26 augustus 2014

Dostojefski, niet over de Krim, maar over Constantinopel


In 1986 besprak de sinoloog Simon Leys een reisverslag dat toen nog heel vers was, de Impressions d'Asie van Bernard-Henri Lévy. Dat boek hing aaneen van de fouten, woordkramerijen en platitudes lezen we. Leys gaf in zijn recensie zeven of acht voorbeelden, onder de titel: Une Excursion en haute Platitude

Helaas is die mooie titel slecht te vertalen. Zijn beginzinnen vertalen lukt misschien nog net, en de rest vindt u in de verzamelbundel: L'Humeur, l'Honneur, l'Horreur (Robert Laffont, 1991). 

Dans son aimable insignifiance, l'essai de M. Lévy semble confirmer l'observation d'Henri Michaux: "Les philosophes d'une nation de garçons-coiffeurs sont plus profondément garçons-coiffeurs que philosophes." Quiconque a jamais dû essuyer, pendant la durée d'une tonte, la faconde d'un figaro inspiré en aura fait l'expérience: des propos qui manquent de sérieux se sont pas nécessairement drôles pour autant. 
[In zijn beminnelijke onbenulligheid lijkt het essay van M. Lévy de opmerking van Henri Michaux te bevestigen: "Filosofen van een natie van kappersjongens, blijven ten diepste kappersjongens eerder dan filosofen." Iedereen die voor de duur van een scheerbeurt de woordenvloed van een bevlogen figaro heeft moeten doorstaan, zal het al  hebben ondervonden: praatjes die elke ernst missen, zijn daarom niet noodzakelijk grappig.]
Leys ried Lévy nog aan om iets te schrijven in de aard van: "Impressions de Pontoise", zijnde een stadje van dertigduizend inwoners.

Nu las ik gisteren in De Standaard (op maandag verschijnt De Tijd niet), dat de beminnelijke professor Rik Coolsaet een paar impressies ten beste heeft gegeven over de grote wereldpolitiek. Over het jihad-terrorisme had hij het deze keer niet (dat terrorisme is immers "geschiedenis geworden", hoogstens enkele "heel kleine vriendengroepjes, soms familie" houden zich er nog mee bezig, zonder veel succes overigens), maar wel over het grote Rusland:
'Poetin denkt nog steeds in het 19de-eeuwse concept van invloedszones', zegt de Gentse hoogleraar Rik Coolsaet. 'Volgens Poetin heeft Rusland een veiligheidsbuffer nodig. Hij ervaart Oekraïens lidmaatschap van de Navo als een bedreiging.' Maar de Centraal- en Oost-Europeanen gruwen van zo'n [bedoeld wordt “zulke”] geopolitieke afspraken, weet Coolsaet.

Opmerkelijk is dat de Navo dat verouderde concept blijkbaar niet hanteert, volgens de professor.

Kijk Rik, voor politicologen volstaat het misschien om iets 19de-eeuws te noemen en het af te schrijven, en misschien denken zij dan wel iets verklaard te hebben omdat ze een etiketje hebben gekleefd, maar ernstige mensen vinden dit coiffeurspraatjes.

Maar om jouw negentiende-eeuwse fantasieën nog wat voedsel te geven, zal ik even Dostojefski citeren. In het Duits weliswaar, want ik kocht bij De Slegte destijds zijn Sämtliche Werke voor een appel en een ei, wegens in Frakturschrift en daar wil gelukkig niemand nog aan. Mag ik er, met mijn excuses, van uitgaan dat voor iemand die de Grote Wereldpolitiek bestudeert het Duits geen hinderpaal is?
En zoals je zult zien, Rik, is Vladimir nog de kwaadste niet. Fjodor had destijds heel andere plannen:

Ja, Byzanz muß unser werden, und nicht nur als berühmter Hafen, als »Pforte«, als »Mittelpunkt der Welt«; nicht nur vom Standpunkt der längst anerkannten Notwendigkeit für solch einen Riesen wie Rußland, endlich aus seinem verschlossenen Zimmer, in dem er schon bis zur Decke gewachsen ist, in die weite Welt hinaustreten und die freie Luft der Meere und des Ozeans atmen zu können. 
Fjodor Michailowitsch Dostojewski
Früher oder später muß Konstantinopel doch uns gehören (März 1877)
(Politische Schriften, Sämtliche Werke II,13, München, 1923, S.356)


Stukje verschenen in Doorbraak

Geen opmerkingen:

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html