8 juni 2011

Haast en spoed, zelden goed

.
Onderzoek van de Leuvense universiteit toont aan dat het geen kwaad kan om aan het water voor de aardappelen zout toe te voegen. Zelfs mag er zout in de mayonaise bij koude aardappelen. Of in de vinaigrette bij een tomaten- of komkommersalade.

Tot daar het goede nieuws, want de komkommers zelf en de tomaten en nieuwe aardappelen kwamen de jongste week in een kwaad daglicht. Twijfel heeft zich van ons meester gemaakt. Je leest ook over sojascheuten en vlees die schadelijke bacteriën in omloop brengen, en over de slaatjes van de Kartoffelkeller in Lübeck.

In april 1832 schreef Heine in de Augsburger Allgemeine Zeitung over de cholera-epidemie in Parijs. Tot tweeduizend doden per dag vielen daar. Hijzelf bleef ter plekke om verslag te doen, al kon hij zoals de meeste welgestelden de stad ontvluchten. En wat zag hij? Dat de overheid te snel was met haar berichtgeving.
Stadsgeruchten over gifmengers, die een wit poeder op de etenswaar in de winkels hadden gestrooid, deden de politieprefect onmiddellijk zeggen dat “men de gifmengers op het spoor was” en nu: “werd dit kwaadaardige gerucht natuurlijk ten volle bevestigd en heel Parijs raakte in een gruwelijke doodsverbijstering.
De politie hier vindt het minder belangrijk —hier zoals elders— om misdaden te verijdelen, dan om de indruk te wekken dat ze altijd weet hebben van wat er omgaat. […]
En natuurlijk, een goed dieet kan geen kwaad. Het is vermakelijk om te zien hoe schuw de mensen tegenwoordig aan tafel zitten, en hoe ze de mensvriendelijkste gerechten wantrouwig aanstaren. Diep zuchtend slikken ze de allerfijnste hapjes door. De dokters hebben hen verteld dat ze geen vrees mogen koesteren en elke ergernis dienen te vermijden; maar nu vrezen ze juist dat ze zich onverhoeds ergens aan zullen ergeren — en het ergert hen dat ze daar bang voor zijn.

Nu goed, ook zonder bacteriën is eten een groot probleem, wist later de eeuwige optimist Flaubert, in Bouvard et Pécuchet:

Alle soorten vlees hebben nadelen. Worst en charcuterie, zure haring, kreeft en wildbraad blijven vaak op de maag liggen. Hoe dikker de vis, hoe meer gelatine erin zit en hoe zwaarder hij bijgevolg valt. Groenten wekken het zuur op, macaroni geeft nare dromen; kazen, over het algemeen genomen, zijn slecht verteerbaar. Een glas water ‘s ochtends is gevaarlijk. Maar als elke drank of etenswaar een dergelijke waarschuwing meekrijgt, ofwel woorden als ‘slecht! –hoed u voor overmatig gebruik!– niet voor iedereen geschikt!’: waarom slecht? waar begint overmatig gebruik? hoe kom je te weten of iets geschikt voor je is?
Wat een probleem is niet het ontbijt! Koffie met melk lieten ze achterwege op basis van zijn kwalijke reputatie, en vervolgens de chocolade – want dat is een opeenstapeling van onverteerbare substanties. Bleef dus nog thee. Maar ‘personen met zwakke zenuwen dienen zich deze helemaal te ontzeggen’. En toch schreef Decker in de XVIIde eeuw er twintig deciliter per dag van voor, om zo de poel van de pancreas uit te baggeren.

Stukje verschenen in de Knack vandaag

3 opmerkingen:

jan Soete zei

Zoals vaak: niets nieuw onder de zon...

Marc Vanfraechem zei

maar het is niet nutteloos om dat ook even te illustreren, want voor de jonge generatie van journalisten auteurs gaat de geschiedenis vaak niet verder terug dan het jaar 1940.

PN zei

Toen de klimaatopwarminghysterie woedde, heb ik me vaak afgevraagd, of het niet goed zou zijn, als men een oud stukje (referentie heb ik niet bij de hand) van Karel van het Reve integraal zou citeren, waarin auteurs uit de oudheid worden geciteerd, die zich beklagen over het onoontkoombaar feit, dat erg geen seizoenen meer bestaan.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html