30 maart 2014

De gemeenplaats als nieuwe vondst gepresenteerd


Het laatste dat een lezer van zijn gazet verlangt, is getrakteerd worden op moraliserend gezever. Zelfs als dat gezever niet langer gezever mag heten maar de naam duiding krijgt: het blijft hem vervelen.

Die duiding compleet vermijden is moeilijk, zoals je ook reclame niet uit de weg kunt gaan, al vraagt ook daar niemand om – op de Moorselse schepen Filip Watteeuw na misschien, die als nieuwbakken Gentse stedeling meer reclame wil zien eup de buskotjes van mijn oude stad.

Maar over duiding: bij De Morgen en De Standaard is er voor de onschuldige lezer geen ontsnappen aan. Laatstgenoemde krant heeft onder zijn eigen personeel zelfs al een tijdje een soort ombudsman gerekruteerd die de journalistieke praatjes van de voorbije week herkauwt, in naam van zijn collega’s verontschuldigingen aanbiedt voor wat zij hebben afgescheiden, bepaalde dingen desgevallend ook hérduidt, vervolgens goede voornemens formuleert, &cet. Alles kan inderdaad altijd nog erger.
En toch: al is het soms geen pretje om hem te lezen, naar zulk een man moeten ze bij de racistische krant De Morgen dringend op zoek gaan. Als ik me zo mag uitdrukken: een allochtone ombudsman lijkt me wel iets.

Het zou niettemin verkeerd zijn om duidingsgezwam en morele praatjes uitsluitend bij journalisten te zoeken. Soms, wellicht als hun eigen adem wat is opgebruikt, besteden zij die werkjes namelijk uit en vorderen ze onderaannemers op, columnisten, artiesten of briefschrijvers bijvoorbeeld.

In De Tijd –vaak een veilige vluchtheuvel nochtans– las ik deze week zekere Kristien Vermoesen (managing partner van het communicatiebureau Finn, voor wie zich graag iets wil voorstellen). Zij vond dat Peeters Merkel niet achterna mocht lopen, en deed enkele aanbevelingen aan politici in het algemeen: 
“Los van politieke voorkeur pleit ik voor meer durf in de campagnes. Experimenteer in uw communicatiekanalen. Wees niet bang om ‘over the edge’ te denken. Inspireer en overtuig ons dat u het verschil kunt maken de komende vijf jaar.”

Nu maak ik me sterk, lezer: even hol, geesteloos en zinledig kun je het zelf niet bedenken. Daar moet je voor geleerd hebben.

Ook moest ik bij haar originele gedachten terugdenken aan de lachwekkende nieuwjaarsbrief destijds in De Morgen, waarin Björn Soenens net hetzelfde zei, en smeekte om: 
[…] blije politici met groot talent en wilde plannen. […] Straal kracht en optimisme uit. Sluit een New Deal af met uw bevolking. Creëer een emotionele band met uw kiezers. Wees niet bang om te blunderen of de bal eens mis te slaan. U bent mens onder de mensen. [Björn was al een tijdje aan de gang en gaat fluks door, maar uit eerbied voor de lezer geef ik hier nog een knipje] Lanceer al eens een gewaagd idee, want op de rand van de afgrond groeien de mooiste bloemen. Toon dus uw visie, leg ze uit, dag na dag, jaar in jaar uit. U zult zien, het respect voor de politicus zal terugkeren.”

Om ook  Björn even voor te stellen: hij is een blijde fan van Alain de Botton, de Zwitsers-Britse filosoof die wat diepgang betreft enkel Jeroen Meus voor zich moet dulden.
En Kristien wil meer originaliteit  en heeft goed onthouden, maar helaas enkel gerepeteerd wat kapelaan Björn met grote vooruitziendheid in 2008 al had geschreven.


Stukje eerder verschenen in Doorbraak

17 maart 2014

Een zondagse homilie op maandag


Ik vraag me soms af wat goede journalistiek is. Slechte is namelijk makkelijker te definiëren dan goede.

Om een eenvoudig voorbeeld te geven: op de radio vertellen dat onder alle varianten, de Saoedische variant van de islam misschien wel de meest achterlijke is: dat valt onder slechte journalistiek. Wat voor zin heeft het inderdaad om iets te verkondigen dat iedereen uit zichzelf al weet?
Bovendien is Astrid Coburg nu in dat land, en zij mag heur geblondeerde haartjes daar onbedekt vertonen zonder dat haar lelijke dingen worden nageroepen. Dat wijst alvast op een kentering, “een nieuwe wind” hoorde ik zelfs in het goede Nieuws. Reken maar, het wordt ginds een heel rustige Arabische lente.
Om licht te variëren op wat de Franse minister van Buitenlandse Zaken Horace Sébastiani in 1831 zo mooi zei over Warschau: «L’ordre règne à Riyad». En Sébastiani was natuurlijk een politicus, maar zijn zin zou een voorbeeld moeten zijn voor alle goede journalistieke mededelingen.

Nee, dan lees ik liever wat Bart Sturtewagen vandaag in De Standaard allemaal vertelde.
Die had het over het “zogenaamde referendum op de Krim”, en over de voorspelbare uitslag ervan. Dat is goede journalistiek. Weliswaar was de uitslag van dat zogenaamde referendum overdonderend, en de opkomst massaal, wat Sturtewagen bij mijn weten helemaal nergens had voorspeld, maar dat doet niets af van mijn waardering.

En Bart had nog meer dingen in zijn pen, waar je als eenvoudige mens niet zo snel opkomt:

Het is onthutsend hoe snel een wig kan worden gedreven tussen volkeren, regio’s, families, buren, mensen. Terwijl het overwinnen van tegenstellingen en het overstijgen van oude grieven een werk van geduld, beheersing en oeverloos begrip is, kan het wekken van vetes door een handvol hooligans moeiteloos worden verricht. We hebben het minder dan een kwarteeuw geleden gezien in ex-Joegoslavië en het speelt zich opnieuw voor onze ogen af.

Oeverloze Bart blijft in zijn journalistieke homilie misschien min of meer op de vlakte, en je weet ook niet goed wie hij bedoelt met die hooligans, en de parallel met Joegoslavië moet hij misschien nog wat verder uitwerken, zodat hij zichzelf en wij hém beter begrijpen, maar ik wil de eerste hoofdredacteur nog ontmoeten die bezwaar zal maken tegen zijn mooie dégradé, eindigend met “families, buren, mensen”.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html