Posts tonen met het label Glucksmann | André. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Glucksmann | André. Alle posts tonen

31 juli 2014

Eerst was het Libië, nu Oekraïne


In zijn augustusnummer heeft Le Monde Diplomatique weer een paar interessante artikels. Artikels zijn namelijk interessant als zij bevestigen wat ikzelf al lang wist en schreef, en wat de gemiddelde journalist, bijvoorbeeld in het jaar 2011 wist noch schreef.

Ook hebben ze bij Le Monde Diplomatique altijd mooie koppen, zodat je als lezer niet voor verrassingen staat.
Zo vraagt men op p.8 : Fallait-il tuer Kadhafi?  In het licht van de recente ontwikkelingen in Libië is het antwoord vanzelfsprekend neen, en sommige politici en journalisten zullen dat nu ook inzien, maar in 2011 was hun antwoord nog anders.
Onze Kamerleden vonden het unaniem toen een mooi humanitair idee om Libische burgers een beetje te bombarderen. Ze wilden op die manier voorkomen dat Kadhafi dat zelf zou doen (een ondertitel in het artikel van LMD luidt: Derrière le prétexte humanitaire). Mensen die op een slinkse manier hun zitje krijgen, want ongrondwettelijk wás hun verkiezing, zijn eenmaal doller en gevaarlijker dan regelmatig verkozenen.

In Knack schreef ik in 2011 tegen die barbaarsheid, maar de 150 genieën in de Kamer vonden helaas dat het niet anders kon, en ook onze journalisten waren opgeruimd en blij. Er gebeurde nog eens wat! Sommigen van hen hadden wellicht de ridicule Franse filosoof Bernard-Henri Lévy gehoord of gelezen, en hem zo goed en kwaad als mogelijk vertaald.
Maar kom, dat is alweer jaren geleden, en laten we even kijken wat de titel is op p.9.

«Médias français en campagne ukrainienne», lezen we, en we krijgen een overzicht van wat de Franse pers te bieden had de laatste weken.
Dat is niet zo fraai. Leugens, dwaasheden en vooringenomenheden. Net zoals hier dus. Een zender als France Culture meldde op 6 mei dat: «les paramilitaires séparatistes venaient d’arracher les globes oculaires [de trois officiers ukrainiens] avec un couteau». Hen de ogen uitgestoken dus, zoals men in andere culturen koppen afsnijdt en harten opeet.
Ja, achteraf was dat een vals bericht, maar in momenten van opwinding kunnen analogieën journalisten parten spelen.

De schertsfilosoof BHL komt op p.9 trouwens nog eens ter sprake, met zijn Maidanspeech: «Les vrais Européens, c’est ici, sur Maïdan, qu’ils se trouvent réunis», hurlait-il aux manifestants de Kiev le 9 février. ["Hier op het Maidanplein is het dat de echte Europeanen bij elkaar staan", schreeuwde hij de negende februari de manifestanten in Kiev toe.]

En nog een ander Frans licht komt op p.9 aan bod: André Glucksmann l’imita dans un texte lu devant la foule à Kiev et reproduit sur le Huffington Post français (5 mars) : « Nous sommes unis contre les relents de totalitarisme rouge ou noir. Tenez bon, le sort de l’Ukraine dépend de vous, le monde entier retient son souffle devant votre courage. Vous, les gars  et les filles de Maïdan, vous êtes les étoiles du drapeau de l’Europe. »
À l’instar de nombreux journalistes occidentaux, Glucksmann semblait ignorer que le drapeau horizontal rouge et noir souvent brandi à Maïdan par des militants était celui de l’Armée insurrectionnelle ukrainienne (UPA), la branche militaire de l’Organisation des nationalistes Ukrainiens (OUN), qui collabora avec le IIIe Reich.
[André Glucksmann deed hem dat na met een tekst die hij aflas voor de massa in Kiev, en die te vinden is op de Franse Huffington Post van 5 maart: “Wij zijn eendrachtig in de strijd tegen de walm van het rode of zwarte totalitarisme. Houd vol, het lot van Oekraïne ligt in uw handen, uw moed laat heel de wereld zijn adem inhouden. Jullie, de jongens en meisjes van Maidan, jullie zijn de sterren van de Europese vlag.”
Net zoals meer westerse journalisten scheen ook Glucksmann niet te weten dat de horizontaal zwart-roodgestreepte vlag waar op het Maidanplein vele militanten mee zwaaiden, die was van het Oekraïens Opstandelingenleger, de militaire tak van de Organisatie van Oekraïense Nationalisten, die met het Derde Rijk collaboreerden.]

Dat tussendoor ook Guy Verhofstadt zijn duit in het zakje was komen doen, vermeldt Le Monde Diplomatique helaas niet. Dat was op 21 februari, en moest vooral zijn eigen kiescampagne dienen, zal de auteur geoordeeld hebben. Het moet erg zijn om nog minder ernstig te worden genomen dan een BHL.

Maar de auteur, Mathias Reymond, maître de conférences aan de universiteit van Montpellier, besluit met een optimistische noot:
Au demeurant, les violences impliquant l’extrême droite alliée au nouveau pouvoir issu de l’insurrection, l’organisation du référendum en Crimée, l’éclatement de la guerre civile dans l’est du pays rendaient moins tenable l’unilatéralisme éditorial.
[Overigens, het geweld waar extreemrechts bij betrokken is en dat met de nieuwe machthebbers is gelieerd die na de opstand aan de macht kwamen, en verder het houden van het referendum in de Krim en de uitbarsting van de burgeroorlog in het oosten van het land, maakten voor de hoofdartikelschrijvers hun eenzijdigheid minder houdbaar.]

Bij ons moet dat laatste vooralsnog blijken.

18 augustus 2008

Eens een andere klok.


.
Onderstaand stuk, dat in de Frankfurter Allgemeine van 16 augustus stond, en dat een antwoord is op een brief van de Franse filosofen Glucksmann en Lévy in Libération, laat een andere stem horen dan wat wij in onze eigen afschrijfkranten gewend zijn. Op te merken valt dat deze Lévy niet aan zijn proefstuk was, en dat hij bijvoorbeeld in 1999 de Amerikaanse bombardementen op Europa goedkeurde en er zelfs om smeekte (hierin vanzelfsprekend gevolgd door onze eigen pers). Hij schreef toen een infame brief, gericht aan Régis Debray, die het bestaan had om een genuanceerd standpunt in te nemen ("Adieu, Régis Debray", Le Monde, 14 mei 1999).


Georgië en Rusland
Belangen ? Wij ?
Lorenz Jäger

Het gaat, als je deze intellectuelen mag geloven, om mensenrechten, om democratie, om de toekomst van een vrij Europa. Om niets anders. Niet om die pijplijnen die de olie van de Kaspische Zee helemaal langs Iran voeren, niet om een strategische inkapseling van Rusland door het min of meer openlijk infiltreren van de NAVO in de buurstaten. Ook deze keer ontdekken André Glucksmann en Bernard-Henri Lévy de humanitaire waarden, net op het moment dat er aan Amerikaanse belangen wordt geraakt. Alleen: daar spreken zij niet van.
Is Georgië in Zuid-Ossetië met het geweld begonnen? De vraag alleen al is „obsolète”, achterhaald, menen beide filosofen.
Donderdag publiceerden zij in de krant Libération een manifest onder de titel SOS Georgië? SOS Europa!, gesteld in de alarmistische toonaard die we van hen gewend zijn: tegen elke enigszins doordachte diplomatieke demarche brengen zij het spook van het „vroegere en huidige fascisme“ in stelling. Ja, de diplomaten betitelen zij – daarbij verwijzend naar een grotesk nevenpersonage bij Proust – als „onze Norpois“, wat zoveel wil zeggen als: historische naïevelingen en bakkers van platte broodjes.

Een keerpunt

Op één punt moet men de auteurs bijtreden: er is in de Russische politiek een keerpunt bereikt. Het riskante avontuur van president Saakasjvili, die in Zuid-Ossetië door middel van geweld een voldongen feit wilde creëren, is mislukt. Rusland heeft aangetoond dat het in staat is tot zelfhandhaving in de regio – of dit nu in de smaak valt bij de Europeanen of niet.
De beide filosofen zien dat anders. Als zij het hebben over de „autocratie“ van Poetin, dan proberen ze de oude angsten voor een tsarenbewind aan te wakkeren. Rusland moest maar eens uit de G8 gezet worden, eisen zij, en meteen ook uit de Raad van Europa. En dan gaat het ineens tóch tegen de Duits-Russische gaspijplijn die langs Polen loopt – zo komt de materiële grondslag alsnog ter sprake! .Durf” moeten we in Europa zien los te krijgen, en scherpzinnigheid. „Anders is het dood.“
De stemmen van Glucksmann en Lévy vinden gehoor in Europa, zo hebben zij bijvoorbeeld in Duitsland de portaalsite „Perlentaucher“ aan hun zijde. Rusland daarentegen vindt vandaag nauwelijks pleitbezorgers onder de Europese koppen van niveau, en het „Westen“ laat zich als normatief ideaal gelden. Er zijn wel politieke correspondenten en commentatoren met een meer bezonnen oordeel, maar onder intellectuelen domineert de naakte russofobie. Alexander Solzjenitsyn is dood, en met hem de enige stem die ook bij westerse geesten mogelijk nog gehoor had gevonden – maar hadden zij niet, al lang voor zijn dood, alles wat van deze grote metafysische nationalist afkomstig was, weggeregeld? Op kop Glucksmann, die zich enorm verdienstelijk maakte bij de verspreiding van de „De Goelagarchipel“, maar van de latere Solzjenitsyn zich distantieerde. Misschien was Émile Cioran wel de laatste die, bijna vijftig jaar terug, in zijn essay „Rusland en het Virus der Vrijheid“ om begrip vroeg voor de Oostelijke grootmacht, en dat deed met filosofische argumenten die ook voor een westerse intellectueel toegankelijk waren. Men moet hem opnieuw lezen, om deze dagen niet versuft te raken.

Anti-Russische neigingen

In Europa is er sprake van een anti-Russisch gevoel. Men dient het te onderkennen, maar niet er zich klakkeloos door te laten imponeren. Dit gevoel is juist in geval van conflict altijd mobiliseerbaar, zoals reeds ten tijde van de Krimoorlog in de Britse pers de Orthodoxe religie gedemoniseerd werd als zijnde barbaars en achterlijk. Voor de wereldopinie gold het regime van de tsaar toen al snel als „Vijand van de Mensheid“. En aangezien het een “nest van de reactie” was, zongen ook Marx en Engels een stevig partijtje mee in het anti-Russische koor.
Gelukkig zijn er vandaag ook andere stemmen, ook bij Libération. Bernard Guetta, voormalig Moskou-correspondent voor Le Monde, begint bij de vaststelling dat Saakasjvili in geen geval de enige schuldige is in dit conflict, en dat klinkt al bezadigder. Hij waarschuwt wel tegen een verder doordrijven van de NAVO-perspectieven voor Oekraïne en Georgië – wat Glucksmann en Lévy laatst in de lente nog hadden bepleit in een open brief aan Angela Merkel.
Deze advocaten van de mensenrechten maken op de duur hun eigen zaak belachelijk, als zij de discussie over de belangen uit de weg gaan – die van de Verenigde Staten in de eerste plaats, maar ook, nauwelijks nog een geheim, die van Israël. En het past intellectuelen, die de plicht hebben om een kritische balans op te maken, om de nieuwe ordewoorden uit Parijs aan te horen met de nodige scepsis, die hun waarmerk is. En ja, Glucksmann en Lévy zijn beslist intellectuelen. Maar uit hun martiaal manifest spreekt niet de taal van de rede.

.
___________________

Noot van 23 augustus: Dat Bernard-Henri Lévy niet meer is dan een pathologische fabulator, werd hier eerder al beweerd, maar wat naar aanleiding van het artikel in Le Monde verscheen bij RUE89 slaat werkelijk alles. Merkwaardig dat Le Monde zich nog wil laten vangen aan de praatjes van die schertsfilosoof.
.
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html