Posts tonen met het label Koran. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Koran. Alle posts tonen

28 juli 2016

De fabricatie van een traditie


Van de Koran weten de meeste Vlamingen en Europeanen intussen wel het hunne, maar minder bekend is dat in de praktijk de Hadīth, de overlevering minstens even belangrijk is. Van de Koran weten we hoe die tot stand is gekomen: hij is nedergedaald in de profeet en die heeft hem laten opschrijven, want hijzelf was niet geletterd. Dat analfabetisme van hem is trouwens een mooie literaire vondst: andere boeken kon hij niet gelezen hebben en zodoende bleef zijn boodschap vrij van elke smet. Men had dus een volmaakte, eeuwige tekst ter beschikking.
Helaas moesten ook de samenleving en de veroverde gebieden van wetten voorzien worden, en die stonden niet allemaal in dat boek, daar is het leven te ingewikkeld voor. Wat gedaan? Что делать?, zoals later Lenin vroeg.

En nu vertaal ik een stukje uit La Loi de Dieu (Gallimard, 2005, pp.248-253) van de Arabist Rémi Brague. Brague schrijft ‘Islam’ met hoofdletter als hij de staat, het grondgebied, het regime bedoelt, en ‘islam’ als het om de religie gaat, zoals ook christendom en jodendom dan een kleine letter hebben.

De Islam moest dus op eigen kracht een volledige wetgeving ontwerpen. Dat was nauwelijks mogelijk. Alleen daarom al, dat algemeen gesproken ‘men geen wetboeken maakt, zij maken zichzelf’.*  Temeer gold dat in dit speciale geval, waar een kleine groep veroveraars zich meester had gemaakt van bevolkingsgroepen die veel ontwikkelder waren, en een gedifferentieerder maatschappelijk bestel hadden.
De Islam wendde nu een strategie aan die toeliet om, wat men nodig had zonder veel gêne elders vandaan te halen, en die dingen zo te maquilleren dat men ze kon laten doorgaan voor eigen vindingen. Ter legitimatie van alle praktijken die wenselijk werden geacht, moest de Islam deze dus aan Mohammed toeschrijven. Algemeen genomen schreef de primitieve islam overigens veel zaken die aan bestaande autoriteiten ontleend waren op zijn eigen rekening. Hij gaf ze een nieuwe betekenis, en ter legitimatie koppelde hij ze aan een nieuwe bron.
De functie van de Hadīth
De Hadīth had als functie een stand van zaken te legitimeren die vooraf al bestond. De praktijken die men echt kon zien – administratieve reguleringen van de Omayyaden, volkse gebruiken, overwegingen van de eerste juristen – werden in het verleden teruggeprojecteerd tot bij de profetische bron, “met behulp van verdichtsels die in de geschiedenis van de menselijke gedachte wellicht hun gelijke niet vinden”.** Over de tijdspannen die men daarbij moest overbruggen verschillen de auteurs van mening. Maar men mag rustig de paradox herhalen die Patricia Crone formuleerde: ‘Het zijn de juristen die bepalen wat de profeet heeft gezegd, en niet omgekeerd.’***
Het gekozen beginsel was de imitatie van Mohammed, en dit op basis van een Koranvers – U hebt in de gezant van Allah een schoon voorbeeld (uswa hasana).**** Het is moeilijk om een precieze betekenis te geven aan deze stereotiepe uitdrukking, die enkel hier en in een passage over Abraham gebruikt wordt. In elk geval steunde men op verhalen (hadīth) die verwezen naar uitspraken of gedragingen van Mohammed. Deze werden niet verzameld met een historiografische bedoeling – als getuigenissen die men in een biografie zou inlassen – maar als geautoriseerde rechtsbronnen. Hun legitimatiekracht verklaart de extreme zorg die men aan de dag legde om de authenticiteit ervan te bewijzen. De Hadīth verzamelt dus alle gebruiken die van kracht waren ten tijde van Mohammed, en in de veroverde gebieden. Sommige ervan zijn misschien van Romeinse oorsprong.***** Andere komen voort uit de joodse wet. Essentieel is echter dat deze origine, vreemd aan de openbaring, ontkend werd, en dat het islamitische recht verondersteld werd in zijn geheel van profetische oorsprong te zijn.
Een gevolg van dit alles is dat men in de loop van de tijd een tendens ziet om aan de Hadīth een steeds grotere autoriteit toe te kennen. Men kwam ertoe deze op gelijke voet met de Koran te plaatsen, en zelfs oordeelde men dat ze bepaalde wetsvoorschriften ervan kon herroepen. [...]
Tussen de averechtse effecten van deze methode, zul je een paradox aantreffen: de nadruk die men legde op de noodzaak van een onweerlegbare, opklimmende lijn die zeker tot de profeet teruggaat, maakte het des te lonender om apocriefe hadīths in omloop te brengen. Voorzorgshalve smeedden de falsarissen dus onberispelijke transmissieketens. De historische kritiek distilleert hieruit een wat ontmoedigende vuistregel: hoe ouder de aangehaalde bron, des te jonger is de traditie, en hoe perfecter de keten, des te groter het risico dat we met een verzonnen hadīth te maken hebben.

________
On ne fait pas les codes, ils se font: beroemd gezegde van Jean-Étienne-Marie Portalis (1746-1807), een van de redacteurs van de Code Civil.
** Joseph Schacht: Classicisme, traditionalisme et ankylose dans la loi religieuse de l’islam, 1977, Maisonneuve et Larose.
*** Patricia Crone: Roman, Provincial and Islamic law. The Origins of the Islamic Patronate, 1987, Cambridge University Press.
**** Drieëndertigste soera, 21.
***** Ignaz Goldziher (1850-1921). In: Gesammelte Schriften, 1970, Hildesheim, Olms.

20 november 2015

De Islam: geweld of hervorming


Aanslagen in Parijs

Moslims wijzen met ontzetting de gewelddaden af die in naam van hun religie zijn begaan – maar dat alleen volstaat niet. De sociologe Necla Kelek verlangt een eigentijdse interpretatie van het geloof.

De verschrikking van de barbaarse aanslagen door de islamisten in Parijs zit bij iedereen diep, en meteen al hoort men van zogenaamde islamexperten in de talkshows dat dit alles met de islam niets te maken heeft. Al even weinig als de stenigingen in islamlanden zoals Iran, en de zweepslagen in Saudi-Arabië iets met deze religie te maken kunnen hebben. Openlijk waarschuwen mooipraters ervoor om die daden de moslims in de schoenen te schuiven. En ook de vluchtelingen mag men niet te zeer ergeren, want anders zouden ze kunnen radicaliseren. De Islamitische Staat wordt voor krankzinnig verklaard. Met krankzinnigen moet men zoals bekend voorzichtig omspringen, anders worden ze gevaarlijk.

Klaarblijkelijk wil men geen heldere analyse van de toestand, omdat de consequenties niet in het eigen wereldbeeld passen. Men nodigt de godsdienstlerares Lamya Kaddor uit, die niet had opgemerkt dat er in haar klas leerlingen zaten die zich op het pad van de jihad hadden begeven. Nu zou het aan haar zijn om uit te leggen waarom de islam geen schuld treft. Hamed Abdel-Samad daarentegen, die juist een grondig werk over Mohammed heeft afgeleverd en de stelling verdedigt dat moslims zich eindelijk eens moeten bevrijden en voor hun religie verantwoordelijkheid nemen, die wordt over het hoofd gezien. Men wil het niet weten. Bijgevolg zal alles ook enkel nog erger worden.

In de media en de politiek heerst er een mentaliteit die enerzijds het eigen volk voor geen cent vertrouwt, en anderzijds van vreemden die nog nooit een zweem van religieuze vrijheid hebben gekend genezing verwacht van het eigen schuldgevoel. Uiteraard is men tegen de terreur-islam van IS. Maar in de praktijk er iets tegen ondernemen is niet voor meteen. Voor mij is het zo dat in de intellectuele openbaarheid zich in wezen gewoon dat voltrekt wat Michel Houellebecq in zijn roman «Soumission» beschreven heeft.

De islam heeft als religie gefaald. En dat al van in het jaar 622 in Mekka. Mohammed kon de inwoners van Mekka niet overtuigen van zijn deels mystieke openbaringen, en moest zich in Medina terugtrekken. Daar vervelde hij tot krijgsheer en werd zijn boodschap een machtsideologie. Hij en zijn volgelingen begonnen er nu mee, naar het heet in naam van Allah de wereld te veroveren en de tegenstanders te vernietigen. Dat hebben zij met veel succes gedaan, en hun ideologie was lange tijd aan de winnende hand. Wat IS doet, verschilt in principe niet veel van wat de machthebbers van Saudi-Arabië of Iran doen: zij gebruiken de koran als wapen. De koran is het rokende pistool.

Moslims overal ter wereld zijn ontsteld over wat in zijn naam gebeurt. Maar zij doen niet echt iets om hun geloof te bevrijden van de politieke ideologie. Men distantieert zich niet van de verzen in de koran die oproepen tot moord op andersgelovigen. Er bestaat geen theologie die vragen stelt bij de rol van de profeet als krijgsheer. Maar aangezien de islam om het even wat kan zijn, is hij datgene wat in de naam ervan geschiedt. Op hun daden mag je hen beoordelen. Anders gezegd: de islam is wat hij is, en niet dat wat men erover zegt of wat men ervan wenst.

De islam kan enkel tot een religie worden, als hij zich seculariseert. Als hij het geloof niet voor machtskwesties misbruikt. Er zouden moskeeën moeten komen waarin mannen en vrouwen, kernfamilies dus, gezamenlijk zouden kunnen bidden, en waarin de vrouwen niet afgezonderd werden. De moskeeën hebben de plicht, of zouden die moeten hebben, om hun religie als een onderdeel van de burgerlijke samenleving te beleven. Zolang moskeeën aan jonge mannen de verticale maatschappelijke scheiding voorhouden tussen mannen en vrouwen, en de samenleving opdelen in gelovigen en ongelovigen, zolang ontzeggen zij zich de toegang tot de burgerlijke samenleving. De moslims moeten deze religieuze revolutie zelf maken, en zich bevrijden van hun ideologen, voorgangers en bedienaars. Wat er in hun naam in de moskeeën omgaat, moet hen een zorg zijn. De Europese samenleving mag en moet dit kunnen verwachten, zoals zij zichzelf het wegwerken van de dictatuur tot doel heeft gesteld.

Tot het zover is moet zij zich tegen de politieke islam teweerstellen. Niet enkel met bezweringsformules over waarden, maar heel praktisch. Zolang de moslims deze opgave niet aankunnen, moeten er grenzen zijn aan de vrijheid van godsdienst. Er blijft geen andere mogelijkheid over, dan hun verenigingen, moskeeën, koranscholen te controleren. De verenigingen moeten openbaar maken wie hen financiert, en wat daar gepredikt wordt. De moslims moeten nu bewijzen dat zij vreedzaam zijn. Er is geen algemene verdachtmaking van moslims, maar het vermoeden van onschuld geldt ook niet meer.

6 augustus 2012

Beter vier meningen dan één


U zult een lange aanloop moeten verdragen, lezer.
De Franse assyrioloog Jean Bottéro (1914–2007) schreef heel wat boeken, en een deel van die boeken schreef hij speciaal voor leken. Niet altijd eenvoudige boeken, want zijn vak was de studie van de oudste geschriften van de mensheid: Soemerische en Akkadische teksten in spijkerschrift, op kleitabletten dus. Nu las Jean Bottéro dat spijkerschrift met evenveel gemak als wij stervelingen De Standaard of De Morgen lezen, en daarom wil ik die man graag even voorstellen.

Hij werd geboren in Vallauris aan de Middellandse Zee, als zoon van arme Italiaanse emigranten – en in datzelfde Vallauris trouwde later Rita Hayworth met Ali Khan, maar het was vóór die heuglijke dag ook al een schilderachtig stadje.
De kleine Bottéro kon schoollopen bij de dominicanen, die meteen inzagen dat ze een goudklompje in huis hadden. Ze leerden hem Latijn en Grieks. De jongeman hoorde kort daarna de roep van de Heer, en trad in bij de Orde. In zijn klooster was de voertaal Latijn. Maar behalve die taal, en natuurlijk Italiaans en Frans, kende hij toen ook al Hebreeuws – Grieks en Latijn zijn moderne talen, schrijft hij trouwens in een van zijn boeken.

Bottéro ging daarop naar het Heilig Land om er de teksten van het Oude Testament te bestuderen op de plek zelf waar ze geschreven waren. Helaas volgden er nu problemen met zijn Orde, want hij voelde zich al snel niet meer in staat om bijvoorbeeld Genesis als een historisch verhaal te lezen. Na een paar onorthodoxe publicaties verplichtten zijn oversten hem de lekenstatus weer aan te vragen. Eén rotte appel in de mand kan een heel klooster aansteken.

Bottéro, zoals later dus ook Ali Khan, trouwde dan maar en is de dominicanen zijn lange leven lang dankbaar gebleven. Hij kreeg nu belangstelling voor nog veel oudere verhalen dan die van de Bijbel, en leerde het spijkerschrift ontcijferen. Hij las en vertaalde die verhalen, bijvoorbeeld het Gilgamesh-epos. Iedereen kan zijn werken vinden, de meeste bij Gallimard, en wie geen zin heeft in zware kost kan misschien beginnen met «La plus vieille Cuisine du Monde», een pocketboekje bij Points, 2006, waar je uit kunt leren dat er in Irak al bier gedronken werd, en dat men daar al stoofvlees mee bereidde, vierduizend jaar vóór de Amerikanen er met hun tanks en kampementen kleitabletten kwamen vermorzelen.

Nu had Bottéro, die het waar-gebeurd-zijn van de vertellingen van zijn godsdienst vaarwel had gezegd op grond van onloochenbare teksten en op grond van zijn verstand, dat spijkerschrift niet zelf eerst hoeven ontcijferen: dat was al gebeurd, en die kunst had hij van anderen geleerd.

Al vroeg in de negentiende eeuw had de Duitse classicus Georg Grotefend (1775–1853) een paar koningsnamen menen te herkennen in het spijkerschrift: Xerxes, Darius, misschien ook Hystaspes. Bottéro kende intussen ook Duits, want een leermeester van hem had gezegd: Si vous voulez apprendre les langues anciennes, apprenez l’allemand, c’est la première langue sémitique.
Op grond van die enkele tekens van Grotefend, meende men rond 1850 nog andere eigennamen en woorden te kunnen ontcijferen, en ongeveer 200 letters te kunnen lezen. Letters inderdaad, of klanken, want men wist toen al dat het geen ideogrammen konden zijn, zoals de Chinezen die hebben. Maar hoe zeker was men van zijn stuk?
De Duitsers zijn grondig en de Engelsen praktisch, dat tenminste weten wij met zekerheid, en in 1851 deed de Engelse assyrioloog Henry Rawlinson (1810–1895) een praktische proef. Hij liet door een Hollandse graveur vier kopieën maken van een ‘vers’ kleitablet, nog nergens beschreven, en gaf die kopieën ter vertaling aan vier verschillende specialisten, die moesten beloven geen enkel contact met elkaar te hebben. De Royal Asiatic Society kreeg hun vier vertalingen, zag dat die hier en daar in details wel verschilden maar grotendeels toch overeenstemden, en verklaarde dat het Akkadische spijkerschrift ontcijferd was.
En in de boeken van Bottéro zult u al de schoonheden van die taal en die verhalen vinden.

Maar nu: die proef van Rawlinson bevalt mij zozeer dat ik hem graag zou willen overdoen. Veronderstel, lezer, dat u vier teksten in handen krijgt, van vier verschillende onafhankelijke geleerden. Alle vier hebben zij eenzelfde fragment vertaald uit een onbegrijpelijke taal, neem het Arabisch.



We lezen bij de eerste:
O Prophet, sag deinen Gattinnen und deinen Töchtern und den Frauen der Gläubigen, sie sollen etwas von ihrem Überwurf über sich herunter ziehen. Das bewirkt eher, dass sie erkannt und dass sie nicht belästigt werden. Und Gott ist voller Vergebung und barmherzig.

En bij de tweede:
O Prophet, enjoin your wives and your daughters and the believing women, to draw a part of their outer coverings around them. It is likelier that they will be recognised and not molested. Allah is Most Forgiving, Most Merciful.

Bij de derde:
Ô Prophète! Dis à tes épouses, à tes filles, et aux femmes des croyants, de ramener sur elles leurs grands voiles : elles en seront plus vite reconnues et éviteront d'être offensées. Allah est Pardonneur et Miséricordieux.

En bij de vierde:
O gij profeet zeg tot uw echtgenoten en dochters en de vrouwen der gelovigen dat zij iets van haar omslagdoeken over zich laten hangen. Dat bevordert dat zij gekend worden zodat haar geen overlast wordt aangedaan. God is vergevend en barmhartig.

Zouden wij nu, op grond van het werk van onze vier geleerden, mogen besluiten dat er in het Arabisch van de koran inderdaad moet staan ...dat vrouwen die niet gesluierd gaan, wél volop belästigt, molested en offensées mogen worden? Dat haar, in goed Nederlands inderdaad overlast mag worden aangedaan, en dat dat zelfs te verwachten is?
.

21 november 2010

Gaat het nú al bergaf met het NRC?


Om samen te vatten wat hieronder staat: dat Islamboek van Wim en Sam van Rooy mag dan bijzonder goed verkopen –het is al in herdruk– maar veel recensies heeft niemand gezien.
In Vlaamse kranten stond helemaal niets. Soit.*
In Holland had het NRC een soort bespreking, van de hand van adjunct-hoofdredacteur Sjoerd de Jong, maar die leek nergens naar en Afshin Ellian gaf in Elsevier een antwoord aan de man. Dat antwoord kwam hierop neer, dat de recensent het boek aantoonbaar niet had gelezen, en stellingen aanviel die hijzelf eerst had bedacht, maar die in het boek niet voorkwamen.
Sjoerd was –heel begrijpelijk– van de veronderstelling uitgegaan dat zulke zaken in het boek wel moésten voorkomen. Na het antwoord van Ellian is het nu wachten tot Sjoerd – misschien niet het hele boek, maar alleszins het stuk van Ellian uit heeft, en die man dan aanpakt met citaten, argumenten enzovoorts.
Ook is er de mogelijkheid dat Sjoerd zijn eerste oordeel alsnog bijstelt: laat het onwaarschijnlijk zijn dat zoiets gebeurt, in een volwassen democratie als Nederland is het niet onvoorstelbaar.

Hoe dan ook: .beter een afkeurende, ongefundeerde recensie dan helemaal geen, zoals in de Vlaamse kranten. Al kunnen deze laatste verzachtende omstandigheden laten gelden, want net nog hadden zij een parachutemoord, en dan kwam plots die watervloed, waardoor ze met een overvloed van pakkende artikels en grote foto’s zaten.

Maar om de zaak in een breder perspectief te plaatsen: ik weet niet of zijn kritiek op Sjoerd wel helemaal terecht is, want zoals gezegd heeft Ellian zelf een stuk geschreven in dat Islamboek, wat toch een schijn van deskundigheid of zelfs partijdigheid kan wekken. Bovendien, wat is er zo kwaad aan een recensent die een boek niet gelezen heeft? Iemand kan dingen toch aanvoelen, zonder eerst een dik werk te hoeven doorwaden?
In zijn ‘Florentijnse Nachten’ geeft Heinrich Heine het voorbeeld van de stokdove tekenaar-muziekcriticus, zijn vriend Johann Peter Lyser:

…ik bedoel de dove schilder, Lyser is zijn naam, en grappig en gek als die is, wist hij in een paar schaarse krijtstrepen de kop van Paganini zo raak te treffen dat je in de lach schiet en tegelijk schrikt door het veridieke van zijn tekening. ‘De duivel heeft mijn hand vastgehouden’ vertelde de dove schilder me, en hij giechelde geheimzinnig en schudde goedmoedig ironisch met zijn kop, zoals hij doet bij zijn geniale Uilenspiegelstreken. Deze artiest is altijd een rare vogel geweest; en al was hij dan doof, toch hield hij hartstochtelijk van muziek en als hij een plaatsje had dicht genoeg bij het orkest, dan zou hij in staat zijn geweest om de muziek af te lezen van de gezichten der muzikanten, en kon hij zich door hun vingerbewegingen een oordeel vormen of de uitvoering min of meer geslaagd was; hij schreef dan ook de operakritieken voor een zeer gezien blad in Hamburg.
Wat moet daar ook zo verwonderlijk aan zijn? In de zichtbare tekenen van het instrumentenspel kon de dove schilder de klanken zien. Er bestaan toch ook mensen voor wie klanken onzichtbare signaturen zijn, waar zij kleuren en vormen in horen.

Zeer juist, maar Sjoerd had tegen het Islamboek ook een volkomen onredelijk bezwaar. Bij het snelle doorbladeren ervan, had hij opgemerkt dat het alleen maar sombere diagnoses bevatte, en geen remedies. Nu is dat niet waar, maar zelfs als het waar was, moet de diagnose aan de remedie voorafgaan.
Dat er iets niét in staat, kun je aan elk boek verwijten – behalve aan de koran zelf natuurlijk. Zo’n verwijt is gratuit, en het geeft aan Sjoerd zijn bespreking iets willekeurigs en zeurderigs. Goethe zei daar iets over:

Die Supp’ hätt’ können gewürzter sein,
Der Braten brauner, Firner der Wein. —
Der Tausendsackerment!
Schlagt ihn tot, den Hund! Es ist ein Rezensent


Een pittiger soep was hij gewend,
De wijn vroeg kelder, ‘t gebraad wat jus. –
Verdomme nondedju!
Sla hem dood, die hond! Het is een recensent.


oOoOoOo

* noot van 7 december: in de uitzending van het Humanistisch Verbond, een gastprogramma op Radio1, kwam het boek wel aan bod, in een gesprek van 10 minuten met de samensteller Wim van Rooy; een heel lang gesprek dus, naar de normen van vandaag.
.

10 april 2008

Het Statuut van de Hond

.
Honden hebben veel kwaliteiten. Zij kunnen koeien en schapen hoeden, weggeworpen stokken terugbrengen, geschoten wild ophalen, waken, melkkarren trekken, bij gebeurlijke aardbevingen of ontploffingen naar overlevenden en doden zoeken, hasjiesj ruiken die in valiezen verborgen zit, blinden geleiden. Sleeën trekken ook zegt Jack London.
Al die dingen kunnen, als wij eerlijk zijn, honden veel beter dan de mens. Ik maak mij sterk dat zelfs mohammedanen, mochten ze goed zijn opgeleid, in staat moeten worden geacht om dit toe te geven. Natuurlijk, voor hen ligt dat moeilijker, omdat zij gewend zijn om de hond onder te brengen in de categorie waar ook varkens, joden, apen en christenen in thuishoren; atheïsten ook, al komt in het mohammedaanse stelsel de relatieve positie atheïst/hond minder vaak aan bod. Het begrip atheïst is zeer abstract van aard en, samenvattend gezegd, ondenkbaar voor rechtgelovigen.
Zelf ben ik ook geen groot hondenliefhebber en mijn sympathie gaat eerder naar het zwijn, vanwege zijn uitgesproken lekkerte. Daarnaast ook naar apen, naar joden, animisten, boeddhisten, christenen en zelfs naar sommige atheïsten.

Maar dat overdreven ophemelen van honden, dat je bij Engelsen vaak ziet en ook bij baron Munchausen, daar doe ik niet aan mee. Een vriend van mij vatte het goed samen: de hond heeft vier poten en geen handen, maar wel altijd een proper achterste. Wellicht speelde een soortgelijke overweging ook in het achterhoofd van Jahweh/Allah, al kun je dan de vraag stellen waarom die onreine dieren zo nodig geschapen moesten worden.
Toch zal een beschaafde Engelsman, misschien net omdat hij de hond zo bewondert, deze nooit met een mens gelijkstellen. Ook baron Munchausen, een edelman tenslotte, vermeed dergelijke grofheid.

De heer M. Guennoun echter, een Algerijnse immigrant en woordvoerder van de Osdorpse moskee El Mouahidine, vertelde nu aan de leerlingen van de Amsterdamse basisschool ‘De Horizon’ dat weliswaar niet alle mensen, maar dat ongelovigen goed en wel honden waren. De directrice van de school was daarop nogal verrast. Ze zei dat het nochtans niet het eerste multiculturele uitstapje was naar deze moskee, en dat het de andere keren juist zo goed was gegaan.
Dat was in Nederland nog een hele rel, maar die haalde nauwelijks onze kwaliteitspers – terwijl deze meestal toch waakzaam is als er iets gebeurt dat ruikt naar wat zij racisme noemen – en die gezagsdrager Guennoun zei daarop, dat hij dat niet gezegd had van die honden. Zoiets mag kinderachtig klinken maar de huichelarij van die man, na zijn aanvankelijke openhartigheid, is niet een persoonlijke eigenschap van hem, maar een goed beschreven uitwijkmiddeltje in de omgang met ongelovige honden. Het begrip al-taqiyya zal mijn lezer niet onbekend zijn.
Het ziet er intussen naar uit dat men de zaak ook in Nederland blauw-blauw zal laten. Van een strafklacht hoor je niets. Dat is begrijpelijk want als men deze woordvoerder zou willen straffen voor iets dat in zijn heilige boek staat, dan konden vele gelovigen zich wel eens beledigd voelen.
.

4 april 2008

De as van het goede

.
Onderstaande tekst werd onder pseudoniem gepubliceerd. Dat enkele feit zou elke beschaafde Europeaan met afschuw moeten vervullen. Maar het ziet er niet naar uit dat onze politici of dhimmi-journalisten hier zelfs kennis van zullen nemen.






Gastauteur

René Marcus

“Dood hen!”

De film “Fitna” van Geert Wilders werd in het Westen hevig bekritiseerd. De prent van de Nederlandse politicus zou aanzetten tot haat, door de islam valselijk met geweld gelijk te schakelen. Deze verwijten zijn onterecht, zoals de studie van de koran aantoont.
Zelden was bij de goedmenenden de verontwaardiging zo eenstemmig. En zelden was ze zo ondoordacht. Lang voor ook maar iemand de aangekondigde islamkritische film had gezien, werd hij driftig afgekeurd en werd de naam van de auteur, Geert Wilders, niet meer zonder het lasterlijke bijvoegsel “rechtspopulist” uitgesproken.
Toen de 16 minuten durende film met de titel “Fitna” – fitna betekent verwarring, tweedracht, burgeroorlog, ook verlokking tot afval van het ware geloof – eindelijk op het internet getoond werd, haastten de verzamelde buitenlandministers van de EU zich om er afstand van te nemen: hij was voor niets anders goed dan om “tot haat aan te wakkeren”. De secretarisgeneraal van de VN, Ban Ki Moon, ontpopte zich als ’s werelds opperste filmcriticus en kastijdde het geesteskind van Wilders “in de scherpste vorm”. Dat de Britse provider na korte tijd “Fitna” weer van het web moest halen wegens ernstige moorddreigingen tegen zijn medewerkers, was de bezorgde behoeders van de vreedzame dialoog en het wederzijds respect evenwel geen protest meer waardig.
En wat vertoont de film van de Nederlandse “rechtspopulistische Wilders”? “Fitna” keert zich hartstochtelijk tegen die moslims die een totalitaire theocratie willen oprichten, die echtbreuk met steniging willen bestraffen, en aan wie bij homoseksualiteit niets anders wil invallen dan de doodstraf. De film stelt diegenen aan de kaak die met plakkaten demonstaties houden tegen de vrijheid, en voor het doden van ongelovigen, hij mobiliseert tegen mensen die Adolf Hitler vereren en jodenhaat prediken. En met citaten staaft hij, dat fanatici zich bij hun acties op de koran kunnen beroepen.
Anders dan de politici en journalisten die hem luidkeels bekritiseren, loopt de liberale afgevaardigde Wilders een dodelijk risico. Zonder lijfwachten kan hij zich al lang niet meer bewegen. Eigen schuld, is de onderliggende boodschap van hen, het weekblad Der Spiegel bijvoorbeeld, die hem verwijten met zijn “woeste collage van horror- en karikatuurbeelden van de islam” de gevoelens van de moslims moedwillig te kwetsen.
Maar ook al brengt Wilders zijn boodschap gevat en verkort, zij wijst op een probleem waarvan in onze democratieën nauwelijks iemand zich bewust is: de theologische verbanden bij het moorden in naam van de islam.
Al die plotse islamkenners, die Wilders “knoeiwerk” veroordelen, en die menen te weten dat de werkelijke islam de vrede predikt, die nodig ik uit om de koran te lezen. De koran, het Heilige Boek van de moslims, is een boek waarin “qtl”, de werkwoordstam van “doden”, 187 maal voorkomt, waarvan 25 keer in de imperatief (bv sura 4, 89 en 91; sura 9, 4 en 14 en 29). Het citaat “Dood hen, waar je hen vindt!” is uit een verband genomen, waarin het uitstekend past. In de koran worden allen die ongelovig zijn voortdurend en telkens weer met “verschrikkelijke straffen” bedreigd. De wortel “db”, “straffen, straf” komt 400 keer voor in de koran.
Wilders citeert uit sura 4,56, waar het heet: “Zie hen, die niet aan onze tekenen geloven, boven vuur zullen wij hen roosteren. Telkens als hun huid gaar is gebraden, vervangen wij die door een nieuwe huid, zodat zij hun straf ten volle doorstaan. Zie, God is almachtig, alwijs.
Uit de context gerukt? Obsessief hamert de koran bij de lezer in, hoe verschrikkelijk de straffen zijn die de ongelovigen in de hel zullen moeten doorstaan. Immer nieuwe folteringen worden met sadistische nauwkeurigheid beschreven. De verwisselbare huiden in het aangevoerde citaat zijn maar een voorbeeld. De lezer kan ook informeren naar de rotte vruchten van de Zaqqûmboom, het vloeibare erts en de gloeiende poken die hem in de hel wachten (sura 4, 51 e.v.; 22, 19 e.v.; 37, 64 e.v.; 44, 43 e.v.; 56, 55).
Mag ik de moslims dan misschien vragen: “Hoe gaan jullie hiermee om? Wat gaat er om in het gemoed van kinderen die dit boek overal ter wereld in koranscholen van buiten leren?”
De militante Oer-Islam
Religie, geweld en politiek: in het eertijds christelijke Avondland hadden wij het al lang verleerd om nog een samenhang tussen deze terreinen te zien. Maar de wederopstanding van een militante oer-islam heeft ons met brutale duidelijkheid voor ogen gebracht dat die samenhang er wel degelijk nog altijd is, zoals al duizenden jaren.
Dat zulks bij ons niet meer als zodanig ervaren wordt, ligt hieraan dat het de voorvechters van de Vrijheid en de Verlichting na eeuwenlange gevechten met de kerkelijke autoriteiten gelukt is om de giftige angel uit de religie te trekken. Van christelijke kerken gaat al sinds lang geen gevaar meer uit. Dus, menen wij, zal dat bij alle religies wel het geval zijn, want ten gronde is religie iets goeds denken wij. Is dat ook zo?
De islam drijft de absoluutheidsaanspraak van het jodendom en christendom op de spits. Als “zegel der profeten” (zoals Mohammed van zichzelf zegt) verheft hij zijn aanspraak, de verkondiger te zijn van de definitieve waarheid, zo absoluut en onwederroepelijk als geen andere godsdienststichter. Dat hij oproept tot gewapende strijd, tot het doden van de ongelovigen, is logisch, temeer daar oorlog tussen vijandige stammen voor een Arabier in die tijd even vanzelfsprekend bij het leven hoorde als het dagelijks brood.
In tegenstelling tot Jezus, Boeddha enz., was Mohammed een generaal die zijn troepen ten oorlog leidde. “Dood hen waar je hen vindt!” – voor een Arabier die in de woestijn dagelijks moest vechten voor overleving bevatte zulke oproep weinig schokkends.
Aan deze kwestie zit maar één beslissend bezwaar: de koran is, zoals de moslims zichzelf zien, niet zomaar een boek, niet een historisch werk met eventueel museale waarde, maar de onmiddellijke incarnatie van God. De oertekst van het Heilige Boek berust sedert het begin der tijden in Gods schoot. Geen letter kan aan de heilige tekst veranderd worden, geen syllabe weggelaten, geen woord geëlimineerd, tot aan het Jongste Gericht.
De christenen onder ons geloven dat God in een mens geïncarneerd is; moslims geloven aan Zijn incarnatie in een boek. Het is een “boodschap van de Heer der Werelden” (sura 32,2), “het boek waarin geen twijfel is” (sura 2,2). Wat dan gedaan als in zulk boek verkondigd wordt: “Dood hen!
Natuurlijk verwijst Mohammed hiermee naar de ongelovigen die in zijn tijd de jonge religie het leven zuur maakten. Maar verwijst hij dan ook naar de ongelovigen van alle tijden, en alle plaatsen? In dit boek, dat voor alle tijden en plaatsen gelding bezit?
Men kan het zo interpreteren. Men hoeft geen bocht te maken om het zo te verstaan. Onverschillig wat Mohammed in werkelijkheid gepredikt of verricht heeft, onverschillig of hij echt bestaan heeft, of de koran historisch van hem afkomstig is, of – wat vele Westerse vorsers vandaag aannemen – van een geniale volgeling, dit Godswoord staat daar, voor alle tijden.
De koran in zijn canonieke vorm, onveranderlijk, onbetwijfelbaar, onaantastbaar. Hij wordt uit het hoofd geleerd van de eerste tot de laatste zin, met een vuur dat wij hier te lande ons niet meer voor kunnen stellen.
En er staat vele malen: “Dood hen! Dood hen! Dood hen!
Jezus zegde: “Steek uw zwaard in de schede [Joh 18:11]. Hebt uw vijanden lief [Mat 5:44, Luk 6:27]”. Zulke zaken moet je verdringen als je tot de kruistocht wil oproepen. Mohammed zegt: “Dood de ongelovigen!” Dat heeft geen verdringing nodig. Wat hier gepredikt wordt is oorlog en geweld.
Natuurlijk kun je, moet je zeggen: Dat hoort bij die tijd, vandaag zijn de omstandigheden volledig anders dan ten tijde van de profeet. Elk verstandig mens doet dat, iedere normale moslim denkt zo. Maar, is het wel toegestaan om zo te denken? Mag men Gods woord relativeren?
Telkens weer breekt uit de diepte der tijden de oorlogszuchtige, gewelddadige boodschap los van de oer-islam. De intelligenten en verlichten onder de islamitische theologen vandaag weten natuurlijk dat men zich niet kan beroepen op het tijdvak van de profeet om tegenwoordige gruweldaden te billijken. Maar die theologen zijn niet zichtbaar. Kritische geesten worden in de islamitische wereld geïntimideerd door dreiging met fysiek geweld, en zij worden aangevallen of zelfs gedood.
Een moefti is iemand die fatwa’s uitvaardigt. Waar zit de moefti die luid kenbaar een fatwa uitvaardigt tegen het moorden in naam van de islam? Bij Salman Rushdie was de fatwa snel klaar. De auteur moest vanwege enkele passages in zijn roman jarenlang ondergronds gaan en met politiebescherming leven, omdat hij door invloedrijke geestelijken vogelvrij was verklaard.
Als het werkelijk zo is dat al-Qaida de koran vervalst en de islam verraadt, waarom verheft zich dan niet één moefti, die een fatwa uitvaardigt tegen Osama Bin Laden? Waarom wordt die ongelovige niet “tot ongelovige verklaard” (takfîr in het Arabisch)? Is Osama Bin Laden een vrome moslim? Of perverteert hij de boodschap van de profeet? Als hij die perverteert, dan moet hij per fatwa uit de gemeenschap der gelovigen gestoten worden. Indien niet, is er dan niet met die boodschap iets grondig mis?
In de naam van God, de Genadige
Wat wij in de allereerste plaats van moslimgeestelijken verwachten, zijn klare, duidelijke, openlijke antwoorden op dergelijke vragen. De discussie met de islam is niet in eerste instantie een sociaal, etnisch of cultureel (laat staan militair) probleem; het gaat om de theologie, want het menselijk denken en handelen berust op intellectuele en geestelijke grondslagen.
Aan het eind van zijn film roept Geert Wilders de moslims op de aanstootgevende bladzijden uit de koran te scheuren. Wellicht hoeven zij die bladzijden er niet echt uit te scheuren, het volstaat al om consequent historisch te relativeren.
Onnadenkend verder doen met hun boek kunnen de moslims niet, noch de gevaarlijke bladzijden simpelweg ongemoeid laten. Van op elke kansel, in elke koranschool moeten geestelijken verkondigen dat de profetische openbaring met tijdsomstandigheden samenhangt, zoniet zullen er telkens weer jonge, beïnvloedbare mensen de bloedige oproepen tot moord letterlijk nemen.
In de naam van God, de Genadige en Barmhartige” – dat is het motto van de islam; deze woorden zijn het die 113 en 114 van de sura’s inleiden, en die elke moslim zijn leven lang op de lippen en in het hart heeft. Op deze grondslag is een islamitische theologie van de vrede mogelijk.
Niet mensen die een discussie aankaarten zijn het probleem, maar mensen die blind moorden of tot moord ophitsen. Niet Geert Wilders, maar Osama Bin Laden.

De auteur is professor aan een gerenommeerde Europese universiteit.
Uit veiligheidoverwegingen schrijft hij onder pseudoniem.

21 oktober 2007

Zwammen, Apen, Varkens, Zwarten, en hun IQ-cijfer


Er vielen deze week uit de mond van vooraanstaanden enkele uitspraken die gewoonlijk als racistisch worden beschouwd.
Ik viseer natuurlijk niet Laurette Onkelinx – niet dat zij geen vooraanstaande zou zijn, maar die mérules van haar sloegen niet op een ras. Laurette verkocht gewoon wat beschimmelde praat uit de Haatstraat, omdat zij daar toevallig woont.
Ook de uitspraak van zekere Nordin Taouil –een gematigde Antwerpse imam, en sieraad van de Partij van Patrick– reken ik niet mee. Die man verklaarde dat sommige mensen apen en varkens zijn. Wij moeten daar niet veel achter zoeken: deze geestelijke bedoelt niets kwetsends of persoonlijks, maar verwijst enkel letterlijk naar drie plaatsen in Sein Koran [2:65, 5:60, 7:166]. Zijn Allah bestraft met die status namelijk de joden, omdat die zich niet weten te gedragen. Terecht werd er in de media geen gewag gemaakt van een puur literaire verwijzing zonder maatschappelijke implicaties.

Nee, waar wij het moeten over hebben is de uitspraak van de Amerikaanse Nobelprijswinnaar James Watson, medeontdekker van de dubbele helix – al was Francis Crick toen het genie van het tweetal, zoals Watson zelf schreef.
Deze Watson kreeg dan ook de bijnaam Honest Jim, omdat hij altijd zegt wat vooraan op zijn tong ligt. En deze week verklaarde hij dat Afrika als continent er belabberd voorstaat, omdat zwarten eenmaal minder intelligent zijn dan witten.
Wellicht bedoelde Watson dat onze IQ-tests gemiddeld slechter uitvallen op dat continent dan in Europa of Amerika. Zo gezien is dat geen racistische uitspraak, en ik meen eerder gelezen te hebben dat ze klopt. Een feit vermelden kan moeilijk als racistisch bestempeld worden, al moet ik dat nog eens navragen bij Jozef De Witte.

De vraag is echter wél: wat is de betekenis van een IQ-test?
Moeilijke vraag voor iedereen, en voor een journalist als Mark Eeckhaut van De Standaard is het zelfs een mysterie. Die man schreef laatst nog:
Maar hoogbegaafd is Van Themsche niet, zo blijkt uit het psychiatrisch onderzoek. Hij heeft een gemiddeld IQ van 125.
Nu is het gemiddelde van gelijk welke IQ-test per definitie honderd, en een cijfer als 125 ligt bij de tweede standaarddeviatie. Ik neem aan dat Eeckhaut hier al zal afhaken, maar op het grafiekje kan hij toch zien dat ongeveer 95 mensen op 100 lager scoren dan zijn gemiddelde Van Themsche. 125 valt bij de “highly gifted”.

De IQ-test werd ontworpen met een specifiek doel: de Fransman Alfred Binet stelde begin 20ste E. een vragenlijst op die snel indicatie moest geven over de geschiktheid van leerlingen voor het voortgezet onderwijs, of van rekruten voor het leger. De test bleek handig. Hij had inderdaad voorspellende waarde. Dat kwam evident omdat hij niét waardenvrij was: zijn test was geijkt op een schaal van Westerse weetjes en bekwaamheden. Hij test of je geschikt bent om in een Westers model mee te draaien.

Hoe gevaarlijk het is om daarmee de boer dan op te gaan en andere continenten erbij te betrekken, heeft wijlen de paleontoloog Stephen Jay Gould uitstekend aangetoond in zijn “The Mismeasurement of Man” van 1981. Dat boek is zeer toegankelijk, ook al bevat het soms moeilijke termen als variantie. (kwadraat van de standaarddeviatie, Eeckhaut !).

Honest Jim heeft intussen zijn verontschuldigingen aangeboden, terecht denk ik, maar dat is altijd mosterd na de maaltijd. Blijft dat Afrikanen slecht scoren op onze IQ-tests, maar Chinezen scoren dan weer béter dan wij.

Kleine excursus: de Leuvense professor Cassiman meent dat dit laatste detail altijd verzwegen wordt. Dit bewijst dat ook de slimsten onder ons slachtoffer van politieke correctheid kunnen worden, zoniet van Selbsthass. Ik heb meen ik nog nooit een artikel gezien waarin deze voor ons hachelijke omstandigheid niét werd vermeld. Soms waren de Chinezen Japanners, maar dat maakt niet uit.

Wie echter behalve Watson óók verontschuldigingen zou mogen aanbieden, is zekere Joanna Rowe. Of wat denkt u lezer, van dit oudere artikeltje uit De Standaard der Wetenschap ?

Blauwe ogen zijn een blijk van intelligentie

Mensen met blauwe ogen mogen al niet klagen over de manier waarop ze door Moeder Natuur zijn bedeeld, vooral als ze nog blond haar hebben ook. En nu heeft de Mail on Sunday een nieuw pluspunt ontdekt: blauwe ogen zijn volgens Amerikaans onderzoek ook een blijk van intelligentie.
Joanna Rowe, professor emeritus aan de universiteit van Louisville, in de staat Kentucky, heeft namelijk aan de hand van proeven vastgesteld dat mensen met blauwe ogen in het bijzonder, en lichtere ogen in het algemeen, een groter talent hebben voor 'strategisch denken'. Dat geldt zowel voor mannen als vrouwen, want in alle gevallen bleken de 'blauw-ogigen' beter te zijn in activiteiten die een plan(ning) vereisen, dat ze hun tijdsgebruik beter structureren en dat ze (mede daardoor) betere examenresultaten boeken.
Maar mensen met bruine ogen moeten niet wanhopen. Zij blijken namelijk een veel betere reactietijd te hebben en zijn daardoor beter geschikt voor fysieke activiteiten, met name voor sport.
Toch is dit onderzoek nog lang niet afgerond, want professor Rowe geeft toe dat ze wel meent te weten dat mensen met blauwe ogen intellectueel sterk staan, maar het antwoord op de vraag hoe dat dan wel komt, die moet ze schuldig blijven.

Ik stel voor lezer, dat wij die laatste "die" onbesproken laten.
.

16 mei 2007

Eerst opzoeken wat "dawa" betekent !

.
Gisteren in Brussel, in het Nederlands-Vlaams Huis deBuren, was er een gesprek tussen de Nederlandse arabist en koranvertaler Hans Jansen, en Omar Luc van den Broeck van de moslimexecutieve. Onderwerp was het tweedelige werk van Jansen: “De historische Mohammed” (Arbeiderspers).

Aan de hand van de oudste verhalen die bij de mohammedanen zelf altijd gemeengoed zijn geweest, vertelt Jansen het weinige dat daaruit met enige zekerheid te puren valt, en geeft hij een overzicht van de vele tegenstrijdigheden die een nuchtere westerse blik ontwaart. Het eerste deel, “De Mekkaanse verhalen” verscheen twee jaar terug, en nu enkele maanden geleden ook het tweede deel: “De verhalen uit Medina”. Samen zowat vijfhonderd uiterst leesbare en vaak grappige bladzijden.

Moderator bij het gesprek was Tarik Fraihi van de SP-a. Helaas, de delicate taak van moderator was voor Fraihi te hoog gegrepen. Gediplomeerd filosoof is hij al, zoals hij ons ietwat overbodig twee keer meedeelde ...maar moderator nog niet, zoals het publiek kon vaststellen. Hij had weliswaar weinig tijd gehad om het boek van Jansen te lezen, dat liet hij ook twee-drie keer weten, en bijgevolg wist hij geen enkel thema aan te brengen en moest het gesprek maar wat aanmodderen. Een opmerking achteraf uit de zaal was dat de avond een rommelig verloop had gekend. Merendeels Nederlands publiek en dan krijg je zulke opmerkingen.
Een rommelig gesprek samenvatten is welhaast zo ondoenbaar als een rij willekeurige getallen samenvatten, maar ik zal toch even de sfeer scheppen.
Jansen steunt zich in zijn boek voornamelijk op de hagio-biografie die zekere Ibn Ishāk, .“de zoon van Isaac”.(704-767), .schreef ruim een eeuw na de veronderstelde [dat zeg ik, niet Jansen] Mohammed. Een vroeger getuigenis is niet voorhanden en noodgedwongen begint Jansen dus met deze late Ibn Ishāk.
Hans Jansen had, bij het begin van wat een gesprek had moeten worden, een kleine filologische bedenking rond de naam Mohammed, zei ook iets over het gebruik van accenten in het Arabisch, die zo hun consequenties hebben als je bepaalde woorden wenst te begrijpen. Want islam betekent vrede had van den Broeck, zijn publiek lichtjes onderschattend eerst geprobeerd, maar langzamerhand weet iedereen ook wel zónder accenten dat islam voorafgaand onderwerping betekent. Meteen leek Omar (die net als de moderator twee of drie keer beklemtoonde dat hij weinig tijd had gehad om het boek van Jansen te lezen; vijfhonderd bladzijden is ook een hele turf om op twee maand te lezen) ...meteen leek Omar enige moeite te ondervinden. Hij voelde zich in nauwe schoentjes scheen het mij toe, zat direct een beetje in een slachtofferrol.

Hij deed daarom een noodgreep, en koos boudweg voor de oplossing om die hele Ibn Ishāk maar tussen grote aanhalingstekens te plaatsen. Jansen deelde hem nog minzaam mee dat hij op die manier een wat aparte positie innam, want dat binnen de mohammedaanse wereld Ibn Ishāk een onbetwist gezag genoot. (Iets als hun Aristoteles begreep ik, of toch een soort verlate evangelist.) Maar nee, het was de koran die telde, en wat kroniekschrijvers zegden was voor van den Broeck ondergeschikt.
De zaal leek deze kwestie interessant te vinden, maar het mocht niet zijn – ik raad de toehoorders aan, mocht iemand van hen dit lezen, om te luisteren naar de Klara-podcast “Rondas” van 11 maart met Jansen, als die er nog is; daar viel meer te rapen – want onze moderator gisteren leek de kwestie niet zo goed te kunnen volgen, en besloot dat "het allemaal te technisch werd" ...voor het aanwezige publiek.
Hij verlegde het accent dus, en begon zelf iets te vertellen over de geschiedenis van Marokko. Een onderwerp dat hij goed beheerste verzekerde hij ...maar dat spijtig genoeg hier niet te pas kwam. Over andere streken in de Arabische wereld moest je hem overigens niets vragen, bekende ongevraagd onze wetenschapper nog. Toch verontschuldigde hij zich daarna, dat hij even uit zijn rol van moderator was gevallen, maar hij nam die dadelijk weer op. De aandacht was ondertussen verschoven, weg van een vervelend wetenschappelijk punt. Ugly facts altijd...
Andalouzië dan maar, waar de verdraagzaamheid van de islam zo groot was in de bloeiperiode. Hier had van den Broeck de literatuur van de laatste dertig jaar niet onder de knie (iets waar hij zich niet voor hoeft te schamen, en waar hij zeker niet alleen mee staat. Dhimmi Lucas Catherine bv. vertelt onvermoeibaar dezelfde fabeltjes, en wordt hier en daar nog geloofd ook).
Even ging het ook over de koran zelf, en over antisemitisme. Jansen merkte op, alweer noodgedwongen, dat er in het heilige boek drie keer staat dat joden apen en zwijnen zijn [voor geïnteresseerden: 5:60, 2:65, 7:166], maar dat er anderzijds in de Bijbel óók onaardige zaken staan, en dat het, wat hem betrof, er vooral toch op aankwam wat gelovigen met dat soort uitspraken vandaag aanvingen. Of ze die nu nog geloven bijvoorbeeld, of er consequenties uithalen en er naar leven.
Hierop kwam geen antwoord, behalve dat van den Broeck vond dat Mohammed juist bijzonder grote eerbied voor de joden en hun profeten had, en meteen begon hij over iets anders ...Auschwitz natuurlijk! . Enzovoortenzoverder.
Om kort te gaan: een gesprek was er niet.
Dat wist ik natuurlijk op voorhand. Met mohammedanen is een redelijk gesprek, met woord en wederwoord, zo goed als uitgesloten zodra hun islam ter sprake komt. Zoals eenieder weet die het zelf al eens probeerde: dawa is dan nog het enige dat uit hun mond komt.
Met een moslimmoderator erbij, dacht ik, zou het misschien anders verlopen? daarom ging ik toch luisteren.
En terecht bleek, want achteraf vroeg ik aan de auteur om zijn boek te signeren, en hij schreef: Voor Marc, had een vrolijk avondje, Hans Jansen. Het was inderdaad een waar genoegen om tot besluit van deze avond enkele redelijke en vrolijke woorden te wisselen met deze geleerde man, onder het genot van een goed glas wijn, ons aangeboden door deBuren.
.

2 november 2004

De islam verenigbaar met democratie?

.Naar aanleiding van de islammoord op van Gogh vandaag.


Ik hou van teksten, en ik vind dat teksten au sérieux moeten worden genomen, zodus: allereerst moet hier de profeet Mohammed aan het woord komen, want de moord vandaag is gewoon een logische, consequente, rituele moord, ik weet geen betere adjectieven… Leest u even deze commentaar bij de heilige koran:Sunan Abu-Dawud Boek 38, Nummer 4359
Abdullah ibn Abbas verhaalt:
Het vers ‘De bestraffing van diegenen die de oorlog aangaan met Allah en Zijn Apostel, en met hand en tand het land op stelten zetten, is executie, of kruisiging, of het afhakken van hand en voet elk aan één kant, of de verbanning uit het land …allergenadigst’ werd gereveleerd met betrekking tot polytheïsten. Als gelijk welke hunner tot inkeer komt, nog voor ze worden gearresteerd, dan belet zulks niet om hun de voorgeschreven straf op te leggen, welke zij hebben verdiend.”
Een heel interessante zin, en aangezien wij blijkbaar niet mogen weten wat er op het briefje staat dat de moordenaar van van Gogh met een dolk op diens borst plantte, zijn we op gissen aangewezen. Dit koranvers (47:4) komt best in aanmerking, al zijn er andere.

Nu zou ik, om de gedachten na deze walgelijkheid even te verzetten, misschien liever een technische kwestie willen aanraken. Moet de dubbele nationaliteit zomaar aanvaard blijven? of zou die, onder omstandigheden weer ongedaan kunnen worden gemaakt?

Wie vandaag Belg of Nederlander wil worden, die kan daartoe de geëigende paden volgen en hij hoeft weinig meer te doen dan zijn, vaak zogenaamde, wil te kennen geven. Dit gezegd weet ik ook wel dat er landen zijn, Marokko bijvoorbeeld, die het niet toestaan dat hun eigen onderdanen de oorspronkelijke nationaliteit verliezen. Dat leidt dan, zij het enkel voor onze wet tot de “dubbele nationaliteit”. Hier is sprake van een duidelijke asymmetrie …terwijl juist symmetrie een bij uitstek democratisch begrip is.

Mag ik even Martin Walser citeren? “Zwei Identitäten, das ist we­niger als eine.”

in: Marcel Reich-Ranicki
Die Anwälte der Literatur
DTV, 1996, S.104
En een vriend voegde hier iets van Bertolt Brecht aan toe, en dat slaat op onze naieve mentaliteit, niét op die van Theo van Gogh: “Nur die dümmsten Kälber wählen ihre Schlächter selber.”
.

21 september 2004

Chahdortt Djavann kort geëxcerpeerd

.
On a beaucoup dit, écrit à propos du voile islamique. Les islamistes bon teint ou camouflés, les prédicateurs, les mollahs déturbanés, bien sûr.
Mais aussi les exégètes, les islamologues, les sociologues du monde arabo-musulman, les commentateurs de tous genres dont certains se sont empressés, avec la courte vue qui caractérise parfois les spécialistes, d’évoquer la spécificité de la situation française, l’étonnement qu’elle susciterait dans les autres pays européens ou plus lointains. Ils on tenté d’imputer le “rejet du voile islamique en France” au passé colonial et à la guerre d’Algérie qui pèseraient encore en France sur les relations entre musulmans et non-musulmans. Ils se sont entêtés à considérer le rejet du voile comme relevant du racisme anti-arabe des Français et de l’ ”islamophobie”.
Il faudrait leur remarquer que:
1) la critique d’une religion quelque sévère qu’elle soit n’a rien d’un acte raciste;
2) la France est un pays de droit et le racisme est considéré comme un crime par la loi; l’État français ne reconnaît pas de Français de première, deuxième ou troisième classe. Il n’existe pas de sous-nationalité, il n’y a de citoyen français qu’à part entière.


Chahdortt Djavann
Que pense Allah de l’Europe ?
Gallimard 2004, pp.6-7

hoe verschillend is toch de Franse staat van de ooit bestaan hebbende “Verdraag­zame Islamrijken” waar Lucas Cathérine en cs. het graag over hebben en die, geheel volgens de heilige koran, loodzware belastingen, jizya eisten van hun polytheïstische, of christen of joodse onderdanen! in die Rijken waren er wel degelijk tweede­rangs­burgers, en die konden rustig uitgezogen worden, vaak in afwachting van hun uitroeiing – in het geval dat zij, eens arm geworden, toch in hun boos geloof bleven volharden; échte ongelovigen, of erger nog afvalligen waren van deze belasting ontheven: die werden meteen om zeep geholpen, zodat hun goederen zonder verdere poespas aan de ware gelovigen toekwamen :-)
Ja, ik hoor het graag vertellen hoor, over de “traditie van verdraagzaamheid” die in de islam bestond…maar waar en wanneer, als ik vragen mag, was dat juist?

o-o-o-o-o-o-o-o

À l’origine de l’islamisme il y a l’islam.

p.14
o-o-o-o-o-o-o-o

Il n’y a jamais eu de voile innocent, sans signification particulière. Le voile a toujours signifié la soumission de la femme à l’homme, son non-droit juridique dans les pays musulmans, sa réduction à l’état d’objet sexuel appropriable. N’idéalisons pas le passé: quel était le code de la famille dans les pays musulmans, il y a cent ans? Quelle était la liberté des femmes? Les filles étaient mariables à l’âge de neuf ans, la polygamie était la règle et les épouses répudiables à volonté.
[…] Fondamentalement, le voile signifiait hier ce qu’il signifie aujourd’hui. Il n’y a que trois façons de se situer par rapport au passé: vouloir le dépasser, vouloir le con­server ou vouloir y revenir. Les progressistes, les conservateurs et les réaction­naires sont trois familles d’esprits inconciliables. Les réactionnaires fondamentalistes et intégristes ont beau mélanger les langages et se donner des allures de révolution­naires, ils seront toujours l’incarnation des conceptions les plus rétrogrades et les plus inégalitaires de la société humaine.

pp.14-5
o-o-o-o-o-o-o-o

over journalisten en 'sociologen' die graag eens enkele gesluierde jonge scholieren opvoeren, in de overtuiging dat ze ernstig bezig zijn aan de goede zaak:

En s’appuyant sur le témoignage […] de quelques jeunes filles soucieuses d’expliquer le caractère personnel de leur ”choix” du voile, ils manquent complètement au pre­mier devoir de toute sociologie des phénomènes de société (la représentativité de l’échantillon). Ces sociologues manquent aussi au plus élémentaire bon sens lors­qu’ils prennent pour argent comptant, au premier degré, les déclarations stéréotypées de gamines en pleine crise d’adolescence et leur donnent un statut de témoignage représentatif, sans prendre en considération leur âge et leur situation de famille. Et à partir de ces quelques “témoignages”, ils se croient autorisés à expliquer “scientifi­que­ment” un phénomène de société, un phénomène européen, plus exactement. Faute professionnelle? Certainement. Naïveté? Pourquoi pas, probablement. Complicité? Oui aussi, dans certains cas, sans aucun doute. Sans compter que la naïveté et la complicité peuvent se mêler en proportions variables.

pp.17-8
o-o-o-o-o-o-o-o

Parler d’islamophobie, à propos de ceux qui critiquent les dogmes de l’islam, c’est évidemment entrer dans le jeu des islamistes.

p. 49
o-o-o-o-o-o-o-o

Ainsi, certaines banlieues françaises, allemandes, anglaises sont-elles plus islamisées que certaines villes des pays musulmans.

p. 47

o-o-o-o-o-o-o-o

[…] les islamistes comptent bien peser sur les décisions politiques en Europe.
Pour stopper le progrès des islamistes en Europe, il est temps que toute discussion sur l’islam se cantonne au cadre religieux, historique ou philosophique. Le social doit être préservé de l’intrusion de l’islam. Il est temps qu’on distingue précisément ce qui relève des lois démocratiques et républicaines, des droits de l’homme, de l’égalité des sexes, de la protection des mineurs, du politique, du culturel, du social et de l’économie, de ce qui relève de la religion.

p. 50
o-o-o-o-o-o-o-o

Le monde musulman n’admet pas la pluralité philosophique. La pensée non-religieuse n’a pas sa place dans le monde musulman. C’est là tout le problème. On entend dire parfois, notamment par des penseurs contempo­rains de l’islam, qu’il peut se réformer de lui-même, qu’on peut en faire une lecture compatible avec la moder­nité et la démocratie. Mais cette capacité d’évolution n’appartient intrinsèquement à aucun monothéisme. Elle ne se manifeste que sous la pression de l’histoire et au contact des traditions différentes: « profanes », « hérétiques » et « blasphématoires ». L’évolution du christianisme, dès la Renaissance, est due entre autres au fait que les auteurs qui se disaient chrétiens et n’avaient d’ailleurs pas le choix de ne pas se dire chrétiens dialoguaient néanmoins surtout avec les auteurs et les philosophes les plus brillants des traditions grecque et latine, étrangères au christianisme. Au XVIIe, XVIIIe et XIXe siècles, les libertins, les philosophes, les révolution­naires et les socialistes athées pèsent sur l’évolution du christianisme qui se confronte à des modèles de pensée qu’il n’est plus en situation de condamner et de réduire au silence. Tant que dans le monde musulman toute philosophie sera confisquée par l’islam et que la civilisation et l’héritage préislamiques seront reniés et dénigrés, l’islam n’évoluera pas. Tant que ses philosophes se définiront unanimement comme philosophes de la pensée islamique, accoucheurs des virtualités de l’islam, les intégristes auront beau jeu de leur dire qu’on ne joue pas avec la parole de Dieu, c’est-à-dire avec le Coran. Tant qu’il ne sera pas possible à un supposé musulman d’émettre des pensées « blasphématoires » en soutenant par exemple que le Coran n’est pas la parole de Dieu, qu’il n’est pas le Livre sacré, le Livre unique et que ce livre fait par des hommes est discutable par d’autres hommes, l’islam n’évoluera pas. C’est pourquoi il est dans une situation déséquilibrée en Europe. Des musulmans ou d’autres peuvent toujours prétendre, de bonne ou de mauvaise foi, qu’il peut y accomplir le pas décisif vers la démocratie: le fait que l’islam ne soit pas coupé de ses sources orientales, que ses représentants les plus attitrés et ses forces vives se situent dans des pays et des régimes où la pluralité est impensable met en question la réalité de son évolution. Celle-ci demanderait des attitudes franches et décidées que l’on note bien peu chez ceux qui se disent les élites intellectuelles de l’islam en Europe, des déclarations courageuses et radicales que l’on n’entend pas. Elles seraient pourtant le préalable nécessaire à toute évolution. Que l’on me comprenne bien. Je ne demande pas que l’on proclame que les uns ont raison et les autres tort. À chacun ses raisons et ses torts. Mais il est primordial que puissent naître dans le monde musulman des pensées et des philosophies, issues de ce même monde musulman, mettant en cause la sacralité du Coran et la légitimité de l’islam, qu’on puisse les y admettre et en débattre démocratiquement. Sans quoi ni l’islam ni les musulmans n’évolueront jamais.

pp. 50-52
zie ook

3 mei 2004

De onvoorstelbare vermaledijdingen van de sjeik van Vénissieux



7 april 2004

Op zijn tweeënvijftigste is Abdelkader Bouziane onder de islamisten van Lyon een figuur waar je niet aan voorbijgaat. Hij is het die in deze agglomeratie het salafisme heeft in­ge­plant, een fun­da­men­ta­listische stroming in de is­lam. Hij schrikt er dus niet voor terug om vlam­men­de kritiek op het Westen te geven bij zijn preken in de Ursaff­moskee van Vénis­sieux[1]. Als je hem voor­werpt dat hij terroristen in de kaart speelt, dan veroordeelt de sjeik de aan­slagen, en erkent te­ge­lijk de mogelijkheid dat sommigen van zijn gelovigen in de handen van ronse­laars vallen. Verbazingwekkend personnage. Zo te zien zacht, maar ten gronde on­buigzaam.



Wat was uw parcours voor u in Lyon aanlandde?
Abdelkader Bouziane : Ik ben geboren in 1952, in een zeer bescheiden Algerijnse familie, in Saïda ten zuiden van Oran. Mijn ouders waren kleine boeren die in moeilijke omstandigheden zes kinderen hebben grootgebracht. Ik liep school tot mijn zeventiende. Nadat ik in eigen land eerst enkele jaren Arabisch had onderwezen, kwam ik in oktober 1979 naar Frankrijk, als imam van een moskee in Châlons-sur-Marne. Drie jaar later werd ik imam in de Quarantaine in Villefranche-sur-Saône; daarna, in 1991 aan de moskee van la Duchère tot 2000, met een onderbreking van zes maanden in 1996 in Medina, Saoudi-Arabië. En sinds april 2003 ben ik imam aan de moskee van de Urssaf in Vénissieux.

Tot welke strekking van de islam behoort u?
Ik ben salafist, met andere woorden aanhanger van de terugkeer tot het ware muzelmaanse geloof, met een strikte naleving van gebed, bedevaart, ramadan… in mijn preken waarschuw ik de moslims voor de verlokkingen van de westerse maatschappij: muziek, sex, drugs… want die zijn zondig.

Voor u is muziek zondig?
Ja, want ze leidt af van de Koran. Bij muziek gaan de gedachten naar meisjes, naar sex… kortom het zet aan tot losbandigheid.


Uw meningsverschillen met de Moslimbroederschap?
Hun doelstellingen en strategie zijn zeer politiek van aard, wat hen tot toegevingen dwingt, om zo in het westen aanvaard te worden. Onze doelstellingen zijn enkel religieus van aard. Een voorbeeld: wij zullen niet de straat opgaan om te betogen, want zoiets geeft aan het uitschot een gelegenheid om vernielingen aan te richten, te stelen en te branden… zo hebben de salafisten trouwens niet betoogd tegen de wet die het dragen van de hoofddoek op school verbiedt, daar waar de Broederschap wel aan die manifestaties heeft deelgenomen.

En nochtans bent u zeer gekant tegen die wet op de hoofddoek?
Ja, want de hoofddoek is een verplichting voor moslimvrouwen. Ik besef dat er moslims zijn die het bestaan van zo’n verplichting ontkennen, maar dat is verkeerd. Het staat in de Koran geschreven: hoofddoek, zowel als gebed of bedevaart zijn verplichtingen.

Al zijn er veel moslimvrouwen die de hoofddoek weigeren te dragen, omdat ze die mannelijke overheersing afwijzen.
Maar de meerderheid van de vrouwen die de hoofddoek wel dragen doen dat omdat ze goede praktizerende moslimvrouwen willen zijn, en niet vanwege een verplichting tot hun man.

Is de vrouw voor u de gelijke van de man?
Neen. Voorbeeld: ze heeft niet het recht om samen met mannen te werken want dan zou ze in de verleiding kunnen komen om overspel te plegen. Ze mag dus wel les geven aan meisjes en kleine jongens, maar niet aan oudere jongens want eens te meer, daar zou ze tot overspel kunnen worden verleid.

De vrouw moet zodus aan de man onderdanig zijn.
Ja, want het hoofd van de familie is altijd de man. Maar hij moet rechtvaardig zijn met zijn vrouw: haar niet slaan zonder reden, haar niet als een slavin beschouwen…

En daarom bent u voorstander van de polygamie?
Ja, een moslim mag meerdere vrouwen hebben, maar opgelet, vier is het maximum. En er zijn ook wel voorwaarden. Ten eerste moet hij over voldoende geld beschikken om al zijn vrouwen te onderhouden. Ten tweede moet hij sexueel zijn mannetje kunnen staan om al zijn vrouwen te bedienen. Ten derde moet hij een degelijke kennis van de Koran bezitten.

En waarom mag een vrouw niet meerdere mannen hebben?
Omdat je dan niet weet wie de vader van de onderscheiden kinderen is! Terwijl een man die meerdere vrouwen heeft geen probleem stelt.

Hoeveel vrouwen hebt uzelf?
Ik heb twee vrouwen, en bij elk van hen acht kinderen. Meer dan twintig jaar heb ik met mijn twee vrouwen en mijn zestien kinderen onder één dak gewoond. Maar sinds twee jaar ben ik gescheiden van mijn eerste vrouw.

Terwijl polygamie verboden is in Frankrijk!
Weet ik, maar ik heb bij de prefectuur aangifte gedaan van mijn statuut, en zij hebben aanvaard dat mijn tweede vrouw bij me introk in Frankrijk, zonder dat ze haar een verblijfsvergunning afleverden. Maar aangezien onze kinderen in Frankrijk geboren zijn, zijn het Fransen. Meteen kan ook zij niet worden uitgewezen, ook al beschikt zij niet over papieren.

Bent u voorstander van het stenigen van vrouwen?
Ja, want je vrouw slaan wordt door de Koran toegestaan, zij het onder voorwaarden, meer bepaald als zij haar man bedriegt. In dat geval mag de man haar slaan.

Nogmaals, in Frankrijk is het verboden om je vrouw te slaan!
Ja, maar voor de Koran niet. Opgelet echter, de man heeft niet het recht om gelijk waar te slaan. Hij mag niet in het gezicht slaan, maar moet op de armen mikken, op de benen of de buik. Hij mag wel hard slaan, om zijn vrouw schrik in te boezemen, zodat ze niet herbegint.

En hoe beoordeelt u de Franse samenleving?
Ik kan enkel zeggen dat ik rondom mij veel zonde zie, want de westerse samenleving is onzuiver, ze staat heel ver van God.

In islamitische landen ligt dat beter?
Ja, in die maatschappijen komt minder ondeugd voor, minder overspel…

Is sex niet een obsessie voor u?
Nee, maar sex is een groot gevaar, het verderf van de westerse maatschappij en een bedreiging voor de moslims.

Is het uw wens dat Frankrijk een islamitisch land wordt?
Ja, want de mensen zouden gelukkiger worden als ze dichter tot Allah kwamen. Samenlevingen die in zonde zwelgen straft Allah trouwens, met aardbevingen, of ziekten zoals aids… en ik ben heel blij als ik Fransen zie die zich tot de islam bekeren, want ik weet dat die op het rechte pad zijn.

Wenst u in alle oprechtheid dat in Frankrijk echt een Islamitische Republiek tot stand komt?
Ja, maar niet in Frankrijk alleen. Mijn wens is dat de hele wereld muzelmaans wordt.

Dit is dus een oproep tot de heilige oorlog!
Neen, want er is een Koranvers dat zegt dat je mensen niet tot bekering tot de islam mag verplichten. Ik wens noch mijn stem te verheffen, noch geweld te gebruiken, noch aanslagen te plegen om de mensen tot de islam te bekeren.

Veroordeelt u de aanslagen van Ben Laden?
Ik kan Ben Laden niet veroordelen zolang er geen bewijzen zijn dat het werkelijk hij was die de aanslagen in New York en Madrid heeft georganiseerd. Maar als men mij bewijst dat hij het was, dan zou ik hem veroordelen, want die aanslagen gaan in tegen het doel dat ze beogen.

En geen mededogen voor de slachtoffers van die aanslagen?
Ik zeg u nogmaals dat het plaatsen van een bom een grote zonde is, want Allah ontsteekt in woede als je onschuldigen doodt.

En imam Benchellali van Vénissieux die onder verdenking staat dat hij zijn zonen heeft geholpen bij de voorbereiding van een aanslag?
In alle eerlijkheid, ik heb hem niet goed gekend want hij leunt aan bij de Moslimbroeders. Maar ik zal hetzelfde zeggen als voor Ben Laden: als er sprake is van onwettelijke handelingen, dan zal ik hem veroordelen. En ik herhaal u nogmaals: ik ben tegen terrorisme gekant.

Sommigen nochtans beschuldigen de salafisten ervan dat ze tijdens de Wereldbeker voetbal van 1998 gepoogd hebben om aanslagen op touw te zetten?
Zij die de aanslagen organizeren zijn nooit salafisten! In de agglomeratie van Lyon ben ik het die het salafisme heeft ingevoerd, en ik kan u zeggen dat er nooit enig bewijs is geweest voor ook maar de minste meegaandheid met terroristen. Ik woon zoetjesaan 25 jaar in Frankrijk trouwens, en nooit heb ik bij de politie in verdenking gestaan. Iedereen hier kent me. Kamel Kabtane, de directeur van de Grote Moskee van Lyon; Gérard Collomb, de burgemeester van Lyon, die couscous is komen eten in mijn moskee in la Duchère toen hij nog burgemeester van het 9e arrondissement was… en de DST
[2] weet heel goed dat ik de gelovigen nooit heb aangezet tot het organizeren van aanslagen. Juist daarom lusten sommige jongeren mij niet.

Maar geef toe dat uw predikingen aanzetten tot haat tegen het Westen !
Neen, want al geef ik kritiek op het Westen, ik vraag steeds aan de moslims die naar mij komen luisteren om respect op te brengen voor de wetten van het land waarin zij leven.


Maar u effent het terrein voor terroristische netwerken, die vervolgens kunnen recruteren onder berooide jongeren !
Ik herhaal u nogmaals, in mijn preken veroordeel ik elk terrorisme kordaat. Maar het is niet uitgesloten dat sommigen mijn aanbevelingen niet verstaan, vooral niet als ze blootstaan aan manipulatie. En daar, helaas, kan ik niets tegen beginnen.


Lyon Mag, le mercredi 7 avril 2004



Les incroyables imprécations du cheik de Vénissieux
A 52 ans, Abdelkader Bouziane est une personnalité incontournable des islamistes à Lyon. C'est lui qui a implanté dans l'agglomération le salafisme, un courant fondamentaliste de l'islam. D'ailleurs dans ses prêches à la mosquée de l'Urssaf à Vénissieux, il n'hésite pas à critiquer violemment l'Occident. Accusé de faire le jeu des réseaux terroristes, le cheik Abdelkader condamne les attentats, tout en reconnaissant que certains de ses fidèles peuvent tomber entre les mains de recruteurs. Un personnage surprenant. Doux en apparence mais inflexible sur le fond.

Votre parcours avant de débarquer à Lyon ?Abdelkader Bouziane : Je suis né en 1952 en Algérie, à Saïda au sud d'Oran, dans une famille très modeste. Mes parents étaient de petits agriculteurs qui ont élevé six enfants dans des conditions difficiles. Je suis allé à l'école jusqu'à l'âge de 17 ans. Après avoir enseigné l'arabe pendant quelques années dans mon pays, je suis arrivé en France en octobre 1979, comme imam dans une mosquée à Châlons-sur-Marne. Trois ans plus tard, je suis devenu imam à la mosquée de la Quarantaine à Villefranche-sur-Saône. Puis en 1991, à la mosquée de la Duchère, jusqu'en 2000. Avec une parenthèse de six mois en 1996 à Médine, en Arabie Saoudite. Et depuis avril 2003, je suis l'imam de la mosquée de l'Urssaf à Vénissieux.
A quel courant de l'islam vous appartenez ?Je suis salafiste, c'est-à-dire que je suis partisan d'un retour à la vraie religion musulmane. Avec le respect strict de la prière, du pèlerinage, du ramadan... D'ailleurs, dans mes prêches, je mets en garde les musulmans contre les tentations de la société occidentale : la musique, le sexe, la drogue... Car ce sont des péchés.
La musique est un péché pour vous ?Oui, car ça détourne du Coran. La musique fait penser aux filles, au sexe... Bref, elle pousse à la débauche.
Vos différences avec les Frères musulmans ?Eux, ils ont des objectifs et une stratégie très politique, ce qui les pousse à faire des concessions pour se faire accepter en Occident. Alors que nous, les salafistes, notre objectif est uniquement religieux. Exemple : on s'interdit de manifester dans la rue. Car ça donnerait l'occasion à des voyous de casser, de voler, de brûler... D'ailleurs, les salafistes n'ont pas manifesté contre la loi qui interdit le port du voile à l'école, alors que les Frères musulmans ont participé à ces manifestations.
Et pourtant vous êtes très opposés à cette loi contre le voile !Oui, car le voile, c'est une obligation pour les musulmanes. Je sais que d'autres musulmans disent que c'est pas obligé. Mais c'est faux. C'est écrit dans le Coran : le voile, comme la prière ou le pèlerinage, c'est obligatoire.
Mais beaucoup de musulmanes ne veulent pas porter le voile, car elles refusent cette domination de l'homme !Mais la majorité des femmes qui portent le voile le font parce qu'elles veulent être de bonnes musulmanes pratiquantes. Pas par obligation envers leur mari.
Pour vous, la femme est l'égale de l'homme ?Non. Exemple : elle n'a pas le droit de travailler avec des hommes parce qu'elle pourrait être tentée par l'adultère. Elle peut aussi enseigner à des filles et à des petits garçons, mais pas aux grands, car là encore elle pourrait être tentée par l'adultère.
La femme doit être forcément soumise à l'homme ?Oui, car le chef de famille, c'est toujours l'homme. Mais il doit rester juste avec sa femme : ne pas la frapper sans raison, ne pas la considérer comme une esclave...
C'est pour ça que vous êtes pour la polygamie ?Oui, un musulman peut avoir plusieurs femmes, mais attention, quatre au maximum. Et il y a des conditions. Premièrement, il doit avoir suffisamment d'argent pour faire vivre toutes ses femmes. Deuxièmement, il doit être fort sexuellement pour honorer toutes ses femmes. Et troisièmement, il doit bien connaître le Coran.
Mais pourquoi la femme ne peut pas avoir plusieurs hommes ?Parce qu'on ne saura qui est le père des différents enfants ! Alors que si un homme a plusieurs femmes, ça ne pose pas de problème. Vous-même, vous avez combien de femmes ?J'ai deux femmes, et avec chacune d'elle, j'ai eu huit enfants. Pendant plus de vingt ans, j'ai vécu avec mes deux femmes et mes seize enfants sous le même toit. Mais depuis deux ans, je me suis séparé de ma première femme.
Mais la polygamie, c'est interdit en France !Je sais, mais j'ai déclaré à la préfecture mon statut, qui a accepté que ma deuxième femme me rejoigne en France, sans lui délivrer une carte de résidence. Mais comme nos enfants sont nés en France, ils sont Français. Du coup, même si elle n'avait pas de papiers, elle ne pouvait pas être expulsée.
Et vous êtes pour la lapidation des femmes ?Oui, car battre sa femme, c'est autorisé par le Coran, mais dans certaines conditions, notamment si la femme trompe son mari. Dans ce cas, son mari peut la frapper.
Mais là encore, c'est interdit de battre sa femme en France !Oui, mais pas dans le Coran. Mais attention, l'homme n'a pas le droit de frapper n'importe où. Il ne doit pas frapper au visage mais viser le bas, les jambes ou le ventre. Et il peut frapper fort pour faire peur à sa femme, afin qu'elle ne recommence plus.
Et comment vous jugez la société française ?Je peux simplement dire que je vois beaucoup de péchés autour de moi, car les sociétés occidentales ne sont pas pures, elles sont très loin de Dieu.
Dans les pays islamistes, c'est mieux ?Oui, car ce sont des sociétés où il y a moins de vices, moins d'adultère...
Vous êtes obsédé par le sexe ?Non, mais le sexe est un grand danger qui pourrit l'Occident et qui menace les musulmans.
Vous souhaitez que la France devienne un pays islamiste ?Oui, car les gens seraient plus heureux en se rapprochant d'Allah. D'ailleurs Allah punit les sociétés qui s'enfoncent dans le péché, avec des tremblements de terre, des maladies comme le sida... Et je suis très heureux quand je vois des Français se convertir à l'islam, car je sais qu'ils sont sur le droit chemin.
Franchement, vous souhaiteriez vraiment l'installation d'une République islamique en France ?Oui, mais pas seulement pour la France. Je souhaite que le monde entier devienne musulman.
Mais c'est un appel à la guerre sainte !Non, car il y a un verset du Coran qui dit qu'il ne faut pas obliger les gens à se convertir à l'islam. Moi, je ne veux pas élever la voix, frapper ou commettre des attentats pour convertir les gens à l'islam.
Vous condamnez les attentats de Ben Laden ?Je ne peux pas condamner Ben Laden tant qu'il n'y a pas de preuves que c'est vraiment lui qui a organisé les attentats à New York et à Madrid. Mais si on me prouvait que c'est lui, je le condamnerais, car ces attentats vont à l'encontre du but qu'ils poursuivent.
Pas de pitié pour les victimes de ces attentats ?Je vous répète que c'est un grand péché de poser une bombe, car Allah est en colère quand on tue des innocents.
Et l'imam Benchellali de Vénissieux qui est suspecté d'avoir aidé ses fils à préparer un attentat ?Franchement, je ne le connaissais pas très bien, car c'est un proche des Frères musulmans. Mais je dirai la même chose que pour Ben Laden : s'il a eu des activités illégales, je le condamnerai. Et je vous le répète : je suis contre le terrorisme.
Certains accusent pourtant les salafistes d'avoir tenté d'organiser des attentats pendant la Coupe du monde de football en 1998 ?Ceux qui organisent des attentats ne sont jamais des salafistes ! Moi, j'ai implanté le salafisme dans l'agglomération lyonnaise. Et je peux vous dire que jamais on a fait preuve de la moindre complaisance vis-à-vis des terroristes. D'ailleurs, ça fait près de 25 ans que je suis en France. Et je n'ai jamais été suspecté par la police. Tout le monde me connaît ici. Kamel Kabtane, le directeur de la grande mosquée de Lyon, Gérard Collomb, le maire de Lyon, qui est venu manger le couscous dans ma mosquée à la Duchère, quand il était encore maire du 9e arrondissement... Et la DST sait très bien que j'ai jamais poussé des musulmans à organiser des attentats. C'est d'ailleurs pour ça que certains jeunes militants ne m'aiment pas.
Mais reconnaissez que vos prêches poussent à la haine de l'Occident !Non, car même si je critique l'Occident, je demande toujours aux musulmans qui m'écoutent de respecter la loi du pays où ils vivent.

Mais vous préparez le terrain aux réseaux terroristes, qui peuvent ensuite recruter des jeunes paumés !
Je vous le répète une fois de plus, je condamne fermement le terrorisme dans mes prêches. Mais il se peut que certains n'entendent pas mes recommandations. Surtout s'ils sont manipulés. Et ça, malheureusement, je ne peux rien faire contre.

[1] De moskee is een voormalig gebouw van de URSSAF, de sociale zekerheid.
[2] Direction de la Surveillance du Territoire, binnenlandse veiligheid.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html