Posts tonen met het label Libération. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Libération. Alle posts tonen

24 januari 2018

Bobo* Yann Moix gaat naar Calais


Op France Inter kreeg Yann Moix de gelegenheid om bij Léa Salamé een stuk van hem in Libération toe te lichten. Hij had daarin Macron aangevallen en met scheldwoorden overladen in verband met het politie-optreden in Calais. Hier het fragment waarin hij het grappigst is:

Léa Salamé: De migranten houden chauffeurs staande, springen op de vrachtwagens, scheuren de afdekzeilen, doen aanvallen op de ringweg, en zetten hun leven en dat van de bewoners van Calais op het spel. Loopt u, en vergeef me dit, met uw stuk niet het risico om door te gaan voor een Parijse bobo* die eens lessen moraal komt geven bij mensen die echt alle dagen afzien?
Yann Moix: Wel, ziet u, die beschuldiging van boboïsering is een manier om mensen als persoon te delegitimeren, ziet u. Als men hen werkelijks niets kan verwijten, komt men met dat woord bobo, dat een toverwoord is. Neem van mij aan: ik ben een provinciaaltje, ik heb mijn legerdienst gedaan, ik heb in mijn eentje mijn studies gedaan, ik heb jaren geleefd in kleine studio’s, en als u alles wil weten, toen ik in Parijs arriveerde heb ik gewoond in, ik meen een kraakpand. Ik voel me niet aangesproken door die boboïsering, en zelfs, zelfs al was ik nog de grootste bobo aller tijden: een bobo is een burger, en als een bobo in Calais gaat kijken wat daar omgaat, wel, het woord van een bobo is het woord van een burger, en simpelweg alle burgers hebben het recht getuigenis te geven.
Léa Salamé: Welk effect verwacht u van dat ingezonden stuk? Wat vraagt u van Emmanuel Macron, want hij is het die u met name viseert.
Yann Moix: Ik vraag de president van de Republiek…
Léa Salamé: Incompetent, onwaardig, zegt u.
Yann Moix: …en afschuwelijk en hypocriet, en zo nu en dan imbeciel, want de waarheid springt in het oog. Ik verdraag het niet langer dat kinderen fysiek mishandeld worden op het grondgebied van de Republiek. Als een kind van zestien u aankijkt, met rode ogen van het traangas, en zegt: “Ik begrijp niet wat er gebeurt. In Libië heeft men mij gefolterd, maar dat men hetzelfde doet in Frankrijk! Ik ben uitgeput en perplex.” Onder de Afghanen zijn er mensen die Victor Hugo kennen, die Victor Hugo in het Farsi gelezen hebben en hem op hun duimpje kennen, en die daarom naar Frankrijk zijn gekomen. En dan komen ze hier, en men klopt erop.

─ Er vallen een paar dingen op in het getuigenis van onze burger. Dat de meeste migranten hoogopgeleid zijn wisten we al, maar dat er zelfs bij zijn die Victor Hugo op hun duimpje kennen is nieuw. En dat ze als Afghanen hem blijkbaar in het Perzisch (Farsi) hebben gelezen, terwijl de meest verbreide taal in hun land het Pasjtoe is, verhoogt nog onze verbazing.
Anderzijds is het wel begrijpelijk dat iemand die Hugo op zijn duimpje kent, en zelfs om die reden naar Frankrijk is gekomen, graag ook eens kennis wil maken met Engelse auteurs, en dus liever geen asiel aanvraagt in Frankrijk. Uit te sluiten valt overigens niet dat ze enkel naar Guernsey willen, waar hun idool Hugo immers ook een tijd verbleef, in zelfgekozen ballingschap.
__________

* bobo (bourgeois bohème): eerder welgestelde, eerder jonge mens die economisch eerder rechts te situeren valt, geschoold is, cultureel geïnteresseerd, stedelijk, ecologisch denkt en links stemt.



Léa Salamé: Les migrants interpellent les transporteurs, ils sautent sur les camions, ils arrachent les bâches, ils attaquent la rocade, ils mettent en dangers leur vie et la vie des Calaisiens. Est-ce que vous ne prenez pas le risque avec cette tribune de passer, pardonnez-moi, mais pour le bobo parisien qui vas nous faire des leçons morales chez des gens qui souffrent vraiment au quotidien ?
Yann Moix: Alors, si vous voulez, le procès en boboïsation, c’est une manière, si vous voulez, de délégitimer la personne des gens. Quand on ne peut absolument rien leur reprocher, on sort le mot de bobo, qui est un mot magique. Croyez-moi, je suis un provincial, j’ai fait mon service militaire, j’ai fait mes études tout seul, j’ai vécu pendant des années dans des petits studios, et je crois quand je suis arrivé à Paris j’ai vécu dans un squat, si vous voulez tout savoir. Je ne me sens pas concerné par la boboïsation, et quand même, quand bien même je serais le plus grand bobo de tous les temps : un bobo est un citoyen, et si un bobo va voir à Calais ce qui s’y passe, et bien la parole d’un bobo est une parole de citoyen, et simplement, tous les citoyens ont droit de témoigner.
Léa Salamé: Qu’est-ce que vous attendez de l’effet de cette tribune ? Qu’est-ce que vous demandez à Emmanuel Macron puisque c’est lui que vous visez nommément.
Yann Moix: Je demande au président de la République…
Léa Salamé: Incompétent, indigne, dites-vous.
Yann Moix: …et horrible et hypocrite, et parfois imbécile, parce que la vérité se voit. Je ne supporte plus que des enfants soient physiquement maltraités sur les territoires de la République. Quand un enfant de seize ans vous regarde, les yeux rougis par le gaz lacrymogène, en disant : « Je ne comprends pas ce qui se passe. En Lybie on m’a torturé, mais qu’on fasse la même chose en France, je suis exténué et éberlué. » Il y a parmi les Afghans des gens qui connaissent Victor Hugo, qui ont lu Victor Hugo en farsi sur le bout des doigts, et qui sont venus en France pour ça. Et ils arrivent, et on les frappe.

Moix: ou l'X surnuméraire du narcissisme sans emploi.
(Pierre-Emmanuel Prouvost d'Agostino)

13 oktober 2016

Overzicht van de Franse binnenlandse pers


Wat je vandaag bij ons in het nieuws en in de kranten vaak hoort of leest, zijn politici die zich verontschuldigen voor dingen die ze op hun kerfstok hebben, of voor dingen die ze op Twitter of elders verteld hebben, die ze verkeerd ingeschat hebben, of die slecht zijn overgekomen enzovoort. Soms, maar dat is uitzonderlijk, gaat  het ook over ernstige zaken, zoals misdaden tegen de mensheid of militaire ingrepen die verkeerd uitpakten. In elk geval maken politici dan ook goede voornemens, want zonder leidt berouw niet tot vergiffenis.
In andere landen gaat dat niet anders, het lijkt wel een mondiale plaag. Dat verontschuldigen is een stijlfiguur geworden, en als ergens één journalist een politicus ertoe kan bewegen, dan volgen al snel al zijn vakbroeders. Dat is met veel journalistieke dingen het geval, denken wij bijvoorbeeld aan het onnozele format van het fact checken, dat ze nu ook overal ter wereld hebben.
Maar goed, als dat in Frankrijk gebeurt is het toch wat vermakelijker en sierlijker dan elders, zeker als Natacha Polony op Europe1 het persoverzicht verzorgt:

Et oui, le confessionnal est par les temps qui courent le lieu le plus fréquenté de la République, s’amuse Jean-Louis Hervois dans la Charente Libre. Les journalistes y font office de curés – sauf à raconter les secrets sur tous les toits. François Hollande s’y révèle donc comme un pénitent ardent à dénoncer ses fautes. Toujours plein de bonnes résolutions, il résiste mal à la tentation ...du mensonge, cet accommodement avec les réalités qui offre la survie en politique.


Het is niet anders: in deze tijden is de biechtstoel de drukstbezochte plek in de Republiek, spot Jean-Louis Hervois in de Charente Libre. De journalisten spelen er voor pastoor – behalve dat ze de geheimen van alle daken schreeuwen. Gebrand om zijn fouten te bekennen, ontpopt François Hollande zich daar dus als boeteling. En al zit hij altijd vol goede voornemens, hij weerstaat moeilijk aan de verleiding van ...de leugen, dat akkoordje met de werkelijkheid dat in de politiek voor overleving zorgt.



PS: vandaag gaat Libération door over de desastreuze bavardages van de president, die in ademnood giftigheden over medestanders verspreidt. Hij heet daar: 'un esprit tranchant prisonnier d’un corps rond'. Ook noemde Hollande het justitieapparaat een «institution de lâcheté», woorden waar het Élysée geen commentaar bij geeft, maar ze evenmin ontkent.

12 januari 2015

Radionieuws spreekt Libération tegen


Marche républicaine : Marine Le Pen acclamée à Beaucaire, schreef Libération.

Merkwaardig. Wie Libération gelooft, zal menen dat Marine Le Pen veel succes had in Beaucaire («acclamée» zegt het blad tenslotte).

Le Pen was, zoals we weten, ongewenst bij de grote charlie-optocht in Parijs en trok dan maar naar een eigen bastion. Bijval daar lijkt me niet uitgesloten, en allicht heeft Libération dit goed gehoord en gezien.

Maar als radioluisteraar, om 22u, hoorde je van Johan Tas een heel ander geluid: 



Van ongewenstheid is geen sprake, maar bij die optocht in Parijs “voelde zij zich niet welkom”. En in Beaucaire werd ze bovendien nog eens "uitgefloten".

Hier moet het om een vergissing gaan, hoogstens om een geval van onschuldige stupiditeit, want moedwillig een woord vertalen door het omgekeerde ervan zou al van vooringenomenheid getuigen. Laten we het voorzichtig houden bij een gebrekkige schoolopleiding.

Acclamer: Saluer par des cris collectifs d'enthousiasme et d'approbation.

24 juni 2014

Klein accidentje bij De Standaard


Filip Van Ongevalle, chef cultuur, media & wetenschap van de Kwaliteitskrant, bedoelt het goed met zijn “Belgische veelkleur”, maar hij begrijpt maar half waar hij het over heeft …en schrijft bijgevolg ook belabberd.
Alleen al "dient zich een momentum aan" bewijst dat we hier met een simpele te maken hebben die graag een woord gebruikt dat hij niet kent. Verder zit hij op zijn fiets "als een vogel voor de kat".

En dan, de crux interpretum van zijn verhaal, vertelt hij dat: “Frankrijk in 1998 wereldkampioen werd met zijn befaamde ‘Beur-blanc-rouge’-team”.

Goede wil is mooi, maar op zich volstaat goede wil niet. Filip weet niet genoeg om over moeilijke zaken te schrijven, want Beur-blanc-rouge is weliswaar de ironische titel van een film, maar de Franse voetbalploeg was (schreef Libération toen nog hoopvol): “celle qui a pu incorporer le beur-blanc-black dans le bleu-blanc-rouge.”

Dat laatste was een verwijzing naar de Franse vlag, Filip. En “beur” is ook geen boter, wat je logischerwijs misschien denkt.
Steeds tot uw dienst.

21 april 2014

Le Monde Diplomatique maalt BHL heel fijn


Dezer dagen willen enkele heetgebakerde Russische parlementsleden Michail Gorbatsjov laten vervolgen omdat hij de Sovjet-Unie heeft laten uiteenvallen. Dit mag ons verwonderen want voor doorgewinterde historisch-materialisten als zij is het moeilijk vol te houden dat één man de loop van de geschiedenis zou hebben bepaald. Materiële ontwikkelingen in hun dialectische verbanden bepalen deze loop namelijk.
Laten we gevoeglijk aannemen dat de rechtszaak zal doodlopen, zelfs in het geval dat Gorbatsjov zich een volslagen idioot als advocaat zou uitkiezen.

Ernstiger is wat Gorbatsjov zelf de zeventiende maart aan het persbureau Interfax liet weten, na het referendum in de Krim:
De Krim mag destijds onder de Sovjetwetgeving aan Oekraïne zijn toegevoegd [...], zonder dat de bevolking om haar mening werd gevraagd, vandaag heeft dit volk besloten om deze dwaling recht te zetten. Men moet dit feit erkennen, in plaats van sancties aan te kondigen.

Ik meen niet dat de volkstribuun van het Maidanplein, onze flapuit Verhofstadt dit standpunt graag gelezen zal hebben, waarbij ik voor het gemak even ervan uitga dat hij het gelezen heeft.
Maar in Frankrijk hebben ze een flapuit die nog veel beroemder is, namelijk de zondagsfilosoof Bernard-Henri Lévy. Die man is zoals iedereen weet een pathologische leugenaar, een fantast die graag verslag uitbrengt van gebeurtenissen die hij niet gezien heeft en erger nog, filosofen citeert die nooit hebben bestaan, zoals Jean-Baptiste Botul (1896-1947).
Je vraagt je af hoe mensen een dergelijke kwast nog ernstig kunnen nemen. Nochtans is dit wel het geval. Onder meer bij Libération plaatst men zonder morren geregeld zijn stukken. Nu hebben zij daar ook een goede reden voor: vader Lévy dreef een handeltje in tropische houtsoorten en zodoende erfde zoon Bernard-Henri een paar honderd miljoen, zodat hij met wat zakcentjes zich kon inkopen bij die noodlijdende krant.
Minder begrijpelijk is het echter dat bijvoorbeeld ook Guy Verhofstadt en Yves Desmet hem blijven achternalopen, denk aan Syrië, Libië en daarvoor nog aan Kosovo.

Bij Le Monde Diplomatique weten ze alleszins beter, en in hun jongste nummer werd BHL lelijk gemaltraiteerd door de auteur Olivier Zajec, onderzoeker aan het Institut de stratégie comparée (ISC) in Parijs. Zajec brengt onder de titel 'L'obsession antirusse' een stuk waarin hij uitlegt wat de beweegredenen van Poetin zouden kunnen zijn en waarom die zich terecht of onterecht gebruuskeerd voelt.

Ik geef eerst een paar alinea's van de Franse tekst, en dan vertaal ik die, in het besef dat Zajec het stiletto zwieriger hanteert, vooral met zijn kleine zinnetje over de arme BHL. La petite phrase qui tue, waar de Fransen zo goed in zijn. Eerst geeft Zajec aan dat, als het wat moeilijker zaken betreft, vele Westerse politici en journalisten enkel nog in theologische, manicheïstische schema's kunnen denken:

Ces dernières semaines, le traitement médiatique des événements en Ukraine en a apporté la confirmation : pour une partie de la diplomatie occidentale, les crises ne trahissent plus une asymétrie entre les intérêts et les perceptions d'acteurs doués de raison, mais constituent autant d'affrontements ultimes entre le Bien et le Mal où se joue le sens de l'histoire.
La Russie se prête à merveille à cette scénarisation, qui a le mérite de la simplicité.'
[De manier waarop de media de gebeurtenissen in Oekraïne de jongste weken hebben behandeld, bevestigt dit: voor een deel van de Westerse diplomatie zijn crisissen niet langer uitingen van uiteenlopende belangen en zienswijzen van partijen die met rede begiftigd zijn, maar telkens weer finale botsingen van Goed en Kwaad waarbij de loop van de geschiedenis op het spel staat.
Rusland past wonderwel in dit scenario, dat de verdienste van de eenvoud heeft.]

En dan bespreekt hij de stommiteit van de nieuwe Oekraïense regering, die meteen het Russisch wilde verbieden:
M. Poutine ne pouvait rêver mieux que cette ineptie pour enclencher sa manœuvre criméenne. L'insurrection qui a mené à la chute de M. Ianoukovitch (élu en 2010), puis la sortie de la Crimée russophone du giron de Kiev n'est donc que la dernière manifestation en date de la tragédie culturelle consubstantielle à cette Belgique orientale qu'est l'Ukraine. Á Donetsk comme à Simferopol, les Ukrainiens russophones sont en général moins sensibles qu'on ne le dit à la propagande du grand frère russe : la décrypter avec une ironie fataliste est devenu une seconde nature. Leur aspiration à un véritable État de droit et à la fin de la corruption est la même que celle de leurs concitoyens de Galicie. M. Poutine sait tout cela. Mais il sait aussi que ses populations, qui tiennent à leur langue, n'échangeront pas Alexandre Pouchkine et les souvenirs de la «grande guerre patriotique» –nom soviétique de la seconde guerre mondiale– contre un abonnement à La Règle du jeu, la revue de Bernard-Henri Lévy. En 2011, 38% des Ukrainiens parlaient russe à la maison. Or la décision aventureuse et revancharde du 23 février a soudainement rendu le discours de Moscou véridique : pour l'Est ukrainien, le problème n'est pas que le nouveau gouvernement du pays soit parvenu au pouvoir en renversant le président élu, mais bien que sa première décision ait été de faire courber la tête à la moitié de ses concitoyens.
[Om zijn manoeuvre in de Krim op gang te brengen, kon dhr. Poetin zich niets beters dromen dan deze stommiteit. De opstand die heeft geleid tot de val van dhr. Janoekovitsj (verkozen in 2010), met daarop de uittreding van de Krim uit de schoot van Kiev, is dus niets meer dan de jongste uiting van de culturele tragedie, die eigen is aan dit België van het Oosten dat Oekraïne heet. In Donetsk, zowel als in Simferopol zijn de Russischsprekende Oekraïners meestal minder gevoelig dan men wel zegt voor de propaganda van de grote Russische broer: deze met een berustende ironie ontcijferen is een tweede natuur geworden. Hun verlangen naar een waarachtige Rechtsstaat, en naar het verdwijnen van de corruptie, verschilt niet van dit van hun Galicische medeburgers. Dhr. Poetin weet dit allemaal. Maar hij weet ook dat die volken, die aan hun taal gehecht zijn, Alexander Poesjkin en de herinneringen aan de «grote vaderlandse oorlog» –de sovjetbenaming voor de Tweede Wereldoorlog– niet zullen inruilen voor een abonnement op La Règle du Jeu, het blad van Bernard-Henri Lévy. In 2011 spraken 38% van de Oekraïners thuis Russisch. Maar nu heeft de riskante en revanchistische beslissing van 23 februari het Russische discours plots geloofwaardig gemaakt: voor Oost-Oekraïne is het probleem niet zozeer dat de nieuwe regering aan de macht is gekomen door de gekozen president af te zetten, maar wel dat het haar eerste beslissing was om de helft van hun medeburgers het hoofd te doen buigen.]

En laat me besluiten: nu het Journaal van Mark Grammens niet meer bestaat, waarin hij zo vaak de lof zong van Le Monde Diplomatique, wil ik graag vermelden dat behalve het bovengenoemde artikel er nog veel meer lezenswaardigs te vinden is in hun aprilnummer. Twee titels maar: Bonapartisme ou Constituante, met als verduidelijking 'Un cadre politique légal mais illégitime', een scherpe bespreking van het Verdrag van Lissabon en het EU-parlement, dat er geen is (van André Bellon, oud-voorzitter van de Franse Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken).
En verderop (van Frédéric Lordon, auteur en econoom) nog een artikel over de EU: Un peuple européen est-il possible? met ter verduidelijking 'La machine Bruxelloise s'emballe' (slaat op hol).
Hopelijk vindt onze bevlogen ex-premier tijdens zijn kiescampagne nog een rustig moment om ook deze beide auteurs van antwoord te dienen.


18 augustus 2008

Eens een andere klok.


.
Onderstaand stuk, dat in de Frankfurter Allgemeine van 16 augustus stond, en dat een antwoord is op een brief van de Franse filosofen Glucksmann en Lévy in Libération, laat een andere stem horen dan wat wij in onze eigen afschrijfkranten gewend zijn. Op te merken valt dat deze Lévy niet aan zijn proefstuk was, en dat hij bijvoorbeeld in 1999 de Amerikaanse bombardementen op Europa goedkeurde en er zelfs om smeekte (hierin vanzelfsprekend gevolgd door onze eigen pers). Hij schreef toen een infame brief, gericht aan Régis Debray, die het bestaan had om een genuanceerd standpunt in te nemen ("Adieu, Régis Debray", Le Monde, 14 mei 1999).


Georgië en Rusland
Belangen ? Wij ?
Lorenz Jäger

Het gaat, als je deze intellectuelen mag geloven, om mensenrechten, om democratie, om de toekomst van een vrij Europa. Om niets anders. Niet om die pijplijnen die de olie van de Kaspische Zee helemaal langs Iran voeren, niet om een strategische inkapseling van Rusland door het min of meer openlijk infiltreren van de NAVO in de buurstaten. Ook deze keer ontdekken André Glucksmann en Bernard-Henri Lévy de humanitaire waarden, net op het moment dat er aan Amerikaanse belangen wordt geraakt. Alleen: daar spreken zij niet van.
Is Georgië in Zuid-Ossetië met het geweld begonnen? De vraag alleen al is „obsolète”, achterhaald, menen beide filosofen.
Donderdag publiceerden zij in de krant Libération een manifest onder de titel SOS Georgië? SOS Europa!, gesteld in de alarmistische toonaard die we van hen gewend zijn: tegen elke enigszins doordachte diplomatieke demarche brengen zij het spook van het „vroegere en huidige fascisme“ in stelling. Ja, de diplomaten betitelen zij – daarbij verwijzend naar een grotesk nevenpersonage bij Proust – als „onze Norpois“, wat zoveel wil zeggen als: historische naïevelingen en bakkers van platte broodjes.

Een keerpunt

Op één punt moet men de auteurs bijtreden: er is in de Russische politiek een keerpunt bereikt. Het riskante avontuur van president Saakasjvili, die in Zuid-Ossetië door middel van geweld een voldongen feit wilde creëren, is mislukt. Rusland heeft aangetoond dat het in staat is tot zelfhandhaving in de regio – of dit nu in de smaak valt bij de Europeanen of niet.
De beide filosofen zien dat anders. Als zij het hebben over de „autocratie“ van Poetin, dan proberen ze de oude angsten voor een tsarenbewind aan te wakkeren. Rusland moest maar eens uit de G8 gezet worden, eisen zij, en meteen ook uit de Raad van Europa. En dan gaat het ineens tóch tegen de Duits-Russische gaspijplijn die langs Polen loopt – zo komt de materiële grondslag alsnog ter sprake! .Durf” moeten we in Europa zien los te krijgen, en scherpzinnigheid. „Anders is het dood.“
De stemmen van Glucksmann en Lévy vinden gehoor in Europa, zo hebben zij bijvoorbeeld in Duitsland de portaalsite „Perlentaucher“ aan hun zijde. Rusland daarentegen vindt vandaag nauwelijks pleitbezorgers onder de Europese koppen van niveau, en het „Westen“ laat zich als normatief ideaal gelden. Er zijn wel politieke correspondenten en commentatoren met een meer bezonnen oordeel, maar onder intellectuelen domineert de naakte russofobie. Alexander Solzjenitsyn is dood, en met hem de enige stem die ook bij westerse geesten mogelijk nog gehoor had gevonden – maar hadden zij niet, al lang voor zijn dood, alles wat van deze grote metafysische nationalist afkomstig was, weggeregeld? Op kop Glucksmann, die zich enorm verdienstelijk maakte bij de verspreiding van de „De Goelagarchipel“, maar van de latere Solzjenitsyn zich distantieerde. Misschien was Émile Cioran wel de laatste die, bijna vijftig jaar terug, in zijn essay „Rusland en het Virus der Vrijheid“ om begrip vroeg voor de Oostelijke grootmacht, en dat deed met filosofische argumenten die ook voor een westerse intellectueel toegankelijk waren. Men moet hem opnieuw lezen, om deze dagen niet versuft te raken.

Anti-Russische neigingen

In Europa is er sprake van een anti-Russisch gevoel. Men dient het te onderkennen, maar niet er zich klakkeloos door te laten imponeren. Dit gevoel is juist in geval van conflict altijd mobiliseerbaar, zoals reeds ten tijde van de Krimoorlog in de Britse pers de Orthodoxe religie gedemoniseerd werd als zijnde barbaars en achterlijk. Voor de wereldopinie gold het regime van de tsaar toen al snel als „Vijand van de Mensheid“. En aangezien het een “nest van de reactie” was, zongen ook Marx en Engels een stevig partijtje mee in het anti-Russische koor.
Gelukkig zijn er vandaag ook andere stemmen, ook bij Libération. Bernard Guetta, voormalig Moskou-correspondent voor Le Monde, begint bij de vaststelling dat Saakasjvili in geen geval de enige schuldige is in dit conflict, en dat klinkt al bezadigder. Hij waarschuwt wel tegen een verder doordrijven van de NAVO-perspectieven voor Oekraïne en Georgië – wat Glucksmann en Lévy laatst in de lente nog hadden bepleit in een open brief aan Angela Merkel.
Deze advocaten van de mensenrechten maken op de duur hun eigen zaak belachelijk, als zij de discussie over de belangen uit de weg gaan – die van de Verenigde Staten in de eerste plaats, maar ook, nauwelijks nog een geheim, die van Israël. En het past intellectuelen, die de plicht hebben om een kritische balans op te maken, om de nieuwe ordewoorden uit Parijs aan te horen met de nodige scepsis, die hun waarmerk is. En ja, Glucksmann en Lévy zijn beslist intellectuelen. Maar uit hun martiaal manifest spreekt niet de taal van de rede.

.
___________________

Noot van 23 augustus: Dat Bernard-Henri Lévy niet meer is dan een pathologische fabulator, werd hier eerder al beweerd, maar wat naar aanleiding van het artikel in Le Monde verscheen bij RUE89 slaat werkelijk alles. Merkwaardig dat Le Monde zich nog wil laten vangen aan de praatjes van die schertsfilosoof.
.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html