29 september 2015

Een verwrongen eerbewijs aan victacausa


Ik weet alvast één EU-advocaat aan wie ik geen zaak zou durven toevertrouwen.
Het is een advocaat, zo lees ik op zijn website, die gespecialiseerd is in heel veel dingen. Op zich al niet zo’n goed teken, want het komt meen ik niet vaak voor dat een bijzonder goede voetballer ook nog een geweldige wielrenner of schaker of schrijnwerker is. Niet iedereen heet Leonardo.

Onze man, meester Ian S. Forrester, Q.C., is wellicht zo’n rare vogel want hij advises companies, as well as sovereign states and other governmental authorities, industry associations and private individuals, on European Union law, especially competition law, trade law, customs, internal market rules, intellectual property and constitutional rights in a variety of sectors, including broadcasting, chemicals, information technology, pharmaceuticals, software and sport.
Een indrukwekkend lijstje, maar speciaal één specialisme van hem trok mijn aandacht: intellectual property. Daarin moet hij zich klaarblijkelijk nog wat verder specialiseren.
Ik zag toevallig dat deze Forrester meegewerkt heeft aan een boek, voor een paar jaar, en zijn hoofdstuk daarin heet: Victa Placet Mihi Causa: The Compulsory Licensing Part of the Microsoft Case.
Natuurlijk vond ik het mooi dat een grote advocaat blijkbaar mijn blog las, maar toen zag ik helaas de voetnoot die meester Forrester had verzonnen bij zijn mooie titel: “The remark in the title is found in Lucan’s literary work Pharsalia, adapting a remark made by Marcus Porcius Cato, which may be translated as ‘even though my case was defeated, I found it persuasive’.”

Zijn vrije vertaling is acceptabel, maar meester Jan had beter niet gekoketteerd met een auteur die hij van haar noch pluimen kent. Want die opmerking stáát helemaal niet in het epos van Lucanus! Wel verwijs ik al een jaar of twaalf naar hem in het onderschrift van mijn blogtitel. Marcus Annaeus Lucanus beschreef in de Pharsalia de strijd tussen Caesar en Pompeius en hij zingt daarbij de lof van Cato, die hij beweert te citeren. In elk geval niet te parafraseren.

Aan Forrester zijn uitgever (die na een eerste mail nog had willen tegenpruttelen) schreef ik dus: In the Pharsalia you will find: victrix causa diis placuit, sed victa Catoni. The winning cause did please the gods, but the lost one pleased Cato.
As you will agree this strongly differs from the title of my blog. What’s more: our man did not even bother to change the word order I had chosen, although Latin allows for almost any such order. So even based on word order alone he had 24 possibilities.
No, he did not make up that sentence himself, and he should have mentioned that... And, his footnote is totally wrong: Lucanus never used this phrase, nor did he 'adapt' a remark by Cato. I did.
Helaas kreeg ik daar geen antwoord meer op.

Het enige wat ik kan besluiten, is dat deze advocaat, gespecialiseerd in intellectual propertyenerzijds aan Lucanus zaken toeschrijft die de dichter niet geschreven heeft, wat belachelijk is, en anderzijds schaamteloos een titel neemt van een blog, zonder bronvermelding.
Maar goed, victa placet mihi causa is dus, twee millennia na Lucanus, geaccepteerd Latijn en zelfs een staande uitdrukking geworden, een adagium dat geen bronvermelding meer nodig heeft.
Dat vind ik een hele eer.

1 opmerking:

Marjorie Hoefmans zei

Er zijn in mijn ervaring veel tafelspringers die links en rechts wat Latijn rondstrooien om zich interessant te maken, in de mening dat hun leesvee toch niet doorheeft waar ze het over hebben. Maar dit geval is echt wel bijzonder en je tekstspeurwerk legt het bloot, tot plezier van deze lezer. Je zou toch verwachten dat iemand bij de formulering 'freely adapted' wat voorzichtigheid aan de dag zou leggen. Dus nee, aan deze advocaat zou ook ik geen zaak durven toevertrouwen.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html