Posts tonen met het label Debray | Régis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Debray | Régis. Alle posts tonen

20 oktober 2020

Een linkse tekst van 1989

In Frankrijk lijkt men zich na de shariamoord op de leraar stilaan bewust te worden van een aantal zaken die nog tot voor heel kort onbespreekbaar waren, al waren die dertig jaar geleden zelfs voor links vanzelfsprekend, zoals u zult lezen.

Vandaag gebruiken politici woorden die bijvoorbeeld Zemmour niet in de mond zou nemen, ook al omdat hij er beter de draagwijdte van snapt. Zo zei Macron: ‘De angst moet van kamp veranderen’, maar een staat moet geen angst aanjagen, hij moet de wet doen respecteren. Je voelt dat Emmanuel graag nog eens verkozen zou worden. En zijn minister Darmanin sprak over een 'fatwa', zonder te begrijpen wat hij zei. Misschien is het hem intussen wel uitgelegd. Wie de islam voorheen nooit ernstig heeft genomen kent natuurlijk bepaalde begrippen niet echt, en in paniek gebruikt men die dan toch maar.

CNews besteedde aandacht aan een artikel van dertig jaar terug, in een links blad, en daaruit bleek dat men in die kringen toen wél nog begreep wat voor vlees men in de kuip had:


Pascal Praud: De ontkenning… de ontkenning interesseert me. De ontkenning interesseert me omdat ik uiterst toevallig een Nouvel Observateur van 1989 heb teruggevonden. 'Profs, laten we niet capituleren!' en hij herinnert ons aan de hoofddoekenkwestie, we herinneren ons Jospin, minister van Onderwijs, die zei:

De jonge meisjes die binnenkomen met een hoofddoek, die moet men proberen te overtuigen hem af te leggen, maar als dat niet lukt moeten de lessen doorgaan en moet men hen toelaten.

Totale overgave dus. Bon, het is dus 2 november 1989. Het grote blad dat de Nouvel Observateur was, dat grote geweten van links, met Jean Daniel, het republikeinse links, het links waar wij van houden, hart en ziel van dat links zijn vervlogen. Dat het dood is kun je niet zeggen, maar waar zit dat links nu?
Jean-Claude Dassier: Ergens ver weg!
Pascal Praud: Er staat een vrije tribune in, getekend door Élisabeth Badinter, intussen naar rechts overgegaan, Régis Debray, intussen naar rechts overgegaan…
Ivan Rioufol: We zouden blij moeten zijn!
Pascal Praud: …Alain Finkielkraut, intussen naar rechts overgegaan, en Cathérine Kintzler. Nee, maar wat een formidabel intellectueel parcours hebben die mensen niet afgelegd! Want Régis Debray, vandaag is hij reactionair en conservatief...
Sophie Obadia: Niet eens rechts…
Pascal Praud: …omdat links en rechts niets meer voorstelt.
Sophie Obadia: Conservatief.
Pascal Praud: …en wat lees ik in dat ingezonden stuk? Wat staat er geschreven in dat stuk van 31 jaar terug? Het richt zich tot de minister van Nationale Opvoeding, Jospin:

Onderhandelen zoals u dat doet, en daarbij aankondigen dat u zult toegeven, dat heeft een naam: capituleren. ‘Diplomatie’ van dat slag moedigt juist diegenen aan die men wil paaien – en als zij morgen vragen dat de studie van Rushdie (Spinoza, Voltaire, Baudelaire, Rimbaud…) waar ons onderwijs vol van zit ...hun kinderen bespaard zou blijven, hoe zal men hen dat kunnen weigeren? Door uitsluiting?

Wat zegt dit stuk nog meer?
«Alle kinderen verwelkomen», zegt u. Ja, maar dat heeft nooit betekend: samen met hen ook de religie van hun ouders als zodanig binnenhalen. De islamitische hoofddoek dulden is niet een vrij wezen ontvangen (een meisje in dit geval), het is de poort openzetten voor diegenen die besloten hebben om haar, zonder discussie en voorgoed het hoofd te doen buigen. In plaats van dit jonge meisje een ruimte van vrijheid aan te bieden, zegt u haar dat er geen verschil is tussen de school en het huis van haar vader.

Zo schreef men 31 jaar geleden, en ik besluit:
Door de facto de islamitische sluier toe te laten, symbool van de vrouwelijke onderwerping, geeft u een blanco volmacht aan de vaders en broers, en dus aan het hardste patriarchaat op deze planeet. Tenslotte komt het hierop neer dat niet langer respect voor de gelijkheid van de seksen en de vrije wil de wet uitmaken in Frankrijk.

Ziedaar wat er geschreven stond in een groot links blad, 31 jaar geleden. Het kon vandaag geschreven zijn. En men heeft Niets gedaan, 31 jaar van ontkenning, en deze tekst bewijst dat.

 

Pascal Praud: Le déni…le déni ça m’intéresse. Le déni ça m’intéresse parce que j’ai retrouvé, par le plus grand des hasards d’ailleurs, Le Nouvel Observateur de 1989: Profs, ne capitulons pas! on nous souvient de l’affaire du foulard, on se souvient de Jospin, ministre de l’Éducation, qui dit: les jeunes gens qui entrent avec un foulard, il va falloir les convaincre de l’enlever, mais si on n’y arrive pas il faudrait faire le cours, et on doit les accueillir.
Démission totale. Bon, on est donc le deux novembre 1989. Ce grand journal qu’était le Nouvel Observateur, cette grande conscience de gauche avec Jean Daniel, la gauche républicaine, la gauche qu’on aime, la gauche qui s’est évanouie cœurs et biens, on ne peut pas dire qu’elle est morte, mais où est-elle, cette gauche-là?
Jean-Claude Dassier: Elle est très loin!
Pascal Praud: Il y a une tribune qui est signée par Élisabeth Badinter, passée à droite depuis, Régis Debray, passé à droite depuis…
Ivan Rioufol: On pourrait être content!
Pascal Praud: …Alain Finkielkraut, passé à droite depuis, Élisabeth de Fontenay, passée à droite depuis, et Cathérine Kintzler. Non, mais c’est formidable, le parcours intellectuel de ces gens-là! Parce que Régis Debray, il est réactionnaire et conservateur aujourd’hui…
Sophie Obadia: Même pas de droite…
Pascal Praud: …parce droite-gauche ça ne veut rien dire. Je veux dire réactionnaire et conservateur…
Sophie Obadia: Conservateur.
Pascal Praud: …et qu’est-ce que je lis dans cette tribune? Il y a 31 ans, qu’est-ce qui est écrit dans cette tribune? Ils s’adressent au ministre de l’Éducation Nationale, Jospin:
Négocier, comme vous le faites, en annonçant que l’on va céder, cela porte un nom: capituler. Une telle « diplomatie » ne fait qu’enhardir ceux-là mêmes qu’elle se propose d’amadouer –et s’ils demandent demain que l’étude des Rushdie (Spinoza, Voltaire, Baudelaire, Rimbaud…) qui encombrent notre enseignement soit épargnée à leurs enfants, comment le leur refuser? Par l’exclusion?
Que dit encore cette tribune?
«Accueillir tous les enfants», dites-vous. Oui. Mais cela n’a jamais signifié faire entrer à l’école, avec eux, la religion de leurs parents, telle quelle. Tolérer le foulard islamique, ce n’est pas accueillir un être libre (en l’occurrence une jeune fille), c’est ouvrir la porte à ceux qui ont décidé, une fois pour toutes et sans discussion, de lui faire plier l’échine. Au lieu d’offrir à cette jeune fille un espace de liberté, vous lui signifiez qu’il n’y a pas de différence entre l’école et la maison de son père.
Ça a été écrit il y a 31 ans, et je termine:
En autorisant de facto le foulard islamique, symbole de la soumission féminine, vous donnez un blanc-seing aux pères et aux frères, c’est-à-dire au patriarcat le plus dur de la planète. En dernier ressort, ce n’est plus le respect de l’égalité des sexes et du libre arbitre qui fait loi en France.
Voilà ce qu’a été écrit dans un grand journal de gauche il y a 31 ans. Ça pourrait avoir été écrit aujourd’hui. On n’a rien fait. 31 ans de déni, ce texte est la preuve.

23 november 2013

Zelfs als het over kunst gaat kan radio interessant zijn


Laatst schreef Mia Doornaert een column in De Standaard, met als titel: "Europa is cultuur". Volkomen juist. Wel maakte Doornaert de fout om volgende grappige uitspraak aan Joseph Goebbels toe te schrijven: "Als ik het woord cultuur hoor, grijp ik mijn revolver". Nu zij geen journaliste meer is, wordt het voor haar stilaan tijd om de goede gewoontes van bloggers over te nemen en bronnen te checken. Meestal legt men Göring die uitspraak in de mond, even verkeerd als Goebbels maar hun twee namen worden door journalisten begrijpelijkerwijs wel eens verward omdat ze met dezelfde letters beginnen. Simpelweg Wikipedia kan hier al goede diensten bewijzen: Hanns Johst (1890-1978): Aus seinem “Schlageter” stammt die fälschlich Hermann Göring zugeschriebene Aussage: „Wenn ich Kultur höre ...entsichere ich meinen Browning“ (1. Akt, 1. Szene).


Maar daar gaat het nu niet om: de stelling in haar column is zoals gezegd volkomen juist, en ze wordt door iedereen onderschreven die niet zelf op het Schumanplein werkt. Dus ook door Régis Debray, zoals hieronder te lezen. De uitzending Répliques van Finkielkraut waaruit dit fragment komt, ging eigenlijk over "kunst", bijvoorbeeld over de onnozele Opblaashondjes van zekere Jeff Koons en dergelijke dingen. De alhier befaamde Mosselpot van Jan Hoet (en enigszins ook van Marcel Broodthaers) kwam niet ter sprake bij Finkielkraut, maar ook  zonder dat was het vanmorgen toch weer interessant, en Mia Doornaert zal met genoegen haar stelling horen bijtreden:

Régis Debray: Excusez-moi, mais là il faut revenir à Malraux. Malraux est un homme qui a interrogé sa culture à travers la culture des autres et notamment la culture de l’Orient. Il faut rappeler que le musée imaginaire de Malraux est un musée mondial. Or il se trouve que la Renaissance n’a pas été ottomane que je sache. Elle a été italienne. Et c’est la Renaissance qui a vu la naissance de la notion d’art, de beauté, de critique d’art, d’histoire de l’art. Monsieur Erdoğan ne doit pas être très sensible à notre notion d’art, avec ce qu’elle implique d’originalité individuelle, de culture des profondeurs, de singularités. Le régime de singularité pour lui n’existe pas, donc monsieur Erdoğan, pour qui le culturel ne fut qu’un petit intermède occidental entre deux stades du cultuel, revient à son culte et considère que un culte doit en remplacer un autre, et que ce que nous avons appelé culture, n’a pas eu de place comme un moment historique significatif. Voilà donc quelque chose qui peut remettre, relativiser notre indignation ou notre stupeur devant cette incroyable métamorphose. Mais vous savez, moi, il y a un mot que j’aime bien –excusez-moi je le dois à Spengler, qui a très mauvaise réputation– c’est le mot de « pseudomorphose » qui est un terme de cristallographie. C’est-à-dire qu’il y a des minéraux qui gardent un aspect, une enveloppe extérieure mais dont la structure a changé complètement. On a une pseudomorphose de l’école par exemple. C’est vrai que ça s’appelle encore éducation et école: c’est autre chose. On a une pseudomorphose de l’état. On parle de l’état, bon, mais on ne voit pas que derrière la façade tout a changé. C’est plus le même mobilier. Donc, n’utilisons pas tous azimuts une notion très occidentale et très singulière qui est celle d’art.
Alain Finkielkraut: Alors d’accord Régis Debray, vous dites, relativisons notre indignation, parce que notre civilisation n’est pas universelle. Elle a –je vais reprendre un terme qui vous est cher– elle a des frontières. Et elle doit le savoir. La frontière c’est en effet l’apprentissage de la modestie avant d’être une attitude d’exclusion…
Régis Debray: …et la reconnaissance de l’autre en tant qu’autre.
Alain Finkielkraut: …en tant qu’autre. Très bien, mais cela veut dire que une frontière passe entre l’Europe et la Turquie.
Régis Debray: Oui, absolument.
Alain Finkielkraut: Donc l’intégration de la Turquie dans l’Union Européenne serait tout de même une chose assez étrange, et demanderait à l’Europe de se séparer définitivement –il est vrai que ses fonctionnaires y œuvrent déjà– de la civilisation Européenne. Et tant qu’il y a en Europe une civilisation Européenne qui en fait la substance, en fait la définition, la frontière existe et monsieur Erdoğan se charge de nous le rappeler tous les jours.
Régis Debray: Je ne suis pas, comme vous Européocentrique, mais je constate qu’effectivement le monde ottoman et le monde turque n’a rien à faire dans l’Europe.
Alain Finkielkraut: Je ne suis pas Européocentrique, je suis Européen!
Régis Debray: Je disais ça pour vous taquiner, mon cher. Non mais c’est… je suis d’accord avec vous, il y a là une frontière entre le monde ottoman. Qu’est-ce que la Turquie a apporté à l’Europe centrale et balkanique qu’elle a dominée pendant des siècles? Pas grand-chose. En tout cas pas d‘œuvres d’art majeures en dehors des minarets.
Alain Finkielkraut: Bien mais écoutez, nous en restons là sur ce sujet…
Jean Clair: ...Hautement géopolitique et donc polémique… revenons à nos moutons.
Alain Finkielkraut: …ce sujet très explosif et sur lequel j’aurai l’occasion de revenir dans d’autres émissions bien sûr.




27 mei 2005

De Schoonheid van het Schelden: un imposteur fragile


Ik heb de Quartier-Latin– en televisiefilosoof Bernard-Henri Lévy nooit kunnen rieken of zien; het is een lege woordmachine zonder geweten, maar dat stond hier 14 dagen geleden al. BHL was voorstander van de Navo-bombardementen op Belgrado bv. en hij viel toen op een schandelijke manier Régis Debray aan, want die man vond dat er voor het standpunt van de Serviërs misschien ook iets te zeggen viel. Bij ons klapten Yves Desmet en consoorten braaf in de handjes als Bernard weer eens op de buis verscheen en om Amerikaanse bommen op Europa riep. Zij deelden BHL's brede blik van de wereldburger, zijn globale kijk op de zaak. Waar bommen vandaan komen maakt voor hen niet uit, en ook niet op wie ze vallen als het voor de goede zaak is.
BHL zit inderdaad wreed in mijn neus, en hij zou eens een flink pak slaag moeten krijgen. Wie zal dat taakje verrichten? Jacques Vergès kan voor zulke opdrachten nog altijd dienen. Zoals hij de windbuil BHL hieronder wegblaast, daar sta ik in bewondering voor. Wat is deze octogénaire advocaat nog gevaarlijk!
––uit zijn pas verschenen dagboek: Journal 2003-2004, uitgegeven door Plon (pp.127-8).

5 mai 2004
CBS
Je suis passé à l’émission “Sixty Minutes” sur la chaîne CBS aux États-Unis. Un meneur de jeu honnête me donne la parole puis, tour à tour, la passait au jeune psychiatre au visage de lou ravi qui expliquait ma vie à partir de ma date de naissance et ensuite à un Bernard-Henri Lévy véhément. Il ne m’était pas difficile de rester calme et souriant, d’apparaître avec mes positions prétendument extrêmes comme le plus raisonnable et le plus équilibré. Mais, pour être juste, la joute n’était pas égale. Je suis sûr de moi, je ne me sens en danger devant aucun contradicteur. M. Lévy, tout riche (du commerce du bois africain) et tout adulé qu’il soit, n’est pas sûr de lui; il se sent menacé par le calme de son contradicteur qui risque de convaincre l’opinion. Alors il s’emporte. Et, s’emportant, apparaît pour ce qu’il est: un imposteur fragile qui sait, tout en voulant l’ignorer, qu’il ne sera jamais André Malraux. Drieu la Rochelle aussi était fragile, néanmoins il était sincère dans sa folie. Mais pourquoi comparer l’incomparable ?



CBS
Ik zat in de uitzending “Sixty Minutes” van de Amerikaanse zender CBS. De fatsoenlijke presentator geeft mij het woord, en daarna om beurt aan een jonge psychiater met een gezicht als lou ravi, die mijn leven verklaarde vanaf mijn geboortedatum, en vervolgens aan een heftige Bernard-Henri Lévy. Ik had er weinig moeite mee om kalm te blijven, de glimlach te bewaren en er met mijn zogenaamd extreme stellingen als de meest redelijke en evenwichtige uit te komen. Maar om eerlijk te zijn, het steekspel was ongelijk. Ik ben zeker van mijn stuk, ik voel me niet in gevaar tegenover welke opponent ook. M. Lévy, rijk (vanwege zijn handel in Afrikaans hout) en bewierookt als hij is, is niet zeker van zijn stuk; hij voelt zich bedreigd door de kalmte van zijn tegenstander, die overtuigend zou kunnen zijn voor het publiek. Dan wordt hij driftig. En in zijn drift komt hij te voorschijn voor wat hij is: een fragiele bedrieger die beseft, al wil hij het niet geweten hebben, dat hij nooit een André Malraux zal zijn. Drieu la Rochelle was ook fragiel, maar in zijn gekte was die tenminste eerlijk. Maar waartoe het onvergelijkbare vergelijken?


– "lou ravi", "le ravi": figuurtje van de Provençaalse kerststal. Een santon die de eenvoudige van geest voorstelt, de dorpsgek die nooit iets in te brengen heeft maar opgetogen is als hij erbij mag zijn; wordt voorgesteld met de armen opgestoken, "en ravissement".

– Drieu la Rochelle: auteur, sympathiserend met het fascisme; ontgoocheld in de praktijken onder Pétain pleegde hij zelfmoord; de Gaullist Malraux, die een vriend van hem was, heeft hem nooit verloochend; politieke tegenstanders spraken toen nog met elkaar.
(ook Vergès is altijd Gaullist geweest).
.

11 mei 2005

Een Fransman en een Nederlander over twee aspecten van censuur

.
Het proces tegen Slobodan Milošević voor het Joegoslaviëtribunaal in den Haag: wie volgt dat nog?
Geen enkele krant brengt echte verslagen en hoogstens af en toe lezen wij iets over de gezondheid van de beschuldigde, of over de kwaliteiten van Mw. Carla del Ponte. Die gezondheid is wankel, en zij wordt geprezen om haar onwankelbaarheid, haar doortastendheid, haar vastberadenheid en nog een paar morele eigenschappen. Op de televisiebuis komen zulke personaliserende praatjes goed over, maar als overwegingen bij een rechtszaak zijn ze niet in tel.

Waarover gaat het proces ook alweer? Het is allemaal zo lang geleden, en door het instuiken van die torens in New York is een heel stuk van de gebeurtenissen die vlak daarvoor kwamen uit ons geheugen weggeveegd, net zoals een automobilist zich met moeite kan herinneren wat hij aan het doen was vlak voor hij op die tegenligger botste.

Wat ik mij nog vaag herinner is dat in Frankrijk Bernard-Henri Lévy –een Quartier-Latin-filosoof die zijn roem aan televisie-optredens te danken heeft: et en effet, de man komt goed uit zijn woorden en draagt altijd smetteloos witte hemden– dat in Frankrijk dus BHL hoog van de toren blies, en bombardementen op Belgrado wilde zien. Het toverwoord genocide viel. Ook viel BHL op volslagen onwaardige manier Régis Debray aan, die het had aangedurfd om zich genuanceerd uit te spreken.

Een goede week later begon ook bij ons De Morgen heel moedig en gedecideerd om bommen te schreeuwen. De redactie van dat blad was wat geagiteerd geraakt en vond ineens dat er op Europees grondgebied Amerikaanse massavernietigingswapens moesten vallen, want die Serven waren al even erg als de Duitsers vroeger, en de edele strijders van het UCK moesten dringend van een luchtmacht worden voorzien. De Standaard sprong ook op het treintje, dat zich al in beweging zette.

De raadgevingen van Yves Desmet vielen niet in dovemansoren in het Pentagon, en kort daarop begonnen de verschrikkelijke bombardementen op Belgrado, de eerste Navo-aanvalsoorlog, onder leiding van de zachtmoedige democratische generaal Wesley Clark. De burgerbevolking leed afschuwelijk, en korte tijd was dat ook hier op het nieuws te zien …tot de plaatselijke televisiezenders werden gebombardeerd.
Hans Ree, schaakgrootmeester, schreef daarover in de NRC van 4 mei 1999:

[…] Maar bovendien, waarom moesten die uitzendingen eigenlijk uit de lucht worden gehaald, voor hen of voor ons? Om te verhinderen dat de Joegoslaven verder opgehitst worden door de propaganda, werd gezegd. Maar die weten zonder de televisie ook wel wat ze van die bommen moeten denken. Het zal toch ook wel een beetje de bedoeling zijn geweest dat wij minder te zien kregen van de kant van de oorlog die de NAVO-landen liever niet getoond willen hebben. Premier Kok zei dat het beter was geweest als de beelden van de gevolgen van een bijzonder gruwelijk bombardement hier niet waren uitgezonden. Als de Joegoslavische televisie wordt opgeruimd zullen we inderdaad veel minder van die beelden zien. […]
Je krijgt bijna heimwee naar de ouderwetse tijden van beschaafde censuur. Toen de rijksvoorlichtingsdienst de hoofdredacteuren kon uitnodigen om hun te vertellen wat er wel en niet in de kranten mocht staan. Nu zijn we te vrijgevochten voor censuur en moeten er televisiegebouwen vernietigd worden om te zorgen dat we niet de verkeerde dingen zien.

o-o-o-o-o
.
Dat is allemaal geschiedenis nu, maar het proces is nog aan de gang in den Haag, aan het Churchillplein. Zegeviert hier het recht?
De Franse strafpleiter Jacques Vergès, die aan het hoofd staat van een team advocaten dat op de achtergrond steun verleent aan Milošević, heeft daar zijn bedenkingen bij. De argumenten die hij aanhaalt zijn geloof ik moeilijk aanvechtbaar: de rechtbank, die zichzelf ad hoc noemt, is niet op normale wijze opgericht; ze gaat tegen de grote rechtsprincipes in want ze werkt retroactief in een strafzaak; er is geen vaststaande procedure; de onpartijdigheid van de rechtbank is moeilijk vol te houden als haar werking gefinancierd wordt door belanghebbenden (en het gaat niet om een bord spaghetti: de financiers zijn Saudi-Arabië en de bekende speculant Soros).
Ziehier de bezwaren van Vergès tegen het Internationaal Strafhof van de Haag: TRIBUNAL PÉNAL INTERNATIONAL POUR L'EX-YOUGOSLAVIE (zoals gezegd een ad-hoctribunaal)

––un tribunal créé au nom de l’urgence par le Conseil de sécurité et non par une conférence internationale, comme c’est la règle;
––un tribunal violant le principe de la non-rétroactivité de la loi pénale proclamée par la Déclaration universelle des droits de l’homme et prétendant juger de faits antérieurs à sa création, comme les Sections spéciales de Vichy; [net zoals in België]
––un tribunal dont la procédure n’est pas fixée à l’avance mais par les juges eux-mêmes, au gré de leur convenance;
––un tribunal acceptant d’être payé par les ennemis des accusés, États comme l’Arabie Saoudite ou particuliers comme M. Soros; un tribunal qui considère la rumeur comme élément de preuve et accepte le témoignage d’anonymes.

Maar dat is allemaal nog het ergste niet: toen Wesley Clark zijn getuigenis aflegde werd er geen publiek of pers in de zaal toegelaten... maar wél twee Amerikaanse "waarnemers", en Clarks getuigenis werd gecensureerd door het Pentagon, dat stukken uit zijn getuigenis heeft herschreven en andere weggelaten –zij kregen 48u de tijd daartoe– en pas daarna werd "zijn" getuigenis vrijgegeven aan de pers ...en aan Milošević zelf! Eén van de betrokken partijen kreeg aldus het recht om de procedure vast te stellen van de "onafhankelijke rechtbank", en nog wel tijdens de loop zelf van het proces:  er waren immers "veiligheidsrisico's".

Mijn indruk is dat Milošević groot gelijk heeft als hij de rechtbank niet erkent, en dat Vergès' beroemde "défense de rupture" meer dan ooit op haar plaats is.



Meester Jacques Vergès

Journal 2003-2004
Plon, janvier 2005, pp.7 et 73

Grootmeester Hans Ree
God is niet koppig
Uitgeverij L.J.Veen, 2002, p.25

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html