25 mei 2017

Uit "Causeur": Ik heb me in Macron vergist


Niet dat ik alles geloof wat de auteur hier schrijft, maar hij is wel grappig, en dat op zich is al een verademing voor een arme Vlaming:


Ik heb me in Emmanuel Macron vergist
Pragmatisme komt bij hem vóór ideologie
Alain Nueilromancier

Erkennen dat men zich heeft vergist is helemaal geen schande. Integendeel, het is een bewijs van morele en intellectuele waardigheid. Waarom zijn voorbeelden van dergelijke bekentenissen dan zo schaars? Waarom kwam er nooit een schuldbekentenis van Lionel Jospin en van alle weldenkende papagaaien die jarenlang kletspraat hebben verkocht over moslims die even makkelijk in Frankrijk zouden integreren als de Polen-Italianen-Portugezen-Spanjaarden? Als ik mijn geheugen doorzoek, vind ik hoogstens enkele nogal zwakke voorbeelden.
“We hebben een heilige verbrand!” zouden de Engelse soldaten hebben uitgeroepen toen ze Jeanne d’Arc in rook zagen opgaan. Dat waren soldaten, geen rechters of aanvoerders. De katholieke kerk heeft Galileo gerehabiliteerd, en vergiffenis gevraagd omdat zij de joden godsmoordenaars noemde. Dat was eeuwen later. Lodewijk XIV heeft aan zijn achterkleinzoon, de latere Lodewijk XV bekend dat hij te krijgszuchtig was geweest, wat ons een welvarende en vredevolle achttiende eeuw heeft opgeleverd. Hier ging het om een stervende koning die zich voorbereidde op een paar kwade momenten voor het goddelijk tribunaal, en die oefende in het biechtspreken.
Zodra men een zeker gezag bezit, of dat nu intellectueel, moreel of politiek is, wordt het moeilijk om een beoordelingsfout te bekennen, ja zelfs onmogelijk. Het publiek zal dan zeggen: aangezien Lionel Jospin zich wat betreft de moslimimmigratie zwaar heeft vergist, kan hij zich in elk oordeel of elke politieke beslissing vergissen. Laten we nooit nog voor hem stemmen. Je fout bekennen is mooi, maar gaat ten koste van je geloofwaardigheid. Ik bezit geen gezag van welke aard ook, en kan dus met een gerust hart zeggen: ik heb me vergist in Emmanuel Macron.

Het is helemaal geen schande te erkennen dat er een uitzonderlijk man is opgestaan
Hij besefte zeer goed dat de kwaliteiten die men moet gebruiken om als president van de Republiek verkozen te worden, niet die zijn die men moet tentoonspreiden eens men aan de macht is. Ik heb de spot gedreven met de tv-predikant Macron, en met zijn befaamde “hartstochtelijk houd ik van jullie”, en ik had ongelijk. Er was nood aan vereenzelviging en affectie bij een volk dat gebroken was door massale werkloosheid (een angst die openlijk uitgeschreeuwd werd), en tegelijk door het almaar duidelijkere vooruitzicht op zijn etnische vervanging (een verzwegen angst, verdrongen, en des te wreedaardiger omdat er een verbod rust op het uitspreken ervan). Dat “noch links noch rechts” stemde me sceptisch. Links en rechts is een politiek feit, even onveranderlijk als koud en warm op een thermometer, en bij om het even welk onderwerp speelt het. Overbevolking van de gevangenissen: rechts beveelt de bouw van nieuwe strafinrichtingen aan, links verkiest de gevangenen los te laten, met rond de pols mooie armbandjes die men eventueel door Rolex kon laten ontwerpen.
Ik had ongelijk: die tegenstelling naar het achterplan verwijzen is een uitstekend idee. Ik heb een hekel aan de journalistieke aanduiding “het volk van links”, met als tegenhanger domweg “het volk van rechts”. Dat soort uitdrukkingen moest strafbaar zijn want volgens de Grondwet is er enkel het Franse volk. De aanhangers van Marine Le Pen herhaalden dat rechts zonder enig succes was uitgeprobeerd, dat links geprobeerd was met een nog bedroevender resultaat, en dat er bijgevolg niets anders opzat dan Front National te proberen. De slimme zet van Macron bestond erin om “noch links, noch rechts” te vervangen door “zowel links als rechts”, wat goed tot uiting komt in de samenstelling van de nieuwe regering.
Erkennen dat er een uitzonderlijk man is opgestaan is helemaal geen schande. Maar wat is het pijnlijk, pijnlijker nog dan erkennen dat men zich vergist heeft…
Ook hiervan zijn er weinig voorbeelden te vinden. Antonius die beseft dat Octavianus sterker is dan hij, en zich in de Egyptische woestijn door een soldaat laat doodsteken, Salieri die inziet dat Mozart een muzikaal genie is van een heel ander formaat dan hijzelf, en daarom diens succes bevordert, in weerwil van de legende die Poesjkin verspreidde. Talleyrand die de grootte van Bonaparte beseft en zich bij hem aansluit.
Snel aansluiting zoeken bij succes is niet noodzakelijk opportunistisch, hier speelt ook helderheid van geest. De Franse mentaliteit is gewoonlijk bijtend en spottend, en het valt haar moeilijk om de superioriteit van mensen te erkennen. De Franse humoristen krijgen het nog moeilijk als ze willen spotten met Emmanuel Macron: hij is knap, hij is intelligent, hij is energiek. Gelukkig blijft er nog Brigitte, anders kwamen ze binnenkort om van de honger. En wat meer is, Macron heeft het geluk dat hij een buitengewone, een exceptionele mentor heeft gehad: François Hollande. Bij wat voor kwestie ook, volstaat het om net het omgekeerde te doen van wat de ex-president deed, om de goede beslissing te nemen.
De ministers van de ene putten zich uit in kletspraatjes over de jongste ministerraad, de ministers van de andere zwijgen. Als ik eens wil lachen dan haal ik me de hoogst vermakelijke zin voor de geest die bij Davet en Lhomme te vinden is: «Emmanuel Macron, c’est moi». De gebochelde boze heks uit de Schone Slaapster [Charles Perrault] kijkt in de spiegel, en ziet er de Joconda.

Hij leert snel
Maar het wordt nog interessanter: de vogel Macron, met zijn schitterende verentooi [La Fontaine: voor declamatie van deze fabel moet u hier zijn] kondigt het einde van de politieke correctheid aan, even stellig als de duif met het olijftakje in haar bek het einde van de Zondvloed aankondigde. [Genesis 8:11 En de duif kwam tot hem tegen den avondtijd; en ziet, een afgebroken olijfblad was in haar bek; zo merkte Noach, dat de wateren van boven de aarde gelicht waren.]
Pragmatisme is de zekerste moordenaar van de ideologie. De ideologie beveelt ons migranten op te vangen en ze over heel Frankrijk te verspreiden zodat ook de meest afgelegen dorpjes eindelijk de geneugten van de multicultuur kunnen smaken. Pragmatisme vertelt ons dat dit heel duur betaald zal worden, en voor spanningen zal zorgen in de laatste nog resterende inheemse buurten. Pragmatischer is het om de boten in de zee-engte van Sicilië tegen te houden, en ze goed en wel naar een haven in Libië terug te brengen, zoals de Australiërs dat doen met de migranten die van Indonesië komen.
Het eerste werk van de regering Philippe zal zijn om de zeer lelijke ballonnen af te laten die de CGT in al haar betogingen meedraagt, die grote opblaasbare ballonnen die het hinderlijke immobilisme aanschouwelijk maken waar deze organisatie voor staat, toegewijd als zij is aan de voortzetting van de massawerkloosheid.
Maar vroeg of laat zal zich de kwestie van de identiteit stellen aan de briljante ploeg van president Macron. Dan zal het pragmatisme onze nieuwe dirigenten woorden influisteren die door de ideologie totaal verboden waren, woorden waar een vloek op rustte toen links, of een verdwaasd rechts aan de macht was, geheime taboewoorden zoals “gedaan met de familiehereniging”, of “gedaan met staatsburgerschap op grond van het geboorteland” (het zou van veel pragmatisme getuigen om dat eerst in Mayotte en Guyana te doen, de juristen vinden wel een middel), of zelfs, wie weet “voorlopige opschorting van de Schengenakkoorden”, die verschrikkelijke woorden die men enkel in de intimiteit van de slaapkamer durft te fluisteren.
Bij de hevigste critici van Emmanuel Macron zitten er mannen waar ik bewondering voor heb, zoals Ivan Rioufol of Alain Finkielkraut. Maar ik meen dat zij zich vergissen als zij denken dat een staatsman vastzit aan de stellingen die een kleine sluwe arrivist verdedigde om verkozen te raken. De Franse kolonisatie was een “misdaad tegen de mensheid” naar het schijnt, maar de afstammelingen van de slachtoffers die naar Frankrijk zijn gekomen, zijn in de nieuwe regering nauwelijks vertegenwoordigd.
De kleine Emmanuel is snel van begrip mag je zeggen, en hij zal het nog ver brengen als hem onderweg niets kwalijks overkomt [voor het mooie Franse gezegde “si les petits cochons ne le mangent pas” vind ik niet meteen een equivalent]. De avond van 7 mei, op het binnenplein van het Louvre heeft hij de Marseillaise gezongen met de rechterhand op het hart, en toen heeft een welwillende vriend hem nog moeten influisteren dat dit een puur Amerikaanse geste was, en die vergissing heeft hij sindsdien nooit meer gemaakt.
Het doek valt over de tragikomedie van deze presidentsverkiezing van 2017, die ons door het hele gamma van sterke emoties heeft gejaagd. Laten we zonder wrevel of rancune een applaus geven aan de jeune premier: hij heeft het er goed afgebracht.

12 mei 2017

Gisteravond in de salons De Boeck


Voorstelling van het boek Franse Revolutie en Engelse Traditie, een bloemlezing uit Edmund Burkes "Reflections on the Revolution in France", van een inleiding voorzien door Theodore Dalrymple. Ik mocht even toelichten:

Antwerpen, 11 mei 2017
Goede avond dames en heren, en welkom.
Karl Drabbe heeft duidelijk geen winterslaap gedaan want met zijn uitgeverij Doorbraak brengt hij in snel tempo het ene interessante werk na het andere uit. En hij vroeg mij, als vertaler van zijn jongste boek, om bij wijze van inleiding hier even de auteur ervan te situeren. Dat probeer ik kort te doen:
Giacomo Casanova werd geboren in 1725 en stierf in 1798. Hij besloeg dus een flink stuk van de achttiende eeuw, en dat was zoals we weten de tijd van de grote namen van de Verlichting. Welnu Edmund Burke leefde van 1729 tot 1792 en was dus een bijna exacte tijdgenoot. Een Dubliner die na zijn rechtenstudies naar Londen was getrokken. In 1789, op het moment dat de Bastille werd bestormd, was hij dus al zestig en had hij er een lange carrière opzitten. Eerst als politiek raadgever van de markies van Rockingham – wij zouden nu zeggen dat hij de speechschrijver, of woordvoerder van de eerste minister was.
Hij werd ook parlementslid, en nochtans was een politieke rol niet zijn oorspronkelijke bedoeling, want hij was naar Londen gekomen om zijn geluk te beproeven als schrijver en essayist, niet eens als jurist.
En dat lukte hem bijzonder goed want nog voor zijn dertigste verwierf hij grote faam met A philosophical Enquiry into the Origin of our Ideas on the Sublime and the Beautiful. Mooi en subliem, je hoort al dat dit essay niet over politiek gaat.
In de besloten Literary Club van Doctor Johnson, de beroemde auteur en lexicograaf, werd hij met open armen ontvangen. Dat was een heel select gezelschap – van literatoren uiteraard, zoals bijvoorbeeld Oliver Goldsmith (nog bekend van The Vicar of Wakefield), maar er waren ook schilders als Joshua Reynolds, de Corsicaanse generaal Paoli, een Shakespeare-acteur enzovoort.
Mannen allemaal, dat spreekt, geen vrouwen: we zijn in Londen, niet in Parijs.
Burke was aangenaam gezelschap, en zijn conversatie vaak grappig. En hij wist ook zijn tegenstanders te waarderen. De schrijfstijl van Voltaire bijvoorbeeld, die in zowat elk opzicht zijn tegenbeeld was, die stijl beoordeelde hij gunstig: ‘Niemand heeft ooit blasfemie en obsceniteit zo mooi samengebracht.’ En Johnson zelf, zo lezen we bij diens biograaf Boswell, zei over Burke dat – als iemand samen met hem nog maar vijf minuten onder een afdakje voor de regen zou staan schuilen, hij al overtuigd zou zijn dat hij nooit in zijn leven een interessantere man had ontmoet. Dr. Johnson stond er niet om bekend dat hij veel complimenten uitdeelde, maar van Burke zei hij nog dat die de enige man was waarbij hij in discussies altijd op de tippen van zijn tenen moest staan.
Politiek was Burke een Whig, een liberaal, en in het Parlement noemden vriend hem vijand hem de beste spreker. Hij verdedigde daar de Amerikaanse kolonisten, hij vond de Indië-politiek van de regering onmenselijk, hij kantte zich tegen de slavernij enzovoort. Allemaal standpunten die tegenwoordig niet meteen voor conservatief doorgaan. Wel was hij overtuigd dat er een erfelijke monarchie moest blijven bestaan. Van een goddelijk recht op de troon wilde hij nochtans niet horen, en evenmin van goddelijk of kerkelijk rechtsgezag. Zowel monarchie als wet en kerk waren namelijk menselijke instellingen.
Zijn beroemdste boek vandaag is natuurlijk Reflections on the Revolution in France, en daarin zegt hij dat de Franse monarchie en de adel zich te buiten gingen aan excessen. Er kunnen omstandigheden zijn die ‘een gematigde weerstand, laten we zeggen een civiele of wettelijke weerstand rechtvaardigen’. Hervormingen waren nodig in Frankrijk, maar die hervormingen moesten geleidelijk tot stand komen. Zijn grondhouding definieert hijzelf als ‘anti-jacobinisme’. In Europa en Amerika waren vele intellectuele grootheden enthousiast over de revolutie, Franklin, Jefferson, Goethe, Schiller, Kant. Al bekoelde hun geestdrift snel. In Engeland waren de dichters Coleridge en Wordsworth de revolutie aanvankelijk ook genegen, evenals zijn partijgenoot Charles James Fox, eerste minister – er bestond bij de Whigs blijkbaar een tendensrecht.
Niet zo Burke dus, die zoals gezegd de weg der geleidelijkheid verkoos boven revolutie, en die de gruwelen voorzag die nog zouden volgen, evenals trouwens de militaire dictatuur. Hij geloofde dat een revolutie in een uur meer kon afbreken, dan wat in een eeuw was opgebouwd.
Burke heeft grote invloed uitgeoefend op latere denkers. De belangrijkste onder hen is wel de diplomaat Joseph de Maistre, die een generatie na hem kwam en in Sint-Petersburg zijn standplaats had, als ambassadeur van het koninkrijk van Sardinië. Maistre noemde Burke «l’admirable Burke», en als die zegt dat er in het politiek bedrijf geen abstracte ‘metafysische’ regels kunnen gelden, maar dat de traditie haar rechten heeft, dan treedt Maistre hem volmondig bij. Traditie kan enkel gezag hebben als de pure rede haar limieten erkent, een gedachte die heel centraal staat ook bij Burke. Maistre schrijft dat hervormingen nooit mogen vertrekken vanuit ideale stelsels, «des théories idéales», maar moeten uitgaan van de verborgen, interne eigenschappen van een samenleving, zoals die in de loop der tijden zijn gegroeid, «par le bon sens antique et l’instinct machinal de chaque peuple». Ook dit kon uit de pen van Burke zijn gekomen. Al volgt Maistre Burke niet altijd: als katholiek veroordeelt hij bijvoorbeeld de Glorious Revolution die met haar protestantse vrijheid Engeland veel heeft gekost, en met name het ware geloof, «la foi, c’est-à-dire tout».
Nu wil ik tot slot nog iets zeggen over het vertalen zelf, maar dat kunt u ook in het boek lezen in mijn verantwoording daar. Ik citeer even William Hazlitt, een schitterende essayist en stilist die Burke bewonderde, al verwierp hij veel van zijn denkbeelden. In 1807, dus vijftien jaar na Burkes dood schreef die:
‘Hij is de meest poëtische van onze prozaschrijvers, en tegelijk ontaardt zijn proza nooit in de pure verwijfdheid van poëzie. Altijd is het zijn betrachting te overweldigen, eerder dan te behagen, en bijgevolg offert hij schoonheid en verfijning op aan kracht en bezieling. Altijd staat hem een taak voor ogen, een precies plan dat hij wil uitvoeren, een effect dat hij wil bereiken. Zijn enige bedoeling is het dus om hard te slaan, en op de juiste plek. Als de slag zijn doel mist, slaat hij opnieuw. En het maakt hem niet uit hoe onelegant zijn acties zijn, of hoe stuntelig zijn techniek, als de tegenstander maar neergaat.’
Dat maakt de vertaling niet makkelijker natuurlijk, want die stijl moet naar best vermogen bewaard blijven. En de betekenis van woorden verschuift, zodat het uitkijken is voor false friends.
Als Burke zijn tegenstanders ‘subtle’ noemt, dan bedoelt hij ‘giftig’, niet ons ‘subtiel’. ‘Green’ moet soms begrepen worden als ‘ziekelijk’, niet bijvoorbeeld als ‘groen, onervaren’. Ook een begrip als ‘metaphysic’ laat zich bij hem vaak niet letterlijk nemen. ‘Fond’ is niet ‘verzot op, verliefd’, maar ‘blind’, zoals in blind vertrouwen, ‘fond trust’‘Affection’ is een attribuut, een eigenschap, niet ons ‘affect’. Er zijn talloze voorbeelden. Burke gebruikt ook graag nieuwe wetenschappelijke termen, uit de natuurkunde of scheikunde, en ook die termen en wendingen moeten in de context van zijn tijd begrepen worden. Een microscoop heette toen nog a philosophical instrument.
Tot slot nog een woord van een schitterende editor, wijlen Frank Turner van Yale University. Die maakte in de inleiding bij zijn uitgave van de Reflections een mooie opmerking: ‘Het is omdat Burke zo sterk een man van de Verlichting was, dat hij zo hartsgrondig en passioneel een veroordeling kon uitspreken over de vervorming ervan tot het koppige utopisme van de revolutionaire tijd. In zovele passages van de Reflections is de lezer getuige van een minnetwist.’
Ik mag u hierbij danken en ruim graag de plaats voor Karl, die de volgende spreker zal voorstellen.

Marc Vanfraechem

6 mei 2017

De journalistieke noodgreep "fake news" is futiel


Escalus
Mon ami, vous m’avez l’air d’être un peu misanthrope et envieux?
(Goede vriend, u bent lijkt me wat misantroop en afgunstig?)
Mercutio
J’ai vu de trop bonne heure la beauté parfaite.
(Al te vroeg heb ik de volmaakte schoonheid gezien.)
Shakespeare

Dit is het motto dat Stendhal meegaf aan zijn «Promenades dans Rome» (Gallimard, 1973, Folio Classique. Ingeleid door Michel Crouzet, en bezorgd en geannoteerd door Victor Del Litto).

Nu is Del Litto een van de grote stendhaliens, een monument op zich mag je zeggen, en hij geeft hierbij een noot (p. 648): “Tevergeefs heeft men in de werken van Shakespeare naar dit citaat gezocht. Het is van Stendhals eigen hand.”

En natuurlijk heeft Vittorio Del Litto gelijk, dat kunnen wij leken niet eens nagaan, maar dat doet er niets aan af: het blijft een geweldige uitspraak van Shakespeare, door Stendhal aanbeden.

3 mei 2017

Woorden veranderen snel van betekenis


De term “jongeren” is al vele jaren iets anders gaan betekenen dan wat je intuïtief, of naïefweg zou verstaan. De betekenisverschuiving is er gekomen door het scheve en hypocriete journalistieke gebruik van die term.
Nu zijn betekenisverschuivingen van alle tijden, alleen ging het hier wel erg snel. Hetzelfde met een woord als “vriend” bijvoorbeeld. Wie dat tegenwoordig gebruikt, moet goed uitkijken want zonder contextuele, of liefst zelfs expliciete verduidelijking zal de toehoorder “homoseksuele partner” verstaan. Om onduidelijkheid te vermijden zouden we voor gewone vrienden dus een ander woord moeten verzinnen.

Met die “jongeren” is dat ook het geval, want wie nu in het radionieuws die omschrijving hoort, begrijpt onmiddellijk en ondubbelzinnig dat er jonge moslims bedoeld worden die in groepsverband enig crimineel gedrag hebben vertoond. Soms kunnen die jongeren wel dertig jaar oud zijn, want journalistiek gesproken bezitten zij het geheim van de eeuwige jeugd.

Wanneer die substantivering van het bijvoeglijk naamwoord “jong” is doorgebroken weet ik niet te vinden in bijvoorbeeld van Dale. In het Frans is dat al een tijd geleden gebeurd, en wel door toedoen van de beruchte rassentheoreticus Arthur de Gobineau. Dat lees ik toch bij Charles Dantzig (Dictionnaire égoïste de la littérature française – Grasset 2005, p. 409): Dans ‘La Chasse au caribou’ il substantive l’adjectif ‘jeune’ («Une demi-douzaine de jeunes l’entoura»), son premier emploi dans ce sens peut-être.
Nu wordt dat laatste tegengesproken door Le Robert, want die geeft: "Pour le jeune ou pour le barbon, À tout âge l'amour est bon", een vers van Molière, en dus een stuk ouder dan La Chasse au caribou dat in 1872 verscheen. Ik vraag mij af of onze jongeren even oud zijn.

26 april 2017

Macron wast witter


Mooi interview gisteren met de filosoof Michel Onfray, in "On va plus loin" van RTL. Hieronder de laatste minuut:

Michel Onfray:…op een bepaald moment kom je ertoe te zeggen: “Wel, tenslotte schiet enkel die nog over.” Waar lijkt dat nog op, heel die ommezwaai die mensen vandaag maken en zeggen: “Maar nee, wij stemmen niet voor Macron, wij zullen tegen Marine Le Pen stemmen!” Ja, maar als puntje bij paaltje komt zijn zij toch verplicht hun stem te geven aan iemand die gekozen is door zijn adviesbureaus, waar men redeneert: “Er zijn eenmaal segmenten, en die moeten opgevrijd worden.” En dus zegt men op een dag: “Een Franse cultuur, dat bestaat niet”. Een andere keer gaat men naar Algerije en spreekt er over genocide. Nog weer een keer looft men het achtereind van het paard van Jeanne d’Arc…
Sonia Mabrouk: Contradicties bij politiek verantwoordelijken zijn geen nieuwigheid.
Michel Onfray: Nee, nee, maar keer op keer heb je dan een sector, een segment van de maatschappij binnengehaald, en als je aardig bent geweest voor Jeanne d’Arc, en als je aardig bent geweest voor generaal de Gaulle, en aardig voor François Mitterrand, en als je, in Algerije bijvoorbeeld aardig bent geweest voor het FLN, en als je gezegd hebt dat er geen Franse cultuur bestaat, en zo de onderontwikkelden hebt weten te verleiden – toch een pak mensen – wel, dan komt er een moment waarop iedereen enkel nog dat hoort wat hem persoonlijk heeft aangesproken, en besluit: “Kijk dát, dat zie ik wel zitten! en het personage zelf… laten we de rest terzijde, ik stem voor hem.” En ziedaar waarom er mensen zijn zoals Robert Hue [nationaal secretaris van de Communistische Partij (1994-2001) als opvolger van secretarisgeneraal Georges Marchais], die dit individu steunen, dat ook steun krijgt van Alain Madelin [liberaal, drie keer minister]. Het is toch een krachttoer om een communicatiecampagne te laten lukken die maakt dat je op een dag, en als het ware toevallig dát toestel wilt kopen, die telefoon, die auto, weet ik veel. Op zekere dag is alles volgens de logica van de reclamewereld in gereedheid gebracht zodat op het moment dat je waspoeder nodig hebt, je het poeder Macron zult kopen.



Michel Onfray: …puis à un moment donné, vous finissez par dire : eh bien, finalement il ne reste plus que celui-là. Regardez à quoi ça ressemble aujourd’hui toute la palinodie de gens qui disent : «Mais non on ne va pas voter pour Macron, on va voter contre Marine Le Pen !» Oui, mais en gros ils sont bien obligés de voter pour celui qui a été choisi par ses cabinets de consultation, où on se dit : «Voilà il y a des segments, il va falloir draguer ceux-là.» Alors là un jour on dit : il n’y pas de culture française. Des fois on va en Algérie, et on va parler du génocide, une autre fois on flatter la croupe du cheval de Jeanne d’Arc…
Sonia Mabrouk: Les contradictions des responsables politiques, c’est pas nouveau.
Michel Onfray: Non, non mais à chaque fois vous avez emmagasiné …un secteur, un segment de la société, et quand vous avez dit du bien de Jeanne d’Arc, quand vous avez dit du bien du général de Gaulle, quand vous avez dit du bien de François Mitterrand, quand vous avez dit du bien des, des... du FLN par exemple en Algérie, quand vous avez dit qu’il n’y avait pas de culture française, et que vous avez séduit tous les incultes – ça fait du monde – et bien, il y a un moment donné où chacun n’entend que ce qui lui a été dit personnellement, et dit : «Mais ça, ça me va! et ce personnage… on va laisser de côté le reste, finalement je vais voter pour lui.» Voilà pourquoi on a des gens comme Robert Hue qui soutiennent cet individu, qui est aussi soutenu par Alain Madelin, donc c’est quand même un coup de force de réussir un programme de com, ce qui fait qu’un jour, comme par hasard, vous allez acheter cet instrument, ce téléphone, cette voiture, je ne sais quoi. Un jour tout est fait dans la logique publicitaire, pour que le jour où vous ayez besoin d’une lessive, vous achetez la lessive Macron.

25 april 2017

In de zoete schaduw van miljonairs


Nu zowel socialisten en groenen als liberalen en christelijken enthousiast zijn over Macron (ik hoorde hen online bezig) en zich wel voelen in de schaduw van Rothschild, is het misschien een goed moment om Heinrich Heine nog eens aan te halen.
In Die Bäder von Lucca [1829, Kapitel VIII] had de dichter een gesprekje met een barbier, die hem vertelde dat hij ooit nog de eer had gehad om de eksterogen van de bankier Rothschild te mogen wegsnijden: Und so wahr wie mir Gott alles Guts geben soll, Herr Doktor, ich saß neben Salomon Rothschild, und er behandelte mich ganz wie seinesgleichen, ganz famillionär.
Salomon Mayer, Freiherr von Rothschild (1774-1855) was de chef van het Weense bankfiliaal; hij leefde afwisselend in Wenen, Frankfort en Parijs. In Parijs nodigde hij Heine vaak uit op diners bij hem thuis, ook al dreef de dichter dan vaak de spot met hem. Hemzelf kon dat niet deren, hij had wel gevoel voor humor, en de andere gasten vergaven het hem niet als hij Heine niét uitnodigde. Overigens was diens oom, Salomon Heine ook bankier (in Hamburg), en na Rothschild de rijkste man van Duitsland.

Heine weet nog wel meer dat de Vlaamse supporters van Macron zal plezieren:
Herr von Rothschild ist in der Tat der beste politische Thermometer; ich will nicht sagen Wetterfrosch, weil das Wort nicht hinlänglich respektvoll klänge. Und man muß doch Respekt vor diesem Manne haben, sei es auch nur wegen des Respektes, den er den meisten Leuten einflößt. Ich besuche ihn am liebsten in den Bureaux seines Comptoirs, wo ich als Philosoph beobachten kann, wie sich das Volk, und nicht bloß das Volk Gottes, sondern auch alle andern Völker, vor ihm beugen und bücken. Das ist ein Krümmen und Winden des Rückgrats, wie es selbst dem besten Akrobaten schwerfiele. Ich sah Leute, die, wenn sie dem großen Baron nahten, zusammenzuckten, als berührten sie eine voltaische Säule. Schon vor der Tür seines Kabinetts ergreift viele ein Schauer der Ehrfurcht, wie ihn einst Moses auf dem Horeb empfunden, als er merkte, daß er auf dem heiligen Boden stand. […]
Das Comptoir des Herrn von Rothschild ist sehr weitläufig, ein Labyrinth von Sälen, eine Kaserne des Reichtums; das Zimmer, wo der Baron von Morgen bis Abend arbeitet – er hat ja nichts andres zu tun als zu arbeiten –, ist jüngst sehr verschönert worden. Auf dem Kamin steht jetzt die Marmorbüste des Kaisers Franz von Österreich, mit welchem das Haus Rothschild die meisten Geschäfte gemacht hat. Der Herr Baron will überhaupt aus Pietät die Büsten von allen europäischen Fürsten anfertigen lassen, die durch sein Haus ihre Anleihen gemacht, und diese Sammlung von Marmorbüsten wird eine Walhalla bilden, die weit großartiger sein dürfte als die Regensburger.
Lutetia. Berichte über Politik, Kunst und Volksleben [1853]



En ook uit het volgende kan een jonge snaak als Calvo, maar niet minder zijn wat oudere collega's lering trekken:
Aber – um Frankfurtisch zu sprechen – stehen die Rothschilde und die Bethmänner* nicht längst al pari? Der Kaufmann hat in der ganzen Welt dieselbe Religion. Sein Comptoir ist seine Kirche, sein Schreibpult ist sein Betstuhl, sein Memorial ist seine Bibel, sein Waarenlager ist sein Allerheiligstes, die Börsenglocke ist seine Betglocke, sein Gold ist sein Gott, der Kredit ist sein Glauben.
Briefe aus Berlin. [1822, Lesarten]



__________


* Bethmann Bank AG, gesticht in 1748 door Johann Bethmann. Vandaag deel van ABN AMRO Bank.

24 april 2017

Kiezers zijn volwassenen


Op Facebook las ik over Mélenchon: “Een verzuurd kereltje die voor niemand een goed woord over had, alleen nog zei dat de strijd verder ging.” Blijkbaar vindt deze schrijver dat Jean-Luc Mélenchon had moeten oproepen om Macron te stemmen, zoals iedereen dat intussen heeft gedaan, Fillon op kop.
Daar ben ik het niet mee eens, en daarom geef ik hier wat Mélenchon gisteravond zei. Verzuurd klonk dat niet, wel democratisch:

Hoe het ook afloopt, en wie het ook worden, als de officiële resultaten bekend zullen zijn, zullen wij die respecteren. Meer zeggen of doen kan ik op dit moment niet. Elk van u weet in geweten wat zijn plicht is. Daar schik ik me dus naar. Van de 450.000 mensen die besloten hebben om mijn kandidatuur voor te dragen, heb ik geen enkel mandaat gekregen om mij in hun plaats uit te spreken over het vervolg. Zij worden bijgevolg opgeroepen om zich uit te spreken op ons platform, en het resultaat van hun uitspraak zal publiek te zien zijn.



Quoi qu’il en soit, et quels qu’ils soient, lorsque les résultats officiels seront connus, nous les respecterons. Je ne saurais dire, ni faire davantage à cette heure. Chacun, chacune d’entre vous sait en conscience quel est son devoir. Dès lors je m’y range. Je n’ai reçu aucun mandat des 450.000 personnes qui ont décidé de présenter ma candidature, pour m’exprimer à leur place sur la suite. Elles seront donc appelées à se prononcer sur la plateforme, et le résultat de leur expression sera rendu public.

23 april 2017

Dawkins gelooft in helderziendheid en telepathie


Over Trump mag iedereen het zijne denken, en ik denk over hem het mijne. En mijn oordeel is ongunstig. Maar het is enkel een politiek oordeel, want ik ben geen psychiater en kan hem dus geen paranoid delusional narcissistic liar noemen zoals ik ergens las.

In de New York University, in hun School of Medicine loopt er een professor rond, zekere James Gilligan, die dat ingewikkelde ziektebeeld wél kent. Sterker, deze geleerde man kan ook vanaf geruime afstand zijn –wat hij noemt – diagnoses stellen.
Hoewel, zo sterk is dat nu ook weer niet: wij kennen hier evengoed televisiepsychiaters die deze kunst beheersen, en in Luik hebben ze zelfs psychiaters die dat jaren geleden met Bart De Wever al eens voordeden.

Onze Gilligan zal in een open afdeling van die psychiatrische kliniek verblijven, want overdag kan hij blijkbaar vrij naar congressen gaan enzovoort. Luisteren we even naar wat deze goede, zij het enigszins zelfingenomen man daar zoal vertelt:
“I’ve worked with some of the most dangerous people our society produces, directing mental health programmes in prisons, I’ve worked with murderers and rapists. I can recognise dangerousness from a mile away. You don’t have to be an expert on dangerousness or spend fifty years studying it like I have in order to know how dangerous this man is.”

Nu zou je denken, die man is oud, laten we zijn gevoelsopwellingen en diagnostische borduursels nemen voor wat ze zijn, maar zo denkt Richard Dawkins er blijkbaar niet over:


19 april 2017

Over het metriek stelsel


Les Soirées de Saint-Pétersbourg (1821, postuum gepubliceerd, onafgewerkt) van Joseph de Maistre vond ik geweldige lectuur. Prachtiger Frans bestaat er niet, en de gesprekken tussen le Comte, le Chevalier en le Sénateur – samen elf entretiens die beginnen bij een boottochtje op de Neva – zijn behalve scherpzinnig ook bijzonder grappig.
Vaak noemt men Edmund Burke (l’admirable Burke, zegt Maistre) als incarnatie van het conservatieve gedachtegoed, maar dan is Maistre zelf toch een beter voorbeeld.
Zowat elke nieuwigheid is voor hem nieuwlichterij, en om te beginnen is modieus taalgebruik uit den boze. Nieuwvormingen en geleerddoenerij op basis van halfbegrepen Griekse of Latijnse stammen kunnen niet door de beugel. Ons krukkige begrip islamofobie zou hij dus afgekeurd hebben, en er zijn wel meer voorbeelden. Het laat zich raden wat hij van het huidige managers- en reclametaaltje met dat halfbegrepen Engels had gevonden.
Maar om bij zijn tijd te blijven: waarom moesten duim, voet en el zo nodig vervangen worden door andere lengtematen? Kan dat soort nieuwigheden een lang leven beschoren zijn?

Il manque deux petites choses à la philosophie pour créer des mots: l'intelligence qui les invente, et la puissance qui les fait adopter. Voit-elle un objet nouveau? elle feuillette ses dictionnaires pour trouver un mot antique ou étranger; et presque toujours même elle y réussit mal. Le mot de montgolfière, par exemple, qui est national, est juste, au moins dans un sens; et je le préfère à celui d'aérostat, qui est le terme scientifique et qui ne dit rien: autant vaudrait appeler un navire hydrostat. Voyez cette foule de mots nouveaux empruntés du grec, depuis vingt ans, à mesure que le crime ou la folie en avaient besoin: presque tous sont pris ou formés à contre-sens. […] Vous me direz que ce mot fut inventé par des misérables dans un temps misérable; mais la nomenclature chimique, qui fut certainement l'ouvrage d'hommes très éclairés, débute cependant par un solécisme de basses classes, oxygène au lieu d'oxigone. J'ai d'ailleurs, quoique je ne sois pas chimiste, d'excellentes raisons de croire que tout ce dictionnaire sera effacé; mais, à ne l'envisager que sous le point de vue philosophique et grammatical, il serait peut-être ce qu'on peut imaginer de plus malheureux, si la nomenclature métrique n'était venue depuis disputer et remporter pour toujours le palme de la barbarie. L'oreille superbe du grand siècle l'aurait rejetée avec un frémissement douloureux. Alors le génie seul avait le droit de persuader l'oreille française, et Corneille lui-même s'en vit plus d'une fois repoussé; mais, de nos jours, elle se livra à tout le monde.

in: Joseph de Maistre, Œuvres. Texte établi, annoté et présenté par Pierre Glaudes
Paris, Éditions Robert Laffont, 2007 (Collection Bouquins, pp. 505-6)

14 april 2017

Lofzang op een uitgever


Mijn Franse lievelingsuitgeverij is Laffont, speciaal hun reeks Bouquins. Een aantal jaren terug vond ik bijvoorbeeld hun driedelige “Histoire de ma Vie” van Casanova een revelatie. Dundruk, vierduizend bladzijden samen, prachtige letter en bladspiegel, stevige en toch niet harde kaft, allemaal even perfect. En ze hebben alle klassieken, alfabetisch gesproken van Balzac tot Zola.* Ook hun annotaties zijn altijd bijzonder, en geven de recentste filologische inzichten en ontdekkingen. De paar lederen bandjes van Pléiade die ik bezit, kunnen ook wat dat laatste betreft niet tippen aan Laffont, als ik dat mag zeggen.

Voor de winter kocht ik hun “Joseph de Maistre, Œuvres”, met daarin natuurlijk Les Soirées de Saint-Pétersbourg, Considérations sur la France, Sur le protestantisme, Essai sur le principe générateur des constitutions politiques et des autres institutions humaines enzovoort, elk voorzien van een stevige introductie. Samen 1348 bladzijden – de laatste 500 bladzijden zijn noten, indexen, bibliografie, en zelfs een dictionnaire bij de wereld van Joseph de Maistre – het geheel verzorgd door Pierre Glaudes.
Bij zijn Introduction générale gaf de bezorger een voetnoot die nog in de winkel mijn oog trof (Limerick in Gent) en mij onmiddellijk beviel. Op pagina 7 lost Glaudes namelijk een vraag op die velen onder u zich al gesteld zullen hebben, en waar ikzelf jaren mee heb geworsteld: zeggen we nu Maistre of de Maistre? Wel, dat ligt eraan:



____
* Stendhal hebben ze niet, maar die is prachtig uitgegeven bij Gallimard (Folio Classique).

9 april 2017

Marine Le Pen past zich aan


Marine Le Pen sprak op haar Twitteraccount een boodschap in, die door geen enkele journalist, zelfs niet door de senior writers van onze kwaliteitskranten zal worden tegengesproken, alvast niet het slot ervan. Tenminste niet als zij kennis hebben genomen van die boodschap, en ze goed begrepen hebben.
Le Pen zegt dat in een lekenstaat de publieke ruimte niet in beslag mag worden genomen voor gebedsbijeenkomsten, en dat gemeentebesturen die toestaan dat straten afgesloten worden voor zulke dingen, dat enkel doen voor electoraal gewin, in ruil voor allochtone stemmen.
En ze besluit met een modieus zinnetje over slachtofferschap, maar dat moeten we wellicht onderbrengen bij de normale verkiezingspraat:

Ziedaar het Frankrijk van de heren Macron en Fillon. Ziedaar het resultaat van twee ambtstermijnen van laxisme, waarbij niets is ondernomen om het communautarisme te bevechten. Erger nog, dat communautarisme werd in stand gehouden, bijna bevorderd door de volslagen ubueske regeringspolitiek,* die werd overgenomen op lokaal vlak. Gebedsbijeenkomsten op straat, zoals die inmiddels elke week in Clichy, voorstad van Parijs doorgaan, zijn voor de bewoners natuurlijk choquant. [...]
Tot slot wil ik me rechtstreeks tot mijn moslimlandgenoten wenden. Om hen te zeggen dat ik aan de kant sta van de overgrote meerderheid onder hen die met respect voor de republikeinse regels hun geloof en hun religie op een volkomen vreedzame manier beleven, en die als eersten geschokt zijn door de ontsporingen die ik aan de kaak stel. Want zij zijn de eerste slachtoffers van het afschuwelijke beeld dat uitgedragen wordt door die ontsporing van de religie. Ik wil dat mijn landgenoten die de islam belijden, en de rest van de natie, gelovigen en ongelovigen, weten dat ik als staatshoofd een rigoureuze politiek zal volgen wat dit betreft. Diep geankerd in respect voor de regels van de lekenstaat, zodat wij allen samen, als Fransen verenigd, tegelijk de vrijheid van godsdienst kunnen vrijwaren, en de niet-inmenging van religies in de publieke ruimte.
_____
* teruggaand op het absurde toneelstuk Ubu Roi van Alfred Jarry (1873-1907); het adjectief werd geaccepteerd, zelfs in het gecultiveerde Nederlands: grotesk, absurd
Op te merken valt nog dat het Franse "communautarisme" weinig te maken heeft met bijvoorbeeld "gemeenschapszin", tenzij dan in de betekenis van ghettovorming.




Voilà la France des messieurs Macron et Fillon. Voilà le résultat de deux quinquennats de laxisme, où rien n’a été fait pour lutter contre le communautarisme. Pire, le communautarisme a été entretenu, presque encouragé par des politiques nationales, déclinés au niveau local, totalement ubuesques. Des prières de rue qui se déroulent désormais chaque semaine à Clichy, dans la banlieue parisienne, choquent évidemment les habitants.
o-o-o
Je veux enfin directement m’adresser à mes compatriotes musulmans. Pour leur dire que je suis du côté de l’immense majorité d’entre eux, qui vivent leur foi et leur religion de manière tout à fait paisible dans le respect des règles républicaines et qui sont les premiers à être choqués par les dérives que je dénonce. Car ce sont eux les premières victimes de l’image déplorable qui est véhiculé par ce dévoiement de la religion. Que mes compatriotes de confession musulmane, et le reste de la nation, croyants et non-croyants, sachent que je mènerai à la tête de l’état une politique rigoureuse sur ce sujet, profondément ancré dans le respect des règles de la laïcité, pour que nous puissions, tous ensemble, unis en tant que Français, à la fois protéger la liberté religieuse et la non-interférence des religions dans l’espace public.

27 maart 2017

Twee Franse schoolfrikken


Hoe pak je een geselecteerd, volgzaam en nogal dommig studiopubliek in (en de kijkers thuis natuurlijk), als je zelf een neerbuigende halve intellectueel bent en je de studiogast graag wil vernederen? Daar gaven Yann Moix en Christophe Ono-dit-Biot een schitterend voorbeeld van in de uitzending van Laurent Ruquier die Florian Philippot had uitgenodigd, de ondervoorzitter van het Front National.

Moix, het vaste panellid, vroeg hem bijvoorbeeld: Qui a succédé à Robespierre, monsieur Philippot? Wie heeft Robespierre opgevolgd? Een vraag die je kunt, of toch kon stellen aan een humanioraleerling maar die hier misplaatst was.
Moix werd als kind mishandeld – hij laat zich daar graag op voorstaan – en we mogen hem dus veel vergeven, maar beschaafd klonk zijn vraag niet. Philippot had gezegd dat hij een boek aan het lezen was over Pompeius, en dus over het eerste Romeinse triumviraat en wat daarop volgde. Dat ontgoochelde Moix misschien wat, en vandaar die onbeschoftheid want hij wilde graag aantonen dat Philippot misschien wel over Pompeius las, maar de Franse geschiedenis niet kent, terwijl het Front National zich daar vaak op beroept. Yann Moix was even belachelijk geweest als hij geroepen had: Zeg Philippot, wat is de vierkantswortel van zeven? …na dat eerst thuis te hebben nagekeken.
En dan kwam de romancier Christophe Ono-dit-Biot aan zet, die aanvoerde dat hij de Franse nationaliteit niet nodig had, en dat zijn eigen cultuur zoveel breder was dan dat afgebakende landje. Augustinus was een Algerijn, Apuleius ook, en Loukianos was een Turk vernamen we. Over Sinterklaas sprak hij niet, nochtans ook een Turk volgens zijn anachronistisch geschiedenisbeeld. Philippot wees hem erop dat hij blijkbaar een imperiaal ideaal koesterde, want naties bestonden toen nog niet.

Waar het deze twee populistische clowns om te doen was, mag duidelijk zijn: vergelijkingen maken die een suf publiek niet kan plaatsen, suggereren dat politieke tegenstanders geen cultuur bezitten, en vooral: doen alsof het bij de immigratiekwestie om andere dingen gaat dan de islam – het woord dat onder geen beding mag vallen, al hebben mohammedanen vanzelfsprekend geen idee wie hun mediterrane landgenoten Augustinus, Apuleius en Loukianos wel mogen geweest zijn. Dat hoort hen trouwens niet te interesseren want die landgenoten leefden in de jahiliyya, de tijd van de onwetendheid, vóór de profeet.
Enfin, u leest en luistert zelf maar, en oordeelt dan of u deze twee belachelijke figuren intellectuelen wil noemen.

Laurent Ruquier (France 2) : Yann Moix et Vanessa à nouveau, Yann?
Yann Moix : Bonsoir monsieur Philippot.
Florian Philippot : Bonsoir.
Moix : Au parlement européen le FN est allié à plusieurs partis hein, pour faire un groupe, notamment à un parti flamand qui s’appelle le Vlaams Belang…
Philippot : Oui.
Moix : …que vous connaissez. Or le Vlaams Belang a écrit « Rats français, roulez vos matelas, rats français cassez-vous». Je savais, on m’avait dit que le FN avait évolué, mis je ne savais pas que le FN était capable de s’allier à des partis racistes antifrançais.

Laurent Ruquier: Yann Moix en Vanessa zijn er weer, Yann?
Yann Moix: Goede avond mijnheer Philippot
Florian Philippot: Goede avond.
Moix: In het Europees parlement zit het Front National in een alliantie met meerdere partijen, nietwaar, om een groep te vormen, en meer bepaald met een Vlaamse partij die Vlaams Belang heet…
Philippot : Ja.
Moix: …en die u kent. Maar nu heeft het Vlaams Belang geschreven: “Franse ratten, rol uw matten, Franse ratten, trap het af.” [Moix vertaalt met “matrassen”, weet hij veel. Ook weet hij in zijn eenvoud niet dat het liedje uit de Napoleontische tijd stamt...] Ik wist – men had mij dat verteld – dat het FN geëvolueerd was maar wat ik niet wist, is dat het FN het bestaat om zich met racistische anti-Franse partijen te alliëren.
o-o-o-o-o
Christophe Ono-dit-Biot : Quand vous parlez de nation, de nation, de nation, de nation, des patriotes, et en fait, si on n’est pas chez vous on n’est pas patriote. Le monde, le monde grec, antique, romain, Sint Augustin…
Florian Philippot : Oui,
Christophe Ono-dit-Biot : … il était en Algérie. Apulée aussi, grand auteur, Lucien : c’est la Méditerranée…
Philippot : Moi je ne demande pas…
Ono-dit-Biot : …c’est que notre histoire elle vient aussi de Syrie, elle vient aussi de l’Algérie. Ce monde-là – vous allez vous replonger peut-être dans Pompée juste après – ce monde-là était beaucoup plus large.

Ono-dit-Biot : Als u spreekt over de natie, de natie, de natie, de natie, over patriotten, en tenslotte is iemand die niet bij jullie hoort geen patriot. De wereld, de antieke Griekse wereld, de Romeinse, Sint Augustinus…
Philippot : Ja.
Ono-dit-Biot : …die leefde in Algerije. Apuleius ook, grote auteur, Lukianos: dat is de Mediterrane wereld.
Philippot : Ik vraag toch niet…
Ono-dit-Biot : … onze geschiedenis komt ook van Syrië, zij komt ook van Algerije. Die wereld – en u zult zich hierna misschien opnieuw onderdompelen in Pompeius – die wereld was veel weidser.

Ik heb de fragmentjes in één audiobestand ondergebracht,
en ter afscheiding het kenwijsje van het programma tussengevoegd:



__________
* Lucianus of Loukianos van Samosata (Λουκιανὸς Σαμοσατεoς), de satiricus, werd geboren rond het jaar 125 en stierf na 180, wellicht in Athene. Hij schreef in het Grieks. Samosata behoorde tot het Romeinse Rijk, en ligt in het huidige Turkije. Het werd door de moslims veroverd rond 1149.
** Lucius Apuleius Madaurensis (c.124-c.170) was een tijdgenoot, een Berber die in het Latijn schreef. Madauros, M'Daourouch ligt in het huidige Algerije. Van zijn hand is de enige Latijnse roman, ‘Metamorfosen’, die wij in zijn geheel bezitten. Sint Augustinus verwees ernaar als de “Asinus aureus”, de Gouden Ezel. Het boek is onafgebroken vertaald, en is ook nu nog verkrijgbaar bij Athenaeum, bezorgd door prof. Vincent Hunink. Zelf las ik destijds de vertaling van Robert Graves, heel grappig, maar ik weet niet of ze de goedkeuring wegdraagt van classici.

25 maart 2017

Met grapjassen is het uitkijken


De Engelsen hebben een woord “wit”, met als adjectief “witty”, dat je op vele manieren kunt vertalen: scherpzinnig, spits, geestig, snedig, vernuftig, geinig, lollig, olijk, guitig, komiek, schalks enzovoort. Dat kan allemaal, de context bepaalt wat goed is en er zijn wel meer mogelijkheden dan deze elf.
Voor de Engelsen zelf is het begrip evenmin eenduidig, want in een voetnoot die Boswell geeft* las ik een omschrijving van vijfhonderd zeventig woorden. Hij citeert de wiskundige en predikant Dr. Isaac Barrow (1613-1680), die zijn sermoenen had laten drukken. Dat ging toen zo, en zulke verzamelingen waren vaak stilistische hoogstandjes en een belangrijk deel van de Engelse literatuur. De titel van zijn veertiende sermoen in band één was: ‘Against foolish Talking and Jesting’.**
Sommigen vonden ook in Boswells tijd al dat die omschrijving van “wit” nogal lang was uitgevallen, maar Boswell oordeelt anders: “Ik zie niet in hoe dit ingekort zou kunnen worden zonder verlies van een of ander belangrijk onderscheid. Aangezien dit sermoen niet algemeen bekend is, zal ik het hier als voetnoot invoegen, omdat het sommigen misschien kan aanzetten om er nog andere te lezen, waarbij zij waarlijk gesticht zouden worden, al zochten ze misschien enkel een verzetje.”

En nu moet ik me bij de lezer verontschuldigen, want deze heerlijke voetnoot vertalen gaat mijn krachten en werklust te boven. Maar de lezer zal beloond worden, en nooit nog vragen hebben bij de precieze betekenis van het woord "wit":

But first (says the learned preacher) it may be demanded, what the thing we speak of is? Or what this facetiousness (or wit as he calls it before) doth import? To which questions I might reply, as Democritus did to him that asked the definition of a man, 'Tis that which we all see and know. Any one better apprehends what it is by acquaintance, than I can inform him by description. It is, indeed, a thing so versatile and multiform, appearing in so many shapes, so many postures, so many garbs, so variously apprehended by several eyes and judgements, that it seemeth no less hard to settle a clear and certain notion thereof, than to make a portrait of Proteus, or to define the figure of the fleeting air.
Sometimes it lieth in pat allusion to a known story, or in seasonable application of a trivial saying, or in forging an apposite tale; sometimes it playeth in words and phrases, taking advantage from the ambiguity of their sense, or the affinity of their sound: sometimes it is wrapped in a dress of humorous expression: sometimes it lurketh under an odd similitude: sometimes it is lodged in a sly question, in a smart answer, in a quirkish reason, in a shrewd intimation, in cunningly diverting or cleverly retorting an objection: sometimes it is couched in a bold scheme of speech, in a tart irony, in a lusty hyperbole, in a startling metaphor, in a plausible reconciling of contradictions, or in acute nonsense: sometimes a scenical representation of persons or things, a counterfeit speech, a mimical look or gesture, passeth for it: sometimes an affected simplicity, sometimes a presumptuous bluntness giveth it being: sometimes it riseth only from a lucky hitting upon what is strange: sometimes from a crafty wresting obvious matter to the purpose. Often it consisteth in one knows not what, and springeth up one can hardly tell how. Its ways are unaccountable, and inexplicable; being answerable to the numberless rovings of fancy, and windings of language.
It is, in short, a manner of speaking out of the simple and plain way, (such as reason teacheth and proveth things by,) which by a pretty surprising uncouthness in conceit or expression, doth affect and amuse the fancy, stirring in it some wonder, and breeding some delight thereto. It raiseth admiration, as signifying a nimble sagacity of apprehension, a special felicity of invention, a vivacity of spirit, and reach of wit more than vulgar; it seeming to argue a rare quickness of parts, that one can fetch in remote conceits applicable; a notable skill, that he can dextrously accommodate them to the purpose before him; together with a lively briskness of humour, not apt to damp those sportful flashes of imagination. (Whence in Aristotle such persons are termed ἑπίδέξιοι, dextrous men, and εὔστροφοι, men of facile or versatile manners, who can easily turn themselves to all things, or turn all things to themselves.) It also procureth delight, by gratifying curiosity with its rareness, as semblance of difficulty: (as monsters, not for their beauty, but their rarity; as juggling tricks, not for their use, but their abstruseness, are beheld with pleasure:) by diverting the mind from its road of serious thoughts; by instilling gaiety and airiness of spirit; by provoking to such dispositions of spirit in way of emulation or complaisance; and by seasoning matters, otherwise distasteful or insipid, with an unusual and thence grateful tang.
__________
* The Life of Dr. Johnson; A.D. 1759
J.M. Dent & Sons Ltd.– Everyman’s Library n°2, deel II, pp. 388-9.
** Niet enkel in Engeland werd er gewaarschuwd voor grapjassen. Blaise Pascal zei: «Diseurs de bons mots, mauvais caractères», wat spreekwoordelijk is geworden.

23 maart 2017

Fatma Taspinar vertaalt


Our working assumption is that the attacker was inspired by islamist ideology, zei premier May, maar als Fatma Taspinar (vrt-journaliste, die normaal verondersteld wordt enige notie van het Engels te bezitten) dan zegt dat hij "op zijn minst geïnspireerd werd door extremistische gedachten", dan kan ik niet anders dan besluiten dat de redactie voor alternative translation kiest. Maar hoe dom kun je zijn om dan dat Engels nog te laten horen... of gaan ze ervan uit dat de meesten van hun luisteraars toch geen fluit van die taal verstaan?

21 maart 2017

Slechte karakters lezen zulke dingen graag


Je mag schelden en razen, ik zal het geduldig lijden, zei Heine in zijn Buch der Lieder tot een geliefde, maar als je mijn verzen niet looft, laat ik me van je scheiden.

Und wenn du schiltst und wenn du tobst,
Ich werd es geduldig leiden;
Doch wenn du meine Verse nicht lobst,
Laß ich mich von dir scheiden.

Zijn werken zijn de trots en het tere punt van elke schrijver of dichter, en dat is van alle tijden. Met de beroemde romancier Samuel Richardson (1689-1761), uitvinder van de brievenroman, was het niet anders lezen we in de Johnsonbiografie van Boswell. Bekendst van Richardson zijn Pamela: Or, Virtue Rewarded, en Clarissa: Or the History of a Young Lady. Beide romans heb ik geprobeerd te lezen, ooit, maar het is me niet tot het einde gelukt –het zijn ook heel dikke boeken– en ik heb ze dan maar aan een geliefde geschonken. Maar laat dat geen kritiek zijn: in Jevgeni Onegin noemt Alexandr Poesjkin Richardson zeker een keer of vijf –zijn heldin Tatjana is wég van de liefdeshistories van Pamela en Clarissa– en Heine zegt: “Richardson gibt uns die Anatomie der Empfindungen”, hij ontleedt de gevoelens. Geen kwaad dus over die romans.

Maar ijdel was Richardson zeker, zo lezen we bij Boswell. En slechte karakters zagen hem graag op zijn bek gaan:

Veel te vertellen had Richardson nooit, behalve dan over zijn eigen werken, zei Sir Joshua Reynolds, maar om het daarover te hebben stond hij altijd klaar, en hij was pas tevreden als ze te berde werden gebracht. Johnson nu, had Mr. Langton overtuigd hem uit te nodigen en maakte zich sterk dat hij hem aan de praat zou krijgen. Hij gebruikte de dubbelzinnige uitdrukking: “Sir, ik ben in staat hem op te wekken.” Maar dat lukte hem niet, want tijdens het gesprek zei Richardson niet veel meer dan dat er in de kamer een Duitse vertaling lag van zijn Clarissa.”
Hier geeft Boswell een mooie voetnoot:
Een literair geïnteresseerde dame heeft me bedacht met een karakteristieke anekdote over Richardson. Op een dag in zijn landhuis in Northend, waar aan het diner een groot gezelschap samenzat, maakte een jongeman die net uit Parijs was teruggekeerd en Mr. Richardson graag een pleziertje wilde doen, gewag van een bijzonder flatterend feit – dat hij zijn Clarissa had zien liggen op de tafel van ’s konings broer.
Richardson nu had gemerkt dat de genodigden voor een deel onder elkaar aan het babbelen waren, en deed eerst alsof hij het niet gehoord had. Maar even later, toen er een algemene stilte viel en hij dacht dat die vleiende opmerking ten volle gehoord zou worden, richtte hij zich tot de jongeman: ‘Ik meende, Sir, dat u iets aan het zeggen was over ---’ en hij pauzeerde in opgewonden verwachting.
De gentleman was door deze buitensporige ijdelheid geïrriteerd, besloot er niet op in te gaan, en antwoordde met een subtiel plagerig airtje: ‘Een niemendalletje, Sir, het herhalen niet waard.’ Richardson was zichtbaar gekrenkt en zei de rest van de dag geen tien woorden meer. Dr. Johnson was daar ook en leek hier zeer van te genieten.

15 maart 2017

Wetenschap als dienstmaagd van de ideologie


4 maart 2017

Linguïste Elisabeth Wehling [1] onderzoekt hoe politici de kiezers met terminologie manipuleren. Ze zegt hoe rechts-populistische taal werkt – en hoe wij daarmee omgaan. Res Strehle [2] belde met haar.

Res Strehle: Hallo, ik bel u als vertegenwoordiger van de fake-news-afdeling.
Elisabeth Wehling: Zeg dat toch niet!

Strehle: Waarom niet?
Wehling: Als u zich op dat debat nog maar inlaat hebt u al verloren. Voor het rechts-populistische kamp is het een succes als de media het begrip fake news voortdurend herhalen en ingaan op de vraag hoe geloofwaardig en betrouwbaar zij wel zijn. Daarmee hebt u de inhoudelijke aanval van de tegenpartij tot de uwe gemaakt en propageert u dit denkraam [3]  zelf. Hetzelfde geldt overigens voor het debat over de leugenpers [Lügenpresse] in de Duitstalige wereld.

Strehle: Een denkraam staat voor alles wat onderhuids meespeelt als wij een begrip gebruiken?
Wehling: Zo kan men dat inderdaad zeggen. Telkens als u een woord gebruikt of hoort, wordt in uw hoofd een zogenaamd denkraam actief. Dat is het raam dat structuur verleent aan uw ervaring en kennis van de wereld. Als u bijvoorbeeld “muis” hoort, dan activeert uw brein het beeld van een snelle beweging, vaak ook de tegenstelling kat-en-muis, vaagweg ook een grootte en de visuele herinnering van hoe een muis eruitziet. Anders valt een woord niet te begrijpen. Interessant daarbij is, dat als u aansluitend een object wil rangschikken in een orde van vlugheid, u het als snel inschat – want muizen bewegen zich snel. Dat is dan het aandeel van het weten in het geactiveerde denkraam. Zelfs woorden waarvan u denkt dat ze volkomen objectief zijn, brengen een waaier van associaties mee.

Strehle: Wie een fobie heeft voor muizen, zal al gruwen als hij het woord nog maar hoort?
Wehling: Precies. Ook emoties kunt u makkelijk door taal activeren. Bij rechts-populisten horen we vaak over onreinheid, ziekten, parasieten – op zulke begrippen reageren de hersenen onmiddellijk met angst en weerstand. Veel mensen gaan dan automatisch naar rechts, de weg naar conservatieve, autoritaire wereldbeelden.[4]

Strehle: Het rechts-populisme trekt niet enkel de onafhankelijkheid van de media in twijfel, maar ook die van de rechtbanken. Eenzelfde soort framing?
Wehling: De aanval op de rechtbanken is iets anders, maar het effect is hetzelfde. Als Donald Trump over “zogenaamde rechters” spreekt, dan gillen de gevestigde en de sociale media meteen: Hoe durft hij! Dan wordt dat thema breed uitgemeten en bediscussieerd. Op die manier pas prent men in de koppen van het onbesliste midden de idee dat er zoiets als “zogenaamde rechters” bestaat. In die valkuil trapt tegenwoordig een groot deel van de openbare mening, inclusief de democraten.

Strehle: Wat gedaan om aan deze muizenval te ontsnappen?
Wehling: Men moet een eigen denkraam oprichten – tegen de «Lügenpresse» iets als: laten we de waarheid behoeden![5] Met de ontkenning van een denkraam daarentegen, valt niets te winnen, wel integendeel: je bevestigt het.  De media zelf delen in de schuld als wij vandaag een zo hevig debat over ze voeren.

Strehle: In ons spraakgebruik zitten maar twee procent rationele feiten en inzichten, schrijft u. Achtennegentig procent zijn gevoelens, vooroordelen, mythen, geruchten, opwellingen die onbewust meespelen. Hoe heeft men dat kunnen meten?
Wehling: Dat is op dit moment de schatting, berustend op meta-analyses van de psychologische en neurocognitieve gedragsstudie.

Strehle: Klinkt geheimzinnig. Kan het wat concreter?
Wehling: Als wij bijvoorbeeld zeggen dat iemand verbitterd is, of zoet van aard, dan gebruiken wij metaforisch de smaakzin om over de vriendelijkheid van een medemens na te denken en te spreken. Nu kan men bij hersenonderzoek aantonen dat zulke begrippen de desbetreffende schakelkringen in het smaakcentrum activeren, diegene dus die voor de echte smaakgewaarwording instaan.[6]

Strehle: Het komt erop neer dat het nooit enkel om de zaak zelf gaat?
Wehling: Het gaat nooit enkel over feiten. In een debat over milieuvervuiling, werkloosheid of immigratie kunnen wij geen enkel feit verstaan, ook niet een verondersteld objectief feit, zonder dat ons brein een beroep doet op een denkraam. Dat maakt framing zo ongelooflijk belangrijk in politieke debatten. De vraag welk denkkader geactiveerd wordt, zal de beoordeling van begrippen en uitspraken bepalen.

Strehle: Laten we een actueel voorbeeld nemen: immigratie.
Wehling: Dit debat gaat nauwelijks over het aantal immigranten, meestal wordt over de feitelijke toestand gestreden met ideologisch gevormde begrippen. Men gebruikt dan beelden als vluchtelingenstromen, migratiegolven, die automatisch afweer en indamming activeren – er is nauwelijks iemand die het over bescherming of kansen heeft. We hebben hier te maken met een absoluut gebrek aan democratische verscheidenheid.[7] Hetzelfde geldt voor het debat over belastingen en het denkraam belastingdruk.

Strehle: Zwitserland voert het migratiedebat met het begrip “massa-immigratie”, dat uit een burgerinitiatief komt. Is door deze framing de gezindheid dan op voorhand bepaald?
Wehling: Minstens wordt ze sterk beïnvloed door het denkraam. Een massa is niet iets individueels, zij is iets groots, zonder gezicht en gevaarlijk – emotioneel zitten we dan weer bij de watermassa’s en de overstromingen. Dat condenseert dan tot een waargenomen bedreiging. De ideologie daarachter is dat de nationale middelen niet gedeeld mogen worden met mensen die bescherming en uitwegen zoeken. Op zich kun je iets dergelijks aan niets of niemand verwijten, over ideologie valt niet te discussiëren,[8] en wat dat betreft formuleren een aantal mensen zeer duidelijk wat zij denken. Maar wie het belangrijker vindt om mensen beschutting te geven tegen gevaren, empathie voor hun situatie te betonen, ze te integreren – die moet een krachtige eigen beeldspraak scheppen. Anders voeren we geen transparant debat.

Strehle: Angela Merkel probeerde dat met haar «Wir schaffen das!» – politiek bekwam dit haar slecht.
Wehling: De formulering van Angela Merkel was nogal ongelukkig gekozen. Weliswaar had zij een beslissing genomen die op bescherming, solidariteit en empathie berustte, maar zij heeft deze politieke boodschap niet goed in woorden vertaald: iets klaarspelen betekent niet dat je dat ook wil, en evenmin dat je je identificeert met een politiek besluit. Wat je hiermee niet doet, is de waarden van de empathie hooghouden en zeggen: voor ons als mensen is dat moreel belangrijk. Dat was correct geweest, om de speciale uitdaging [9] van het moment aan te gaan.

Strehle: De boodschap over empathie heeft het moeilijker dan een haatboodschap. Als gevolg van de globalisering en de digitale revolutie zien velen in Europa en de VS zichzelf als verliezers. Is als gevolg daarvan het ressentiment hier populairder dan de goede wil?
Wehling: De haatboodschap wordt in sterke mate door ideologie aangedreven. In de VS heeft zowat een klein derde een streng wereldbeeld: autoritaire waarden in de kamp tussen goed en kwaad, sociale voorzorg enkel voor de eigen groep, discipline bijbrengen door beloning en bestraffing, natuurlijke selectie door de marktwerking. Met het gepaste stel waarden en emoties wist de verkiezingsstrategie van Trump dit derde op te halen.

Strehle: Gebruikte hij daarbij inzichten uit het hersenonderzoek?
Wehling: Uit hersenonderzoek weten wij, als tendens, dat mensen minder empathie opbrengen voor wie van henzelf verschillen, bijvoorbeeld een ander huidskleur hebben. Dat kwam Trump van pas. En het ging om de onbesliste kiezers in het midden, vijfentwintig procent ongeveer, die ideologisch flexibel zijn. Zij worden door de framing van beide kanten aangesproken – Trump heeft door zijn taalgebruik zijn punt van strenge, autoritaire waarden duidelijker gebracht dan Clinton haar zorgzame, progressieve boodschap. Daardoor vonden vele twijfelaars bij haar geen aanknopingspunt.[10]

Strehle: Als men zo bewust en empathisch voor een bepaald taalgebruik kiest, dan wordt men verdacht van politieke correctheid, en de afwijzing daarvan lijkt een oorzaak van Trumps overwinning te zijn geweest. Zijn kiezers hielden hem ten goede dat hij zei wat anderen enkel dachten.
Wehling: Ja, maar een strenge autoritaire kijk op de wereld onder woorden brengen is niet per se wenselijk. De taal van Trump berust hierop dat men mensen op grond van hun kenmerken indeelt en afwijst, omdat men ervan uitgaat dat sommige mensen beter zijn dan anderen. Dat heet sociale dominantie, behoort tot de gestrenge ideologie, en zij kan evengoed op vrouwen slaan als op mindervaliden, homoseksuelen, Mexicanen of armen. Op het spelletje dat het propageren van deze kijk op de wereld inhoudt ‘want zo denkt toch iedereen’, mag men niet ingaan.[11]

Strehle: Wat beveelt u dan aan, om bewust met taal om te gaan?
Wehling: Zeggen wat men denkt.[12] Tegenover Trumps framing van strijd en uitsluiting een empathisch denkraam plaatsen ­– dan ben je een zorgzame, progressieve mens.[13]
____________


[1] Duitse (Hamburgse) onderzoekster; doceert neuro-linguïstiek en -cognitie aan de UCLA (Berkeley).
[2] De Zwitser Andreas «Res» Strehle is journalist en auteur; voormalig chefredacteur van de Tages-Anzeiger.
[3] Grote schrijvers verrijken hun taal met nuttige nieuwe woorden. In dit geval Marten Toonder (1912-2005), maar het Nederlands (en het Duits) hebben nu eenmaal het Engelse framing en frame overgenomen.
[4] Hier lijken we het strenge pad van de wetenschap te verlaten.
[5] Lijkt me niet zo’n geweldige suggestie.
[6] Het is niet verboden om hier je meta-schouders op te halen, of je meta-wenkbrauwen te fronsen.
[7] Het zal in Duitsland dan anders zijn geweest, maar hier hoorde je aanvankelijk alleen over hoogopgeleiden, en over kindjes. Goed, dat was naderhand niet vol te houden, maar in dezen kan niemand onze journalisten kwade wil of nalatigheid toedichten.
[8] Iets als smaken en kleuren dus. Wehling moet een paar Duitse auteurs gemist hebben.
[9] “Uitdaging” is natuurlijk ook een frame-woordje, afkomstig uit het managerstaaltje.
[10] Kijk, dat is nu eens wetenschap zie! Achteraf gezien toch, want vóór de uitslag bekend was meende Wehling nog dat de zorgzame Hillary Clinton het zou halen. Maar misschien zijn die cijfers over één derde en 25% wetenschappelijk niet helemaal juist, dat kan ook.
[11] Niet ingaan op dingen lijkt wel tot de strenge neuro-linguïstisch-cognitieve wetenschap te behoren.
[12] Sterke suggestie deze keer.
[13] Zoals Hillary dus... Ingrid Riocreux zei op FaceBook: «Elle dit la même chose que moi, mais en blonde.» Ze zegt hetzelfde als ik, als blondje dan ...ik vermoed daar enige spot achter, of liever: in mijn hersenen werd dat centrum geactiveerd.


http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html