28 augustus 2014

Bevreemdende wittebroodsweken


"Entre Moscou et Tel-Aviv, une étrange lune de miel", schrijft Le Monde Diplomatique in zijn septembernummer:

L’incident n’est pas passé inaperçu. Lors de la réunion de l’Assemblée générale de l’Organisation des Nations unies (ONU) du 27 mars 2014, destinée à condamner l’annexion de la Crimée par Moscou, le représentant israélien a brillé par son absence. Au grand dam des États-Unis, Tel-Aviv s’est abstenu de voter une résolution appelant à ne pas reconnaître le rattachement de la péninsule à la Fédération de Russie. Cet épisode est venu confirmer la complexité des relations israélo-russes. Car, en dépit de leurs différends toujours aussi fondamentaux sur le nucléaire iranien, Israël et la Russie entretiennent un dialogue constructif. Faisant de plus en plus figure de citadelle assiégée sur la scène proche-orientale, Israël a pris acte de l’érosion de l’influence américaine dans la région, qui, par contrecoup, favorise celle du Kremlin.
[Het incident ging niet ongemerkt voorbij. Bij de Algemene Vergadering van de UNO van 27 maart 2014, bedoeld om de annexatie van de Krim door Moskou te veroordelen, schitterde de Israëlische vertegenwoordiger door zijn afwezigheid. Tot groot ongenoegen van de VS, heeft Tel-Aviv afgezien van de stemming over een resolutie die opriep om de aanhechting van het schiereiland bij de Russische Federatie niet te erkennen. Deze episode was een bevestiging van de complexiteit van de relatie tussen Israël en Rusland. Want, hun blijvende meningsverschillen over het kernprogramma van Iran ten spijt, onderhouden Israël en Rusland een opbouwende dialoog. Terwijl het op het toneel van het Midden-Oosten meer en meer op een belegerde vesting begint te lijken, heeft Israël geconstateerd dat de Amerikaanse invloed in de regio geërodeerd raakt, wat van de weeromstuit die van het Kremlin bevordert.]

Aan het woord is de historicus en defensiespecialist Igor Delanoë.
Nu had ik van die onthouding of afwezigheid van Israël niets gelezen in de kranten hier. Misschien merkten onze journalisten die onthouding of afwezigheid niet op, of ze vonden ze het vermelden niet waard, of, dat kan vanzelfsprekend ook, ik keek er gewoon over en er is wél verslag van gedaan (iemand zei me dat hij in Le Soir misschien iets had gezien, maar hij wist het niet zeker). Deze kwestie ging, meen ik, toch ongemerkt voorbij.

Maar een mens moet aan vele dingen denken, veel machtsevenwichten verschuiven, en om bijvoorbeeld de situatie in Oekraïne te beoordelen, om het standpunt daaromtrent van de VS en dat van de EU, hun onecht kind, en dat van de NAVO, hun legitiem kind te begrijpen, en om het stilaan verdachte officiële (en journalistieke) stilzwijgen rond de neergehaalde MH17 te verklaren, lijkt me die tanende macht van de VS toch niet een verwaarloosbaar detail.

Zou het kunnen, je mag er niet aan denken, dat Rusland in dezen minder te verbergen heeft dan sommige anderen, die wel beschuldigingen uitten maar niet met bewijzen voor de dag willen komen? Zou het de NAVO, de VS, de EU niet goed uitkomen als de zaak rond de MH17 nog een flinke tijd in het ongewisse bleef, en intussen tegen Rusland uitgespeeld kon worden?

En dan komt die Rasmussen (niet te verwarren met de coureur) doodgemoedereerd verklaren: Punt is, dat om het even welke potentiële agressor moet weten dat als hij er nog maar aan mocht denken een NAVO-bondgenoot aan te vallen, hij niet alleen soldaten uit het desbetreffende land voor zich krijgt, maar ook NAVO-manschappen. (The point is that any potential aggressor should know that if they were to even think of an attack against a Nato ally they will meet not only soldiers from that specific country but they will meet Nato troops.)

Oekraïne is weliswaar geen NAVO-lid, maar anderzijds lijkt het er wel op alsof het toevallig een “bondgenoot”, an ally zou kunnen zijn in een strijd die wij nog niet mogen kennen en die met geheimhouding het best is gediend.


26 augustus 2014

Dostojefski, niet over de Krim, maar over Constantinopel


In 1986 besprak de sinoloog Simon Leys een reisverslag dat toen nog heel vers was, de Impressions d'Asie van Bernard-Henri Lévy. Dat boek hing aaneen van de fouten, woordkramerijen en platitudes lezen we. Leys gaf in zijn recensie zeven of acht voorbeelden, onder de titel: Une Excursion en haute Platitude

Helaas is die mooie titel slecht te vertalen. Zijn beginzinnen vertalen lukt misschien nog net, en de rest vindt u in de verzamelbundel: L'Humeur, l'Honneur, l'Horreur (Robert Laffont, 1991). 

Dans son aimable insignifiance, l'essai de M. Lévy semble confirmer l'observation d'Henri Michaux: "Les philosophes d'une nation de garçons-coiffeurs sont plus profondément garçons-coiffeurs que philosophes." Quiconque a jamais dû essuyer, pendant la durée d'une tonte, la faconde d'un figaro inspiré en aura fait l'expérience: des propos qui manquent de sérieux se sont pas nécessairement drôles pour autant. 
[In zijn beminnelijke onbenulligheid lijkt het essay van M. Lévy de opmerking van Henri Michaux te bevestigen: "Filosofen van een natie van kappersjongens, blijven ten diepste kappersjongens eerder dan filosofen." Iedereen die voor de duur van een scheerbeurt de woordenvloed van een bevlogen figaro heeft moeten doorstaan, zal het al  hebben ondervonden: praatjes die elke ernst missen, zijn daarom niet noodzakelijk grappig.]
Leys ried Lévy nog aan om iets te schrijven in de aard van: "Impressions de Pontoise", zijnde een stadje van dertigduizend inwoners.

Nu las ik gisteren in De Standaard (op maandag verschijnt De Tijd niet), dat de beminnelijke professor Rik Coolsaet een paar impressies ten beste heeft gegeven over de grote wereldpolitiek. Over het jihad-terrorisme had hij het deze keer niet (dat terrorisme is immers "geschiedenis geworden", hoogstens enkele "heel kleine vriendengroepjes, soms familie" houden zich er nog mee bezig, zonder veel succes overigens), maar wel over het grote Rusland:
'Poetin denkt nog steeds in het 19de-eeuwse concept van invloedszones', zegt de Gentse hoogleraar Rik Coolsaet. 'Volgens Poetin heeft Rusland een veiligheidsbuffer nodig. Hij ervaart Oekraïens lidmaatschap van de Navo als een bedreiging.' Maar de Centraal- en Oost-Europeanen gruwen van zo'n [bedoeld wordt “zulke”] geopolitieke afspraken, weet Coolsaet.

Opmerkelijk is dat de Navo dat verouderde concept blijkbaar niet hanteert, volgens de professor.

Kijk Rik, voor politicologen volstaat het misschien om iets 19de-eeuws te noemen en het af te schrijven, en misschien denken zij dan wel iets verklaard te hebben omdat ze een etiketje hebben gekleefd, maar ernstige mensen vinden dit coiffeurspraatjes.

Maar om jouw negentiende-eeuwse fantasieën nog wat voedsel te geven, zal ik even Dostojefski citeren. In het Duits weliswaar, want ik kocht bij De Slegte destijds zijn Sämtliche Werke voor een appel en een ei, wegens in Frakturschrift en daar wil gelukkig niemand nog aan. Mag ik er, met mijn excuses, van uitgaan dat voor iemand die de Grote Wereldpolitiek bestudeert het Duits geen hinderpaal is?
En zoals je zult zien, Rik, is Vladimir nog de kwaadste niet. Fjodor had destijds heel andere plannen:

Ja, Byzanz muß unser werden, und nicht nur als berühmter Hafen, als »Pforte«, als »Mittelpunkt der Welt«; nicht nur vom Standpunkt der längst anerkannten Notwendigkeit für solch einen Riesen wie Rußland, endlich aus seinem verschlossenen Zimmer, in dem er schon bis zur Decke gewachsen ist, in die weite Welt hinaustreten und die freie Luft der Meere und des Ozeans atmen zu können. 
Fjodor Michailowitsch Dostojewski
Früher oder später muß Konstantinopel doch uns gehören (März 1877)
(Politische Schriften, Sämtliche Werke II,13, München, 1923, S.356)


Stukje verschenen in Doorbraak

17 augustus 2014

Een nieuwe rubriek in De Tijd


Bij belangrijke beslissingen is het verstandig om eerst je horoscoop te raadplegen. De Romeinse keizers deden dat, en later volgden Ronald Reagan, François Mitterrand, Tony Bliar en nog vele andere presidenten en ministers hun goede voorbeeld.

Het is ook een kleine moeite: je slaat het eerste het beste vrouwenblad open, en je vindt een horoscoop die helemaal bij jouw sterrenbeeld past. Ook sommige kranten bieden hun lezers die service aan.
Waarom de zogenaamde kwaliteitskranten dat niet doen, is mij een raadsel. Zij laten hun lezers over aan het blinde lot, waardoor dezen aangewezen zijn op horoscopen die ze op het web vinden, en iedereen weet hoe onbetrouwbaar de berichtgeving daar vaak is.

Op het web las ik bijvoorbeeld onder de afdeling Leeuw een verontrustende mededeling. Het hoofdstuk liefdesleven sla ik over omdat jullie daar ten eerste geen zaken mee hebben, en omdat het toch altijd algemeenheden zijn: geduld hebben, niet te hard van stapel lopen, niet tegendraads zijn, een dipje is normaal, als de basis goed is dan komt het wel in orde en dergelijke.
Maar er stond ook iets over geld: “17 augustus 2014 | Er kan dit weekend een vervelende brief bij de post zitten. Misschien wel van een deurwaarder. Schrik niet meteen, maar vraag je af of het wel terecht is. Onderneem wel meteen actie, want als je het laat liggen komt er niets meer van. Dus, schrijf meteen dat bezwaarschrift, ook al is het weekend.”
Ik heb mijn bus direct gecontroleerd, ook al is het weekend, maar vond tot mijn verbazing niets.

Achteraf gezien had ik mij helemaal niet ongerust hoeven maken, want gisteren nog had ik de horoscoop in DeTijd geraadpleegd (p.29), en daar was de titel heel geruststellend: “Geopolitieke crisissen geen reden tot paniek”. De wichelaar Peter Van Maldegem vertelt ons dat fondsenbeheerders zich niet al te zenuwachtig tonen over Oekraïne, de Islamitische Staat, Ebola en zo meer. Veel actie ondernemen ze niet, geen grote verschuivingen in hun portefeuilles, en over het algemeen kijken ze de kat uit de boom. Maar zijn artikel viel nogal lang uit besefte Peter, en daarom voegde hij in een klein kadertje een mooi astrologisch tekstje toe.
We mogen hopen dat De Tijd hier een vaste rubriek van zal maken.

12 augustus 2014

Simon Leys over sociologie en aanverwante


Om terug te komen op het onuitputtelijke werk van Simon Leys, geef ik nog een enkele van de tientallen en dozijnen passages die mij bij hem bevallen. Toevallig komt ze ook uit het genoemde boek Le Bonheur des petits Poissons:

Quand on lit certains ouvrages de sociologie, de sciences politiques ou de théorie littéraire, on souscrirait volontiers à cette suggestion jadis formulée par un de mes collègues: de même que les gouvernements de certains pays hyperdéveloppés paient de temps à autre leurs paysans pour qu’ils ne produisent pas de beurre ou de maïs, ne pourrait-on pas subsidier certains universitaires pour qu’ils cessent d’écrire des livres?

Als je bepaalde sociologische werken leest, of over politieke wetenschappen of literatuurtheorie, dan zou je grif instemmen met de suggestie die een van mijn collega’s destijds deed: net zoals de regeringen van bepaalde hyperontwikkelde landen hun boeren van tijd tot tijd geld toestoppen om geen boter of mais te produceren ...zou het ook niet mogelijk zijn om bepaalde universitairen te subsidiëren om hen te laten ophouden met boeken schrijven?

In Memoriam Simon Leys


"Il est si peu provencial que l'on a peine à croire qu'il soit un Français moderne", zei destijds iemand over Cartier-Bresson, en hetzelfde geldt voor Simon Leys.


Gisteren stierf in Canberra Pierre Ryckmans, geboren in Brussel in 1935 en van afkomst Antwerpenaar. Onder zijn auteursnaam Simon Leys genoot hij wereldfaam. Hij schreef tientallen boeken, honderden essays – bijvoorbeeld in The New York Review of Books –, vertaalde uit het Chinees en het Engels. Zijn onderwerpen waren heel uiteenlopend, politiek, de kunst van het zeilen, de betekenis van de Chinese kalligrafie.
Vooral was hij een grote Franse auteur met een ontwapenend eenvoudige en vaak grappige stijl. Enkel zijn understatements verraden al dat hij verder keek dan de Franse wereld alleen. Hij bewonderde bijvoorbeeld de Havelaar, meer dan velen onder ons misschien.
Marnix Gijsen moet eens gezegd hebben dat Georges Simenon de enige Belg was die voor de Nobelprijs literatuur in aanmerking kwam. Hij had gelijk, maar Leys schreef toen nog niet. Bij de «Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique» kreeg Leys in 1990 trouwens de stoel van Simenon.
Ik bekijk nu even mijn rijtje boeken van hem, en hoe kun je een auteur beter eren dan door hemzelf aan het woord te laten? Ik kies, en vertaal naar best vermogen een fragmentje uit een van zijn jongste boeken die ik bezit: “Le Bonheur des petits Poissons” (Jean-Claude Lattès, 2008). Het is een essaybundel, en dit essay heet:

Notre seul parapluie
Du rôle de l’art
dans les expéditions polaires en particulier, et dans la vie en général.

Il y a quelques années – vous en souvenez-vous ? – l’acteur anglais Hugh Grant fut arrêté par la police de Los Angeles, comme il se livrait dans un lieu public, en compagnie d’une dame de la nuit, à une activité particulièrement privée. Pour le commun des mortels, pareille mésaventure serait simplement embarrassante mais, pour un acteur aussi célèbre, elle aurait pu avoir des conséquences catastrophiques : toute sa carrière hollywoodienne parut un moment sur le point de sombrer. Au milieu de ce marasme, il fut interviewé par un journaliste américain, qui lui posa une question …très américaine : « Recevez-vous maintenant les conseils d’un psychothérapeute ? – Non, répondit Grant, en Angleterre, nous lisons des romans. »
[…]
À cet égard, il est révélateur de noter, par exemple, que le célèbre explorateur polaire Mawson avait donné à ses enfants la sévère consigne de ne jamais lire de romans, mais au contraire de donner toute leur attention aux biographies des grands hommes et aux ouvrages historiques – seules lectures propres à leur assurer un sain développement intellectuel.
Cette opinion mérite qu’on s’y arrête un moment, car elle reflète deux malentendus très courants. La première erreur consiste à ne point percevoir que tout ouvrage littéraire, par définition même, est œuvre d’imagination (et même s’il ne l’est pas au départ, placé en bonnes mains, il ne tarde pas à le devenir : l’annuaire du téléphone était une lecture favorite de Simenon). Les distinctions de genre – romans et histoire, prose et poésie, fiction et essai – sont conventionnelles et n’existent que pour la commodité des bibliothécaires. Les romanciers sont les historiens du présent, les historiens sont les romanciers du passé, et tout écrit qui présente une certaine qualité littéraire aspire essentiellement à être poème.
La seconde erreur mawsonienne repose sur une vue naïve de ce qui serait « sain ». L’illustre docteur Farabeuf nous avait déjà mis en garde : « La bonne santé est un état précaire qui ne présage rien de bon ». [...]

Onze enige paraplu
Over de rol van de kunst,
bij poolexpedities in het bijzonder en bij het leven in het algemeen

Enkele jaren terug – herinnert u zich dat nog ?– werd de Engelse acteur Hugh Grant aangehouden door de politie van Los Angeles terwijl hij op een publieke plaats, in het gezelschap van een nachtmadelief zich overgaf aan een activiteit met een uitgesproken privékarakter. Voor de gewone sterveling zou een dergelijke tegenslag simpelweg pijnlijk zijn, maar voor een zo bekende acteur had dit catastrofale gevolgen kunnen hebben: heel zijn Hollywoodcarrière leek op een bepaald moment schipbreuk te zullen lijden (Leys was zoals gezegd een zeiler en schreef daar veel over, vertaalde bijvoorbeeld ook het meesterwerk “Two Years before the Mast” van Richard Dana, voorloper van Herman Melville). Nog volop in die malaise werd hij door een Amerikaanse journalist geïnterviewd, en die stelde hem een …zeer Amerikaanse vraag: “Gaat u nu te rade bij een psychotherapeut? – Neen, antwoordde Grant, in Engeland lezen wij romans.”
[…]
Nog in dit verband, is het bijvoorbeeld veelzeggend dat de beroemde poolreiziger Mawson aan zijn kinderen het strenge consigne had meegegeven nooit romans te lezen, maar integendeel alle aandacht te wijden aan biografieën van grote mannen en aan historische werken – de enige lectuur die borg kon staan voor een gezonde intellectuele ontwikkeling.
Deze mening verdient het dat we er even bij stilstaan, want zij laat twee heel courante misverstanden zien. De eerste vergissing bestaat erin dat zij niet opmerkt dat elk literair werk, per definitie, een product van de verbeelding is (en zelfs als dat aanvankelijk niet zo is, wordt het er al snel een, vooropgesteld dat het in goede handen terechtkomt: telefoonboeken behoorden tot de lievelingslectuur van Simenon). Die onderverdelingen in genres – romans en geschiedenis, proza en poëzie, fictie en essay – zijn conventioneel en bestaan enkel ten gerieve van bibliothecarissen. Romanciers zijn de historici van het heden en de historici zijn romanciers van het verleden, en ten diepste verlangt elk geschrift dat aanspraak maakt op een zekere literaire kwaliteit, poëzie te zijn.
De tweede mawsoniaanse vergissing berust op een naïeve opvatting over wat “gezond” zou zijn. De beroemde dokter Farabeuf (Franse chirurg van de negentiende eeuw) had ons al gewaarschuwd: “Gezondheid is een precaire toestand die weinig goeds voorspelt”. [...]



PS: ook hier lees je enkele dingen over Simon Leys.



http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html