Posts tonen met het label Camps | Hugo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Camps | Hugo. Alle posts tonen

9 januari 2015

Nu plots zijn ze 'Charlie'!


Wat is het jaar toch slecht begonnen voor onze journalisten, ik denk dan onder meer aan Charlie Camps, Charlie Desmet en Charlotte Imbo, met hun hypocriete U-bocht die ze zó weer zullen vergeten.

Zij zullen wel met weemoed terugdenken aan de voorbije rustige tijden die ze met zoveel verve wisten te beschrijven, te analyseren en te duiden, en waar er algemeen gesproken niet veel aan de hand was. Natuurlijk, er was Rushdie geweest, Van Gogh, de cartoons, al eens een brandbom bij een onbekend Parijs weekblad enzovoort, maar dat waren geïsoleerde gevallen. Van Gregorius Nekschot, die het zwijgen werd opgelegd (de tekenaar op de site "De Gezonde Roker", van wijlen Theo Van Gogh) hadden ze vanzelfsprekend nooit gehoord, want deftige journalisten lazen dergelijke sites niet, ook niet als iemand hen op het bestaan ervan wees.
Van de dode Van Gogh zeiden ze zelfs dat hij grof was, hij had het toch een beetje aan zichzelf te danken. Toen daarna de moordenaar in de rechtbank verklaarde dat hij volgens de islamleer had gehandeld, namen ze dat niet ernstig. Dat kon immers niet waar zijn.
Op de Franse televisie hoorde ik gisteren een oordeel over de "geïsoleerde gevallen". De specialisten in de uitzending vonden integendeel dat er altijd sprake was van moslimnetwerken, overtuigde mohammedanen. "Les loups solitaires, ce sont des poésies de journalistes". Prachtig Frans zinnetje, dat onze journalisten bij wijze van oefening misschien eens van buiten mogen leren. Het komt hen zeker nog van pas.
Wat was het vroeger toch mooier! Toen Oriana Fallaci stierf – en zij had een boek geschreven, niet over "geïsoleerde gevallen" maar over de islam zelf – toen schreef Patrick Stouthuysen (De Standaard, 27 dec. 2006, p.24) nog dit paragraafje:
"Jammer genoeg zal Fallaci wellicht vooral herinnerd worden om haar laatste boeken, waarin ze ten strijde trekt tegen wat ze de dreigende islamisering van Europa noemt. Fallaci was duidelijk de pedalen kwijt."
Inderdaad maakte Fallaci niet het onnozele journalistieke onderscheid tussen "islamistisch" en "islamitisch", en dat was een doodzonde. Misschien had zij de woorden van die Algerijnse generaal ten tijde van de GIA ernstig genomen: "Cet islam modéré, je ne sais pas de quoi ils parlent". Met zijn "ils" bedoelde de man onze Europese verlichte geesten.
Goed, "de pedalen kwijt" was weliswaar belachelijk maar toch nog enigszins beschaafd uitgedrukt.
Voor een echte beestachtigheid, een walgelijke brutaliteit, konden we vanzelfsprekend terecht bij Charlie Camps.
Die cursiefjes-schrijver, die in de waan verkeert dat zijn artikeltjes in hoofdletters worden afgedrukt, en die heel fier is over het pseudohollandse taaltje dat hij zichzelf heeft aangeleerd, en die een soort van namaak-janmulderachtige droefgeestigheid ten toon spreidt die in zijn geest waarschijnlijk voor sérieux doorgaat, die man mocht toen op de eerste pagina van De Morgen (16 september 2006) het In Memoriam voor Oriana Fallaci schrijven.
Charlie geeft eerst een literaire appreciatie van Fallaci. Zij schreef: "als de eerste de beste Ayaan Hirsi Ali".
Een kleine zandgrondworm mocht het zich toen permitteren om iemand te noemen die wereldwijd wordt geacht om haar fysieke moed, en waar geen tweede exemplaar van bestaat. Hij, die zich enkel in anakoloeten weet uit te drukken, en van wie geweten is dat alle gedachten die zijn geest simultaan kan bevatten makkelijk op een bierviltje gaan.
Maar dat was nog maar een begin. Wie de islam bekritiseerde werd in die mooie tijden, nog als volgt aangepakt in de zalmkrant, via een zatte vlegel: "Oriana Fallaci was doorgeschoten in haat, zelfhaat wellicht. Ik, haar aanbidder, had alleen nog medelijden. Een mildere vorm van verachting. Was het de kanker die haar lichaam doorkliefde?"

Deze krant is nu "Charlie"

28 september 2011

Populistisch gedaas


De assisenzaak in Tongeren heeft al heel wat aan het licht gebracht. Dat deed zij zelfs al voor het proces goed en wel begonnen was. Als we de feiten zelf buiten beschouwing laten, en de zaak van een afstand beschouwen, dan komt in de eerste plaats aan het licht dat voor vele journalisten de principes van de rechtsstaat niet zwaar wegen. Ze hebben last van hun emoties. Hun oordeel overstijgt niet dat van de man in de straat. Populisme alom.
.
Laten we Het Laatste Nieuws en Dag Allemaal nog overslaan, dan kunnen we toch in De Morgen zien dat Camps er ver over de schreef mag gaan. De man is zo over zijn toeren dat hij de voorzitter van het proces, Michel Jordens, een andere titel geeft: “Juridisch zal ‘koning’ Jordens wel gelijk hebben”. Dat alleen omdat die verboden had om foto’s of tekeningen van de verdachte te maken. Het recht op informatie komt in het gedrang, zegt Camps. Maar kijk, al begrijpt iedereen dat een sportjournalist graag prentjes ziet, dat argument is ridicuul. Dat zei Tom Naegels ook al.


Ergerlijk wordt Camps als hij de “gemanipuleerde” voorzitter de les begint te lezen: “Deze lustmoordenaar heeft geen eisen te stellen. Niet de maatschappij, hij heeft zijn rechten verspeeld. Het formalisme van een nochtans warme éminence grise van assisen is treurig en stuitend. Dat hij de ouders […] nog onder ogen durft te komen…”
Typisch dat Camps, die altijd zwelgt in de adjectieven, een slag om de arm houdt met dat “warme”, maar we onthouden dat in zijn ideale staat een verdachte geen rechten meer heeft.
.
Helemaal alleen staat onze man hier zeker niet, en hij zal met plezier de gepensioneerde Godfried Danneels aan zijn zijde vinden. Burger Danneels is zelfs al een stapje verder. Toen die in 2003, in het post-Dutroux-tijdperk dus, op de televisie verscheen in een showprogramma waar hij de Castarprijs kreeg (een prijs die gelukkig niet meer wordt uitgereikt), verklaarde hij koudweg: "De doodstraf mag worden uitgesproken maar niet uitgevoerd […] Je ontneemt iemand zijn betekenis in het leven. Hij is uit het land van de levenden gebannen." Dat was volslagen onchristelijk van hem, maar de man zat in de ambiance van een tv-studio en hij glom daar van genoegen. Dan wordt het acceptabel om de burgerlijke dood te verdedigen, ook al is die straf al eeuwen afgeschaft in de beschaafde wereld.
.
Maar Camps heeft nog meer medestanders: de advocaat Modrikamen bijvoorbeeld. Die verklaarde in La Dernière Heure in januari nog dat “dans certains cas” niet de burgerlijke dood moest worden uitgesproken, maar de doodstraf tout court.
En natúúrlijk bedoelde Camps het allemaal niet zo erg –weet hij veel– maar het is eenmaal zo dat als een verdachte ipso facto “zijn rechten heeft verspeeld”, het dan moeilijk wordt om de grens te trekken.
.
Camps gaat snel uit de bocht en dat is, zegt Jean-François Lyotard (1924 -1998) in Le Postmoderne expliqué aux enfants, een teken van een beperkte geest, het tegengestelde van een intellectueel: [...] une hâte à conclure, un désir de penser court.

Stukje verschenen in de Knack vandaag

___________

Noot van 31october 2022: de Amerikaanse basketter Jordan Floyd werd in die dagen 'King Jordan' genoemd. Camps zal fier geweest zijn op zijn literaire vondst.

29 januari 2009

Bijna vergeten: Gedichtendag!

.
De apendrek van Draulans
Die lees je in de Knack.
Brinckman, dat stuk braaksel,
Is dan weer zenuwzwak.
Doet hij een vitusdans,
De Standaard drukt zijn maaksel.
Dan heb je nog De Morgen,
Maar Camps zijn kak doet worgen.
Een kwaliteitsgazet
Te lezen is geen pret.


16 september 2006

Fallaci, Ratzinger en een namaakventje

.
"I feel less alone when I read the books of Ratzinger."

"I am an atheist, and if an atheist and a pope think the same things,
there must be something true. It's that simple!
There must be some human truth here that is beyond religion."


Oriana Fallaci (29 juli 1929 – 15 september 2006)


Ik moet twee onaangename dingen vertellen. Eén van die twee is ridicuul, en laat mij daarmee beginnen.
De cursiefjes-schrijver Camps, die in de waan verkeert dat zijn artikeltjes in hoofdletters worden afgedrukt, en die heel fier is over het pseudohollandse taaltje dat hij zichzelf heeft aangeleerd, en die een soort van namaak-janmulderachtige droefgeestigheid ten toon spreidt die in zijn geest waarschijnlijk voor sérieux doorgaat: die man heeft op de eerste pagina van De Morgen vandaag een schandelijk In Memoriam voor Oriana Fallaci mogen schrijven.
Hij begint ongelukkig met haar “oud-journaliste” te noemen, daar waar “journaliste” had moeten staan. Een bekende stijlfout, in dit geval ook een ongevoeligheid, die bij De Morgen niet zal zijn opgevallen. De verstandige lezer weet dan genoeg en leest iets anders, maar ik had mijn bekomst nog niet en las verder. En verderop kwamen er geen stilistische onnozelheden meer, maar grofheden van het laagste soort. Laten wij Camps even zijn gang gaan.
Fallaci schreef bijvoorbeeld: "als de eerste de beste Ayaan Hirsi Ali".

Die kleine zandgrondworm permitteert het zich om iemand te noemen die wereldwijd wordt geacht om haar fysieke moed, en waar geen tweede exemplaar van bestaat. Hij noemt verder nog een hoop bekende namen, van Kissinger tot Cathérine Deneuve, maar daar las ik over, omdat ik begrip had voor een man die zijn kleine kolommetjes vol moet krijgen, terwijl alles wat zijn geest simultaan kan bevatten makkelijk op een bierviltje gaat.
Camps wist nog iets, en in zijn vermeende KAPITALEN schrijft hij: “Oriana Fallaci was doorgeschoten in haat, zelfhaat wellicht. Ik, haar aanbidder, had alleen nog medelijden. Een mildere vorm van verachting. Was het de kanker die haar lichaam doorkliefde?”
Ik, en ik Camps durf zulke dingen vertellen!
En Camps weet niet waar de grenzen van het fatsoen liggen, maar aangezien zijn redactie dat ook niet weet, zit hij op rozen.
o-o-o-o-o

Nu die tweede onaangenaamheid. Het Vaticaan laat weten dat Joseph Ratzinger zich verontschuldigt bij de moslims. Dat is bijzonder droevig, want ik zie niet in waarvoor hij dat zou doen.
In zijn redevoering heeft hij, zoals hier eerder gezegd, een XIVde E.’se Byzantijnse keizer geciteerd, Manuel II Paleologos. Die keizer had een aantal gesprekken met een Perzische geleerde, en Perzië was toen grotendeels al met geweld bekeerd. Hier het fragment uit Benedictus' redevoering waar de moslims zich aan storen (al is dat storen natuurlijk niet echt waar: zij hebben die rede immers nooit gehoord, laat staan gelezen; wat zij willen testen is de bereidheid van het Westen om op hun hegemoniale eisen in te gaan ...en dat lukt aardig):

In het door professor Khoury uitgegeven zevende gesprek (διάλεξις – controverse) raakt de keizer het thema van de djihad aan, de heilige oorlog. De keizer was ongetwijfeld bekend met wat in Sura 2, 256 staat: Geen dwang in zaken des geloofs – en zoals kenners ons leren betreft het hier een der vroege sura’s, uit de tijd dat Mohammed zelf nog geen macht had en bedreigd werd. Maar de keizer kende natuurlijk ook de andere – later ontstane – onderrichtingen betreffende de heilige oorlog, die in de koran zijn neergelegd. Zonder in details te treden, zoals de verschillende manier van omgaan met “mensen van het Boek” en de “ongelovigen”, spreekt hij zijn gesprekspartner verwonderlijk abrupt aan, op een voor ons verbazend abrupte toon, en stelt hem heel simpel de centrale vraag naar de verhouding tussen religie en geweld. Hij zegt: “Toon mij dan, wat voor nieuwigheid Mohammed gebracht heeft, en dan zul je enkel slechte en onmenselijke dingen aantreffen, zoals zijn voorschrift om het geloof dat hij predikte door het zwaard te verbreiden.” Na zich zo sterk uitgedrukt te hebben gaat de keizer verder en legt hij gedetailleerd uit waarom geloofsverbreiding door geweld tegen de rede ingaat. Zij is onverenigbaar met het wezen van God en het wezen der ziel. “God stelt geen behagen in bloed”, zegt hij, “en niet handelen volgens de rede, „σúν λόγῳ”, gaat in tegen Gods wezen. Het geloof is de vrucht van de ziel, niet van het lichaam. Wie bijgevolg iemand tot het geloof wil brengen, zal de gave van het woord nodig hebben, en het vermogen om correct te redeneren, maar geen geweld of dreiging… Om een verstandige ziel te overtuigen, heb je je armen niet nodig, geen slagwapen noch ander tuig waarmee je iemand met de dood kan bedreigen...”.
Doorslaggevende zin in deze argumentatie tegen de bekering door geweld luidt: Niet handelen volgens de rede, gaat in tegen Gods wezen. De tekstbezorger, Theodoor Khoury geeft als commentaar: voor de keizer is deze zin een evidentie, want als Byzantijn is hij in de Griekse filosofie groot geworden. In de moslimleer echter is God absoluut transcendent. Zijn wil is aan geen van onze categorieën gebonden, niet eens aan die der rationaliteit. Khoury citeert daarbij een werk van de bekende Franse islamoloog R. Arnaldez, die er op wijst dat Ibn Hazn zo ver ging te verklaren dat God niet eens door Zijn eigen woord gehouden was, en dat niets Hem er toe verplichtte ons de waarheid te openbaren. Als Hij dat wenste, dan zou de mens zelfs tot afgodendienst kunnen worden verplicht.


Iedereen mag oordelen, maar als u verontschuldigingen aanbiedt voor zo'n tekst, en met de bijzondere achting die ik u toedraag Joseph Ratzinger, dan wijkt u af van het rechte pad. Wellicht denkt u aan het lot van de weinige christenen die nog zijn overgebleven in de islamitische rijken, en dat is een ernstige overweging, maar vriend Joseph: Oriana maakte een andere inschatting.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html