23 april 2019

Een gedurfde lofzang op Alain Delon


Voor we luisteren naar de lofzang op Alain Delon, die Sonia Mabrouk op Cnews ten beste gaf, moeten we misschien even de doodzonden van Delon opsommen: ooit verklaarde die dat hij sympathie voelde voor Jean-Marie Le Pen, en zelfs vriendschappelijk met hem omging, en dat “extreemrechts tenslotte toch rechts was”, en dat men rekening moest houden met de stemmen van miljoenen. Stemmen voor hem deed hij niet want er waren nogal wat punten in diens programma die hem niet bevielen. Ook voor Marine stemt hij niet: bij de jongste presidentsverkiezingen nam hij niet de moeite zich naar het kieslokaal te begeven.
Eén doodzonde volstaat voor de eeuwige Verdoemenis, maar hij liet het niet bij één: “Vroeger kon je op straat mannen en vrouwen onderscheiden. Nu weet je niet meer wie wat is. En men laat je verstaan dat leven met iemand van de andere sekse hetzelfde is als leven met iemand van dezelfde sekse. Kijk, ik heb niks tegen het homohuwelijk, het laat me koud, maar kinderen adopteren kan voor mij niet.”
Anderzijds financierde Delon een film van Joseph Losey (Monsieur Klein) die bekend stond om zijn communistische sympathieën en in Hollywood aan de deur was gezet. En hij speelde in films van Visconti, ook communistisch gezind. En bij de burgemeestersverkiezingen in Parijs steunde hij de PS-kandidate Anne Hidalgo, met wie hij bevriend is.
De lof van zo iemand zingen is niet gebruikelijk in de media, want al leveren Visconti, Losey en Hidalgo hem misschien een paar goede punten op, dat eindrapport van Delon blijft natuurlijk slecht.
Nu is de Frans-Tunesische Sonia Mabrouk zelf ook niet overal even graag gezien. Over de terugkeer van IS-figuren naar Frankrijk zei ze bijvoorbeeld, dat je volstrekt nooit kunt weten of ze enigszins betrouwbaar zijn als ze zich berouwvol tonen. En over die IS-kinderen: “Wij weten niet hoe we die kinderen zouden kunnen desindoctrineren (“désendoctriner”). Persoonlijk heb ik nooit geloofd in dat deradicaliseren. Voor mij is dat zand in de ogen strooien.”

Hiermee zal duidelijk zijn dat een lofzang op Delon afsteken tegelijk een gedurfd journalistiek standpunt inhoudt.

Sonia Mabrouk: U bent het symbool van de onrust. Wij hier zitten in een televisiestudio en we weten dat dat soms wat veilig aanvoelt. Soms laten wij ons onderdompelen – niet Pascal – maar soms laten wij ons afglijden op het hellend vlak van het conformisme, van de politieke correctheid. En door uw woorden, door uw uitdrukkingen, uw uitlatingen, haalt u dit wereldje overhoop. Als losse pijlen schiet u uw woorden af, en laat u de politieke correctheid barsten. Sommigen bevalt dit bijgevolg niet. Sommigen durven hun beklag doen terwijl ze… weten die wel wat u allemaal hebt gedaan? En zoals daarnet Pascal Praud zei: al was dat nog maar een derde van …ach kom. Dus, bedankt voor dat alles, want zoveel mensen zijn er niet die deze rust verstoren. Nogmaals bedankt, Alain Delon.
Alain Delon: U bent het die ik dank, voor wat u zei en voor de manier waarop u dat zei. Dat raakt me enorm.
Sonia Mabrouk: Die onrust stelt ook bepaalde vragen, want u bent nu eenmaal een acteur en observator van ons tijdvak. En u bekijkt het ...niet met een nostalgische blik, want sommigen denken dat het om nostalgie gaat, wat vals is. Als u dat goedvindt zou ik zeggen dat u het bekijkt met gezond verstand. En dat behoort tot de waarden die vergeten zijn geraakt, dat gezonde verstand van hier – zelf ben ik niet hier geboren, maar ben wel aan dat Franse gezonde verstand verknocht. Het is een van die waarden die men is gaan minachten, die men als oubollig heeft weggezet. En we vinden die terug in uw commentaren. Dus, mogen wij u in alle nederigheid zeggen, blijf vooral zoals u bent, want we houden van uw gezond verstand.

(35'30")


Sonia Mabrouk : Vous êtes le symbole de l’intranquillité. Nous sommes ici sur un plateau de télévision et on sait ce que c’est parfois d’être tranquille. Nous sommes parfois baignés – pas Pascal – mais parfois on se laisse glisser sur la pente du conformisme, du politiquement correct. Et par vos mots, par vos paroles, par vos propos vous bousculez ce monde-là. Vous envoyez vos mots comme des flèches desserrées et vous venez fendiller le politiquement correct. Alors ça ne plaît pas à certains. Certains osent se plaindre alors qu’ils ne… savent-ils tout ce que vous avez fait ? Et comme l’a dit tout à l’heure Pascal Praud, si on avait fait le, le tiers… allez. Eh bien, merci pour tout cela, parce qu’il n y a pas beaucoup de gens qui bousculent cette intranquillité. Merci encore, Alain Delon.
Alain Delon : Merci à vous, à ce que vous dites et à …la manière dont vous le dites. Ça me touche énormément.
Sonia Mabrouk : Cette intranquillité aussi, elle pose certaines questions, parce que vous êtes forcément un acteur en notre époque, et un observateur. Vous la regardez avec des yeux, non pas nostalgiques, parce que certains pensent que c’est de la nostalgie. C’est faux. Moi je dirais que vous la regardez, si vous êtes d’accord, avec bon sens. Et ce sont ces valeurs-là qu’on a oubliées, ce bon sens bien de chez nous – moi je ne suis pas née ici, mais j’adhère à ce bon sens français. C’est l’une des valeurs qu’on a méprisées, qu’on a ringardisées. Et on la retrouve dans vos propos. Alors, modestement, est-ce qu’on peut vous dire: restez surtout comme vous êtes, parce qu’on aime votre bon sens.

15 april 2019

Maar nu spreken we over de wereld als geheel

Nunc enim sermo de toto est

Het is al erg genoeg dat de dag van de poëzie aan mijn aandacht was ontsnapt, maar voor de filosofie is er gelukkig een hele maand de tijd, en hier dus een stukje Heine: geen lacherig gedoe over gemeenplaatsen, maar een grappig, ernstig woord:


Men zegt dat nachtelijke spoken schrikken als zij het zwaard van een scherprechter zien – hoezeer moeten zij dan niet schrikken als men hen Kants »Kritik der reinen Vernunft« voorhoudt! Dat boek is het zwaard waarmee in Duitsland het deïsme de kop werd afgeslagen.

Eerlijk gezegd, Fransozen, in vergelijking met ons Duitsers zijn jullie kalm en bezadigd. Hoogstens hebben jullie een koning weten dood te maken, en die had zijn hoofd al verloren vooraleer jullie hem van zijn kop ontdeden. En daarbij moesten jullie dan zoveel trommelen en schreeuwen en met de voeten stampen dat heel de aardbol dooreenschudde.


Men bewijst Maximiliaan Robespierre werkelijk te veel eer door hem met Immanuel Kant te vergelijken. Maximiliaan Robespierre, het grote burgermannetje van de Rue Saint-Honoré, kreeg inderdaad aanvallen van vernieldrift als het koningschap ter sprake kwam, en de stuiptrekkingen van zijn regicide epilepsie waren dan schrikbarend genoeg; maar zodra het de Allerhoogste gold, wiste hij het witte schuim weer van zijn lippen, waste het bloed van zijn handen, trok zijn blauwe zondagse kostuum met de blinkende knoopjes aan, en speldde nog een tuiltje bloemen op zijn brede borststuk.

De levensgeschiedenis van Immanuel Kant is moeilijk te beschrijven. Immers, hij had noch een leven noch een geschiedenis. Hij leefde een mechanisch geordend, bijna abstract vrijgezellenbestaan, in een stil, afgelegen steegje van Koningsbergen, een oude stad aan de noordoostgrens van Duitsland. Ik meen niet dat de grote klok van de kathedraal aldaar met nog minder passie en regelmaat dan haar landgenoot Immanuel Kant haar publieke dagtaakje volbracht. Opstaan, koffiedrinken, schrijven, college geven, eten, wandelen, alles had zijn eigen moment, en de buren wisten dat de klok precies op halfvier stond als Immanuel Kant in zijn grijze rokkostuum, met zijn rietstokje in de hand zijn huisdeur uitkwam en naar de kleine Lindenlaan wandelde, die men ter wille van hem nu de Filosofengang noemt. Acht maal liep hij die op en af, in alle seizoenen, en als het weer somber was of als donkere wolken regen voorspelden, dan zag men zijn dienaar, de ouwe Lampe, angstig bezorgd achter hem aan lopen met een lange paraplu onder de arm, als een toonbeeld van de Voorzienigheid.


Wat een merkwaardig contrast tussen het uitwendige leven van die man, en zijn verwoestende, wereldvermorzelende gedachten! Waarlijk, hadden de burgers van Koningsbergen een vermoeden gehad van de volle betekenis van die gedachten, dan zouden zij een veel afgrijselijkere schrik voor die man hebben gehad dan voor een scherprechter, een scherprechter die alleen mensen terechtstelt – maar die brave lieden zagen in hem niets anders dan een professor Filosofie, en als hij op het gestelde uur voorbij kwam gewandeld, groetten zij hem vriendelijk en stelden op hem zelfs hun zakhorloges gelijk.

Immanuel Kant, die grote verwoester in het rijk van de geest, mag in het terrorisme Maximiliaan Robespierre dan ver overtroffen hebben, toch vertoonde hij met hem grote gelijkenissen die tot een vergelijking van beide mannen nopen. Om te beginnen zien we bij beiden dezelfde onverbiddelijke, snijdende, poëzieloze nuchtere eerlijkheid. Dan zien we bij beiden hetzelfde talent voor wantrouwen, alleen wendt de ene dat enkel tegen gedachten aan en noemt hij het kritiek, terwijl de andere het tegen mensen aanwendt en als republikeinse deugd betitelt. Allebei evenwel behoren zij in de hoogste graad tot het type van de kleinburger – de Natuur had hen voorbestemd om koffie of suiker af te wegen, maar het Lot wilde dat zij andere zaken afwogen, en het legde bij de ene een koning, en bij de andere een god op de weegschaal...

En zij gaven het correcte gewicht!

Zur Geschichte der Religion und Philosophie in Deutschland (1852)
Sämtliche Werke, Meyers Klassiker-Ausgaben
Ernst Elster, 1893, vierter Band, SS. 249-50


9 april 2019

'Ik heb geprobeerd Greta Thunberg te interviewen'


De ferventste verdedigers van het ‘klimaat’
kennen geen snars van het ‘klimaat’
Marc Reisinger*
(vandaag in Causeur)

Ik wilde weten of de klimaatspijbelaars wisten waar ze het over hadden. Ik zocht Greta Thunberg en een paar van haar bewonderaars op, en toen wist ik het.
____

In februari trok er een klimaatmars door Brussel, met aan het hoofd Greta Thunberg. Ik was daar ook, en na enkele vragen aan jonge deelnemers daagde het me dat ze niet eens het abc kenden van de zaak waarvoor ze betoogden: de opwarming van het klimaat. De week daarop interviewde ik een leraar die zijn leerlingen aanzette om te manifesteren voor het klimaat: hij wist er niet meer van dan de studenten.

Uitgaand van de stelling dat het beter is zich tot God te richten eerder dan tot zijn heiligen, besloot ik vragen te stellen aan Greta Thunberg zelf. Ik nam het vliegtuig (ja, ik beken…) naar Stockholm en wilde haar treffen voor het Zweedse Parlement, waar zij iedere vrijdag haar schoolstaking houdt. Pech, ze had de trein naar Berlijn genomen om daar te manifesteren.

Als Greta Thunberg haar mutsje licht…
Koppig als ik ben nam ik de week daarop weer het vliegtuig (ja…). Stockholm is tenslotte een erg mooie stad. Victorie : Greta is deze vrijdag op haar post. Ze keuvelt met een klein groepje jonge Fransen, en ik wacht mijn beurt af om haar aan te spreken:
‘Ik heb u gezien in Brussel, er was een hoop volk… Ik hoorde dat u de jongelui suggereerde om het klimaat te bestuderen. Als u dat goedvindt, zou ik een kort gesprekje daarover op prijs stellen…’
Ze knikt met haar mutsje op, maar ik merk dat ze schuw is, niet op haar gemak: mijn indruk is dat ze wel ja zégt, maar neen denkt. Op dat moment licht ze haar mutsje. Dat is een signaal. Ogenblikkelijk verschijnt er een blonde dame van ongeveer vijftig, met een zwarte bril en een gemaakte glimlach, die van achter mijn rug de scene had gadegeslagen:
‘Hallo, het spijt me, maar we hebben nog wat te doen nu. Ik moet haar meenemen, dank u.’
Einde interview. Een zwartgeklede lijfwacht – op de video ziet u dat die mij ook in de gaten hield – begeleidt hen naar enkele meter verderop: dat ‘wat te doen’ was Greta beschutting bieden voor mijn vragen.

Allen achter Greta
In tegenstelling tot de jonge manifestanten in Brussel heeft Greta op geen enkele vraag geantwoord. Wat ik voor me zag was een uitgeblust klein meisje, passieloos, gemanipuleerd door onrustwekkende figuren, een geterroriseerd kind.
Ze werd geprogrammeerd voor apocalyptische en uitdagende speeches van een paar minuten in het bijzijn van de groten der aarde. Misschien zal men haar ‘selectief mutisme’ in verband brengen met autisme, maar dan valt wel op dat ze welwillend antwoordde op de (anekdotische) vragen die de jongelui voor mij haar stelden.
Wel een merkwaardige klimaatleidster die niet aanvaardt dat men haar een vraag over het klimaat stelt. Enkel eerbiedig buigen mag, en daar doet de grote wereld gretig aan mee: Angela Merkel, Emmanuel Macron, Jean-Claude Juncker, de jury van de Nobelprijs, wanneer volgt de Paus?

De klimaatreligie
Een paar uur later kwam ik weer aan dezelfde plek voorbij, Greta stond er nog altijd, tussen een paar mensen. Haar lijfwachten waren afgelost door twee nieuwe gorilla’s. Op een onmerkbaar teken neemt ze haar bord «SKOLSTREJK FÖR KLIMATET» en als een automaat gaat ze postvatten tegen de reling van de rivier voor een groepsfoto met kinderen. Het publicitaire ballet is uitstekend geregisseerd…

Ik werd er al van beschuldigd jonge manifestanten ‘in de val te lokken’. Vandaag zal ik misschien van heiligschennis beschuldigd worden. Wat ik zie, is een menigte van blinden, geleid door een blinde, zoals in het evangelie.**

____________
* Psychiater en antropoloog; auteur van Opération Merah en Lacan l'insondable.
** Lukas 6:39 En Hij zeide tot hen een gelijkenis: Kan ook wel een blinde een blinde op den weg leiden? Zullen zij niet beiden in de gracht vallen?

8 april 2019

Populisme en opportunisme


Eerder al kwam William Hazlitt (1778-1830) hier aan bod.
Liberty is short and fleeting, a transient grace that lights upon the earth by stealth and at long intervals – But power is eternal.*

Vrijheid is kort en vluchtig, een voorbijgaande gunst die steels en bij grote tussenpozen op aarde neerstrijkt – Maar macht is eeuwigdurend.

Bij het gedachtestreepje last Hazlitt enkele verzen van Robert Burns (1759–1796) in. Onderaan kan u die lezen – in een iets andere volgorde want wellicht citeerde Hazlitt uit zijn hoofd – en u zult ze ook met het juiste accent horen zeggen door David Sibbald, maar eerst iets anders.

Allerlei instanties nemen zich vandaag voor om die vluchtigheid van de vrijheid nog wat in de hand te werken, te beginnen bij de vrijheid op het web. De EU wil dat, Macron wil dat, Zuckerberg van Facebook en Dorsey van Twitter ook, en er zijn nog wel meer machthebbers die dat willen. Natuurlijk hebben deze lieden de beste bedoelingen. Ze wensen fake news tegen te gaan, populistische praat uit te bannen, de Russen tegen te houden enzovoort. Ook moet de toegelaten woordenschat bijgesteld worden, en houden ze van huisbereide fact checking. Kortom, ze willen de informatie graag wat gestroomlijnder zien, en deze vooral in de handen laten van enkele grote spelers en vertrouwde mediagroepen.


Ze haten het als de gewone burger op populaire sites zomaar kan vertellen wat hij dagelijks zelf ziet of denkt. Beter kunnen ernstige mensen hem vertellen wat hij diént te zien en te denken.
Een recent voorbeeld van dat laatste was wat Charles Michel over de volkenmoord in Rwanda vertelde. Daar moet al een soort populisme bij gespeeld hebben, meende Charles. Die term kan tien jaar geleden nog niet in dat aandoenlijke kopje van hem hebben gezeten, maar toch kan het geen kwaad, zal zijn speechschrijver gedacht hebben, om ook bij de herdenking van een volkenmoord de term populisme te laten vallen. Dat getuigt misschien niet van goede smaak, eerder van schaamteloosheid en opportunisme, maar zoiets kleurt toch altijd af op de dingen die ons vandaag bezighouden.

Nee, wat vrijheid betreft kun je beter de overdenkingen van Hazlitt lezen, en de prachtige teksten van Burns horen, liever dan dat onbeschaamde, geestloze, nergens op slaande gebazel van een Belgisch ministertje.




But pleasures are like poppies spread,
You seize the flower, its bloom is shed;
Or like the snow falls in the river,
A moment white – then melts for ever;
Or like the borealis race,**
That flit ere you can point their place;
Or like the rainbow's lovely form
Evanishing amid the storm.-

________
* What is the People? And who are you that ask the question? One of the people. (1817) in: Selected Writings, edited with an Introduction and Notes by Jon Cook, Oxford World's Classics, 1991. 
Hazlitt hield blijkbaar van de constructie met een korte slotzin. In zijn essay The Pleasure of Hating, schrijft hij: Love turns, with a little indulgence, to indifference or disgust: Hatred alone is immortal. Dat laatste, grappige zinnetje is spreekwoordelijk geworden.
** 'rays': stralen van de Aurora Borealis (deze voetnoot is uitsluitend bestemd voor de enkele, hier wellicht per ongeluk verzeilde simpele ziel die bij het woord 'borealis' reflexmatig aan racisme zou denken).

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html