Posts tonen met het label Housman | Alfred Edward. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Housman | Alfred Edward. Alle posts tonen

12 februari 2024

Geprezen zij het bier!


Dit exemplaar van A Shropshire Lad had ik, al ben ik geen bibliofiel, graag eens doorbladerd, maar lezer, u zal het met mij eens zijn: 3.917,63 € (exclusief port) is prohibitive.


Er bestaat een Nederlandse vertaling van W. A. Jonker (uitgeverij G.A. Van Oorschot, 1993), en die heeft op de even pagina's de oorspronkelijke tekst, want zoals wij leerden van Ortega y Gasset in Misère et splendeur de la traduction (oorspronkelijk van 1937, vertaald bij Les Belles Lettres in 2013): een vertaling is niet hét werk, zij is een pad naar het werk.

Van Jonker las ik destijds zijn Onegin-vertaling, waar Hans Boland zo de spot mee dreef. Mij charmeerde ze. Bij Housman lukt hem dat, ach misschien iets minder, wellicht omdat ik Engels wél goed versta, maar Russisch zo goed als niet (met een restje armzalig schaak-Russisch lees je geen literaire tekst).

Hier een stukje van Housmans grandiose ode aan het bier, die hij besluit met de overweging dat na een zatte nacht (waarin zoals wij weten veel kan gebeuren), een ontnuchterende dag volgt. Die verzen geef ik niet, daarvoor moet u een van de talloze uitgaven van A Shropshire Lad maar kopen. U zult zich dat niet beklagen.

       
       Daar in Burton aan de Trent
       staan prima brouwers op hun post.
       De Muze schenkt maar slappe kost,
       en bier rechtvaardigt Gods bestuur
       beter dan Miltons dichtersvuur.
       Je wordt toch ziek van zulk gedenk?
       Drink liever bier! Schenk in man! Schenk!
       Bekijk de wereld in je glas!
       't Zou fijn zijn als hij echt zo was.

       
       Oh many a peer of England brews
       Livelier liquor than the Muse,
       And malt does more than Milton can
       To justify God's ways to man.
       Ale, man, ale's the stuff to drink
       For fellows whom it hurts to think:
       Look into the pewter pot
       To see the world as the world's not.




Alfred Edward Housman
A Shropshire Lad, LXII
1896, Harrap London 1982
 

28 oktober 2017

Een goede stielman vindt klanten bij de vleet


Vandaag bestaan er Latijnse vertalingen van Asterix, en van Kuifje ook meen ik. Misschien zijn er nog wel meer zulke lofwaardige pedagogische inspanningen geleverd. Zowel Kuifje als Asterix zijn echter prozawerken, en of het nu nog voorkomt weet ik niet maar vroeger werden ook gedichten vertaald, in Latijnse verzen. En omgekeerd werden klassieke gedichten vanzelfsprekend naar de volkstalen vertaald.
Nu is het geen geheim dat moderne poëzie niet verkoopt, terwijl in vroegere tijden een goede dichter zich na enkele successen een statige woonst kon laten bouwen. Daar zijn voorbeelden van. Altijd echter hadden die mensen grote stielkennis in huis, precies omdat zij in hun leerjaren klassieke dichters hadden geïmiteerd, of in vers en rijm omgezet.

Genieën als John Dryden (1631-1700) of Alexander Pope (1688-1744) waren zulke vaklui.* Mere poets and mere musicians are as sottish as mere drunkards are, who live in a continual mist, without seeing or judging anything clearly, vond Dryden. Zoals een muzikant eerst een instrument moet leren bespelen voor hij anderen lastigvalt, zo ook moet een dichter eerst de taal in zijn vingers krijgen. Wellicht doet het hem geen kwaad als hij eerst uitprobeert of hij rijm en metrum aankan, of zijn taalkennis daartoe al volstaat.

Pas in hun latere werken waagden de grote vakmannen zich aan vrije verzen, zoals Shakespeare het hen had voorgedaan. They discumbered themselves from rhyme. De kracht van hun blank verse komt dan voort uit rijmen die er niet meer staan, en de lezer of toehoorder beseft niet dat ze ontbreken.
Wie echter begint met het neerschrijven, in interpunctieloze kolommetjes, van losse diepzinnigheden en poëtische gevoeligheden, zo iemand mist die kracht, en zijn poëzie verkoopt bijgevolg niet want mensen zijn niet gek.
Over een rijmende dichter als bij ons Jean-Pierre Rawie doen vrije verzenjongens soms neerbuigend, misschien ook omdat zijn werk wél verkoopt. Dat het ook gewoon goed is, merken zij blijkbaar niet op.

Dryden vond dat het rijm obfuscation verhinderde – een term die je op zeven manieren kunt vertalen: vertroebeling, beneveling, wazigheid enzovoort. Hij preciseert dit met een beeld dat uit de vogeljacht komt: Since it bounds and circumscribes the fancy. For imagination in a poet is a faculty so wild and lawless, that, like a high-ranking spaniel, it must have clogs tied to it, lest it outrun the judgement. (opdracht bij The Rival Ladies, 1664)
Kluisters dus, om leeg geschreeuw te voorkomen.

Een verrassend effect van vakkundig rijm is nog dat het plaats bespaart!
Zekere William Dobson, van Oxford, had in 1634 grote faam verworven met een vertaling in Latijnse verzen van de Solomon van Matthew Prior – een werk dat wij nu niet meer hoeven te kennen, zeg ik maar – en Alexander Pope vroeg hem daarop of hij hetzelfde wilde doen met zijn Essay on Man – een werk dat onze aandachtige lectuur verdient.
Dobson begon aan die taak, maar staakte al snel zijn pogingen, on account of the impossibility of imitating its brevity in another language.
Dat is wel een opmerkelijke reden, want het Latijn staat juist bekend om zijn brevitas. Inderdaad had Alexander Pope voor de versvorm gekozen omdat die hem toeliet zijn gedachten korter uit te drukken dan mogelijk was in proza. Al vond hij in alle nederigheid dat Jonathan Swift daarin beter was dan hijzelf, want die kon:
                            …in one couplet fix
               As much sense as I can in six.


In zijn inleiding op An Essay on Man legt Pope alles duidelijk uit: This I might have done in prose, but I chose verse, and even rhyme, for two reasons. The one will appear obvious; that principles, maxims, or precepts so written, both strike the reader more strongly at first, and are more easily retained by him afterwards; the other may seem odd, but is true, I found I could express them more shortly this way than in prose itself; and nothing is more certain, than that much of the force as well as grace of arguments or instructions depends on their conciseness.
Dit had ik ook in proza kunnen doen, maar ik koos voor vers, en zelfs voor rijm, om twee redenen. De eerste ligt voor de hand: principes, stelregels, of voorschriften in versvorm treffen de lezer meteen, en hij onthoudt ze naderhand ook makkelijker. De tweede reden zal misschien vreemd klinken, maar is toch juist. Ik merkte dat ik op deze manier een idee korter kon uitdrukken dan in proza, en niets is zekerder dan dat veel van de kracht en de charme van argumenten of instructies afhangt van hun beknoptheid.


Dat Pope naast verbluffend taalvaardig – je wordt met verstomming geslagen – ook bijzonder grappig is, deed helaas een andere lievelingsdichter van me, namelijk Alfred Edward Housman van het wondermooie en berijmde A Shropshire Lad, nog in 1933 zeggen dat there was a whole age of English in which the place of poetry was usurped by something very different which possessed the specific name of wit.


Daarmee bevestigt hij in elk geval dat Pope grappig is, en Housman zei later ook andere dingen: possibly the most perfect long poem in the language, noemde hij diens The Rape of the Lock.

__________
* Dan mag Oscar Wilde nog lichtzinnig gezegd hebben: There are two ways of disliking poetry, one way is to dislike it, the other is to read Pope.

26 januari 2006

Stadsdichter Bart Moeyaert en het politiek programma van de Dichter


Vandaag in De Standaard, op p.23 (Cultuur & Media), stelt de journalist Karel Verhoeven aan de nieuwe Antwerpse stadsdichter Bart Moeyaert volgende vraag:
Lanoye, Nasr, Moeyaert. Stadsdichters zijn blijkbaar linkse schrijvers. Wat zou dat geven, een rechtse stadsdichter in Antwerpen?
Moeyaert begint snel, en houdt dan even in; er was een kleine aarzeling zegt Verhoeven:

Ik denk niet dat een dichter rechts kan zijn. (aarzelt even) Ik ken geen enkele goede rechtse dichter.
Wat kan er Moeyaert toch hebben doen aarzelen? Wij hebben er het raden naar. Al flitste hem misschien een soortgelijk lijstje van dichters door het hoofd, als wat hieronder volgt? Het is inderdaad niet eenvoudig om daar een zwakkeling uit te halen, maar misschien zocht Moeyaert tijdens zijn aarzeling naar de meest linkse onder hen?


Dante
Goethe
Gezelle
Poesjkin
Brassens
Baudelaire
Housman
Kipling
Bloem
Rawie
Eliot
Reve


"Wát er precies bij het dichterschap komt kijken, weten wij niet", had Moeyaert beter kunnen antwoorden, "...en dat lijkt mij juist een gelukkige omstandigheid. Maar dat uw categorieën links en rechts ter zake zouden doen, is onwaarschijnlijk Karel!" . En Bart had kunnen doorgaan: . "Een dichter, of die nu links of rechts is, slim of dom, kort of lang: hij moet mooie en deugdelijke waar leveren. Laten wij de categorieën toch zinnig houden, beste vriend. De dichter moet niet álles zijn en kunnen! Een dode collega van mij zei het beter dan ik het zelf kan: mais pour l'amour, on ne demande pas aux filles d'avoir inventé la poudre."


.

19 juli 2005

Edward Heath en het Cordon Sanitaire

.
Onze kranten en media hebben aan de dood van de Engelse eerste minister Edward Heath een paar korte beschouwingen gewijd. Een goede Europeaan was hij, en De Gaulle was zijn grote boeman, en hij kon Margaret Thatcher niet luchten, en zij hem niet.
Heaths dood moet voor vele redacties als een verrassing zijn gekomen. Waarschijnlijk verkeerden nogal wat analisten in de waan dat die man al lang dood was, maar evenmin is het uitgesloten dat zijn dood voor sommigen het eerste was dat ze van hem vernamen. In elk geval is Heaths grootste bijdrage aan de geschiedenis overal ongemerkt voorbijgegaan.
En nochtans heeft die man zijn plaatsje in de geschiedenis verdiend: hij was de Engelse uitvinder van de politieke correctheid en de geestelijke vader van het cordon sanitaire.
Om dat duidelijk te maken moet ik eerst een partijgenoot van hem voorstellen: John Enoch Powell, een classicus van Cambridge (waar hij o.a. bij de grote dichter Housman Latijn had gestudeerd), auteur van een gezaghebbend woordenboek bij Herodotus en Thucydides dat hij schreef rond zijn 23ste, zodat men hem voor zijn 25ste al professor maakte, een man die acht talen sprak waaronder het Urdu en het oud-Welsh, een man die uit zijn professoraat ontslag nam toen de oorlog uitbrak, in dienst ging als gewone soldaat en in recordtijd opklom tot de graad van brigadegeneraal, later minister van volksgezondheid werd ...en in 1965 met Edward Heath de strijd aanbond om het voorzitterschap van de Conservatieve Partij, wat mislukte.
Powell had intussen wel een indrukwekkende aanhang, ook bij de arbeidende klasse, en hij was in intellectueel opzicht Heaths meerdere (op zich geen schande voor Heath, zelf ook geen minus).
Enoch Powell is altijd tegenstander geweest van een toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot "Europa", én hij zag grote gevaren in de massale inwijking van cultureel niet-Europese groepen.
Over dat laatste thema hield hij op 20 april 1968 in zijn geboortestad Birmingham een beroemde redevoering, die bekend werd als de "Rivers of Blood"-speech. Daarin voorspelde hij grote, zelfs bloedige conflicten op Engelse bodem, niet omdat hij een “racist” was, maar wel omdat hij wist wat taal, geschiedenis en cultuur betekenen, en hoe zwaar die begrippen wegen. Dat hij helemaal geen racist was blijkt uit vele dingen: zo had hij zijn hart aan India verloren en verwierp hij het begrip Commonwealth als zijnde een vorm van geringschatting voor de vroegere koloniën. En hij kende zoals gezegd acht talen, wat op zich racisme uitsluit (voor deze laatste bewering kwamen er recent wetenschappelijke aanwijzingen).
Nochtans zette Heath hem na die speech uit het schaduwkabinet, en werd er een campagne opgestart om hem overal het spreken te beletten en hem het etiket racialist op te plakken. Zijn stem mocht niet meer worden gehoord. Heath slaagde wonderwel in zijn opzet, was van zijn concurrent verlost en kon eerste minister worden.
Powell had het bestaan om een probleem bij naam te noemen, ‘to see, and not to speak, would be the great betrayal’, en dan mochten de dokwerkers nog ter ondersteuning van een conservatief! het werk neerleggen: tegen alle gebundelde krachten kon hij het niet bolwerken, en nooit heeft hij nog in een kabinet gezeteld.
Later, toen hij dood was zei men: "he was the best prime minister England never had".
Zijn bewuste speech begon zo:

“The supreme function of statesmanship is to provide against preventable evils. In seeking to do so, it encounters obstacles which are deeply rooted in human nature. One is that by the very order of things such evils are not demonstrable until they have occurred: at each stage in their onset there is room for doubt and for dispute whether they be real or imaginary. By the same token, they attract little attention in comparison with current troubles, which are both indisputable and pressing: whence the besetting temptation of all politics to concern itself with the immediate present at the expense of the future. Above all, people are disposed to mistake predicting troubles for causing troubles and even for desiring troubles: “If only,” they love to think, “if only people wouldn’t talk about it, it probably wouldn’t happen.”

De hoogste taak van staatsmanschap bestaat erin om voorzieningen te treffen tegen afwendbaar onheil. Bij die betrachting ontmoet zij obstakels die diep geworteld zijn in de menselijke natuur. Eén daarvan is dat zulke kwalen uiteraard niet aantoonbaar zijn alvorens zij zich hebben voorgedaan: in elk stadium van hun opdoemen is er plaats voor twijfel, en voor dispuut of het om werkelijkheid gaat of om inbeelding. Ergo trekken zij weinig aandacht naast de actuele bekommernissen, die zowel onbetwistbaar zijn als dringend: vandaar de hardnekkige neiging van elke politiek om zich met het onmiddellijke nu bezig te houden, ten koste van de toekomst. Bovenal zijn mensen geneigd om het voorspellen van problemen te verwarren met het veroorzaken van problemen, of zelfs het zoeken van problemen: “Als men” willen ze graag denken, “als men er maar niet over praat, dan gebeurt het wellicht niet.”

P.S. .
Politiek was Powell dan vakkundig doodgemaakt, maar in zijn late jaren zag je hem wel eens in Newsnight, bij Jeremy Paxman, die hem met grote eerbied aan het woord liet. Enoch Powells weemoedige ogen spraken dan nog voor hij iets gezegd had. De BBC liet dat toe, en ja ...die Paxman zelf is ook naar een goede school geweest.



Heel zijn speech staat hier, met vertaling in het Nederlands


http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html