Posts tonen met het label Delsol | Chantal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Delsol | Chantal. Alle posts tonen

14 maart 2017

Populisme houdt vast aan ankerpunten waar de elites verachting voor hebben


journalist: Vianney Passot
gepubliceerd op 3 maart

Na de Brexit en de verkiezing van Donald Trump, met binnen enkele dagen verkiezingen in Nederland, en met de Franse presidentsverkiezing binnen een paar maanden, maakt Chantal Delsol voor FigaroVox een stand van zaken op wat betreft de positie van de “populistische” partijen in Frankrijk en de wereld.

FigaroVox: In januari 2015 publiceerde u het boek «Populisme: les demeurés de l'histoire» [Populisme: de achterlijken van de geschiedenis] en daarin legt u uit dat in de westerse democratieën populistische stromingen beschimpt worden. Dat was nog voor de Brexit en voor de verkiezing van Donald Trump. Hebben de populisten nu revanche genomen op de geschiedenis?
Chantal Delsol: “Revanche”, dat weet ik zo niet, maar in elk geval gaat het om stromingen die constant beschimpt en door het slijk gehaald worden, en erin slagen om verkiezingen te winnen zonder enige steun van de gevestigde instellingen. Men mag niet vergeten dat Trump zowat alle media tegen zich had, en in heel Europa was dat min of meer hetzelfde bij de Brexit. De commentatoren denken onvoldoende na over het volgende bijzonder merkwaardige fenomeen: in een democratie wordt een hele stroming, die sterk genoeg staat om overwinningen te behalen achteloos weggezet als een gevaar, of in het beste geval als een soort kwalijke grap. Het statuut van deze stromingen doet zeer vreemd aan: aan de ene kant heeft men geen argumenten om ze wettelijk te verbieden (democratieën kunnen met recht en reden antidemocratische bewegingen verbieden, nazi’s of communisten bijvoorbeeld) maar tegelijk beschimpt men hen met zo'n geweld dat zij geen recht krijgen op het statuut van democratische partner: diegene met wie men in debat treedt. Het democratische debat mikt enkel op hun uitsluiting, soms op een volslagen hysterische manier. Waarom precies zegt men niet, men volstaat ermee hen over één kam te scheren met “de somberste bladzijden uit onze geschiedenis”! Ik ben ervan overtuigd dat er onuitgesproken drijfveren zitten achter dit beschamende verstoppertjesspel. In hoofdzaak het feit dat deze stromingen gehecht blijven aan ankerpunten (vaderland, familie) waar de universalistische en kosmopolitische elites die het in het Westen voor het zeggen hebben, verachting voor hebben.

FigaroVox: De term “populisme” komt in elk geval meer en meer voor in de pers. Is die term nog altijd even negatief, of wordt hij langzamerhand banaal?
Chantal Delsol: Zolang niemand zich de term populist toe-eigent en hem voor zijn rekening neemt, zolang niemand zegt “ik ben een populist”, zolang zal de term een belediging blijven. Enkel diegenen die hem gebruiken om te schimpen, nemen hem in de mond. Mogelijk zal de term de komende jaren anders gebruikt worden, want de betekenis van woorden evolueert. Maar voor het moment roept hij het beeld op van een vergiftige relatie met het volk, waarvan men de gemoedsopwellingen en slechte neigingen benut – en nu het niet langer naar links neigt, heeft het volk alleen nog gemoedsopwellingen en slechte neigingen. Met dit doel heeft men zelfs een complete en tamelijk schandelijke grammatica bedacht, zoals «la post-vérité». [post-truth, de waarheid voorbij]

FigaroVox: In Frankrijk zien we dat in de aanloop naar de presidentsverkiezingen het Front National zeer hoog staat in de peilingen, en François Fillon lijkt een kandidaat van het volk te willen worden, tegen de elites. Hij komt nochtans uit een partij die het systeem nooit heeft aangevochten. Kan het hem dan toch lukken om de aanhangers van het “populisme” te verleiden, of gaat zoiets noodzakelijk gepaard met de verwerping van de gevestigde instellingen?
Chantal Delsol: Wat men populisme noemt laat zich niet als een verwerping van de instellingen definiëren, maar als een verwerping van de instellingen in de mate dat deze al te zeer (denkt men) en in elk opzicht het universalisme en het mondialisme bevorderen.
[een aantal details over Fillon hier, doen er niet langer toe aangezien de man geen kans meer maakt]
Politiek is geen moraal, ook al moet zij er rekening mee houden, zoals elke menselijke activiteit. Als Fillon dus een beroep doet op het “volk”, zoals laatst op Trocadéro, dan is dat omdat hij weet dat de argumenten van zijn aanhangers maar heel weinig weerklank vinden in de media, behalve als het is om erop te schelden (het volstaat om even te kijken naar de hysterische media die we de laatste maand hebben meegemaakt). Men zou haast denken dat die aanhangers niet bestaan, want er wordt niet over gerept! Je moet ze al fysiek samenbrengen om hun bestaan aan te tonen.

FigaroVox: In uw boek onderstreept u heel vaak dat aan diegenen die men als populisten bestempelt, “de elites niet met argumenten antwoorden, maar met minachting.” Zullen de gebruikers ervan hun procedé moeten herbekijken, nu de zogenaamde “populisten” aan de macht komen, zoals in de Verenigde Staten, of er niet ver meer vandaan staan, zoals in Frankrijk Marine Le Pen nooit hoger stond in de peilingen?
Chantal Delsol: We kunnen vaststellen dat wat Marine Le Pen betreft, het procedé dat enkel op minachting berust al is herzien en bijgesteld. In de huidige campagne wordt zij geïnviteerd door journalisten die hebben aanvaard om met argumenten te debatteren – het volstaat om uitzendingen van tien jaar geleden te bekijken om de vooruitgang te zien. Het is een teken van wat men gewend is hun dediabolisering te noemen.
Maar het dient gezegd dat het onbehouwen karakter van de leiders van deze strekkingen ook een grote rol heeft gespeeld in de ontvangst die men hen heeft bereid. Heeft iemand de indruk dat er met Trump echt te debatteren valt? Het lijkt toch alsof die man zelf puur op slogans en beledigingen drijft, wat misschien een verklaring kan zijn voor de behandeling die journalisten hem reserveren – maar die twee dingen houden elkaar in stand. De leiders van de zogeheten populistische partijen zijn nu eens weinig opgevoed (Trump), of anders weer blijven steken in een antieke brutaliteit (Jean-Marie Le Pen) die in deze tijd van democratische zachtmoedigheid inacceptabel geworden is. Men moet ook erkennen dat deze zo verachte gedachtestromingen geen intellectuele elite hebben, en dat is onvermijdelijk zo want alles wat zij aanraken valt ten prooi aan ostracisme – een academicus die met Marine Le Pen zou meegaan, verliest meteen zijn statuut, zijn vakgroep, zijn uitgevers, en bijgevolg zou hij niet langer nog academicus zijn.

FigaroVox: U zegt dat de haat tegen populisme en het misprijzen voor de lagere klassen nauw verbonden zijn. Waarom?
Chantal Delsol: Er heeft zich de laatste dertig jaar een belangrijke transformatie voorgedaan. Tot aan de val van de Berlijnse muur, was wat men “het volk” noemt, te weten de categorie van de bescheiden inkomens, grotendeels links, want het werd nog altijd, zij het alsmaar minder aangetrokken door de hoop die uitging van communisme en socialisme. Rond de eeuwwisseling hebben de zaken langzamerhand een andere wending genomen. Ontgoocheld door de val van het communisme en de mislukkingen van links aan de macht, is dat bescheiden Frankrijk beetje bij beetje gaan overhellen naar rechts, in het bijzonder naar extreemrechts. Grote verwondering moet dat niet baren want tenslotte, hoe bescheidener mensen zijn, des te meer houden zij vast aan hun wortels – dat is trouwens altijd een der paradoxen van het socialisme geweest, die ambitie om bevolkingsklassen die dit grondig verwerpen het universalisme te laten omarmen. Vandaag hebben wij bijvoorbeeld dat Frankrijk “van de periferie” zoals men zegt, dat leeft in kleine leeggelopen stadjes, en dat ziet dat zijn elite zich enkel nog interesseert voor wat er in Brussel of Berlijn omgaat, en dat daardoor begrijpelijkerwijze naar rechts en uiterst rechts overstapt om zijn verankering te verdedigen. Wat daarop volgt hebben we al gezien ten tijde van Lenin. Deze steunde op het volk dat hij zich als universalistisch gezind voorstelde, en de wereldrevolutie genegen. Toen hij merkte dat de arbeiders voor alles hun syndicale belangen verdedigden, heeft hij ze aan zijn dictatuur onderworpen. In onze dagen hebben de elites het volk begrepen en bemind zolang dit het universele socialisme omarmde, maar zodra het zijn grondgebied en zijn plaatselijke gemeenschappen begon te verdedigen zijn ze het beginnen te beschimpen (onze hedendaagse vorm van ostracisme).
Kijk eens aan hoezeer de Europese elites de volkeren minachten. Zodra een kiesuitslag hen niet bevalt, wijzen ze deze af en revoceren hem met allerlei slinkse en beschamende middelen. Ik vind het ijzingwekkend te zien hoe de verdediging van de Europese instellingen tot een klassenstrijd is verworden.

FigaroVox: Als François Fillon bij de tweede ronde zou ontbreken, wat zou ons dat dan leren over de Franse samenleving? Wordt die dan opgedeeld onder de voorwaarden van het Front National, tussen onverzoenlijke “populisten” en “mondialisten”?
Chantal Delsol: Dat zou inderdaad inhouden dat er geen redelijke manier meer bestaat om aan de verzuchting naar ankerpunten gehoor te geven. En al even belangrijk, om de structuurhervormingen door te voeren waaraan we uiterst dringend nood hebben (in dit verband wil ik eraan herinneren dat de aanhangers van Fillon in de eerste plaats diegenen zijn die hun kinderen geen land willen nalaten dat verzinkt in zware schuld en weldra in armoede). Het land zou dan even verdeeld zijn als de Verenigde Staten na de jongste presidentsverkiezing: Clinton en Trump waren elk voor zich ware karikaturen van hun kamp, dat van de “mondialisten” en de “populisten”. Hier zien we hetzelfde want Macron is de karikatuur van de universalistische en compleet ontwortelde sciences-po [iemand die politicologie, marketing, communicatie, human resources of aanverwante studeerde, bijvoorbeeld aan het gerenommeerde Institut d'études politiques de Paris, of zoals Macron, de ENA, École nationale d'administration waar veel politici en managers vandaan komen: les énarques], en Marine Le Pen is de karikatuur van geworteldheid in een grotesk simplistische gedaante. Ik meen nochtans niet dat het hier zal lopen zoals in de VS. Een zwakte van mij is het om te denken dat de Fransen “geciviliseerder” zijn dan Amerikanen, want ouder en meer op vormelijkheid gesteld. Dat kan hen overigens tot allerlei soorten van hypocrisie brengen, maar om eerlijk te zijn, ik zie geen meerderheid van de Fransen, of toch vandaag niet, voor Trump stemmen – en de familie Le Pen mist duidelijk de distinctie waar Fransen zo dol op zijn.
Als het Macron en Le Pen mocht worden, dan denk ik dat eerstgenoemde de grote overwinnaar wordt, omgeven met de stralenkrans van alle theatrale en pompeuze beloften van het zegevierende mondialisme. Maar ik geloof eerder dat de peilingen die men ons opdient evenveel waard zijn als die welke voorafgingen aan Trump, de Brexit, of de voorverkiezingen bij rechts – niet veel met andere woorden: elke stroming die opkomt voor verankering wordt systematisch ondergewaardeerd. En precies deze permanente onderwaardering zou een probleem moeten vormen voor onze elites, als zij democraten waren die naam waardig.
___________
Chantal Delsol doceert filosofie en ideeëngeschiedenis, is lid van het Institut de France, stichtte het Institut Hannah Arendt, en publiceerde recent Le Populisme et les Demeurés de l'Histoire (éd. Le Rocher, 2015) en La haine du monde. Totalitarismes et postmodernité (éd. Cerf, 2016).

22 maart 2015

Populisme, wat mag het toch zijn?


“Waarom populistisch en gemeen geen scheldwoorden zijn”, heet een boek van Ludo Abicht (Houtekiet 2012), en daarin hij legde hij logischerwijze uit wat de titel zegt. Dit had moeten volstaan, en toch blijven weldenkende, zij het hardleerse journalisten, politici en Vlaamse auteurs begrippen als populistisch welgemutst gebruiken. Niet enkel deze term trouwens, want ook “uiterst rechts”, “fascistisch”, “racistisch” &c. halen zij geregeld uit hun gereedschapskistje.


Aangezien de herhaling behaagt en tot lering strekt –bis repetita placent– kan het misschien geen kwaad om hier een herhalingsles te laten geven door Chantal Delsol (1947), Franse filosofe die zich met de ideeëngeschiedenis inlaat. Recent was zij bij Finkielkraut te gast.
Van haar is: «Le Populisme et les Demeurés de l’Histoire», Paris/Monaco, Le Rocher, 2015 («demeurer» mag hier zowel «wonen» als «overblijven» betekenen, en «un demeuré» is een achterlijke), en eerder schreef ze al «La nature du populisme ou les figures de l'idiot», Les éditions Ovadia, Nice 2008. De stijlfiguren die idioten gebruiken. Blijkbaar kan ook in Frankrijk de herhaling geen kwaad.

AF : Waarin verschilt de populist van de democraat als hij zich op het volk beroept, Chantal Delsol?
CD : Dank u wel en goede morgen. Ik geloof inderdaad dat er in de voorbije eeuwen, en in de voorbije anderhalve eeuw meerdere malen een objectieve definitie van populisme is gegeven. Wanneer kan men van een objectieve definitie spreken? Wel, als er mensen zijn die op een bepaalde term aanspraak maken. Dit is hier niet het geval. Ongeveer niemand eist hem voor zich op, behalve inderdaad als boutade, maar op een manier…
AF : Misschien als uitdaging?
CD : Ja, als uitdaging of als provocatie…
AF : Zoals tenslotte Marine Le Pen zegt «je suis populiste», net als Mélenchon.*
CD : Mélenchon evengoed, juist, maar je kunt zeggen dat niemand zich erop beroept, dus in wezen is het een belediging, een scheldwoord, het is een woord dat men iemand toeslingert, en dus een subjectieve term. Nu betekent dat nog niet dat er geen achterliggende definities kunnen zijn, maar het lijkt me in dit geval dat de term ons meer leert over diegenen die beledigen dan over de beledigden. Desnoods misschien, allicht zelfs, over de afbakening van wat beiden onderscheidt.
Wat mij betreft, wat ik in mijn boek heb willen doen, is kijken wie “uitgemaakt wordt voor”, want tenslotte wordt men uitgemaakt voor populist. Men is geen populist, men wordt ervoor uitgemaakt. Dus: wie wordt er voor populist uitgekreten, en wie zijn die vele mensen die “worden uitgekreten”? Enkel zo kan men trachten tot een objectieve definitie te komen, in de mate dat zoiets mogelijk zou zijn, we zullen het er straks nog over hebben. Maar wat het volk betreft, u vroeg wat het verschil was tussen het volk van het populisme en het volk van de democraten. Wel: het volk van het populisme is een slecht volk, het volk van de democraten een goed volk. En hierbij houdt het denk ik op, aangezien dit allemaal zeer subjectief is. In wezen is Links volks, en Rechts populistisch. Zo is het toch? Maar goed, dit is een beetje… ik gooi dit op tafel en we zullen het er nog over hebben.
AF : Kortom, de definitie van populisme zegt u, Chantal Delsol, kan niet objectief zijn en…
_________
*Jean-Luc Mélenchon (1951), was senator, minister en EU-parlementslid, verliet in 2008 de PS en stichtte de “Parti de gauche (PG)”. Bij de presidentsverkiezing in 2012 haalde hij 11%.



AF : En quoi l’appel au peuple du populiste diffère-t-il de celui du démocrate, Chantal Delsol?
CD : Merci, bonjour. Je crois qu’effectivement il y a eu dans les siècles, le siècle et demi précédent à plusieurs reprises une définition objective du populisme. Quand peut-on dire qu’il y a une définition objective? Et bien, quand il y a des gens qui se revendiquent d’un terme. Ici ce n’est pas le cas. Pratiquement personne ne s’en revendique, sauf effectivement par boutade, mais d’une manière…
AF : Par défi peut-être?
CD : Ou par défi, voilà, ou par provocation…
AF : Comme Marine Le Pen dit finalement «je suis populiste», de même Mélenchon.
CD : De même Mélenchon, exactement, mais on peut dire que personne ne réclame cela, donc au fond «populisme» c’est une injure c’est une épithète injurieuse, c’est un mot que l’on jette et donc c’est un terme subjectif. Alors ça ne veut pas dire que derrière il ne peut pas y avoir des définitions, mais il me semble que dans ce cas-là c’est un terme finalement qui donne plus de renseignements sur ceux qui injurient que sur ceux qui sont injuriés. À la limite peut-être, probablement d’ailleurs, sur la définition qui peut séparer les deux.
Alors moi, ce que je me suis attachée à faire dans mon livre, c’est regarder qui est «traité de». Parce qu’au fond on est traité de populiste. On n’est pas populiste, on est «traité de». Donc, qui est traité de populiste, et quels sont les liens entre tous ces gens qui sont «traités de»?
Il n’y a que comme ça qu’on peut essayer d’avoir une définition objective, si tant est qu’on puisse l’avoir, on en reparlera tout à l’heure. Mais en ce qui concerne le peuple, vous avez posé la question quelle est la différence entre le peuple du populisme et le peuple des démocrates? Et bien le peuple du populisme c’est un mauvais peuple, le peuple des démocrates c’est un bon peuple. Et comme tout ça est très subjectif, je pense qu'il faut s’arrêter là. Au fond la Gauche est populaire et la Droite est populiste. Au fond c’est quand-même ça, mais enfin bon, c’est un peu… je jette ça sur la table, on va en reparler.
AF : Voilà, donc la définition du populisme dites-vous Chantal Delsol, ne peut pas être objective et…

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html