Posts tonen met het label politicologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label politicologie. Alle posts tonen

20 februari 2025

Een generaal als verslaggever



Destijds las ik het Russische schaakweekblad ‘64’, en op pagina twee had je dan vaak een verhaal over de broederschap tussen de Sovjetvolkeren. Ten bewijze zag je trouwens een wazige zwart-witfoto met volksdansers. Dat verhaal kon ik niet lezen, want met mijn schamele schaak-Russisch lukte dat niet. Voor oorlogen op het bord volstonden eenvoudiger termen: de witten krijgen nu een gevaarlijke aanval, twijfelachtige zet, de zwarten kunnen remise houden, de Vizier (bij ons de Koningin) gaat nu verloren en dergelijke.
In onze eenvoud noemden wij alle spelers van de Sovjetunie ook simpelweg Russen. Om me tot twee wereldkampioenen te beperken: de Let Mikhaïl Tal was een Rus, en de Armeniër Tigran Petrosjan ook.

Vandaag zien we de Oekraïners en de Russen, twee broedervolkeren, een heel ander spel spelen en zijn we allemaal slimmer geworden, al moeten we voor de echte toestand aan het front, laat staan in de diplomatie, afgaan op wat ons van beide kanten toegeworpen wordt, en voorts op gissingen, indrukken en interpretaties van ontelbare experts en journalisten.

Enige tijd geleden was er de strijd tussen Sparta en Athene, ook twee broedervolkeren kun je zeggen, en de Atheense generaal Thucydides deed daar verslag van.*

Hij getuigde van zijn problemen als verslaggever, en de grote Jacqueline de Romilly vertaalde hem. Zij schreef er ook een apart boek over: La construction de la vérité chez Thucydide (Julliard, 1990), dat ik geweldig vond. Maar ik kan het niet meer vinden. Het stond jarenlang tussen die andere prachtboeken van haar, en ver kan het niet zijn maar het is wég.

Geen nood: nemen wij Romilly’s vertaling ter hand (Collection Budé, 1953) want generaal Thucydides zelf is even leerzaam.

De vertaling van haar vertaling hieronder zal een student ‘politicologie’ heel misschien bekend voorkomen, al mag betwijfeld worden of zulke oude dingen nog wel onderwezen worden. Hopelijk kennen de lesgevers zélf nog zulke teksten, want al treden zij vaak aan in Terzake, De Afspraak en dergelijke, verder dan verwijzen naar ‘de jaren dertig’ raken ze toch niet.


Thucydide
La Guerre du Péloponnèse I
Θουκυδίδου Ιστορίων
Boek I, 22

Wat de toespraken betreft die de verschillende partijen vlak voor of tijdens de oorlog hebben gehouden, wil ik zeggen dat het heel moeilijk was om de inhoud ervan nauwkeurig weer te geven, zowel voor mijzelf, als ik ze persoonlijk had gehoord, als voor iedereen die me erover berichtte uit deze of gene bron.
Ik heb weergegeven wat ze naar mijn mening hadden kunnen zeggen dat het best aan de situatie beantwoordde, waarbij ik zo dicht mogelijk bij de werkelijk uitgesproken woorden ben gebleven wat de algemene gedachte betreft: de inhoud van de toespraken namelijk.
Wat daarentegen de gebeurtenissen betreft die tijdens de oorlog plaatsvonden, heb ik me voor mijn verslag niet geroepen gevoeld me te baseren op de informatie van de eerste de beste,** en evenmin op mijn persoonlijke mening: ofwel was ik er zelf getuige van, ofwel heb ik ze stuk voor stuk met de grootst mogelijke nauwkeurigheid onderzocht. Dat onderzoek viel overigens niet mee want de getuigen gaven van alle voorvallen verschillende versies, afhankelijk van hun sympathie voor de een of de ander, en afhankelijk van hun geheugen.
Voor de toehoorder van dit relaas zal het ontbreken van wonderbaarlijke voorvallen wellicht afbreuk doen aan de charme ervan, maar als we duidelijk willen weten wat in het verleden is gebeurd, en wat er, gezien de aard van de mens in de toekomst nog voor gelijkaardigs of analoogs zal gebeuren: laten we het dan gewoon als nuttig beschouwen, dat volstaat. Het is geen pronkstuk voor het publiek van vandaag, maar een schat voor alle tijden (κτῆμά τε ἐς αἰε).
___________
  * Zijn eerste zin was: Θουκυδίδης Ἀθηναῖος ξυνέγραψε τὸν πόλεμον τῶν Πελοποννησίων καὶ Ἀθηναίων ὡς ἐπολέμησαν πρὸς ἀλλήλους. De Athener Thucydides beschreef de oorlog van de Peloponnesiërs en Atheners zoals ze die tegen elkaar uitvochten.
** De generaal hield blijkbaar niet van voxpops.

Noot van 25 februari: zoals iedereen weet, boeken laten zich vaak pas zien als je er niet meer naar zoekt. 

5 januari 2024

Democratische 'innovaties' zijn nergens voor nodig

 

Dat politicologen al eens een verstandig woord zeggen zal niemand betwisten. Doen we dat bij gelegenheid niet allemaal tenslotte? net zoals we ook dwaasheden en incongruenties debiteren. Dat zij echter in naam van een wetenschap kunnen spreken mag worden betwijfeld. 

Én, dat het de hen interviewende journalisten aan een goed geheugen ontbreekt, blijkt telkens weer.

Maddens: Kijk naar de referenda. Tot de jaren 90 waren de meeste commentatoren en politicologen daar eigenlijk vrij positief over. Maar dat veranderde na een aantal referenda waar de burgers zogezegd ‘verkeerd’ hebben gestemd, bijvoorbeeld tegen de Europese Grondwet (in Nederland in 2005, red.) of voor de brexit (in het Verenigd Koninkrijk, in 2016, red.).

Op zich een verstandig woord – dat valt zoals we zegden niet uit te sluiten – maar de redactie van De Morgen weet helaas niet dat het betreffende referendum behalve in Nederland, éérst en vooral in Frankrijk een overduidelijk NEEN kreeg.

Toegegeven, Frankrijk is een ver land. Toch hadden die redacteurs het verstand mogen hebben om af en toe een blog te lezen. Die naïef aandoende onvolledigheid was hun dan bespaard gebleven.

Karen Celis:  ...ik denk inderdaad dat een referendum een ongeschikt instrument is voor heel wat beslissingen in onze erg complexe samenleving. [...] En wat een uitermate slecht idee was het om via een referendum aan de burger te vragen: gaan we uit de EU stappen of niet?

Blijkbaar zijn er volgens Karens wetenschappelijke, althans politicologische inzichten onderwerpen waar de burger maar beter buiten blijft. In Zwitserland denkt men daar anders over, maar dat land ligt nog een stuk verder dan Frankrijk.

Beste Karen Celis, u bent het grondig eens met Jean-Luc Dehaene, toen nog geen ridicuul poppetje in een CD&V-propagandabaksel maar een volbloed antidemocraat, die na de superieur genegeerde referenda samen met zijn maat Giscard d’Estaing uitpakte met een ‘grondwet’ (bij De Morgen noemen ze die tekst zo, maar ach, wat betekenen definities daar), waarvan hij vond dat het beter was dat de bevolking helemaal niét snapte wat erin stond.

Verder Karen, vertelt u nog iets over ‘gelijkheid’ en over het ‘klimaat’. Met een beetje politicologisch zoekwerk zult u vast nog onderwerpen vinden waar de bevolking niet betrokken bij hoeft te worden. Maar vooral die 'gelijkheid' zou ik u graag horen definiëren.


24 oktober 2023

Joël hoort bij de preciezen, niet bij de rekkelijken

 

Wie vragen zou hebben bij de representativiteit van de Vivaldiploeg in Vlaanderen, kan in zijn naïviteit de verkiezingsuitslag van 2019 erbij halen. Hij ziet dan dat twee van de acht ministers samen 91.221 stemmen behaalden (ik reken de Brusselse stemmen voor Écolo nu even bij Vlaanderen als iedereen dat goed vindt). 

Dat aantal kan henzelf véél, en anderen weer weinig lijken, maar net als wij moeten zij afwachten of bij een volgende verkiezing het een even mooi resultaat wordt.


A. De Croo

V. Van Peteghem

F. Vandenbroucke

P. De Sutter

P. Van Tigchelt

A. Verlinden

C. Gennez

T. Vanderstraeten

VLD

CD&V

SPA

Groen

VLD

CD&V

SPA

Écolo

80.283

nul

nul

nul

nul

nul

nul

10.938



Overigens riskeert de onverlaat die zulke vragen stelt de bekende Joël de Ceulaer in het harnas te jagen.* Voor hem is er geen probleem (Joël zwemt in puur legalisme, blijft bij de lettertjes van de wet en andere overwegingen tellen niet) en hij is bereid, lezen we in een tweet van hem, dit aan iedereen, ook aan politicologen eens goed uit te leggen. Zij krijgen zelfs korting op het cursusgeld.

_____________
* Senior writer bij De Morgen – wat die term betekent weet ik niet, en kennelijk bezit het Nederlands geen equivalent.


25 september 2018

Wetenschap voor kleuters


In het Radionieuws hoorde ik Carl Devos (een politicoloog, een soort wetenschapper als je wil) iets heel  grappigs vertellen. Blijkbaar gaat de professor ervan uit dat zijn studenten gebaat zijn bij aanschouwelijk onderricht, want met alleen ‘dikke boeken’ blijven er bij hen niet veel wijsheden hangen. Hij zal dat beter weten dan een buitenstaander, en ik wil hem dus niet tegenspreken maar toch zegt het iets over de politicologie zelf, en over het begripsvermogen van zijn publiekje.
Wat ik me afvraag is of zijn methode ook niet bijvoorbeeld bij de ingenieurs zou kunnen toegepast worden. In de les materiaalkunde zou de professor dan met een hamertje op de duimen van zijn studenten kunnen slaan om hen zo te laten voelen dat ‘massa’ en ‘gewicht’ wel degelijk echt bestaan, en niet alleen in formuletjes terug zijn te vinden.



Verschillende professoren hebben hun les vroeger afgesloten, of zelfs geschorst, zodat iedereen mee kan gaan betogen. Politicoloog Carl Devos zette zijn les vroeger stop:
Ik heb mijn les zelf een kwartiertje ingekort zodat ze op tijd bij de start van die betoging konden zijn. Tis een mooie manier om heu, aan studenten 'politieke wetenschappen' te tonen, te laten zien dat hmm, het concept politiek, en u als burger manifesteren, aan politiek participeren, uw stem laten horen, dat dat niet iets is wat alleen gedoceerd wordt in dikke boeken, maar wat ook heu, ja in de straat zelf gebeurt.

23 augustus 2018

'Hyper': een jongensachtig voorvoegsel


Dat politicologen begrippen gebruiken die ze wellicht niet kunnen definiëren is geen geheim, maar in bepaalde mate lijken zij daar zelf enig besef van te hebben en zoeken de beoefenaars naar oplossingen die hun geloofwaardigheid misschien ten goede kunnen komen.

Professor doctor Nicolas Bouteca bijvoorbeeld, die in Gent astrologie politicologie doceert is zo iemand, maar het lukt hem niet altijd. Hij wilde in De Morgen iets kwijt over dat sponsordiner met Francken dat Doorbraak organiseert: ‘Dan ga je echt rekenen op een politicus om geld in te zamelen. Het gaat nog niet zover als de verzuilde partijkranten zoals we die vroeger kenden, maar dit maakt het wel moeilijk om je hyperobjectief op te stellen ten opzichte van de N-VA.’

De goede professor maakt naar mijn smaak wel een klein foutje waar hij stelt dat de kranten vroeger verzuild waren, een verschijnsel dat we nu, althans volgens de inzichten van de politicologische wetenschap, niet meer kennen. Dat alle gevestigde kranten massief gesponsord worden door de overheid is hem wellicht onbekend. Dat kranten bijgevolg helemaal niet meer ‘verzuild’ hoeven te zijn, of zelfs kúnnen zijn zolang ze essentieel allemaal hetzelfde vertellen, moet hem even ontgaan zijn.

Maar toegegeven, een wetenschap als de politicologie is ongetwijfeld in staat om in krantenberichten fijne nuances te ontdekken, waar een onwetenschappelijke waarnemer niets merkwaardigs opvalt. En dat kunnen zelfs hyperfijne nuances zijn, naar analogie met wat de professor weet over ‘objectief’ en ‘hyperobjectief’.

Ik zou hem die eerste term graag eens horen uitleggen, indien mogelijk in de woorden van zijn eigen wetenschap, en dan hoeft hij zich verder helemaal geen zorgen meer te maken: de betekenis van zijn jongensachtige toevoeging ‘hyper’ zoek ikzelf wel uit, zij het met behulp van een andere wetenschap dan de zijne. 

Want de Duitser mag wel zeggen 'Da staunt der Laie, und der Fachmann wundert sich', hier is het de politicologische leek die paf staat van het gemak waarmee de vakman termen rondstrooit.

16 februari 2018

Een pop-upcafé: Bar de Beauvoir


Pat Donnez en Heleen Debruyne hielden hun Bar de Beauvoir op Klara open, voor een reeks van vier keer vijftig minuten radio, draaiend om – zoals ik hoorde – het ‘standaardwerk van het feminisme’: Le Deuxième Sexe van Simone de Beauvoir.

Laat ik vooraf iets grappigs vertellen: in de eerste uitzending was een van de gasten zekere Karen Vintges, lector in de politieke en sociale filosofie aan de Amsterdamse universiteit en gespecialiseerd in het denken van Beauvoir. Na een minuut ging het jammerlijk genoeg al mis, want deze Beauvoirspecialiste bleek niet goed Frans te kennen, wat haar evenwel niet belette een foutje te willen corrigeren in de vertaling van het standaardwerk van Simone.

'Querelle' (Karen zegt quérelle) was daar namelijk vertaald als 'gekrakeel'. Dat was een van de eerste dingen die haar opvielen, zei ze. Nu is ‘gekrakeel’ een correcte vertaling van ‘querelle’ (etymologisch ook nog eens hetzelfde woord), maar de politicologe meende dat er had moeten staan ‘het vraagstuk’ ... wellicht verwarde ze met ‘la question’ dat ook met 'que' begint.


Geen erg, maar zulke dingen maken een mens wantrouwig. Wat je dan al snel denkt is: kan deze Vintges wel een saai Frans boek van duizend bladzijden aan, waar nog moeilijkere woorden in voorkomen? En zou zij, om een voorbeeld te geven, ooit al hebben gehoord van een wat ouder vraagstuk dan het feminisme, van ‘la querelle des anciens et des modernes’?

Maar goed, er zijn ook gedegen critici van dat boek van Beauvoir. De meest snijdende kritiek kwam van Suzanne Lilar, in Le Malentendu du Deuxième Sexe, 1969, Presses universitaires de France, 306 pagina’s.
Haar analyse is nooit weerlegd. Helaas kwam ze geen moment aan bod in de vier uitzendingen. In losse babbeltjes zou dit misschien ook geen pas hebben gegeven want Lilar is geen zachte heelmeesteresse. Voor haar is Simone in dat werk een doctrinair, slaafs volgelingetje en zelfs bewijsbaar na-apertje van Sartre. En helaas onderbouwt ze die mening.

Bovendien is Lilar een echte feministe, en bijvoorbeeld de eerste vrouw die aan de Gentse universiteit een doctoraat rechten haalde. Een groot succes was haar essay 'Le Couple' (Grasset), dat zelfs bij Le Livre de Poche verscheen, wat toch als een consecratie mag gelden.

Lilar kwam dus niet aan bod, en hier de 300 pagina’s van haar kritiek samenvatten is veel gevraagd.
Eén voorbeeld toch: als Beauvoir zegt dat ze lang heeft nagedacht voor ze een boek over de vrouw schreef, dan klopt dat niet. Ze maakte losse aantekeningen en publiceerde die holderde-bolder, zonder de moeite te nemen om, al was het maar haar herhalingen en contradicties weg te werken. Lilar lijstte er een paar dozijn op. Beauvoir publiceerde dus, zoals ze later in een moment van vermoeidheid erkende 'un fatras initial', een eerste samenraapsel. Haar klacht dat ze slecht gelezen en begrepen werd is hiermee wel verklaard.

Laat ik volstaan met een vertaling van de achterflap van Le Malentendu: die bestaat grotendeels uit citaten uit het eigenlijke boek.

«Het is hoog tijd om het ontzag voor Simone de Beauvoir te laten varen; het is hoog tijd om Le Deuxième Sexe te ontheiligen.» Het is een vrouw die hier spreekt. Ze toont aan dat S. de Beauvoir, nog voor ze aan haar boek begonnen was, eigenlijk al partij had gekozen tegen de Vrouwelijkheid.*
Wat betreft de verschillen tussen mannen en vrouwen is haar standpunt dubbel. Er zijn er die zij betwist – eigenlijk al die verschillen die niet onbetwistbaar zijn – en die ze als louter historisch bestempelt, met andere woorden als artificieel en vervreemdend. En dan zijn er de andere, die zich niet laten verwerpen (de genitale verschillen bijvoorbeeld), waarvan zij alleen de culturele context in aanmerking wil nemen.
Het komt hierop neer – enkele plotse momenten daargelaten waarbij ze in de verdediging gaat, en dan met zichzelf in tegenspraak raakt – dat haar afhankelijkheid van het denken van Sartre, van gnosis doordrenkt, haar ertoe brengt de seksualiteit te beschrijven als structureel sadistisch, gepaard gaand met een afkeer voor lijfelijkheid, wat een erotiek van verwerping en scheiding oplevert.
Maar berusten de verhoudingen tussen de seksen dan enkel op vijandigheid van de geesten; beantwoorden ze alleen aan een dialectiek van agressie?
____________
*  Beauvoir geeft namelijk direct twee Sartriaanse postulaten (en postulaten behoeven zoals we weten geen bewijs, wat er in de volgende duizend bladzijden dus ook niet komt):
     Premièrement, l’homme a fait de la femme l’Autre, l’objet.
     Deuxièmement, il n’y a pas de nature féminine, tout le Féminin est artificiel.


30 mei 2016

Professor doctor Nicolas Baygert analyseert


Wie nog een bijkomend bewijs nodig had voor de stelling dat de wetenschappen der politicologie en der communicatie om te beginnen geen wetenschappen zijn, en hun beoefenaars meestal ridicule dwazen zonder enig schaamtegevoel, die kwam bij Les Décodeurs (RTBf) vanmorgen aan zijn trekken.
Nicolas Baygert, professeur de communication à l’ULB-IHECS, was daar te gast bij Alain Gerlache, en liet meteen horen tot wat voor hoogten de ballon van zijn wetenschap kan opstijgen.
Gerlache had het eerst over serieuze dingen, stakingen enzovoort, maar wilde dan zijn deel van de uitzending met iets luchtigers afsluiten, zoals dat hoort in de amusementswereld, maar hij schoot meteen te kort in zijn omschrijving van Nuit debout. Als we Alain mogen geloven was Nuit debout een soort nachtelijke debatclub waar niet bijzonder veel gaande was. Gelukkig ging die onachtzaamheid van hem onopgemerkt voorbij want zijn gast – die door Moeder Natuur noch lichamelijk noch geestelijk rijkelijk verwend lijkt  kwam meteen met een lachwekkende onbeschaamdheid. Hij voelde zich verplicht, en dat hoort zo op  de RTBf, om eerst en vooral de naam Bart De Wever te laten vallen, al paste die in het geheel niet bij de twee andere voorbeelden die in zijn hersenpan opkwamen:

Alain Gerlache : : Alors, plus ludique comme action, vous [vous] souvenez de «Nuit debout» hein ? Ces gens qui se réunissaient de façon nocturne pour discuter. Eh bien, le mouvement a évolué en France, et on en est maintenant à «Nu debout». On regarde cette image …voilà. [we zien de foto van een eenzame man die in zijn bloot gat op straat staat]  Heu, mais il y a un message là-dedans. On est à poil finalement.
Nicolas Baygert : Bien finalement on voit que les... l’argument, la nudité ou le corps parlent davantage finalement que les arguments qui auraient pu être construits, heu, établis lors de «Nuit debout». Oui mais c’est une tradition, je veux dire, dans heu, dans, en politique, en communication politique le corps est un objet de communication: on peut mettre en scène son propre corps. On l’a connu avec le régime de Bart De Wever, on l’a connu avec heu, avec d’autres, heu d’autres dirigeants qui heu, qui ont joué sur heu, sur leur physique, justement pour heu, pour se mettre en scène. Euh, le jogging présidentiel de Sarkozy, heu la piscine et finalement le saut...
Alain Gerlache : La piscine d’Elio di Rupo…
Nicolas Baygert : …d’Elio di Rupo, qui saute dans la piscine de Mons pour montrer encore une fois la grande forme du Parti Socialiste…


Ja, en zoiets is prof aan de ULB, in de communicatiewetenschap die net als de zusterwetenschap der politicologie – en Saint Verhaegen noch God weten waarom– met gemeenschapsgeld betaald wordt.

7 september 2015

Michael Ignatieff in The New York Times


Michael Ignatieff, prof in de politicologie, die in 2007 na een lange Harvardcarrière erkende dat zijn vak geen wetenschap is, heeft in The New York Times een artikel waarin hij zijn politicologische inzichten toch nog eens uiteenzet. Ik vermoed om zijn eerdere bekentenis te illustreren.

Zo denkt hij dat de Golfstaten, met hun “wretched autocrats” (dit soort termen is het summum waartoe zijn vak in staat is), uit schaamte hun deel van de vluchtelingen misschien zullen opnemen, eens zij het goede voorbeeld hebben gezien van de Westerse landen. Once these states take a lead, other countries — including those wretched autocrats in the Gulf States — could be shamed into doing their part. Mooi dat zo'n geleerde man nog het vertrouwen van een kind in zijn gemoed wist te bewaren. 
En dat het onze plicht is die vluchtelingen op te nemen mag duidelijk zijn: veertig jaar geleden namen bijvoorbeeld de Verenigde Staten en andere landen honderdduizenden Vietnamese bootvluchtelingen op. Dat de V.S. zelf (d.i. Kennedy en wat daarna kwam) daar een misdadige oorlog hadden gevoerd, met gebruik van chemische wapens, vertelt hij er niet bij. Waarschijnlijk omdat ook vele politicologen dat al zullen weten, maar de vergelijking blijft mank. In the late 1970s and early 1980s, Canada, Australia, New Zealand and the United States received hundreds of thousands of Vietnamese boat people.
Ook werden vele Hongaren als vluchteling verwelkomd na 1956. En zowel de Hongaren als later de Vietnamezen zijn voorbeeldige medeburgers geworden. The Vietnamese and Hungarians were fleeing Communism. What’s holding back sympathy for the Syrians?
Ja, wat zou dat toch kunnen zijn?
Ignatieff noemt één keer “the Islamic State” maar verder komt in zijn geleerde analyse het woord islam niet voor. Het zal wetenschappelijk gesproken een onbelangrijk detail zijn.
Wat moeten die Syriërs in het station in Budapest toch denken van onze mooie praatjes over mensenrechten? vraagt de professor. Ik denk niet veel, professor, want dat begrip is in de islam onbestaand en zij denken, net als u, binnen een bepaald kader.
What must Syrians, camped on the street outside the Budapest railway station, be thinking of all that fine rhetoric of ours about human rights and refugee protection? If we fail, once again, to show that we mean what we say, we will be creating a generation with abiding hatred in its heart.
Hier komt Ignatieff dicht bij een verklaring voor de terughoudendheid van de volkeren van de Westerse wereld, maar dat onze eventuele compassie helemaal niet ter zake doet, kan hij natuurlijk niet over zijn lippen krijgen. Want die haat in de harten heeft een naam die hij niet wil noemen: jihad.
Toch blijft onze wetenschapper niet volkomen blind voor de dreiging die er uitgaat van de massa-immigratie van mohammedanen, want aan het eind van zijn artikel roept hij de hulp van God in: So if compassion won’t do it, maybe prudence and fear might. God help us if these Syrians do not forgive us our indifference.
Tot zover deze lezing  over de wetenschap der kardinale deugden, volgens het evangelie van Ignatieff.

24 februari 2015

Bezigheidstherapie doet bejaarden goed



Iemand die “structurele en constructieve alternatieven” wil formuleren tegen het populisme, doet er goed aan onmiddellijk met een paar voorstellen voor de draad te komen. Eerst nog een denktank oprichten om te zien of daar misschien iets uitkomt, zoals Jean-Pascal Labille dat graag wil doen, is minder aangewezen. Dan mag die denktank ideologisch nog zo verscheiden zijn als zijn “Ceci n’est pas une crise”, het blijft een slecht idee.
Natuurlijk, niemand zal betwisten dat het op zich waardevol is om de ideologische verschillen tussen bijvoorbeeld de skiënde motard Louis Michel, tekenaar Pierre Kroll en pandaliefhebber Eric Domb te willen overbruggen, maar op zich volstaat dit niet. Ook ruiken die Luddieten die prof.dr.sc.pol.Elchardus erbij wil betrekken wat belegen. Bijna zo belegen en onnozel als die Magritteslogan zelf.
Anderzijds: zo’n nieuwe denktank kan iemand wel aan het denken zetten. Ik bedenk nu bijvoorbeeld dat als Elchardus, Michel, Maystadt, Dom, Kroll, Goossens &c. wérkelijk goud konden maken, en er dus een goed recept voor hadden, ze dat ook zouden doen.
Nu lijkt het erop dat ze enkel willen leuren met toekomstige formules om goud te maken.


26 januari 2015

Een ontologisch postulaat


Stukje uit het recentste gesprek tussen Élisabeth Lévy en Alain Finkielkraut, voor de uitzending van L'Esprit de l'Escalier.
Het is altijd plezierig om iemand te horen zeggen wat je zelf denkt, en hier wijst Finkielkraut de wetenschap van de sociologie op haar verzwegen veronderstellingen en drijfveren. Veel beoefenaren zullen zich trouwens van die veronderstellingen niet eens bewust zijn.
Le Monde had het gehad, maar niet enkel die krant, ook politici en "wetenschappers" hadden het in de nasleep van de islamaanslagen direct weer over de "echte oorzaken", en dat waren vanzelfsprekend ghettovorming en apartheid.

maar, beste lezer, als u liever een grappige commentaar bij deze wetenschap wil horen, dan moet u bij Tom Lehrer zijn, een echte mathematics master.  Sociologen zitten, zo zingt hij
... in an ivory steeple,
far away from all people




Parler d’apartheid ce n’est pas seulement une erreur, c’est une catastrophe parce que dans ce mot il y a le "coupable mais pas responsable" que rabâche la sociologie depuis des années: oui, il y a de la délinquance, de la criminalité, de la radicalisation islamiste, mais il faut remonter aux causes. La cause c’est la politique de la ville, le chômage. Tous les phénomènes qui nous attristent aujourd’hui, ont une cause et cette cause c’est effectivement une politique générale, un état d’esprit tout à fait scandaleux. Mais surtout, là je voudrais dire un mot sur la sociologie, parce que la sociologie je la mets souvent en cause. Et ce n’est pas parce que…
Peut-être, d’ailleurs peut-être que vous faites un amalgame avec «la sociologie»? Vous stigmatisez toute une corporation, mon cher Alain.
Voilà, mais pour le moment en tout cas, cette discipline, dans son état actuel, et quelles qu’en soient les écoles, elle repose toute entière sur cet apriori, ce postulat ontologique: la question sociale est en dernière instance une question économique. Ce sont, autrement dit, les inégalités qui mettent en péril la cohésion d’une société. Et enquêter, ce n’est jamais rien d’autre que valider cette hypothèse préalable. Autrement dit, la dimension culturelle des phénomènes n’est jamais pris en compte, puisqu’il a été décidé au départ qu’elle était secondaire, ou dérivée. C’est une conséquence, c’est un effet dont la cause doit être recherchée dans les souffrances générées par l’injustice économique.
Alors d’abord, je précise quand-même que vous avez oublié Kepel, que vous citez souvent et quelques autres, mais je ne sais pas si… il n’est pas sociologue, c’est vrai, il n’est pas sociologue.
Il ne l’est pas, justement, et là, c’est très intéressant ce que vous dites sur Kepel, parce que Kepel vient de l’anthropologie. Et c’est Lévi-Strauss qui nous a appris que toute humanité appartenait à une culture, que toute expérience humaine était structurée par une expérience collective du monde, et cette découverte de l’anthropologie est aujourd’hui occultée par la sociologie. Et je termine en disant que le politiquement correcte, c’est la victoire de Bourdieu sur Lévi-Strauss: tout se ramène au rapport entre dominé et dominant.

Spreken van apartheid is niet enkel een vergissing, het is een catastrofe want in dat woord zit het begrip “schuldig maar onverantwoordelijk” waar de sociologie al jaren over zanikt: ja er is delinquentie, en criminaliteit, en islamistische radicalisering, maar we moeten naar de oorzaken teruggaan. En oorzaak is de urbanisatiepolitiek, de werkloosheid. Alle verschijnselen die ons vandaag zo bedrukken hebben een oorzaak, en die oorzaak zit uiteindelijk bij het algemeen beleid, en bij een geestgesteltenis die compleet schandalig is. Maar vooral, en hier zou ik iets willen zeggen over de sociologie, want die stel ik vaak aan de kaak. En het is niet omdat…
Misschien overigens gooit u met “de sociologie” nu alles op één hoop? U stigmatiseert een hele beroepsgroep, mijn beste Alain.
Juist, maar in elk geval vandaag berust deze discipline, in de huidige stand ervan, en om het even over welke school het gaat, berust zij als geheel op dit a priori, op dit ontologisch postulaat: het sociale vraagstuk is in laatste instantie een economisch vraagstuk. Anders gezegd, het is de ongelijkheid die de cohesie van een samenleving in gevaar brengt. En enquêteren is nooit iets anders dan het valideren van die uitgangshypothese. Anders gezegd, de culturele dimensie van verschijnselen wordt nooit in aanmerking genomen, want er is van meet af aan besloten dat deze secundair is of afgeleid: een gevolg, een effect waarvan de oorzaak moet worden gezocht in het leed dat de economische onrechtvaardigheid meebrengt.
Maar eerst wil ik toch preciseren dat u Kepel vergeten bent, die u vaak citeert, en nog enkele anderen. Maar ik weet niet of… hij is geen socioloog, juist, hij is geen socioloog.
Precies: dat is hij niet, en juist daarom is het interessant wat u daar zegt over Kepel, want Kepel komt uit de antropologie. En het is Lévi-Strauss die ons geleerd heeft dat alles wat des mensen is tot een cultuur behoort, dat elke menselijke ervaring haar structuur ontleent aan een gedeelde beleving van de wereld, en deze ontdekking van de antropologie wordt vandaag aan het oog onttrokken door de sociologie. Mag ik besluiten met te zeggen dat de politieke correctheid de overwinning is van Bourdieu op Lévi-Strauss: alles wordt teruggebracht tot de verhouding van meester tot onderhorige.

24 november 2014

Ook politicologen mogen niet voortdurend schertsen


«Il faut s'appliquer avec soin dans les grandes affaires, encore plus que dans les autres, à se défendre du goût que l'on trouve à la plaisanterie.» In belangrijke zaken, meer nog dan bij andere, dien je er zorgvuldig over te waken niet toe te geven aan je neiging tot scherts, schreef in de zeventiende eeuw Jean-François Paul de Gondi, cardinal de Retz.


Deze wijsheid lijkt me nog niet doorgedrongen tot bij alle beoefenaren van de wetenschap der politicologie. Ik las een interview in de NRC, en hun correspondent Tijn Sadée probeerde daar een ernstig woord uit prof.dr. Marc Hooghe te krijgen. Hij antwoordde met de ene kwinkslag op de andere:

“Veranderen en het invoeren van strenge regels, daar houdt de Belg niet van. Een land als Nederland is rigide als het op begrotingsregels aankomt. België is rigide als het om tradities gaat. En één van onze Latijnse tradities is: laat-maar-waaien. Daar voelen Walen én Vlamingen zich goed bij.”

Belgen bestaan dus wel degelijk volgens onze wetenschapper, en ze voelen zich goed bovendien, al spreekt hij daar een honderd jaar oude zin van Jules Destrée tegen. Ook lijkt prof.dr.Hooghe de gedachte toegedaan dat "la Belgique sera Latine ou elle ne sera pas".
Een geletterde mens denkt hier aan de honderd jaar oude uitspraak van de wallingant Raymond Colleye. En laat die uitspraak onze schertsende politicoloog zelfs onbekend zijn, niets belet dat hij een eeuw later, en nu op basis van wetenschappelijk onderzoek tot eenzelfde inzicht kan zijn gekomen.
Ik neig tot deze laatste veronderstelling want zijn “rigide op gebied van tradities” is onbetwistbaar een eigen wetenschappelijke vondst.
Tijn Sadée blijft er ernstig bij:

De fout die de nieuwe regering volgens Marc Hooghe maakt, is „dat ze te dicht bij de burger komt”. „Belgen zijn anarchistisch van aard”, zegt de hoogleraar. „Ze houden de overheid graag op afstand. De Belg zegt: ‘Regering, blijf van ons imperfecte land af!’ ”

Ik vraag mij af waar onze wetenschapsman dat protest mag opgevangen hebben, en waar hij die waarschuwing van “de Belg” heeft opgetekend.
De NRC-journalist probeert nu nog een laatste keer Marc een soort sérieux op te dringen:

“Maar kapotte wegen, stroomuitval, dreigend bankroet bij Justitie – dat zijn toch ‘dingen’ die je als politicus wil aanpakken?”
Hooghe: „In België is het belangrijk dat je eigen huis en tuin er goed uitzien, maar níét de ruimte die van iedereen is. Belgen kunnen goed leven met verwaarlozing. Daar schuilt een zekere schoonheid in.”

Dit is geen eigen vondst. Bij politicologen, columnisten en journalisten duikt die Belgische schoonheid wel vaker op, soms vergezeld van het adjectief “surrealistisch”. Ook bij intellectuelen als Hertmans of Arno tref je ze aan. Elders nooit, tenminste ik ken niemand die het daar ooit over heeft.

Maar aangezien je nooit duidelijk genoeg kunt zijn, en de katholieke universiteit Leuven Hooghe in dienst wenst te houden (weliswaar met gemeenschapsgeld), is het misschien goed om hier de woorden van Retz eens extra te laten onderstrepen door een andere geestelijke: Baltasar Gracián s.j. in zijn “Handorakel en de kunst van de voorzichtigheid”, zoals vertaald door Theo Kars.

76. Niet voortdurend schertsen. Het verstand kenmerkt zich door ernst, die hoger wordt aangeslagen dan geestigheid. Wie altijd grapjes maakt, wordt niet ernstig genomen. Men behandelt hem hetzelfde als iemand die liegt: men gelooft hem niet op zijn woord. De een wordt gewantrouwd om zijn leugens, de ander om zijn grappen. Men weet bij hen nooit wanneer hun verstand spreekt, wat erop neerkomt dat men hun dit niet toekent. Niets is zo storend als voortdurende geestigheid. Het komt vaak voor dat iemand de naam verwerft een vlot prater te zijn, maar zijn reputatie van zinnigheid verliest. Er is niets tegen een grapje op zijn tijd, als men voor de rest maar ernstig is.

26 augustus 2014

Dostojefski, niet over de Krim, maar over Constantinopel


In 1986 besprak de sinoloog Simon Leys een reisverslag dat toen nog heel vers was, de Impressions d'Asie van Bernard-Henri Lévy. Dat boek hing aaneen van de fouten, woordkramerijen en platitudes lezen we. Leys gaf in zijn recensie zeven of acht voorbeelden, onder de titel: Une Excursion en haute Platitude

Helaas is die mooie titel slecht te vertalen. Zijn beginzinnen vertalen lukt misschien nog net, en de rest vindt u in de verzamelbundel: L'Humeur, l'Honneur, l'Horreur (Robert Laffont, 1991). 

Dans son aimable insignifiance, l'essai de M. Lévy semble confirmer l'observation d'Henri Michaux: "Les philosophes d'une nation de garçons-coiffeurs sont plus profondément garçons-coiffeurs que philosophes." Quiconque a jamais dû essuyer, pendant la durée d'une tonte, la faconde d'un figaro inspiré en aura fait l'expérience: des propos qui manquent de sérieux se sont pas nécessairement drôles pour autant. 
[In zijn beminnelijke onbenulligheid lijkt het essay van M. Lévy de opmerking van Henri Michaux te bevestigen: "Filosofen van een natie van kappersjongens, blijven ten diepste kappersjongens eerder dan filosofen." Iedereen die voor de duur van een scheerbeurt de woordenvloed van een bevlogen figaro heeft moeten doorstaan, zal het al  hebben ondervonden: praatjes die elke ernst missen, zijn daarom nog niet noodzakelijk grappig.]
Leys ried Lévy nog aan om iets te schrijven in de aard van: "Impressions de Pontoise", zijnde een stadje van dertigduizend inwoners.

Nu las ik gisteren in De Standaard (op maandag verschijnt De Tijd niet), dat de beminnelijke professor Rik Coolsaet een paar impressies ten beste heeft gegeven over de grote wereldpolitiek. Over het jihad-terrorisme had hij het deze keer niet (dat terrorisme is immers "geschiedenis geworden", hoogstens enkele "heel kleine vriendengroepjes, soms familie" houden zich er nog mee bezig, zonder veel succes overigens), maar wel over het grote Rusland:
'Poetin denkt nog steeds in het 19de-eeuwse concept van invloedszones', zegt de Gentse hoogleraar Rik Coolsaet. 'Volgens Poetin heeft Rusland een veiligheidsbuffer nodig. Hij ervaart Oekraïens lidmaatschap van de Navo als een bedreiging.' Maar de Centraal- en Oost-Europeanen gruwen van zo'n [bedoeld wordt “zulke”] geopolitieke afspraken, weet Coolsaet.

Opmerkelijk is dat de Navo dat verouderde concept blijkbaar niet hanteert, volgens de professor.

Kijk Rik, voor politicologen volstaat het misschien om iets 19de-eeuws te noemen en het af te schrijven, en misschien denken zij dan wel iets verklaard te hebben omdat ze een etiketje hebben gekleefd, maar ernstige mensen vinden dit coiffeurspraatjes.

Maar om jouw negentiende-eeuwse fantasieën nog wat voedsel te geven, zal ik even Dostojefski citeren. In het Duits weliswaar, want ik kocht bij De Slegte destijds zijn Sämtliche Werke voor een appel en een ei, wegens in Frakturschrift en daar wil gelukkig niemand nog aan. Mag ik er, met mijn excuses, van uitgaan dat voor iemand die de Grote Wereldpolitiek bestudeert het Duits geen hinderpaal is?
En zoals je zult zien, Rik, is Vladimir nog de kwaadste niet. Fjodor had destijds heel andere plannen:

Ja, Byzanz muß unser werden, und nicht nur als berühmter Hafen, als »Pforte«, als »Mittelpunkt der Welt«; nicht nur vom Standpunkt der längst anerkannten Notwendigkeit für solch einen Riesen wie Rußland, endlich aus seinem verschlossenen Zimmer, in dem er schon bis zur Decke gewachsen ist, in die weite Welt hinaustreten und die freie Luft der Meere und des Ozeans atmen zu können. 


Fjodor Michailowitsch Dostojewski
Früher oder später muß Konstantinopel doch uns gehören (März 1877)
(Politische Schriften, Sämtliche Werke II,13, München, 1923, S.356)

12 augustus 2014

Simon Leys over sociologie en aanverwante


Om terug te komen op het onuitputtelijke werk van Simon Leys, geef ik nog een enkele van de tientallen en dozijnen passages die mij bij hem bevallen. Toevallig komt ze ook uit het genoemde boek Le Bonheur des petits Poissons:

Quand on lit certains ouvrages de sociologie, de sciences politiques ou de théorie littéraire, on souscrirait volontiers à cette suggestion jadis formulée par un de mes collègues: de même que les gouvernements de certains pays hyperdéveloppés paient de temps à autre leurs paysans pour qu’ils ne produisent pas de beurre ou de maïs, ne pourrait-on pas subsidier certains universitaires pour qu’ils cessent d’écrire des livres?

Als je bepaalde sociologische werken leest, of over politieke wetenschappen of literatuurtheorie, dan zou je grif instemmen met de suggestie die een van mijn collega’s destijds deed: net zoals de regeringen van bepaalde hyperontwikkelde landen hun boeren van tijd tot tijd geld toestoppen om geen boter of mais te produceren ...zou het ook niet mogelijk zijn om bepaalde universitairen te subsidiëren om hen te laten ophouden met boeken schrijven?

1 juni 2014

U wist dat niet, maar ook binnen de politicologie bestaan er tegenwoordig specialismen


Een politicoloog moet heel wat kunnen. Schrijven bijvoorbeeld. Professor Herwig Reynaert, professor lokale politiek aan de UGent, weet dat en in Knack schrijft hij: “Onder een al bij al stralende zon trokken we naar de 'moeder van alle verkiezingen'.” Een levendige, bijna blijmoedige zin.
En net daarvoor had de wetenschapsman ook al over het voetbalspel gesproken. Over een match tussen twee lokale Madrileense clubs, en lokaliteit is zijn specialiteit.

Natuurlijk blijft het daar niet bij en laat hij ons na zijn weerkundige inleiding delen in specifiek politicologische inzichten, maar toch had ik van de professor graag vernomen wat hij bedoelde met zijn nogal zure kwalificatie “al bij al stralend”. Had hij zondag dan geen vrede met de breedtegraad waarop hij lokaal leeft?

Wat mij weer aangenaam trof bij zijn inzichten en beschouwingen was de aandacht die de professor had, ook voor de psychologische aspecten van een verkiezingsdag: “Het bleef bibberen tot de verlossende resultaten binnenkomen”.
Goed, dat moest misschien “binnenkwamen” zijn voor wie per se grammaticaal wil blijven, maar als je zulke dingen niet uit de lagere school hebt onthouden dan is het niet de afdeling Politicologie waar je ze nog zult leren.

Maar de al bij al stralende kruin van de professor verbergt gelukkig meer schatten.
Wist u bijvoorbeeld, lezer, dat “de politieke kaarten nu op tafel liggen”? En dat de politici er nu “verder mee aan de slag moeten”? En dat er nu “een paringsdans van jewelste, geen wandeling door het park” begint?
Natuurlijk wist u dat niet want u hebt geen politicologie gestudeerd.
Die wandeling door het park bewijst anders wel dat de professor een aardig mondje Engels moet kennen.
En wist u wat er bij coalitiebesprekingen zoal een rol speelt? Natuurlijk niet, maar het zijn “talrijke strategische overwegingen”. Je zou jaloers worden op het intellect van zo’n man.
En weet u wat de bedoeling is van coalitievormingen? Die moeten leiden tot “een bestuursmeerderheid op de diverse niveaus”, en “graag geen nieuw wereldrecord!”.

Die laatste overweging is meer een cri de cœur dan een wetenschappelijke observatie zult u zeggen, maar ze bewijst nogmaals dat de professor een man van vlees en bloed is die er niet voor terugdeinst om ook de psychologie in zijn analyse te betrekken.

Ik meen dat het Mark Twain was die de vraag stelde of een aap per toeval de Divina Commedia zou kunnen typen. Het antwoord op die vraag is ja. Alleen is de kans kleiner dan één, gedeeld door het aantal elementaire deeltjes in het ons bekende Heelal.
De kans dat die aap een publiceerbaar politicologisch artikel produceert, lijkt mij aanmerkelijk groter.


22 mei 2014

Delwit, politicoloog van zijn vak


Pascal Delwit, u kent hem niet maar in zijn vrije tijd is die man campagnewatcher voor De Tijd. Voltijds echter is hij professor politicologie aan de ULB. 
Over dat laatste alvast geen kwaad woord, want de meeste universiteiten hebben die richting tegenwoordig. Soms hoor je in de plaats van “politicologie” wel eens de benaming “politologie”, maar dat is hetzelfde. Bij een nieuwe wetenschap zijn er aanvankelijk verschillende namen in omloop. Zelfs bij oude, echte wetenschappen komen soms verschillende namen voor, denken we aan de natuurkunde die vaak ook fysica wordt genoemd. Of aan de scheikunde, waar het onderscheid tussen alchemie en chemie eeuwenlang onduidelijk is gebleven.
Die wetenschap nog daargelaten, maar om onze man zelf even te plaatsen: eind 2010 was professor Delwit kandidaat-rector van de ULB, maar hij werd jammerlijk verslagen door een wetenschapper, de historicus Didier Viviers, en wel met 633 stemmen tegen 173.
De opkomst bij die verkiezing was tegen de tachtig procent, de hoogste in 40 jaar. Le Soir schreef toen: «Il s’agit d’un véritable camouflet pour Pascal Delwit qui semble plus brillant pour analyser la politique que pour en faire».

Dat van die camouflet kunnen wij niet beoordelen. Het is een oud woord, een vijftiende-eeuwse term: «chault moufflet: fumée épaisse que l'on souffle malicieusement au nez de quelqu'un avec un cornet de papier enflammé»; later, rond 1545 kwam ook de betekenis van «pet», “scheet” in voege, en er zijn ook modernere betekenissen, militaire en andere, maar laten we daar geen tijd mee verliezen.

Erger is, afgaand op zijn stukje vandaag in De Tijd, dat ook het analytische vermogen van Delwit niet indrukwekkend lijkt.
Hij begint zo: “De voorzitter van de N-VA, Bart De Wever, had lang een lengte voorsprong in deze campagne en in de politiek-mediatieke agendasetting, maar nu is hij die lead kwijt. Hij wordt meer reactief dan proactief.”

Lezer, ik wil zijn magere gedachten niet helemaal uitbenen, u kunt de goede man zelf lezen hieronder. Woorden als “proactief” en lead hebben een verlammende werking op mijn schrijflust.
Het is duidelijk een Frans tekstje, dat zie je aan vele wendingen. Onze auteur mag zich nochtans niet beklagen over zijn vertaler (gesteld dat Pascal een vertaling zou kúnnen beoordelen) want die man heeft zijn uiterste best gedaan, en schrijft bv. heel correct “mensen wier programma”. Hilde Crevits hoorde ik recent nog ergens “mensen wiens” zeggen.

Een politicologisch raadsel voor mij was zijn kwalificatie van De Wever zijn Franse toespraak: “…een koninklijke, bijna presidentiele, ja zelfs keizerlijke houding.”

Misschien moet Pascal eens bij een historicus te rade gaan, Viviers bijvoorbeeld, en dan zal hij in het vervolg, als hij goed oplet in de les, met minder absurde crescendo’s voor de dag komen.


(klik om te vergroten)


31 juli 2013

Wetenschap in het land van morgen


Dat de politicologie stilaan een echte wetenschap wordt, werd deze week opnieuw bewezen door zekere Tom Sauer die internationale politiek mag doceren aan de Universiteit van Antwerpen (even opletten: deze man niet verwarren met de echte Tom Sawyer).

Door zijn wetenschappelijke studiën weet Tom Sauer meer dan wij allemaal over landen als bv. Noord-Korea. En gelukkig voor ons: het is niet allemaal harde wetenschap bij hem, want wereldvreemd zal niemand Tom noemen.
Zo “voelt hij dingen aan” en heeft hij ook “verwachtingen”. Zoals iedereen dus, heel herkenbaar. Wetenschappelijk gesproken mogen die termen moeilijk definieerbaar zijn, ’s ochtends bij de bakker leveren ze nooit problemen op.

Een wat mindere noot: Tom zijn Nederlands is nog niet helemaal je dat, maar dan moet je rekenen dat grammatica ook een stuk moeilijker is dan politicologie.
Bijvoorbeeld een zin als: ”En zoals in veel landen is hij in eerste instantie niet belust op oorlog voeren…” zal niemand uit zijn pen krijgen die over enig taalgevoel beschikt. Natuurlijk, de lezer begrijpt wel wat Tom ongeveer bedoelt, maar hijzelf moet overweldigd zijn geweest door een werveling van politicologische gedachten, en heeft die werveling niet goed kunnen uitdrukken.
Tom vertrouwt in zulke gevallen op het verstand van zijn lezers. Een sympathieke trek van hem.

De auteur waagt zich ook buiten zijn eigen vakgebied (thinking out of the box, heet dat, hier), en hij kijkt dan diep in de ziel van zijn onderwerp, in dit geval Kim Jong-un die, zegt hij, zoals iedereen in Tomorrowland zou willen zijn.
De veronderstelling dat iemand in Tomorrowland zou willen zijn, is voor een gewone volwassene misschien bizar maar voor zulke inzichten ben je ook politicoloog. En Tom maakt zijn veronderstelling meteen daarop aannemelijk, met een Japanse analogie (een moeilijk woordje, maar net als Tom zelf vertrouw ik nu op zijn verstand als lezer).

Ja, wetenschap is er om dingen te verklaren! 

De jonge dertiger Kim wordt algemeen als menselijker aangevoeld dan zijn vader Kim Jong-Il. Al bij al doet hij het beter dan verwacht. En zoals in veel landen is hij in eerste instantie niet belust op oorlog voeren, maar op het consolideren van zijn macht met als hoofddoel het overleven van het regime. Geen baarlijke duivel of Oppergod, maar iemand van vlees en bloed, die als hij zou kunnen kiezen misschien vandaag ook liever in Tomorrowland zou zijn dan in eigen land. Tussen haakjes, zijn oudere broer werd ooit gespot in een pretpark in Japan.


28 juni 2013

Over Baldassarre&Ransdorf, bekende cafévechters


Professor doctor Hendrik Vos, politicoloog van zijn vak als ik het goed heb, sprak in zijn onschuld de zwaarste veroordeling uit die je over een vertegenwoordiger des volks kunt uitspreken.
Hij zei in Terzake namelijk, dat als je met alle macht wilde controleren of EU-parlementsleden zich niet aan oplichting schuldig maakten of valse verklaringen aflegden en dergelijke, je dan extra personeelsleden zou moeten aanwerven: “dus ook dat heeft een prijs”.
Een technische kwestie eigenlijk. Wat je hier wint, verlies je elders weer, vestzak-broekzak, het sop is de kool niet waard. En dat allemaal voor een paar “rotte appels in de mand”, was nog een bedenking van hem.



Vos bewijst hier alleszins dat een jeugdige leeftijd geen beletsel hoeft te zijn om complexe zaken in perspectief te zien. Morele aspecten, politiek-filosofische aspecten, tot werkingskosten van een vergadering toe: het past allemaal in één economische eerstegraadsvergelijking, en die is eenvoudig oplosbaar binnen het stelsel van de EU-axioma’s.
Een bij uitstek amoreel standpunt, dat hijzelf wellicht liever als een teken van wasdom en van zijn groeiende realiteitszin zal zien.

Wat professor doctor Vos onvermeld liet, en wat trouwens ook Terzake vergat, was dat de Europese burgers nog andere onkosten te wachten staan.
Er moeten in de EU-tempels immers ook mensen komen die de fysieke integriteit van lastige journalisten kunnen garanderen. De eigen veiligheidsdienst van het “parlement” is hier niet geschikt voor, dat zag iedereen. Iedereen, op Vos en Terzake na dan.

Nee, er moet een openbare aanbesteding komen met een nauwkeurig lastenboek, en de privéfirma die daar als beste uitkomt, zal dan een korps agenten mogen leveren om toe te zien op het lijfsbehoud van journalisten, en hen te beschermen tegen verkozenen die zich op het pad van het strafrecht dreigen te begeven.
We kijken allemaal uit naar dit lastenboek, dat onze parlementaire goudhaantjes helemaal zelf zullen opstellen.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html