou kunnen merken   –maar dat heeft zich niet voorgedaan– is het volgende: mochten wij de eurozone niet stabiel gehouden hebben, mocht de eurozone uit mekaar zijn gevallen, dan zaten wij hier nu gewoon niet! Dan hadden we niet alleen een recessie, maar ook een depressie. Dus dat merken de mensen niet, omdat het zich niet heeft voorgedaan, maar het is dan wel even reëel.
VTM: Ja, u zei het daarnet al, de jobs, daaraan gaan we het in elk geval niet merken.



22 december 2013

Tussen emotie en ratio is de koek niet eerlijk verdeeld


In een column in De Tijd van zaterdag lezen we over onzingesprekken en over slordig redeneren aan de feesttafel.  “Ampele graden alcohol volstaan daartoe al.
 “Ampel is een mooi woord, en het heeft iets erudiets ook, maar hier had het spijtig genoeg niets te zoeken. We begrijpen wel wat de columnist wil zeggen, maar het had beter gekund.

Het bovenstaande is een detail, maar even verder spreekt de auteur (als mens met  “meer eruditie, ervaring en opzoekingsuren op de teller) over de  “nanoseconden waarin onze geest werkt om emotionele beslissingen achteraf voor onszelf rationeel te verrechtvaardigen.
“Nanoseconden” vind ikzelf minder mooi dan “ampel” maar even erudiet klinkt het zeker, bij goed gebruik. Dit is hier echter niet het geval want er is in ons hele zenuwstelsel geen elektrochemisch proces bekend dat met zulke snelheid signalen kan doorgeven of verwerken. Het gaat altijd om een tijdsspanne van ongeveer 0,1 seconde, zijnde honderd miljoen van die nanoseconden. Zenuwcellen werken met een frequentie van ongeveer 10 hertz, zou je kunnen zeggen als het wat geleerder mag klinken.

Ook vernemen we dat in onze hersenen de rationele beslissingen maar 0,04 procent van de beschikbare tijd in beslag nemen. De rest van de tijd, 99,96% dus, hebben ze nodig om onze emotionele beslissingen rationeel te justificeren. Rationele seconden zijn er bijgevolg niet veel per etmaal.
De aangehaalde percentages getuigen van een bijzonder precieze kennis. Twee decimalen is een nauwkeurigheid die je normaal enkel bij kiespeilingen ziet. Waar mag deze accuratesse toch vandaan komen?

Dat vernemen we gelukkig ook: uit de popwetenschap. Namelijk uit het “fenomenale” boekje van William Gladwell, “The Tipping Point”, nog van het jaar 2000. Destijds een bestsellertje dat in de wetenschappelijke wereld helaas weinig bijval oogstte maar zijn auteur niettemin flink wat heeft opgebracht.

 “Cave hominem unius libri” las ik eens boven de ingangspoort van een bibliotheek. In de plaats van “cave” zie je ook wel “timeo”. Een woord van Thomas naar het schijnt: kijk uit voor de man van één boek, of vrees die man.

En Alexander Pope viel hem bij:

A little learning is a dang'rous thing
Drink deep, or taste not the Pierian spring:
There shallow draughts intoxicate the brain,
And drinking largely sobers us again.


Stukje eerder verschenen in Doorbraak


18 december 2013

De Piano en het Krukje


Michèle Tribalat, auteur en directeur bij het Franse onderzoekscentrum INED (Institut National des Études Démographiques), was zaterdag te gast bij Alain Finkielkraut in zijn uitzending Répliques.
Ze had een mooie omschrijving voor de inspanningen die de eigengereide “classes politiques” leveren, om toch vooral geen rekening te moeten houden met de wensen van de oorspronkelijke Franse of Europese bevolking:

Michèle Tribalat : Dans les élites politiques, notamment au niveau européen, il y a une anticipation du déclin démographique des forces vives européennes. L’Europe compte sur l’immigration pour que la population européenne perdure et donc elle s’attend à une Europe de plus en plus plurielle et diversifiée au niveau de son peuplement, et donc elle cherche en fait, enfin les autorités européennes cherchent à adapter les populations européennes à la diversité. C’est-à-dire que, si vous voulez, au lieu de déplacer le tabouret pour l’approcher du piano, c’est le piano qu’on va essayer de rapprocher du tabouret.
Alain Finkielkraut : Oui, et en plus le tabouret devient de plus en plus grand, presque aussi grand que le piano.
Michèle Tribalat : Voilà.




Michèle Tribalat : Bij de politieke elite, in het bijzonder de Europese, voorziet men een demografische terugloop van de productieve Europese krachten. Europa [bedoeld wordt, meen ik de EU] rekent op immigratie om de Europese bevolking te laten voortbestaan, en wat betreft de samenstelling van de bevolking verwacht men een steeds meer verscheiden en gediversifieerd Europa.
En feitelijk probeert men dus –tenminste, de Europese autoriteiten proberen datom de Europese bevolking zich te laten aanpassen aan de diversiteit. Dat komt erop neer als u wil, dat men in plaats van het krukje dichter bij de piano te brengen, het de piano is die men dichter bij het krukje probeert te krijgen.
Alain Finkielkraut : Ja, en komt daarbij dat het krukje alsmaar groter wordt, bijna even groot als de piano zelf.
Michèle Tribalat : Zo is dat.

Stukje eerder verschenen op Doorbraak

10 december 2013

Waartoe dient een cultuurzender?


Elke zondagnamiddag, al meer dan een jaar loopt op France Culture de uitzending Le Gai Savoir. Die fröhliche Wissenschaft of la gaya scienza dus. Een tweegesprek tussen Raphaël Enthoven en Paola Raiman.
De formule is zeer fragiel want Paola Raiman kwam als zeventienjarige lycéenne in het programma bij Enthoven, gechevronneerde filosoof, product van de École normale supérieure, maître de conférences en ook –maar dat doet hier niets ter zake– vader van het eerste kind van Carla Bruni.

Paola en Raphaël spreken elkaar met de voornaam aan, maar vanzelfsprekend vousvoyeren ze altijd. Hun programma duurt een uur en het onderwerp is een klassieke tekst. Zij stelt de vragen of doet suggesties of legt verbanden met weer andere teksten. Hij geeft uitleg, interpreteert en associeert in een duizelingwekkend tempo, of stelt als een Socratische vroedmeester zelf weer vragen. Maar beiden zijn volstrekt gelijkwaardig en hun gesprekken over Rousseau, Plato, Schopenhauer, Kant, Lucretius, Orwell kunnen alle richtingen uitgaan.
Laatst was Montaigne het onderwerp, Essai viii van Boek III, "De l'Art de Conferer", maar aangezien hierover zoveel te zeggen valt, trokken ze er twee uitzendingen voor uit. Twee weken Montaigne dus, als manna in de woestijn.

Denkend aan de vraag van Montaigne “Que scais-je?”, kwam in het gesprek plots de vraag op of de luisteraars van France Culture intelligenter waren, of alleszins “moins cons que les autres”. Enthovens antwoord kan dienen als beginselverklaring voor om het even welke cultuurzender:

Paola: Ce n'est pas parce qu’on écoute France Culture qu’on est moins con que les autres, enfin qu’on est plus intelligent.
Raphaël: Non, ce n’est pas ça, c’est que: il faut écouter France Culture, c’est la meilleure radio qui soit et vive France Culture et vivent les auditeurs toujours plus nombreux de France Culture.
Mais! il faut écouter France Culture parce qu’on y apprend notamment que ce n’est pas parce qu’on écoute France Culture qu’on est moins con que les autres, justement. Et que enfin une radio qui admet le fait que la culture qu’elle transmet n’est pas une garantie contre la bêtise, si vous voulez. C’est ça l’intérêt de France Culture en occurrence.
Disons qu’un spectateur de TF1 qui ne doute pas de la nullité de ce qu’il regarde est peut-être de meilleure compagnie qu’un auditeur intégriste, comme il y en a, de France Culture qui ne doute pas de la qualité de ce qu’il écoute.
Voilà, c’est la seule différence si vous voulez. Mais c’est une différence fondamentale. Si l’on réduit la bêtise à ces deux déterminations qui sont, un la bêtise de l’ignorant et deux la bêtise du savant, la bêtise du savant est beaucoup plus redoutable que celle de l’ignorant parce qu’elle est incurable. Parce que le savant est déjà guéri, parce qu’il croit qu’avec l’intelligence il a cessé d’être bête, avec la culture il a cessé d’être ignorant.
Or Montaigne qui est l’homme le plus cultivé de son temps, ne cesse de demander ce qu’il sait, de dire « Que scais-je ? », de le brandir comme un étendard. Et Montaigne qui est l’homme le plus intelligent de son temps ne cesse de décrire ses propres travers et son incapacité propre à supporter la bêtise, où sa propre bêtise se reconnaît.



Paola: Het is niet omdat je naar France Culture luistert dat je minder stom of intelligenter bent dan de anderen.
Raphaël: Inderdaad niet, maar intussen moet je wel naar France Culture luisteren, het is gewoon de beste zender, en leve France Culture en leve de almaar talrijkere luisteraars van France Culture.
Maar! naar France Culture moet je luisteren, precies omdat je daar leert dat door naar France Culture te luisteren, je toch niet je minder stom wordt dan de anderen, en omdat het een zender is die toegeeft dat, zo je wil de cultuur die hij overbrengt geen bescherming biedt tegen dwaasheid.
Daarin zit hem toevallig het belang van France Culture. Neem een kijker van TF1die er niet aan twijfelt dat wat hij bekijkt beuzelarij is: die is misschien beter af dan een onkreukbare luisteraar van France Culture –en die zijn er– die geen enkele twijfel heeft bij de kwaliteit van wat hij hoort.
Dat is het enige verschil kun je zeggen. Maar wel een fundamenteel verschil.
Als we de stompzinnigheid beperken tot twee soorten, namelijk die van de dwaas en die van de geletterde, dan is de stompzinnigheid van de geletterde veel meer te duchten dan die van de dwaas, want zij is ongeneeslijk. De geletterde is immers al genezen, want hij gelooft dat door zijn intelligentie er een eind is gekomen aan zijn stompzinnigheid, en door zijn cultuur aan zijn onwetendheid.
Terwijl Montaigne, de meest gecultiveerde man van zijn tijd, zich zonder ophouden afvraagt wàt hij dan wel weet, en met “Wat weet ik?” als vaandel zwaait. En Montaigne, de verstandigste man van zijn tijd, beschrijft zonder ophouden zijn eigen tekortkomingen en zijn eigen onvermogen om de dwaasheid te verdragen, waarin zijn eigen dwaasheid zichzelf herkent.

2 december 2013

Een kerstliedje


Nu zoals elk jaar de mooie stad Gent weer dichtslibt met afzichtelijke houten barakken voor de kerstmarkten –a newly invented tradition– kan het geen kwaad als wij eens luisteren naar een kerstlied dat Tom Lehrer in maart 1959 in Harvard ten gehore bracht.





Lehrer was daar docent wiskunde toen (statistiek meen ik), en soms deed hij een optreden "for college audiences". Hij zingt nu al lang niet meer, maar sinds ik zijn drie live-LP’s leerde kennen in de sixties, heb ik ze tientallen keren beluisterd, tot ik ze van buiten kende eigenlijk.

Al zijn liedjes zijn tegenwoordig op cd, op youtube &c. te vinden.
Lehrer zong niet graag voor een zaalpubliek beweerde hij, maar hij deed het toch, gedreven als hij was door idealisme:
"If, after hearing my songs, just one human being is inspired to say something nasty to a friend, or perhaps to strike a loved one, it will all have been worth the while."

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html