26 april 2020

Stendhal over cholera en griep


À M. Di Fiore, à Paris.*

Civita-Vecchia, le 12 Juin 1832.


Vervelend als de pest! Ik hoop, goede vriend, dat de cholera enkel nog zo vervelend is als deze eeuwige gemeenplaats van de dwazen. — Mijn hart bloedde toen ik hoorde van het enorme verlies van ons beider weldoener.** Dat is voor mij de enige tragische herinnering in deze voor de mensheid kwalijke aangelegenheid.
Maar waarom ook niet bij de eerste zekerheid over het reële gevaar (ik heb het niet over de praatjes van de goegemeente) waarom dan niet al wat ons dierbaar is naar Marseille gestuurd?

Ik denk dat u zich in de maand april niet harder hebt verveeld dan men zich verveelt bij een veldslag.*** U was veranderd, zei men mij, in een wandelende apotheek.****

Hier hebben wij de kranten nooit geloofd. Als het verstand de waarschijnlijkheden nagaat, voelt het hart minder. Aan gevaar dachten wij alleen als er persoonlijke brieven kwamen.
Hier, een klein gat van zevenduizend vijfhonderd inwoners, doodde de griep zeven man per dag. Maar niemand haalde het in zijn hoofd om bang te worden; de pers had die spookbeelden er niet ingewreven. Voor het eerst zag ik dat persvrijheid ook schadelijk kan zijn. Het drukken van het woord cholera zou Napoleon verboden hebben.
[...]
Aux âmes sensibles
Lettres choisies (1800-1842)
Édition de Mariella Di Maio
(Folio classique, 2011)
___________
* Domenico di Fiore, advocaat in Napels, was na de mislukte revolutie van 1799 naar Parijs gevlucht. Stendhal beschouwde hem als zijn eerste lezer en vertrouweling. Fiore trad in Parijs in dienst bij de minister van Buitenlandse Zaken, graaf Mole. Door zijn toedoen werd Stendhal consul in Trieste en daarna in Civita-Vecchia.
** De dood namelijk van madame de Champlâtreux (1812-1832), dochter van graaf Mole, en gehuwd met graaf de la Ferté Meun.
*** Stendhal diende in het Napoleontisch leger in Italië en Rusland.
**** Dat beeld gebruikte ook Heine in zijn choleraverslag.

25 april 2020

C4H6O2S2


Asparagusinezuur is een zwavelhoudend carbonzuur – C4H6O2S2 zoals u weet – en het zorgt ervoor dat in het seizoen van de asperges velen bij het pissen een bijzondere geur waarnemen. Dat komt door vluchtige, zwavelhoudende bijproducten van dat zuur in de urine. Deze verdampen ogenblikkelijk, en treffen uw neus nog voor u klaar bent met de boodschap.

Of nu één afbraakproduct de geur veroorzaakt, of een mengeling van enkele producten is een vraag die wetenschappelijk nog niet helemaal is uitgeklaard, al wordt methyl mercaptaan vaak aangewezen.

De geur kan een kwartier na nuttiging al optreden. Onderzoekingen hebben aangetoond dat hij uren later nog aanwezig is, met een halfwaardetijd van vier à vijf uur. Tot vijftien uur na het tafelen blijft hij waarneembaar, zij het in sterk afgezwakte vorm.

Overigens verspreiden sommige mensen helemaal geen geur bij het plassen. De wetenschap vermoedt dat zij een bepaald enzym missen, en die afbraakproducten bijgevolg niet synthetiseren. Of zij maken die geur tóch aan, maar in nauwelijks waarneembare dichtheid.

Ook zijn er mensen die hem helemaal niet kunnen ruiken. Bij hen hebben de wetenschappers een genetische afwijking gevonden. Zij missen een bepaalde olfactorische receptor, en we spreken dan van asparagusine-anosmie.

Heel erg kan dat gebrek niet zijn want studies laten zien dat 58% van de mannen en 62% van de vrouwen deze anosmie vertonen en toch in leven blijven.

22 april 2020

De Röstigraben


Zoals we allemaal weten zijn de Duitstalige Zwitsers verzot op Rösti. Franstalige Zwitsers zijn gek op gesmolten kaas. Op zich even verklaarbaar want beide zijn lekker. Maar bij verkiezingen en referenda over om het even welk onderwerp zien we toch telkens weer dat er tussen de kaas- en de aardappeleters een kloof gaapt. Stemmen de Fransen vóór iets, dan stemmen de Duitsers tegen, en stemmen de Fransen tegen iets, dan stemmen de Duitsers voor.

Eendrachtig noemen de kranten dat verschijnsel: de Röstigraben. Zowel de Duitstalige als de Franstalige kranten doen dat (of ook de Italiaanse titels dat doen weet ik niet). Voor die geraspte aardappelengreppel, of -gracht of -kloof, hebben de Franse kranten de Duitse term overgenomen, wellicht omdat je in het Frans niet zo makkelijk woorden aan elkaar kunt plakken. Krantentitels zijn kort, en iets als ‘fossé de la fondue’ is te lang. En laat met wat goede wil de alliteratie nog enige verdienste hebben, het zijn te veel woorden en lettergrepen en uit een virtuele les onlangs begreep ik dat professoren in de communicatiewetenschap altijd enkelvoudige termen verkiezen als ze een gedachte kracht willen bijzetten.

In Le Temps las ik gisteren een artikel van de journaliste Sylvia Revello met als titel: Divergences sur fond de Röstigraben.
De divergenties betreffen le déconfinement, de afbouw van de quarantainemaatregelen. De federale regering kondigde aan dat ze die volgende maandag wilde laten ingaan.

Dat plan valt niet overal in Zwitserland even goed. Wel ging de grootste vakbond van het land, de Schweizerische Gewerkschaftsbund – Union syndicale suisse – Unione sindacale svizzera ermee akkoord, want ‘het is duidelijk dat alles bijeen de schade voor de sociale en gezondheidstoestand, de tijdelijke voordelen van een voortzetting van de quarantaine op den duur zou overtreffen.’

In de kantons Genève en Vaud groeit nu verzet. De voorzitter van de Communauté genevoise d’action syndicale, Alessandro Pelizzari, zegt dat de regering in Bern niet kan garanderen dat zoiets in veiligheid kan doorgaan.
Sylvia  Revello besluit: Met de onderscheiden tussen de kantons inzake gezondheidsbeleid, en met de verschillende ideologische gevoeligheden van de vakbonden, brengt de coronacrisis alweer een nieuwe Röstigraben aan het licht.

Bernard Wuthrich schrijft ook voor Le Temps, en hij was vandaag verwonderd dat de regering (le Conseil Fédéral) had besloten dat de grootdistributeurs hun zaken volledig mochten openen op 27 april: Le Conseil fédéral a déclenché une guerre commerciale, een handelsoorlog ontketend dus. De kleinhandelaars en hun overkoepelende organisaties tekenden onmiddellijk protest aan wegens concurrentievervalsing want zij mogen pas op 11 mei opengaan.

Nu lezen we dat de Federale gezondheidsdienst direct al achteruitfietst ‘met het groot mes’ zoals de coureurs zeggen, il fait du rétropédalage au grand braquet. De grootdistributeurs zullen enkel een beperkt aantal producten mogen verkopen. Er komt een lijst, maar die zal willekeurig zijn en niemand tevredenstellen vermoedt Wuthrich.

Een aantal dingen zullen ook voor ons herkenbaar zijn, maar een woord dat je nooit hoort, noch in Duits, noch in Frans, noch in Italiaans Zwitserland is : volmachten!

13 april 2020

Zijn rijke mensen te benijden?


Laatst had ik het hier over de prachtige vertaling die Piet Gerbrandy maakte van Boëthius’ De Consolatione Philosophiae. In zijn inleiding zag Gerbrandy een vergelijking die mij intrigeerde, namelijk structurele gelijkenissen tussen De Consolatione, en A Confederacy of Dunces, van John Kennedy Toole.
Dat laatste boek verscheen in 1980 en ik las het een paar jaar later, op aandringen van een vriend die de hedendaagse literatuur nogal opvolgt. Een geweldig boek vond ik, en dus wilde ik het weer eens inkijken. Dat is me niet gelukt.

Hiernaast ziet u de Penguinuitgave, maar het staat me vaag voor de geest dat ik destijds een Amerikaanse pocket las. Ik weet met andere woorden niet meer hoe mijn exemplaar eruitzag, en geen wonder dus dat ik het niet meer kan vinden.
Ik heb het zoeken opgegeven. Corona of niet, je kunt je tijd niet blijven spenderen aan een misschien vruchteloze jacht. Misschien stuit ik er ooit op terwijl ik een ander boek zoek.

Maar om op de vraag van de titel te komen: uitzonderingen zullen er altijd zijn, maar algemeen gesproken kun je ze met ja beantwoorden. Een rijk man kan bijvoorbeeld tegen zijn butler zeggen: 'Jeeves, geef me dat boekje eens ...met Drones of Dunces of wat was het alweer in de titel.'
(Social distancing blijft vanzelfsprekend aan de orde, en ook dokter Van Ranst zal hier goedkeurend knikken)

Die mogelijkheid heb ik niet, maar als ik mijn boeken iets ordelijker had gerangschikt had ik die ook niet nodig gehad. Aan dat rangschikken wens ik nu niet meer aan te beginnen, en de meeste boeken vind ik ook makkelijk omdat ik ongeveer, of zelfs zeker weet hoe hun rug eruitziet, de kleur, of hoe groot ze zijn, of hoe dik.

Laten wij daarom een heel rijk iemand beklagen, de auteur en historicus André Maurois (Émile Salomon Wilhelm Herzog, 1885-1967). Ik ben zijn schitterende essay over Voltaire aan het herlezen – tenminste de bladzijden waar ik streepjes in de marge heb gezet.
Maar zoals u hiernaast kunt zien: bij hem zijn alle ruggen gelijk.
Laten we hopen (en de kans is groot) dat de man een bediende had die de boeken die hij zo mooi had laten inbinden voor hem uitzocht.

8 april 2020

Vroeger kon men brieven schrijven


Een van de eerste zorgen van ouders die hun kinderen niet meer naar school kunnen sturen zal zijn (stel ik me voor) te beletten dat de kinderen zich bezighouden met dingen waar ze zich beter niet mee bezighouden.

Die bezorgdheid is niet nieuw. In 1806 gaf Joseph de Maistre in een brief een richtlijn aan vaders die zich geen weg weten. Veel hangt namelijk af van ‘…la qualité du père: car c’est un de mes premiers dogmes, qu’il faut amuser les jeunes gens, afin qu’ils ne s’amusent pas.’

En verderop in deze brief aan Mme Huber-Alléon in Genève, heeft hij het over zijn verblijf in Sint-Petersburg, waar hij ambassadeur van Savoye was. Maar Savoye werd plots Frans na de annexatie door Napoleon en zijn ambassadeurschap sloeg nergens meer op.

De Tsaar verzekerde hem dat zijn diplomatiek statuut behouden bleef, want hij converseerde graag met Maistre, maar de weg terug lag voorlopig niet meer open. Maistre voelt zich opgesloten en hij beklaagt zichzelf :

Tout annonce, Madame, que je ne quitterai plus ce pays. Je le trouvais délicieux lorsque je n’y étais qu’un oiseau de passage : depuis qu’il ne m’est plus permis de regarder ailleurs, il n’a plus pour moi les mêmes agréments. Le jamais ne plaît jamais à l’homme ; mais qu’il est terrible, lorsqu’il tombe sur la patrie, les amis et le printemps !

Joseph de Maistre
Correspondance
Paris, Les Belles Lettres, 2017

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html