Posts tonen met het label duiding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label duiding. Alle posts tonen

14 januari 2026

Dit zijn geen broodrellen


In Frankrijk en elders, ook hier, zien we dat feministen en experts –van de journalisten zwijg ik– moeite hebben om de revolutie in Iran te duiden. Liefst nog wijst men op bijvoorbeeld de inflatie ginds, en wil men er een soort broodrellen van maken. Onderwerpen als de islam en de hoofddoek vallen helaas niet altijd te vermijden, maar die krijgen dan een bijrolletje.
Mathieu Bock-Côté analyseerde* bij CNews de psychologie van dit soort kenners en specialisten:

In de geest van onze doorsnee analisten, kunnen uitsluitend alledaagse beslommeringen ergens de aanzet toe geven. Ongevoelig zijn zij voor de diepgaande invloed van geschiedenis, van identiteit en cultuur. Een volksrevolte begrijpen die de dagelijkse zorgen overstijgt, ligt buiten hun begripsvermogen. Flutmarxisme van de rommelmarkt is dat.

Interessant in dit licht is, hoe links ontsteld staat te kijken naar een revolte tégen het islamisme. Nochtans, de dag dat het regime valt, wordt Iran niet ’s anderendaags christelijk, protestants, katholiek, orthodox of weet ik veel: het blijft een moslimland. Maar kijk, dan zijn er die moslimstemmen die ons uitleggen dat ze bij hén geen islamisme meer willen.
En wie voert daar de strijd? Met name de vrouwen. Laten we niet vergeten: de vrouwen daar verbranden hun hoofddoeken. Is er één plek op aarde waar duidelijker blijkt dat de islamitische sluier een instrument is ter onderwerping van de vrouw? Is er één plek op aarde die ontegenzeglijk laat zien dat vrouwen de eerste slachtoffers zijn van het totalitaire islamisme?
Welnu, die vrouwen zeggen: wij verzetten ons ondubbelzinnig tegen dit regime.
En wat zien we in het Westen? Een deel van links hier is druk met de verdediging door dik en dun van de hoofddoek als teken van emancipatie. Tot elke prijs verdedigt links in onze wereld het recht op de hoofddoek.

Maar dan ...ook zij kunnen er niet omheen en moeten de revolutie die in Iran gaande is wel toejuichen. Dit leidt tot geestelijke verscheurdheid, tot een intellectuele paradox – maar misschien gaat het hier eenvoudig wel om bedrog, om mentale fraude. 
Ja, ja zegt men ons, maar in Iran eisen ze het recht om al dan niet een hoofddoek te dragen, terwijl men hen in het Westen het recht ontzegt er een te dragen. Hoe verwrongen klinkt dit niet ...welbeschouwd zouden wij hier de echte plek van onderdrukking zijn, in tegenstelling tot Iran, waar de zaken ingewikkelder liggen.

Hier zien we eens te meer analisten die niet in staat zijn de houding te begrijpen van een volk dat zich wil bevrijden uit een ideologisch cocon, en vandaag bereid is om daarvoor mensenlevens te verliezen! We zien hier mensen die bij honderden, misschien bij duizenden zullen sterven om zich te verlossen van een systeem dat zodanig drukkend was dat het vrouwen tot in hun binnenste verstikte.

Dan vraag je je toch af hoe het komt dat links onbekwaam is om cultuur of eigenheid
te begrijpen, en niet in staat om de invloed van de geschiedenis te vatten?
Wel, aangezien links eens en voor goed besloten heeft dat de islam de religie van de onderdrukten is, de religie van het integrale tiermondisme, is het voor hen onbegrijpelijk dat men die vandaag bestrijdt.



____________
* Mijn vertaling pretendeert helemaal geen letterlijkheid, maar er is het klankfragment.

30 oktober 2025

Over den tram deze keer

 Het geheugen van de mens is zwak, maar gedachten op rijm, net als muziek, blijven makkelijk plakken. Mooie, diepzinnige, gevoelige gedachten zónder ...overleven meestal geen dag, nog geen uur.

Deze weeklacht over het openbaar vervoer, lang geleden door Romain Deconinck 
geuit, zal elke Gentenaar zijn bijgebleven: 

        D’azènte goin opzije
        oin ze nen tram zien rije
        tram twieë of tram drije
        gien iene ès intije

 _______

Jean-Pierre Rondas stuurde me enkele aanvullende verzen + uitleg. Dat noem ik pas duiding!
        Allez, allez, circulez
        oas het nie veur niets ès
        rije wij nie mee! 
Deconinck reageerde op een plan om de politieagenten te laten betalen voor hun tramritjes.

 

11 augustus 2024

De vis en de saus

 Na kookboeken horen reisgidsen tot de best verkopende literatuur vermoed ik. Stendhal schreef er verschillende over Italië, maar echte reisgidsen zijn het niet want zijn belangstelling betreft in de eerste plaats de Italianen, en de Italiaansen. Voor het precieze aantal schilderijen in een museum, of het aantal zuilen van een tempel kun je niet bij hem terecht. Andere gidsen, zegt Stendhal, geschreven door des voyageurs compteurs de colonnes, doen dat beter dan hijzelf het zou kunnen. Hij gebruikt die wel, maar pakt het anders aan:

Firenze, bestraat met grote blokken witte steen van onregelmatige vorm, is uitzonderlijk net; in de straten ruik je ik weet niet welk bijzonder parfum. Enkele Hollandse stadjes buiten beschouwing gelaten, is Firenze wellicht de properste stad van het universum, en zeker een van de elegantste.

Op reis zijn helaas ook ergernissen niet te vermijden: De beroemde Cascine, de promenade waar iedereen gaat paraderen, ligt daar zowat als hun Champs-Élysées. Wat mij tegenstaat is dat het er vol loopt met 600 Russen of Engelsen. Firenze is gewoon een museum vol buitenlanders en die brengen hun gewoonten met zich mee. En verderop zegt hij: Je fais, en Italie, un voyage en Angleterre.*

Onderweg leest Stendhal veel (als het regent) en bezoekt de bibliotheken en archieven van de steden die hij aandoet. Op deze lectuur geeft hij dan kritiek, en die komt geregeld neer op wat wij het verschil zouden noemen tussen ‘nieuws’ en ‘duiding’. Historici en auteurs nemen hun wensen al te graag voor werkelijkheid aan:

[Volterra, 31 januari 1817.]   Ik vond een flink aantal leugens en overdrijvingen in de bladzijden die de heer Micali, auteur van l'Italie avant les Romains (l'Italia avanti il dominio dei Romani), aan Volterra wijdde. Wat Italiaanse geleerden het meest missen, naast duidelijkheid, is de kunst om de feiten die zij nodig achten, niet meteen als bewezen te beschouwen. Hun manier van redeneren is in dit opzicht ongelooflijk. Mijnheer Raoul Rochette heeft dit werk wel vertroeteld door het in het Frans om te zetten.** Mijnheer Niebuhr*** zou veel sterker zijn geweest dan dit alles, als niet de ongelukkige Duitse filosofie een dubieus waas had geworpen over de ideeën van deze geleerde Berlijner. Zal de toegeeflijkheid van de lezer zover gaan dat hij mij een gastronomische vergelijking vergeeft? We kennen allemaal dit vers van de heer Berchoux:

Et le turbot fut mis à la sauce piquante.****
En de tarbot werd met pikante saus genappeerd.

In Parijs worden de tarbot en de pikante saus apart geserveerd. Ik zou graag zien dat de Duitse historici deze goede gewoonte overnamen. De feiten die ze aan het licht hebben gebracht zouden ze apart van hun filosofische beschouwingen aan het publiek kunnen geven. Dan zouden we ons voordeel kunnen doen met de geschiedenis, en de lectuur van hun ideeën over het absolute kunnen uitstellen tot een beter moment. Deze twee goede dingen compleet dooreenhalen, maakt het moeilijk om het beste ervan te smaken.

_____________

     * Heinrich Heine deelt die ergernis in zijn Reise von München nach Genua, Kapittel XXVII (1828): Beschuldig me niet van anglomanie, beste lezer, als ik het in dit boek heel vaak over Engelsen heb. Er zijn er vandaag té veel in Italië om ze over het hoofd te zien. In hele zwermen trekken ze dit land door, kamperen in alle herbergen, lopen overal rond om alles te zien, en je kunt je geen citroenboom meer voorstellen zonder een Engelse die aan de bloesem ruikt, en geen galerij zonder een horde Engelsen die erin rondrennen met hun gids in de hand, om te kijken of alles wat in het boek als curieus staat vermeld er nog steeds is.
    ** Stendhal las deze vertaling.
  *** Barthold Georg Niebuhr (1776-1831): Römische Geschichte, Berlijn 1811.
**** Eerste zang in La Gastronomie van Joseph Berchoux (1762-1838). Nog van hem:
Un poème jamais ne valut un diner.

Rome, Naples et Florence
(1826)                   
Édition présentée et annotée par Pierre Brunel
Professeur à l’Université de Paris-Sorbonne
Gallimard, Folio classique, 1987

23 maart 2018

Allah was weer eens akbar


De moslimmoordenaar Radouane Lakdim, 25 jaar, was een Marokkaan gedomicilieerd in Carcassonne. Als “salafist” actief op het web, en hij stond bij de inlichtingendienst bekend. Werd eerder veroordeeld voor feiten van gemeenrecht. Men vermoedt dat hij recent in Syrië is geweest.

Dat is tenslotte een nogal normaal profiel, en iedereen zal er begrip voor hebben dat de Fransen niet ál hun criminele Marokkanen in de gevangenis kunnen opsluiten, want de cijfers over jonge Marokkanen die met het gerecht in aanraking kwamen zijn te overweldigend.

Bedenkelijker vind ik dat de minister van Binnenlandse Zaken, de socialist Gérard Collomb niet in staat is tot een ernstige analyse, want hij wist niet beter te verzinnen dan: “Hij stond bekend voor kleine criminaliteit, wij volgden hem en dachten dat er geen radicalisering was, maar hij is plots tot de daad overgegaan.” Die man denkt dus dat die mythische “radicalisering” iets voorstelt, en zich zelfs laat meten en voorspellen. Wat Collomb kennelijk niet weet, is dat dat hele begrip nergens op slaat en volkomen onbruikbaar is. Evenmin bruikbaar is dan vanzelfsprekend het afgeleide journalistiek-politieke begrip “deradicalisering”, al verdienen misschien een handvol werkloze psychologen er hun boterham mee. 


En wat al even erg is, en naar mijn smaak nog erger: volgens een radiojournaliste riep die Radouane “extremistische slogans”. Nu, volgens de Franse media riep die knaap enkel dat god almachtig is, of groot. Allāhu akbar! Een wijdverspreide mening. Dat kunt u hiernaast lezen en het staat zowat overal op de muren van moskeeën. Door zo'n bewering als “extremistisch” te omschrijven zegt die journaliste dat héél de islam extremistisch is. "Extremistisch" is trouwens een begrip uit de zogenaamde "duiding": verslaggeving is iets anders.


Om te liegen moet je écht slim zijn, dat is bekend, maar om te parafraseren, te omzwachtelen en te verdoezelen kun je beter ook niet op je kop gevallen zijn.

Ach, en ze bedoelde het nog wel zo goed.
______
noot van 26 maart:
"Le lieutenant-colonel Beltrame est mort des suites d'une blessure à la trachée provoquée par un coup de couteau." Dit zegt het officiële rapport.
Ik vermoed niet dat deze mededeling geschikt is voor onze media, maar ik vertaal toch even: "Luitenant-kolonel Beltrame is gestorven door een wond aan de luchtpijp, als gevolg van een messteek." Zo hoort dat in de islam inderdaad te gebeuren.

30 maart 2014

De gemeenplaats als nieuwe vondst gepresenteerd


Het laatste dat een lezer van zijn gazet verlangt, is getrakteerd worden op moraliserend gezever. Zelfs als dat gezever niet langer zo mag heten, maar de naam duiding krijgt: het blijft hem vervelen.

Die duiding compleet vermijden is moeilijk, zoals je ook reclame niet uit de weg kunt gaan, al vraagt ook daar niemand om – op de Moorselse schepen Filip Watteeuw na misschien, die als nieuwbakken Gentse stedeling meer reclame wil zien eup de buskotjes van mijn oude stad.

Maar over duiding: bij De Morgen en De Standaard is er voor de onschuldige lezer geen ontsnappen aan. Laatstgenoemde krant heeft onder zijn eigen personeel zelfs al een tijdje een soort ombudsman gerekruteerd die de journalistieke praatjes van de voorbije week herkauwt, in naam van zijn collega’s verontschuldigingen aanbiedt voor wat zij hebben afgescheiden, bepaalde dingen desgevallend ook hérduidt, vervolgens goede voornemens formuleert, &cet. Alles kan inderdaad altijd nog erger.
En toch: al is het soms geen pretje om hem te lezen, naar zulk een man moeten ze bij de racistische krant De Morgen dringend op zoek gaan. Als ik me zo mag uitdrukken: een allochtone ombudsman lijkt me wel iets.

Het zou niettemin verkeerd zijn om duidingsgezwam en morele praatjes uitsluitend bij journalisten te zoeken. Soms, wellicht als hun eigen adem wat is opgebruikt, besteden zij die werkjes namelijk uit en vorderen ze onderaannemers op, columnisten, artiesten of briefschrijvers bijvoorbeeld.

In De Tijd –vaak een veilige vluchtheuvel nochtans– las ik deze week zekere Kristien Vermoesen (managing partner van het communicatiebureau Finn, voor wie zich graag iets wil voorstellen). Zij vond dat Peeters Merkel niet achterna mocht lopen, en deed enkele aanbevelingen aan politici in het algemeen: 
“Los van politieke voorkeur pleit ik voor meer durf in de campagnes. Experimenteer in uw communicatiekanalen. Wees niet bang om ‘over the edge’ te denken. Inspireer en overtuig ons dat u het verschil kunt maken de komende vijf jaar.”

Nu maak ik me sterk, lezer: even hol, geesteloos en zinledig kun je het zelf niet bedenken. Daar moet je voor geleerd hebben.

Ook moest ik bij haar originele gedachten terugdenken aan de lachwekkende nieuwjaarsbrief destijds in De Morgen, waarin Björn Soenens net hetzelfde zei, en smeekte om: 
[…] blije politici met groot talent en wilde plannen. […] Straal kracht en optimisme uit. Sluit een New Deal af met uw bevolking. Creëer een emotionele band met uw kiezers. Wees niet bang om te blunderen of de bal eens mis te slaan. U bent mens onder de mensen. [Björn was al een tijdje aan de gang en gaat fluks door, maar uit eerbied voor de lezer geef ik hier nog een knipje] Lanceer al eens een gewaagd idee, want op de rand van de afgrond groeien de mooiste bloemen. Toon dus uw visie, leg ze uit, dag na dag, jaar in jaar uit. U zult zien, het respect voor de politicus zal terugkeren.”

Om ook  Björn even voor te stellen: hij is een blijde fan van Alain de Botton, de Zwitsers-Britse filosoof die wat diepgang betreft enkel Jeroen Meus voor zich moet dulden.
En Kristien wil meer originaliteit  en heeft goed onthouden, maar helaas enkel gerepeteerd wat kapelaan Björn met grote vooruitziendheid in 2008 al had geschreven.


http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html