19 januari 2016

Een kleine verspreking met grote gevolgen


Wordt hier een journalistieke bloem in de knop gebroken?
Ik heb wat compassie met Claudia.

Jaren geleden kocht ik een boek – om precies te zijn de zevende mei van 2001, want dat is de datum die ik op de laatste pagina schreef – een boek dat ik toen heel interessant vond: Die Macht der Zensur – Heinrich Heine auf dem Index, van Hubert Wolf en Wolfgang Schopf (Patmos, Düsseldorf 1998). Een bevriende journalist vroeg mij toen wat voor interessants er in mijn boek wel stond, en ik verklaarde hem dat het een zeer actueel thema behandelde. Hij vond dat ik doordraafde. Vandaag, vijftien jaar later, denk ik dat vele mensen instemmend zouden knikken.

Alleen, wat is censuur? Is er een formeel instituut voor nodig, zoals de Heilige Congregatie van de Index van 1571? Of heb je er, zoals ten tijde van Heine en Poesjkin, een Metternich voor nodig, of een tsaar? En moet die censuur dan openlijk te werk gaan, met een eigen ambtenarenapparaat? Alvast Metternich vond van niet. Onzichtbare censuur werkte volgens hem beter. Een censorenkorps was weliswaar nodig, maar: sogar seine Existenz sollte aus Effektivitätsgründen völlig verborgen bleiben (p. 44).

Dat verborgen blijven lukt niet meer in deze tijd van bloggers en twitteraars en facebookers, maar nu staat er gelukkig een veel beter mechanisme ter beschikking. Een jaar of tien geleden meen ik, legde Élisabeth Lévy – toen nog journaliste voor France Culture – de werking ervan uit: «Pas besoin d’aucune censure formelle: il suffit que tout le monde pense la même chose au même moment.» Er is geen nood aan een formele censuur: het volstaat dat iedereen hetzelfde denkt op hetzelfde moment. Ideaal is inderdaad als journalisten gewoon uit zichzelf weten wat ze horen te zeggen en te zwijgen. En dat gaat zelden mis, volgens het lees- kijk- en luisterpubliek, tenminste als we de schrikbarende cijfers zien over het publieke vertrouwen in journalistieke mededelingen en beweringen.

Maar soms gaat het toch mis. Voor een Nederlandse regionale zender verklaarde de Duitse Claudia Zimmermann, die als vrije correspondente voor de WDR werkt – en nu wellicht werkte – dat haar ‘vanzelfsprekend opgedragen werd pro-regering te berichten’.

Die naïeve uitlating viel niet goed bij Gabi Ludwig, chefredactrice bij de nationale WDR-televisie, en Zimmermann haastte zich met deze verklaring: „Ich habe an dieser Stelle Unsinn geredet. Unter dem Druck der Live-Situation in der Talkrunde habe ich totalen Quatsch verzapft. Mir ist das ungeheurer peinlich. Denn ich bin niemals als freie Journalistin aufgefordert worden, tendenziös zu berichten oder einen Bericht in eine bestimmte Richtung zuzuspitzen.“ Ik heb daar onzin verteld. Onder druk van de live-omstandigheden bij de vragenronde, heb ik volslagen quatsch uitgekraamd. Voor mij is dat bijzonder pijnlijk, want als vrije journaliste is mij nooit opgedragen om tendentieus te berichten, of om een bericht in een bepaalde richting aan te spitsen.

De vraag is nu of het Duitse publiek haar tweede verklaring beter zal vinden dan de eerste.
__________________

De uitzending kunt u hier zien, en het fragment dat ik aanhaalde begint na negentien minuten.

P.S. Op Facebook kreeg ik meteen een repliek van een journalist:



Geen opmerkingen:

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html