28 februari 2017

Is een hoofdartikel noodzakelijk een zedenpreekje?


(het is niet omdat we het zo gewoon zijn dat het ook een natuurwet is)

Het maandblad Le Monde Diplomatique geniet een status zoals maar heel weinig bladen. Directeur daar is al bijna tien jaar Serge Halimi, een linkse journalist die van zijn oriëntering geen geheim maakt. Voor zijn tijd bij Le Monde Diplomatique was Halimi professor aan de université Paris VIII  (had gedoctoreerd in Berkeley en zou zich dus met reden Amerikaspecialist mogen noemen). Verder was hij medeauteur van een boek met de sprekende titel «L'Opinion, ça se travaille» (Agone, 2000 ~ De publieke opinie is er om bewerkt te worden), over het nepnieuws dat de gevestigde media verspreidden ten tijde van de oorlog in Kosovo, en de smerige en kruiperige rol die zij toen speelden.
Mainstreamjournalisten vandaag spreken graag over fake news, en daar doen anderen wel aan maar zijzelf niet. Helaas, en in mensentaal: van nepnieuws zijn ze blijkbaar nooit vies geweest.

Maar wat ik wilde vertellen was iets anders. Halimi schrijft altijd het hoofdartikel natuurlijk, en vaak neemt hij geen blad voor de mond. In het maartnummer zeker niet:
« L’expérience est une école sévère, mais aucune autre n’instruira les imbéciles. » Mort en 1790, Benjamin Franklin, qui inventa le paratonnerre, ne pouvait prévoir l’existence de l’Union européenne… Celle dont les expériences n’ont aucun effet sur l’instruction.
[“De ervaring is een strenge leerschool, maar geen andere kan imbecielen iets bijbrengen.” In 1790 is Benjamin Franklin gestorven, en hij had de bliksemafleider wel uitgevonden maar heeft nooit het bestaan van de Europese Unie kunnen voorzien... daar waar ervaring geen enkel effect heeft op het leerproces.]
Een aanhef naar mijn hart, en Halimi mag weer zeven keer dingen schrijven die mij misschien minder bevallen. Ik raad iedereen aan, in het bijzonder vanzelfsprekend president Herman Van Rompuy, om ook het vervolg te lezen. Halimi is grappig, en er zal in Rhode-Saint-Genèse wel een kiosk zijn waar het blad te koop is vanaf morgen.
Trouwens, nog op hun eerste pagina hebben ze een artikel van een Californische prof, Perry Anderson, en die begint zo: Pas de flonflons pour célébrer le soixantième anniversaire du traité de Rome et du Marché commun, le 25 mars. La bannière européenne a perdu son éclat, tant les politiques de l’Union se sont révélées désastreuses.
[Geen feestgedreun bij de zestigste verjaardag van het Verdrag van Rome de 25ste maart. Het Europese vaandel is fel verschoten, zo desastreus zijn de beleidsingrepen van de Unie gebleken.]

Maar we zijn geen onmensen, en dat artikel mag onze Herman een paar dagen links laten liggen.

27 februari 2017

Over nepnieuws, anno domini 1778


Behalve eigen ervaring kan niets de menigvuldigheid van valse berichtgeving bewijzen, en geen mens zou zich kunnen voorstellen dat er zoveel ongegronde verklaringen worden verspreid, zoals elke bekende figuur die over zichzelf te horen krijgt. Sommige mensen vertellen hun mening door, als gold het iets dat zij weten; sommige mensen, slordig uit gewoonte en met een verward geheugen, schrijven aan de ene toe wat bij een andere hoort; en dan zijn er die gedachteloos en zorgeloos maar doorbabbelen. Enkele mensen volstaan al om valse berichten te verspreiden die vervolgens door anderen in hun onschuld doorgegeven worden.

in: James Boswell, The Life of Dr. Johnson,
1958, J.M. Dent & Sons Ltd. – Everyman’s Library n°2, A.D. 1778, p. 167.

23 februari 2017

La danse des canards



Die media met hun nepnieuws
doen niet veel meer dan kwekken
de lezer kijker luisteraar
moet thuis maar dubbeltsjekken



15 februari 2017

Meststoffen stinken, maar zijn wel nuttig


Iedereen die Frans verstaat zal zijn conclusies zelf kunnen trekken, en de anderen moeten maar afgaan op de leugenachtige, zij het goedbedoelde fantasietjes in de Vlaamse pers, die blijkbaar geen mensen in huis heeft om valse Belgaberichten en -vertalingen te controleren. 

Is dit een steunbetuiging aan Jean-Marie Le Pen bij zijn komend proces wegens "antisemitisme", zoals jullie goedmenende journalisten nu zullen roepen? Nee, sukkelaars, dit is een aanval op jullie schandalige, maar gelukkig ook ridicule gewoonte om alternatieve, constructieve, met andere woorden verzonnen en tenslotte naïeve berichtjes te verspreiden. En opgelet: we gaan ver terug in de tijd, weliswaar niet tot in de jaren dertig, maar toch volle drie jaar terug. Dat moeten jullie zeker aankunnen.

En nu Franse les! Woordjes leren, vocabulaire, beetje grammatica ook, grammaire, en dan context, als dat nog binnen jullie begripsvermogen valt. En jullie kennen het verdict na een buis: het watervalsysteem, waar jullie zo graag over schrijven.


Marie d’Herbais de Thun : Guy Bedos ainsi que Madonna, la chanteuse Madonna, un petit peu has been, mais enfin, encore vivante, n’ont pas été de main morte quant à des insultes et des critiques vis-à-vis de Marine Le Pen. Vous avez quelque chose à leur répondre ?
Jean-Marie Le Pen : Vous savez, oui, pour qu’il y ait …pour avoir de belles roses, vous savez qu’il est nécessaire de mettre du purin aux pieds. Alors le vieux Bidoche, et la vieille Maldonna, tous les deux ont participé à cet exercice …rural en quelque sorte. Mais je parlerai d’eux à la fin de l’émission, si vous le voulez bien.



Marie d’Herbais de Thun : Alors, vous avez deux pauv’cons de la semaine, Jean-Marie Le Pen?*
Jean-Marie Le Pen: Aah, oui, aujourd’hui on va, on va les pacser.** Parce qu'il y a un homme et une femme, que j’ai évoqués tout à l’heure d’ailleurs, des vedettes, heu, vieillissantes mais qui essayent toujours de se rappeler au bon souvenir des médias par une technique qui est bien connue : il suffit d’apparaître comme un ennemi du fascisme et du nazisme. Alors on tire un peu à vue, alors monsieur Bedoche, lui, il a comparé Marine Le Pen à Hitler, et quant à Maldonna, elle a elle a… qui avait déjà mis une croix gammée dans un de ses spectacles sur le visage de Marine, sur le front de Marine. Alors là, elle l’a accusée à la suite de la victoire du Front National, d’être fasciste etcetera. Alors, on va les pacser et ce sera, ce seront un couple de pauv’cons.
M.d'H: Oui, mais il y a aussi tous ceux qui avaient juré après la victoire du Front National, en cas d'une victoire du Front National, de prendre leurs cliques et leurs claques et de quitter la France. Apparemment, c’est toujours passé.
J-M LP: Ah, oui, c’est monsieur Noah, ça.
M.d'H: Oui.
J-M LP: Ce monsieur Noah a dit de s’être engagé à ne plus chanter en France si le Front National arrivait en tête de l’élection. Cochon qui s’en dédit !
M.d'H: Monsieur Bruel aussi.
J-M LP: Ah oui, ah oui, ça ne m’étonne pas pour un...
M.d'H: Oui, ça n’a…
J-M LP: Écoutez, on fera une fournée la prochaine fois.



_________
* Normaal is er maar één con, deze keer twee.
** PACS: pacte civil de solidarité, samenlevingscontract.

14 februari 2017

Vertaalproblemen bij Belga


Er lijkt me ruimte te komen voor automatisering van de reguliere journalistiek. Velen zullen dat spijtig vinden, maar in nogal wat industrietakken is het niet anders en eenvoudige taakjes kunnen nu eenmaal goedkoper en sneller door een robot verricht worden. Vaak even goed ook nog, en af en toe zelfs beter. Dat is geen plezierige gedachte voor de menselijke journalist.

We nemen even de proef, en laten het zinnetje: “Moeten we dan een solidariteitsactie op touw zetten?” naar het Frans vertalen door de Googlemachine. Die levert ons bliksemsnel: «Faut-il lancer une action de solidarité?» Uitstekend, en ik denk niet dat onze menselijke journalist dit kan verbeteren.
Ook in de omgekeerde richting, van het Frans naar het Nederlands, werkt het machientje soms goed, want een zin als “Moeten we beginnen een actie van solidariteit?” zou zonder meer uit de mond van bijvoorbeeld Charles Michel of Beatrice Delvaux of om het even welke parfait bilingue kunnen komen.

Nederlands is de taal van een goede twintig miljoen mensen als ik mij niet vergis, maar voor Google is dat een klein getal. Met de echt grote talen loopt de machine gesmeerder. Frans-Engels gaat soms zelfs verbluffend goed.

Een uitspraak als «Ah, ça ne m'étonne pas! Écoutez, on fera une fournée la prochaine fois.» rolt er direct perfect uit : "Ah, that does not surprise me! Listen, we'll make a batch next time." Dat was ook de vertaling die we lazen in The Guardian, toen een jaar of drie geleden vader Le Pen al lachend die uitspraak had gedaan, waar hij nu in volle kiescampagne voor vervolgd zal worden.

Maar in het Nederlands laat de Googlemachine de vertalende – en ik neem aan menselijke – Belgajournalist lelijk in de steek: “O, dat maakt me niet te verrassen! Luister, een partij de volgende keer zullen we.”
Alles komt nog min of meer op zijn pootjes terecht gelukkig, want de Belgaman/vrouw/x verbetert deze mechanische collega: “De volgende keer bouwen we wel weer een oven.” 

U zult zeggen: maar dat is compleet fantaisistisch! Ja, dat is helaas zo, al klinkt de zin toch natuurlijker, dat zal iedereen hem/haar/x toegeven. Die “weer” inderdaad zien we niet in het Frans. Anderzijds had de machine het woord “fournée” heel goed begrepen en vertaald door “partij” ...maar bracht de menselijke journalist op eigen houtje een zogenaamde Verschlimmbesserung aan.

Bij de Morgen namen ze die krukkige Belgavertaling machinaal over, copy/paste. Misschien is de automatisering daar al ver doorgedrongen, en is er bijgevolg geen sprake van journalistieke vooringenomenheid of goedmenendheid of stupiditeit, zoals bij ons nationale persagentschap.

Plezierig is nu om dat Belga/De Morgen-zinnetje op zijn beurt eens door onze machine te halen. In het Engels is er nauwelijks een probleem: “The next time we also build an oven again.”, en in het Frans hapert ze ook maar even, en gaat dan door: «La prochaine fois que nous construisons également un four à nouveau.»

Volgende keer kunnen die journalisten de machine toch beter in de hoek laten staan, en hun juffrouw van het vijfde studiejaar aanspreken als ze vertaalproblemen hebben.

11 februari 2017

Een toneelstuk met een bewogen geschiedenis



Er bestaat plezieriger lectuur dan een toneelstuk van die steriele Voltaire, maar soms moet het. En ook Cioran kan wel eens een zaagje spannen – iedereen mag mij tegenspreken die zijn dagboeknotities, zijn Cahiers 1957-1972 (Gallimard, 1997) uitgelezen heeft, want ikzelf ben nog maar aan bladzijde 428 van de duizend, al geef ik niet op want soms zijn ze ook subliem.

Maar! de inleiding (Généalogie du Fanatisme, vijf bladzijden maar) die Cioran schreef bij Mahomet ou le Fanatisme van Voltaire, die is prachtig en meer dan prachtig. Zo mooi geschreven dat een vertaling ervan nooit kan zeggen wat hij zegt. Een dichter moet dat werkje maar eens opknappen, en zeker niet zijn hersenen vermoeien met bijvoorbeeld een berijmde vertaling van Voltaire zijn toneelstuk ...al staan ook daar wel mooie dingen in, als proza dan. Een kleine proeve, uit het eerste bedrijf: Phanor, een senator van Mekka, spreekt tot de sjeik Zopire.

Tegen zijn aanslagen kon u eertijds ongestraft het heilige zwaard der wet nog heffen, en van de brand van een heilige oorlog de eerste vonk onder je voet verpletten.
Als burger leek Mohammed in uw ogen enkel een obscure nieuwlichter, een gemene oproerkraaier. Vandaag is hij een vorst, hij triomfeert, hij heerst: als bedrieger in Mekka en profeet in Medina, weet hij bij dertig stammen verering te wekken voor precies dezelfde misdrijven die wij hier verachten.


Contre ses attentats vous pouviez autrefois
lever impunément le fer sacré des lois,
et des embrasements d'une guerre immortelle
étouffer sous vos pieds la première étincelle.
Mahomet citoyen ne parut à vos yeux
qu'un novateur obscur, un vil séditieux:
aujourd'hui, c'est un prince; il triomphe, il domine;
imposteur à la Mecque, et prophète à Médine,
il sait faire adorer à trente nations
tous ces mêmes forfaits qu'ici nous détestons.


9 februari 2017

Heeft Jean-Baptiste Botul echt bestaan?


Omdat de boog niet altijd gespannen mag staan las ik daarnet een grappig boekje van de journalist Frédéric Pagès, verschenen in 2015 bij Libella in Parijs. Pagès schrijft voor Le Canard Enchaîné, het blad dat François Fillon uit zijn dromen heeft gewekt, en hij heeft ook een reeks boekjes gewijd aan de filosoof Jean-Baptiste Botul, die volgens sommigen evenwel nooit bestaan zou hebben.
Hieronder dient hij deze ongelovigen striemend van antwoord.

Né le 15 août 1896 à Lairière dans le département de l’Aude, de parents inconnus et dans l’indifférence générale, Botul est mort le 15 août 1947 dans le même village et dans la même indifférence. De lui, nous n’avons aucun livre, même ébauché, puisqu’il avait décidé d’être un philosophe de tradition orale. Sa plume est restée sèche, son encrier vide, sa feuille vierge. Les ouvrages que vous trouvez en librairie sous son nom n’ont pourtant rien d’apocryphe : ce sont des transcriptions de ses propos, vous pouvez donc les acheter.
Il n’en faut pas plus pour que certains esprits forts aient émis des doutes sur l’existence de notre philosophe. À cette question récurrente, je répondrai par un argument dirimant : si Botul était une invention sortie d’un ou plusieurs cerveaux malsains, croyez-vous qu’un homme aussi fin et éclairé que Bernard-Henri Lévy l’eût cité dans un de ces livres ? C’est pourtant ce qui arriva en février 2010, quand BHL cita Botul entre Louis Althusser en Maurice Merleau-Ponty.*  L’affaire fit grand bruit et faillit perturber la quête placide que mènent, depuis 1996, date de leur agrégation fondatrice, les « Amis de Jean-Baptiste Botul ». Mis à part ce coup de tonnerre médiatique, il faut s’y résigner : autant nous savons beaucoup de choses sur BHL, autant nous en savons peu sur Botul.
_______
* Bernard-Henri Lévy, De la guerre en philosophie, Paris, Grasset, 2010, p.122.

Den boghe en magh niet altijdt ghespannen staen:
Want soo soude hy sijn kracht verliesen.
Soo moet alle dinghen met maete gaen,
Want heete wateren lichst vervriesen.

5 februari 2017

De "deplorables" van de achttiende eeuw


In die term deplorables van Hillary Clinton zit toch een bepaalde empathie (om ook eens die modeterm te gebruiken), maar in de achttiende eeuw noemde men slechte kiezers nog gewoon the dregs of the people.


Reflections
on
The Revolution in France
and on the Proceedings in Certain Societies in London Relative to that Event
in a Letter Intended to have been sent to a Gentleman in Paris
Edmund Burke
[1790]

In de gezaghebbende uitgave van Connor Cruise O'Brien (1986, Penguin Classics) staat wat hier volgt op de pagina's 145-146


Ik weet wel dat men ons voor een saai, futloos volkje houdt, dat lijdzaam is geworden omdat het zijn situatie wel draaglijk vindt, en dat aan zijn mediocre vrijheid juist een beletsel heeft om deze ooit ten volle te bereiken. Uw leiders in Frankrijk deden eerst nog alsof ze het Britse stelsel bewonderden, bijna adoreerden. Maar eens zij veld hadden gewonnen, keken ze er met diepe minachting op neer. Bij ons hier hebben de vrienden van uw Assemblée Nationale een al even lage opinie over wat eertijds nog als de trots van hun vaderland werd beschouwd.
De Revolution Society* is tot de bevinding gekomen dat de Engelse natie in onvrijheid leeft. Onze onevenredige vertegenwoordiging is, daar zijn ze van overtuigd, ‘een zo grof en tastbaar defect van ons bestel, dat dit hooguit in formele zin of in theorie voortreffelijk kan heten.’ En verder vinden zij dat niet enkel in een koninkrijk een wettelijk geregelde volksvertegenwoordiging de enige basis vormt voor elke constitutionele vrijheid, maar dat dit ook zo is voor ‘elk legitiem bestuur, en dat bij gebreke hiervan regeren gewoon neerkomt op usurperen’ – en dat ‘als de vertegenwoordiging maar partieel is, het koninkrijk enkel partiële vrijheid kent; en als ze extreem partieel is, er alleen een schijn van vrijheid bestaat; en indien niet enkel extreem partieel maar nog eens valselijk verkozen, dan wordt ze een hinderpaal.’
Dr. Price** beschouwt deze inadequate vertegenwoordiging als onze fundamentele reden voor misnoegdheid. En van deze valse schijnvertegenwoordiging hoopt hij dat ze nog niet haar volmaakte en diepste punt van verdorvenheid heeft bereikt. Hij vreest dat ‘er niets ondernomen zal worden om ons vooruit te helpen op weg naar die onontbeerlijke zegening, tot een of ander grof machtsmisbruik onze verontwaardiging oproept, of anders een grote ramp ons flink schrik aanjaagt, of wie weet, totdat de zuivere en evenredige vertegenwoordiging in andere landen schaamte bij ons opwekt, omdat wij met onze afschaduwing daarvan uitgelachen worden.’ En hij voegt hier een noot aan toe, in deze bewoordingen: ‘Een volksvertegenwoordiging, goeddeels gekozen door het Bestuur van de belastingen, en verder door een paar duizenden uit de droesem van de bevolking die voor hun stem gewoonlijk betaald worden.’
Hier zult u wel glimlachen bij de rechtlijnigheid van die democraten die in een onbewaakt ogenblik de meer bescheiden lagen van de gemeenschap met de grootste minachting bejegenen, en tegelijk voorwenden ervoor te zullen zorgen dat alle macht bij hen zal berusten.
________


* De Revolution Society was gesticht in 1788, ter herdenking van de Glorious Revolution een eeuw eerder – de term ‘revolutie’ had in Engeland toen nog een gunstige klank. Na de val van de Bastille stuurde de voorzitter van de Society, Charles Mahon, third Earl Stanhope, een felicitatiebrief aan de revolutionairen.
** Richard Price (1723-1791), dissidente presbyteriaanse predikant, voorstander van de Amerikaanse en Franse revoluties. Zijn A Discourse on the Love of Our Country van 4 november 1789, was voor Burke reden te meer voor het schrijven van de Reflections.

2 februari 2017

Verstoorde eendracht, in 1776


Het zou onkies zijn om in deze tijden van communautaire godsvrede het lelijke woord transfers te laten vallen. Niemand wil de loop van het rustig kabbelende Belgische beekje verstoren, en ik ook niet. Dat verfoeilijke wij-zij-denken ook altijd!
Maar nu viel in The Life of Dr Johnson mijn oog op een bladzijde die me vreemd genoeg bekend voorkwam, terwijl het jaar 1776 toch al ver achter ons ligt.
Door die tijdsafstand zal hopelijk niemand zich gekwetst voelen als ik die enkele paragrafen toch maar vertaal:

Het wetsvoorstel van Lord Mountstuart, tot oprichting van een Schots garnizoen, ter ondersteuning waarvan his Lordship zo bekwaam heeft gepleit in het House of Commons, ging nu zowat overal over de tongen.
JOHNSON. ‘Aangezien Schotland met zijn grondbelasting zo weinig bijdraagt tot het gezamenlijke budget van de natie, hoort het geen eigen strijdmacht te hebben die gespijsd wordt uit de algemene middelen, of men moest er al van uitgaan dat het in het algemeen belang was dat Schotland voor een buitenlandse invasie werd behoed, terwijl geen mens zal denken dat ze kan plaatshebben. Welke vijand immers zou Schotland binnenvallen, waar niets te rapen valt? Nee mijnheer, nu de Schotten niet langer de bij hen gelegerde Engelse soldaten hun soldij ter plaatse zien spenderen, door de grote aantallen troepen die naar het buitenland gestuurd worden, proberen ze op een andere manier geld los te weken, door voor een eigen garnizoen te laten betalen. Als zij bevreesd zijn, en in alle ernst een strijdmacht wensen voor hun verdediging, dan moeten zij daar maar voor betalen. Uw plan is het, om een deel van uw belastinginkomsten te behouden, door ons te laten instaan voor de kledij en soldij van uw leger.’ BOSWELL. 'Sir, u zou niet van wij en u mogen spreken: wij vormen een Unie nu.' JOHNSON. ‘Er zullen toch verschillende belangen blijven, want de verhouding van de belastingopbrengsten is zo scheef. Als Yorkshire zou zeggen: “In plaats van belastingen af te dragen, zullen we een groter garnizoen onderhouden”, dan zou dat onredelijk zijn.’
Bij deze redenering had mijn vriend het zeker mis. De landopbrengsten zijn even ongelijk verdeeld tussen verschillende delen van Engeland, als tussen Engeland en Schotland; nee, ook binnen Schotland zelf lopen die sterk uiteen. Maar tussen de talrijke takken van publieke ontvangsten, stellen de landopbrengsten maar een klein gedeelte voor, en al die andere betaalt Schotland net zo goed als Engeland. Een Franse invasie in Schotland zou al snel tot in Engeland doordringen.

James Boswell, The Life of Dr. Johnson; A.D. 1776
in: Boswell’s Life of Johnson; Introduction by Sir Sydney Roberts, lately Master of Pembroke College, Cambridge. 1958, J.M. Dent & Sons Ltd
Everyman’s Library n°1, deel I, p. 608

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html