24 juni 2014

Klein accidentje bij De Standaard


Filip Van Ongevalle, chef cultuur, media & wetenschap van de Kwaliteitskrant, bedoelt het goed met zijn “Belgische veelkleur”, maar hij begrijpt maar half waar hij het over heeft …en schrijft bijgevolg ook belabberd.
Alleen al "dient zich een momentum aan" bewijst dat we hier met een simpele te maken hebben die graag een woord gebruikt dat hij niet kent. Verder zit hij op zijn fiets "als een vogel voor de kat".

En dan, de crux interpretum van zijn verhaal, vertelt hij dat: “Frankrijk in 1998 wereldkampioen werd met zijn befaamde ‘Beur-blanc-rouge’-team”.

Goede wil is mooi, maar op zich volstaat goede wil niet. Filip weet niet genoeg om over moeilijke zaken te schrijven, want Beur-blanc-rouge is weliswaar de ironische titel van een film, maar de Franse voetbalploeg was (schreef Libération toen nog hoopvol): “celle qui a pu incorporer le beur-blanc-black dans le bleu-blanc-rouge.”

Dat laatste was een verwijzing naar de Franse vlag, Filip. En “beur” is ook geen boter, wat je logischerwijs misschien denkt.
Steeds tot uw dienst.

12 juni 2014

Het probleem met vertalingen


Vlaamse journalisten, al menen ze het nog zo goed, gaan makkelijk uit de bocht.
Heine zei het al over Kants "Kritik der reinen Vernunft":
"Man muß Deutsch verstehen, um dieses Buch lesen zu können."

Gedichten zijn onvertaalbaar, dat weet iedereen maar ook proza is weerbarstig. Zo is P.G. Wodehouse amper te vertalen. Nochtans is het mogelijk, want ik las hem eerst in het Nederlands (Prismareeks, twintig frank per deeltje) en raakte verslaafd.
Of de Maigrets van Simenon: zet die maar eens in het Nederlands. Toch lukt ook dat, want hij is in den vreemde de bestverkopende Franse schrijver las ik ergens, en bij Livre de Poche zijn voor vijf euro zestig per stuk al zijn vertellingen beschikbaar.
Wat de taak van hun vertalers wellicht vergemakkelijkte: die Wodehouses, vijftig of zestig las ik er, zou een structuralist wellicht tot één boek kunnen terugbrengen. De intriges zijn immers altijd dezelfde. Bij Maigret ook. En laat Maigret dan te maken hebben met echte moordenaars, en Bertie Wooster enkel met aangeschoten vrijgezellen die door een onachtzaamheid in een huwelijk verzeild dreigen te raken, de problemen van hun vertalers zullen niet op het inhoudelijke vlak liggen.

De problematische kwestie is: hoe komt het dat Wodehouse of Simenon telkens weer hetzelfde verhaal kunnen vertellen, zonder dat hun arme lezer zijn bekomst krijgt?
Dat komt door hun stijl.
En alles weergeven kan niet, maar de vertaler moet daar meer dan een snuifje van weten te bewaren of er blijft niets over. Vanzelfsprekend, je moet als vertaler dan eerst Frans of Engels verstaan, maar hen vertalen is mogelijk, en sommigen lukt het aardig zeggen de miljoenencijfers.

Dezelfde eisen kun je natuurlijk niet aan journalisten stellen. Die hebben bijvoorbeeld een interview met een schurk gezien, of beweren het gezien te hebben, en het interview was in het Frans. Wat nu gedaan?


Die schurk geeft wekelijks televisiepraatjes met zijn visie op de actualiteit, en besluit ze met een vast rubriekje: Le Pauv'con de la semaine, de Dwaas van de week. Dat is altijd één figuur, een politicus of een andere bekende Fransman.
En de uitdrukking mag wat ruw klinken maar ze is in Frankrijk geconsacreerd door Sarkozy, die op een landbouwsalon een lastige boer wegduwde met de woorden: Scheer je weg sukkel, Casse-toi pauv'con!

In aanmerking voor genoemde rubriek kwam deze keer dhr. Yannick Noah, vroeger tennisspeler en nu zanger, die had aangekondigd dat hij niet meer in Frankrijk wilde zingen als het Front National de verkiezingen zou winnen.
Nu gebeurde dat helaas wel en onze schurk, Jean-Marie Le Pen, stichter van dat Front, gebruikte aan zijn adres de mooie uitdrukking: «Cochon qui s'en dédit!» Droogweg vertaald: "belofte maakt schuld".
Maar die Franse uitdrukking is altijd komiek bedoeld, en daarom zou ik een journalistieke vertaler aanraden om hier een minder bekend Nederlands equivalent te gebruiken. Misschien in de zin van: "de klok luiden maar niet schaften".
Nu goed, de interviewster onderbrak Le Pen en zei hem dat nog een andere zanger, Patrick Bruel ook al niet meer wilde zingen in de Zeshoek! En daarvoor hadden ze het al over Madonna gehad, en over Guy Bedos: te veel voor één rubriekje.

Over Bruel en die anderen zei Le Pen nu: «Ah, ça ne m'étonne pas! Écoutez, on fera une fournée la prochaine fois.» Volgende keer doen we meteen een hele lading, zou je kunnen vertalen want inderdaad, het format van de schurk is zoals gezegd: un con par semaine.

The Guardian vertaalde nogal droog en letterlijk: next time we'll make a batch.
Next time, zijnde de week daarop.
De Standaard vertaalde wat vrijer, dichterlijker zo u wil: Le Pen: We moeten een nieuwe oven bouwen, en verderop: We zullen volgende keer een oven voor hem bouwen, liet hij optekenen.
U begrijpt: "optekenen" is hier in figuurlijke zin gebruikt, want hij zei dat voor de camera.
Bij Knack was ook een dichter aan het woord: In een reactie op kritiek van de Frans-Joodse zanger Patrick Bruel zei hij 'de volgende keer weer een oven te zullen bouwen'.

Let op hun aanhalingstekens, die naar goede journalistieke gewoonte weliswaar enkel gebruikt worden voor citaten of letterlijke vertalingen, terwijl "te zullen bouwen" natuurlijk geen citaat kan zijn. Nooit les grammatica gehad wellicht, deze jongen.

Het Frans van de journalisten van deze kwaliteitsbladen - ik wil hun namen niet noemen want die mensen hebben misschien kinderen of kleinkinderen - dat Frans moet nog wat bijgewerkt worden.
Nu geven zij de indruk te horen wat ze dolgraag willen horen, en trouwens al lang wisten nog voor ze iéts gehoord hadden.


Stukje eerst verschenen op Doorbraak

1 juni 2014

U wist dat niet, maar ook binnen de politicologie bestaan er tegenwoordig specialismen


Een politicoloog moet heel wat kunnen. Schrijven bijvoorbeeld. Professor Herwig Reynaert, professor lokale politiek aan de UGent, weet dat en in Knack schrijft hij: “Onder een al bij al stralende zon trokken we naar de 'moeder van alle verkiezingen'.” Een levendige, bijna blijmoedige zin.
En net daarvoor had de wetenschapsman ook al over het voetbalspel gesproken. Over een match tussen twee lokale Madrileense clubs, en lokaliteit is zijn specialiteit.

Natuurlijk blijft het daar niet bij en laat hij ons na zijn weerkundige inleiding delen in specifiek politicologische inzichten, maar toch had ik van de professor graag vernomen wat hij bedoelde met zijn nogal zure kwalificatie “al bij al stralend”. Had hij zondag dan geen vrede met de breedtegraad waarop hij lokaal leeft?

Wat mij weer aangenaam trof bij zijn inzichten en beschouwingen was de aandacht die de professor had, ook voor de psychologische aspecten van een verkiezingsdag: “Het bleef bibberen tot de verlossende resultaten binnenkomen”.
Goed, dat moest misschien “binnenkwamen” zijn voor wie per se grammaticaal wil blijven, maar als je zulke dingen niet uit de lagere school hebt onthouden dan is het niet de afdeling Politicologie waar je ze nog zult leren.

Maar de al bij al stralende kruin van de professor verbergt gelukkig meer schatten.
Wist u bijvoorbeeld, lezer, dat “de politieke kaarten nu op tafel liggen”? En dat de politici er nu “verder mee aan de slag moeten”? En dat er nu “een paringsdans van jewelste, geen wandeling door het park” begint?
Natuurlijk wist u dat niet want u hebt geen politicologie gestudeerd.
Die wandeling door het park bewijst anders wel dat de professor een aardig mondje Engels moet kennen.
En wist u wat er bij coalitiebesprekingen zoal een rol speelt? Natuurlijk niet, maar het zijn “talrijke strategische overwegingen”. Je zou jaloers worden op het intellect van zo’n man.
En weet u wat de bedoeling is van coalitievormingen? Die moeten leiden tot “een bestuursmeerderheid op de diverse niveaus”, en “graag geen nieuw wereldrecord!”.

Die laatste overweging is meer een cri du cœur dan een wetenschappelijke observatie zult u zeggen, maar ze bewijst nogmaals dat de professor een man van vlees en bloed is die er niet voor terugdeinst om ook de psychologie in zijn analyse te betrekken.

Ik meen dat het Mark Twain was die de vraag stelde of een aap per toeval de Divina Commedia zou kunnen typen. Het antwoord op die vraag is ja. Alleen is de kans kleiner dan één, gedeeld door het aantal elementaire deeltjes in het ons bekende Heelal.
De kans dat hij een publiceerbaar politicologisch artikel produceert, lijkt mij aanmerkelijk groter.


Stukje eerder verschenen in Doorbraak

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html