Posts tonen met het label Italië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Italië. Alle posts tonen

20 april 2025

Zij vechten ook voor óns!

.

Het is tegenwoordig niet eenvoudig om nog iets te kopen dat niet in de Volksrepubliek China 中華人民共和國  is gemaakt, maar toch blijven er – misschien door toedoen van de waakzame Giorgia Meloni – nog enkele essentiële benodigdheden over, bij welker aanschaf wij met een bepaalde fierheid kunnen melden dat ze Europees, in onderhavig geval zuiver Italiaans zijn.

Ik heb het nu over de Proraso scheerkom en de gelijknamige scheerzeep. Twee schitterende producten waarvan het fabricagegeheim al sinds 1908 in het dorpje Caldine nabij Florentië berust, bij Ludovico Martelli S.p.A.

De Italianen hebben hier weinig of niets te vrezen van de Chinese AI.


11 augustus 2024

De vis en de saus

 Na kookboeken horen reisgidsen tot de best verkopende literatuur vermoed ik. Stendhal schreef er verschillende over Italië, maar echte reisgidsen zijn het niet want zijn belangstelling betreft in de eerste plaats de Italianen, en de Italiaansen. Voor het precieze aantal schilderijen in een museum, of het aantal zuilen van een tempel kun je niet bij hem terecht. Andere gidsen, zegt Stendhal, geschreven door des voyageurs compteurs de colonnes, doen dat beter dan hijzelf het zou kunnen. Hij gebruikt die wel, maar pakt het anders aan:

Firenze, bestraat met grote blokken witte steen van onregelmatige vorm, is uitzonderlijk net; in de straten ruik je ik weet niet welk bijzonder parfum. Enkele Hollandse stadjes buiten beschouwing gelaten, is Firenze wellicht de properste stad van het universum, en zeker een van de elegantste.

Op reis zijn helaas ook ergernissen niet te vermijden: De beroemde Cascine, de promenade waar iedereen gaat paraderen, ligt daar zowat als hun Champs-Élysées. Wat mij tegenstaat is dat het er vol loopt met 600 Russen of Engelsen. Firenze is gewoon een museum vol buitenlanders en die brengen hun gewoonten met zich mee. En verderop zegt hij: Je fais, en Italie, un voyage en Angleterre.*

Onderweg leest Stendhal veel (als het regent) en bezoekt de bibliotheken en archieven van de steden die hij aandoet. Op deze lectuur geeft hij dan kritiek, en die komt geregeld neer op wat wij het verschil zouden noemen tussen ‘nieuws’ en ‘duiding’. Historici en auteurs nemen hun wensen al te graag voor werkelijkheid aan:

[Volterra, 31 januari 1817.]   Ik vond een flink aantal leugens en overdrijvingen in de bladzijden die de heer Micali, auteur van l'Italie avant les Romains (l'Italia avanti il dominio dei Romani), aan Volterra wijdde. Wat Italiaanse geleerden het meest missen, naast duidelijkheid, is de kunst om de feiten die zij nodig achten, niet meteen als bewezen te beschouwen. Hun manier van redeneren is in dit opzicht ongelooflijk. Mijnheer Raoul Rochette heeft dit werk wel vertroeteld door het in het Frans om te zetten.** Mijnheer Niebuhr*** zou veel sterker zijn geweest dan dit alles, als niet de ongelukkige Duitse filosofie een dubieus waas had geworpen over de ideeën van deze geleerde Berlijner. Zal de toegeeflijkheid van de lezer zover gaan dat hij mij een gastronomische vergelijking vergeeft? We kennen allemaal dit vers van de heer Berchoux:

Et le turbot fut mis à la sauce piquante.****
En de tarbot werd met pikante saus genappeerd.

In Parijs worden de tarbot en de pikante saus apart geserveerd. Ik zou graag zien dat de Duitse historici deze goede gewoonte overnamen. De feiten die ze aan het licht hebben gebracht zouden ze apart van hun filosofische beschouwingen aan het publiek kunnen geven. Dan zouden we ons voordeel kunnen doen met de geschiedenis, en de lectuur van hun ideeën over het absolute kunnen uitstellen tot een beter moment. Deze twee goede dingen compleet dooreenhalen, maakt het moeilijk om het beste ervan te smaken.

_____________

     * Heinrich Heine deelt die ergernis in zijn Reise von München nach Genua, Kapittel XXVII (1828): Beschuldig me niet van anglomanie, beste lezer, als ik het in dit boek heel vaak over Engelsen heb. Er zijn er vandaag té veel in Italië om ze over het hoofd te zien. In hele zwermen trekken ze dit land door, kamperen in alle herbergen, lopen overal rond om alles te zien, en je kunt je geen citroenboom meer voorstellen zonder een Engelse die aan de bloesem ruikt, en geen galerij zonder een horde Engelsen die erin rondrennen met hun gids in de hand, om te kijken of alles wat in het boek als curieus staat vermeld er nog steeds is.
    ** Stendhal las deze vertaling.
  *** Barthold Georg Niebuhr (1776-1831): Römische Geschichte, Berlijn 1811.
**** Eerste zang in La Gastronomie van Joseph Berchoux (1762-1838). Nog van hem:
Un poème jamais ne valut un diner.

Rome, Naples et Florence
(1826)                   
Édition présentée et annotée par Pierre Brunel
Professeur à l’Université de Paris-Sorbonne
Gallimard, Folio classique, 1987

20 juli 2024

Voor wie geen geld heeft om op reis te gaan:

 

Rome, Naples et Florence van Stendhal is een reisgids, maar verschillend van de gebruikelijke gidsen. Hij verklaart zijn bedoeling:

“Hoeveel ongenaakbaarder ben je niet als je je beperkt tot het tellen van de schilderijen in een galerij of de zuilen van een monument! Als je daarbij nog het talent bezit om dit soort processen-verbaal in een nadrukkelijke stijl te doorspekken met pueriele systemen over de oorsprong van die monumenten, over de overgang van de beschaving van de Egyptenaren naar de Etrusken, en van de Etrusken naar de Romeinen, dan zullen onnozele halzen je op slag bewonderenswaardig vinden. Maar hoe gevaarlijk is het niet om over de zeden te spreken! Bereisde dwazen zeggen dan: Dat is niet waar, want ik ben tweeënvijftig dagen in Venetië geweest en ik heb het niet gezien. Thuisgebleven dwazen zullen zeggen: Dat is onfatsoenlijk, want zoiets doen ze niet in de rue Mouffetard.”

De titel mag anders suggereren, maar het boek gaat voor de eerste honderd bladzijden over zijn lievelingsstad Milaan. Daar had hij een van de tientallen loges gehuurd in de Scala, ging er elke avond heen (het was als een eigen huis, schrijft hij) en tijdens de opvoeringen werd er gedronken, gegeten, geflirt en vooral veel verteld.

13 november 1816. – De amoureuze anekdotes vertellen waag ik niet. – Rond 1786 leefde er in Brescia een graaf Viteleschi,* een opmerkelijke man met een energie die aan de middeleeuwen deed denken. Alles wat men mij over hem heeft verteld, wijst op een karakter van het slag van Castruccio Castracani.**

Nu was hij een gewone leek,*** en dus beperkte dit karakter zich tot het verkwisten van zijn fortuin door opmerkelijke uitgaven, zottigheden voor een vrouw die hij beminde, en ten slotte tot het doden van zijn rivalen. Toen een man naar zijn minnares keek die aan zijn arm liep, beet hij hem toe: “Ogen thuishouden!” Aangezien de andere haar bleef aanstaren, schoot hij hem voor zijn kop.

Zulke kleine buitenissigheden waren maar pekelzonden voor een rijke patriciër, maar nu had Viteleschi de achterneef van een Bragadin (Venetiaanse edelman uit een van de grote families) doodgeschoten. Hij werd gearresteerd en in Venetië in de beruchte gevangenis naast de Ponte dei Sospiri gegooid.****

Viteleschi was een erg knappe en welbespraakte man. Hij probeerde de vrouw van de cipier te verleiden, die dit in de gaten kreeg. Met wat voor kneepjes van zijn vak de cipier hem te grazen nam weet ik niet, maar hij sloeg hem bijvoorbeeld wel in de boeien. Hiervan maakte Viteleschi gebruik om met hem aan de praat te raken, en uiteindelijk, geboeid en al, in het geheim, zonder geld verleidde hij de cipier die er plezier in vond elke dag twee uur met zijn gevangene door te brengen.

“Wat mij kwelt,” zei Viteleschi tegen de cipier, “is dat ik ben zoals jij en eergevoel heb. Terwijl ik hier in de boeien wegrot, paradeert mijn vijand in Brescia. Ah! kon ik hem maar neerschieten en dan sterven!”

Door deze mooie gevoelens geroerd zei de cipier: “Ik geef je je vrijheid voor honderd uur.” De graaf vloog hem rond de hals en op een vrijdagavond verliet hij de gevangenis; een gondel bracht hem naar Mestre; een sediola wachtte hem op met relais.*****

Zondagmiddag om drie uur in Brescia aangekomen vatte hij post bij de kerkdeur. Zijn vijand kwam na de vespers naar buiten en midden in de menigte doodde hij hem met een karabijnschot. Bij niemand kwam de idee op om graaf Viteleschi te arresteren; hij klom weer op zijn sediola en zat dinsdagavond weer in de gevangenis.

De Serenissima Signoria ontving al snel een rapport over deze nieuwe moord: graaf Viteleschi werd gedagvaard en verscheen voor zijn rechters, nauwelijks in staat om zich overeind te houden, zo zwak was hij. Het rapport werd hem voorgelezen.

“Hoeveel getuigen hebben deze nieuwe laster ondertekend? zei Viteleschi met een grafstem – Meer dan tweehonderd, antwoordde men. – Uwe Excellenties weten nochtans dat ik op de dag van de moord, afgelopen zondag, in die verdomde gevangenis zat. U ziet wel hoeveel vijanden ik heb.”

Dit argument bracht enkele oudere rechters aan het wankelen; de jongere spraken zich uit ten gunste van Viteleschi, als een bijzondere man, en al snel werd hij, vanwege deze nieuwe moord, in vrijheid gesteld.

Een jaar later kreeg de cipier uit de handen van een priester 180.000 Venetiaanse lire (90.000 francs), de prijs van een klein stuk land, het enige niet-gehypothekeerde dat graaf Viteleschi nog bezat.

Deze dappere, hartstochtelijke, bizarre man, wiens levensverhaal een boekwerk zou vragen, stierf op zeer hoge leeftijd en nog altijd beefden zijn buren voor hem. Hij liet twee dochters en vier zonen na, die allemaal opvielen vanwege hun uitzonderlijke schoonheid.

________________

        * In werkelijkheid graaf Galliano Lechi, als jacobijn vermoord door zijn eigen boeren de 23ste juli 1797.
      ** Hertog van Lucca (1281-1328). Machiavelli wijdde een essay aan hem, dat een van eerste versies van Il Principe lijkt.
    *** Er is ook de beroemde kardinaal Giovanni Maria Vitelleschi (1390-1440).
  **** Een familielid, Matteo Giovanni Bragadin, zien we bij Casanova, evenals de beroemde gevangenis natuurlijk.
***** Een soort sulky.


Rome, Naples et Florence
(1826)                   
Édition présentée et annotée par Pierre Brunel
Professeur à l’Université de Paris-Sorbonne
Gallimard, Folio classique, 1987

19 februari 2024

Over Rome en Gent en carnaval


Geen kwaad woord over wie vandaag romans schrijft, maar liever dan dingen die bekroond zijn, of in de een of andere hitparade voorkomen, lees ik romans die honderd, tweehonderd of driehonderd jaar oud zijn. Die zijn door de Tijd gefilterd, niet door een eigentijdse jury, én je vertoeft voor een aantal honderden bladzijden in een ander landschap, je leest over andere zeden en gewoonten. 

En voor sommigen mogen ze de roep hebben, maar saai zijn die oude schrijvers niet, zoals dit grappige voorbeeld mag bewijzen:

[...] in de vier maanden dat hij Italië in alle richtingen had doorkruist, had Albert nog niet één affaire gehad.
Albert probeerde er soms grapjes over te maken, maar eigenlijk was hij diep gekrenkt. Hij, Albert de Morcerf, toch een van de meest aantrekkelijke jonge mannen, was er nog altijd aan voor zijn moeite. Dat was des te pijnlijker omdat Albert, naar de bescheiden gewoonte van onze dierbare landgenoten, Parijs had verlaten in de overtuiging dat hij in Italië de grootste successen zou oogsten en dat men hem, met het relaas van die successen, op handen zou dragen op de boulevard de Gand.*

Helaas! niets was ervan in huis gekomen: niet bij hun echtgenoten, maar bij hun minnaars hadden de charmante Genuese, Florentijnse en Napolitaanse gravinnen het gehouden, en Albert was tot de smartelijke overtuiging gekomen dat Italiaanse vrouwen tenminste dat voordeel hadden boven de Franse, dat ze trouw bleven in hun ontrouw.

Ik zeg niet dat er in Italië, zoals overal elders, geen uitzonderingen zijn.

En nochtans was Albert niet alleen een perfect elegante cavalier, maar ook nog heel geestig. Bovendien was hij burggraaf, van nieuwe adel, dat is waar, maar nu men geen bewijzen meer hoeft voor te leggen: wat maakt het uit of je kan terugwijzen tot 1399 of tot 1815! Komt nog bij dat hij vijftigduizend pond aan inkomsten had. Dat is zoals men weet meer dan genoeg om in Parijs in de mode te zijn. Het was dus nogal vernederend dat niemand hem terdege had opgemerkt, in geen enkele van de steden die hij had bezocht.

Hij was dan ook van plan om in Rome zijn schade in te halen, want carnaval is in alle landen van de wereld die deze achtenswaardige traditie in ere houden een periode van vrijheid waarin ook de meest gestrenge zich tot een of andere zottigheid laat overhalen. Welnu, aangezien het carnaval de dag daarop begon, was het voor Albert zaak om zich vooraf al te afficheren.

Met dit in gedachte huurde Albert een van de meest in het oog springende loges in het theater, en doste hij zich onberispelijk uit.

Alexandre Dumas
Le Comte de Monte-Christo
Préface de Jean-Yves Tadié
Édition établie et annotée par Gilbert Sigaux
Gallimard, Folio classique, pp.404-5
____________
* Helaas herdoopt in Boulevard des Italiens (postkaart 1920).


24 september 2022

Ursula vindt democratie hinderlijk

Het is Ursula von der Leyen allemaal een beetje naar het onberispelijk gekapte hoofdje gestegen.
Zij ziet zichzelf waarachtig als een staatshoofd – zij het niet van een democratische staat.

Wat dat laatste betreft heeft ze een punt. Tenslotte veracht haar Europese Unie verkiezingen en referenda, zoals werd bewezen na ‘Maastricht’. Dat verdrag werd door de Franse en Nederlandse bevolking* gedecideerd afgewezen, en de autocratische EU-club lapte die uitslagen gewoon aan zijn laars. Hun stichtingsoorkonde kwam er dus na een antidemocratische ingreep.

Morgen gaan de Italianen naar de stembus, maar wat ze beslissen is eigenlijk onbelangrijk, want Ursula staat klaar om zo nodig in te grijpen:

“We zullen zien. Gaan de zaken een ongelegen richting uit – ik had het al over Hongarije en Polen – dan hebben we instrumenten.”

“We’ll see. If things go in a difficult direction – I have spoken about Hungary and Poland – we have tools.”



Wie hierna nog gelooft dat de EU een democratische instelling is, kan maar beter twee keer nadenken.

–––––––––––––

* Onder meer de Belgen mochten niet kiezen: Elio Di Rupo vreesde dat de Vlamingen de vraag niet goed zouden begrijpen.

14 september 2022

Een suggestie voor Elio Di Rupo



Roger Köppel is een Zwitserse journalist en politicus. Elke dag neemt hij de politieke actualiteit door en geeft er commentaar bij. Vandaag had hij het onder meer over Giorgia Meloni. Deze Italiaanse ligt met haar Fratelli d’Italia voorop in de peilingen, en kan mogelijk Mario Draghi als eerste minister opvolgen.

Nu opperde deze rechtse politica een gedachte die wellicht ook in het achterhoofd van Elio Di Rupo wel eens gespeeld moet hebben – zelfs al heeft hij ze bij mijn weten nooit uitgesproken. Wat is namelijk het geheim van goed bestuur? Schulden maken natuurlijk!

Misschien kan Elio eens gaan praten met zijn geestesgenote Giorgia. Zij zullen het samen goed kunnen vinden en hij zal geen taalprobleem hebben.

Hier Roger Köppel:

Tot slot nog een citaat van mogelijk Italiës nieuwe eerste minister Giorgia Meloni. Zij heeft in een verkiezingsmeeting gezegd dat de Italianen zich geen zorgen hoeven te maken: economisch zal het hun land ook in de toekomst goed gaan. Men moet alleen voldoende schulden maken, want hoe meer schuld Italië heeft, des te onmogelijker zou het voor de Europese Unie worden om Italië te laten vallen. Voor de Europese Unie is Italië dan als het ware too big to fail.

Van de mislukte constructie van de Europese Unie heeft deze vindingrijke politica dus al een Italiaans bedrijfsmodel gemaakt: hoe meer schuld we als staat opstapelen, des te veiliger zijn we.

Bijzonder interessant, niet? Dat is de creativiteit, dat is de fantasie van Italianen. Maar ik beschuldig de Italianen hier niet: zij benutten eenvoudig datgene wat de Europese Unie met haar institutioneel krakkemikkige constructie hun biedt. 


Zum Schluß noch ein Zitat von Italiens möglich neuer Premierministerin Giorgia Meloni. Sie hat in einer Wahlkampfveranstaltung gesagt daß sich die Italiener keine Sorgen machen müssen. Ihrem Land wird es wirtschaftlich auch in Zukunft gut gehen. Man müsse nur genügend Schulden machen, denn je mehr Schulden Italien habe, desto unmöglicher sei es für die Europäische Union Italien fallen zu lassen. Italien sei gleichsam too big to fail für die Europäische Union.
Also diese findige Politikerin hat aus der Fehlkonstruktion der Europäischen Union bereits ein italienisches Geschäftsmodell gemacht: je mehr Schulden wir als Staat anhäufen, desto sicherer sind wir.

Ist ja hochinteressant. Das ist die Kreativität, das ist die Fantasie der Italiener, aber ich beschuldige hier die Italiener nicht: sie nützen einfach das aus was ihnen die Europäische Union mit ihrer institutionellen Fehlkonstruktion bietet.

Meine Damen und Herren, mit diesen guten Nachrichten, dieser interessanten Lichtblicknachricht möchte ich für heute schließen, ich danke ihnen ganz, ganz herzlich für die Aufmerksamkeit und werde auch morgen…

4 oktober 2019

Nooit eens een lofzang op Frankrijk bij Stendhal


À Pauline Périer-Lagrange*
Paris, 6 décembre 1811.

Beter een enkel woordje dan niets; ik wou dat jij je dat vaak herinnerde. Stel je een man voor op een zwierig bal, waar alle vrouwen elegant getooid zijn; hun ogen schitteren van vurig plezier, je ziet de blikken die ze op hun aanbidders laten vallen. Die mooie ruimte is opgesmukt in een stijl vervuld van zinnelijkheid en grandeur; duizend kaarsen verspreiden er een hemelse klaarte; de verrukkelijke geuren brengen je nog buiten jezelf. De gevoelige ziel die in dat oord van verrukkingen vertoeft, die gelukkige man is genoodzaakt de balzaal te verlaten; hij komt terecht in een dichte mist, een regennacht vol modder; hij struikelt een keer of drie-vier en valt ten slotte in een mestkuil.
Ziedaar het ingekorte verhaal van mijn terugkeer uit Italië. Om me te troosten bij de fysieke en morele platvloersheden die ik onderweg te slikken kreeg, stelde ik mij die goede kleine Angelina** voor, die me met al haar liefde in mijn appartement opwachtte bij een warm vuur.

Mieux vaut un mot que rien ; je voudrais que tu te rappelasses souvent cela. Figure-toi un homme dans un bal charmant, où toutes les femmes sont mises avec grâce ; le feu du plaisir brille dans leurs yeux, on distingue les regards qu’elles laissent tomber sur leurs amants. Ce beau lieu est orné avec un goût plain de volupté et de grandeur ; mille bougies y répandent une clarté céleste ; une odeur suave achève de mettre hors de soi. L’âme sensible qui se trouve dans ce lieu de délices, l’homme heureux , est obligé de sortir de la salle de bal ; il trouve un brouillard épais, une nuit pluvieuse et de la boue ; il trébuche trois ou quatre fois et enfin tombe dans un trou à fumier.
Voilà l’histoire abrégée de mon retour d’Italie. Pour me consoler des platitudes physiques et morales que j'essuyais en route, je me figurais cette bonne petite Angelina m’attendant avec tout son amour, dans mon appartement, auprès d’un bon feu.
Aux âmes sensibles
Lettres choisies (1800-1842)
Édition de Mariella Di Maio (Folio classique, 2011, p.177)
___________
  * Zijn lievelingszus Pauline (Beyle) was getrouwd in 1809.
** Angéline Bereyter, of Barretter (1786-1841), zangeres aan de Opéra bouffe, zijn maîtresse van 1811 tot 1814. Gevleid en ontroerd had ze niet lang weerstaan aan zijn vurige brieven, die helaas niet tot ons zijn gekomen. Je ne l'ai jamais aimée, zei hij elders.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html