29 november 2017

Iets anders dan de brieven die men vandaag in alle gazetten uitwisselt


Louise d'Épinay (1726-1783) was een femme de lettres die de grote geesten van haar tijd in haar salon ontving en bijvoorbeeld ook, en met veel succes een antwoord schreef op Rousseau's Émile: "Conversations d'Émilie".
Een goede vriend van haar was Ferdinando Galiani (1728-1787), de Napolitaanse economist wiens studies over de waardeleer ver op hun tijd vooruit waren: waarom is goud iets waard? waarom is papier iets waard? &c.
Galiani was "abate", "abbé": had lagere wijdingen gekregen, maar was niet de meest ijverige gelovige. Hij werkte tien jaar in Parijs (1759-69), als secretaris van de ambassadeur van de koning van Napels. Daarna werd hij economisch raadgever van de regering daar, een soort consultant zouden wij nu zeggen.

Galiani schreef in het Frans en Italiaans, correspondeerde met Diderot, Voltaire, Turgot en vele anderen. Met de fysiocraat abbé André Morellet (die had een scherpe tong en Voltaire noemde hem abbé Mords-les, bijt ze!) ging hij een levendig economisch debat aan. Als jongeman was hij in heel Europa beroemd geworden met Della moneta (1750), een waardetheorie, en later in 1770 schreef hij Dialogues sur le commerce des bleds (blés), werken die uitblinken door methodische klaarte ...én door hun grappigheid! Diderot en Louise d'Épinay verzorgden de uitgave in 1770, want hijzelf was door de koning naar Napels teruggeroepen, en had zijn manuscript in Parijs moeten achterlaten.
In het eerste werk baseerde hij zijn waardetheorie op nut en schaarste. In het tweede benadrukt hij de noodzaak van regelgeving in de handel, tegen de fysiocraten in die een volledige vrijheid van handel voorstonden. Galiani ging ervan uit, evengoed overigens als de fysiocraten en ook Voltaire, dat één land maar kan winnen wat een ander land verliest. Hij verdedigde zo bijvoorbeeld de muntdevaluatie.

Zijn brieven aan Louise, en die van haar aan hem, geven een goed beeld van het intellectuele leven in het Europa van de XVIIIde eeuw.
De Dialogues sur le Commerce des Blés zijn gesprekken tussen een Markies en een Ridder (Galiani zelf). In onderstaand fragment, niet uit die Dialogues afkomstig, treden deze twee personages weer aan, maar het werd nooit een boek. Het bleef bij een fragment van tien bladzijden en Galiani stuurde het aan Louise, die verstandig genoeg was om een grapje te kunnen smaken, zeker als het van haar geliefde abbé kwam. Hij mocht haar in alle vriendschap veel wijsmaken, ook in een



in: Ferdinando Galiani / Louise d’Épinay
Correspondance III, mars 1772 - mai 1773
Les Éditions Desjonquères, 1994, pp. 252-255

De Ridder: […] ik houd dus vol dat de vrouw zwak is door de opbouw van haar spierstelsel; vandaar ook haar teruggetrokken levenswijze, haar gehechtheid aan het mannetjesdier van haar soort dat haar onderhoudt, ook haar lichte kledij, haar bezigheden en taken &cet.
De Markies: En waarom noemt u haar een zieke?
De Ridder: Omdat zij dat van nature is. Eerst is ze zoals alle beesten ziek tot ze tot volle wasdom komt. Maar dan verschijnt dat zo bekende symptoom, eigen aan de hele klasse van de tweehandigen.* Elke maand is ze tenminste zes dagen aan een stuk ziek, wat overeenkomt met een vijfde van haar leven, en vervolgens komen de zwangerschappen en het zogen van de kinderen, wat welbedacht twee zeer lange en hinderlijke ziektes zijn. Tijdens die aanhoudende ziekte kennen zij dus maar enkele schemeringen van gezondheid. Hun karakter ondervindt de gevolgen van die bijna vertrouwde toestand. Ze zijn aanhalig en knuffelig zoals alle zieken, en tegelijk soms bruusk en onberekenbaar, zoals alle zieken. Worden makkelijk kwaad, en maken het makkelijk weer goed, net als de zieken. Ze zoeken verstrooiing, amusement, en een niemendalletje amuseert hen, net als de zieken. Hun verbeelding is voortdurend aan het werk, angst, hoop, vreugde, wanhoop, verlangen, afkeer wisselen elkaar sterk af in haar hoofden, en worden er nog makkelijker weer uitgewist. Gulzig leren ze bij, en evengoed vergeten ze. Ze houden van een lange afzondering en van opgewekt gezelschap in de tussenpozen, zoals alle zieken. En als we nu onder ogen nemen hoe wij hen behandelen: we verzorgen hen, we tonen belangstelling voor hen, we proberen hen te verstrooien, te amuseren, we laten hen met rust in hun appartementen, dan bezoeken we hen, we strelen hen, en vervolgens nemen wij…
De Markies: Komaan, het woord moet eruit, val nu niet stil terwijl u zo goed op weg was.
De Ridder: Ja, wij proberen hen te genezen en bezorgen hen zo een nieuwe ziekte.
De Markies: U moet er wel bij zeggen dat ze daar niet rouwig om zijn; integendeel, ze ondergaan dit met evenveel geduld als zieken een aderlating of een branderig medicijn.
De Ridder: En wel om dezelfde reden die zieken hebben om te geloven dat het allemaal om hun bestwil is, en dat ze zich navenant beter zullen voelen.
De Markies: Ridder, u mag me nog zo graag ervan willen overtuigen dat vrouwen per definitie ziekelijke wezens zijn, ik kan me maar slecht met die idee verzoenen. Misschien zijn uw Napolitaansen dat wel, maar wat mijn dierbare Parisiennes betreft zit u er lelijk naast. Ga eens naar de Vauxhall,** naar de boulevards, naar de operabals, en zie me hoe die zieken daar tekeer gaan: tien grenadiers zouden ze afmatten door hen de hele nacht te doen dansen. Het hele carnaval door blijven zij wakker, en houden er nog niet een kuchje aan over. En dat noemt u zieken?
De Ridder: Markies, u maakt mijn eigen argumenten tot de uwe, om ze dan als tegenwerpingen te gebruiken. Precies wat u daar allemaal verteld hebt, moet u toch aantonen dat vrouwen wezens zijn die wij mannen, met ons verstand niet beter kunnen omschrijven dan door hen zieken te noemen; het komt hierop neer dat zij het sterkst op ons lijken wanneer wijzelf in die toestand verkeren. Hebt u het nog nooit meegemaakt dat vier man alle moeite hebben om een zieke in bedwang te houden die spasmen vertoont, een gek, een zinneloze? En dat in vele gevallen zieken een kracht bezitten die gezonden niet zouden opbrengen? Die veranderlijke, excessieve, onregelmatige, onstandvastige kracht is juist een ziektesymptoom, een effect van de immense prikkeling van de zenuwen door een verhitte verbeelding. De zenuwspanning vult de natuurlijke zwakte der spieren aan. Neem die verbeelding weg en alles valt plat. Jaag dus de violisten weg, doof de kaarsen, laat de feestvreugde wegebben en die eeuwige danseressen zullen nog nauwelijks thuisraken al is het maar een klein eindje lopen. Ze zullen een fiaker laten voorrijden enkel om de Pont-Neuf over te steken.
De Markies: Zoals altijd verslaat u me nu weer, omdat God dat zo wil, maar ik heb toch een kleine tegenwerping die ik u wil maken.
De Ridder: Gaat u alstublieft uw gang.
De Markies: Probleem is dat ik niet overtuigd ben door alles wat u zojuist hebt verteld: ik geloof er geen woord van. Ik begrijp wel dat u gelijk hebt voor wat de huidige toestand betreft, maar dat alles lijkt mij een effect van de opvoeding, niet van de natuur, en ik geloof dat als men de natuur onbedorven liet doen, vrouwen evenveel waard zouden zijn als wij, misschien met dat verschil dat ze wat zwakker zouden zijn en gevoeliger.
De Ridder: Mijn beste markies, alle scherts nu daargelaten, gelooft u dat er in de wereld zoiets bestaat als opvoeding?
De Markies: Nee zeg, die paradox is te sterk, ik moet u in alle vriendschap aanraden om hem te milderen, te verzachten, of als u dat wilt hem van een uitlegging te voorzien, nu we weten dat dat woord intrekking betekent, zoals bij de Verklaringen van de koning met betrekking tot eerdere edicten.
De Ridder: Ik wil uw raad opvolgen want uw raadgevingen zijn altijd het opvolgen waard, en ik heb mij daar altijd goed bij bevonden. Ik zal uitleg geven, zonder nochtans mijn woorden in te trekken. Over opvoeding hoort men veel spreken, en zoals gewoonlijk moet er dan weer een boek geschreven worden. […]
__________
* tweehandigen, bimanes was toen een categorie in de biologie.
** Vauxhall was de benaming voor publieke, betalende pretparken waar bals en feesten werden gegeven (naar de Londense tuin in Kensington waar de Engelse beau monde zich liet zien).

24 november 2017

Raphaël Enthoven


In Frankrijk is er beroering ontstaan over een vertaling – ja, het blijft een cultuurland. Het gaat om één nieuwtestamentisch vers dat een vers jasje kreeg.
In de stichtingsoorkonde van ons Nederlands, de Statenvertaling van 1618-19 luidde het: (Matthéüs 6:13) En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Een duidelijk verstaanbare bede van de gelovigen, gericht aan hun Vader die in de hemelen verblijft.
In 1667 vertaalde Isaac Lemaistre de Sacy: et ne nous laissez point succomber à la tentation; mais delivrez nous du mal.
Ook heel begrijpelijk, al staat er in het Grieks noch in het Latijn iets over “bezwijken”. Het Grieks zegt μή εἰσενέγκῃς ἡμᾶς: een aorist 2de persoon enkelvoud van εἰσφέρω, naar binnen dragen, binnenvoeren in. En de Vulgaat zegt ne inducas nos, van inducere: voeren, leiden, brengen in. Dat “bezwijken” was een dichterlijke vrijheid van Lemaistre de Sacy, die blijkbaar besefte dat voor bekoringen de mens gewoonlijk tóch bezwijkt, en die voorafgaande stap van het in bekoring brengen dus achterwege kon blijven.
Een latere Franse vertaling maakte die sprong niet meer: et ne nous induis pas en tentation, mais délivre-nous du mal. Nog later, en tot vandaag had de officiële versie van het Franse Onze Vader: Ne nous soumets pas à la tentation.

Maar nu moeten vanaf drie december, de eerste zondag van de Advent, de Franse katholieken het anders zeggen: Ne nous laisse pas entrer en tentation. Dat soumettre, die soumission dus is weggevallen.

Woorden leiden hun eigen leven, en na de roman van Houellebecq kreeg soumission een bijzondere klank. Dat bracht de filosoof Raphaël Enthoven ertoe – Carla Bruni wijdde een liedje aan hem en schonk hem een zoon –  in die nieuwe vertaling een soort ‘islamofobe’ reflex te zien, onder het mom van een betere tekstgetrouwheid. Vergezocht en krankzinnig natuurlijk, maar daar ben je ook een politiek-correcte filosoof voor.
Hij werd hiervoor zwaar op de vingers getikt, en zelf zag hij ook snel in dat zijn bewering nergens op sloeg. Enthoven geeft zijn commentaren op de actualiteit, vaak heel grappig en spiritueel, elke dag op Europe1, en sloeg daar een uitgebreid mea culpa:

Quel est l’ennemi commun, l’ennemi de tous, l’ennemi du public n°1? C’est pas le catholicisme, ni l’islâm ni le judaïsme ni la laïcité bien sûr. Le seul ennemi que nous ayons tous à redouter, collectivement, le cauchemar du débat c’est le procès d’intention. Qu’on en fasse ou qu’on en subisse. C’est l’accusation indémontrable qui souille l’accusé sans exposer l’accusateur à un démenti argumenté.



Wat is de gemeenschappelijke vijand, de vijand van allen, de publieke vijand nummer één? Dat is niet het katholicisme, noch de islam, noch het judaïsme noch de vrijzinnigheid natuurlijk. De enige vijand waar we allen, gezamenlijk beducht voor moeten zijn, de gruwel van elk debat is het intentieproces. Of men het nu zelf voert of het ondergaat. Het is de onbewijsbare beschuldiging die de beschuldigde besmeurt, zonder dat de beschuldiger aan een onderbouwde ontkenning wordt blootgesteld.

Alles goed en wel, heel eervol van Raphaël, maar dat nevenschikkend rijtje – catholicisme, islâm, judaïsme et laïcité – bevalt mij dan weer niet. Hij blijft een politiek-correcte filosoof.

Amen, of om met de Grieken te spreken: ἀμήν.

14 november 2017

Vive le Roi! Leve de Koning! (Es lebe der König!)


In het Frans wordt dat bij gelegenheid wel geroepen, maar in het Nederlands hoor je die kreet zo goed als nooit. Daarvoor zou iemand al tegen betaling een aantal dames moeten inhuren. Pour de l’argent, douze ou quinze femmes, zoals Kardinaal de Retz dat in zijn Mémoires schrijft, of – zoals hier wel eens voorkomt – hij zou een hoop schoolkinderen moeten optrommelen.

Van zulke vertoningen denkt Retz het zijne: …la cour prit ou déclara la résolution de revenir à Paris. Elle y fut reçue comme les rois l’ont toujours été et le seront toujours, c’est-à-dire avec acclamations qui ne signifient rien, que pour ceux qui prennent plaisir à se flatter.

…het hof had het voornemen opgevat, of maakte toch bekend dat het naar Parijs zou terugkeren. Het werd er ontvangen zoals koningen dat altijd worden en altijd zullen worden, dat wil zeggen met toejuichingen die niets voorstellen, behalve voor wie zich graag in zelfgenoegzaamheid wentelen.

Maar kom, laten we onze Retz op de naamdag van Leopold het plezier niet bederven in Laken, waar ze tegelijk ook een weddeverhoging te vieren hebben.


12 november 2017

Geen politieke gevangenen in Europa!


Ter ondersteuning van de politieke gevangenen in Spanje was er vanmiddag in het Jubelpark in Brussel een kleurige manifestatie. Veel Catalaanse vlaggen natuurlijk, maar ook Waalse, Vlaamse, Letse enzovoort. Belgische of Spaanse vlaggen heb ik niet gezien, en ook geen EU-vlaggen. Iets van vijfhonderd man was er, sommigen zeggen zevenhonderd. En er waren ook vier of vijf tv-ploegen. De ZDF zag ik, RTL ook (misschien om Juncker een plezier te doen), nog enkele andere maar ik stond te ver om die thuis te brengen.

Omdat ik geen professionele fotograaf ben, lezer, moet u zich tevredenstellen zonder vogelperspectief. U mag tenslotte niet te veeleisend zijn: onze kranten en tv-zenders getroosten zich ook nooit de moeite van een overzichtsbeeld als het om bijvoorbeeld een tous-ensemble-betoging gaat, of iets moois van die aard.

De toespraken (van onder meer drie Catalaanse ministers) waren in het Engels, Nederlands en Frans, maar grotendeels toch in het Catalaans. En al ken ik die taal niet, termen die vaak terugkwamen, zoals vrijheid, prison, onafhankelijkheid en democratie verstond ik toch. Persoonsnamen stelden geen probleem, Franco bijvoorbeeld, of Juncker – je zou al bezopen moeten zijn om die zijn naam niet te verstaan.

Vlak na de laatste toespraak, nog tijdens het zingen, begon het te hagelen terwijl daarvoor de zon had geschenen. De weergoden hadden goed opgelet, maar het kan ook toeval zijn geweest.

Ook toevallig was dat ik, nog op weg naar Brussel, in de trein in een klein boekje zat te lezen, een bloemlezing uit de geschriften van de Prince de Ligne (De Fleur en Fleur, Lausanne, La Guilde du Livre, 1964, pp. 77-8), en daar iets zag waar ik direct een potloodstreepje bijzette.

À la guerre, en politique et en amour, si l’on manque le moment, il ne se retrouve plus. Tant pis pour l’Europe, qui est une vieille coquine qui a perdu ses règles!
Als men in de oorlog, in de politiek en in de liefde het juiste moment mist, dan komt die kans niet weer. Helaas voor Europa, die oude lichtekooi die haar regels niet meer heeft.

Ja, de EU heeft eerst met haar zwijgen en daarna met haar medeplichtigheid en minachting voor de democratie haar eigen doodvonnis getekend.

6 november 2017

Journalistiek met een echt gezicht


Het gaat goed met Le Monde diplomatique, en directeur Serge Halimi kan schitterende cijfers voorleggen. Hij deed dat ook, onder de titel: Appeler une victoire par son nom. Het gaat om echte cijfers, abonnementen (90.456 in december 2016), gedrukte exemplaren (gemidddeld 156.586 in 2016), digitale abonnementen op hun archief (35.417 eind september 2017) enzovoort. Geloofwaardige cijfers dus, geen clicks of fantasietjes zoals we die hier kennen. Ze hebben natuurlijk een groot taalgebied.

Dat blad lees ik al langer dan van gisteren en hun zeven euro betaal ik elke maand graag. Oneens kun je het zijn, maar je wordt nooit gedegouteerd. Eigenlijk ken ik geen blad dat ermee te vergelijken is. Het is gedistingeerd. Er staan geen foto's in, en geen reclame – of het moest zijn voor een boek waar je geen zin in hebt, of voor een moeilijke intellectuele film die je niet zult gaan zien. Je wordt als lezer dus niet beledigd.
Zij kunnen het zich bijgevolg veroorloven om de gewone krantenboeren en hun journalisten op de korrel te nemen. Daarom vertaal ik een grappig stukje uit het artikel van Halimi:

Tegen de reëel bestaande journalistiek* heeft Le Monde diplomatique niet enkel de akte van beschuldiging opgesteld (kapitalistische concentratie, pensée unique, ingekapselde burgerlijkheid, verstandhouding en zelfvoldaanheid). Wij hebben er ook een andere professionele praktijk tegenovergesteld. Onze kritiek ten laste van de journalistiek, die elke maand te lezen staat, beperkt zich niet tot de verwerping van de liberale en Europese insteek van zo goed als alle media. Want onze “confraters” hebben het op den duur begrepen: het diskrediet dat rust op de lompe politicus die zijn voorgekauwde lesje opzegt, tast de reputatie aan – en bijgevolg de marktwaarde – van de pers die hem als zijn buikspreker begeleidt.
De hoofdredacties hebben dan besloten om een nieuwe beroepskracht naar voren te schuiven, die wij evenzeer verwerpen, namelijk die van de neutrale reporter, zonder ideologie, “de ontcijferaar”, “de geheimschriftlezer” aan wie men niets wijsmaakt, die van de ene overtuiging naar de andere fladdert en voorgeeft zich nooit te engageren.
Zijn vakkundigheid bestaat erin “kleine, echte feitjes” uit te zoeken, en deze zonder commentaar te presenteren; en een voorkeur te hebben voor “dingen die hij gezien heeft” (zeker als ze aangrijpend zijn), eerder dan voor een beargumenteerde analyse van sociale of internationale verbanden; en in het uitbannen, uit het gebied van de informatie, van ideeën die extreem bevonden worden, terwijl tegelijk andere ideeën (te weten, de zijne) het alfa en omega van elk “debat” moeten worden. Op die manier moet het gezoem aanhouden, en is de fictie van het pluralisme veiliggesteld.
__________

* Halimi speelt natuurlijk met een eertijds vaste uitdrukking: die van het reëel bestaande communisme, dat evenwel hier en daar verschilde van het theoretische ideaalbeeld.

Denkt Spanje miljoenen Catalanen met geweld het zwijgen te kunnen opleggen?


Een gesprek met Jordi Savall
in Le Nouvel Observateur

In het conflict tussen de Spaanse regering en de Catalaanse independentisten, heeft de beroemde musicus de kant van de Catalaanse independentisten gekozen.
Hij legt ons uit waarom.

Sarah Halifa-LegrandWat is uw gevoel vandaag bij de zware crisis waar Catalonië doorgaat?
Ik ben heel triest. Vorige zondag heeft Madrid ons veertig jaar achteruitgezet. Ik denk dat hun reactie een heel zware breuk heeft veroorzaakt tussen de Spaanse regering en Catalonië. Ik verzeker u dat Catalonië nooit nog zal zijn zoals voorheen. En laat men dan nog alle mogelijke argumenten tegen het illegale referendum aanvoeren, bejaarde vrouwen over de grond sleuren, weerloze burgers met een dergelijke brutaliteit behandelen is absoluut onverdedigbaar.
Dit geweldsvertoon brengt aan het licht dat de Spaanse regering totaal niet in staat is om verschillen te accepteren, om te accepteren dat men het gevoel zou hebben tot een andere cultuur te behoren. De Spaanse staat ontkent de realiteit. Hij weigert te zien dat er een probleem is. Hij miskent ons. Hij spreekt niet met de Catalanen. Hij spreekt enkel tot de rest van de Spanjaarden.
Draagt niet ook de independentistische regering een deel van de verantwoordelijkheid bij deze escalatie?
Elke partij is deels verantwoordelijk. Maar wat begin je als de gesprekspartner met wie je wil onderhandelen obstinaat de discussie weigert? De Catalaanse president en de burgemeester van Barcelona hebben een brief gestuurd aan mijnheer Rajoy waarin ze om een gesprek vroegen; ze kregen nooit antwoord. Hoe zo’n probleem dan oplossen? Een politieke oplossing heeft Rajoy nooit nagestreefd, enkel gerechtelijke oplossingen. Zijn enige antwoord is een beroep op de wet. Maar als wij de wet altijd hadden gerespecteerd, dan waren de slaven nog altijd slaven, konden de vrouwen nog altijd niet stemmen, en hadden de arbeiders geen rechten. Wetten zijn niet altijd rechtvaardig, en de samenleving heeft ze altijd laten evolueren om ze aangepast te maken. Je kunt onmogelijk de wet inroepen als zijnde iets onveranderlijks.
Hoe verklaart u dat de Spaanse regering op die manier elke dialoog weigert?
De Spaanse regeringsleider Mariano Rajoy blijft op de strakke lijn van de franquistische ideologie die berustte op de constructie van een Spanje als ‘una, grande y libre’. Die heeft ons naar de burgeroorlog geleid. In naam van hetzelfde principe had hij voor het Grondwettelijk Hof het nieuwe statuut van Catalonië al betwist, ‘el Estatut’, dat een uitbreiding van de autonomie voorzag, ook al was dat per referendum door de Catalanen goedgekeurd, en in 2006 aangenomen door het Catalaans Parlement, het Congres van Afgevaardigden en de Cortes. En nochtans betrof het hier slechts een actualisering van het autonomiestatuut dat de grondwet van 1978 ons had toegekend.
In 2006 vroegen de Catalanen geen onafhankelijkheid. Ze vroegen enkel erkenning als natie. Maar het Grondwettelijk Hof zei nee, Catalonië is geen natie, en een Catalaanse burger is dus onbestaand. Het is niet Catalonië dat het kader voor gesprekken met Spanje heeft afgebroken, dat is Madrid.
Daarom, omdat de Spaanse regering niet in staat was om onze verschillen te accepteren, hebben wij gevraagd daarover te mogen stemmen. Wij wilden enkel weten hoeveel mensen onder die voorwaarden bij Spanje wilden blijven, en hoeveel er een ander statuut wensten. Meten dus welke gevoelens van aanhankelijkheid of scheiding er leefden. In alle democratieën zijn er mensen die verschillend denken. Opinies mag men niet criminaliseren. In Catalonië zijn er mensen die rechts denken, en mensen die links denken, mensen die denken dat wij beter af zouden zijn in een vrij Catalonië, en mensen die vinden dat het beter is bij Spanje te blijven. Wat is er zo verkeerd aan om te willen nagaan wat een volk denkt?
Weet u, aanvankelijk wás ik geen independentist. Ik ben een muzikant die zich goed voelt in alle steden van de wereld waar muziek gemaakt wordt. Maar de weigering om respect op te brengen voor de gehechtheid van mensen aan hun eigen cultuur, die weigering om hen te laten uitdrukken wat zij voelen, heeft me doen aansluiten bij deze strekking. Ik vind die absolute onbuigzaamheid, en wat ze teweegbrengt onaanvaardbaar. Denkt Spanje miljoenen Catalanen met geweld het zwijgen te kunnen opleggen?
Waarom voelen de Catalanen zo sterk de noodzaak om hun gehechtheid aan hun cultuur op te eisen?
Deze beweging in Catalonië vraagt dat er naar de mensen zelf geluisterd wordt, en dat men hen in de politiek weer een centrale plaats geeft. Staten zijn politieke constructies. Mensen echter maken deel uit van een cultuur. Luister naar ons: wij willen leven in een Europa dat alle culturen respecteert, alle talen, alle levenswijzen. Dat is wat geschreven staat in de Europese grondwet. Het grote probleem is dat naar ons gevoel wij geen plaats hebben in Spanje. Ik houd van Spanje, ik voel me goed op veel plekken van dat land, ik houd van de Spaanse cultuur. Maar ik zou graag hebben dat ook wij erkend werden, dat ook wij respect kregen. En dat is niet het geval.
Stelt u zich dat voor: een Spaanse minister van Onderwijs die oproept om de jonge Catalanen te hispaniseren. Toen ik nog een kind was, werd ik op school verplicht Castiliaans te spreken. Op mijn geboortebewijs moest men ‘Jorge’ schrijven en niet ‘Jordi’, want een Catalaanse naam dragen was verboden. Met de overgang naar de democratie verkregen we eindelijk dat elementaire recht. Maar je merkt duidelijk dat Spanje het nog altijd niet kan verdragen dat wij onze verschillen laten gelden.
De Catalaanse taal is even oud als het Frans. Ze gaat terug op de langue d'Oc, de taal van de troubadours. En nochtans mag men ze niet gebruiken in het Spaanse parlement, en zelfs niet in de Catalaanse rechtbanken, waar men zich in het Castiliaans moet uitdrukken. 
Wij maken deel uit van een natie met een zeer oude cultuur. En wij vragen dat men hiervoor respect opbrengt. Dit is geen kwestie van populisme of van geld, zoals men wel eens hoort. Het gaat om waardigheid en erkenning.
Bent u, gezien de impasse waarin Catalonië zich bevindt, er voorstander van dat de Catalaanse regering unilateraal de onafhankelijkheid uitroept, met als risico heel Spanje in het onbekende te dompelen?
Ik zal u antwoorden met een andere vraag: wat valt er te beginnen als er aan de andere kant een autoritaire barrière staat? Wat kan de Catalaanse regering ondernemen? Beeldt u zich in dat Spanje en Catalonië een echtpaar zijn. Denkt u dat een koppel een manier van samenleven zal vinden, als ze er zelfs niet meer in slagen met elkaar te praten? Wat heeft de Engelse regering gedaan toen de Schotten hun onafhankelijkheid wensten? Ze heeft hen niet onderdrukt, maar hen gezegd: ‘Ga niet weg, wij zullen jullie voorstellen doen zodat jullie zich beter voelen bij ons.’ In Spanje heeft men geantwoord met de dreiging ons in de gevangenis op te sluiten, en vervolgens heeft men een politiemacht op ons afgestuurd. Het enige wat ons nog overblijft is zeggen: aangezien wij geen dialoog kunnen hebben, nemen wij de moeilijkste weg, ook al is dat niet de weg die wij hadden willen inslaan.
Wat er nu zal komen weet ik niet. Ik denk dat een oplossing enkel dan te vinden is, als er een bemiddelaar komt die aan Spanje vraagt een stoel te nemen en de discussie aan te gaan. Europa had die rol al lang op zich moeten nemen.* Dat het de ogen sluit begrijp ik niet. Misschien is dat omdat het in handen is van partijen die voor het merendeel rechts zijn, en geen oren hebben naar aanspraken zoals die hier worden aangebracht.
Helaas zie ik dat in Frankrijk Emmanuel Macron evenmin bijzonder gevoelig is voor kwesties als deze, om de evidente reden dat het jakobijnse Frankrijk zelf, op zijn eigen grondgebied de verschillende bestaande culturen heeft willen verstikken en verfransen. Maar als Europa niet tussenkomt, maakt het een zeer zware fout.
________

* Savall bedoelt hier waarschijnlijk enkel de EU.

4 november 2017

Een eervol standpunt


Marc Uyttendaele, professor constitutioneel recht aan de ULB, schreef in Le Soir een interessant artikel, en ik vertaal daaruit een tweetal alinea's. Een politiek standpunt als het zijne verscheen er nog niet in de Vlaamse pers, of zeker niet in even duidelijke termen. Van Vlaamse politici, op enkelen na, hoorden we zelfs heel andere geluiden. Denken we maar aan al het stoers dat Kristiaan Peeters, die zich waarschijnlijk voor een soort filmheld houdt, allemaal meende te moeten afscheiden op Twitter en aanverwanten.
Liever dus een wat perfide PS-man aan het woord laten dan een CD&V'er of sp.a'er:

In plaats van zich eenvoudigweg op het democratische spel te verlaten, op de verkiezing van een wetgevende vergadering, op een onafhankelijkheidsreferendum dat deze keer met de waarborg van de rechtsstaat zou plaatshebben, stemt mijnheer Rajoy in met de criminalisering van de tegenstander, en dus met een aloude totalitaire methode. Een methode die te allen tijde door alle dictaturen is aangewend, en ook een methode die belet om vandaag nog onderscheid te maken tussen de Turkse en de Spaanse regering.

Het zou de Belgische rechters – die morgen het Europese aanhoudingsbevel zullen zien dat tegen de heer Puigdemont afgeleverd werd – het zou hen tot eer strekken als zij zich aan het huidige klimaat wisten te onttrekken. Het zou hen tot eer strekken als zij zich de volgende eenvoudige vraag zouden stellen: stuurt men een opposant naar zijn land terug, die gevangen zal worden gezet met als enige reden dat hij een politieke strijd voert tegen de bestaande macht? Hopelijk zullen zij hun redeneringen op waarden en vrijheden laten steunen, en zich niet laten besmetten door hun eventuele antipathie voor het Vlaams-nationalisme.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html