Posts tonen met het label Aznavour | Charles. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Aznavour | Charles. Alle posts tonen

21 april 2013

Een goede Belg mag slechte verzen maken


Al zijn ze alomtegenwoordig, er zullen ook popmuziekjes bestaan die mij tot dusverre bespaard zijn gebleven. Misschien is dat inbeelding en hebben zij mijn trommelvliezen allemaal al getroffen, maar dan zal ik die ervaringen meteen verdrongen hebben want slagwerk, gitaren en een simplistische, repetitieve tekst maken een mens selectief doof. Laat staan dat die mens nieuwsgierig zou worden naar een titel, een zanger of een componist.

Je hoort bijvoorbeeld ergens een flard: Putain, putain c'est vachement bien, nous sommes quand même tous des Européens. Wie nog een beetje mens is en mededogen kent, gaat dan toch niet op zoek naar de naam van de schuldige?

Charles Aznavour schreef vorig jaar een boekje –Dune porte l’autre, Seuilmet daarin enkele beschouwingen over goede en slechte teksten:

À cette catégorie d’artistes, qui brille par le crétinisme de ses paroles, je ne saurais trop conseiller de revoir son répertoire: des phrases à la limite du non-sens (ou simplement du néant), une versification à faire tourner dans leur tombe les plus grands de nos poètes, tout y passe.
Adieu Ronsard, Baudelaire, Apollinaire, Hugo, Verlaine. Au revoir Brassens, Ferré, Trenet, Gainsbourg. Et tant d’autres…

Nu vraag ik mij af wat Aznavour zou vinden van het volgende versje van zekere Daan: ...la vraie décadence, c’est de ne pas dire ce qu’on pense.

Deze Daan, lezen we bij deredactie.be zingt «…in de taal van Molière, Louis de Funès, Claude François en Michel Houellebecq. De herinnering aan Serge Gainsbourg is soms heel dichtbij.»
Ik begrijp: goed of slecht, zijn plaat zal vaak gedraaid worden.

Volgens De Standaard heeft Daan hier «…zijn grenzen overschreden, zowel van zijn stembereik als van zijn gevoel voor kitsch en humor. […] Tekstueel is het een verwrongen, diepgravende en vaak gepijnigde exegese van de eigen gevoelens.» 

Nog diplomatischer kun je verveling niet uitdrukken.

1 april 2005

Charles Aznavour: autobiografie


.
Charles Aznavour Le temps des avants Mémoires Flammarion, octobre 2003

Aznavour beschrijft in het eerste hoofdstuk van zijn autobiografie hoe hij in Parijs geboren werd, enkele jaren nadat zijn ouders en familie, net als honderdduizenden Armeniërs op vlucht waren gegaan uit Constantinopel en de tocht naar Damascus (!) hadden gemaakt, en hoe de Turken/Koerden zich daarbij gedroegen: het woord holocaust is toen voor het eerst gebruikt.
Dit verhaal zou "humanisten" als Schröder, Balkenende of onze zieke Verhofstadt (ik zwijg over Blairbush) mogen interesseren... zij zouden aan geloofwaardigheid winnen als ze hun eigen Europese boodschap wat ernstiger namen.
Ça n’a pas très bien commencé
[…] J’aurais pu rester enfermé dans le sperme liquéfié de mon père souffrant, suant, peinant pour rester en vie dans sa longue marche, cette foutue traversée du désert entre Istanbul et Damas. Les hordes de Kurdes – qui par la suite connurent la même situation – et les gendarmes de la nation ottomane pourchassaient et harcelaient les malheureux afin de s’approprier les quelques richesses qu’ils emportaient avec eux, comme les dents en or qui ornaient leurs bouches. Et je te tue un intellectuel, et je t’empale un prêtre, et je te pends, te décapite, et je te viole une jeune ou une vieille femme, et je te fais éclater la tête d’un bébé pour entendre le bruit que cela fait quand elle est projetée violemment contre un arbre… Ou bien j’aurais peut-être été mis bas, en fausse couche sur le sable du désert, tandis que ma pauvre mère aurait continué sa lente et pénible marche vers la mort, les jambes couvertes du sang qu’elle aurait éliminé en me laissant partir de ce monde où le nouveau gouvernement «Jeune-Turc» espérait tant les voir tous disparaître. Éliminés, annihilés, adieu, ou plutôt au diable, ces Arméniens, et en route pour la solution finale ! Oh ! La jolie phrase ! Der es Zor : cimetière de près d’un million et demi des miens, mes parents, mes ancêtres, volés, violés, assassinés au nom de la race, au nom de la religion, au nom de quoi, en vérité, je vous le demande. Au nom des Enver, des Talat, [*] des pachas du crime, assassins sans foi ni loi, interprétant le Coran qui ne justifie pourtant pas ces actes sanguinaires. Talat est le seul grand criminel qui a encore sa statue au beau milieu d’une place en Turquie.
Het begin was niet bijzonder gelukkig
[…] Net zo goed had ik opgesloten kunnen blijven in het moedeloze zaad van mijn vader, die leed en zweette, zwoegde om in leven te blijven tijdens die lange mars, die vervloekte tocht door de woestijn tussen Istamboel en Damascus. De horden van Koerden – die later kennis zouden maken met dezelfde omstandigheden – en de gendarmes van de ottomaanse staat achtervolgden en bestookten die sukkelaars om zich meester te maken van de povere rijkdommen die zij bij zich droegen, zoals de gouden tanden die hun monden sierden. Zullen we eens een intellectueel vermoorden? een priester spietsen? of eens iemand verhangen, de kop afsnijden? zullen we een jonge vrouw verkrachten, of een oude? of laten we de schedel van een baby uiteenspatten zodat je het geluid hoort als die met geweld tegen een boom wordt geknald… Ofwel was ik misschien als miskraam gebaard in het woestijnzand, terwijl mijn arme moeder haar langzame en moeizame tocht naar de dood had voortgezet, haar benen onder het bloed dat zij had verloren toen ze mij liet vertrekken uit deze wereld, waar het nieuwe gouvernement van de “Jonge Turken” zo vurig wenste dat zij er allemaal uit zouden verdwijnen. Uitgeschakeld, vernietigd, adieu, of liever naar de duivel met die Armeniërs, en op weg naar de finale oplossing! Oh! wat een prachtformule!
Der es Zor : kerkhof van bijna anderhalf miljoen van de mijnen, mijn verwanten, mijn voorouders, bestolen, verkracht, vermoord in naam van het ras, in naam van de religie, in naam van wat, ik vraag het je. In naam van de de Envers en Talats, pasha’s van de misdaad, moordenaars zonder god noch gebod, zich beroepend op de Koran, die hun beulsdaden niet billijkt nochtans. Talat is de enige grote crimineel die, pal in het midden van een Turks plein zijn standbeeld nog heeft. ________ Je moet dan weten dat Aznavour ook schrijft dat hij nooit één frank heeft gegeven aan, bijvoorbeeld de afscheidingsbeweging in Nagorny-Karabakh, en nooit zelfs maar heeft meebetoogd met de Armeniërs, wát sommige Turken over hem ook mogen beweren. Cependant, quoi que certains journalistes turcs ou azéris aient pu dire ou écrire par le passé, je n'ai jamais – je dis bien jamais – défilé à Paris ou ailleurs le 24 avril pour commémorer le massacre [...]. ________ Maar is Charles Aznavour misschien toch een Turkenhater? Neenee! hij schrijft: Je ne suis pas devenu pour autant un ennemi du peuple turc, et mon rêve aujourd’hui serait de visiter le pays de naissance de ma mère, mais… mais…mais. En iets verder verklaart hij over zijn familie (die op enkelen na zijn uitgemoord): […] mes oncles, tantes et grands-parents qui ne revinrent jamais de ce “Club Med de l’horreur”. Welnu, dat is het juiste onderscheid toch? individuele Turken kunnen best meevallen, en à la rigueur kunnen we zelfs het "moderne" Turkije het voordeel van de twijfel laten genieten, maar een Club Med de l’horreur mét geheugenverlies kan natuurlijk nooit lid worden van de “christelijke club”, zoals Erdoğan (zelf een Armeniër, maar zeg dat niet luidop) ons straffeloos mag blijven noemen… ________ Aznavour kent zijn eigen voorouders niet, en alle archieven zijn grondig vernietigd, zoals dat bij een genocide passend is: Nos églises, hélas, ont été pillées, détruites... Une chose est certaine: je n'ai jamais surpris mes parents à vilipender la Turquie moderne, [**] jamais ils ne nous ont élevés dans la haine de ce peuple. Au contraire, je les ai toujours entendus dire que la Turquie était un beau pays, que les femmes étaient ravissantes, que leur cuisine était la meilleure de tout le Moyen-Orient, et que, dans le fond, nous avions beaucoup d'affinités avec ce peuple. Si le génocide n'avait pas eu lieu – ou au moins avait été reconnu –, le contentieux ne serait pas aujourd'hui si profondément ancré dans la mémoire des deuxième et troisième générations des nôtres.
Onze kerken zijn geplunderd helaas, vernietigd… Een ding is zeker: geen moment heb ik mijn ouders er op betrapt dat ze het moderne Turkije door het slijk haalden, nooit hebben ze ons haat voor dat volk bijgebracht. Integendeel, ik hoorde hen altijd zeggen dat Turkije een mooi land is, met verrukkelijke vrouwen, een keuken die de beste was van heel het Nabije Oosten, en dat wij alles bijeen veel gemeen hadden met dat volk. Als er niet de genocide was geweest – of als die tenminste erkend werd –, dan zouden de geschillen vandaag niet zo diep verankerd zitten in het geheugen van de tweede en derde generatie der onzen.

[*] Leden van de junta der "Jonge Turken".

[**] Nochtans behoort christenvervolging en -uitroeiing niet "tot de geschiedenis" in Turkije. Zelfs nog onder de "moderne" Tansu Ciller werden er in het Oosten van Turkije kerken beschoten bij tankoefeningen: "kerken horen niet in een islamitisch land, en die kerken stonden toch leeg". Materiële resten van het christelijke verleden werden door het leger, "garant voor de lekenstaat", vakkundig opgeruimd: alle dictaturen bestrijden immers ook het verleden, want zij wensen een tabula rasa.

Een liedje van Aznavour

.
Ils sont tombés
Paroles: Charles Aznavour.
Musique: Georges Garvarentz
© 1976 - Éditions Djanik


Ils sont tombés, sans trop savoir pourquoi
Hommes, femmes et enfants, qui ne voulaient que vivre
Avec des gestes lourds, comme des hommes ivres
Mutilés, massacrés, les yeux ouverts d'effroi
Ils sont tombés, en invoquant leur Dieu
Au seuil de leur église, ou le pas de leur porte
En troupeaux de désert, titubant en cohorte
Terrassés par la soif, la faim, le fer le feu

Nul n'éleva la voix, dans un monde euphorique
Tandis que croupissait, un peuple dans son sang
L' Europe découvrait, le jazz et sa musique
Les plaintes des trompettes, couvraient les cris d'enfants
Ils sont tombés, pudiquement sans bruit
Par milliers, par millions, sans que le monde bouge
Devenant un instant, minuscules fleurs rouges
Recouverts par un vent de sable, et puis d'oubli

Ils sont tombés, les yeux pleins de soleil
Comme un oiseau qu'en vol, une balle fracasse
Pour mourir n'importe où, et sans laisser de traces
Ignorés, oubliés, dans leur dernier sommeil
Ils sont tombés, en croyant ingénus
Que leurs enfants pourraient, continuer leur enfance
Qu'un jour ils fouleraient, des terres d'espérance
Dans des pays ouverts, d'hommes aux mains tendues

Moi je suis de ce peuple, qui dort sans sépulture
Qu'a choisi de mourir, sans abdiquer sa foi
Qui n'a jamais baissé, la tête sous l'injure
Qui survit malgré tout, et qui ne se plaint pas
Ils sont tombés, pour entrer dans la nuit
Éternelle des temps, au bout de leur courage
La mort les a frappés, sans demander leur âge
Puisqu'ils étaient fautifs, d'être enfants d'Arménie

Gevallenen

Ze zijn gevallen en waarom wisten zij niet
Met lome gebaren die je bij dronkaards ziet
Mannen, vrouwen, kinderen die enkel leven wilden
Verminkt en afgemaakt met angstige open ogen
Ze zijn gevallen terwijl zij hun God aanriepen
In het kerkportaal of aan de drempel van hun deur
Een waggelende woestijnkudde, een mensensleep
Neergehaald door dorst, honger, staal en vuur.

Geen stem verhief zich in de euforische wereld
Terwijl een volk in zijn bloed verrotte
Ontdekte Europa de jazz en haar muziek
En klagende trompetten overstemden kinderkreten
Schroomvallig en geruisloos vielen zij
Duizenden, miljoenen, en onbewogen bleef de wereld
Eén moment waren het minuscule rode bloemen
Zandwind bedekte hen en daarna vergetelheid

Gevallen zijn zij met de zon in hun ogen
Zoals een vogel, door hagel vermorzeld in de vlucht,
Ergens verloren doodgaat en geen spoor nalaat
Genegeerd, vergeten in hun laatste slaap
Zijn ze gevallen, argeloos in hun geloof
Dat hun kinderen toch groot zouden worden
Dat ze ooit voet zouden zetten in hoopvolle streken
In open landen vol mensen met uitgestrekte handen

Ik ben een van dat volk dat rust zonder graf
Dat de dood heeft gekozen en het geloof bewaard
Dat nooit voor hoon het hoofd heeft gebogen
Dat ondanks voortleeft en niet klaagt
Ze zijn gevallen en de nacht ingegaan
De eeuwige nacht aan het eind van hun moed
De dood sloeg hen zonder naar leeftijd te vragen
Hun fout was, dat zij Armenië’s kinderen waren


http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html