11 augustus 2017

Duits leent zich goed voor preciseringen


In een panelgesprek van de Zwitserse televisie kreeg de filosoof Norbert Bolz, professor aan de Technische Universität in Berlijn, van een tafelgenote te horen dat je toch niet kon volhouden dat de politieke correctheid te ver was doorgeschoten, aangezien je zoveel incorrecte en luide stemmen hoorde overal: een retorisch fiorituurtje dat je ook bij ons vaak hoort en leest.

Norbert Bolz: Aber der entscheidende Punkt ist doch folgender: wenn Sie darauf hinweisen daß es Leute gibt die politisch sehr Unkorrektes äußern, und damit auch ein Publikumserfolg haben, kann man das an einem Beispiel sehr gut festmachen, nämlich Sarrazin. Das war im Grunde, vor der Silvesternacht schon der erste große Knackpunkt.
Barbara Bleisch (SRF): Darf ich nur ganz kurz einbringen: Thilo Sarrazin der das Buch geschrieben hat Deutschland schafft sich ab, und danach Der [neue] Tugendterror, und gesagt hat er wurde niedergemacht, mundtot gemacht…
Norbert Bolz: Exakt, äh, mundtot gemacht, das zu behaupten wäre unsinnig, denn er hat ja einen Massenerfolg mit seinen Büchern bis zum heutigen Tag, die Leute rennen in die Bude ein wenn er irgendwo eine Vorlesung macht oder so was. Der entscheidende Punkt ist nur der: das ist kein Zeichen für Meinungsfreiheit, einfach deshalb weil Sarrazin ein Paria ist. Er ist eine nicht-Existenz, er ist jemand der in der Öffentlichkeit sogar mit Polizeischutz auftreten muss, und das scheint mir nicht der Ausdruck einer liberalen Kultur zu sein.



Norbert Bolz: Maar het beslissende punt is toch dit: als u erop wijst dat er mensen zijn die politiek zeer incorrecte dingen zeggen, en daar ook succes mee hebben bij het publiek, dan laat zich dat zeer goed aantonen met een voorbeeld, namelijk Sarrazin. Dat was, nog voor de Sylvesternacht [Keulen] eigenlijk het eerste grote breekpunt.
Barbara Bleisch (SRF): Mag ik even heel kort iets tussenwerpen: Thilo Sarrazin die het boek Deutschland schafft sich ab geschreven heeft en daarna Der [neue] Tugendterror, en die gezegd heeft dat hij afgemaakt werd, monddood gemaakt…
Norbert Bolz: Exact, heu, monddood gemaakt, dat beweren zou onzinnig zijn want met zijn boeken heeft hij tot de dag van vandaag nog massaal succes, en de mensen lopen de zaal plat als hij ergens een voordracht geeft of iets dergelijks. Alleen, het beslissende punt is dit: dat is geen teken van vrije meningsuiting, eenvoudig daarom al dat Sarrazin een paria is. Hij is een onbestaand wezen, hij is iemand die zelfs politiebescherming nodig heeft als hij in het openbaar optreedt, en dat lijkt mij geen kenmerk te zijn van een liberale cultuur.

Alles vertalen is me teveel gevraagd, maar in het gesprek kwam nog heel wat meer aan bod: spraakhygiëne en verboden woorden, microagressie, grote gevoeligheid bij veel mensen (snow flakes is de term nu), jacobinisme, tot en met Karl Kraus en de journalist die zich als præceptor Germaniæ ziet.
Met die eervolle naam (leraar van Duitsland) werden oorspronkelijk de abt Hrabanus Maurus Magnentius en later Philipp Melanchthon aangeduid, en weer later kregen anderen hem ook, zo bijvoorbeeld Dr. Siegbert Tarrasch. Terecht ook in zijn geval want hij schreef Das Schachspiel. Systematisches Lehrbuch für Anfänger und Geübte, maar het spreekt dat niet iedereen zich præceptor moet wanen.

9 augustus 2017

Over een vraag die al lang beantwoord is


Als ik ergens in een artikel het woord gender tegenkom, dan lees ik dat artikel niet uit. Nu moet ik maar hopen, lezer, dat u niet even star reageert en moedig verder zult lezen – aan het eind zult u voor uw soepelheid trouwens beloond worden met een mooi paragraafje uit de Memoires van Jean-François Paul de Gondi, cardinal de Retz.

Wat een mens zich afvraagt als hij bijvoorbeeld weer iets over gendertoiletten ziet staan, en dat die wereldwijd in openbare gebouwen (waarom niet ook in privéwoonsten?) er verplicht zullen komen, met aangepaste niet-discriminerende bordjes enzovoort, wat een mens zich dan afvraagt is of er vandaag geen belangrijkere dingen aan de hand zijn, en waarom politici zo graag futiele en zelfs onbestaande problemen willen oplossen, liever dan moeilijke, en waarom kranten daar zo eindeloos en graag over schrijven.

Die vraag bestaat al heel lang, maar in de zeventiende eeuw werd ze door de kardinaal beantwoord:

Wat aan de maatregelen van ministers vaak iets nogal ondefinieerbaar kwalijks doet kleven, zelfs aan de meest noodzakelijke, is dat zij om deze te kunnen nemen zich bijna altijd genoopt zien om hindernissen te overstijgen, en zulke overwinningen zorgen steevast voor afgunst en haat. Als er zich nu een grote kwestie voordoet waarbij niets te overwinnen valt, omdat er niets te bevechten valt, wat maar zelden voorkomt, dan verleent die kwestie een pure, onschuldige, onversneden glans aan hun autoriteit, waardoor deze niet enkel gevestigd wordt, maar waardoor hen naderhand zelfs verdiensten worden aangerekend voor alles wat ze niet doen, bijna evenveel als voor wat ze doen.

7 augustus 2017

Welke politieke medestanders kun je best aankopen?


Vroeger was een politicus zijn eigen campagneleider,
en zelfs zijn eigen woordvoerder

Onder de auteurs die over praktische politiek geschreven hebben, is een van de grappigsten die ik tot nu las Jean-François Paul de Gondi, Cardinal de Retz. Wat grappigheid betreft kreeg hij in de eeuw na hem concurrentie van onder meer Ferdinando Galiani, maar in zijn eigen zeventiende eeuw laat hij Rochefoucauld achter zich, en voor mij zelfs nipt ook Baltasar Gracián.
Maar Retz is meen ik niet in het Nederlands vertaald, terwijl bijvoorbeeld Gracián, met dank aan wijlen Theo Kars uitgebreid ter beschikking is. De kardinaal heeft niet eens een Nederlandse wikipagina.
Retz was een geboren intrigant, een Frondeur, en al overdreef hij in zijn Memoires zijn eigen rol hierbij wel eens (hij had, zegt zijn vijand Rochefoucauld terecht, vaak meer aan zijn verbeelding te danken dan aan zijn nochtans indrukwekkende geheugen), hij was een scherpziende analist.

Hieronder legt hij uit wat zijn tactiek was om het Parijse volk achter zich te scharen, en zo een opstand een kans op slagen te geven. Vooraf nog: Retz wilde eigenlijk een militaire carrière, maar werd door zijn vader tot een kerkelijke loopbaan gedwongen, al deed hij er alles aan om dat onmogelijk te maken, door bijvoorbeeld vele duels te vechten en evenveel galante avonturen op te zoeken.

De graaf* had mij, ik weet niet meer onder welk voorwendsel, twaalfduizend ecu’s laten toekomen via Duneau, een van zijn secretarissen. Ik bracht die naar mijn tante Maignelais,** en vertelde haar dat het om een restitutie ging die mij door een van mijn vrienden op zijn sterfbed was toevertrouwd, met de uitdrukkelijke wens dat ikzelf in persoon deze som na zijn dood zou aanwenden ter leniging van de nood van armen die niet bedelden; en dat, aangezien ik op het evangelie gezworen had in eigen persoon die som te zullen verdelen, ik hier uiterst verveeld mee zat want ik kende zulke mensen niet; en dat ik haar smeekte daarvoor te willen zorgen.
Ze was in de wolken; ze zei me dat ze dat heel graag zou doen; maar dat zij er absoluut op stond dat ik er dan bij zou zijn, aangezien ik had beloofd die bedeling zelf te houden; dat ik aldus mijn woord getrouw gestand zou doen en mijzelf vertrouwd maken met de werken van liefdadigheid.
Dat was nu juist wat ik wilde, want op die manier zou ik me een naam kunnen maken onder al de behoeftigen van Parijs. Elke dag liet ik me door mijn tante als het ware meeslepen naar achterbuurten en zolderkamers. Bij haar thuis zag ik heel vaak mensen die goed gekleed gingen, soms zelfs bekend waren, en in het geheim om een aalmoes kwamen. De goede vrouw liet bijna nooit na hen te zeggen: “Bid God voor mijn neef; hij is het, die het de Heer heeft behaagd zich van hem te willen bedienen voor dit goede werk.”
Stelt u zich voor in wat voor positie dit me bracht bij die lui die, als het erom gaat het volk in beroering te brengen, onvergelijkelijk veel belangijker zijn dan alle anderen. De rijken doen enkel noodgedwongen mee; bedelaars zijn dan eerder schadelijk dan nuttig, want de vrees bestolen te worden maakt hen beducht. Wie het meeste kunnen bijdragen zijn die mensen die het in hun persoonlijke aangelegenheden moeilijk genoeg hebben om verandering te wensen in de publieke, en wier armoede hen toch niet tot publieke bedelarij brengt.
Bij dit soort mensen zocht ik dus naam te maken, een maand of drie-vier lang, met een bijzondere ijver, en geen kind zat er naast een haardvuur of ik gaf het privé altijd enkele spulletjes; ik kende Nanon en Babet. Alles ging gedekt onder de sluier van Mme de Maignelais, die nooit een ander leven had geleid. Ik speelde zelfs wat de devote ziel, en ging naar de conferenties van Saint-Lazare.***
___________



* Louis de Bourbon, graaf van Soissons (1604-1641); belangrijke tegenstander van Richelieu; versloeg het koninklijke leger in de slag van La Marfée, nabij Sedan, maar kwam vlak na afloop van die slag om het leven: hij had de gewoonte het vizier van zijn helm omhoog te duwen met de loop van zijn pistool, en moet in een ogenblik van onachtzaamheid het schot hebben doen afgaan.
** Marguerite-Claude de Gondi, zijn tante langs vaderskant, gehuwd met Florimond d’Halluin, markies van Piennes en Maignelais; stond bekend om haar vroomheid en weldadigheid.
*** De ouders van Retz hadden Vincent de Paul (ook Depaul; ?1581-1660) geld gegeven, en zo kon die in een voormalige leprozerie van de orde van Sint Lazarus een tehuis maken voor priesters die zich erop wilden toeleggen de boeren het evangelie te prediken. Retz woonde enkele van hun vormingslessen bij.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html