Posts tonen met het label politiek correct. Alle posts tonen
Posts tonen met het label politiek correct. Alle posts tonen

20 oktober 2023

Een indrukwekkende verklaring


Mickaëlle Paty legde voor de onderzoekscommissie van de Franse Senaat een indrukwekkende verklaring af. Zij is de zus van de drie jaar geleden door een moslim onthoofde leraar Samuel Paty, en ze droeg haar verklaring op aan Dominique Bernard, de leraar die op 13 oktober werd vermoord, eveneens door een mohammedaan.

'Toen ik deze paar woorden wilde opschrijven,' zei ze, 'verloor ik me eerst in de meanders van de politieke correctheid waarbij men, door te veel nadruk te leggen op de vorm, de grond van de zaak vergeet.'

Mickaëlle Paty denkt niet dat de moord op haar broer ergens toe heeft gediend. Als dat wel zo was geweest, ‘dan zou Dominique Bernard er misschien nog zijn geweest.’




16 november 2019

Het interview met Alain de Benoist


... kunt u hier beluisteren:



de uitgetikte versie vindt u op Doorbraak, zowel in het Nederlands als in het Frans.

23 april 2019

Een gedurfde lofzang op Alain Delon


Voor we luisteren naar de lofzang op Alain Delon, die Sonia Mabrouk op Cnews ten beste gaf, moeten we misschien even de doodzonden van Delon opsommen: ooit verklaarde die dat hij sympathie voelde voor Jean-Marie Le Pen, en zelfs vriendschappelijk met hem omging, en dat “extreemrechts tenslotte toch rechts was”, en dat men rekening moest houden met de stemmen van miljoenen. Stemmen voor hem deed hij niet want er waren nogal wat punten in diens programma die hem niet bevielen. Ook voor Marine stemt hij niet: bij de jongste presidentsverkiezingen nam hij niet de moeite zich naar het kieslokaal te begeven.
Eén doodzonde volstaat voor de eeuwige Verdoemenis, maar hij liet het niet bij één: “Vroeger kon je op straat mannen en vrouwen onderscheiden. Nu weet je niet meer wie wat is. En men laat je verstaan dat leven met iemand van de andere sekse hetzelfde is als leven met iemand van dezelfde sekse. Kijk, ik heb niks tegen het homohuwelijk, het laat me koud, maar kinderen adopteren kan voor mij niet.”
Anderzijds financierde Delon een film van Joseph Losey (Monsieur Klein) die bekend stond om zijn communistische sympathieën en in Hollywood aan de deur was gezet. En hij speelde in films van Visconti, ook communistisch gezind. En bij de burgemeestersverkiezingen in Parijs steunde hij de PS-kandidate Anne Hidalgo, met wie hij bevriend is.
De lof van zo iemand zingen is niet gebruikelijk in de media, want al leveren Visconti, Losey en Hidalgo hem misschien een paar goede punten op, dat eindrapport van Delon blijft natuurlijk slecht.
Nu is de Frans-Tunesische Sonia Mabrouk zelf ook niet overal even graag gezien. Over de terugkeer van IS-figuren naar Frankrijk zei ze bijvoorbeeld, dat je volstrekt nooit kunt weten of ze enigszins betrouwbaar zijn als ze zich berouwvol tonen. En over die IS-kinderen: “Wij weten niet hoe we die kinderen zouden kunnen desindoctrineren (“désendoctriner”). Persoonlijk heb ik nooit geloofd in dat deradicaliseren. Voor mij is dat zand in de ogen strooien.”

Hiermee zal duidelijk zijn dat een lofzang op Delon afsteken tegelijk een gedurfd journalistiek standpunt inhoudt.

Sonia Mabrouk: U bent het symbool van de onrust. Wij hier zitten in een televisiestudio en we weten dat dat soms wat veilig aanvoelt. Soms laten wij ons onderdompelen – niet Pascal – maar soms laten wij ons afglijden op het hellend vlak van het conformisme, van de politieke correctheid. En door uw woorden, door uw uitdrukkingen, uw uitlatingen, haalt u dit wereldje overhoop. Als losse pijlen schiet u uw woorden af, en laat u de politieke correctheid barsten. Sommigen bevalt dit bijgevolg niet. Sommigen durven hun beklag doen terwijl ze… weten die wel wat u allemaal hebt gedaan? En zoals daarnet Pascal Praud zei: al was dat nog maar een derde van …ach kom. Dus, bedankt voor dat alles, want zoveel mensen zijn er niet die deze rust verstoren. Nogmaals bedankt, Alain Delon.
Alain Delon: U bent het die ik dank, voor wat u zei en voor de manier waarop u dat zei. Dat raakt me enorm.
Sonia Mabrouk: Die onrust stelt ook bepaalde vragen, want u bent nu eenmaal een acteur en observator van ons tijdvak. En u bekijkt het ...niet met een nostalgische blik, want sommigen denken dat het om nostalgie gaat, wat vals is. Als u dat goedvindt zou ik zeggen dat u het bekijkt met gezond verstand. En dat behoort tot de waarden die vergeten zijn geraakt, dat gezonde verstand van hier – zelf ben ik niet hier geboren, maar ben wel aan dat Franse gezonde verstand verknocht. Het is een van die waarden die men is gaan minachten, die men als oubollig heeft weggezet. En we vinden die terug in uw commentaren. Dus, mogen wij u in alle nederigheid zeggen, blijf vooral zoals u bent, want we houden van uw gezond verstand.

(35'30")


Sonia Mabrouk : Vous êtes le symbole de l’intranquillité. Nous sommes ici sur un plateau de télévision et on sait ce que c’est parfois d’être tranquille. Nous sommes parfois baignés – pas Pascal – mais parfois on se laisse glisser sur la pente du conformisme, du politiquement correct. Et par vos mots, par vos paroles, par vos propos vous bousculez ce monde-là. Vous envoyez vos mots comme des flèches desserrées et vous venez fendiller le politiquement correct. Alors ça ne plaît pas à certains. Certains osent se plaindre alors qu’ils ne… savent-ils tout ce que vous avez fait ? Et comme l’a dit tout à l’heure Pascal Praud, si on avait fait le, le tiers… allez. Eh bien, merci pour tout cela, parce qu’il n y a pas beaucoup de gens qui bousculent cette intranquillité. Merci encore, Alain Delon.
Alain Delon : Merci à vous, à ce que vous dites et à …la manière dont vous le dites. Ça me touche énormément.
Sonia Mabrouk : Cette intranquillité aussi, elle pose certaines questions, parce que vous êtes forcément un acteur en notre époque, et un observateur. Vous la regardez avec des yeux, non pas nostalgiques, parce que certains pensent que c’est de la nostalgie. C’est faux. Moi je dirais que vous la regardez, si vous êtes d’accord, avec bon sens. Et ce sont ces valeurs-là qu’on a oubliées, ce bon sens bien de chez nous – moi je ne suis pas née ici, mais j’adhère à ce bon sens français. C’est l’une des valeurs qu’on a méprisées, qu’on a ringardisées. Et on la retrouve dans vos propos. Alors, modestement, est-ce qu’on peut vous dire: restez surtout comme vous êtes, parce qu’on aime votre bon sens.

23 november 2018

Het witte des dooiers


Paul Claes heeft tot nu toe honderdveertig boeken geschreven, lezen we. Dat het er veel waren wist ik – hier staan er een paar trouwens – maar honderdveertig, dat wist ik niet.
Wat ik van hem heb zijn klassieke vertalingen, essays enzovoort, maar hij schrijft ook gedichten en romans. Die laatste bezit ik niet, omdat ik van het principe uitga dat een romancier minimaal één eeuw onder de zoden moet liggen voor ik hem lees.
Soms kán een uitzondering wel, maar het principe blijft en – hoe betwistbaar ook – de classicus Claes zal er hopelijk begrip voor opbrengen want hij vindt de moderne roman te flauw om dood te doen, voorspelbaar, zoutloos en moraliserend. Je weet al alles wat erin staat, en dat streelt de smaakpapillen niet. De Vlaamse schrijfbroeders zijn brave katholieke knapen die niet eens beseffen dat ze de brave christelijke mythes braaf volgen. Dat moet een flinke belediging voor hen zijn.

De praat van een oude brombeer, vond men bij Klara. Maar het was Job, een nog veel oudere beer die vroeg: ‘Wordt ook het onsmakelijke gegeten zonder zout? Is er smaak in het witte des dooiers? Mijn ziel weigert uw woorden aan te roeren; die zijn als mijn laffe spijze.’

Claes lacherig wegzetten als brombeer bewijst juist zijn gelijk, al staat daartegenover dat men hem toch aan het woord heeft gelaten met zijn boodschap, en dat was verrassend en verfrissend  genoeg in het, naar ik verneem, duffe literaire wereldje:



Paul Claes: Ja ik ben classicus, ik weet namelijk dat je zelfs door het spel niet kan ontsnappen aan die mythen. Ik bedoel, zoals onze beschaving …is bijvoorbeeld christelijk, en alhoewel alles wordt gedaan om daartegenin te gaan – dus de Kerk betekent niets meer, d’r wordt om gelachen en d’r mag om gelachen worden – en toch, als ik dan bekijk wat eigenlijk onze moraal is, dan vind ik die verschrikkelijk christelijk. Politiek correcte moraal, zoals je die in onze media ziet, dat is eigenlijk een vorm van christendom. Dat is tegen beter weten in eigenlijk toch het moraliseren van álles. Bijvoorbeeld literatuur wordt op dit ogenblik alleen goedgekeurd als daar een mooie moraal inzit. Nu, dat herken ik op een vreselijke manier, namelijk: in mijn jeugd mocht je geen boeken lezen als dit tegen de christelijke moraal was. D’r moest altijd een stichtelijke boodschap aanwezig zijn, anders…
Gudrun De Geyter: Is dat zo, tegenwoordig?
Paul Claes: Ja. Ja, je kan op dit ogenblik niets meer schrijven of het moet politiek correct zijn. Dus ik zoek vergeefs in onze literatuur naar bijvoorbeeld iemand die het Vlaams-nationalisme – ik zeg maar wat – verdedigt in zijn boeken. Die bestaat niet. En waarom bestaat die niet? Omdat dat niet mág. Die wordt niet gepubliceerd, die wordt weggelachen. Die is tegen, laten we zeggen de heersende moraal, wat eigenlijk een stichtelijke moraal is. Wat ik daar vooral tegen heb is dat literatuur op die manier herleid wordt tot een soort van instrument. Dus je leest geen boeken meer omdat dat lekker leest, omdat het spannend is, omdat daar allerlei spelen met taal inzitten, omdat daar vormexperimenten inzitten. Nee, dat mag niet: het gaat in de eerste plaats om de boodschap. En de boodschap kennen wij allemaal. Dat is, noem maar op, antiracisme, feminisme, een progressieve maatschappij en al dat soort ideologische mythemen. Ik vind dat vreselijk omdat ...dan hoef je eigenlijk geen roman meer te lezen want je zult alleen je eigen gelijk bevestigd zien. Dat is nog erger natuurlijk in de Verenigde Staten, waar alles al een tijdje vroeger gebeurt dan hier, ook daar is het op dit ogenblik zo dat zelfs vanuit de uitgevers wordt gezegd: kijk, wij moeten echte politiek correcte boeken schrijven. En dat betekent: ons fonds ziet er veel te wit uit, dat zijn allemaal van die blanke geleerde protestantse schrijvers. Wij moeten ons fonds opengooien. Daar moeten meer vrouwen in komen, daar moeten meer allochtonen in komen, daar moeten meer islamieten in komen, en wat weet ik al. Dan is er iets mis hè? Dan ga je kijken naar wie het schrijft, en niet naar wat ie schrijft en wat ie te zeggen heeft. En, hè, wij bevinden ons echt op een hellend vlak wat dat betreft.

11 maart 2018

Bert Bultinck zegt iets in Knack.


Op Twitter las ik dat Bert Bultinck, de hoofdredacteur van Knack, een sterk stuk had geschreven. Ik wilde dat graag geloven en las het ook, maar helaas ging het mijn petje te boven. We lezen Bert zijn slotzinnen.

Extreemrechts heeft hier lang het klimaat bepaald [toch niet in de kranten en tijdschriften of op radio en tv zou ik denken? als overigens een of andere gedachtestroming de overhand heeft in de samenleving, hoe komt dat dan? zou ze misschien bij de bevolking leven, ‘extreemrechts’ of niet?] maar ook links heeft in Vlaanderen veel window-dressing verkocht over de ‘étranger’ die onze ‘ami’ zou zijn – behalve als het erop aankomt. [iemand die vreemde woorden opdist, en ze soms tussen aanhalingstekens zet, kan beter ook verklaren waar zijn citaten vandaan komen, want niet elke lezer is even slim als de schrijver zelf – zelf zou ik dat enkel doen als ik niet zeker was van wat ik wilde vertellen, of zelfs vaag besefte dat de onsamenhangendheid van mijn boodschap maar beter goed ingepakt kon worden] We zijn in Vlaanderen te lang het echte gesprek over diversiteit en discriminatie uit de weg gegaan. [gebruik van een woord als ‘echt’ behoort algemeen gesproken tot de barslechte stijl; wat overigens dat échte gesprek dan zou zijn, vernemen we niet van onze commentateraar] Het is hoog tijd om dat gesprek wél te voeren. [dit inzicht lag al besloten in de vorige zin; maar stijl is niet de sterke kant van Bultinck, zoals al bleek uit mijn vorige commentaar] De verhalen van minderheden blijven negeren komt neer op identitair nihilisme, van het zelfdestructieve soort. [er zullen dus meerdere soorten ‘identitair nihilisme’ bestaan, maar wat onze opstelschrijver onder die term verstaat... daar hebben we het raden naar] Vooraanstaande politici gooien in Vlaanderen het woord soumission al eens op tafel. [het was mooi geweest als Bert zich hier wat concreter had uitgedrukt] Maar de enige vorm van onderwerping die in Vlaanderen echt aanslaat, is die aan het eigen grote gelijk. [deze zin ontsnapt aan elke analyse, en zelfs aan elke spot: een ‘aanslaande onderwerping’ die neerkomt op het ‘eigen grote gelijk’… wie (op Bert na) kan gelijkhebberigheid, groot of klein met onderwerping rijmen? En we mogen er toch van uitgaan dat Bert hier iéts wilde zeggen? Wat echter?]

Mijn indruk in dezen is dat hemzelf alleen niet álle schuld kan treffen: zou zijn meester in het vijfde studiejaar ooit de moeite hebben genomen hebben om Bert zijn opstellen met de nodige aandacht te verbeteren?

2 maart 2018

Een korte geschiedenis van de XXste eeuw


Europeana. Strucné dejiny dvacáteho veku is de titel van een boekje dat Patrik Ouředník, een Tsjech die in Frankrijk woont, in 2001 schreef. Het is niet onopgemerkt gebleven, integendeel: het werd direct in alle mogelijke talen vertaald.
Mij was het helaas wel voorbijgegaan, maar gelukkig kreeg ik het werkje nu ten geschenke van een vriendin: Europeana. Une brève histoire du XXe siècle, 2004, 2017, Éditions Allia, 152 pagina’s.
Een schitterende vertaling van Marianne Canavaggio, waarbij je direct voelt dat de vertaalster de letter en de geest van de schrijver weergeeft.
Ik vond ze zelfs zo grappig dat ik ook wilde weten hoe men dat in het Nederlands had aangepakt, want Uitgeverij Fagel in Amsterdam had in 2004 een vertaling van de hand van Edgar de Bruin.
Hij vertaalde de ondertitel als: 'Een zeer korte geschiedenis van de twintigste eeuw'. De vertaler verbetert zijn auteur, en versmaadt zo een verbod van Karel van het Reve.
Hieronder kunt u zelf oordelen, lezer, maar ik vond de Franse vertaling superieur, nergens houterig, veel grappiger en op aanwijsbare punten ook gewoon juister dan de Bruin. Bijvoorbeeld al 'hommes-mensen', wat natuurlijk 'mannen' moest zijn: je hoeft geen woord Tsjechisch te kennen om te weten welke vertaling je verkiest.


À la fin du siècle les hommes voulaient rester jeunes et dynamiques mais être en même temps politiquement et sexuellement corrects et ne plus séduire les femmes à la va-vite ni leur adresser des sourires lubriques etc. ni raconter des blagues sur les Juifs et les Allemands et les homosexuels. Et certaines femmes déposaient plainte contre leurs supérieurs parce qu’ils avaient eu devant elles des paroles à connotation érotique ou leur avaient proposé de les raccompagner chez elles avec un air salace et en 1997 un avocat américain dut payer quatre millions de dollars américains de dommages et intérêts à sa secrétaire pour lui avoir jeté des bonbons à la menthe dans le décolleté. Et en 1998 certains Américains voulaient destituer leur président pour avoir entretenu des relations incorrectes avec une stagiaire et lui avoir touché les seins et enfoncé un cigare cubain dans le vagin et lui avoir fait pratiquer des fellations pendant qu’il téléphonait avec le secrétaire à la défense et entre-temps les Américains bombardaient l’Irak* et les Irakiens disaient que c’était pour détourner l’attention du comportement sexuellement incorrect de leur président. Les Européens aussi voulaient être politiquement corrects mais un peu moins sexuellement parce que surtout dans les pays latins la séduction était une tradition culturelle alors que l’Amérique était plutôt puritaine.
De mensen aan het eind van de eeuw wilden jong en dynamisch blijven, maar tegelijkertijd ook politiek en seksueel correct, en dat hield in dat ze de vrouwen niet verleidden en wellustig naar hen glimlachten en dergelijke en geen moppen over joden vertelden en over Duitsers en over homoseksuelen. En sommige vrouwen dienden een aanklacht in tegen hun bazen, omdat ze met erotische connotatie tegen hen praatten of aanboden hen thuis te brengen en daar onzedelijk bij keken, en een Amerikaanse advocaat moest in 1997 vier miljoen Amerikaanse dollar smartengeld aan zijn secretaresse betalen, omdat hij M&M’s in haar décolleté had gegooid. En in 1998 wilden sommige Amerikanen hun president afzetten omdat hij een incorrecte verhouding had met een stagiaire en haar borsten had betast en een Cubaanse sigaar in haar vagina had gestoken, en zij fellatio bij hem had gedaan toen hij bijvoorbeeld met een regeringsverantwoordelijke belde en dergelijke, en de Amerikanen bombardeerden ondertussen Irak* en de Irakezen zeiden dat men daarmee de aandacht van het incorrecte seksuele gedrag van de president wilde afleiden. De Europeanen wilden ook politiek correct zijn maar iets minder op seksueel gebied, want het verleiden van vrouwen had met name in de Latijnse landen een grote culturele traditie, terwijl Amerika eerder puriteins was.

__________
* Dat was Operation Desert Fox, een massaal bombardement van 16 tot 19 december 1998, dat Clinton politiek goed uitkwam. Bush I en II, en het schoothondje Bliar waren inderdaad niet de eersten die zich in de criminaliteit begaven. Eerder had hij al een Operation Desert Thunder op het nippertje afgeblazen, omdat Saddam Hoessein inspecteurs alle vrijheid liet om naar de Weapons of Mass Destruction te zoeken. Dat was toen pech voor Bill.

11 augustus 2017

Duits leent zich goed voor preciseringen


In een panelgesprek van de Zwitserse televisie kreeg de filosoof Norbert Bolz, professor aan de Technische Universität in Berlijn, van een tafelgenote te horen dat je toch niet kon volhouden dat de politieke correctheid te ver was doorgeschoten, aangezien je zoveel incorrecte en luide stemmen hoorde overal: een retorisch fiorituurtje dat je ook bij ons vaak hoort en leest.

Norbert Bolz: Aber der entscheidende Punkt ist doch folgender: wenn Sie darauf hinweisen daß es Leute gibt die politisch sehr Unkorrektes äußern, und damit auch ein Publikumserfolg haben, kann man das an einem Beispiel sehr gut festmachen, nämlich Sarrazin. Das war im Grunde, vor der Silvesternacht schon der erste große Knackpunkt.
Barbara Bleisch (SRF): Darf ich nur ganz kurz einbringen: Thilo Sarrazin der das Buch geschrieben hat Deutschland schafft sich ab, und danach Der [neue] Tugendterror, und gesagt hat er wurde niedergemacht, mundtot gemacht…
Norbert Bolz: Exakt, äh, mundtot gemacht, das zu behaupten wäre unsinnig, denn er hat ja einen Massenerfolg mit seinen Büchern bis zum heutigen Tag, die Leute rennen in die Bude ein wenn er irgendwo eine Vorlesung macht oder so was. Der entscheidende Punkt ist nur der: das ist kein Zeichen für Meinungsfreiheit, einfach deshalb weil Sarrazin ein Paria ist. Er ist eine nicht-Existenz, er ist jemand der in der Öffentlichkeit sogar mit Polizeischutz auftreten muss, und das scheint mir nicht der Ausdruck einer liberalen Kultur zu sein.



Norbert Bolz: Maar het beslissende punt is toch dit: als u erop wijst dat er mensen zijn die politiek zeer incorrecte dingen zeggen, en daar ook succes mee hebben bij het publiek, dan laat zich dat zeer goed aantonen met een voorbeeld, namelijk Sarrazin. Dat was, nog voor de Sylvesternacht [Keulen] eigenlijk het eerste grote breekpunt.
Barbara Bleisch (SRF): Mag ik even heel kort iets tussenwerpen: Thilo Sarrazin die het boek Deutschland schafft sich ab geschreven heeft en daarna Der [neue] Tugendterror, en die gezegd heeft dat hij afgemaakt werd, monddood gemaakt…
Norbert Bolz: Exact, heu, monddood gemaakt, dat beweren zou onzinnig zijn want met zijn boeken heeft hij tot de dag van vandaag nog massaal succes, en de mensen lopen de zaal plat als hij ergens een voordracht geeft of iets dergelijks. Alleen, het beslissende punt is dit: dat is geen teken van vrije meningsuiting, eenvoudig daarom al dat Sarrazin een paria is. Hij is een onbestaand wezen, hij is iemand die zelfs politiebescherming nodig heeft als hij in het openbaar optreedt, en dat lijkt mij geen kenmerk te zijn van een liberale cultuur.

Alles vertalen is me teveel gevraagd, maar in het gesprek kwam nog heel wat meer aan bod: spraakhygiëne en verboden woorden, microagressie, grote gevoeligheid bij veel mensen (snow flakes is de term nu), jacobinisme, tot en met Karl Kraus en de journalist die zich als præceptor Germaniæ ziet.
Met die eervolle naam (leraar van Duitsland) werden oorspronkelijk de abt Hrabanus Maurus Magnentius en later Philipp Melanchthon aangeduid, en weer later kregen anderen hem ook, zo bijvoorbeeld Dr. Siegbert Tarrasch. Terecht ook in zijn geval want hij schreef Das Schachspiel. Systematisches Lehrbuch für Anfänger und Geübte, maar het spreekt dat niet iedereen zich præceptor moet wanen.

20 november 2016

Yann Moix, grof en intellectueel ridicuul


Voor wie mocht denken dat "le politiquement correct a changé de camp", een mening die je ook hier vaak leest en hoort,* is het misschien interessant het kruisverhoor te beluisteren dat Françoise Hardy onderging in de uitzending "On n'est pas couché" op France 2.
Scherprechter van dienst was hier Yann Moix, een onbeduidend auteurtje, een eeuwige belofte eigenlijk die zich een plekje op de televisie heeft weten te veroveren.



(Vertaling onderaan)

Yann Moix : Il y a une phrase, page 42, qui m’a interrogé. Vous dites : Dieu merci – c’est le cas de le dire** – il n’y a plus beaucoup de fanatiques dans les sociétés occidentales. Tout juste quelques catholiques intégristes, prêts à manifester contre le mariage homosexuel, mais pas à trucider ceux qui pensent autrement qu’eux.
Françoise Hardy : Oui.
Yann Moix : Bien, en ce moment vous pensez qu’il n’y a pas beaucoup de fanatiques dans les sociétés occidentales? Mais après, ...non mais je vous pose cette question…
Françoise Hardy : Il y en a moins que…
Yann Moix : …après le huit janvier, après le treize novembre, après le quatorze juillet. Je me demandais si cette phrase tombait à pic, en fait. Ou si vous étiez dans le coma à l’époque de ces trois attentats? [rires] Non, mais la question n’est pas méchante, c’est que cette phrase m’a fait sursauter…***
Françoise Hardy : euh-euh…
Yann Moix : …parce que le livre est bien, moi j’ai beaucoup aimé ce livre.
Françoise Hardy : Non, mais je, je voulais dire, bon, dans les pays occidentaux quand même la culture est judéo-chrétienne, elle n’est pas musulmane!
Yann Moix : Non mais je veux dire que c’est…
Françoise Hardy : Donc elle ne secrète plus… il y a eu beaucoup de terrorisme, de violences faits au nom de…
Yann Moix : Le vrai débat en somme c’est que peut-être la société occidentale qui a secrété ce terrorisme… religieux.***°
Françoise Hardy : Et bien non, …
Yann Moix : C’est peut-être une maladie des sociétés occidentales.
Françoise Hardy : Mais non, il sévit par tout le Moyen-Orient. Que je sache plus qu'ailleurs d’ ailleurs.
Yann Moix : Vous dites : il n’y a plus dans les sociétés occidentales – la France est une société occidentale, vous êtes d’accord?***°°
Françoise Hardy : Non mais…
Yann Moix : Mais s’il y a bien en ce moment un pays où il y a du fanatisme religieux, on va dire ça, vite fait, religieux parce que le débat est long.***°°°
Françoise Hardy : Mais moi je ne mets pas sur le même plan l’attitude des gens qui ont une culture judéo-chrétienne, et celle de certains musulmans! Pas tous, pas tous!
Yann Moix : La phrase est ambiguë.
Françoise Hardy : Mais non…
Yann Moix : Bon, la phrase est ambiguë.
Françoise Hardy : Mais non !
Yann Moix : Je trouve que la phrase est …
Françoise Hardy : Non !
Yann Moix : …est mal tournée parce que vous dites que… bon, bref, c'est rien. Je m'arrête.***°°°*
Françoise Hardy : Oui mais je pense aux pays européens, je pense…
Yann Moix : Alors ?
Françoise Hardy : Mais non, mais il y a du terrorisme mais qui vient d’ailleurs.
Yann Moix : Et bien, il vient de chez nous, oui? Des sociétés occidentales.***°°°**
Françoise Hardy : Oui, ça c’est vous qui le dites, je pense que…
Yann Moix : Et bien oui, en tant que Français, je m’étais…
Françoise Hardy : …ça ne vient pas tout à fait de chez nous.
Yann Moix : …aperçu qu’en France, sur le territoire français, par des Français, il y avait effectivement un fanatisme religieux. Et donc il n’avait pas tout à fait disparu puisqu’il fait, il a fait presque trois cents morts cette année en France, non ? Alors il y a des passages sur la…
Françoise Hardy : Oui, alors j’ai pas tout à fait la même vision que vous, mais c’est trop…
Yann Moix : C’est pas une vision, vous savez.***°°°***
Françoise Hardy : …chose délicate de parler de choses aussi graves de cette façon, hein !
Yann Moix : J’ai vécu les attentats comme tous les Français. Et je pense pas que le terrorisme, le fanatisme religieux ait disparu des sociétés occidentales, puisque c’est même là qu’il est apparu d’une certaine manière.
__________

* Ik denk hier bijvoorbeeld aan een zinnetje van Bart Eeckhout laatst: "Wie nu nog beweert dat het niet politiek correct is om de problemen met migratie en religieus fundamentalisme te benoemen, jaagt op spoken."
**  Françoise Hardy bracht net een boek uit waarin ze haar ziekte en relatieve genezing beschrijft: Un cadeau du ciel (Éditions des Équateurs).
*** Heel grappig en fijnzinnig, want Hardy werd inderdaad zeer lang in coma gebracht.
***° Voor zo'n Moix mag in geen geval het woord "muzelman" vallen als het over terrorisme gaat, vandaar die adempauze vóór "religieux", dat hij met tegenzin uitspreekt. Het is namelijk allemaal gewoon onze eigen schuld. En daarbij, Françoise Hardy "est plutôt de droite", en zo iemand moet je gedurig onderbreken en het spreken beletten.
***°° Hij voelt zich lekker, want het is ontegensprekelijk zo dat Frankrijk een Westers land is. Moix heeft trouwens ook wat filosofie gestudeerd, en dat komt hem hier van pas.
***°°° Geen tijd verliezen, religie heeft er niets mee te maken, maar leg dat eens uit aan zo'n wicht.
***°°°* Hij geeft het op, laat maar zitten: zoveel onbegrip, zelfs wanbegrip, daar kan ook een Moix niet tegenop.
***°°°** Natuurlijk, want die terroristen hadden meestal (ook) de Franse nationaliteit! Een weetje dat hij ons meegeeft.
***°°°*** Ook hier weer die filosofische vorming van hem. Een zinloze onderbreking weliswaar, maar hij zal ze in zijn grenzeloze superioriteit retorisch nuttig gevonden hebben.
____________

Op te merken valt nog dat dit gesprek 573 woorden telt, 
waarvan 376 van de narcist Moix afkomstig, 
zijnde bijna twee op de drie (65,5%).
____________

Yann Moix : Op pagina 42 staat er een zin waar ik me vragen bij stel. U zegt: In de Westerse maatschappijen zijn er godzijdank – dat woord is hier op zijn plaats – niet veel religieuze fanatici meer. Enkel nog een paar katholieke integristen die wel bereid zijn om te manifesteren tegen het homohuwelijk, maar niet om diegenen af te maken die er anders over denken dan zijzelf.
Françoise Hardy : Ja.
Yann Moix : Dus u denkt dat er niet veel fanatici zijn in de westerse maatschappijen? En dat na… kijk eens, ik stel u die vraag…
Françoise Hardy : Er zijn er minder dan…
Yann Moix : …na de achtste januari, na de dertiende. november, na de quatorze juillet. Ik vroeg me echt af of die zin wel te pas kwam. Of u was misschien in coma op het moment van die drie aanslagen? [gelach] Nee, die vraag is niet gemeen, het is dat die zin me deed opschrikken…
Françoise Hardy : Euh-euh…
Yann Moix : …want het boek is goed, ik hield er echt van.
Françoise Hardy : Nee, wat ik wilde zeggen, kijk in de westerse landen is de cultuur toch joods-christelijk, ze is niet mohammedaans!
Yann Moix : Inderdaad, maar wat ik wil zeggen is…
Françoise Hardy : Dus zij levert niet langer… er is veel terrorisme geweest, gewelddaden gepleegd in naam van…
Yann Moix : Het echte vraag is tenslotte of misschien niet de westerse maatschappij dat religieuze terrorisme heeft opgeleverd.
Françoise Hardy : Neen, zo is het niet…
Yann Moix : Het is misschien een ziekte van de westerse samenlevingen.
Françoise Hardy : Maar neen, het tiert in het hele Midden-Oosten. Ik meen overigens te weten meer daar dan elders.
Yann Moix : U zegt : er is in de westerse samenlevingen… Frankrijk is een westerse samenleving, daar bent u het toch mee eens?
Françoise Hardy : Ja maar…
Yann Moix : Maar als er nu op dit moment één land is met religieus fanatisme – laten we het om kort te gaan zo benoemen, want daar kun je lang over discussiëren.
Françoise Hardy : Maar ik plaats de opvattingen van mensen met een joods-christelijke cultuur niet op hetzelfde plan als die van bepaalde moslims! Niet allemaal, niet allemaal!
Yann Moix : De zin is ambigu.
Françoise Hardy : Maar neen…
Yann Moix : Bon, de zin is ambigu.
Françoise Hardy : Maar neen!
Yann Moix : Ik vind die zin…
Françoise Hardy : Neen!
Yann Moix : …slecht gevormd want u zegt… bon, bref, laat maar, ik stop ermee.
Françoise Hardy : Ja maar ik denk aan de Europese landen, ik denk…
Yann Moix : En wat dan?
Françoise Hardy : Maar er is toch terrorisme dat elders vandaan komt?
Yann Moix : Wel het komt van bij ons, niet? Uit de westerse samenlevingen.
Françoise Hardy : Ja, dat zegt u dan, maar ik denk…
Yann Moix : Wel inderdaad, als Fransman had ik gemerkt…
Françoise Hardy : …dat komt niet echt van bij ons.
Yann Moix : …gemerkt dat in Frankrijk, op Frans grondgebied, bij Fransen er daadwerkelijk een religieus fanatisme voorkomt. En dus was het niet compleet verdwenen want het heeft dit jaar in Frankrijk bijna driehonderd doden gemaakt, of niet? En dan zijn er passages over het…
Françoise Hardy : Ja, ik zal dan niet helemaal dezelfde visie hebben als u, maar het is …
Yann Moix : Een visie is dat niet, weet u.
Françoise Hardy : …onkies om over zulke zware zaken op zo’n manier te spreken, hè!
Yann Moix : Ik heb de aanslagen beleefd zoals elke Fransman. En ik denk niet dat het terrorisme, het religieuze fanatisme verdwenen is uit de westerse samenlevingen, want op een bepaalde manier is het precies daar dat het is opgedoken.


Moix: ou l'X surnuméraire du narcissisme sans emploi.
(Pierre-Emmanuel Prouvost d'Agostino)

23 juni 2016

Vandaag op Boulevard Voltaire


Ik vertaal een klein stukje uit een gesprek dat de journalist Nicolas Gauthier voor Boulevard Voltaire had met Alain de Benoist. Gelukkig voor ons heeft de Benoist het over toestanden die enkel in Frankrijk voorkomen. 

Het publiek wordt zich meer en meer bewust van de desinformatie. Maar het interpreteert die slecht. Op een paar professionele desinformanten na, die meestal tegen betaling nieuws verspreiden waarvan ze weten dat het vals is, is de grote meerderheid van de journalisten volkomen eerlijk. Die meerderheid meent wat ze zegt, want ze zit gevangen in wat ze zelf verspreidt. Journalisten zijn ervan overtuigd dat ze aan de kant van de waarheid staan, want zijzelf zijn slachtoffers van de overredingsstrategie die ze overnemen.
Enkel de meest oubollige rechterzijde gelooft nog dat journalisten gauchisten, communisten of vreselijke trotskisten zijn. De overgrote meerderheid van hen hangen de liberaal-libertaire Vulgaat aan, en dat is een mengsel van mensenrechtenideologie, op maat gemaakt antiracisme, simplistische progressiviteit, eerbied voor de markt en politieke correctheid. Alle mantra’s ervan nemen zij over, en unaniem veroordelen zij populisme, protectionisme, identiteit, soevereiniteit, overtuigd als ze allemaal zijn dat mensen overal gelijk zijn en dat hun toekomst erin bestaat zich te bekeren tot de grote wereldmarkt. Resultaat: terwijl in de meeste landen journalisten de eerste slachtoffers van de censuur zijn, zijn zij in Frankrijk de werktuigen ervan.

10 maart 2016

Een pleintje ter ere van Journalisten


Na de slag bij Waterloo zou Napoleon gezegd hebben dat de geschiedenis bestaat uit een reeks leugens waar we het eens over zijn. De Bulgaarse politicus Todor Tanev moet als jongeman goed hebben opgelet in de les geschiedenis en was het met Napoleon blijkbaar eens.

Todor Tanev werd later minister van Onderwijs en Wetenschappen, en zoals alle ministers van onderwijs en wetenschappen in alle landen vond ook hij dat het onderwijs aan hervorming toe was. De kwaliteit moest omhoog, schooluitval en watervallen dienden bestreden te worden. Vooral de lessen taal, literatuur en geschiedenis waren een bestendige zorg voor hem. Nu kregen leerlingen vaak dingen te lezen die niet geschikt voor hen waren, die zij nog niet konden plaatsen. Onvermijdelijk trokken ze dan verkeerde conclusies, en zoals het een professor in de sociologie past, wilde Tanev hier iets aan doen.
Die literatuurlijst deugde niet, en ook de geschiedenislessen moesten op een andere leest geschoeid worden. Boeken die te expliciet het nationale bewustzijn aanwakkerden, en bijvoorbeeld handelden over het Ottomaanse bewind (1396-1878), konden beter verdwijnen uit de lijst. Onder meer de klassieke roman “Onder het Juk” (1893) van Ivan Vasov, die de mislukte opstand van 1876 tegen de Ottomanen beschrijft, waarbij toen duizenden Bulgaren werden afgeslacht op de meest wreedaardige manieren, zou niet langer op school worden gelezen.
Maar ook de gangbare woordenschat was niet goed. Vele begrippen wilde Tanev meteen geschrapt zien. Termen als “het Ottomaanse Juk”, die bij de Bulgaren algemeen zijn – men zegt dat nooit anders – mochten in de klas niet meer vallen, en zo zou het onderwijs ervoor zorgen dat ze geleidelijk uit de Bulgaarse hoofden verdwenen. In de plaats van dat juk stelde Tadev voor om de goede en neutrale term “co-existentie” te gebruiken.
Je bent tenslotte ergens minister voor en alle bestuurders in alle landen willen het vocabularium van het volk graag onder controle houden. Ik zou hier Orwell kunnen citeren, maar dat doe ik niet want ik vind hem een weliswaar deugdzame, maar soms wat vervelende schrijver.

Maar dan bleef nog het probleem van de Nationale Feestdag op drie maart, met daaropvolgend nog eens drie dagen vrij voor alle Bulgaren. Scholen dicht, bedrijven dicht, alles dicht, fanfares, optochten, militaire parades, en de hele bevolking met bloemen en wimpels de straat op, kinderen en grijsaards. Ден на освобождението на българия от османско робство! is de officiële benaming van die derde maart: “Dag van de bevrijding van Bulgarije van de Ottomaanse overheersing!”

Minister-socioloog Tanev vond dat die naam niet langer kon. Dat mocht wat neutraler, en de wet moest veranderd worden. Maar net als met zijn onderwijshervormingen had hij hier te zeer op eigen houtje gehandeld, en de bevolking nam zijn goedbedoelde praatjes niet langer. Het volkse protest was zo massaal en zo vasthoudend dat de eerste minister eind februari zijn ontslag vroeg, en een paar dagen later werd hij inderdaad vervangen. Zijn sociologische fantasietjes waren geschiedenis en de feestdag ging door onder de oude naam.
De officiële reden voor Tanev zijn ontslag was “aanhoudende moeilijkheden in zijn ministerie en in de sector.”

Misschien kun je deze gang van zaken wel democratisch noemen want de minister had geen draagvlak, zoals journalisten graag zeggen. Tanev had geen rekening gehouden met de grondstroom.
Maar het bijzondere, en voor ons misschien verrassende was dat de Bulgaarse journalisten, van alle kranten en media, dat protest van de bevolking gewoon weergaven. Ze moffelden het niet weg en gaven er ook geen correcte duiding aan.
Blijkbaar vinden zij hun geloofwaardigheid belangrijk, en nu begrijp ik waarom er in een mooie wijk van Sofia een met bomen omzoomd pleintje ligt dat Площад Журналист heet: Journalistenplein.

24 oktober 2015

Om Léa Salamé tegen te spreken


«David Pujadas,* servile journaliste et militant anti-Front national (il s’est infiltré au Front national de la jeunesse sous une fausse identité en 1989, prouvant son manque de déontologie)», lees ik op de site van Boulevard Voltaire, en dat wist ik niet van hem.
[David Pujadas, de slaafse journalist en anti-Front National-militant (in 1989 infiltreerde hij onder een valse naam in het Front national de la jeunesse, waarmee hij zijn gebrek aan deontologie bewees).]
De auteur van het artikel is de jurist Gabriel Robin. 
Robin vertelt in zijn artikel nog enkele, ook voor Vlamingen herkenbare zaken. Hij geeft namelijk een paar cijfers:
«En parlant de non-respect des règles du CSA, rappelons que le Front national n’a eu que 5,6 % du temps d’antenne politique en 2014-2015, contre 27,4 % pour le Parti socialiste, 12,7 % pour le gouvernement, 34,1 % pour « Les Républicains et, tenez-vous bien, 6,7 % pour Europe Écologie Les Verts ! Le fait que le Front national soit surreprésenté dans les médias tient du fantasme ou de la farce. Au–delà du temps d’antenne politique, on ne compte plus les émissions où des artistes expriment leur haine de ce parti.»
[Nu we het over het veronachtzamen van de regels van de Conseil Supérieur de l’Audiovisuel hebben [Hoge Raad voor Radio en Televisie, een staatsinstelling], herinneren we eraan dat in 2014-2015 het Front National amper 5,6 procent van de zendtijd in politieke programma’s kreeg, tegenover 27,4 procent voor de Socialistische Partij, 12,7 procent voor de regering, 34,1 procent voor de Republicains [Sarkozy] en, schrik niet, 6,7 procent voor de Europa-Ecologie-Groenen! Beweren dat het Front National overgerepresenteerd wordt in de media, grenst aan de waan of de klucht. Naast die politieke uitzendingen, is het aantal programma’s niet te tellen waarin artiesten lucht geven aan hun haat voor die partij.]

Dit mag een antwoord zijn aan diegenen die, zoals onlangs nog Léa Salamé, graag willen volhouden dat de politieke correctheid “a changé de camp”, en dat we ons nu aan de achterkant van de spiegel bevinden.


_________

* presenteert al vijftien jaar het journaal op France2.

18 oktober 2015

Gesprek met Alain de Benoist


Wat volgt is een vertaling van een interview dat op Boulevard Voltaire verscheen: ik hoop dat ze me dat niet kwalijk nemen daar.

Nicolas Gauthier: Zemmour, Onfray, Finkielkraut, Debray en de rest… Links kan maar niet genoeg de terugkeer van de «neoreactionairen» aan de kaak stellen. Laurent Joffrin* gaat zover te zeggen dat zij de ware «pensée unique» vormen! Wat gaat er toch om in het intellectuele landschap?
Alain de Benoist: Er zijn twee dingen aan de hand. Ten eerste heeft de heersende ideologie nagelaten zich te vernieuwen. In het bijzonder op de plaat van Links zijn er krassen gekomen, terwijl zij in het verleden veel meer dan Rechts bewijzen hebben geleverd van hun intellectuele en theoretische capaciteiten. Ze hebben niets meer te vertellen. De PS had gedacht het socialisme te kunnen vervangen door het Europese project. De Europese Unie zijnde wat zij is, heeft dit er alleen voor gezorgd dat zij zich in versneld tempo achter de markteconomie hebben geschaard. In zijn jongste boek [À demain Gramsci, Cerf, oktober 2015] stelt Gaël Brustier dit vast: «Ofwel onderwerping aan de ideologie van de crisis, ofwel een terugval op de ideologie van gisteren: Links weet niets meer te bedenken.»
Ten tweede komt om verschillende redenen een groeiend aantal auteurs, universitairen, schrijvers in opstand tegen de verstarde dictaten van de «politieke correctheid». Maar spreken van een «nouvelle pensée unique» is ronduit ridicuul. Het mag dan waar zijn dat we vandaag opmerkelijke ontwikkelingen zien en nieuwe breuklijnen, en dat het pakijs zichtbare scheuren begint te vertonen, toch zou het naïef zijn te geloven dat we in het spiegelbeeld zijn beland. Enkele zwaluwen maken de lente niet, en de heersende ideologie blijft bij de opiniemakers meer dan ooit gelden. Voor zover mij bekend is er nog geen universiteitsprofessor door zijn studenten uitgejouwd omdat hij zich beriep op de vooruitgangsideologie of die van de mensenrechten!
De hegemonie van gisteren is er dus nog altijd. Wat verschilt is dat die hegemonie minder en minder draaglijk lijkt te worden, want de kloof tussen het officiële discours en de realiteit is nog nooit zo breed geweest.

NG: Voor die aanhangers van de «politieke correctheid» zou er dus niets beters opzitten dan het organiseren van een heksenjacht?
AdB: De «politieke correctheid» is de rechtstreekse erfgenaam van de Inquisitie, die zich voornam de ketterij te bekampen door valse gedachtenstelsels op te sporen. De heersende ideologie is evengoed een orthodoxie die alle afwijkende opvattingen als ketters beschouwt. Omdat zij met geen mogelijkheid alle opvattingen nog kan weerleggen die haar in verlegenheid brengen, probeert ze die te delegitimeren – niet al zijnde vals, maar als slecht. Daardoor komt het dat, zoals Philippe Muray zei: «het veld voortdurend groter wordt, van onderwerpen waarover geen debat meer bestaat.» Geesteloze praatjes over «de waarden» («republikeinse waarden» tegen «traditionele waarden») hebben de plaats ingenomen van het debat over echte overtuigingen.
De meest gebruikelijk methode bestaat erin elke mening die afwijkt van de in de media geaccepteerde leer, terug te brengen tot déjà vu’s en dingen die eerder al verworpen werden (kolonialisme en racisme, de «jaren dertig», de «meest donkere periode» enzovoort). Met de «reductie tot het ergste» [Pierre-André Taguieff] laat zich vervolgens de uitsluiting rechtvaardigen. Dat is expliciet het programma van twee kleine inquisiteurs, al zijn er meer, Geoffroy de Lagasnerie en Edouard Louis: «Bepaalde ideologen weigeren als gesprekspartners te nemen, bepaalde thema’s als vatbaar voor discussie, bepaalde thema’s als relevant.» Dialogeren met de «vijand» zou er inderdaad op neerkomen dat men zijn bestaan erkent. Daarmee zou men zichzelf blootstellen aan bezoedeling, aan besmetting. Met de Duivel ga je niet in dialoog. Diaboliseren is dus geboden.
Een andere methode, van een verbluffende eenvoud, is verklaren dat de dissidente meningen «het Front National in de kaart spelen». Ook hier maakt het volstrekt niet uit of die uitlatingen juist zijn of niet. Wat telt, is de manier waarop ze vermoedelijk zouden kunnen gebruikt worden tegen het Rijk van het Goede. Geen mens loopt daar nog in natuurlijk, want iedereen weet goed dat het enige dat «het Front National in de kaart speelt», de drijverijen zijn van diegenen die de macht hebben (om nog te zwijgen van de gapende afgrond tussen het volk en Links), maar wat zou dat!
Het procedé is praktisch, het is een ritueel geworden. Men maakt er dus zonder matiging gebruik van. Alsof het Front National de grootste partij van Frankrijk is geworden dankzij Zemmour of Michel Onfray!

NG: Duidt deze hele evolutie echt op een «verrechtsing» van de gedachten?
AdB: Dat beweert een bepaalde linkerzijde, en daarover verheugt zich naïefweg een bepaalde rechterzijde. Ze vergissen zich allebei. Nemen we het voorbeeld van de immigratie. Als men kritiek heeft op de immigratie, dan duidt dat er volgens de officiële rechte leer op dat men rechts is. Dat die kritiek uitbreiding neemt, zoals vandaag het geval is, vormt dientengevolge het bewijs van een «verrechtsing». Maar de premisse is vals, want men kan heel goed kritiek hebben op de immigratie, zonder daarom «rechts» te zijn. Wat men eigenlijk zou moeten zeggen, is dat de kritiek op de immigratie de meest verscheiden politieke milieus heeft bereikt, wat vanzelfsprekend niet hetzelfde is.
Herinneren we er ook aan dat, in tegenstelling met wat zij die hen niet gelezen hebben zich inbeelden, diegenen die men het absurde etiket «nieuwe reactionairen» opplakt, verre van een homogeen blok voorstellen. Éric Zemmour is een antiliberale bonapartist die in naam van het volk probeert te spreken. Alain Finkielkraut is een joodse conservatief, doordrenkt van de ideeën van Hannah Arendt en Milan Kundera, die door de «desintegratie van Frankrijk» tot wanhoop wordt gebracht. Michel Onfray is een proudhonist, die aan Links verwijt dat het niet links meer is. Jean-Claude Michéa is een discipel van George Orwell die aan de maatschappelijke progressieve stromingen verwijt dat ze het socialisme verraden hebben. Régis Debray is een republikein met heimwee naar het gaullisme, en theoreticus van de videosfeer. Pierre Manent, Marcel Gauchet, Jacques Julliard, Élisabeth Lévy, Natacha Polony enzovoort hebben op weer andere plekken hun tent opgeslagen. Hun enige punt van overeenkomst is dat ze vandaag als verdachten beschouwd worden. Als ze niet in de ban al zijn gedaan.
__________
* Redactiedirecteur bij Libération, voorheen bij Le Nouvel Observateur. Zijn echte naam is Laurent Mouchard, maar dat betekent verklikker. Begrijpelijk dus dat hij die naam niet gebruikt.

7 februari 2015

Uitkijken met dat twitteren, Björn!


Ik las net die tweet van Björn Soenens over het VTM-nieuws, tweet die hijzelf snel weer verwijderd heeft, maar helaas en onvermijdelijk te laat.
Blijkbaar weet Björn, die om gotweet welke reden hoofd van de vrt-nieuwsdienst is geworden, niet zo goed hoe Twitter werkt. Het gaat daar om privéconversaties, moet hij gezegd hebben.
En al kun je hier van een betreurenswaardige onwetendheid spreken, toch siert die onbevangenheid hem. Vraag je het mij, dan treft Björn weinig schuld: Ik heb de naam VTM nergens expliciet vermeld, las ik in De Morgen. 
En ja, akkoord ...voor de geletterde mens zal een overbodig, of toch ondoordacht woord als “expliciet” volstaan om Björn onder te brengen bij het soort mensen dat kan spreken noch lezen, laat staan schrijven. Maar het zijn verzuurde types die over stijlkwesties beginnen en als iemand als antwoord schrijft “de juiste zender” zal dat voor sommigen wel duidelijk genoeg zijn, maar met “expliciet” stond Björn voor ogen dat hij het woord "VTM" niet met zoveel lettertjes had geschreven. Ik meen dat we onze brave man hierin mogen volgen.


Maar, zult u vragen, hoe gaat het dan bij bevorderingen en assessments echt in zijn werk? Kijk, in zijn algemeenheid valt op die vraag niet te antwoorden. Er zullen voorafgaande voorwaarden en veronderstellingen zijn, maar meer weet niemand daarvan.

Wel is in dit verband The Peter Principle een begrip dat je vaak hoort noemen: iemand kan een bepaald, eenvoudig ding goed, liefst zelfs heel goed en dan gaat men er redelijkerwijs van uit dat hij een iets ingewikkelder taak ook wel zal aankunnen. Daar valt weinig tegenin te brengen, al komt het helaas meer voor dat zo’n man dan overweldigd wordt door die nieuwe taak. Ze gaat hem te boven, hij is er niet tegen opgewassen, ze overstijgt hem.
Let wel: zoiets gebeurt terwijl die assessoren dat Peter Principle goed kennen, want bijna altijd verstaan zij wat Amerikaans.
Nu mag u over bovengenoemde kwestie denken wat u wil, lezer, maar ik ben geneigd de schuld voor die ongelukkige tweet, en voor het verwijderen ervan niet bij Björn zelf, maar precies bij die assessoren te leggen.

Ik wed dat zij niet eens weten dat Carl von Clausewitz al in 1832 net hetzelfde had gezegd als hun Peter. Die laatste meende echt dat hij, zij het onbedoeld, een nieuwe wetenschap had uitgevonden. Lachwekkend, maar anderzijds: wat valt er niet allemaal onder dat begrip: sommigen noemen; 'management' en 'assessment' inderdaad wetenschappen.

My analysis of hundreds of cases of occupational incompetence led me on to formulate The Peter Principle: In a Hierarchy Every Employee Tends to Rise to His Level of Incompetence. A New Science! Having formulated the Principle, I discovered that I had inadvertently founded a new science, hierarchiology, the study of hierarchies.

Clausewitz is minder opgewonden dan onze Lawrence Peter:

„Wir müssen immer wieder darauf zurückkommen, daß nichts gewöhnlicher ist als Beispiele von Männern, die ihre Tätigkeit verlieren, sobald sie zu höheren Stellen gelangen, denen ihre Einsichten nicht mehr gewachsen sind […].“
Vom Kriege
Hinterlassenes Werk des Generals Carl von Clausewitz
vollständige Ausgabe im Urtext, drei Teile in einem Band
Jubiläumsausgabe mit erneut erweiterter historisch-kritischer Würdigung von
Dr. phil. Werner Hahlweg
1980, Ferd. Dümmlers Verlag. Bonn

Laurence J. Peter & Raymond Hull
The Peter Principle
1969, Buccaneer Books, Cutchogue, New York

----------------
P.S. een aandachtige lezer merkt me op dat Björn het onderscheid niet kent tussen jij en u, verder dat content een ontoelaatbaar woord is voor een baas van het Nieuws, en nog verder dat iemand die Björn heet, te jong moet zijn om een belangrijke redactie te leiden (dat laatste had hij berekend met behulp van Wimbledonstatistieken).

26 januari 2015

Een ontologisch postulaat


Stukje uit het recentste gesprek tussen Élisabeth Lévy en Alain Finkielkraut, voor de uitzending van L'Esprit de l'Escalier.
Het is altijd plezierig om iemand te horen zeggen wat je zelf denkt, en hier wijst Finkielkraut de wetenschap van de sociologie op haar verzwegen veronderstellingen en drijfveren. Veel beoefenaren zullen zich trouwens van die veronderstellingen niet eens bewust zijn.
Le Monde had het gehad, maar niet enkel die krant, ook politici en "wetenschappers" hadden het in de nasleep van de islamaanslagen direct weer over de "echte oorzaken", en dat waren vanzelfsprekend ghettovorming en apartheid.

maar, beste lezer, als u liever een grappige commentaar bij deze wetenschap wil horen, dan moet u bij Tom Lehrer zijn, een echte mathematics master.  Sociologen zitten, zo zingt hij
... in an ivory steeple,
far away from all people




Parler d’apartheid ce n’est pas seulement une erreur, c’est une catastrophe parce que dans ce mot il y a le "coupable mais pas responsable" que rabâche la sociologie depuis des années: oui, il y a de la délinquance, de la criminalité, de la radicalisation islamiste, mais il faut remonter aux causes. La cause c’est la politique de la ville, le chômage. Tous les phénomènes qui nous attristent aujourd’hui, ont une cause et cette cause c’est effectivement une politique générale, un état d’esprit tout à fait scandaleux. Mais surtout, là je voudrais dire un mot sur la sociologie, parce que la sociologie je la mets souvent en cause. Et ce n’est pas parce que…
Peut-être, d’ailleurs peut-être que vous faites un amalgame avec «la sociologie»? Vous stigmatisez toute une corporation, mon cher Alain.
Voilà, mais pour le moment en tout cas, cette discipline, dans son état actuel, et quelles qu’en soient les écoles, elle repose toute entière sur cet apriori, ce postulat ontologique: la question sociale est en dernière instance une question économique. Ce sont, autrement dit, les inégalités qui mettent en péril la cohésion d’une société. Et enquêter, ce n’est jamais rien d’autre que valider cette hypothèse préalable. Autrement dit, la dimension culturelle des phénomènes n’est jamais pris en compte, puisqu’il a été décidé au départ qu’elle était secondaire, ou dérivée. C’est une conséquence, c’est un effet dont la cause doit être recherchée dans les souffrances générées par l’injustice économique.
Alors d’abord, je précise quand-même que vous avez oublié Kepel, que vous citez souvent et quelques autres, mais je ne sais pas si… il n’est pas sociologue, c’est vrai, il n’est pas sociologue.
Il ne l’est pas, justement, et là, c’est très intéressant ce que vous dites sur Kepel, parce que Kepel vient de l’anthropologie. Et c’est Lévi-Strauss qui nous a appris que toute humanité appartenait à une culture, que toute expérience humaine était structurée par une expérience collective du monde, et cette découverte de l’anthropologie est aujourd’hui occultée par la sociologie. Et je termine en disant que le politiquement correcte, c’est la victoire de Bourdieu sur Lévi-Strauss: tout se ramène au rapport entre dominé et dominant.

Spreken van apartheid is niet enkel een vergissing, het is een catastrofe want in dat woord zit het begrip “schuldig maar onverantwoordelijk” waar de sociologie al jaren over zanikt: ja er is delinquentie, en criminaliteit, en islamistische radicalisering, maar we moeten naar de oorzaken teruggaan. En oorzaak is de urbanisatiepolitiek, de werkloosheid. Alle verschijnselen die ons vandaag zo bedrukken hebben een oorzaak, en die oorzaak zit uiteindelijk bij het algemeen beleid, en bij een geestgesteltenis die compleet schandalig is. Maar vooral, en hier zou ik iets willen zeggen over de sociologie, want die stel ik vaak aan de kaak. En het is niet omdat…
Misschien overigens gooit u met “de sociologie” nu alles op één hoop? U stigmatiseert een hele beroepsgroep, mijn beste Alain.
Juist, maar in elk geval vandaag berust deze discipline, in de huidige stand ervan, en om het even over welke school het gaat, berust zij als geheel op dit a priori, op dit ontologisch postulaat: het sociale vraagstuk is in laatste instantie een economisch vraagstuk. Anders gezegd, het is de ongelijkheid die de cohesie van een samenleving in gevaar brengt. En enquêteren is nooit iets anders dan het valideren van die uitgangshypothese. Anders gezegd, de culturele dimensie van verschijnselen wordt nooit in aanmerking genomen, want er is van meet af aan besloten dat deze secundair is of afgeleid: een gevolg, een effect waarvan de oorzaak moet worden gezocht in het leed dat de economische onrechtvaardigheid meebrengt.
Maar eerst wil ik toch preciseren dat u Kepel vergeten bent, die u vaak citeert, en nog enkele anderen. Maar ik weet niet of… hij is geen socioloog, juist, hij is geen socioloog.
Precies: dat is hij niet, en juist daarom is het interessant wat u daar zegt over Kepel, want Kepel komt uit de antropologie. En het is Lévi-Strauss die ons geleerd heeft dat alles wat des mensen is tot een cultuur behoort, dat elke menselijke ervaring haar structuur ontleent aan een gedeelde beleving van de wereld, en deze ontdekking van de antropologie wordt vandaag aan het oog onttrokken door de sociologie. Mag ik besluiten met te zeggen dat de politieke correctheid de overwinning is van Bourdieu op Lévi-Strauss: alles wordt teruggebracht tot de verhouding van meester tot onderhorige.

26 oktober 2014

Le Bruit des Bottes


Gesprekken over het weer zijn interessant, en dat is maar goed ook want in het dagelijks leven komen ze dagelijks voor. Ook in de literatuur wordt vaak iets gezegd over het weer, meestal in beschrijvingen en sfeerscheppingen, maar goede beschouwingen over dat onderwerp zijn meen ik toch zeldzaam. Simenon schrikt daar niet voor terug.
Op een ochtend vraagt Maigret zijn vrouw, terwijl ze de gordijnen van de slaapkamer opentrekt, of hij niet blij is met het weer, want er was sneeuw gevallen die nacht en dat was toch plezieriger dan die regen altijd.
Op dat moment neemt de verteller, ik vermoed Simenon zelf het woord:

Au fond, peu importait à Maigret que ce fût gai ou non. Il aimait tous les temps. Il aimait surtout les temps extrêmes, dont on parle le lendemain dans les journaux, les pluies diluviennes, les tornades, les grands froids ou les chaleurs torrides. La neige lui faisait plaisir aussi, parce qu’elle lui rappelait son enfance, mais il se demandait comment sa femme pouvait la trouver gaie à Paris, ce matin-là en particulier.
[Eigenlijk kon het Maigret weinig schelen of het nu aangenaam weer was of niet. Hij hield van om het even welk weer. Vooral hield hij van extreem weer, waarover de dag daarop in de kranten gesproken werd, stortvloeden, tornado’s, grote koudegolven of verzengende hitte. Sneeuw deed hem ook plezier, want ze deed hem denken aan zijn kinderjaren, maar hij vroeg zich af hoe zijn vrouw sneeuw in Parijs plezierig kon vinden, bijzonder die ochtend.]
Maigret is een jongen van de buiten namelijk, waar sneeuw wit blijft.

Ja, Simenon is een groot schrijver, vooral als hij banaliteiten vertelt die de lezer zelf ook wel weet, zodat die zich op zijn gemak voelt in zijn warme fauteuil. Maar laten we het over iets anders hebben dan over het weer.
Moet een schrijver aan morele maatstaven voldoen? En als hij dat niet doet, mag hij dan gepubliceerd worden? of liever: zou hij vandaag nog makkelijk gepubliceerd raken? Livre de Poche drukt Simenon, La Pléiade ook. En Houllebecq wordt er ook gedrukt. In Frankrijk dus wel, maar hier bedoel ik.
Simenon schreef soms dingen die, ik wed geen enkele uitgever hier zou willen als ze van een nieuwe, onbekende auteur kwamen. Iemand die schrijft over het stinkende jodenkwartier in Parijs? En gewoonlijk zijn joden in de Maigrets ook nog eens bedriegers. Of iemand die over homoseksuelen schrijft zoals Simenon het doet?

Op een dag krijgt Maigret een verdachte voor zich, ter ondervraging. De scene komt uit “Maigret au Picratt’s”, 1950, en die “Picratt’s” is een stripteasebar.
Eerst had de commissaris nog wat papieren doorgenomen die zijn ondergeschikten in beslag genomen hadden, en dan bekijkt hij de ondervraagde, een dichter en morfinist, en daarbij nog homoseksueel ook constateert Maigret plots:
Il les feuilleta. C’étaient des poèmes, plus exactement des phrases sans suite sorties du délire d’un intoxiqué.
[Hij doorbladerde ze. Het waren gedichten, of juister gezegd onsamenhangende zinnen voortgekomen uit de waan van een verslaafde.]
Na deze beschouwing van Simenon over moderne poëzie, begint de echte ondervraging:
La comtesse était ta maîtresse?
–Elle était ma protectrice.
Il prononçait ces mots avec la voix, l’accent d’un pédéraste.
[De gravin was je maîtresse?
–Ze was mijn beschermster.
Hij sprak die woorden uit met de stem, het accent van een pederast.]
Tu es pour hommes?
Au fond, comme toutes les tapettes, il en était fier, et un sourire involontaire se dessina sur ses lèvres trop rouges. Qui sait si cela ne l’émoustillait pas de se faire houspiller par de vrais hommes?
Tu ne veux pas répondre?
–J’ai des amis.
Mais tu as des amies aussi?
–Ce n’est pas la même chose.
Si je comprends bien, les amis, c’est pour le plaisir, et les vieilles dames pour la matérielle.
–Elles apprécient ma compagnie.
Tu en connais beaucoup?
–Trois ou quatre.
Elles sont toutes tes protectrices?
Il fallait se contenir pour parler de ces choses-là d’une voix ordinaire, pour regarder le jeune homme comme son semblable.
[Je bent voor de mannen?
Eigenlijk, zoals alle flikkers, was hij daar trots op en onwillekeurig kwam er een glimlach over zijn te rode lippen. Wie weet prikkelde het hem niet dat hij eens aangepakt werd door echte mannen?
Je wil niet antwoorden?
–Ik heb vrienden.
En vriendinnen ook?
–Dat is niet hetzelfde.
Als ik het goed begrijp, dan zijn de vrienden voor het plezier, en de oudere dames voor het gerief.
–Ze stellen mijn gezelschap op prijs.
Ken je er veel?
–Drie of vier.
Allemaal beschermsters?
Hij moest zich inhouden om op een normale toon over dergelijke zaken te spreken, en om in de jongeman een medemens te zien.]
Ou bien tu vas parler tout de suite, ou bien je vais te coller à l’ombre pour un bon bout de temps. Et ce ne sera pas avant d’avoir laissé mes inspecteurs s’expliquer avec toi.
–Vous voulez dire qu’ils me frapperont?
Ils feront ce qu’ils auront envie de faire.
–Ils n’en ont pas le droit.
Et toi, tu n’as pas le droit de salir le paysage.
[Of je spreekt nu meteen, of ik breng je voor een flinke poos in het lommer onder. En dat zal niet zijn zonder dat ik mijn inspecteurs eerst een onderhoud met je laat hebben.
–U bedoelt dat ze me zullen slaan?
Ze zullen doen zoals het hun zal believen.
–Dat recht hebben ze niet.
En jij hebt niet het recht om de omgeving te bevuilen.]

Opvallend is ook dat Maigret de verdachte niet vousvoyeert, wat hij nochtans altijd doet bij ondervragingen, tenzij hij een bijzondere verachting voelt.

Julian Barnes, de man van Flaubert’s Parrot, schreef in de TLS een schitterende appreciatie van Maigret en Simenon. Maigret heeft zijn eigen moreel kompas zegt hij, niet geheel onterecht zoals we zagen. De commissaris dringt bijvoorbeeld huizen binnen zonder huiszoekingsbevel, gebruikt ook “more traditional police methods, such as beating a suspect up”, meer gewone politiemethodes, zoals een verdachte afrossen. Over joden of homoseksuelen spreekt Barnes niet.

Nochtans doet Maigret dat meer dan eens, ook in andere verhalen, en zeker in die van de dertiger jaren. En zoals Madame Bovary Flaubert is, zo is Maigret Simenon. Maar in die tijd was de domper van de politieke correctheid nog niet geplaatst. Maigret leeft in zijn eigen universum, heel verschillend van het onze, en denkt over alles onbevangen het zijne.
En tot mijn groot plezier besluit Barnes zijn artikel met een verwijzing naar Wodehouse:
Where the larger, outer world has been, is and may be heading does not impinge, any more than it does on, say, the world of Jeeves and Wooster. We enter Maigretland confident that the weather will be extreme, the Inspector will solve a seemingly insoluble crime, and that we shall not need to Google anything.
[Wat er in de wijde wereld allemaal is omgegaan, wat hij is, en waar hij misschien op afstevent, is van geen invloed, zoals ook de wereld van bijvoorbeeld Jeeves en Wooster er onberoerd door blijft. Wij betreden Maigretland, erop vertrouwend dat het uiterst slecht weer zal zijn, dat de inspecteur (eigenlijk commissaris, de assistenten Janvier en Lucas zijn inspecteurs) een ogenschijnlijk onoplosbare misdaad zal oplossen, en dat wijzelf niets zullen moeten googelen.]

Maar die geluiden uit de buitenwereld ("le bruit des bottes" zou Laurette zeggen) zijn dan toch niet helemaal onhoorbaar, want in latere Maigrets lees je dingen zoals die hierboven niet meer.


http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html