Twoalf boulons losvijze, mier es da nie
.
An ‘t Groavekastiel (Gravensteen voor niet-Gentenaars) plakt al jaren een enorm kunstwerk. Een ijzeren stelling die een spinnenweb voorstelt, en die het zicht op het gebouw zelf danig in de weg staat. Jan Hoet heeft dat kunstwerk voor ons laten maken door de wellicht wereldberoemde Duitse artiest Stefan Kern, nog ter gelegenheid van de tentoonstelling “Over the Edges” van het jaar 2000.
An ‘t Groavekastiel (Gravensteen voor niet-Gentenaars) plakt al jaren een enorm kunstwerk. Een ijzeren stelling die een spinnenweb voorstelt, en die het zicht op het gebouw zelf danig in de weg staat. Jan Hoet heeft dat kunstwerk voor ons laten maken door de wellicht wereldberoemde Duitse artiest Stefan Kern, nog ter gelegenheid van de tentoonstelling “Over the Edges” van het jaar 2000.
.
Ja, moderne kunst, laat ons daar eens over spreken.
Iedere deftige mens beseft dat zij wel ergens goed voor zal zijn, maar in zijn binnenste weet diezelfde mens ook dat kunst niet enkel zien is, maar vooral eerst een beetje afzien. En zo hoort het: leven is lijden!
Ja, moderne kunst, laat ons daar eens over spreken.
Iedere deftige mens beseft dat zij wel ergens goed voor zal zijn, maar in zijn binnenste weet diezelfde mens ook dat kunst niet enkel zien is, maar vooral eerst een beetje afzien. En zo hoort het: leven is lijden!
Achteraf babbelen over die kunst, bij een glas en in goed gezelschap, is natuurlijk een stuk plezieriger dan de verplichte plechtige communie met de werken zelf.
Zoals wij weten: de volksmens schuwt elk contact met moderne kunst. Wellicht ontbreekt hem de bereidheid tot voorafgaand lijden.
Voor goede bestuurders ligt hier een taak. Zij moeten die niet halverwege laten liggen: er kúnnen gedichten op de stadsmuren, zelfs knullige spinnenwebben, maar dan moet er wel een permanente receptie komen waar die dingen verteerbaar gemaakt worden.
.
.